• Herman de Coninckprijs 2024 voor Robin Block

    Herman de Coninckprijs 2024 voor Robin Block

    Robin Block kreeg op 21 maart, Wereld Poëziedag, voor zijn vierde dichtbundel Handleiding voor Ontheemden de Herman De Coninckprijs 2024 toegekend. De jury sprak van een ‘magisch reisverslag’ en ‘avonturenroman’ in poëzie.

    En ook: ‘Waar in het eerste gedicht de stem van een voorvader door de keel van de dichter galmt, blijkt gaandeweg vooral die van de oermoeder belangrijk: een oermoeder die is weggekrast op foto’s, een leven leefde van verzwegen leed. Het moment dat de dichter haar naam vindt is een van de hoogtepunten van deze bundel’.

    Robin Block (1980) is een dichter, muzikant en performer, die zowel in Nederland als in Indonesië vele kunstwerken en voorstellingen op zijn naam heeft staan. Met zijn poëziefilm Manual for the Displaced won hij het Nederlands Poëziefilmfestival en diverse internationale prijzen. Van zijn hand verschenen de bundel Bestialen, het tweetalige In Between, Di Antara en Handleiding voor Ontheemden.

    Aan de prijs is een bedrag van € 7.500 verbonden.

     

    Lees hier de recensie van Handleiding voor ontheemden.

     

  • Wortels en bewustwording

    Wortels en bewustwording

    Op de voorkant van deze omvangrijke bundel, Handleiding voor ontheemden van Robin Block staat een waringinboom afgebeeld die een warrig net van dikke wortels over de grond heeft uitgespreid. In dat vlechtwerk van wortels onderscheidt zich één bloedrode tak. Een goedgekozen symbool van de inhoud van de bundel, waarin hij op zoek is naar zijn wortels in het Nederlands-Indië van weleer als afstammeling van een Nederlandse voorvader en een Indonesische oermoeder. Block debuteerde in 2005 met de bundel Bestialen bij uitgeverij Holland. Zijn tweede bundel bevat dertien afdelingen, een epiloog en een verklarende woordenlijst van woorden uit het Indonesisch. Meteen in het eerste gedicht al legt de dichter het thema van de hele bundel, de zoektocht naar zijn afkomst.

    Mijn bloed

    ik draag de stank van tabak, mijn aderen
    vertakken zich langs oude plantages, mijn spieren
    mengen kalmte met geweld – de stem
    van een voorvader buldert door mijn keel

    ik heb zoveel te bewijzen

    in mijn mond strijden verschillende tongen,
    de ruggengraat van een nyai draag ik,
    de kinderen die zij baarde zijn kinderen
    die haar niet meer toebehoren

    haar handen, mijn polsen, zoveel kwijtgeraakt

    in mijn bloed galmt het gezang van gevangenen,
    de dreun van een geweerkolf – een rode stip
    spat op wit katoen, grootmoeder hurkend
    in de kokendhete middagzon
    door mijn hoofd loopt een verbogen rails,
    een dwaalspoor ingehamerd
    bij de volgende generaties:

    aanpassen! aanpassen!

    herinner je de winter, de eerste
    die ons allemaal bevroor

    jouw voeten, mijn voeten
    bloot en koud op vreemde grond

    opa verstopt zijn oorlog
    in elk oog een dolk
    in zijn glimlach een verloren jongetje

    en ik heb vlaggen
    te verhangen,

    kransen waarvan ik niet meer weet waar ik ze leggen moet

    Toerist en verloren zoon

    Zoals dichters en schrijvers als Eddy du Perron en Dewi de Nijs Bik zoekt Block naar het land van herkomst. Letterlijk, als hij als toerist naar Indonesië gaat en probeert zich een weg te banen naar het verleden als kind van twee culturen. Maar ook als hij in diverse gedichten de stemmen laat klinken van zijn voorvader Tabak en zijn oermoeder, die zonder naam in de herinnering bleef, al baarde zij de kinderen van de plantagehouder. Ze staan vaak lijnrecht tegenover elkaar in hun uitspraken: de nuchtere Hollander, die wars is van emoties en de inheemse vrouw. Ze verhalen van gebeurtenissen van lang geleden en waken vanuit de geestenwereld over de dichter, die hun afstammeling is. Ze proberen contact met hem te leggen om hem te helpen in zijn zoektocht naar zijn wortels, als hij als toerist naar Indonesië gaat en zijn familie aldaar opzoekt.

    Heden en verleden staan naast elkaar in zijn gedichten. Het leven in het moderne Indonesië wordt afgewisseld met het koloniale tijdperk van de plantagehouders. De natuur wordt bezongen, de gebruiken en gewoontes in ere gehouden. Personen van vroeger en nu worden opgevoerd om een indruk te geven van Indonesië vandaag en uit het verleden. Block schildert een betoverend, sprookjesachtig Indië, dat doet denken aan de Stille kracht van Couperus en De scheepsjongens van Bontekoe van Johan Fabricius, maar daarnaast eert hij het Indonesië van vandaag, dat van de clichématige opvattingen over het land af wil.

    Block beschrijft ook de andere kant van het verhaal, de repatriëring van de Indische Nederlanders naar Nederland en de aanpassingen die er van hen verlangd werden. Ook al trachtten zij aan te sluiten bij de Nederlanders, zij bleven een aparte groep vormen. Block citeert het boekje met richtlijnen dat de repatrianten meekregen om de overgang zonder al te veel problemen te laten verlopen: Uitgave van de Afdeeling Pers en Publiciteit van den Dienst der Repatrieering uit 1946. Het is nu beschamend om te lezen hoe dit boekje, Djangan Loepah getiteld (wat ‘Niet vergeten’ betekent), voorschrijft hoe mensen zich dienden te gedragen als zij in Nederland waren aangekomen. Zo mochten koffers niet in de woonkamer staan: ‘wij hebben dan altijd het gevoel/ dat wij bezig zijn op reis te gaan en dat bevordert de huiselijkheid niet’. Het betuttelende toontje met het minzame ‘wij’ in de aanspraak voelt nog steeds kwetsend aan.

    Ontknoping

    Block wisselt zijn onderwerpen af in de gedichten. Af en toe is het moeilijk de rode draad vast te houden, vooral omdat ook de versvormen gevarieerd zijn. Van prozagedichten naar dialogen, van gedichten met toneelachtige aanwijzingen en terzijdes naar citaten van Indonesische dichters: het vergt aandacht van de lezer om te weten waar het over gaat, in welk tijdperk we ons bevinden en wie er aan het woord is in het gedicht. Misschien kenmerkt die veelzijdigheid de versplinterde identiteit van de dichter zelf: een wirwar van gevoelens, een chaos van gebeurtenissen die hem overviel bij het zoeken naar zijn eigen identiteit. Nogmaals komt het beeld van de wortels van de waringinboom in gedachten, nauwelijks te ontwarren. Maar Block weet de verwarring te weerstaan met humor, zelfspot en hier en daar een vleugje sarcasme:

    Wisselkind

    Zie mij eens mijn best doen om hier thuis te zijn. Ik zing de dankjewels
    met mijn kopstem. Kijk niemand in de ogen als ik groet. Ik heb een batikshirt
    dat schouderklopjes krijgt. Ik ben jullie Insta-mascotte, twee koppen groter. Ik eet
    op straat met de locals mee. Lepel voldoende sambal op mijn bord en spoel

    mijn reet af met het flesje. De witte rijst kleur ik bij
    met kecap. Mijn genen bakken mee met de zon. Ik ben best stoer
    op die scooter. Ik ben hier lang genoeg.

    Zie mij eens mijn best doen om hier thuis te zijn. Ik spreek de hoezo’s
    ritmisch uit. Kijk je strak in de ogen als ik groet. Grinnik met mijn mond dicht.
    Ik heb een wintertrui die schouderklopjes krijgt. Ik ben jullie voetbalvriendje,
    twee koppen kleiner. Eet andijvie met de buren. Schep voldoende
    jus in het kuiltje. Mijn genen bleken mee in de sneeuw. Ik prak aardappels
    door de groente heen, veeg zittend mijn reet af. Eenlaags schuurpapier.
    Ik ben best stoer op die racefiets. Ik ben hier lang genoeg.

    Wat uit dit gedicht blijkt, komt ook naar voren in het slotgedicht van de bundel: de dichter lijkt vrede te hebben gevonden met zijn gemengde afkomst, ondanks het feit dat hij niet duidelijk een keuze heeft weten te maken tussen Nederland en Indonesië. Dat was ook niet nodig: beide landen en culturen zijn in hem vertegenwoordigd en daar zal hij het mee moeten doen.

    Zijn zoektocht heeft een bundel opgeleverd die betoverend en nuchter tegelijk is, de uitkomst van de erfenis van twee culturen. Block oordeelt niet over het koloniale verleden, maar aanvaardt zowel de Nederlandse als de Indonesische kant van zijn afstamming. Hij heeft met deze bundel een monument geschreven voor zijn voorvaderen, maar minstens zo belangrijk is het feit dat hij zijn verre, anonieme oermoeder haar naam heeft weten terug te geven.