• Een emotioneel familieportret

    Een emotioneel familieportret

    ‘De taalvirtuositeit springt van de pagina’s,’ schreef Literair Nederland in januari 2020 over De menselijke maat, de debuutroman van de Italiaanse auteur Roberto Camurri (1982). Dat boek draait om een groep inwoners in het stadje Fabricco. In Camurri’s tweede roman De naam van de moeder vormt Fabricco opnieuw het decor. In plaats van schetsen van het leven van de inwoners draait dit verhaal om een vader en een huilbaby die door de moeder in de steek zijn gelaten. 

    Ettore, zoals de vader heet, bedoelt het goed als hij na enkele jaren zijn zoontje Pietro meeneemt om een puppy uit te zoeken. Een lief idee, tot de moederhond vastgeketend blijkt te zijn en de jonge Pietro de staart van de vluchtende puppy plet tijdens een poging deze te vangen. Onder begeleiding van het gejank van zowel de moederhond als de puppy stappen vader en zoon in de auto: ‘Stap in, zegt hij, kom op we gaan, je hoeft je geen zorgen te maken, als we thuis zijn voelt hij zich prima, dat beloof ik je, vertrouw je papa maar, het is normaal dat hij nu jankt, maar dat gaat zo over. Pietro kijkt omhoog en haalt zijn neus op. Beloof je dat? vraagt hij. Ja, antwoordt zijn vader.’ 

    Taal die ademt

    De verwijzingen naar de personages zelf zijn gauw gevonden: net als de puppy mist Pietro zijn moeder en de verbinding tussen stoppen met janken en een huilbaby is ook duidelijk. Het is jammer dat Camurri deze verwijzing expliciteert: ‘… of ook bij hemzelf die pijn ooit over zal gaan, het gemis van zijn moeder.’ Net als Ettore bedoelt Camurri het goed, maar door deze zin wordt het beeld bijna een onbedoeld cliché, al schrijft Camurri in deze roman net zo betoverend als in zijn debuut. 

    We volgen Pietro terwijl hij opgroeit, een vriendin krijgt, naar de grote stad trekt. De taal in De naam van de moeder lijkt bijna te ademen, zelf een personage te worden. Zo bestaat een ruzie tussen Pietro en zijn vriendin Miriam uit één zinderende zin: ‘Ze schreeuwen, ze slaan met hun vuisten tegen de muren en de meubels, ze worden rood, spugen elkaar scheldwoorden toe die ze nog nooit hebben geroepen, het is de eerste keer dat Pietro haar zo ziet, haar tanden ontbloot door haar strakgetrokken lippen, haar gezicht vooruitgestoken alsof ze hem wil bijten, hij is bang voor haar en hij is bang dat hij zich misschien niet zal kunnen bedwingen.’ 

    Roberto Camurri schrijft niet over mensen, hij schrijft over iets groters, over het leven zelf. Zijn zinnen roepen zwartwitbeelden op van zomervakanties die je nooit hebt meegemaakt, appartementen waar je nooit hebt gewoond, herinneringen die bijna van jou worden. Vertaler Manon Smits weet heel knap een Italiaans aandoend ritme in de zinnen te behouden. De relatie tussen Pietro en Miriam, die grillig verloopt, is compleet geloofwaardig, zelfs wanneer zij hem vertelt dat ze zwanger is en hij zonder iets te zeggen wegloopt. 

    Praten over gevoelens

    Bij de relatie tussen Pietro en zijn vader Ettore is dit anders. Ettore verwijt Pietro dat hij precies zoals zijn moeder is, waarna Pietro hem probeert te wurgen en Ettore zijn eigen zoon in elkaar slaat. Een pagina later ‘pakken ze elkaar vast in de omhelzing die ze elkaar nooit hebben gegeven’. Hoe fijn deze uitkomst ook is en hoe prachtig Camurri het ook beschrijft, het is niet realistisch dat de breekbare band tussen vader en zoon zich juist na zo’n heftig moment verstevigt. 

    Naast vaders, moeders en kinderen spelen grootouders een rol in De naam van de moeder. Een van de mooiste scènes speelt zich af in het huis van Ester en Livio, de ouders van de afwezige moeder. Livio biecht op dat hij hoopte dat Ettore stierf en Pietro wees werd, zodat zij de kans zouden krijgen om nog een keer ouders te zijn: ‘[Ester] pakt Livio’s gezicht tussen haar handen, ze zegt stil nou, dat hij niet dat soort dingen moet denken, dat het niet hun schuld is. ‘Ze streelt hem en dan kust ze hem, op die bank, in het blauwe schijnsel van de tv die hun een volmaakt licht schenkt.’ 

    Ettore wilde zijn eigen vader vermoorden toen die een varken had geslacht, maar haalt de puppy die hij met zijn zoon kocht niet naar binnen wanneer het sneeuwt. Een generatie later, op de verjaardag van zijn eigen zoontje, wil Pietro het liefst alles platbranden. Pietro’s moeder schreef in haar dagboek dat het vandaag een goede dag was, ‘want hij heeft maar zestien uur gehuild’. Deze drie mensen hebben net zo hard troost nodig als Livio, maar weten niet hoe ze erom moeten vragen of hoe ze moeten reageren als een ander emoties toont. Dat levert juist een verhaal vol emotie op, vol kleine tragedies die fantastisch zijn uitgewerkt. Maar als Camurri het klein had gehouden, had zijn tweede roman de eerste zelfs overtroffen. 

     

  • Een liefdeslied over het leven zelf

    Een liefdeslied over het leven zelf

    ‘Een ingetogen, gevoelig lied,’ noemde bestsellerauteur Paolo Cognetti De menselijke maat, de debuutroman van Roberto Camurri (1982). In Italië won dit boek meerdere prijzen en nu is er een Nederlandse vertaling door Manon Smits. De menselijke maat speelt zich af in Fabbrico, een dorp niet ver van Bologna. In elf korte verhalen of hoofdstukken komen verschillende personages aan het woord, allemaal onderdeel van een groter, overkoepelend geheel. Hierdoor is het boek niet alleen te lezen als een roman, maar ook als een reeks portretten van de inwoners van een klein dorp. 

    De meeste verhalen staan op zichzelf. Er is geen voorkennis nodig, de enige lijntjes met de rest van het boek zijn de namen van eerder geïntroduceerde personages en plaatsen. De verhalen vormen een inkijkje in het leven van de verteller. ‘Asfalt’ is bijvoorbeeld een illustratie van een ongelukkig huwelijk: zij wordt dik en hij raakt verslaafd. Wanneer het echtpaar tijdens een autorit stopt bij een benzinestation, gaat het gruwelijk mis. In het dankwoord vertelt Camurri dat Stephen King hem de inspiratie gaf voor dit verhaal. Dit is echter geen boek met horrorverhalen. Het belangrijkste thema is het leven zelf. Zo spelen oudere mensen een grote rol in ‘Sneeuw’. Eén van hen is vijfentachtig en geboren in mei, terwijl de vrouw van de verteller ook in mei is uitgerekend van hun eerste kind. De verhalen zijn niet chronologisch geordend en bestrijken een tijdspanne van meerdere jaren: het meisje dat in mei wordt geboren is in een ander verhaal al veertien jaar oud.
    Door deze indeling blijft het lang onduidelijk waar De menselijke maat nu écht over gaat: alle verhalen lijken rond een kern te draaien, een jong overleden personage uit het dorp. Na de eerste verhalen ontstaan er vragen, maar het duurt lang voordat er een antwoord volgt en soms komt dat niet. 

    Romantische schrijfstijl

    Over het algemeen is De menselijke maat vlot en hypnotisch geschreven, zoals een droom. Camurri slaagt erin om zelfs snot een romantische lading te geven: ‘Anela moest niezen, ze vroeg of hij een zakdoekje had terwijl ze haar hoofd achterover hield en haar hand voor haar neus om te voorkomen dat hij het transparante slijm op haar lippen zag druipen. Valerio had geen zakdoekje, maar hij pakte haar hand vast en deed die weg, hij rekte zich uit en kuste haar slijm en haar bovenlip en zij bleef roerloos zitten, zei wat smerig, en Valerio had gezegd dat er helemaal niets van haar was dat hij smerig vond.’

    Camurri gebruikt geen aanhalingstekens, wél veel lange zinnen. Op sommige plaatsen in het boek zijn zulke lange zinnen betoverend en is de oorspronkelijke Italiaanse tekst voelbaar in de Nederlandse vertaling, maar op andere plaatsen hapert de grammatica: ‘[…] hij kijkt naar Anela, met in haar ogen een voldoening […].’ Hier staat dat hij, Valerio, naar Anela kijkt met in Anela’s ogen een voldoening, terwijl er bedoeld wordt dat Valerio degene is die de voldoening in haar ogen ziet. Zeker in de langere zinnen van Camurri kan dit ervoor zorgen dat de lezer de weg kwijtraakt.

    De kracht van eenvoud

    De schrijfstijl van Camurri komt het beste tot zijn recht wanneer hij korte, eenvoudige zinnen gebruikt. Eén van de mooiste zinnen uit De menselijke maat staat in ‘Sneeuw’: ‘Acht maanden geleden was ze opgehouden het ontbijt voor haar man klaar te maken, bijna acht maanden geleden nu, drie maanden nadat haar man was overleden.’ Deze zin heeft geen grootse woorden of immense lengte nodig, juist deze bondige directheid maakt hem krachtig en roept het beeld op van rouw.
    In datzelfde verhaal verzorgt Valerio een bejaarde man, de oorlogsheld Giuseppe, die niemand meer heeft. Hoewel een deel van het boek dromerig is geschreven, is de werkelijkheid hier rauw: je kunt de trap in het huis van de man niet oplopen zonder dat de spinnenwebben in je gezicht slaan, de handdoeken zijn stijf van het vuil en ‘Giuseppe laat zijn onderbroek zakken, berustend’ als Valerio hem helpt om in bad te gaan. 

    Eenvoud is ook het kernwoord bij de typering van de personages. Doordat er meerdere personages aan het woord komen, schuilt het gevaar dat hun stemmen te veel hetzelfde klinken. Camurri omzeilt dat. Ieder personage heeft een eigen stem en wordt zo levendig geschetst dat je tijdens het lezen van De menselijke maat bijna zelf een inwoner wordt van het dorp. Het Italiaanse eten is bijna te proeven, de espresso haast te ruiken en de roes door de alcohol bijna te voelen. 

    Een liefdeslied

    De menselijke maat is doordacht gecomponeerd en de taalvirtuositeit springt van de pagina’s. Het is knap dat het Italiaanse gevoel in de Nederlandse vertaling behouden blijft. Door de warme, bijna drukkende sfeer en de indrukwekkende portretten van personages die je voor even uitnodigen in hun leven weet Camurri veelgebruikte thema’s als liefde en dood opnieuw in te kleuren. Er is geen echt plot, het verhaal wordt gedragen door de personages. De liefde waarmee Camurri hen omschrijft, altijd zonder te oordelen, is voelbaar. Elf korte verhalen lang bestaat de wereld alleen uit Fabbrico, het dorp met slechts vier straten.