• In cartoons kan alles

    In cartoons kan alles

    ‘Snap je elke tekening tot nu toe?’ Dit vraagt Robert Schuit middenin zijn tekeningenbundel Er komt altijd een ei uit. Antwoordt de lezer met ‘ja’, dan moet hij alles opnieuw lezen. Luidt zijn antwoord ‘nee’, dan mag de lezer lekker verdergaan en heeft hij het blijkbaar begrepen: het gáát niet om snappen. Sterker nog, wie het snapt, snapt het juist helemaal niet. Absurdisme speelt vaker met onmogelijke interpretaties, waarmee het onder meer hoogdravende kunst en literatuur bekritiseert. Ook Schuit heeft kritiek op van alles en nog wat. Althans, als je zijn afbeeldingen denkt te begrijpen. Foei! Dus vooruit, ondergetekende volgt het gebod en heeft het boek inderdaad opnieuw gelezen.

    Het dilemma waarmee Schuit ons opzadelt (of je snapt mijn cartoons wel of je snapt ze niet), is een vals: sommige zijn hartstikke duidelijk, andere zijn totaal willekeurig en onpeilbaar. Daarmee houdt de cartoonverzameling het midden tussen vervreemdende illustraties en humoristische schetsen. Echt controversieel of ‘alles-of-niets’ wordt Er komt altijd een ei uit geen moment. Absurdisme verliest namelijk al snel zijn verrassingselement. Als alles kan, verbaast niets meer. Vooral wanneer de begrijpelijke cartoons tussendoor de ronkende belofte op een ‘naïef, onbevangen Universum’ niet inlossen. Met andere woorden: voor zover Schuit wel te volgen valt, deelt hij op zijn best buitenissige hersenspinsels en aardige grappen. Grappen die we bovendien al kennen van andere kunstenaars, tekstdragers en vervreemders. Leuk, maar voor buikpijn en lachsalvo’s is zwaarder geschut nodig.

    De cartoons die we snappen: leuk

    Er komt altijd een ei uit roept herinneringen op aan Gummbah, Kakhiel en Wim T. Schippers. Een groot glas pindakaas, je moet er maar op komen. Maar ook gezelschapsspellen inspireren Schuits pen en potlood. In het spel Cards against humanity moeten spelers een zin waar een lege plek staat, afmaken. Degene die de lege plek met de grappigste woordgroep invult, wint de ronde. Een absolute kanshebber bij dit spel zijn dode baby’s. Schuit tekent een zwart vlak en laat een onzichtbaar personage uitbrengen: ‘Doe maar even een lichtje aan. Het ligt hier bezaaid met babylijkjes. krak krak krak.’ Van kinderen moet de cartoonist überhaupt weinig hebben. ‘De ouders: Wij zijn dolblij met de geboorte van Milan. De buren: Wij niet.’ En waarom zou je Disney niet wat zwartgalliger maken? Overreden door een raceauto betreurt Donald Duck dat zijn handen en voeten bloedend naast zijn romp liggen. Hij zegt: ‘Naast het ravotten met de neefjes ga ik rukken denk ik het meest missen.’

    Nee, Schuit bedrijft bepaald geen kinderhumor. Maar is kindonvriendelijk – en dus grof – per se grappig? Soms wel. Grotendeels voelt Er komt altijd een ei uit als schieten met hagel. Gewoon zo gek en absurd mogelijk uit de hoek komen in de hoop bij iemand een lach te ontlokken. Hetgeen dan ook sporadisch lukt. Zo heeft Ieniemienie in een dronken bui de naam Paula op haar onderlip laten tatoeëren, stuurt Schuit in een officieel bericht de letter P op ‘zwangerschasverlof’ en maakt hij een ‘groesfoto’ van alle 25 overgebleven letters. Mannen met grote inhammen of een lelijke haargrens adviseert hij: ga heel dicht tegen anderen aanstaan, dan zien ze niet dat je kalend bent. Met de ‘WC-borstelsapdrinkers’ knipoogt Schuit naar Vincent van Gogh en zijn Aardappeleters. Waarom? Geen idee. En – waarschijnlijk – wederom de verkeerde vraag van een recensent die doodvermoeiend hermeneutisch te werk wil gaan. Schuit doet het gewoon. Waarna de lezer zijn schouders ophaalt.

    De cartoons die we niet snappen: die snappen we niet

    Bestond het woord ‘random’ nog niet, dan was het speciaal voor Schuits schetsen bedacht. De zee verdient geen medaille. Wat heeft zij ooit gepresteerd? En soep… is dat nou je vriend of je vijand? Handig trouwens, dat wolken, waterkranen, peren en duiven een berenpak kunnen aantrekken. Kijk bovendien uit met je natte boterham. Plak die nooit op je buik, maar altijd op je voorhoofd, zoals iedereen. ‘We leven van stoel naar stoel en ergens onderweg sterven we.’ Bindt Schuit hier nu de strijd aan met de oprukkende zitziekte? Het zou kunnen. Het zou ook niet kunnen. Naarmate de absurde tekeningen zich opstapelen, verliezen ze aan verrassingseffect. ‘Kleur de patat in alsof het friet is’, aldus een plaatje met witte patat. Schuit lijkt zich het meest te ergeren aan de veronderstelde tegenhanger van absurdisme: pretentie. ‘Op internet gevonden quotes als eigen wijsheid presenteren is als een dikmaakpak voor de ziel.’ Want dikdoenerij, daar houdt Schuit niet van. Toch?

    Eén valkuil van het absurdisme ligt echter voortdurend op de loer. Ook Er komt altijd een ei uit trapt erin. Wie zijn onbegrepenheid cultiveert en sublimeert, maakt zijn werk onbedoeld dweepzuchtig, navelstaarderig en richtingloos. Wie continu afgeeft op alledaagse kunst en literatuur, wekt de indruk hier geen feeling voor te hebben. Of, waarschijnlijker, er niet door te zijn erkend. De makkelijke remedie? Erop afgeven met ironische, absurdistische sneren die het publiek natuurlijk ab-so-luut niet serieus moet nemen. ‘De kunstenaar heeft aan de ene kant van de lijn een ei geplaatst en aan de andere kant de afwezigheid van iets. Een fascinerend werk.’ Dan zijn Schuits tragische tekeningen toch geslaagder, omdat ze het menselijk tekort vangen. Zo zegt een hondenbezitter tegen een ander: ‘Lijkt me echt niks om in de gevangenis te zitten. Dan maar geen mensen vermoorden, denk ik dan.’ Simpel, kort en veelzeggend, in plaats van complex, vaag en nietszeggend.

    Scharrel of legbatterij?

    Er komt altijd een ei uit, die titel verwoordt perfect de scheppingsdrang van Schuit. Linksom of rechtsom, hij moet en zal iets maken. Daarom maakt de bundel geen onderscheid tussen doordachte en ondoordachte tekeningen. Aangezien Robert Schuit te boek staat als een nihilistische en zelfs anarchistische schrijver, is dat volkomen logisch. Toch maken sommige tekeningen veel meer los dan andere. En het zijn niet de absurdistische die het meest blijven hangen. Absurdisme wordt nu eenmaal al heel gauw een onnodig ingewikkelde zoektocht naar waanzin, terwijl echte waanzin iemand gewoonweg overvalt. En dat maakt absurdisme dus per definitie gekunsteld. Onecht. Schuit excelleert in zijn eenvoudige tekeningen, met droge humor. De droogste grap speelt zich af, hoe kan het ook anders, op de oceaan. De laatste zonnestraaltjes verdwijnen nog net achter het opkomende water: ‘De stijgende zeespiegel had nu ook de zon te pakken.’

    Er komt altijd een ei uit. Het ene ei wordt een prachtig kuikentje, het andere eindigt in de pan met een klontje boter, reepjes bacon en een schijfje tomaat.

     

     

  • Oogst week 41 – 2022

    Wat zou Simone de Beauvoir doen? – Gids voor een authentiek leven

    Skye Cleary, filosoof, schrijver en spreker, heeft haar leven gewijd aan het populariseren van het werk van Simone de Beauvoir, een van de belangrijkste filosofen uit de twintigste eeuw en nog steeds populair. Uitgeverij Ten Have heeft nu Cleary’s eerste in het Nederlands vertaalde boek uitgegeven: Wat zou Simone de Beauvoir doen? – Gids voor een authentiek leven.

    Cleary roept op om in de geest van De Beauvoir authentiek te leven en schrijft: ‘De Franse existentiefilosoof Simone de Beauvoir zag authenticiteit als een fundamenteel aspect van de zin van het leven. Maar ze bedoelde er iets heel anders mee dan de bekende parade van gemeenplaatsen over trouw zijn aan een zuivere vorm van jezelf. (…) Voor De Beauvoir gaat “existentie vooraf aan essentie”, wat betekent dat ons bestaan (onze existentie) er eerst is en dat we de rest van ons leven bezig zijn met het vormgeven van wie we zijn (onze essentie). (…) In haar hele oeuvre (…) schetst ze de mogelijkheid van een authentiek leven waarin herkend wordt dat we altijd in relatie staan tot anderen.’

    De Beauvoir had ook moeite met het vinden van zichzelf en haar weg, net als veel mensen heden ten dage. Cleary maakt authenticiteit inzichtelijk met thema’s als romantiek, liefde en vriendschap, huwelijk en kinderen en de dood, en laat zien dat de lessen van De Beauvoir nog steeds geldig zijn.

    Wat zou Simone de Beauvoir doen? - Gids voor een authentiek leven
    Auteur: Skye C. Cleary
    Uitgeverij: Ten Have

    Flessenhart

    Flessenhart wordt door schrijver Robert Schuit van het boek als korteverhalenroman (kvr.) betiteld. Hij noemt het een nieuw literair genre dat hij uitvond toen hij onder de naam Joubert Pignon drie eerdere boeken schreef.

    In Flessenhart heet zijn grote liefde rosé, zonder hoofdletter, en zij wordt vergezeld door defaitisme en sigaret. De schrijver wil graag een beter mens worden en boven zijn verlangens en angsten uit komen. Uiteindelijk lijkt dat te lukken – hij beleeft een verrassend happy end – maar voor het zover is gaat Schuit gebukt onder verlangen naar liefde en vrouwen en verdriet om verloren liefdes. Bovendien beheerst de angst dat zijn zieke vader zal overlijden hem.

    Hij verlaat zijn lege huis, zwerft langs kringloopwinkels, door lege stations en door Brussel. Voor hij zijn nieuwe leven vindt, wordt hij zowel geholpen als tegengewerkt door oude vrienden, vrouwen, een dominee en zijn vader. Schuit beschrijft het allemaal absurdistisch en realistisch tegelijk.
    Robert Schuit is behalve schrijver ook tekenaar van cartoons.

    Flessenhart
    Auteur: Robert Schuit
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De omwenteling – of de eeuw van de vrouw

    Suzanna Jansen werd vooral bekend met haar bestseller Het pauperparadijs, handelend over haar familiegeschiedenis in Veenhuizen, waar eind negentiende eeuw een kolonie voor de opvang en heropvoeding van wezen, armen en landlopers gevestigd was en die later een penitentiaire inrichting werd. In De omwentelingof de eeuw van de vrouw vertelt Jansen verder over Betsy, haar moeder, geboren in 1922, het jaar waarin vrouwen bij wet nog steeds als handelingsonbekwaam werden beschouwd.

    Jansen vertelt via het perspectief van haar moeder, haar oudere zus en van zichzelf over de maatschappelijke ontwikkeling en de vrouwenemancipatie. Ook in de voorbije eeuw werden vrouwen nog geacht ondergeschikt en dienstbaar te zijn en genoegen te nemen met minder loon dan mannen ontvingen, al of niet voor hetzelfde werk. Blijven werken na het huwelijk werd voor vrouwen veelal onmogelijk en als ongewenst beschouwd.

    Het kostte vrouwen veel strijd en tijd zich daaraan te ontworstelen. Toch was ‘de omwenteling’ niet te stuiten. Honderd jaar na Betsy’s geboortejaar hebben vrouwen meer rechten en is hun wereld niet meer beperkt tot keuken en huiskamer. Jansen toont aan dat de omwenteling traag tot stand is gekomen en dat de huidige genderverhoudingen in de emancipatie hun wortels hebben.

     

    De omwenteling - of de eeuw van de vrouw
    Auteur: Suzanna Jansen
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Schrijversjas

    Schrijversjas

    Er wordt een schrijver vermist op facebook. Al heb je duizenden vrienden, het zijn vaak dezelfden die langs komen, soms met in hun kielzog een nieuw gezicht, door algoritmes bepaald. Het gebeurt ook dat iemand uit het zicht verdwijnt. Tot voor enkele weken kwamen de berichten van schrijver Joubert Pignon geregeld voorbij. Hij berichtte veel over dingen die er misgaan in zijn leven, dat hij behoefte heeft aan wijn of rosé. Een half jaar terug ontving hij een brief van zijn uitgever, of hij een deel van het overschot van zijn in 2017 verschenen verhalenbundel Mooie lieve schat wilde overnemen. De titel werd zogenaamd afgeroomd. Zo gaat dat met boeken. De uitgever had er zesenvijftig verkocht, zelf nam hij zevenenvijftig boeken af. Via facebook verkocht hij in een paar dagen tijd alle zevenenvijftig boeken.

    Ik ben in het bezit van exemplaar 19/57, met ballpoint op de eerste bladzijde genummerd, daaronder: ‘Voor inge / Van jouBert’, precies zo staat het er. De titel, Mooie lieve schat lijkt misplaatst voor wat erin staat. Impressies van dagelijkse dingen, onwerkelijk vaak, maar zo is het leven. Soms onsmakelijke verhaaltjes over poep en pies, er wordt veel gedronken, drie flessen wijn op een avond is een begrip. Ik begrijp nu opeens niet meer, nu ik dit opschrijf, waarom ik ze zo graag lees. Het is iets met hoe hij de woorden rangschikt, wat hij erin stopt aan dagelijks leed. Wat hij schrijft gaat erin als koek, zelfs als ze over menselijke uitwerpselen en stinkende kattenbakken gaan. Een talentvol schrijver. Al wist zijn uitgever na jaren nog steeds niet wie hij was: schrijver Joubert Pignon, verhaaltjes schrijver, genomineerd voor de Biesheuvelprijs 2019.

    Toen viel ergens het besluit de schrijversnaam los te koppelen van de werkelijke naam, alsof je een jas uittrekt. Ik weet niet wanneer dit gebeurd is. Als ik nu googel op Joubert Pignon, komt de naam Robert Schuit naar boven. Achteraf gezien waren er voortekenen. Achteraf is alles eenvoudig. In maart postte hij op zijn tijdlijn dat hij iets gaat drinken met een uitgever die zijn schrijfstijl fileert. Het roer moet om. Drie jaar zal de uitgever hem bewerken tot ‘ik daarna misschien eindelijk eens iets goeds schrijf.’
    Enkele maanden daarvoor beschrijft hij een kerstborrel bij zijn uitgeverij. Iemand heeft zijn jas geleend, om buiten te roken. Dan wil hij naar huis. ‘Ik wil haar niet storen en loop de uitgeverij uit, de metro in, onder de grond, ooit kom ik, als het goed is, weer boven, op zoek naar een nieuwe jas.’ Het lijkt een verzinsel, een gekkigheidje. Ondertussen zoek ik nog dagelijks onversaagd door naar een spoor van Joubert Pignon.

     

    Mooie lieve schat / Joubert Pignon / Atlas Contact (2017)


    Inge Meijer is een pseudoniem, ze reist met het OV, leest dagelijks en schrijft over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.