• Verhalen van Oegandese kindsoldaten

    Verhalen van Oegandese kindsoldaten

    Eén van de vertellers in de roman Wij, aanmaakhout is Miriam. Ze ontmoet in een Oegandees opvangcentrum vrouwen die ooit zijn ontvoerd door het Lord’s Resistance Army (LRA) van Joseph Kony (tegen hem loopt al sinds 2005 een arrestatiebevel), en weer een normaal leven proberen op te bouwen. Eén van die vrouwen is Maggie die haar vertelt dat er bezoek is geweest van een Canadese academica: ‘De vrouw was niet geïnteresseerd in de meest plastische getuigenissen, maar ze wilde weten wat er was gebeurd, waar en wanneer. Wie deed wat? Wie nam beslissingen? Hoe waren de structuren van het Verzetsleger van de Heer? Hoe functioneerde het? Maggie pijnigde haar hersenen om zich haar eigen verhaal te herinneren. De vrouwen vroegen elkaar wat ze zich herinnerden en bespraken onderling de impact die die gebeurtenissen en die tijd nog steeds op hun leven had’.

    Na het vertrek van de academica bleven de vrouwen hun verhalen vertellen en vastleggen. De naam van de academica wordt in de roman niet genoemd, maar uit het dankwoord van de schrijfster, Otoniya J. Okot Bitek, blijkt dat het gaat om de Canadese onderzoekster Erin Baines. Zij is hoofddocent aan de Universiteit van British Columbia en gespecialiseerd in gedwongen ontheemding en gewapende conflicten. Ze is tevens medeoprichtster van het Justice and Reconciliation Project (JRP) in Gulu in het noorden van Oeganda. Okot Bitek, geboren in Kenia maar in Oeganda opgegroeid, ontmoette Baines in 2005 tijdens de zogenaamde GuluWalk. Die was georganiseerd door Amnesty International om aandacht te vragen voor de Oegandezen die slachtoffer waren van de op dat moment al negentien jaar durende oorlog tussen de regering en de LRA.

    Overleveringen

    Okot Bitek is dichteres. Met Wij, aanmaakhout schreef ze haar eerste roman. Die is gebaseerd op de vele verhalen (‘ododo’) van uit het LRA gevluchte vrouwelijke kindsoldaten zoals de al genoemde Miriam en Maggie. Ze heeft al die geschiedenissen op een indrukwekkende en poëtische manier vormgegeven om daarmee recht te doen aan wat ododo voor het Acholivolk, waartoe de meeste vrouwen behoren, óók zijn: lessen voor de toekomst in hun verteltraditie die aansluit bij vaak al generaties lang vertelde verhalen. Okot Bitek laat die overleveringen daarom voorafgaan aan haar eigen weergave van wat de vrouwen vertelden over hun ontvoering door de LRA, die hen had gekidnapt op scholen of in hun dorpen. Die overleveringen gaan bijvoorbeeld over een aap die de Katvis die hem op wil eten te slim af is, iets soortgelijks over de Rattenvanger van Kitgum en over een verslindende Reus die achter een haas aan zit.

    De schrijfster gebruikt niet de namen van de meisjes die gedwongen werden als kindsoldaat te vechten. Bovendien heeft zij de herinneringen niet één op één naverteld maar het materiaal gebruikt om er haar eigen weefsel van te maken.

    Haanvrouw

    De fictieve vrouwen door wier ogen wordt teruggekeken op hoe de jonge tieners van school of uit hun dorp werden ontvoerd, in het LRA werden misbruikt en wisten te ontsnappen, zijn Miriam, Helen, Maggie, Josephine, Susannah en Lucy. De schrijfster geeft elk van hen haar eigen verteltrant. Maar enkele stijlfiguren van Okot Bitek zelf keren veelvuldig terug. Ze kiest bijvoorbeeld voor opsommingen die het effect hebben dat wat de meisjes overkwam bij de lezer extra binnenkomt: de voortdurende herhaling van vernederingen, aanrandingen en ontberingen. Zo bestaat het hoofdstuk ‘Gemurmel’ louter uit korte zinnen waarin de meisjes voor elkaar een naam bedachten en tegelijk de ware namen probeerden te verhullen.

    Vaak gebruikt de schrijfster zinnen repetitief. Zo beginnen liefst zeven achtereenvolgende teksten over Susannah met dezelfde zin in nauwelijks verschillende variaties: ‘Er was eens een haanvrouw. Ze werd Twon-ne genoemd’. Na de zevende keer heeft de lezer een schrijnend beeld van haar belevenissen, van opvoeding tot en met de terugkeer in haar dorp.

    De buik van de reus

    Want laat duidelijk zijn dat de meisjes – inmiddels begin twintigers – niet altijd met begrip ontvangen werden in hun oorspronkelijke gemeenschap. Veel van hen hadden uit verkrachtingen geboren kinderen bij zich. Zoals Miriam vertelt: ‘Ik houd Helen voor dat ze niet moet leven alsof iedereen weet wat ons is overkomen. En zelfs als ze het denken te weten, weten ze er niets van. Ze weten alleen wat hun verteld is. Ze weten alleen wat ze zich denken voor te kunnen stellen. Ze kunnen onmogelijk weten wat er is gebeurd. Wij zijn het die de buik van de reus [verwijzing naar de legende van de Reus en de Haas] kennen’.

    De titel van de roman, Wij, aanmaakhout, komt uit het relaas van Maggie. Zij vertelt hoe ze van haar oma leerde koken: hoe je brandhout moest sprokkelen: welk hout geschikt was om lang te branden en wat alleen als aanmaakhout was te gebruiken. Dat waren de meisjes in het LRA: aanmaakhout, ‘gebruikt om het vuur op gang te krijgen’.

     

     

  • Oogst week 29 – 2025

    Een handvol leven

    Als de eigenaar van een spijkerfabriek en een landhuis overlijdt door een auto-ongeluk willen zijn zoon Toni en echtgenote Käthe in Een handvol leven van Marlen Haushofer het huis verkopen. Op bepaald moment verschijnt Mrs. Betty Russell, een blonde, onpeilbare vrouw op leeftijd met zonnebril die het huis meteen koopt. Zij heeft er vroeger gewoond, maar weigerde de rol van echtgenote en moeder te aanvaarden. Om aan haar sociale leven te ontsnappen zette ze haar dood in scène en verliet man en zoon. Toni, nu tweeëntwintig en Käthe, behalve tweede echtgenote ook vroegere vriendin van Elisabeth, herkennen haar niet.

    Elisabeth overnacht in het huis en bekijkt oude, beschreven prentbriefkaarten. Ze brengen herinneringen aan haar tweestrijd over de hang naar vrijheid en onafhankelijkheid tegenover de geborgenheid van haar huwelijk terug. Haushofer vertelt het in een licht ironische stijl, zonder daarmee de zwaarte van Elisabeths keuze te ondermijnen.

    Marlen Haushofer (1920-1970) was een Oostenrijkse schrijfster wier werk in 2009 werd herontdekt. Haar belangrijkste boek is De wand. Vertaalster Anne Folkertsma op de website van Athenaeum|Scheltema: ‘Net als in haar andere werk ontleedt Haushofer in haar debuut messcherp een kinder- en vrouwenleven. Ze duikt diep in de volstrekt eigen ervaringswereld van Lieschen, vertelt dan hoe de gevoelige Elisabeth op de kloosterschool in een maatschappelijk keurslijf wordt gedwongen, en ze als jongvolwassene steeds meer van zichzelf vervreemd raakt. Tot Elisabeth (…) opeens man en kind verlaat, (…) en onder de nieuwe naam Betty voor zichzelf kiest. Haar naasten wanen haar dood, haar lichaam wordt nooit gevonden, (…).’

     

    Een handvol leven
    Auteur: Marlen Haushofer
    Uitgeverij: Orlando

    Liefde in het licht van de Einsteintelescoop

    In de roman Liefde in het licht van de Einsteintelescoop maakt genoemde telescoop kans in Limburg gebouwd te worden, net als in werkelijkheid. Het apparaat is geen optische telescoop maar een detector van zwaartekrachtgolven die de oorsprong van het universum zou kunnen openbaren. De Euregio Maas-Rijn met zijn stabiele bodem maakt een goede kans de bouwplaats te worden van het ondergronds observatorium, 200 tot 300 meter onder grond, in een driehoekvormige configuratie met tunnels van elk 10 km lang. Grote concurrent is het Italiaanse Sardinië.

    Filosoof, adviseur en schrijver Govert Derix vroeg zich af wat er zou gebeuren als hij van dit gegeven een liefdesroman zou maken. Een van de hoofdpersonen in de roman is Wiek Starmans, de nieuwe ghostwriter van de Limburgse gouverneur Donkers. Hij gaat samenwerken met Gemma, hoofd communicatie in het provinciehuis. Ze krijgen te maken met Diotima Jammer, leider van de Italiaanse concurrentie. Derix plaatst hen in een psychologisch decor van politiek, bestuur, innovatietechnologie en economie. Het getal drie heeft eveneens een rol: drie delen, de drie tunnels van de telescoop, een driehoeksverhouding.

    Voor een nieuw boek dacht Derix aan een jongetje dat zich afvraagt wat een verhaal eigenlijk is. Derix op Youtube: ‘De Einsteintelescoop gaat over waar dat jongetje naar op zoek is, namelijk het geheim van alle verhalen.’ De gebruikelijke weg van de wiskunde zal veel kennis opleveren. Maar er is nog iets heel anders. ‘Einstein had daar oog voor,’ zegt Derix. ‘Wetenschap gaat niet over goed of kwaad, verbeelding wel. Zou de Einsteintelescoop misschien te maken kunnen hebben met ethische kwaliteiten?’

    Liefde in het licht van de Einsteintelescoop
    Auteur: Govert Derix
    Uitgeverij: Magonia

    Wij, aanmaakhout

    Kracht, moed en onderlinge trouw worden door Otoniya J. Okot Bitek (1966) oftewel Juliane Okot Bitek, in de roman Wij, aanmaakhout op de voorgrond geplaatst. In Oeganda was van 1987 tot 2007 het Verzetsleger van de Heer actief. Deze rebellengroep wilde een staat stichten met de Tien Geboden uit de Bijbel als leidraad. Leider Joseph Kony liet kinderen, jongens en meisjes, ontvoeren om in zijn leger te dienen. Zij werden gebruikt als kindsoldaat of seksslavin. Ongeveer 20.000 kinderen ondergingen dit lot.

    In de roman worden Miriam, Helen en Maggie, drie vrouwen van dan eind twintig, opgeleid tot kindsoldaat. Hun ervaringen beschadigden hen psychisch en fysiek. Maar Okot Bitek wil niet de sensationele wreedheid en tragiek benadrukken, maar juist ontroeren met compassie en menselijkheid. Te lezen valt hoe de ontvoeringen plaatsvonden en wat het levensritme voor de oorlog was, met levendige volksverhalen, waardoor heden en verleden worden verweven. De gevaarlijke reis naar huis wordt eveneens belicht.

    Wij, aanmaakhout is het romandebuut van de Canadees-Oegandese schrijfster. Ze schrijft ook poëzie, essays en andere non-fictie en doceert Black Creativity aan Queen’s University in Canada. Ze is als kind van Oegandese vluchtelingen geboren in Kenia en groeide op in Oeganda. Haar vader was een Oegandese dichter, beide ouders moedigden haar aan om te schrijven. Haar eerste gedichten werden gepubliceerd toen Okot Bitek elf jaar was. Ze schreef onder meer de gedichtenbundel 100 days, over de genocide in Rwanda.

     

    Wij, aanmaakhout
    Auteur: Otoniya J. Okot Bitek
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 5 – 2024

    Lichtspel

    De Duitse schrijver Daniel Kehlmann  (1975) heeft zijn grootste bekendheid te danken aan zijn virtuoze verweving van de levens van de veelzijdige avonturier en natuuronderzoeker Alexander von Humboldt en de wiskundige Carl Gauss in Het meten van de wereld uit 2005 (in Nederland in 2007 verschenen). Voor zijn nieuwe boek Lichtspel dook hij opnieuw in de (Duitse) geschiedenis. Ditmaal het leven van Georg Wilhelm Pabst (1885-1967), één van de grootste filmregisseurs van zijn tijd, bekend van films als Die Büchse der Pandora en Westfront 1918. Hij gaat begin jaren ’30 van de vorige eeuw in de VS werken omdat hij het niet eens was met de nazi’s. Als blijkt dat ze in Amerika niet op zijn films zaten te wachten keert hij teleurgesteld terug, onder andere vanwege zijn ernstig zieke moeder. Dan krijgt hij te maken met Goebbels die hem als filmer wil inzetten voor de nazi-propaganda.
    Als motto gebruikt Kehlmann een citaat uit Unter Schwarzen Sternen uit 1966 van Heimito von Doderer die in de Tweede Wereldoorlog lid was van de NSDAP: ‘Hoe deden we dat trouwens toen, ’s ochtends opstaan, telkens en telkens weer? Omhooggetild en voortdrijvend op een brede golf onzin, hoewel we het toch wisten en zagen, en dat maakt het des te erger! Maar op het laatst was het alleen dit weten waardoor we het overleefden, terwijl anderen, die veel beter waren dan wij, werden verzwolgen’.

    Lichtspel
    Auteur: Daniel Kehlmann
    Uitgeverij: Querido

    Alles wat ze dragen kon

    Het begon allemaal met een tas die Tiya Miles, hoogleraar geschiedenis op Harvard, zag nadat die op een vlooienmarkt was gevonden. Vanwege haar speciale interesse in Afro-Amerikaanse vrouwengeschiedenis bezocht ze veel musea over de slavernij, maar iets aangrijpends als deze tas had ze niet eerder gezien. Haar boek erover verscheen in 2021 en is nu vertaald in het Nederlands onder de titel: Alles wat ze dragen kon. De reis van Ashleys tas, het aandenken van een Zwarte familie (niet alleen in deze ondertitel maar in de hele wordt Zwart met een hoofdletter geschreven; wit begint steeds met een kleine letter). De tas was ooit van een zekere Ruth Middleton geweest. Ze had er de volgende tekst op geborduurd (zonder interpunctie): ‘Mijn overgrootmoeder Rose moeder van Ashley gaf haar deze zak toen ze op 9-jarige leeftijd in South Carolina werd verkocht er zat een afgedragen jurk in 3 handenvol pecannoten een vlecht van Roses haar  Vertelde haar dat hij gevuld zou zijn met mijn Liefde altijd ze heeft haar nooit meer teruggezien Ashley is mijn grootmoeder Ruth Middleton 1921’. De tekst zette Miles op het spoor van drie vrouwenlevens die verbonden zijn met de tas.

    Alles wat ze dragen kon
    Auteur: Tiya Miles
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    Dezelfde maan

    Het is een populaire opvatting in zelfhulpboeken dat je altijd een keuze hebt. Maar is dat zo? Hoe ruim zijn die keuzes? Wat sluiten we aan mogelijkheden uit als we één weg kiezen? En op grond van welke keuzes zijn we aanbeland waar we nu zijn? Dorien Dijkhuis stelt deze vragen in haar boek Dezelfde maan, een mengsel van beschouwingen, gedichten  en essays. Het hoofdpersonage trekt zich terug op een eiland om omringd door de zee te overdenken wat haar tot dit punt in haar leven heeft gebracht: ‘Ik ben hier om te schrijven. En om ruwe dingen te onderzoeken. Oesterbanken. Zeepokken op rompen van schepen. Om de scherpte van een vers verdriet te laten slijten. Het te polijsten aan hun grillige kartels en randen.

    Het eiland is altijd mijn toevluchtsoord geweest. Als kind ging ik er op vakantie met mijn ouders. Als volwassene vond ik er sterrenhemels, stilte, inspiratie en troost. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat het eiland me heeft leren schrijven. Mijn eerste verhaal – ik zal tien geweest zijn, hooguit elf – ging erover. Over een strandjutter die een schat vond die hij opnieuw begroef en nooit meer terugvond. Ook mijn eerste gedicht schreef ik hier.

    Hoe vaak zijn we samen op het eiland geweest? Tien keer? Vijftien keer? Nu ben ik hier alleen, in een huisje in de duinen, in het uiterst bewoonbare oosten. Oostelijker gaat niet. Daar val je van de wereld af’

    Dorien Dijkhuis (1978) debuteerde in 2019 met Waren we dieren. Ze publiceerde verhalen en gedichten in verschillende literaire tijdschriften.

    Dezelfde maan
    Auteur: Dorien Dijkhuis
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Literair meesterwerk

    Literair meesterwerk

    De novelle Het graf van de wever van Seumas O’Kelly werd in 1919, een jaar na de dood van de Ierse veelschrijver en journalist, gepubliceerd. O’Kelly wordt wel vergeleken met Samuel Beckett en Flan O’Brien, auteurs die eveneens excentriciteit en ironie hanteerden. In dit geval gaat het om ‘liefde tussen de grafstenen’, woorden van James Joyce die dit vaker voorkomende thema in de Ierse literatuur ook fascinerend vond en na het lezen van The weavers grave een scène in Ulysses invoegde. Het is de basis van dit verhaal dat ‘zwaar is van de dood, van een zich-niet-bewust-zijn, van het oude, het verleden en de aarde, en eindigt met het leven, de liefde, met verwondering jeugd en toekomst.’ Aldus Anne Francis Cavanaugh in het nawoord. Het verhaal oogt simpel, maar is heel gelaagd, zoals haar verhelderende nawoord de lezer helpt om de diepgang nog beter te begrijpen.

    De oude wever Mortimer Hehir is dood en moet begraven worden. Zijn weduwe – de vierde echtgenote al – twee oude mannen, en twee jonge grafdelvers gaan op de dodenakker Cloon na Morav, waar alleen oude families en clans begraven mogen worden, op zoek naar het familiegraf van de wever. Vanuit een alwetend perspectief wordt per hoofdstukje subtiel ingezoomd op steeds een ander personage. Allereerst de begraafplaats, vervolgens de twee oude mannen, die beiden denken te weten waar het graf ligt, en uiteindelijk ook de weduwe.

    Bekvechten

    Spijkerslager Meehaul Lynskey (‘hield van de kleur van de strogeel glanzende punt van een staafje gloeiend ijzer; en wist er een perfecte spijker uit te slaan met een paar rake slagen van een platte hamer’.) beschikt samen met steenbikker Cahir Bowes (‘zijn hoofd tussen zijn schouders gedoken, zijn ogen oplettend en grijs, glinsterend als de bergen stenen die hij in zijn tijd had gebikt voor de wegenbouw’) over kennis van Cloon na Morav. De twee bekvechten erop los, terwijl de weduwe hun geruzie witjes en bedroefd aanhoort en de twee identieke grafdelvers (want een tweeling) ongeduldig afwachten tot ze aan het werk kunnen. De spijkerslager en de steenbikker laten twee verkeerde graven openen, wat de komische tragedie, maar ook de menselijkheid van de beide oude mannen weergeeft. ‘Cahir Bowes, die de verrichtingen nauwlettend gadesloeg, zei: “Ik zat er bijna naast.” Meehaul Lynskey snoof. Hij vroeg: “Waar zat je naast?” “Het graf van de Wever.” “Vergeet niet: de laatste Wever ligt zeven voet diep. En vergeet niet: Alick Finlay ligt minder diep dan Julia Rafferty.” Hij had het nog niet gezegd of er gebeurde iets verschrikkelijks. Plotseling werd het zachte spitten in de aarde onderbroken door het geluid van een spade die hard in aanraking kwam met metaal.”‘ Waarmee Meehaul Lynskey het bij het rechte eind had: ze groeven op de verkeerde plek en er werd een graf onterecht geopend. Natuurlijk vond Cahir Bowes het moeilijk om zijn ongelijk te erkennen. ‘Hij keek naar de grond, zijn blik ging zoekend rond en tergend langzaam hervatte hij het weven van zijn web.’ Hij probeerde weg te komen met zijn fout. En het snoeven en tarten gaat weer vrolijk verder.

    Droom wordt werkelijkheid

    Ten einde raad gaat de weduwe naar een derde oude man, de kuiper Malachi Roohan. Hij zal toch wel weten waar het familiegraf van de wever ligt?
    Mijmerend over haar overleden man loopt ze naar Roohans huis. De kuiper ligt in bed en lijkt op sterven na dood, hij trekt zich aan een koord omhoog. ‘De weduwe zag een merkwaardig gezicht, niet in het minst bleek of gerimpeld, maar blozend met een mahoniekleurig kaal hoofd, […] De weduwe knipperde met haar ogen. Ja, daar was de schim van een man die zich aan een koord omhoogtrok uit de dood. Een omkering van de gebruikelijke gang van zaken. Met dat stuk koord hing de kuiper aan het leven.’

    Net als de steenbikker en de spijkerslager is ook de kuiper verward en ziet hij de weduwe aan voor een eerdere vrouw van de wever. Toch brengt hij haar de juiste boodschap door te beweren dat het leven een droom is, want als je je ogen opendoet, ziet de wereld er anders, misschien wel mooier, uit. Terug op de begraafplaats ziet de weduwe de wereld inderdaad anders, ze merkt nu de natuur op en neemt een verschil tussen de identieke grafdelvers waar. De ene heeft een meer empathische blik in de ogen en onder die blik voelt ze zich jonger. De gevoelens zijn wederzijds, ook de jonge grafdelver ziet de weduwe meer dan bewust staan. Als de steenbikker zich plots de juiste plek van het graf van de wever herinnert, nemen de grafdelvers hun spades en gaan graven. ‘Op vijf voet keek de ene grafdelver in het graf en vervolgens naar de weduwe en zei: “Bent u tevreden?” Even was het stil en toen ze sprak, klonk de stem van de weduwe zacht, maar helder, als die van een jong meisje. Ze zei: “Ik ben tevreden.”’ Waarmee het verhaal is beëindigd en een nieuw begin van liefde is ingeluid tussen de weduwe en de jonge grafdelver.

    Ierse symboliek

    Het graf van de wever is gebaseerd op een feitelijk voorval en door O’Kelly omgewerkt tot een stilistisch samengebalde novelle. Poëtisch en met de subtiele ironie, beeldrijke taal en bijzondere details behoort het tot de beste Ierse verhalen met haar sterke symboliek, zoals Malachi Roohan met zijn koord, wat een zinnebeeld is voor zijn band met de wereld. Evenals de zoektocht naar een graf die een zoektocht naar het leven is; of de doodse trance van de weduwe die verandert naar ontluikende liefde. We gaan van dood naar leven, van droom naar werkelijkheid, bewegingen die sturing geven aan de complexe structuur en het verhaal die extra boeiende lading geven. Het is overigens nu pas, ruim honderd jaar later, dat dit verhaal in uitstekend Nederlands is vertaald door Robert Dorsman. En daarmee is het de zoveelste glanzende ‘motregendruppel’ in het fonds van Zirimiri Press.

     

     

  • Oogst week 21 – 2023

    Japanse mythen – Goden, helden en geesten

    Mythen horen bij Japan als vissen in het water. Iedereen in Japan kent ze, ze worden verteld in families, er worden toneelstukken over gemaakt, ze komen terug in boeken en films. Mythen leven in de geest van iedere Japanner. De mythologie is afkomstig uit het Shintoïsme (de oorspronkelijke Japanse natuurreligie), uit het Boeddhisme en uit middeleeuwse verhalen over wraakzuchtige geesten. In het Shintoïsme heeft elk natuurlijk element – een boom, dier, vulkaan, mens – een ziel. Veel verhalen zijn gerelateerd aan de extreem afwisselende topografie van Japan. De mythen worden bevolkt door goden en godinnen, geesten, helden en pratende dieren.

    Buiten Japan zijn de Japanse mythen minder bekend. Japanoloog Joshua Frydman van de Universiteit van Oklahoma heeft in Japanse mythen – Goden, helden en geesten vele oude verhalen opnieuw verteld. Ze gaan over de schepping van het land, de reïncarnatie van oude godheden in helden en zielen. Naast het vertellen van de mythen plaatst Frydman ze in de cultuur, de religie en de geschiedenis en volgt ze tot aan de manga-industrie en hedendaagse videogames. De westerse lezer zal door het lezen van dit rijk geïllustreerde boek beter begrijpen hoe in Japan verleden en heden diep ineengrijpen.

     

    Japanse mythen - Goden, helden en geesten
    Auteur: Joshua Frydman
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum 2023

    Dansen als de meeuwen

    Bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt werd bekend met zijn boek Darwins hofvijver (1994), gebaseerd op zijn proefschrift (1989) over de studie van cichliden in het Victoriameer. Hij beschrijft daarin de verstrekkende gevolgen van een vreemde soort in een ecosysteem en verweeft de wetenschappelijke feiten met persoonlijke gedachten en observaties. Het boek vond meteen een groot publiek en werd vertaald in onder meer het Engels, Italiaans, Duits, Frans, Chinees en Japans.

    In 1993 verliet Goldschmidt de wetenschap om zich geheel aan het schrijven te wijden. In essays kon hij zijn persoonlijke inzichten en wederwaardigheden beter kwijt. Dansen als de meeuwen bevat een ruime keuze uit zijn boeiende essays en brieven en is aangevuld met nieuw werk. 64 pagina’s met kleurenillustraties hebben ieder een eigen verhaal.

    Goldschmidts onderwerpkeuze is zeer divers. Hij schrijft net zo gemakkelijk over mensen als Gerard Reve, Dick Hillenius en Papoea’s als over muziek, antropologie, diergedrag en beeldende kunst. En niet te vergeten de evolutie, zijn vakgebied. Alles in bedachtzaam en soms ironisch geformuleerde zinnen die de lezer in Goldschmidts veelzijdige manier van kijken en denken meenemen.
    Op 25 mei wordt hem de P.C. Hooftprijs 2023 uitgereikt. Uit het juryrapport: ‘Als essayist is hij een verteller die weet dat de inhoud en vorm hand in hand gaan en hij is een meester in het verschuiven van accenten, het leggen van onverwachte relaties en het opkloppen van sleetse verbanden.’

     

    Dansen als de meeuwen
    Auteur: Tijs Goldschmidt
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot, Uitgeverij Atheneaum – Polak en Van Gennep 2023

    Het graf van de wever

    Toen Seumas O’Kelly (1880-1918) al was overleden verscheen in 1919 in Ierland het boek Het graf van de wever van deze schrijver en journalist die tegelijk met James Joyce aan het University College in Dublin studeerde. Hij was hoofdredacteur van Nationality, de krant van Sinn Féin. Toen daar een groep Britse soldaten binnenviel, kreeg O’Kelly een hersenbloeding waaraan hij bezweek. Hij was behoorlijk productief en had al twee romans, talloze verhalen en toneelstukken geschreven. Het poëtische, tragikomische Het graf van de wever, vol zwarte humor, werd in Ierland een geliefde klassieker.

    Twee bejaarde mannen, de spijkerslager Meehaul Lynskey en de steenbikker Cahir Bowes, gaan op de oude begraafplaats Cloon na Moray op zoek naar het graf van de clan van Mortimer Hehir, de wever die pas is overleden. Op de begraafplaats mogen alleen oudere families en leden van clans begraven worden en Hehir behoorde tot zo’n clan. Het graf is echter niet te vinden. De zerken zijn vervallen, donkergroen van het mos en half afgebroken. De hele begraafplaats is een doolhof. Vergezeld van twee jonge grafdelvers en de weduwe van de wever beginnen de oude mannen aan hun opdracht. Er volgen nogal wat mislukkingen, plus een hoop gekrakeel over de geschiedenis van Cloon na Moray en zijn bewoners. Wie weet daar het meeste van?

     

    Het graf van de wever
    Auteur: Seumas O'Kelly
    Uitgeverij: Uitgeverij Zirimiri Press 2023
  • Oogst week 6 – 2020

    Buiten beeld

    De Nederlandse fotograaf Alex Laagland ziet tijdens een demonstratie in Caracas een jongen struikelen die kort daarop, net als hij zijn camera op hem heeft gericht, wordt neergeschoten: ‘Achter elkaar drukt Alex af, de demonstrant die zijn vuist in de lucht steekt en recht in de lens kijkt, het schot dat uit de loop vlamt. En dan de foto: het moment net nadat de kogel hem in zijn linkerschouder heeft geraakt en zijn mond openstaat in een schreeuw’ – de foto wint de Zilveren Camera. Met die scene begint Buiten beeld, de debuutroman van journalist Jurriaan van Eerten. Op de cover staat een afbeelding die geïnspireerd is op de beroemde foto De gier (Starving child and Vulture) waarmee de Zuid-Afrikaan Kevin Carter in 1994 de Pullitzerprijs won. Daarop zagen we hoe een gier wacht op de dood van een hongerend kind in Soedan. Het leverde Carter kritiek op. Was hij niet zelf een soort gier? Dat brengt Van Eerten in deze roman tot vragen over ethische dilemma’s van een journalist

    Buiten beeld
    Auteur: Jurriaan van Eerten
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Broze aarde

    Broze aarde is een nieuwe bundel gedichten van Antjie Krog. Thema is de kwetsbaarheid van onze planeet. Krog heeft in deze tweetalige verzameling (Zuid-Afrikaans en Nederlands) de opbouw gekozen van een hoogmis, een mis voor het Universum. In de gebruikelijke gezangen is niet God maar de ‘Brose Aarde’ de aangesprokene. Dat leidt tot bijvoorbeeld de volgende regels in haar versie van het Onze Vader:
    U gee ons elke dag
    ons daaglikse lig, getemperde water, fotosintese en brood
    maar ons besoedeling kan u nie vergeef nie,
    ook nie ons mishandeling en vernietiging van mekaar nie;
    lei ons in die versoeking om u bo alles lief te hê
    u te verlos van alle etterende ontering.
    Een indrukwekkende uitvoering van de mis door Krog met koor en orkest tijdens Poetry International 2019 is hier te zien.

    Broze aarde
    Auteur: Antjie Krog
    Uitgeverij: Podium

    Een ongeneeslijk heimwee

    Willem Brakman (1922 – 2008) heeft vijfenvijftig boeken op zijn naam staan en won in 1980 de PC Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn werk wordt nog steeds heruitgegeven en toch stond hij nooit hoog in beststellerlijsten. Zijn schrijftrant was niet geschikt voor lezers die een lineair verhaal willen. Nico Keuning schreef nu een biografie over hem, getiteld Een ongeneeslijk heimwee. Leven en werk van Willem Brakman. ‘Wim was een introverte, gevoelige jongen’, zegt Keuning in een recent interview: ‘Wellicht zou hij nu aangemerkt worden als hoogbegaafd. Hij keek op een indringende manier naar voorwerpen, kende elke winkel, iedere etalage en elk object. Een argeloos kind met veel fantasie, levend in zijn eigen wereld (…) Brakman schreef voor de ideale lezer. Dat hij daarmee geen groot publiek bereikte, heeft wel enigszins bitter gestemd, maar het weerhield hem er niet van om door te gaan op de ingeslagen weg. Hij kon niet anders. In een halve eeuw heeft hij een volstrekt uniek oeuvre bij elkaar geschreven. Een wereld op zichzelf. Daar heb ik enorme bewondering voor’.

    Een ongeneeslijk heimwee
    Auteur: Nico Keuning
    Uitgeverij: Querido
  • Een domweg noodzakelijk verhaal

    Een domweg noodzakelijk verhaal

    Een verhaal dat verteld moest worden: ‘Het levensverhaal van Cudjo Lewis, door hemzelf verteld’. De Amerikaanse antropologe Zora Hurston heeft deze taak op zich genomen in Barracoon. Vanaf 1927 tot 1931 boekstaaft zij het verhaal van Cudjo Lewis, de laatst bekende tot slaaf gemaakte overlevende van de trans-Atlantische slavenhandel. Zij doet dit in een serie gesprekken met Cudjo, gespreid gevoerd over drie maanden. Om een vertrouwensband met hem op te bouwen zoekt zij hem regelmatig op in zijn bescheiden houten huisje. Soms is zij welkom, soms ook niet. Gezeten in de deuropening van zijn huisje, een perzik of een stuk watermeloen in hun hand, praten zij over koetjes en kalfjes, maar dan ineens begint Cudjo te vertellen over vroeger. Hij blijkt een meesterlijk verteller met een fabelachtig geheugen.
    Hurston hecht eraan zijn verhaal weer te geven in zijn eigen dialect. Dat maakt het authentiek. Als uitgeverij Viking in 1931 bereid is het verhaal in bewerkte vorm uit te geven en niet in dialect, weigert Hurston dit. Pas in 2017 verschijnt het boek alsnog in dialect, en wordt het herkend als uniek historisch document. Het is een van de zeldzame ooggetuigenverslagen van tot slaaf gemaakte mensen over zowel het dorpsleven in Afrika, de slavenjachten door inheemse heersers, de trans-Atlantische overtocht en de cultuurshock op de plantages in Amerika.

    Oluale Kossola heet voortaan Cudjo Lewis

    Oluale Kossola, zoals zijn Afrikaanse naam luidt, wordt in 1859 tijdens een oorlog door soldaten van Dahomey gevangen genomen en tot slaaf gemaakt. Daarmee komt er een bruut einde aan zijn leven in het dorp van zijn voorvaderen. De gewelddadigheden die daarmee gepaard gaan worden in geuren en kleuren verteld.

    Slavernij was een vanouds bekend onderdeel van de inheemse Afrikaanse samenleving en het koninkrijk Dahomey was daarop gebouwd. Na een lange voetreis komen de gevangenen aan bij de kust waar Kossola drie weken wordt opgesloten in een Barracoon, een slavenbarak aan de West-Afrikaanse kust. Kossola beschrijft de verwondering over wat hij nog nooit eerder heeft gezien en hem dus ook angst inboezemt: witte mannen…, de oorverdovend dreunende oceaan!!! Daar komen de witte kooplieden, na keuring, een keus maken uit de aangeboden waar. Na drie weken wordt er een lading van 65 mannen en 65 vrouwen verkocht aan witman Bill Foster en aan boord gebracht van het schip de Clotilda. Hierbij ook Kossola. De Clothilda brengt hem na een zeereis van zeventig dagen met wisselende weersomstandigheden naar Amerika. Na een moeizame tocht over de rivier de Alabama arriveren zij op een plantage van waaruit zij worden doorverkocht.

    Aangezien de transatlantische slavenhandel al sedert 1807 bij wet verboden was, moest dit hele, illegale transport zich in het diepste geheim afspelen. Om eventuele sporen uit te wissen, wordt de Clotilda uiteindelijk in brand gestoken en tot zinken gebracht. Kossola heet vanaf dat moment Cudjo omdat zijn nieuwe meester zijn naam niet kan uitspreken. Hij komt in het bezit van Jim Meaher, een plantagehouder waarover Kossola in positieve zin oordeelt. Kort daarna breekt de Amerikaanse burgeroorlog uit. Deze eindigt met de overwinning van de noordelijke staten en de nederlaag van de zuidelijke staten, en leidt tot de afschaffing van de slavernij. Kossola en zijn lotgenoten worden weer vrije mensen. Hoewel zij graag terug zouden keren naar hun land van herkomst, blijkt dit financieel onmogelijk. Kossola en zijn vrienden kopen van hun spaargeld een stuk land en bouwen daarop een eigen dorpsgemeenschap naar Afrikaans model met het christendom als bindende godsdienst. Zij noemen het Africatown. Kossola treedt hier in het huwelijk met Seely, een Afrikaanse vrouw. Zij krijgen vijf kinderen die allemaal op jeugdige leeftijd komen te overlijden
    Op het moment dat Zora Hurston hem interviewde was zijn vrouw al twintig jaar dood en was Cudjo een eenzame oude man geworden.

    Aangrijpend en betekenisvol verhaal verwarrend neergezet

    In Barracoon worden de gesprekken met Kossola op de linker pagina’s letterlijk weergegeven, terwijl rechts de vertaling in dialect staat. Hoewel het op zichzelf een zeer aangrijpend verhaal is, en uniek in zijn soort, beslaat het eigenlijk niet meer dan de ongeveer de helft van het boek. De rest wordt gevuld met diverse voorwoorden en inleidingen, bijlagen, een nawoord en aanvullend materiaal van de samensteller. Hierin zit veel herhaling. Verder bevat het een discussie tussen historici over de vraag in hoeverre Hurston stiekem leentjebuur heeft gespeeld bij anderen. Hurston lijkt wat slordig te zijn omgegaan met haar bronvermelding inzake achtergrondinformatie bij het verhaal van Kossola.
    Tenslotte gaat de samensteller van het boek, Deborah G. Plant, in op de vraag waarom het boek niet eerder is uitgegeven. Belangrijke vragen, maar het komt de leesbaarheid niet ten goede. Interessant is wel dat het verhaal van Kossola een zeker tegenwicht biedt aan het oude beeld van de zwarte Amerikaan louter als slachtoffer van perverse witte slavenhandelaren en zuidelijke plantagehouders. Kossola vertelt immers uitvoerig over de wreedheden begaan door de zwarte soldaten van Dahomey tijdens de slavenjachten zelf. Afrika als idyllisch vaderland wordt hierdoor wel wat genuanceerd.

     

  • Oogst week 49 – 2019

     

    Xenomorf

    Jens Meijen (1996) is de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België. Hij publiceerde in verschillende literaire tijdschriften, zoals De Revisor en Hard//hoofd. Hij is journalist bij Humo en De Morgen en redactielid bij DW B. Ook stond hij op diverse literaire podia, zoals het Tilt Festival. Meerdere uitgeverijen wilden zijn poëziedebuut uitgeven, maar uiteindelijk tekende hij bij De Bezige Bij. Het resultaat is Xenomorf, met verrassende poëzie over de ondergang van de aarde.

    Niet alleen de aarde sterft, ook taal gaat ten onder. In zijn gedichten observeert Jens Meijen dit verschijnsel. Hij beschrijft hoe dictators worden verkozen en hoe luchtverontreiniging onze longen bruin maakt. Xenomorf is echter geen deprimerende bundel: vol passie en taalplezier gaat Meijen in verzet tegen onverdraagzaamheid in de wereld.

    Xenomorf
    Auteur: Jens Meijen
    Uitgeverij: Bezige Bij, De

    Het internet is stuk

    Marleen Stikker (1962) is internetpionier en leider van Waag, het onderzoeksinstituut voor creatieve technologie en sociale innovatie. Deze maand bestaat Waag vijfentwintig jaar en naar aanleiding daarvan schreef ze Het internet is stuk. In dit boek behandelt ze de geschiedenis van het internet van de begintijd tot nu. Vroeger was het internet bijvoorbeeld een manier om kennis toegankelijk te maken voor een groot publiek, maar tegenwoordig kleven er gevaren aan het wereldwijde web.

    Niet alleen benoemt Stikker deze gevaren, zoals de aantasting van onze identiteit en democratie, ook onderzoekt ze waar het precies misging en hoe we de macht over ons digitale leven kunnen terugkrijgen. Het is nog niet te laat om onze data te beschermen en de mens centraal te stellen in plaats van de economie.

    Het internet is stuk
    Auteur: Marleen Stikker
    Uitgeverij: De Geus

    Barracoon

    Al in 1931 schreef Zora Neale Hurston (1891-1960), belangrijk vertegenwoordiger van de Harlem Renaissance, dit waargebeurde verhaal, maar geen enkele uitgever had belangstelling voor het boek. In 2017 verscheen het alsnog en kreeg het de status van een uniek historisch document. Voor dit boek interviewde Neale Hurston Oluale Kossola, die in 1860 op negentienjarige leeftijd vanuit West-Afrika naar de Verenigde Staten werd verscheept.

    Tijdens deze interviews groeien Kossola, die dan al ver in de tachtig is, en Neale Hurston naar elkaar toe. Hij vertelt haar over zijn jeugd, hoe hij gevangen werd genomen, de verschrikkelijke tocht op het slavenschip De Clotilda, de Amerikaanse Burgeroorlog en zijn leven na de slavernij. Het bijzondere aan deze vertaling is dat de oorspronkelijke Engelstalige tekst naast de Nederlandse is afgedrukt, zodat de stem van Kossola niet verloren gaat.

    Barracoon
    Auteur: Zora Neale Hurston
    Uitgeverij: De Geus
  • ‘Discussiëren is onmogelijk in dit land’

    ‘Discussiëren is onmogelijk in dit land’

    De Zuid-Afrikaanse schrijfster Antjie Krog (1952) verwierf naam en faam als dichteres, maar was ook journaliste en bundelde een aantal essays en reportages in drie non-fictieboeken (in het Nederlands vertaald als De kleur van je hart, Een andere tongval en Niets liever dan zwart). Uit die boeken maakte ze een persoonlijke keuze die werd gebundeld in Hoe alles hier verandert. Het gaat om stukken die meestal dateren uit een van de woeligste, maar ook boeiendste periodes in de geschiedenis van Zuid-Afrika: de moeizame, geleidelijke overgang van het apartheidsregime naar democratie na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en de eerste vrije verkiezingen in 1994.

    Daarbij put Antjie Krog uitvoerig uit haar eigen ervaringen en relatie met haar familie van blanke Afrikaanstalige Boeren uit Kroonstad. Zo haalt ze in Na de bevrijding herinneringen op aan een zenuwslopende nacht waarin haar broers Hendrik en Andries gewapend achter een stel zwarte veedieven aan gaan, of schrijft ze over een kerstfeest op de boerderij dat met strikte veiligheidsmaatregelen gepaard gaat. Het is immers oppassen geblazen voor plaasmoorde, aanvallen op boerderijen met dodelijke afloop. Bovendien wordt de familie geteisterd door diefstal en neemt de druk om te verkopen steeds toe doordat de boerderij amper nog rendabel blijkt te zijn.

    Toch benadert Krog de gespannen rassenverhoudingen altijd genuanceerd: de waarheid is nooit zwart-wit. Krog, die als jongedame nog protestgedichten tegen de apartheid schreef, probeert het samenlevingsprobleem empathisch te benaderen door in gesprek te gaan met zwarte Zuid-Afrikanen en begrip te tonen voor hun grieven. ‘De blanken laten zich niet uitroeien, het overleven zit ze in het bloed. Maar wij, als wij niet voor elkaar opkomen, dan worden we weggevaagd,’ tekent ze op uit de mond van een zwarte schrijver. En ze is hoopvol, ziet ook voorzichtige redenen tot optimisme, zoals wanneer zwarte en blanke scholieren samen meedoen aan een atletiekwedstrijd: ‘De zwarten zijn blij omdat een zwart kind de blanke kinderen verslaat. De blanken zijn blij omdat het winnende zwarte kind op een witte school zit en door hen is getraind.’ Er is eigenlijk geen andere keuze, het besef groeit dat iedereen elkaar ‘een toekomst moet gunnen’, en dat de spanningen in het land niet alleen met ras, maar zeker ook met klasse te maken heeft. Zo klinkt er kritiek op de nieuwe zwarte elite die ‘de armen al het vuile werk laten doen en vervolgens voor de wolven gooien’.

    Bovenal valt op hoezeer Krog verknocht is aan haar geboortegrond:
    Hoe dichter bij Kroonstad, hoe meer mijn ogen op hun plaats vallen. Ik ben er langzaam achter gekomen dat er grond is die zich hecht in je ziel. Mijn voorouders behoorden tot de eerste zes Boere-families die zich langs de Valschrivier vestigden, lang voor de Grote Trek.’
    Krogs complexe identiteit is minstens zo afhankelijk van haar geboortegrond, waar ze zich tegelijkertijd thuis en ontheemd voelt, als van haar afstamming, zoals blijkt wanneer ze in Berlijn of Londen met cultuurverschillen wordt geconfronteerd.

    Ondanks de vrij nuchtere, journalistieke toon van dit boek, komt de dichter in Antjie Krog af en toe naar boven. Verrassend genoeg beweert die zelfs dat ‘alles wat in taal getransformeerd wordt al fictie is’, wat eigenlijk betekent dat de in de journalistiek zo hoog gewaardeerde objectiviteit voor Krog een mythe is. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar in feite getuigt zo’n inzicht van het besef dat in een uiterst complex land als Zuid-Afrika niemand de waarheid in pacht heeft en iedereen bereid moet zijn om naar de ander te luisteren. De ruimdenkende ingesteldheid van Antjie Krog, die zich nooit op een apodictische uitspraak laat betrappen, maakt deze bundel zo boeiend.

     

  • Oogst week 6

    Door Carolien Lohmeijer

    Eind vorige maand droeg Antjie Krog tijdens Gedichtendag zelf voor uit haar nieuwe bundel Medeweten. De Zuid-Afrikaanse wordt geroemd om haar poëzie, ‘een ‘oordonderende leeservaring, met sagte en kragtige gedigte’, maar ook om haar voordrachtskunsten. Bent u daarbij geweest en zou u daar op Literair Nederland verslag van willen doen? Kijk dan elders op deze site, en maak uw belangstelling kenbaar aan Ingrid van der Graaf of Menno Hartman. Wij zoeken mensen met kennis van en liefde voor poëzie. Of misschien bent u wel diegene die voor ons een recensie gaat schrijven over deze tweetalige nieuwe bundel?

    Medeweten, Antjie Krog, Uitgeverij Podium, vertaling: Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer, 260 pagina’s, € 25,-

    RaadselwaterOf zou u liever schrijven over de personages die de nieuwe bundel van dichter Juliën Holtrigter bevolken: een jutter, een bloemist, een rouwbegeleider, een astronoom, een trucker, een houthakker en de nodige kelners.
    Raadselwater is de zesde bundel van de dichter die onder zijn eigen naam, Henk van Loenen schildert en fotografeert. Over zijn bundel Snijderseiland uit 2012 schreef Ingrid van der Graaf op deze site een aankondiging.

    Raadselwater, Juliën Holtrigter, 55 pagina’s, Uitgeverij Harmonie, € 15,90

    WeerwaterDrie maanden lang heeft Renate Dorrestein op uitnodiging van de gemeente Almere in die stad gewoond om zich te laten inspireren tot het schrijven van een roman in de literaire serie ‘De Almere Verhalen’.

    Het resultaat daarvan heet Weerwater. Op Almere na is de wereld vergaan. Vooral vrouwen zijn er over. De schaarse overlevende mannen zijn ontsnapte gevangenen.

    Weerwater, Renate Dorrestein, uitgeverij Podium, 272 pagina’s, € 19,50

    Echtscheiding in de luchtOok het leven van de hoofdpersoon in Echtscheiding in de lucht, Joan-Marc, staat op instorten. In een van zelfspot doordrenkte klaagzang laat hij zien hoe hij en zijn ex-vrouw elkaars leven tot een emotionele hel maakten.
    Echtscheiding in de lucht is de derde roman van Gonzalo Torné (1976) en werd, samen met De vlucht van Jesús Carrasco, in Spanje onthaald als een van de beste boeken van 2013.

    Echtscheiding in de lucht,  Gonzalo Torné, vertaald door Arie van der Wal, Uitgeverij Atlas/Contact, 384 pagina’s, € 24,99

    Mocht u nou liever over proza dan over poëzie schrijven, dan kunt u contact opnemen met Carolien Lohmeijer. De voorwaarden en mogelijkheden zijn hetzelfde als voor poëzierecensenten.

  • Moeilijk om je in het dilemma van de schrijfster te verplaatsen

    Moeilijk om je in het dilemma van de schrijfster te verplaatsen

    Recensie door Machiel  Jansen 

    Een vraag die niet beantwoord kan worden moet je niet stellen. De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijfster Antjie Krog (1952) stelt zich zulke vragen wel. Zij stelt zich de vraag ‘ Hoe is het om zwart te zijn?’ in haar nieuwe boek Niets liever dan zwart.
    Misschien is het goed beschouwd geen vraag die Krog zichzelf stelt. Misschien is het een uitroep van wanhoop, of een trieste constatering dat belangeloos medeleven niet mogelijk is. Misschien is het een uitdrukking van twijfel over een samenleving die verbonden zou moeten zijn maar het niet is. Misschien is het een roep van machteloosheid van een voormalig strijdster tegen apartheid. Hoe dan ook, Krog maakt het ons en zichzelf niet makkelijk in Niets liever dan zwart.

    Eerder schreef ze twee andere non-fictie boeken over de veranderingen in Zuid Afrika, De kleur van je hart (1998) en Een andere tongval (2003). Niets liever dan zwart kan als het slot van een trilogie beschouwd worden.

    Het boek opent met een beschrijving van een moord op een zwarte bendeleider waarbij Krog zonder het te weten en te willen, betrokken wordt. Het is dan 1992, Mandela is vrij maar het apartheidsregime van de Klerk is nog aan de macht. De terreur neemt eerder toe dan af. Vlak na de moord staan de moordenaars bij Krog op de stoep. Zij kent één van hen als activist van het ANC en brengt de mannen op verzoek met haar auto even weg. Ook wordt haar gevraagd of ze een bebloed t-shirt kan vernietigen. Pas later hoort ze van de moord en beseft ze waar ze in betrokken is geraakt. De politie is haar vrijwel onmiddellijk op het spoor.

    Voor Krog begint hier een reusachtig moreel dilemma. Zij is een fervent strijdster tegen apartheid en sympathiseert actief met het ANC. Maar de moord heeft alle kenmerken van een criminele afrekening en lijkt niets met een politieke strijd te maken te hebben. Naar de politie gaan is een vreselijke optie. Het betekent ANC kameraden verraden aan de terreur van het apartheidsregime. Toch kiest ze er uiteindelijk voor om in de rechtbank te getuigen en de waarheid te spreken. Het voorval leidt tot een schuldgevoel waar het hele boek omheen geschreven lijkt. Terugkijkend schrijft ze ‘Ik koos intuïtief de veiligheid van de politie van de Afrikaner regering. In het meest moreel geladen moment van mijn leven koos ik Afrikaners, én – en misschien is dat wel het ergst – versluierde dat met morele en juridische taal.’

    Als het erop aankomt kiest de blanke Antjie Krogt voor het Afrikaner gezag. Dat harde oordeel velt ze over zichzelf als later blijkt dat de moord wel degelijk een politieke component had. Tijdens de verhoren van de Verzoenings- en Waarheidscommissie blijkt dat de geheime dienst zwarte criminele bendes aanmoedigde gewelddadig te worden om zo het ANC te verzwakken.

    Voor Krog lijkt de moord, die ze al eerder verwerkte in de novelle Relaas van een moord, te leiden tot wat ik een existentïele crisis zou willen noemen. Ze begint een zoektocht naar de idenditeit van haar land en doet een ultieme poging dichterbij de zwarte waarden van het nieuwe Zuid Afrika te komen. Begging to be black heet de oorspronkelijke, Engelse titel en de wanhoop die daaruit spreekt is tekenend voor het persoonlijk karakter van het moreel dilemma waar Krog mee worstelt.

    De beschrijving van de moord en de nasleep daarvan wisselt Krog af met hoofdstukken over de geschiedenis van koning Moshoeshoe (1786-1870), dagboekaantekeningen en brieven vanuit Berlijn en gesprekken met de Australische filosoof Paul Patton. Die laatste zijn zonder meer het vervelendst en maken het boek onnodig ontoegankelijk. Patton is duidelijk het type filosoof dat orakeltaal uitslaat, waarbij de toehoorder wanhopig houvast zoekt door een interpretatie te kiezen die de vage woorden terugbrengen tot iets wat lijkt op dat wat men wil horen. Om een voorbeeld te geven: ‘Niet vlucht als in vluchten dus, maar vlucht als vertrek in een bepaalde richting. Door jezelf te transformeren. Door jezelf te transformeren, beweeg je je uit een vastomlijnde, bekende identiteit.’

    Krog stelt zich tegenover de filosoof op als een patiënt bij een therapeut. Zij worstelt met een probleem en wil van hem een oplossing horen. Als hij orakelt ‘het doel van goed schrijven is het leven mee te voeren naar de toestand van onpersoonlijke macht’ pent zij dat neer alsof het een teken betreft dat haar de juiste weg zal wijzen. In een later gesprek klaagt ze dat ze zich niet kan indenken hoe het is om zwart te zijn. Ze zegt: ‘deels ben ik hartstikke bang dat dat een indicatie is dat er ergens toch een restje smeulend racisme in mij zit, een onwillekeurige reflex. Dat ik me niet kan indenken wat het is om zwart te zijn, omdat ik eigenlijk een afkeer heb van zwart.’

    Op zo’n moment doet Krog denken aan een moeder die zoveel van haar kind houdt dat ze bang wordt van de dwanggedachte dat ze het kind iets aan kan doen. Haar intellectuele zoektocht lijkt dan een afleidingsmanoeuvre om een diep persoonlijke crisis te maskeren. Dat is jammer want Krog verdient zoveel meer. Op haar schrijfstijl is niets aan te merken en haar oprechtheid en intelligentie leiden vaak tot mooie observaties. De meeste daarvan zijn te vinden in de hoofdstukken die gaan over koning Moshoeshoe. Krog beschrijft hem als een 19e eeuwse Mandela, een wijs man, die geweld en oorlog uit de weg ging en streefde naar verzoening. Als de eerste blanke zendelingen het huidige Lesotho binnen komen reageert Moshoeshoe niet argwanend of agressief maar verwelkomt de zendelingen met open armen. De ontmoeting tussen de Franse zendeling Casalis en Moshoeshoe weet Krog erg goed te beschrijven. Twee wereldbeschouwingen die elkaar ontmoeten, niet botsen maar gezamenlijk optrekken.

    Maar ook in deze hoofdstukken heeft Krog af en toe haar intellectuele kracht niet in de hand. Ze vertelt niet alleen de geschiedenis van de koning maar interpreteert en becommentarieert die ook. Dat is soms onnodig. Zo vertelt ze het verhaal van een aantal blanke kolonisten die bij Moshoeshoe komen om te vragen om zijn land op te delen. Hij reageert met het bijbelse verhaal van Koning Salomo die een kind aan één van twee vrouwen moet toewijzen. Beiden beweren de moeder te zijn en Salomo dreigt het kind in stukken te hakken, waarop de moeder smeekt het kind dan maar aan de andere vrouw te geven. Moshoeshoe reageert op het verzoek zijn land in stukken te hakken als de moeder van het kind: ‘dan raak ik het liever helemaal kwijt!’ Met deze christelijke anekdote leest hij de blanke, Christelijke kolonisten vreselijk goed de de les. Het is een rake passage maar Krog voelt helaas de behoefte om er nog wat aan toe te voegen: ‘Er stonden de koning verschillende opties open in reactie op het verzoek zijn land op te delen…’

    De geschiedenis van Moshoeshoe is een poging van Krog om dichterbij de zwarte identiteit van haar land te komen. Die pogingen begrijp je ook het best als ze vorm van verhalen aannemen. Zo wordt het idee van vergeving heel mooi uitgewerkt. Krog vertelt hoe Moshoeshoe totaal onverwacht een groep kannibalen die zijn grootvader hebben opgegeten niet straft maar opneemt in de gemeenschap. Hen doden zou betekenen dat hij het graf van zijn grootvader zou onteren. Het is een onorthodoxe poging om conflicten te bezweren en je herkent het als Krog in een later hoofdstuk de Verzoenings- en Waarheidscomissie bespreekt. Het is geen vergeving van Christelijke maar juist van Afrikaanse oorsprong.

    Niets liever dan zwart is een moeilijk en ontoegankelijk boek. Misschien komt het omdat ik een blanke, mannelijke Nederlander ben, maar het is me niet gelukt me te verplaatsen in Krog en om haar dilemma na te voelen. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om je voortdurend de vraag te stellen ‘Hoe is het om zwart te zijn?’ Krog heeft zich teveel laten gaan in intellectuele analyses die naar mijn idee het probleem alleen maar versluieren in plaats van verduidelijken. Ik had graag gezien dat de filosoof in plaats van diepe gesprekken met haar te voeren, had gezegd: ‘Zwarten vragen zich niet af wat het is om zwart te zijn.’