• Filter Vertaalprijs 2017 voor Robbert-Jan Henkes – Russische kindergedichten

    Robbert-Jan Henkes heeft de Filter Vertaalprijs 2017 gewonnen met Bij mij op de maan. Een keuze uit de Russische kindergedichten vanaf de zeventiende eeuw (Van Oorschot, 2016). Dat is vanavond bekendgemaakt op het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden.

    De jury noemde de vertaling ‘Annie M.G. Schmidt 2.0′: een dollemansrit van speelse taal en krankzinnige logica.’  De jury koos de vertaling om de rol van de literair vertaler die in ‘al haar facetten voor het voetlicht wordt gebracht: de vertaler als virtuoze taalkunstenaar, als gedreven deskundige, als initiatiefrijke bemiddelaar, die met zijn werk een rijk spectrum aan lezers aanspreekt en de Nederlandse literatuur met een uniek meesterwerk verrijkt.’

     
    Bij mij op de maan is het resultaat van een kwart eeuw geduldig en liefdevol verzamelen en vertalen. Deze bloemlezing biedt het beste uit de Russische kinderliteratuur, van zeventiende-eeuwse wiegeliedjes en aftelversjes tot aan het openingsliedje van het kinderprogramma op het eerste Russische kanaal, Welterusten, kinderen. Poesjkin is uiteraard aanwezig, maar Nederland krijgt ook 82 pagina’s poëzie van Tsjoekovski cadeau. De gedichten zijn altijd speels, vol van taalkundig vernuft en dwingend van rijm en van ritme. En hoewel deze nominaal voor kinderen zijn bedoeld, zijn ze evenzeer verslavend voor volwassen lezers.

    Robbert-Jan Henkes (1962) werkt vanaf 1982 samen met Erik Bindervoet. Samen schreven zij vier romans, een muziekvoorstelling voor kinderen (De Mannen van Minsk) en vertaalden zij onder andere de complete liedteksten van The Beatles en van Bob Dylan, toneelstukken van Shakespeare, het Eerste Wereldoorlogdrama De laatste dagen der mensheid van Karl Kraus en het volledige werk van James Joyce, te beginnen met Finnegans Wake in 2002 en eind 2017 eindigend met gedichten, essays en het toneelstuk Exiles. Voor Oxford University Press zijn zij bezig (in samenwerking met Finn Fordham) aan een kritische, gecorrigeerde editie van Finnegans Wake, waarover Henkes publiceert in de European Joyce Studies en de online Genetic Joyce Studies. Solo vertaalde hij onder andere werk van Andrej Tarkovski en Samuel Pepys en de meneer Gum-cyclus van Andy Stanton. Zijn eerste kinderdichtbundel, Jij met mij, kwam in 2017 uit als Querido poëzieprentenboek, geïllustreerd door Marga van den Heuvel.

    Het prijzengeld van de Filter Vertaalprijs wordt ter beschikking gesteld door tien vooraanstaande uitgeverijen: De Arbeiderspers, Athenaeum, De Bezige Bij, Historische Uitgeverij, Lebowski, Meulenhoff, Podium, Van Oorschot, Vantilt en Wereldbibliotheek. Zij willen, samen met een anonieme begunstiger, op deze manier bijdragen aan een grotere maatschappelijke waardering voor uitzonderlijke vertaalprestaties zoals die sinds 2007 jaarlijks door Filter onder de aandacht worden gebracht.
    Overige genomineerden:
    Peter Kaaij voor Groene Heinrich van Gottfried Keller (Athenaeum – Polak & Van Gennep,
    Kees Mercks voor Het labyrint van de wereld en het paradijs van het hart van Jan Amos Comenius (Uitgeverij Vantilt/Comenius Leergangen,
    Liesbeth van Nes voor Roemruchte daden en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus van Alfred Jarry (Bananafish)Leen Van Den Broucke en Iannis Goerlandt voor Korte gesprekken met afgrijselijke mannen van David Foster Wallace (Meulenhoff)
    Foto: Michael Kooren
  • Virtuoos en onbegrijpelijk

    Virtuoos en onbegrijpelijk

    Het vertalen van een van de  moeilijkste boeken uit de literatuurgeschiedenis is een uitdaging die de schrijvers, vertalers en polemisten Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes aan het eind van de vorige eeuw aangingen. Dit resulteerde uiteindelijk in 2002 in een bewierookte vertaling van Finnegans wake, het laatste boek van James Joyce (1882-1941).

    Nu is een deel, een hoofdstuk, van hun vertaalprestatie (volgens de ophemelende ondertitel is die niets minder dan ‘briljant’), onder de naam Anna Livia Plurabelle los verschenen, om mensen die zich nog niet durven te wagen aan de hele tekst toch een indruk te geven van de bedoelingen en virtuositeit van Joyce. Want virtuoos is de tekst zeker. Jammer genoeg niet echt begrijpelijk, maar virtuoos zonder meer. Dit geldt zowel voor de ook opgenomen Engelse tekst als voor de versie van Bindervoet en Henkes. Het is een spel met neologismen, archaïsche woorden en algeheel vreemde taal dat boeit, maar de lezer niet de tekst intrekt.

    Bindervoet en Henkes omschrijven in hun uitleiding de door Joyce gevolgde methodiek als volgt: ‘Joyce schreef volgens de herzie-&-vul-aan-methode, ook wel de acccretive of aanslibmethode genoemd: er kwam doorgaans alleen maar bij en ging zelden wat af. Hij schreef zijn eerste kladversies van de hoofdstukken vrij snel achter elkaar- uit zijn hoofd, zonder zijn aantekenschriftjes te gebruiken – en vooral de eerste versie van de eerste hoofdstukken, toen het boek vorm moest krijgen en lag te te gisten en te pruttelen, is vrij goed te volgen.’ (96) Deze aandacht voor de gevolgde werkwijze is interessant en het is boeiend hoe de vertalers met het ontstane taalmonument zijn omgesprongen. Een zoektocht naar en omgang met de verschillende versies van een meesterwerk is fascinerend en Bindervoet en Henkes laten er iets van zien.

    Om een indruk te geven van wat hun vertaling heeft opgeleverd, volgt hierna een vrij willekeurig gekozen passage uit het begin van Anna Livia Plurabelle: ‘Wie water was zal stroomloop oogsten. O, wat een rakase rauser! Geminxt huwejuk en leaves doen verdrijven. Sherrive Koosje had het bij het rechtse eind en Sherrive Droggerd was sinister! En die snit van hem! En die tred van hem! Hoe hij zijn hoofth hoogh hield, dien fameuze owen knar van een duke ellejan, met ene prachtpralende bult bezet als een waddelende Heer Merlijn.’ (11) En zo gaat het de hele tekst. Nergens biedt Joyce de lezer enig respijt. Nergens geeft hij een meer traditioneel verhaalverloop dat de moderne gehaaste lezer begrijpt en bij de lurven vat. Een verhaal wordt eigenlijk niet verteld, echte communicatie met de lezer lijkt niet te zijn nagestreefd. Het is puur het speelse gebruik van taal dat boeit, maar de vraag is of Joyces taalspel (en dat van de vertalers) eeuwig zal blijven bekoren, zoals het andere werk van deze grote Ierse schrijver. Het nu apart gepubliceerde hoofdstuk is naar verluidt een dialoog tussen twee wasvrouwen aan een rivier die veranderen in een boom en een steen. Het was bedoeld als een poging ‘woorden ondergeschikt te maken aan het ritme van het water.’  (78)

    Joyce verwerkte in zijn tekst de namen van honderden rivieren. Op bladzijde 137 tot 148 zijn alle Nederlandstalige rivieren  (en ‘waterigheden’) die zijn opgenomen in de vertaling genoemd, van de Aa tot ’t Zwin. Het verwerken van deze 1052 aardrijkskundige namen moet een heidens karwei zijn geweest, die de tekst statuur geeft. Maar het is ook een prestatie die je doet afvragen: waartoe al die moeite? Hoeveel mensen zullen deze arbeid echt kunnen waarderen? Finnegans wake is ongetwijfeld een prachtprestatie (ook in vertaling), maar zal voor menig lezer een gesloten boek blijven.

     

  • Recensie door: Karel Wasch

    Recensie door: Karel Wasch

    Miguel Syjuco’s eerste roman won de Man Asian Literary prize terwijl het nog maar een manuscript was. Dat komt zelden voor. William Faulkner lukte dat lang geleden. De jury had het over een ‘eindeloos verhaal, onderhoudend en vol humor.’

    Syjuco (1976) werd geboren in Manilla. Na omzwervingen door Australië en een wild leven in Parijs, woont en werkt hij nu in Montreal. Ilustrado is inmiddels in Amerika en Frankrijk een gigantische bestseller geworden. Dat is op z’n zachtst gezegd merkwaardig want zo toegankelijk is dit werk nu ook weer niet.

    Het verhaal begint met een lichaam drijvend in de Hudson rivier in New York. Het is Crispin Salvador, een Filippijnse schrijver. Een controversiële figuur in de Filippijnen die menig boekje zou gaan opendoen over de handel en wandel van de elite, hun listen en lagen, het gokken, de corruptie en andere schandalen. Crispin had een grote schare vijanden in zijn land. Daarom gelooft Syjuco niet in zelfmoord.
    Het manuscript van Crispins meesterwerk The Bridges Ablaze, een roman waar hij jaren aan heeft gewerkt, verdwijnt rond de tijd van zijn vermeende zelfmoord. Onze gids in dit wonderland weet van het bestaan van dit werk. Zijn poging het werk terug te vinden leidt uiteindelijk naar de plot van het boek. De zoektocht doet in de verte aan de queeste van een Odyssee denken.

    Het is niet verwonderlijk dat Bindervoet en Henkes samenwerkten met Michele Bernard om het boek te vertalen en te hertalen. Zij vertaalden immers Finnegans Wake van Joyce.
    Om Ilustrado te vertalen lijkt me geen eenvoudige opdracht. Het boek staat bol van postmodernistisch taalgebruik, maar ook de verhaallijnen lopen als guirlandes dooreen. Er zijn verhalen in verhalen, maar ook veel verwijzingen naar echte situaties en personen, inclusief naar de schrijver zelve. Verder zijn er in het verhaal opgenomen essays, stukken krantenverslag, e-mails, stukken interviews enz. Het virtuoze van deze schrijver is echter dat hij ons in een oogwenk weer in het verhaal terugzet. Wat dat betreft staat hij ook in de Zuid-Amerikaanse traditie van meestervertellers als Cortázar en Borgess. Cortázar poogde in Rayuela, een hinkelspel, een literair experiment te voltrekken. Dat leidde tot een boek dat bestaat uit cut-ups. De lezer kon de genummerde fragmenten vervolgens zelf tot een verhaal smeden. Een methode, die ook al door William Burroughs was gehanteerd. Maar dat leidde bij veel lezers tot een ontzettende vermoeidheid. Waar was het verhaal gebleven? Syjuco houdt zelf de regie en ondanks zijn spiegelspel met de realiteit laat hij het verhaal nergens ontsnappen. Het verhaal is weliswaar een spiegelland vol verrassingen maar het leest ook als een spannend jongensboek voor liefhebbers van hoogstaande literatuur. Bovendien bevat het veel humor. Maar het is ook een geschiedenis van de Filippijnen, en een verhaal over de ambities van een schrijver. Bovendien worden we op een spannend moordmysterie getrakteerd, dat uiterst ingenieus in elkaar zit.

    De jubelende reacties in grote Amerikaanse en Engelse kranten op de achterflap doen aanvankelijk wat gezwollen aan. In The Observer staat: ‘Een roman die vergeleken wordt met het werk van Haruki Murakami, David Mitchell en Roberto Bolano.’
    Wie het boek heeft gelezen zal dit echter beamen. We hebben hier te maken met meesterwerk. Een goede keuze van de uitgever om het hier uit te brengen.

    Ilustrado

    Auteur:  Miguel Syjuco
    Vertaald door:
    Verschenen bij: Uitgeverij Mouria
    Prijs: € 19,95