• Een ontmoeting met grote gevolgen

    Een ontmoeting met grote gevolgen

    In de lijst van Nederlandse vertalingen van werk van Italo Svevo (1861-1928) valt onmiddellijk op dat die op één na (de toneeltekst Eeuwige jeugd) allemaal uit de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn. Het zijn er tien. Daarvan zijn er anno 2021 nog maar twee te vinden in de boekhandel: zijn beroemdste roman Bekentenissen van Zeno en het Privé-domeindeel 147 Autobiografisch profiel. Dat laatste kwam na de verschijning in 1988 nooit verder dan de eerste druk. Dat geldt ook voor alle andere van die tien uit de jaren tachtig. Alleen Bekentenissen van Zeno haalde er meer, liefst zeventien. Deze roman, waarin een zakenman uit Triëst probeert van zijn rookverslaving af te komen, geldt dan ook als zijn magnum opus.

    Luckerhof is altijd volledig in de ban geweest van Svevo; hij heeft alles van hem gelezen. Maar als hij in 2017 in de boekwinkel van het James Joyce Museum in Dublin James Joyce and Italo Svevo van de Ier Stanley Price uit de kast trekt is dat een schok: hij had er tot dan toe geen idee van dat de twee met elkaar bevriend zijn geweest. Hij gaat alles herlezen, nu ook aangevuld met literatuuronderzoek en een bezoek aan Triëst, de stad waar Svevo werd geboren en leefde. De wereld van Italo Svevo is het verslag van zijn bevindingen.

    Engels

    De ervaring van Luckerhof is dat alle werken van Svevo autobiografisch zijn. Je bent als lezer van zijn speurtocht geneigd dat te bevestigen. Al moet daarbij worden opgemerkt dat Nederlandse lezers weinig materiaal zullen kennen om dat te toetsen: Svevo’s werk werd hier te lande al nauwelijks gelezen, laat staan dat de weinige biografische literatuur die over hem bestaat gemeengoed is. Dat in aanmerking nemende slaagt Luckerhof erin op zijn minst nieuwe interesse te wekken voor de romans van Svevo maar ook voor diens relatie met Joyce.
    De wereld van Italo Svevo bestrijkt voor een groot deel het contact tussen die twee. Ze ontmoetten elkaar in 1907 en bleven elkaar treffen en schrijven tot aan Svevo’s dood, al was dat in de laatste jaren minder intensief. Het is verreweg het interessantste deel van Luckerhofs boek.

    Italo Svevo, pseudoniem van Aron Ettore Schmitz – hij had Duitse voorouders -, stond op een dood punt in zijn schrijverschap. Zijn eerste romans, Een leven en Een man wordt ouder dateerden al van vóór 1900 en ze hadden hoegenaamd geen aandacht getrokken. Hoewel hij voor zichzelf nog wel bleef schrijven publiceerde hij niets meer. Hij vond zijn literaire bestemming pas terug toen Joyce onder de indruk bleek van zijn vergeten romans. De Ier was in 1904 het voor hem kansarme Dublin ontvlucht om in Triëst de kost te verdienen als leraar Engels. Op dat moment was Svevo, die als schrijver immers niets verdiende, zakenman. Hij werkte voor het bedrijf van zijn schoonouders dat scheepsverven produceerde. Zijn functie was een soort agentschap voor het filiaal in Engeland. Geen wonder dat hij in Triëst gebruik maakte van de diensten van die nieuwe docent Engels om zijn taalkennis bij te spijkeren.

    Jaloezie

    Hun gesprekken gingen al snel over literatuur. Aanvankelijk hielp Svevo, die goed verdiende als zakenman, Joyce aan geld; later zou Joyce zijn vriend helpen aan uitgevers voor zijn werk. In die tijd in Triëst liggen de startpunten van Ulysses van Joyce en Bekentenissen van Zeno van Svevo. De twee lazen elkaars werk en namen elkaars kritiek serieus zonder hun eigen ideeën op te geven. Zo bleef Joyce vasthouden aan zijn experimentele taalconstructies waar Svevo weinig in zag en volhardde deze laatste omgekeerd in de psychoanalyses van zijn protagonist Zeno Cosini die voor Joyce niet meer dan gebeuzel waren.
    Opvallend is dat Joyce en Svevo beiden getrouwd waren met vrouwen, respectievelijk Nora Barnacle en Livia Veneziani, die nauwelijks in literatuur, en dus ook niet in het werk van hun man, geïnteresseerd waren. Ze hadden bovendien een bijna ziekelijke jaloezie gemeen als hun vrouwen het goed konden vinden met een andere man. Toch speelden zij een rol in hun oeuvre. Zo is het wel zeker dat Livia de inspiratiebron was voor Anna Livia Plurabelle in Finnigans Wake van Joyce.

    Paling

    Luckerhof beschrijft zijn bevindingen in korte thematische hoofdstukken. Mede daardoor is het vlotte lectuur, al zou iemand zich kunnen storen aan herhalingen, onderstrepingen als benadrukking van een woord, of hier en daar een krakkemikkige zin als ‘Het serum heeft hij onttrokken uit het orgaan van een lang levend diersoort’.
    In het laatste hoofdstuk bezoekt Luckerhof de geboortestad van Svevo; hij wandelt er door de straten, bezoekt woonadressen van de schrijvers en spreekt een enkele kenner. Hij ontdekt daarbij dat het maar magertjes gesteld is met de herinneringen aan vooral Svevo: hij wordt ‘enigszins miskend door zijn eigen stad’. Er wordt meer gepronkt met Joyce.
    De eerste zin van dat hoofdstuk luidt: ‘Wie Svevo beter wil leren begrijpen kan niet om Triëst heen’. Je kunt je goed voorstellen dat dat geldt voor Luckerhof en tegelijk wordt die bewering voor een gemiddelde lezer niet echt waargemaakt. Daar staan dan wel weer grappige weetjes tegenover zoals het feit dat Sigmund Freud in 1876 als student medicijnen in Triëst een paar weken onderzoek deed naar het voortplantingsgedrag van de paling. Een niemendalletje, maar toch aardig als vermelding omdat Bekentenissen van Zeno de naam heeft ‘een freudiaanse roman’ te zijn.

    De verdienste van De wereld van Italo Svevo lijkt vooral dat de auteur nieuwsgierig maakt naar de man die hem zo obsessief interesseert. Wie Bekentenissen van Zeno al ooit las wordt door Luckerhofs monografie verleid tot herlezen.

     

     

  • Oogst week 5 – 2020

    Bij ons in Auschwitz

    Op 27 januari 2020 was het 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog stelde Arnon Grunberg (1971) op verzoek van uitgeverij Querido de bloemlezing Bij ons in Auschwitz samen, een bundeling ooggetuigenverslagen van onder anderen de Joods-Italiaanse auteur Primo Levi (1919-1987) en de Joods-Slowaakse Filip Müller (1922-2013).

    Centraal staat het Sonderkommando, bestaande uit joodse kampgevangenen die onder dwang medegevangenen naar de gaskamers begeleidden en hun lichamen naar de verbrandingsovens brachten. De schuld en schaamte die hiermee gepaard gingen, waren lang na het einde van de oorlog nog even bepalend en ontwrichtend.

    Grunberg putte uit de verhalen die hem naar eigen zeggen ‘een leven lang begeleid hebben’ – ook uit het postuum gepubliceerde werk van zijn moeder Hannelore Grünberg-Klein, die in Auschwitz werd gescheiden van haar moeder en haar gevangenschap overleefde, maar daar altijd door getekend bleef.

    Bij ons in Auschwitz
    Auteur: Arnon Grunberg
    Uitgeverij: Querido

    Er is een band die rapemachine heet

    Er is een band die rapemachine heet is het poëziedebuut van Levina van Winden (1994), die in 2018 de Amsterdamse Festina Lente poëzieslag won. In haar gedichten, waarin zowel ironie als ernst doorklinkt, snijdt ze urgente en actuele onderwerpen aan. Van Winden ontleedt de kwetsbare maatschappelijke positie van vrouwen, waarbij ze ook zelfonderzoek niet schuwt. Soms doet ze dat haast terloops, om vervolgens confronterend dichtbij te komen, zoals in deze strofe uit haar gedicht “Opium”:

    ‘Tsja, zo zijn mannen,’

    zei mijn moeder toen ik haar vertelde over

    mijn eerste overmanning,

    waarbij ik mezelf had afgevraagd wat het ergste was,

    deze piemel of de freejazz op de achtergrond.”

     

    Er is een band die rapemachine heet
    Auteur: Levina van Winden
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De wereld van Italo Svevo

    In zijn debuut De wereld van Italo Svevo onderzoekt Rob Luckerhof het fenomeen Italo Svevo (pseudoniem van Aron Hector Schmitz, 1861-1928), een enigszins merkwaardige Italiaanse auteur en zakenman van rond het fin de siècle. Svevo schreef twee literaire romans die hem niet de roem opleverden waarop hij had gehoopt en hij trok zich terug, om in de jaren 20 van de twintigste eeuw plotseling tot grote hoogten te stijgen door het Parijse succes van zijn Bekentenissen van Zeno (1927). Luckerhof besteedt niet enkel aandacht aan Svevo’s merkwaardige carrière, maar ook aan diens vriendschap met James Joyce (1882-1941), die dankzij zijn magnum opus Ulysses (1922) tot de grootste moderne schrijvers wordt gerekend. Met zijn echtgenote Nora Barnacle woonde hij enige tijd in Triëst, de geboorte- en woonplaats van Italo Svevo.

    Rob Luckerhof is naast auteur de oprichter van de Kennemer Boekhandel, waarvan hij tot dit jaar eigenaar en directeur was.

    De wereld van Italo Svevo
    Auteur: Rob Luckerhof
    Uitgeverij: Uitgeverij Prominent