• Waarom de Amerikaanse democratie zo wankel is

    Waarom de Amerikaanse democratie zo wankel is

    Jill Lepore is hoogleraar Amerikaanse geschiedenis en recht aan Harvard University en schrijft voor The New Yorker. Die krant heeft een serie essays van haar hand gepubliceerd gedurende tien tumultueuze jaren in de Amerikaanse geschiedenis, van de opkomst van Black Lives Matter in 2012 tot het rapport van de Congrescommissie uit 2022 over de gewapende aanval op het Capitool op 6 januari 2021. De rode draad door haar essays is haar bezorgdheid over hoe het land bestuurd wordt. Wordt de macht eerlijk gedeeld? Kan het land waarin één op de drie burgers minstens één vuurwapen bezit, wel een democratie worden genoemd?

    Centrale vraagstelling

    Lepore formuleert als haar centrale vraagstelling: ‘Wat als het probleem van de Verenigde Staten in de eenentwintigste eeuw niet het verval van de democratie is maar het hardnekkig voortbestaan van geweld?’ Een analyse van de democratie in Amerika is volgens haar niet mogelijk zonder een analyse van het geweld in dat land als gevolg van de massale schietpartijen, het politiegeweld, het binnenlands terrorisme en het wapenbezit onder burgers. Het recht van de sterkste verdringt daarbij het recht van de wet. Geen land ter wereld telt zo’n hoog percentage wapenbezit onder zijn burgers als Amerika; bij vier van de vijf moorden in dat land zijn vuurwapens in het spel (ter vergelijking: in het Verenigd Koninkrijk bij één op de vijfentwintig). Amerika heeft ook het hoogste moordcijfer van alle welvarende naties: terwijl het aantal moorden in Europa gedurende de negentiende eeuw snel daalde, bleef het in Amerika stijgen. Politiemensen in Amerika hebben in de eerste 24 dagen van 2015 meer mensen met fataal gevolg beschoten dan de politie van Engeland en Wales samen in de afgelopen 24 jaar.

    In haar boek wijst Lepore op een mogelijke verklaring waarom het geweld in Amerika afwijkt van dat in Europa: in Europa hadden de volkeren het staatsgezag en het staatsmonopolie op geweld allang aanvaard tegen de tijd dat Europese staten – in een lang proces dat de hele negentiende eeuw in beslag nam – democratieën werden. In Amerika gebeurde het omgekeerde: de democratie kwam eerst en daarna pas de staat. Vandaar dat de Amerikaanse revolutionairen van de achttiende eeuw het recht om wapens te dragen niet afstonden aan een sterke centrale overheid, maar aan zichzelf voorbehielden. Zij zagen het als de ultieme vrijheid.

    Donald Trump

    Lepore ziet in Trump de aanjager van het Amerikaanse tumult. Hij werd zonder politieke ervaring en aanvankelijk zonder veel steun van het partijestablishment presidentskandidaat en won in 2016 de verkiezingen van Hillary Clinton, na een campagne vol laster, leugens en bizarre beloften. Na vier jaar chaos en getwitter, lachwekkende incompetentie en groteske schandalen in en rondom het Witte Huis leek de man, die aan de rechtsstaat een broertje dood heeft, uitgespeeld. Een tweede termijn werd hem aanvankelijk niet gegund: een meerderheid van de Amerikaanse kiezers koos voor Biden, de doorgewinterde Democraat, die in alles, behalve zijn leeftijd, Trumps tegenpool is.

    Na zijn nederlaag toonde Trump zijn antidemocratische gezindheid. Na talloze valse beschuldigingen van verkiezingsfraude en vele vruchteloze pogingen om mensen onder druk te zetten de uitslag in zijn voordeel te veranderen, riep hij uiteindelijk zijn aanhang op ten strijde te trekken richting het Capitool om alsnog de in zijn ogen gestolen verkiezingen ongedaan te maken. En zo was Amerika en de wereld getuige van 6 januari 2021 – de datum waarop een weggestemde president toekijkt hoe door hem opgehitste mensen met geweld proberen de machtsoverdracht te verhinderen. De ‘coup’ mislukte, maar dat maakte de verbijstering erover niet minder groot. Zo wankel ziet democratie er dus uit, tot zover was het verval al gekomen: een vreedzame machtsoverdracht was in Amerika geen vanzelfsprekendheid meer. Geweld was een reëel alternatief geworden voor democratische en rechtsstatelijke procedures.

    Ongelijkheid

    Het fenomeen ‘Trump’ is, zo betoogt Lepore, ook de uitkomst van talloze factoren die als een rode draad door de Amerikaanse geschiedenis lopen. In elk essay neemt ze één van die factoren onder de loep. Zo gaat ze in op de hardnekkige economische ongelijkheid in het land, die groter is dan in welke andere democratie ook, en die een voedingsbodem vormt voor de wrok en haat van ‘het volk’ tegenover de elite, en tegenover migranten. Een sentiment dat Trump handig uitbuit.

    Een andere factor is de onoverbrugbare kloof die er tussen de twee politieke partijen is gegroeid, op elk terrein (economie, zorgstelsel, bestrijding racisme, wapenwetgeving, betekenis van familiewaarden, abortus, etc). En hoe het Amerikaanse kiessysteem – the winner takes all – deze polarisatie versterkt, met als gevolg een totaal gebrek aan politieke samenwerking en bereidheid tot compromis. Trump is er een meester in gebleken om deze situatie tot eigen voordeel uit te buiten en heeft die verdeeldheid verder aangewakkerd. Hij is dé belichaming van een cultuur waarin elke politieke tegenstander een vijand is.

    Comeback

    Lepore hekelt de neiging om alle aandacht te richten op de woorden en daden van uitsluitend Trump. Fijntjes wijst ze erop dat na het afwenden van de coup op 6 januari 2021 er nog steeds 147 (!) Republikeinse leden van Senaat en Huis van Afgevaardigden tegen de bekrachtiging van de verkiezingsuitslag hebben gestemd. Het zijn onder meer deze mensen die Trump als politiek leider in leven hielden en hem vier jaar later een comeback gunden. Hoe is het mogelijk dat de man vier jaar nadat hij de democratie wilde opblazen, zich opnieuw verkiesbaar kon stellen? Wat zegt het over het Amerikaanse volk dat het Trump wederom op het schild heeft gehesen, en hem al zijn antidemocratische escapades heeft ‘vergeven’ (of niet eens heeft aangerekend)? Het volk gelooft hem, zijn waarheid is hun waarheid. Het beest Amerika is daardoor niet getemd. ‘Buiten zucht en kreunt en buldert de wervelende wind,’ aldus Lepore in haar slotzin.

    Historisch kader

    In dit goed geschreven boek plaatst Lepore recente gebeurtenissen in Amerika in een historisch kader en draagt zo bij aan een beter begrip voor wat er in dat land aan de hand is. Niet alleen sinds Trump voor de eerste keer aan de macht kwam, maar ook in de decennia daarvoor. Ze geeft alle argumenten waarom een tweede termijn voor Trump desastreus zal zijn voor Amerika. Het valt haar dus niet aan te rekenen dat juist dat gebeurd is.

     

     

  • Nostalgische lofzang op het voorbije boerenleven

    Nostalgische lofzang op het voorbije boerenleven

    De auteur Patrick Joyce is Brit van Ierse afkomst, en ja uit een boerenfamilie. Hij is emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, met als specialisatie sociale geschiedenis. Zijn familieachtergrond inspireerde hem het lijvige Boerencultuur – Hoe het platteland verdwijnt uit onze herinnering te schrijven over de geschiedenis en cultuur van het Europese boerenleven. Boeren zijn al vele duizenden jaren aanwezig. Ze belandden vanuit wat tegenwoordig Turkije is zo’n 6000 jaar geleden in West- en Noord-Europa. Nog niet zo lang terug was de meerderheid van de wereldbevolking boer, of werkte op het land. Die erfenis is snel aan het verdwijnen door industrialisatie en een nog steeds toenemende bevolking, maar ook door andere claims op ruimte zoals die van de natuur.

    Joyce wilde, bij wijze van spreken voor het te laat is, die cultuur en plattelandsgeschiedenis in kaart brengen. Het is een ietwat nostalgische lofzang op het boerenleven in al zijn uiteenlopende facetten: tradities, verhalen, religie, vieringen, opstanden, de omgang met dieren, de inrichting van de boerenwoning, de plaats en (gebrek aan) waardering in de maatschappij. Daarin is de schrijver geslaagd, het is een hommage geworden meer dan een sociaaleconomische analyse van de toekomst van de agrarische sector. Nu zijn boeken in die hoek wijd gezaaid, maar zo’n breed historisch-cultureel eerbetoon aan deze beroepssector was er nog niet. Of boeren ‘altijd het fundament zijn geweest waarop het hele bouwwerk van de beschaving rust‘ is de vraag. Immers, ook andere onderdelen van de maatschappij, van adel tot burgerij, van geestelijkheid tot legers, van heersers tot onderdanen buiten de boerenstand bepaalden de samenleving.

    Het boerenleven van ooit

    Joye focust op Ierland waar zijn familie vandaan komt, op Polen en Italië. Andere landen worden niet of nauwelijks genoemd. Zijn toevallige kennis van en betrokkenheid bij die drie landen bepaalden die keuze. Daarmee is het boek ook minder representatief voor het totaal van de agrarische populatie. Er zijn landen die, hoewel in elkaars nabijheid, totaal anders van karakter zijn: Ierland met de hongersnood in de19e eeuw, Engeland met een vroege industriële revolutie. Verwacht geen analyse van de toekomst van de landbouw, van natuurbeheer-boer tot bio-boer, of van de ecologische- en klimaataspecten van landbouw. Geen verhaal over stikstof maar vooral leerstof over de rijke geschiedenis van het boerenbestaan, compleet met de bittere armoede die daaraan vaak was gekoppeld. Het is daarmee een romantisch boek geworden vol van heimwee. De uitwassen van de agro-industrie en de soms absurd grote ecologische voetafdruk van sommige producten, zoals avocado’s en kiwi’s, komen niet aan de orde. Wel is de historische blik uiterst breed, ook letterlijk waar aan de hand van foto’s talloze aspecten van het boerenleven van ooit, van kleding tot huwelijksrituelen, worden geanalyseerd. Soms gaat het boek wel erg in op details, bijvoorbeeld waar het de collecties van musea betreft. Maar een duik in de rijke historie van de Europese boerencultuur is leerzaam, en geeft weer eens een ander perspectief dan de verpolitiseerde discussie over de toekomst van de landbouw. De rijkdom van die geschiedenis is de moeite van het lezen waard. Het is een schatkamer die tot nu toe niet als zodanig is beschreven.

    Kloek historisch werk

    Resteert Joyces vraag of het bijna verdwijnen van het traditionele boerenleven nu de meest fundamentele maatschappelijke verandering in de tweede helft van de twintigste eeuw was. De auteur richt zich uitsluitend op de kleine traditionele boerenbedrijven. Hij kijkt alleen terug en niet vooruit. Dat is zijn goed recht, maar het is jammer dat hij daarmee voorbijgaat aan de huidige grote industriële agrarische bedrijven en de daarmee samenhangende problemen. De landbouwsector bezit in Nederland nog altijd tegen de 50 procent van de grondoppervlakte. Dat er steeds minder mensen op het land werken qua percentage van de beroepsbevolking doet daaraan niets af.

    Joyce levert een kloek historisch werk af met veel nostalgie en soms vergaande conclusies, zoals dat ‘een deel van onszelf is verloren gegaan’. Zijn we, zoals Joyce zegt, losgezongen van een verleden dat nog heel recent is? Hiermee romantiseert en verabsoluteert hij het agrarische verleden wel heel erg. Misschien leeft het minder in Ierland, maar in Nederland is er een tendens om meer dan vroeger te eten van de boer uit de buurt, van kleine winkels tot restaurants. Veel mensen zijn trots op lokale en streekproducten. Kamperen bij de boer en andere vormen van een combinatie van agrarisch bedrijf en recreatie zijn niet weg te denken uit onze samenleving. De leefwijze van onze voorouders zijn we verloren, is de teneur van het boek. Wie zich in die warme nostalgie wil verdiepen, leze dit boek. Wie mee wil praten over het Nederlandse landbouwbeleid anno 2024 heeft er minder aan.

     

  • Oogst week 5 – 2021

    600 gedichten over leven, liefde en dood

    Een mooie aankondiging op de laatste dag van de Poeziëweek is zonder meer de nieuwe en herziene uitgave van het Nieuw Groot Verzenboek, een bloemlezing uit het Nederlandstalig gebied ‘over leven, liefde en dood’. De redactie voor deze imposante dichtbijbel is zoals alle voorgaande uitgaven in handen van dichter, prozaïst en bloemlezer Jozef Deleu. De eerste editie van het Nieuw Groot Verzenboek verscheen in 1976 met 500 gedichten. In 2009 kwam de veertiende editie – een drastisch herziene uitgave met 555 gedichten – waarin recente poëzie van toen werd opgenomen. In de 18de editie uit 2015 werden 600 gedichten opgenomen met nog meer gedichten van nieuwe en jonge dichters.

    Deze 19de editie is opnieuw geactualiseerd met werk van de jongste generatie dichters, maar zoals in alle voorgaande edities blijft er ruimschoots  plaats voor het werk van oudere dichters. Sinds het verschijnen van de eerste editie in 1976 is de maatschappij sterk veranderd, ontwikkelingen en veranderingen die hun weerslag hebben op het sociale leven en de poëzie. ‘Hoop en onzekerheid, liefde en vertedering, vereenzaming en wanhoop vormen ook voor de jongere dichters de grondstof voor hun poëzie.’

    Niet zonder trots mag vermeld worden dat deze nieuwe uitgave gesierd wordt met een citaat uit een recensie van de voorgaande editie Nieuw Groot Verzenboek (2015) die op Literair Nederland verscheen en ook nu als aanbeveling geldt voor deze 19e editie:

    ‘Deze bloemlezing vormt ongemerkt een brug tussen de tijd dat poëzie serieuzer en zwaarder van aard werd geacht, en deze tijd waarin poëzie vooral via podium/theater festivals wordt beleefd. Voor Jozef Deleu maakt dit niet uit. Van hem kun je verwachten dat hij al die 600 gedichten kent en ze met gevoel voor tijd en persoon gekozen heeft in de stilte van zijn werkkamer.’

     

    600 gedichten over leven, liefde en dood
    Auteur: Jozef Deleu
    Uitgeverij: Lannoo | Meulenhoff

    Dit Amerika

    De Amerikaanse historica Jill Lepole (1966) schreef zo’n tiental boeken over Amerikaanse geschiedenis, politiek en cultuur. Ze wordt gezien als de enige hedendaagse historicus die een geschiedenis van Amerika durfde te schrijven. In haar voorgaande, zeer lijvige boek, Deze waarheden, schreef ze over de geschiedenis van de Amerikaanse politiek, hoe die al bijna tweeënhalve eeuw worstelt met de waarheid en met gelijke rechten. In haar essay In Amerika pleit Lepore voor de waarden waarop Amerika gebouwd is. Daarbij verwerpt ze het nationalisme, dat gevaarlijke vormen aanneemt, door zijn lange geschiedenis uit te leggen, en de geschiedenis van het idee van ‘de natie’ zelf. Ze roept op tot een ‘nieuw Amerikanisme’, tot een genereus patriottisme dat om een eerlijke afrekening met het verleden van de Verenigde Staten vraagt.

    In de pers wordt Lepores lezing van de Amerikaanse geschiedenis als verhelderend gezien en haar pleidooi voor liberaal nationalisme ‘eloquent en overtuigend’.

    Dit Amerika
    Auteur: Jill Lepore
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Mooie vrienden

    Interviewer en tv redacteur (Man bijt hond, Pauw, Op1) Martijn Jas (1966) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en debuteert binnenkort met de roman Mooie vrienden bij uitgeverij Kapstok, een nieuwe uitgeverij waar hij vooralsnog de enige schrijver in stock is.

    Mooie vrienden opent met een soort proloog waarin de aankondiging van het overlijden van de 28-jarige Wolf, vriend van de ik-verteller Tobias Buut. Wolf heeft zich verhangen. ‘Het had me tijd en kracht gekost om met de perforator een extra gaatje te krijgen in de zwarte spijkerriem van Wolf. Vijf kilo was hij afgevallen nadat hij gestopt was met het eten van vlaaien en andere zoetigheid.’ Aldus opent het boek; het is dezelfde riem waarmee Wolf vier maanden later een einde aan zijn leven maakt.

    Na deze aankondiging volgt er een terugblik op de jaren waarin Tobias Buut journalistiek studeert, vrienden maakt. We leren hem kennen als een jongeman die niet uit de kast wil komen, moeite met de homoscene heeft, een hekel aan de Gay Parades en darkrooms haat. In de volgende hoofdstukken ontvouwt zich een zoektocht naar zichzelf, betekenis van vrienden en waarin hij de liefde wanneer die zich voordoet, niet herkent.

     

    Mooie vrienden
    Auteur: Martijn Jas
    Uitgeverij: Uitgeverij Kapstok (verschijnt 9 februari)