• Tussen twee werelden

    Tussen twee werelden

    Rita Törnqvist-Verschuur (1935) gaat al ruim een halve eeuw mee op het Nederlandse literaire toneel als kinderboekenschrijfster, vertaalster en romanschrijfster. Als meisjes stoer zijn is haar laatste bijdrage aan haar omvangrijke oeuvre.

    Dit boek mag een memoir genoemd worden waarin Verschuur op haar niet altijd gemakkelijke leven terugkijkt. Ze schrijft haar verhaal chronologisch in de ik-vorm en in fragmenten, soms van een halve bladzijde.

    In al haar werk heeft ze altijd uit haar eigen leven geput, waaronder ervaringen als kind in de oorlog, op haar achtste verlaten worden door haar moeder, leren omgaan met een stiefmoeder die ze ‘moeder’ moet noemen, halfbroertjes en -zusjes krijgen. Haar vader die haar meeneemt naar Zweden, waar ze nieuwe vriendinnen maakt en wat haar liefde voor de Zweedse taal aanwakkert. Ze gaat Zweeds en Oudgrieks studeren in Amsterdam, om dat af te ronden met Scandinavische talen in Uppsala en haar doctoraal weer in Amsterdam te halen. In Zweden verpandt ze haar hart aan de liefde; ze ontmoet de vader van haar drie kinderen, de literatuurwetenschapper Egil Törnqvist. En Astrid Lindgren. Ze omarmt haar nieuwe thuisland, maar uiteindelijk hoort ze nooit ergens bij.

    Vertaalster

    In Als meisjes stoer zijn beschrijft Verschuur haar ontmoetingen met Zweedse schrijvers en dichters, met wie ze bevriend raakt en die ze wel naar het Nederlands wil vertalen. Tegen een vriendin zegt ze: ”Er zijn twee dichters Lars Gustafsson en Tomas Tranströmer, die me elk een kersverse poëziebundel hebben gegeven en daar zijn gedichten bij die maar door mijn hoofd blijven spoken.” “Zou je daar iets mee willen doen?” vraagt de vriendin en ze antwoordt: “Terwijl ik luiers sta te wassen verschijnen er af en toe flarden in het Nederlands, precies op het ritme van het Zweeds, en die onthoud ik dan. Tijdens wandelingen met mijn zoontje komen er soms hele zinnen, en die krabbel ik op een papiertje als we pauzeren in de speeltuin.”

    Ze vertaalt tientallen boeken van Astrid Lindgren, en tal van Zweedse schrijvers en dichters, zoals August Strindberg, Torgny Lindgren, Per Olaf Enquist en de Noor Knut Hamsun. En omgekeerd introduceert ze Jan Wolkers bij het Zweedse publiek: ze vertaalt Turks Fruit in het Zweeds. Aanvankelijk zag ze het niet zitten. ‘Eerlijk gezegd zit ik hier toch wel wat tegenaan te hikken, want dit boek staat bol van de vrouwonvriendelijke seks.’ Maar na een bezoek van een stijve overbuurman, die haar ziet als de vrouw van, krijgt ze er wel zin in en ‘Na hevige aandrang van Wolkers bezwijk ik voor Turks Fruit.’
    Toch kriebelt er ook iets anders: ze wil haar eigen verhalen publiceren. Haar eerste kinderboek verschijnt in 1976, het begin van een lange reeks waar ze ook diverse prijzen mee won.

    Het leeuwendeel van haar kinderboeken is fictie, die ze publiceerde onder de naam Rita Törnqvist. Na 1993 begon ze haar herinneringen op te schrijven onder haar meisjesnaam Rita Verschuur. Een overlap met eerder gepubliceerd werk is er niet, daarom publiceert ze Als meisjes stoer zijn nu als Rita Törnqvist-Verschuur.

    Verschuur beschrijft veel boeiende ontmoetingen die ze gedurende haar leven had met schrijvers en mensen van faam, ze citeert soms een gesprek, overgenomen uit haar dagboek, of een inzicht dat haar is bijgebleven. Zo was daar in haar jeugd haar tekenleraar Anton Pieck. ‘De meeste leraren draaien gewoon hun lesje af, maar er zijn er een paar die hun best voor ons doen. Eén daarvan is Anton Pieck. Hij heeft borstelige wenkbrauwen boven bruine ogen, die diep in zijn gezicht liggen en vriendelijk staan. Toch is hij heel beroemd, want je ziet overal op kaarten en kalenders zijn vrolijke tekeningen, meestal wintertaferelen (…) moeder haalt er haar neus voor op, maar ik kruip er juist helemaal in.’

    Veel later in haar leven wordt Gerhard Durlacher, holocaust overlevende, een goede vriend die haar de weg wijst naar de roman Black dogs van Ian Mc Ewan. Het boek opent haar de ogen voor de gevaren die er zijn als je naïef of vol vertrouwen in het leven staat, vooral in de omgang met mannen.

    Rode draad

    Als meisjes stoer zijn is niet zomaar een terugblik op een boeiend leven, het hoofdthema is de man-vrouw verhouding en grensoverschrijdend gedrag. De kleine Rita werd geconfronteerd met een ‘oom’ die het nodig vond om zijn tong in haar mond te stoppen bij een zogenaamd goed gemeende nachtzoen. Ze had een onbestemd gevoel bij het mannelijke bezoek in haar moeders huis als ze daar wel eens logeerde, ze verbrak haar verloving met Ernst omdat ze haar gevoelens voor hem wantrouwde om vervolgens naar Zweden te vluchten.

    Hoe een onveilige jeugd het verloop van je leven bepaalt is niet alleen voor een meisje een terugkerend thema. Zo beschrijft ze hoe zij met een vriendinnetje een jongen uit haar klas een regenworm liet eten. ‘(…) Dan houden we een regenworm onder zijn neus en zeggen dat hij die op moet eten. Dat wil hij niet. Pas als we hem een lafaard noemen en een moederskindje, slikt hij de wurm in één keer door.’ Die gebeurtenis vervult haar met schaamte en de herinnering blijft de rest van haar leven aanwezig.

    Na tien jaar in Zweden te hebben gewoond, verhuisde Törnqvist met haar gezin terug naar Nederland. Haar man kreeg een interessante baan en zij werd gezien als de vrouw van, in Zweden was ze onafhankelijker. Bovendien was ze moeder en kon ze haar schrijverij ternauwernood combineren met de huishoudelijke taken. In die tijd had ze een heel nare aanrandingservaring in het Spanderswoud in Bussum, die als een rode draad door haar leven en het boek blijft lopen en de aanleiding is van haar behoefte om ervaringen met grensoverschrijdend gedrag van mannen te noteren. Jaren later toen ze gescheiden was, waren er mannen die vriendschap wilden, waarbij soms ook grenzen werden overschreden. Het waren #metoo gebeurtenissen nog voor het woord bestond.

    Maar er zijn ook positieve ervaringen. Als ze met haar dochter diep in de Zweedse bossen loopt krijgen ze een lift van twee Oost-Europese mannen in een jeep. Haar dochter is een stuk minder naïef en waarschuwt haar moeder niet te openhartig te zijn, maar het loopt goed af. Dat vrouwen, jong of oud, altijd op hun qui-vive moeten zijn en dat meisjes al jong geconfronteerd worden met de seksuele macht van de man is de rode draad in dit boek, en heel actueel. Tijdens een kinderboekencongres in Columbia ziet Törnqvist tienermeisjes op een muurtje zitten wachten tot er een wordt opgepikt door een kerel die haar meeneemt naar een hotelkamer. Het raakt haar diep en ze voelt zich schuldig dat ze het meisje geen geld gaf, zodat ze die avond gewoon naar huis had kunnen gaan. Al betwijfelt Törnqvist of het kind niet toch weer terug naar haar muurtje was gegaan.

     Tijdsbeeld

    Haar oude dag geniet ze in Bergen. Ze wandelt door de duinen en ontmoet veel bekenden, en ze reist veel. Onder meer naar haar zoon in Amerika, waar ze is tijdens de aanslagen van 9/11, later naar Oekraïne, nog voor de Russische inval. Of met haar kleindochter naar Florence. Wanneer er borstkanker bij haar wordt geconstateerd doet ze een stapje terug, maar ze wijst de hormoontherapie af – tot ongenoegen van de specialist. Ze leeft nu in bonustijd. Dit proces beschrijft ze indringend in haar boekje Met wortel en tak, dat in 2014 verscheen.

    Als meisjes stoer zijn is een relaas van een boeiend leven van bijna een eeuw, een tijdsbeeld met veranderende inzichten en een inventarisatie van Törnqvists ‘belevenissen met het raadsel Man’.