• Het lucide nietsdoen – een wijze levensles?

    Het lucide nietsdoen – een wijze levensles?

    De luiaards in de vruchtbare vallei van Albert Cossery is een ideaal boek om te lezen tijdens een pandemie, waarin het leven vertraagd is en veel mensen noodgedwongen een groter deel van hun dagen binnenshuis slijten. Het verhaal uit 1948 gaat over de kunst van het nietsdoen, over luiheid en dagenlang slapen – alles om je maar af te keren van de buitenwereld, die gevuld is met narigheid in allerlei vormen. 

    De jonge Siraag woont met zijn broers Rafiek en Galaal, zijn vader en zijn oom in een groot huis in een voorstad van Caïro. De vrouwelijke bediende Hoda zorgt voor het huishouden en leeft een ondankbaar bestaan tussen de luiaards. De familie heeft een afkeer jegens de buitenwereld, ze zijn als de dood dat hun rust wordt verstoord en ze willen niks liever dan de hele dag slapen – en daar slagen ze vrij goed in.
    Het boek begint met Siraag die uit nieuwsgierigheid af en toe buiten de deur komt en het idee heeft opgevat om te gaan werken omdat hij genoeg heeft van het alsmaar niks doen. Hij heeft een baan in een fabriek in de buurt op het oog. Dit leidt tot verbijstering en woede bij zijn familie, die hem probeert te laten inzien wat een absurd idee dat is: ‘Toen ik voor ingenieur studeerde, moesten we fabrieken bezoeken. Het waren grote, ongezonde, troosteloze gebouwen. Ik heb er de naarste momenten van mijn leven doorgebracht. Ik heb de mensen gezien die in de fabriek werkten; dat waren geen mensen meer. Het ongeluk stond hun allemaal op het gezicht geschreven.’

    Om vier uur opstaan om te gaan werken

    Wanneer Siraag van zijn broer hoort dat er landen zijn waar mensen om vier uur ’s nachts opstaan om in de mijnen te gaan werken, kan hij zijn oren al helemaal niet geloven. Hij besluit om ook eens te proberen zo vroeg wakker te worden, maar komt na een paar pogingen tot de conclusie dat het onmogelijk is. Weifelend vraagt hij zich af of het wel echt waar is dat mensen dit doen, in het holst van de nacht wakker worden om te gaan werken.
    De onbevangen blik van een wereldvreemde jongen als Siraag op mensen die hun leven slijten met werken in erbarmelijke omstandigheden, kan bijna niet anders dan resulteren in schrik en ontzetting. Het leven behelst zoveel meer dan noeste arbeid en wanneer je niet hoeft na te denken over de praktische kant van het leven is het niet vreemd dat je het concept van werken met argusogen bekijkt. 

    Kritiek op systeem

    Siraags ongeloof bij de verhalen van zijn broer over het leven van arbeiders zet ook de lezer aan het denken. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat het alternatief van de hele dag niks doen – iets waar auteur Cossery zelf erg bekwaam in was – ook geen ideale leefstijl is. Siraag gaat immers niet voor niks op zoek naar werk, en ook Rafiek worstelt met verlangens uit zijn verleden toen hij zich nog niet rigoureus van de wereld had afgekeerd. Van oom Mustafa hoeft het luieren eveneens allemaal niet zo, maar het is lastig om te ontsnappen uit het leven dat je hebt.
    Daarmee is De luiaards in de vruchtbare vallei niet alleen een vermakelijk boek over een paar Egyptenaren in een buitenwijk van Caïro die liever lui dan moe zijn, het zet de lezer ook aan het denken over de leefwijze en de verheerlijking van werk die we als maatschappij heden ten dage omarmd hebben. De afkeer van de buitenwereld is niet alleen gebaseerd op de onzekerheid en hartzeer die iemand kunnen overkomen bij een stap buiten de deur, maar is ook gestoeld op kritiek op het (economische) systeem: arbeiders brengen hun dagen door in fabrieken en mijnen en leven een kleurloos bestaan. 

    Actuele vertelling

    Hoewel de werkomstandigheden van veel werknemers inmiddels een heel stuk beter zijn dan in de jaren vijftig, zijn er parallellen te trekken met het nu. Wereldwijd slijten nog veel mensen hun bestaan in fabrieken en mijnen – of in kantoren. Siraag zou ongetwijfeld met dezelfde verbijstering luisteren naar de verhalen over ons moderne kantoorleven, met lean-trajecten, vergadertijgers en scrummasters. Cossery schreef De luiaards in de vruchtbare vallei ruim zeventig jaar geleden, maar de vertelling is nog onverminderd actueel. 

    Het boek is vertaald door Mirjam de Veth, die eveneens een prachtig nawoord heeft geschreven. Albert Cossery, geboren in Egypte, woonde het grootste deel van zijn leven in Parijs. Hij overleed in 2008. Zijn oeuvre, bestaande uit tien boeken, kenmerkt zich door personages die buiten de maatschappij staan en de wereld om zich heen wantrouwend gadeslaan.  

     

  • Zwaarmoedige vertelling over depressie

    Zwaarmoedige vertelling over depressie

    De roman Met iedere regendruppel huilt mijn mislukte leven in de natuur is het vierde boek van Gerardo Soto Y Koelemeijer, wiskundedocent in Leiden met een eigen uitgeverij, Anabasis.
    Het boek gaat over Pieter Heuvelburcht, een depressieve, eenzame wiskundedocent, werkzaam in een onderwijssysteem dat zijn tol eist. Dan valt de druppel die de emmer doet overlopen en kan Pieter het simpelweg niet meer opbrengen om zijn bed in te ruilen voor het klaslokaal. Hij neemt ontslag. 

    Het eerste deel van het boek is voornamelijk een kritiek op het Nederlandse onderwijssysteem. Pieter signaleert dat docenten onder de maat presteren, leerlingen ongemotiveerd zijn, de werkdruk te hoog is en de schoolleiding te star. Ondertussen leer je de hoofdpersoon kennen als een intelligente man die gebukt gaat onder dit systeem. De hierdoor ontstane neerslachtigheid versterkt zijn al bestaande depressie, eenzaamheid en alcoholverslaving. Daarbij is hij suïcidaal en rouwt hij nog steeds om een oude vriend die vijftien jaar eerder plotseling overleed. 

    Plot van secundair belang

    Nadat Pieter ontslag heeft genomen als wiskundedocent vertrekt hij naar Madrid. Hij hoopt dat een nieuwe omgeving hem goed doet, een laatste poging om wat van het leven te maken. In Madrid ontmoet hij andere mensen en gaat hij sporten. Totdat hij hoort dat het niet goed gaat met zijn oom en terugkeert naar Nederland, waarbij nare herinneringen stevig opspelen.
    Het plot van het boek lijkt echter van secundair belang te zijn. De lezer wordt voornamelijk meegenomen in de psyche van de hoofdpersoon. Je leest veelal over een lijdensweg, over twijfels en angsten, verlangen en hoop, falen en uitputting. 

    Een lijdensweg die overtuigend is opgeschreven. De strubbelingen veroorzaakt door een mentale ziekte zijn realistisch: de onzekerheid en angsten, het terugvallen in oude patronen, de vragen over het nut van het leven, het gebrek aan levenslust en het niet kunnen genieten van de dingen die wél goed gaan – allemaal kenmerken van een depressie die de boventoon voeren. Maar door het ontbreken van een interessant plot, tezamen met de sterke focus op de mentale gesteldheid van het hoofdpersonage, is het een repetitief verhaal. Telkens opnieuw start de klaagzang, tot het zeurderige aan toe. Dat is weliswaar realistisch – depressie zou je kunnen beschrijven als een terugkerende klaagzang – maar maakt de roman nogal zwaar. 

    Voor mensen die in aanraking zijn gekomen met depressie zal Met iedere regendruppel huilt mijn mislukte leven in de natuur herkenbaar zijn. Voor degenen die er minder bekend mee zijn, kan de roman er beslist inzicht in geven. 

    Hinderende optelsom

    Hoewel het boek prima leest, is het soms struikelen over kleine tekstuele oneffenheden. Op zichzelf zijn deze niet zo schokkend, maar als optelsom gaat het hinderen. Twee voorbeelden: 

    Als Pieter in de metro in Madrid zit, omschrijft hij de coupé als volgt: De coupé waarin ik me bevind is een bijenkorf; elke halte stappen meer mensen in dan uit, met als gevolg dat na de derde halte iedereen wordt geplet, als sardines in een blik. Zwetende lijven wrijven tegen elkaar, onfrisse geuren vermengen zich met de hete lucht die de ruimte in wordt geblazen. Er is nauwelijks genoeg zuurstof voor iedereen. Wat een mensenmassa, wat een mix van culturen. De meerderheid moet van Zuid-Amerikaanse origine zijn. Maar wat een hitte, het lijkt wel een sauna.’ De metro-coupé wordt in een enkele alinea beschreven als een bijenkorf, een blik sardines én als een sauna. Los van het overschot aan beeldspraak zijn bijenkorven, blikken sardines en sauna’s maar lastig met elkaar verenigbaar. 

    Een ander voorbeeld: Pieter is in het snikhete Milaan en heeft op een gegeven moment dorst. Zijn mond is ‘zo droog als gort’, maar hij bestelt een espresso: een sterke koffie van 30 milliliter waarbij de tannines menig mens doen snakken naar een glas water. Maar Pieter niet, hij lest zijn dorst ermee. 

    Koelemeijer schetst een degelijk beeld van de impact die een depressie, eenzaamheid en suïcidale gedachten, op een mens kan hebben. Het resultaat is een zwaarmoedige vertelling.