• Het einde van een lange nacht

    Het einde van een lange nacht

    Vorige romans van Riika Pulkkinen speelden zich expliciet af in Finland en Estland, gebieden die door de eeuwen geteisterd zijn door (Russische) bezetting en overname, en nog maar relatief kort onafhankelijk zijn. In haar romans spelen machteloze personages een grote rol, individuen die tegenover een voortmalende geschiedenis staan. Met haar nieuwe roman De beste van alle mogelijke werelden, waarin het vallen van de Muur centraal staat, zet Pulkkinen zichzelf echter nadrukkelijk op de kaart als een Europese schrijver.

    In De beste van alle mogelijke werelden staan drie personages centraal: Aurelia, een jonge actrice die aan de vooravond staat van haar eerste grote rol; Joachim, die het stuk regisseert waarin Aurelia zal schitteren, en de moeder van Aurelia. Beurtelings worden hun verhalen verteld via Aurelia en haar moeder. Hoewel de val van de Berlijnse Muur vanaf het begin centraal staat in de roman worden er ook andere gebeurtenissen onthuld die invloed hebben op de drie hoofdpersonen. Alles bij Joachim, Aurelia en haar moeder staat echter in het teken van een zoektocht naar een kwijtgeraakt onderdeel van hun leven.

    Wanneer Aurelia haar eerste grote rol in een toneelstuk krijgt, weet ze niet precies waar het toneelstuk over gaat. Dat moet ze samen met de rest van de cast ontdekken. Wel weet iedereen dat het stuk zal gaan over de gevolgen van het vallen van de Muur. Aurelia moet allerlei karakters spelen die op de een één of andere manier te maken hebben met die val. Maar gaandeweg pikt ze hier en daar aanwijzingen van de regisseur op, waaruit blijkt dat ze vooral zíjn levensverhaal zal spelen, en daarmee ook dat van haarzelf. Zowel Aurelia als Joachim hebben een trauma opgelopen dat hen heeft gevormd, maar dat hen ook heeft doen scheiden van iets. Waar ligt de muur waarachter hun oude levens liggen? En kunnen ze daar weerstand tegen bieden?

    De beste van alle mogelijke werelden is Pulkkinens meest literaire roman. Met de combinatie van de biografische vertelling van Aurelia’s moeder in eerste persoon; het ontdekken van het biografische verhaal Joachim door Aurelia in derde persoon en het toneelstuk dat centraal staat, laat Pulkkinen allerlei dimensies door elkaar schemeren van het verhaal dat de Val van de Muur heet. Tegelijkertijd laat ze verschillende vertaalmethoden voorbijkomen: Joachims toneelstuk waarmee een verhaal aan een groot publiek moet worden verteld; Aurelia’s eigen gedachten en gedaanteverwisselingen als een representatie van het onderbewuste en haar moeder die een one-on-one gesprek wil aangaan met haar dochter.

    Het verhaal van de val van de Muur is de constante in De beste van alle mogelijke werelden. Tegen het einde van de roman is het toneelstuk nog steeds in ontwikkeling. Het is alsof elke generatie in De beste van alle mogelijke werelden hier een eigen weg in probeert vinden. Joachim, Aurelia en haar moeder zijn hun evenwicht kwijtgeraakt. Ze zijn op zoek naar eenheid. Het toneelstuk en hun biografiën zoeken elkaar. Vooral Aurelia als personage is hier een mooi voorbeeld van. Haar eigen gedachten lopen over in gedachten van de personages die ze bedenkt. Ze moet leren om een scheiding aan te brengen tussen zichzelf en die personages om op die manier haar eigen jeugd onder ogen te komen.

    Met De beste van alle mogelijke werelden heeft Pullkinen een spannende, psychologische roman geschreven, die zeker de eerste helft erg beklemmend is. Die spanning weet ze echter niet tot het einde van haar roman vast te houden. Wanneer er onthullingen plaatsvinden, valt de beklemming voor een groot deel weg en verdwijnt het toneelstuk van Joachim langzaam naar de achtergrond. Dat werkt bevrijdend – de lezer kan even ademhalen – maar de nieuwe spanning die wordt opgebouwd – de personages moeten ineens verder met hun leven en weten nog niet hoe – haalt het niet bij psychologische druk van de eerste helft. Er wordt net iets te veel onthuld.

    Pulkkinen houdt ervan om het grote politieke in het kleine persoonlijke te stoppen. Of andersom, want het leven van het individu is in haar romans onlosmakelijk verbonden met historische gebeurtenissen. Het zwart-wit van de geschiedenis verdwijnt in een grijs gebied zodra er wordt ingezoomd op de levens van burgers. De geschiedenis van machteloosheid wordt ook in hen telkens herhaald, ondankt alle goedbedoelde linkse overtuigingen die Pulkkinen laat langskomen.

    De verwevenheid tussen persoonlijke geschiedenis en het historische verhaal ligt er echter wel heel dik bovenop. De roman krijgt naar het einde toe steeds meer onverholen symbolische, historische verwijzingen, zoals de datum 11 september 2001 die wordt gebruikt als het moment van de scheiding van Aurelia’s ouders. Ook het verdwijnen van Joachims zus op een cruciaal moment wanneer de grens tussen Oost- en West-Duitsland even opengaat, is overduidelijk. Op dat soort momenten is De beste van alle mogelijke werelden een gekunstelde roman die een beetje vermoeit.

    Toch mag dit niet al te veel storen. Zeker in de eerste helft lukt het Pulkkinen om met de minimale hoeveelheid informatie de aandacht van de lezer vast de houden. Met Aurelia heeft ze een karakter geschapen die de lezer bijna betovert met de personages die ze voor zichzelf en Joachim schept. Aan het einde lijkt De beste van alle mogelijke werelden op te klaren en wordt er misschien iets te veel prijs gegeven, maar tegen die tijd heeft Pulkkinen al laten zien hoe meerdere belevingen een eigen invulling geven aan geschiedenis en hoe die verhalen elkaar vinden in individuen. Dat is het lezen meer dan waard.

  • Recensie door: Ina Bieze

    Recensie door: Ina Bieze

    Welke vorm van liefde is echter en kwetsbaarder, die tussen geliefden of die tussen ouders en kinderen? Is liefde altijd onvoorwaardelijk en gelijkwaardig? Pulkkinen zet haar lezers aan het denken als ze het familiegeheim onthult van een ogenschijnlijk heel normaal gezin.

    In haar roman Echt waar is de lezer getuige van een korte, heftige rimpeling in het huwelijk van twee gerespecteerde mensen: Elsa, een gerenommeerd  psychologe, en Martti, een beroemd schilder. Ze hebben een dochter, Eleonoora en twee kleindochters, Maria en Anna. Wanneer Elsa hoort dat ze ongeneeslijk ziek is en niet meer heel lang te leven heeft, menen beide echtlieden dat het tijd is om over hun geheim te vertellen. De lang verzwegen affaire van Martti zet daarna de verhoudingen binnen de familieleden op scherp. Het geheim blijkt pijnlijk en onverwerkt en te groot om niet verteld te worden.

    De toevallige vondst van een jurk in haar kledingkast, biedt Elsa de gelegenheid om haar kleindochter Anna te vertellen over de verzwegen liefdesaffaire van Martti met Eeva, de nanny van het gezin. Het is voor Anna het begin van de zoektocht naar deze geheimzinnige liefde van haar opa.

    Eeva is in 1964 studente in Helsinki. Ze  groeit op in een gezin van eenvoudige, hardwerkende boeren op het platteland van Kuhmo. Het zijn de jaren van de pil, de vrouwenemancipatie, de studentenopstanden en de groeiende kloof tussen ouders en hun kinderen. Als Eeva is aangenomen als oppas in het gezin van Elsa en Martti, moet ze in eerste instantie helemaal niets hebben van de hoogdravendheid en arrogantie van de kunstenaar. Juist die afwijzende  houding zorgt ervoor dat Martti verliefd wordt op de nuchtere, naïeve studente. Het is de vraag hoe oprecht zijn liefde is. Eeva’s liefde is echter onvoorwaardelijk en voor altijd. Juist die ‘bovenmatige liefde’ zal haar noodlottig worden.

    Hun relatie duur tot 1968, daarna pakt het echtpaar de draad van hun huwelijk weer op. Over Eeva wordt verder gezwegen, ook tegenover de  achtjarige  Eleonoora, die opeens haar vertrouwde ‘extra’ moeder moet missen. Pas op het moment dat Anna, vele jaren later, de jurk uit de kast van Elsa kiest, pakt Elsa haar kans om te praten.

    Martti verbreekt zijn stilzwijgen ook, maar dan tegenover een anonieme vrouw, een patiënte, net als Elsa ongeneeslijk ziek, die tegelijkertijd met hem in de wachtkamer van een ziekenhuis zit.

    ‘”En,” vroeg de vrouw, “wat was het moeilijkste?”………. 

     Hij hoorde het zichzelf zeggen. Om de een of andere reden was het helemaal geen probleem om het te zeggen: “Het moeilijkste was om van iemand anders te houden.”‘

    Riikka Pulkkinen heeft haar familiegeschiedenis op een mooie, goed doordachte manier gestructureerd. De onderlinge relaties en het leven van Eeva worden heel gedoseerd, maar scherp blootgelegd. De lezer krijgt regelmatig een inkijkje in de gedachten van de verschillende personages en weet daardoor – soms beter dan de personages zelf – hoe er over elkaar wordt gedacht en waarom bepaalde beslissingen worden genomen.

    In de genummerde hoofdstukken volgen we de verschillende hoofdpersonen, Elsa, Martti, Eleonora, Anna en Maria, en worden de onderlinge relaties en karakters geschetst. Deze verhaallijn wordt doorbroken door gedateerde hoofdstukken waarin Eeva zelf vertelt over haar studententijd in Helsinki, haar tijd bij het gezin Ahlqvist en de tijd na de affaire. Natuurlijk ontbreken de maatschappelijke ontwikkelingen van de roerige jaren zestig niet en is er aandacht voor de vrouwenemancipatie, de pil en het protest van de studenten. Dat Eeva nog een tijd in Parijs doorbrengt, is in dat opzicht heel passend.

    Deze structuur zorgt voor een aangename spanning, het maakt je nieuwsgierig naar wat er zich in de jaren zestig heeft afgespeeld en welke gevolgen dat nog steeds heeft voor de betrokkenen. De afwisseling van het perspectief, van alwetende verteller naar een vertellend ik-perspectief, maakt het verhaal levendig. De personages die Pulkkinnen schetst en hun gevoelens ten opzichte van elkaar, zijn geloofwaardig. Onzekerheid, schuldgevoel, woede, verdriet en heimwee: deze emoties zijn van alle tijden, net als de angst bij het vooruitzicht je ouders te moeten missen en de pijn bij het verlies van een kind. Ondanks hun onzekerheden en hun schuldgevoelens, zijn vooral de vrouwen de sterke karakters in deze roman. Ze zijn goed opgeleid, maken hun eigen keuzes en vertegenwoordigen het hedendaagse beeld van een geëmancipeerde vrouw. Pulkkinen maakt echter wel duidelijk dat echte liefde ook sterke, geëmancipeerde vrouwen kwetsbaar maakt.

    Het verhaal krijgt een extra dimensie als duidelijk wordt dat de geschiedenis zich lijkt te herhalen.

    ‘Een mens kan weglopen uit zijn eigen leven zonder afscheid te nemen, zonder uit te leggen waarom. Hij kan over de drempel stappen terwijl de ander achterblijft, huilend, schreeuwend, dagenlang op de grond in de gang liggend. Het is mogelijk “Tot morgen” te zeggen, ook al weet je dat je elkaar nooit meer zult zien.’ ( blz. 32)

    Echt waar is het tweede boek van de Finse auteur Riikka Pulkkinen. Ze debuteert  in 2006 met de roman De grens, waarvoor ze de prijs voor het populairste debuut van Finland krijgt en waarmee ze internationaal doorbreekt. Ook Echt waar krijgt lovende kritieken. In De Volkskrant van 3 september 2011 verschijnt een groot interview met haar door Arjan Peters, onder de titel ‘Ik ben een Augenblick-girl’. Het blijkt dat een aantal critici reeds spreekt van de ‘typische Pulkkinen-stijl’.

     

    Echt waar

    Auteur:  Riikka Pulkkinen
    Vertaald door: Annemarie Raas
    Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen (2010)
    Aantal pagina’s: 334
    Prijs: € 19,95, (e-boek: € 15,95)