• Waar verhalen zich ophouden

    Waar verhalen zich ophouden

    Vrouwen doppen hun eigen boontjes ze slaan er niet op los. Die zin zat in mijn hoofd toen ik wakker werd. Gisteren, naast een jonge vrouw in de auto, mijn jongste dochter. We gingen naar Twente een houten vloer uitzoeken.  Ze zei in een land te leven waar vrouwen geen ruimte kunnen innemen of ze worden vermoord. In mijn woorden dan. Zonder die mannen die een vrouw het licht niet gunnen, blijft er genoeg over voor vrouwen om behoedzaam met de openbare ruimte om te gaan. Ik mijd bepaalde plekken als ik alleen door het donker fiets, scan in twee blikken een treincoupé. Uit gewoonte. Het gevoel dat iets me op de hielen zit.

    Er is een verhuizing op handen, vloeren moeten gelegd, muren gesausd, het huidige huis ontmanteld. Ik probeer mezelf te vangen terwijl ik gaande ben. Ik bedoel, er is opeens zoveel betekenis in de dingen om me heen. We zijn onderweg (de man en ik) naar de dochter die meegaat een vloer uitzoeken. Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid van Rebecca Solnit in mijn tas. Niet dat ik het eruit zal halen. Ik ken mezelf. Maar in deze dagen van verandering houdt dit boek me bij de les. Spotify speelt Green Eyes van Kate Wolf. Ik zing mee, ‘Green eyes they don’t miss a thing’. Zeg de man hoe mooi dit is. Dan zingt ze, ‘You don’t throw a word away’, waarmee ze de zwijgzaamheid van haar man bezingt. Ik zie er een verhaal in maar waar begin ik. Zwijgzame mannen geven me een ongemakkelijk gevoel, maar als Kate Wolf erover zingt, smelt ik. Ik kijk naar de man achter het stuur en denk, doe maar, zwijg maar.

    Dat ik dingen gemist heb en alles al eens geschreven werd. Er beweegt iets. Solnit schrijft, ‘In de meest traditionele en akelige vorm komt een vrouw neer op een grote verdwijntruc, op jezelf wegcijferen en de mond snoeren om mannen meer ruimte te geven in een wereld waarin je bestaan als een aanval wordt gezien.’ Dat veel geografische plekken naar mannen zijn vernoemd. Niet dat die namen moeten verdwijnen. Het feit dat vrouwen niet genoemd werden en wij het niet zagen, is wat ze wil benadrukken. Ik lees het gretig.

    Deze week wordt er aandacht voor meer veiligheid op straat voor vrouwen gevraagd. Angst maakt weerloos, zei mijn dochter nog. Ook daar zie ik een verhaal in. Als ik nu eens begin.

    Later die dag bekeken we het huis voor de tweede keer. Dat de afmetingen van de verschillende kamers van het appartement kleiner leken dan ze zich in mijn hoofd hadden voorgedaan. Dat achter de woorden, ‘ze slaan er niet op los’, mannen staan die erop los slaan. Geweld als taal om duidelijk te maken dat iets niet bevalt. Daarover zou ik een essay willen schrijven, om dingen uit te zoeken.

    Solnit citeert een dagboekfragment van de toen negentienjarige Sylvia Plath. ‘Dat ik als vrouw geboren ben is mijn grootste tragedie. Ja, mijn brandende verlangen om me te mengen onder wegwerkers , zeelieden en soldaten, onder stamgasten in de kroeg – deel uit te maken van zo’n groep, anoniem, en te luisteren en te registreren – het wordt allemaal verhinderd door het feit dat ik een meisje ben, een vrouw die altijd het gevaar loopt aangerand of verkracht te worden. Mijn vurige belangstelling voor mannen en hun levens wordt vaak ten onrechte uitgelegd als de wens om hen te verleiden of als uitnodiging tot intimiteiten.’ Ook dit wordt gretig en met herkenning gelezen. Solnit over intimidatie en geweld tegen vrouwen als onderdeel van een systeem. Lees haar, (gebiedende toon).

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van haar leven afspeelt en de boeken die ze leest.

     

     

  • Leesplezier

    Een tamelijk jonge dichter en kunstcriticus berichtte me dat hij Rebecca Solnit ging lezen. Hij hastagde er YOLO bij.
    ‘Goed zo,’ schreef ik terug. ‘We hebben meer mannelijke feministen nodig!’ Maar inmiddels was de dichter een paar uur op streek met het lezen van Solnit en moest hij concluderen dat hij wel een feminist was, maar dat hij Solnit drammerig vond. Ze had goede punten, absoluut, maar het leesplezier leed onder dat drammen.

    Ik dacht daarover na. Recent ben ik in mijn persoonlijke leven nogal drammerig geweest. Iemand in mijn omgeving was agressief tegen me geweest en ik wilde dat hij verantwoording zou nemen voor de gevolgen van zijn gedrag. En omdat ik hem daar niet in mijn eentje toe kon bewegen, deed ik een beroep op de mensen om ons heen. Ik vertelde wat er was gebeurd. Ik legde uit wat het met mij had gedaan. Ik vertelde nog een keer wat er was gebeurd. Ik schetste opnieuw de context. En benadrukte dat ik niets had gedaan om het gebeurde uit te lokken. Maar de boodschap leek niet aan te komen. Iemand zei dat ik het niet duidelijk genoeg had verteld. Iemand anders vroeg of ik niet in therapie kon gaan om eroverheen te komen. En een derde persoon zei dat hij misschien wel liever niet wilde weten wat er nu precies gebeurd was. Ik worstelde. Ik wilde mezelf niet herhalen. Ik wilde geen slachtoffer zijn, of een aanklager. Ik wilde niet drammen. Maar ik wilde wel dat er iets veranderde, ook al leed het luisterplezier van mijn gehoor eronder. En dus zei ik het opnieuw. En ik besloot voor een paar maanden ergens anders te gaan wonen.

    Rebecca Solnit nam ik mee naar mijn nieuwe huis. Op mijn geleende bank las ik het essay ‘Feminisme: de mannen komen erbij’ uit De moeder aller vragen. Het essay bevat een ‘handzaam overzicht’ van het jaarlijkse aantal gerapporteerde verkrachtingen in de VS, en de aantallen aangiften, arrestaties, veroordelingen en valse beschuldigingen, waaruit blijkt dat het aantal valse beschuldigingen vele malen kleiner is dan het aantal werkelijke verkrachtingen waar nooit vervolging of veroordeling op volgt. Terwijl die valse beschuldigingen relatief veel meer aandacht krijgen in de media, getuige de voorbeelden die Solnit geeft. Ik werd er behoorlijk verdrietig van. En moedeloos. Het was bepaald niet plezierig om te lezen.

    Ondertussen had mijn schrijfplezier er ook onder te lijden. Ik had graag over iets vrolijkers nagedacht dan over de onmogelijkheid om een voortdurend onrecht bloot te leggen zonder te blijven herhalen dat het onrecht echt en nog altijd bestaat. Ik zou liever vertellen over de bomen in mijn nieuwe straat waar kleine fliebertjes uit waaien die heel hoog door de lucht zweven, en hoe ik er uiteindelijk achter ben gekomen dat die bomen iepen heten. Maar ondanks de toenemende kramp in mijn nek vind ik het kennelijk belangrijker om nu op te schrijven dat er soms niet-plezierige dingen moeten worden gezegd en geschreven, desnoods op drammerige wijze. Hashtag You Only Live Once.

     


    Gastcolumnist Gerda Blees schrijft tot september tweewekelijks een column voor Literair Nederland. Ze debuteerde in 2017 met de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet. In april debuteerde ze met de dichtbundel Dwaallichten.

     

     

    Foto: FotoBuffel

  • Opheffen tweedeling seksen goed voor mannen, vrouwen, kinderen en mensen

    Opheffen tweedeling seksen goed voor mannen, vrouwen, kinderen en mensen

    Ook lezers die Rebecca Solnit niet kennen en haar eerder dit jaar verschenen Mannen leggen me altijd alles uit niet gelezen hebben, zullen op basis van de titel vermoeden dat haar nieuwe essaybundel De moeder aller vragen een sterk feministische inslag heeft.
    Die aanname klopt, zolang de lezer feminisme niet ziet als een zaak die alleen vrouwen aangaat. In haar inleiding zegt filosofie en activiste Rebecca Solnit, dat het ‘niet alleen over wat vrouwen meemaken maar over de ervaringen van ons allemaal: mannen, vrouwen, kinderen en mensen die proberen uit de strakke tweedeling van de seksen te stappen’ gaat.

    Met ‘de moeder aller vragen’ is de volgens Rebecca Solnit de asociale vraag bedoeld: ‘Waarom heb je eigenlijk geen kinderen?’ Een vraag waarmee veel kinderloze vrouwen geconfronteerd worden, maar die praktisch nooit aan mannen die geen kinderen hebben wordt gesteld.
    De vraag maakt belangstelling voor geestelijke kinderen in de vorm van literatuur, zoals bij iemand als Virginia Woolf, een stuk moeilijker.

    Samen de stilte verbreken
    De moeder aller vragen bestaat uit twee delen die respectievelijk vijf en zes essays bevatten.  In het eerste deel – Het zwijgen wordt verbroken– draait het om verhalen over verkrachtingen door beroemdheden en machthebbers die publiekelijk zijn aangeklaagd. De nadruk valt op Amerika, maar spreekt sinds #metoo nadrukkelijk ook tot de Nederlandse verbeelding.
    Solnit zou Solnit niet zijn, als ze in dit mer à boire dat met deze verhalen naar buiten komt, ook niet het begin zou zien van een kantelpunt: ‘de eerste stap op weg naar genezing en herstel’, want feminisme is niet, zoals Solnit schrijft, louter een vrouwenkwestie. Geweld tegen en discriminatie van vrouwen is een ‘mannenkwestie’, maar voor alles hebben vrouwen bondgenoten nodig. Mannen die zich uitspreken. Solnit noemt ze niet met name, maar de White Ribbon Campagne, de internationale beweging van mannen die zich inzetten om geweld tegen vrouwen tegen te gaan, is een voorbeeld van het door haar genoemde bondgenootschap.

    De boodschap van Solnit in het eerste deel van De moeder aller vragen is: vrouwen en mannen die het zwijgen verbreken maken door het ‘oversteken naar een wereld die gaandeweg wordt uitgevonden’ veranderingen mogelijk. Zij doorbreken de hokjesgeest.

    Hokjesdenken doorbreken
    In het tweede deel van het boek, dat Het verhaal afbreken heet, ontkracht Solnit het verhaal waarop de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen voor een deel gebaseerd is.
    De maatschappij moet af van de mythe waarin de man de jager is en de vrouw thuis zit en voor het eten en de kinderen zorgt. De vrouw ‘zat niet stil te wachten. De vrouw had het druk. Nog steeds.’
    Een dergelijke vorm van categoriseren schiet zijn doel voorbij, omdat het hokjes zijn waar niemand (meer) in past: ‘de categorieën zijn lek geworden.’
    In een pleidooi voor het opheffen van hokjes, komt het vreemd over dat Solnit de aanval opent op mannelijke schrijvers – ze noemt Hemingway, Bellow, Roth, Updike en Mailer – die zich schuldig hebben gemaakt aan vrouwenhaat en daarom niet meer door vrouwen gelezen zouden moeten worden.

    Behalve dat Rebecca Solnit niet altijd even consequent is, is het ook allemaal niet nieuw wat ze schrijft. Wel is het allemaal helder en mooi verwoord en dito vertaald. Neem bijvoorbeeld een passage als: ‘Uit milieuoverwegingen ben ik hartstochtelijk begaan met de bewoonbaarheid van onze planeet, maar zolang die niet volledig bewoonbaar is voor vrouwen omdat ze niet vrij en zonder voortdurende angst over straat kunnen gaan, ploeteren we voort onder een praktische en psychologische last die ten koste gaat van onze kracht. Wat dan ook de reden is waarom ik, als iemand die gelooft dat het klimaat onze belangrijkste wereldvraagstuk is, nog steeds over feminisme en vrouwenrechten schrijf. En de mannen toejuich die verandering een tikje dichterbij hebben gebracht of deel uitmaken van de grote veranderingen die zich op dit moment voltrekken.’ Hoop houdt levend, dat wil Solnit er maar mee zeggen. Maar dan moet je er, volgens haar – en terecht – wel gezamenlijk aan werken.

    Origineel maar ook schatplichtig
    Solnits nieuwe boek ademt, hoewel het niet allemaal nieuw is wat ze vertelt, originaliteit. Het bevat nauwelijks een voetnoot. Toch is zij schatplichtig aan denkers die zij niet met name noemt. Aan Gilles Deleuze bijvoorbeeld. Zijn rhizoom-denken klinkt door in een passage als: ‘Sommige boomstronken hebben wortelstelsels die de individuele stammen met elkaar verbinden en de individuele bomen ondergronds vervlechten tot een stabiel geheel dat zich niet zo makkelijk omver laat blazen tijdens een storm.’
    Is het erg dat de naam van zo’n directe of indirecte inspirator ongenoemd blijft? Ja en nee. Nee, omdat geen enkele denker volkomen origineel is en dat ook niet voor de volle honderd procent hoeft te zijn. Niet iedereen weet van al zijn/haar ideeën nog de eigenlijke herkomst te achterhalen. Een idee wordt zo een gedeeld verhaal.
    Ja, het is erg dat de naam ongenoemd blijft wanneer het verhaal van een ander wordt geannexeerd en de oorspronkelijke bron ongenoemd blijft.

    Wat moet een schrijver die het een niet doet (voetnoten plaatsen en een literatuurlijst opnemen) en het ander (verhalen delen) niet wil nalaten? Solnit gaat anders te werk: ze legt de nadruk op verhalen van onderdrukte vrouwen, die ze met naam en toenaam noemt. Het gaat haar erom, dat door het vertellen van die verhalen het onrecht wordt benoemd dat erin verborgen zit, zodat alles uiteindelijk ten goede zal keren. Dát lijkt de diepere boodschap in De moeder aller vragen.