• Presentatie ‘Jaguarman’ Raoul de Jong in Suriname


    ‘De geschiedenis laat zien hoe belangrijk het was voor de Pairaoendepo dat jaguars bang waren voor hun eigen kracht, maar de geschiedenis laat ook zien dat het een vergissing is om te denken dat die kracht ooit onderdrukt kan worden.De kracht verbergt zichzelf, doet net alsof hij geen kracht is, wordt doorgegeven in het geheim, neemt andere vormen aan, verdwijnt onder de grond, vliegt over oceanen en vindt een weg naar de kinderen van de kinderen van de kinderen en blijft kloppen, net zolang totdat hij wordt gehoord.’

    Een zoektocht naar de jaguar, het mythisch wezen van de bossen van Suriname waarbij de geschiedenis van Suriname een centrale plek heeft, zo kan het boek Jaguarman het best worden omschreven. Het boekwerk las ik vorig jaar, kort nadat ik hem kreeg van de auteur zelf, Raoul de Jong. Hij was in Suriname voor onderzoek naar Anton de Kom voor een  filmscript over diens leven waarmee hij nog steeds mee bezig is. Ik had geen verwachtingen toen ik begon met lezen, ik had namelijk niet eerder gehoord over het boek, dus betrad ik het werk met een open geest. In twee dagen had ik het uitgelezen en bij de laatste bladzijde was ik even stil. De Jong neemt je in zijn boek mee op zijn zoektocht naar de jaguar. Deze initieerde hij na een ontmoeting  met zijn vader. Zijn vader die daarvoor geen plek in zijn leven had voor hem. Door die ontmoeting ontstond bij hem de  behoefte  om meer te weten te komen over zijn Surinaamse kant. 

    Geschiedenis van Suriname

    De Jong neemt ons mee in de achtbaan waarin hij zich kwetsbaar opstelt waardoor je verschillende emoties die hij doormaakt voelbaar zijn. Diverse aspecten uit het verleden worden belicht zoals de slavernij, de verschillende momenten van verzet en ook het Winti-geloof, een belangrijk onderdeel van de Afro-Surinaamse cultuur. Er komen verschillende Surinamers langs die een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het land en de cultuur zoals Louis Doedel, Thea Doelwijt en Leo Ferrier. Een prominente rol is weggelegd voor Anton de Kom, die De Jong beschrijft als een held. 

    Net als De Kom maakt De Jong de geschiedenis van Suriname toegankelijk voor niet alleen de Surinamers, maar ook voor anderen buiten Suriname. Lezers van zijn boek leren het land, zijn mensen en de verschillende culturen kennen alsook de vele uitdagingen die het land heeft gekend vanaf de kolonisatie door de Europeanen. Op een aantal plekken in het boek voelt het alsof je letterlijk aanwezig bent bij zijn zoektocht. Je ziet, ruikt, hoort, proeft en voelt wat hij aantreft. Makkelijk heeft hij het niet gehad en op bepaalde momenten bekroop mij het gevoel dat hij het leed van onze voorouders op zich had genomen om hun pijn goed over te kunnen brengen. Los van dat hij voor en tijdens het schrijven, en na het uitkomen van Jaguarman vele moeilijke momenten heeft ervaren door onder meer van zijn Surinaamse familie, die het niet leuk vond dat hij delen van hun verleden openbaarde. Ook de pijnlijke reacties als, ‘waarom moest hij dit boek schrijven?’ vanuit de onwetendheid van lezers in Europa over het verleden en de verschillende culturen van Suriname. 

    Totstandkoming Jaguarman

    Het boek is een waardig vervolg op Wij Slaven van Suriname van De Kom omdat een aantal aspecten over het verleden worden gepresenteerd en daarnaast ook hoe de samengestelde bevolking van het land door alle moeilijkheden zich staande weet te houden. Mijn exemplaar van Jaguarman maakte ook een reis, verschillende personen lazen het en ervoeren het verhaal.
    Dit jaar schreef De Jong ook het Boekenweekessay Boto Banja, het opstel over het thema van de Boekenweek ‘Ik ben alles’, geschreven in opdracht door een Nederlandstalige auteur. De Boekenweek is sinds 1932 een jaarlijks terugkerende week in maart ter promotie van het (Nederlandstalige) boek. Raoul is de eerste schrijver van Surinaamse afkomst die hiervoor in aanmerking kwam. Dat hij de eer kreeg nadat hij Jaguarman heeft geschreven, voelt goed. 

    In een goed bezette Tori Oso in Paramaribo presenteerde Raoul op woensdag 19 april Jaguarman in de tweede helft van de avond. De eerste helft van de avond was voor schrijver en voorzitter van de Schrijversgroep ’77 Robby Parabirsing – beter bekend als Rappa –  die zijn boek Een kleine politieke historie van Suriname presenteerde. De Jong was zenuwachtig over hoe het interview verlopen. Presentator van de avond Marciano Zalman brak de spanning door te vertellen dat hij het boek de avond en de ochtend voor de presentatie nog had uitgelezen. Hij was ook betoverd door de krachten van de jaguar. Er volgde een geanimeerd gesprek waarin Raoul het proces van de totstandkoming van Jaguarman vertelde.

    Geen reisgids

    Jaguarman is geen reisgids, zoals een keer werd aangegeven in de media in Nederland. Het is een toevoeging aan de literatuur van Nederland en Suriname. Het is een boek dat net als Wij slaven van Suriname de identiteit van Suriname omarmt en blootlegt. Het is een geschenk aan de wereld. 

    Tijdens zijn verblijf in 2022 in Suriname, hoorde Raoul over de uitdaging om jongeren van Suriname te motiveren meer boeken te lezen. Boeken zijn onbetaalbaar door de economische situatie in het land. De weinige bibliotheken in het land hebben geen budget om boeken aan te schaffen en kunnen daardoor nauwelijks literaire activiteiten  organiseren. In samenwerking met de Stichting Skrifi ontwikkelde De Jong een leesbevorderingsproject voor middelbare schoolleerlingen. Onderdeel van dit project is zijn bezoek aan Suriname om Jaguarman officieel aan de Surinaamse samenleving te presenteren. Ook bezocht De Jong een aantal scholen en bibliotheken waar hij exemplaren van Jaguarman en Boto Banja heeft aangeboden. 

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Op 2 mei presenteerde De Jong het boek Boto Banja voor publiek in het Nationaal Archief Suriname.

    Openingscitaat uit: Jaguarman /achtste druk (2023) / pagina 238.


    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft artikelen voor OneWorld en blogt voor Tirade.nu.

  • Surinaamse verhalen toegankelijker maken voor Nederlandse lezers

    Surinaamse verhalen toegankelijker maken voor Nederlandse lezers

    Velen kunnen door de Surinaamse literatuur kennis maken met Suriname, zijn inwoners, hun culturen en gebruiken. Voor personen van Surinaamse komaf en anderen die een binding hebben met het land, is het herkenning. En verscholen aspecten kunnen ontdekt worden. De Surinaamse identiteit wordt door de lokale literatuur namelijk gedeeld met de buitenwereld.

    In Nederland zijn enkele Surinaamse schrijvers bekend, zoals Michael Slory, Astrid H. Roemer en Cynthia McLeod, maar een groot aantal Surinaamse schrijvers zijn onbekend. Dat heeft onder meer te maken met de kwaliteit van het werk als originaliteit, structuur, ideeën en ook de taalhantering. Maar ook de gestelde taaleisen in Nederland, zoals het algemeen beschaafd Nederlands (ABN) en de Surinaamse zinsconstructies zijn uitdagingen. Dat kan de reden zijn dat Nederlandse uitgevers geen potentie zien in Surinaamse auteurs. Toch verdienen Surinaamse verhalen het om over hun eigen landsgrenzen gebracht te worden om zodoende deel uit te maken van de totale wereldliteratuur. Er zijn een aantal schrijvers die buiten Suriname uitgegeven zouden moeten worden. Zij worden genoemd in het boek Jaguarman van Raoul de Jong en in Dat wij zongen, samengesteld door De Jong, Julien Ignacio en Michiel van Kempen. Aangezien Suriname en Nederland een gedeeld verleden hebben en een gezamenlijke toekomst tegemoet gaan – als we kijken naar historische en culturele banden, gedeelde taal en het grote aantal verdeelde families over beide landen – is het belangrijk dat de Surinaamse literatuur overzee een plek krijgt. En er zijn meer verhalen in de Surinaamse literatuur te ontdekken dan enkel die over het slavernijverleden.

    De ontwikkeling van Surinaamse verhalen

    In Suriname werden tijdens het overgrote deel van de koloniale periode (1667-1975) verhalen en informatie onder de tot slaafgemaakten mondeling overgebracht, want slaven was het verboden te leren lezen en schrijven. Volgens onderzoek van de Surinaams taaldeskundige en surinamist Hein Eersel (1922-2022) werd in 1876 de algemene leerplicht ingesteld en werd het Nederlands als schooltaal ingevoerd. Andere talen werden uitgesloten van het onderwijs, wat inhield dat leerlingen hun moedertaal niet op school mochten spreken en de ouders min of meer gedwongen werden hun kinderen Nederlands te laten spreken. Deze maatregel heeft de tweetaligheid onder de bevolking sterk doen toenemen. Thuis, bij onder meer de nazaten van tot slaafgemaakten en de immigranten, werd het Sranantongo en de andere betreffende moedertalen gesproken. Dit zorgde ervoor dat er op de Nederlandse taal een variëteit ontstond, die verschilt op het vlak van uitspraak, woordenschat en grammatica van het Europese Nederlands. 

    In de afgelopen vijftig jaar werden boeken, geschreven in het Surinaams-Nederlands, steeds meer uitgegeven in Nederland. Zoals Sarnami, hai van Bea Vianen, uitgebracht in 1969 door Querido en Hoe duur was de suiker? van Cynthia McLeod, uitgebracht in 1995 door uitgeverij Conserve. Het opmerkelijke van Vianen is dat zij de eerste Surinaamse schrijfster is geweest wier debuutroman in Nederland is uitgegeven.

    De verhalen van deze schrijvers en anderen, hebben de Surinaamse literatuur gekleurd en behoren tot  de literaire canon van Suriname, mocht die er ooit komen. Volgens neerlandicus Hilde Neus worden er wel pogingen ondernomen om tot een Surinaamse canonlijst te komen, maar is er een probleem met het vaststellen van de criteria. Het leespubliek in Suriname is namelijk anders en Neus denkt dat de selectiecriteria meer in samenhang moet zijn met de structuur van de Surinaamse samenleving, op historisch, cultureel en ontwikkelingsniveau. Neerlandicus Jerry Dewnarain heeft enkele vragen geformuleerd, zoals aan welke eisen moet een boek voldoen om tot de Surinaamse canon gerekend te kunnen worden. Dewnarain deed dit voor zijn afstudeerthesis van de masters Nederlandse taal en cultuur waarvan hij de literatuurpoot heeft afgerond.

    Opvallend is dat Surinaamse literatuur de afgelopen jaren volop in de belangstelling staat in Nederland. Schrijvers met Surinaamse afkomst krijgen enorm veel aandacht. Raoul de Jong heeft dit jaar het Boekenweekessay geschreven. Met de toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren in maart 2021 werd Astrid H. Roemer de eerste Surinaamse auteur die voor haar gehele oeuvre werd bekroond met deze prestigieuze literaire prijs. Bijdragen zoals de Ibisprijs van de Taalunie, opgezet in 2022, motiveren Surinaamse schrijvers ook om hun gedachtegoed neer te pennen en krijgen daardoor de aandacht van een groter publiek.  Deze ontwikkelingen zorgen voor positieve aandacht voor het land en voor motivatie waar de Surinaamse schrijvers verder op kunnen voortborduren.

    Authenticiteit behouden

    De Surinaamse literatuur is zeker aan verdieping toe. Verhalen zijn voor verbetering vatbaar qua vertelstructuur en zinsformulering, maar er moet voor gewaakt worden dat de authenticiteit van de Surinaamse verhalen niet verloren gaat. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het Surinaams-Nederlands heeft namelijk bepaalde woorden en uitdrukkingen die andere betekenissen kennen of gewoon een andere context dan in  Nederland en dat wordt in veel gevallen als ‘fout’ gezien. Bijvoorbeeld het woord ‘tof’ betekent in Nederland fijn of gaaf, maar in Suriname betekent het moeilijk en zwaar. Daarin zullen zowel de schrijvers als redacteuren of uitgevers compromissen moeten bereiken, want niet altijd moet een zin of woord veranderd worden omdat het in eerste instantie als ‘verkeerd’ wordt gezien.  Als schrijver wil je dat de lezer jouw teksten zo juist mogelijk ervaart.

    Volgens Robby Parabirsing, voorzitter van de Schrijversgroep ’77 – de actiefste, grootste en oudste schrijversorganisatie in Suriname – en beter bekend onder zijn schrijversnaam, Rappa, kan de kwaliteit van de Surinaamse verhalen ook verbeterd worden door onder meer (jonge) Surinaamse schrijvers tot schrijven te stimuleren via schrijfwedstrijden met aantrekkelijke prijzen, zoals een geldbedrag en schrijf workshops. Het is verder ook belangrijk dat er in Suriname meer geïnvesteerd wordt in het ontwikkelen van schrijven door middel van cursussen en trainingen. Meer engagement met andere schrijvers binnen en buiten Suriname zal de literaire ontwikkelingen goed doen en zal alleen maar positief zijn voor de schrijver. Door op gerenommeerde en serieuze platforms zoals weblogs te publiceren, komt er tegelijkertijd een gedegen feedback op hun werk.

    Een goede schrijver worden

    Een goede schrijver hoeft niet succesvol te zijn, maar om een goede schrijver te worden, daar gaat veel tijd en moeite in zitten. In Suriname is het zeker een uitdaging een goede schrijver te worden. Maar door de slechte economische situatie in het land zijn velen eerder bezig  om het hoofd boven water te houden. Daarnaast heerst er niet echt een leescultuur en ouders die vroeger nog wel eens een boekje kochten voor hun kinderen, kunnen zich dat nu niet meer veroorloven. Waar scholen vroeger de opbrengst van de snoeppauze besteedden voor het aanvullen van hun mediatheek, kunnen zij dat nu niet meer doen. De grotere bibliotheken hebben geen financiële middelen om boeken aan te kopen. 

    In Suriname bereik je dus geen hoge verkoopcijfers wanneer je een boek uitbrengt. Dit kan een schrijver danig demotiveren. Verder krijgen schrijvers weinig ruimte  om hun visie te delen over onder meer de toestand in het land, de situatie in de wereld of andere belangrijke zaken die zij willen belichten. Dit in tegenstelling tot Nederland waar schrijvers wel de ruimte krijgen een bijdrage te leveren aan de opinievorming in de samenleving. Wegens gebrek aan financiële middelen worden er in Suriname ook weinig literaire activiteiten georganiseerd. Gelukkig lukt het de Schrijversgroep ‘77 nog om maandelijks een thema-avond te organiseren die in een bepaalde literaire behoefte voorziet. In het verleden is er een aantal uitwisselingsprojecten geweest tussen Suriname en Nederland zoals ‘Winternachten Tournee Suriname’ in 2004. Het zou interessant zijn als deze projecten weer worden opgestart of op een andere manier worden voortgezet. Los van het delen van inzichten tijdens zulke literaire events, zijn het ook goede momenten voor schrijvers om met elkaar te praten over elkaars werk.

    Meer produceren

    Volgens Robby Parabirsing (Rappa) is de Surinaamse variatie op het Nederlands via de Taalunie wel geaccepteerd, maar bij het doorsnee Hollands lezerspubliek nog niet zozeer.

    ‘In plaats van lesbrieven en allerlei projecten voor de opleiding Nederlands van het Instituut voor de Opleiding Van Leraren zou de Taalunie meer fondsen beschikbaar kunnen stellen voor bijvoorbeeld schrijfwedstrijden en/of workshops. Ik vond de ontmoeting met de Taalunie onlangs in oktober 2022, maar teleurstellend voor het stimuleren van het Surinaams-Nederlands als literaire taal en de activiteiten daaromheen. Ze focussen meer op die opleiding Nederlands, wel goed, maar ik merk weinig positief effect in de praktijk. Het merendeel van de studenten op de opleiding leert alles uit hun hoofd, om snel af te studeren en om flink wat uren te maken. Voor Nederlands maak je namelijk vier uren per klas op het Voortgezet Wetenschappelijk Onderwijs. Men kweekt geen taalwetenschappers en promotors van de Surinaamse literatuur. De geslaagden van de opleiding Nederlands versmallen juist de belangstelling voor het lezen van de Surinaamse literatuur in het Surinaams-Nederlands. Met poëzie is het nog erger gesteld. Let wel, dit geldt niet voor die enkelen die wel hun best doen dit te stimuleren, maar ze vormen een minderheid.’

    Er zouden meer Surinaamse verhalen in Nederland gepubliceerd moeten worden over de rijke Surinaamse cultuur, hun zienswijze op zaken zoals de gedeelde geschiedenis en het leven in Suriname. In een speciale Suriname editie van literair tijdschrift Tirade Prakseri, dat in november 2022 uitkwam, heeft het Nederlandse publiek als voorproefje kennis kunnen maken met bekende en onbekende Surinaamse schrijvers.

    Naar mijn mening moet er een tijd komen dat men niet meer om de in Surinaamse wonende schrijvers heen kan. Natuurlijk zijn er de boeken over Suriname die in het verleden geschreven werden door buitenlanders die er hebben geleefd en hun ervaringen hebben opgeschreven. Maar het wordt tijd dat Surinaamse schrijvers hun eigen inzichten over en ervaringen met hun land delen met de wereld en daarvoor de ruimte krijgen.

     

    Bronnen:

    • Scriptie Suriname in de Nederlandse Taalunie van Ruth Brandon
    • Expositie Surinaamse Schrijvers, De weg naar een onafhankelijke literatuur van het literatuurmuseum
    • Jerry Dewnarain, neerlandicus
    • Hilde Neus, neerlandicus

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft artikelen voor OneWorld en blogt voor Tirade.nu.

     

     

     

  • Rotterdamse schrijver Raoul de Jong ontving Anna Blaman Prijs 2022

    Op vrijdag 2 december ontving  schrijver Raoul de Jong de Anna Blaman Prijs uit handen van locoburgemeester Faouzi Achbar als bekroning voor zijn auteurschap in Rotterdam. De prijs wordt driejaarlijks uitgereikt aan een schrijver die met zijn of haar oeuvre heeft bijgedragen aan de kwaliteit van het literaire klimaat in de regio Rotterdam. Volgens de jury maakt Raoul de Jong zich, ‘Net als Anna Blaman in haar tijd, […] op vele fronten cultureel-maatschappelijk en journalistiek verdienstelijk’. De uitreiking vond plaats in de Burgerzaal van het stadhuis van Rotterdam in het gezelschap van genodigden en een aantal Rotterdamse scholieren en docenten. Aan de prijs is een bokaal en een geldprijs van € 15.000 verbonden.

    De Jong (1984) publiceerde acht boeken. In 2005 debuteerde hij met Het leven is verschrikkulluk!  In 2006 verscheen Stinknegers, waarvoor hij de Dick Scherpenzeelprijs, een prijs voor grensverleggende buitenlandjournalistiek, ontving. De grootsheid van het Al werd onderscheiden met ‘Het Beste Rotterdamse Boek’ en stond op de shortlist voor de Bob den Uyl Prijs. Zijn boek Jaguarman (2020), werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, de European Union Prize for Literature, de Boekenbon Literatuurprijs en de Boon. Daarnaast schrijft De Jong voor theater en toneel en publiceert hij in Vrij Nederland, Het Parool en NRC Handelsblad.

    In zijn dankwoord zei De Jong: ‘Ik doe het niet om deze prijs te winnen, maar voor die achttienjarige jongen op de fiets die ik toen was en anderen die nu op hem lijken. Tegen hen wil ik zeggen: je bent niet gek, het is de wereld die anders moet – je kunt er zelf een mooi verhaal van maken, dat heeft wel degelijk zin.’ 

     

  • Heden en verleden zijn één

    Heden en verleden zijn één

    ‘Wij zeggen in winti: het verleden verschilt niet van vandaag, het is dezelfde werkelijkheid, met een ander gezicht. Dat is logisch toch? Als er ergens een overstroming is geweest, dan werkt dat door, tot op de dag van vandaag. Zo werkt het ook voor mensen. Het heden van opa, dat ben jij.’ Aan het woord is Juliën Zaalman. Overdag werkt hij op Bureau Burgerzaken, ’s avonds schrijft hij boeken over het winti-geloof. Hij is één van de vele bijzondere mensen die Raoul de Jong (1984) in Suriname ontmoet en in zijn boek Jaguarman portretteert. Een boek dat laveert tussen reisdagboek, geschiedenis, betekenisgeving en mystiek. Er is sprake van een familievloek. De grootvader van De Jong zou de gave hebben gehad om zich te veranderen in een jaguar, ‘het sterkste en, volgens sommigen, wreedste dier van het Zuid-Amerikaanse regenwoud’.

    Zoutloos dieet

    Of de kleinzoon deze voorvaderlijke kracht in zijn eigen leven hervindt, is één van de vragen die De Jong in deze zoektocht naar zijn roots uitwerkt. Zijn eigen vader, die lang uit zijn leven is gebleven, plots opduikt en ook weer even plotseling het contact verbreekt, raadt hem af om zich met winti bezig te houden, die duistere kracht. Maar De Jong bekommert zich niet om dit advies. Hij zet zichzelf op een zoutloos dieet, vermijdt seks en genotsmiddelen, voorwaarden die nodig zijn om contact te leggen met deze voorouderlijke magische krachten. De dagen van dit ritueel zijn de basisstructuur van het boek, dat op een maandag aanvangt en een week later op dinsdag eindigt. De hoofdstukken zijn als brieven aan zijn grootvader, want telkens wordt die als Jaguarman aangesproken en ter afsluiting gegroet. Amen. Heden en verleden zijn in ieder hoofdstuk ingenieus met elkaar vervlochten. Het citaat van Zaalman maakt duidelijk vanuit welke inspiratie De Jong werkt, want dat is de grondtoon van het boek. De zoektocht die De Jong aangaat is die van een mysticus en historicus. Op beide vlakken heeft hij de lezer veel te vertellen.

    Beschamend

    Om met het historische gehalte te beginnen: het is beschamend hoe weinig kennis er in Nederland bestaat over Suriname, hoe weinig er in het openbaar debat gesproken wordt over het gedeelde verleden, de kolonisatie van het land, de plantages, de slavernij. Suriname was de pinpas waarmee enkele vooraanstaande Hollandse handelshuizen en families een rijk leven konden leiden. Komt heden ten dage Suriname ter sprake dan gaat het over Desi Bouterse, de Decembermoorden. Pas de laatste jaren lijkt daarin een kentering te komen. Opeens stond bijvoorbeeld vorig jaar Wij slaven van Suriname van Anton de Kom in de bestsellerslijst, en is er in publicaties interesse in het leven van De Kom en de strijd die hij voerde. Ook De Jong laat zich inspireren door dit baanbrekende boek uit 1934. Het wordt zijn gids om de geschiedenis van Suriname, van zijn voorvaderen, te leren kennen, om op reis te gaan.

    Woordeloos contact

    In het woensdaghoofdstuk vertelt De Jong over zijn deelname aan een expeditie in het Surinaamse regenwoud: ‘een dertig meter hoge muur van planten, felgroen afstekend tegen de rode weg’.  Het is het meest zintuiglijke en diepzinnige deel van Jaguarman, met sterke passages over de andere deelnemers aan deze expeditie, over de mystiek van het oerwoud. Just en Johannes, twee Caraïben die als gidsen mee zijn, ontroeren door hun woordeloze aanwezigheid: ‘Ze leken te praten zonder woorden, ze maakten gebaren, langzame, ronde gebaren (…) waarmee ze niet alleen met elkaar communiceerden, maar, zo leek het, ook met het bos.’ Een vogel fluit, Johannes fluit terug en de vogel antwoordt hem weer.  De Jong observeert de twee mannen scherp. Steeds ketsten zijn vragen af op hun zwijgen. Pas wanneer hij stilstaat bij wie de ander werkelijk is, verschuift er iets, ontstaat er meer contact.

    Toch stuiten lang niet alle vragen die De Jong stelt op een muur van zwijgen.  In zijn ontmoeting met Cheryl White, hoofd van de archeologie-afdeling van de Anton de Kom Universiteit, vraagt hij haar wat het meest waardevolle is dat zij van de marrons heeft geleerd. Marrons, letterlijk weggelopen vee, zijn tot slaaf gemaakten die na in verzet te zijn gekomen, de regenwouden in waren gevlucht om uit handen te blijven van de slavenhouders. Whites antwoord mag in elke kantoortuin of andere plek waar een mens zich wel eens onveilig en geknecht voelt op een tegeltje komen: ‘A strong person knows when to move. Het leven staat aan jouw kant. (…) Als je op een plek bent waar je moet vechten of op anderen moet gaan staan om te overleven, dan verplaats je je gewoon.’

    Portretten

    Tot slot iets over de vormgeving. Wie goed kijkt ziet op het omslag de snuit van de jaguar. Er is meer dat verrast: de zeer verdienstelijke portretten in (gewassen) inkt van de vele mensen die De Jong heeft ontmoet of wier werk hem inspireerde tijdens zijn zoektocht. Het maakt Jaguarman nog persoonlijker. Iedereen krijgt een gezicht, om de verbondenheid tussen heden, verleden, tussen mens en natuur, tussen de doden en de levenden te bevestigen.  ‘Als het lijkt alsof er tussen het ene en het andere een verband bestaat, dan is dat omdat dat verband er is. Zo praat de schepping’.

    Reislust is een terugkerend thema in het werk van de Jong. Hij schreef over uitstapjes naar New York, Marseille, Zuid-Italië. Maar Jaguarman is meer dan een uitstapje, eerder een queeste, het voltooien van een levenstaak. Het is een moedig en wijs boek geworden. Moedig wat betreft het blootleggen van de eeuwenoude pijn die slavernij heeft veroorzaakt en die in het heden doorwerkt, en wijs wanneer hij inzet op het vermogen van de mens om zich in de ander te verplaatsen en ook stem geeft aan het onzichtbare en onzegbare. En zijn vader en grootvader, de Jaguarman? ‘Ik weet wie ze zijn, ik ken ze. Ik ben ze zelf.’ Na zo’n zoektocht kon hij niet tot een andere conclusie komen.

     

     

  • Oogst week 48 – 2020

    De reparatie van de wereld

    De Kroatische auteur Slobodan Šnajder (1948) won in zijn vaderland verschillende literaire prijzen, maar is in het Nederlandse taalgebied nog onbekend. Daar komt nu verandering in, want zijn grote historische roman De reparatie van de wereld is door Roel Schuyt naar het Nederlands vertaald.

    Deze roman draait om Vera en Kempf, die elkaar na de Tweede Wereldoorlog ontmoeten, een zoon krijgen en voor elkaar bestemd lijken te zijn. Tijdens de oorlog vocht Kempf echter bij de SS, terwijl Vera als partizaan ten strijde trok tegen de nazi’s. Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, dreigt het verleden hen in te halen.

    De reparatie van de wereld
    Auteur: Slobodan Šnajder
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Jaguarman

    Raoul de Jong (1984) was columnist voor onder meer NRC Handelsblad en Het Parool. Voor zijn boeken won hij meerdere prijzen, zo werd De grootsheid van het al het Beste Rotterdamse Boek.

    Recent kwam Jaguarman uit, waarin De Jong zijn reis naar Suriname beschrijft. Nadat hij op volwassen leeftijd zijn vader ontmoet, die hem vertelt over een voorouder die zichzelf kon veranderen in een jaguar, raakt De Jong gefascineerd door het land. Tijdens zijn reis ontmoet hij Surinaamse auteurs en helden. Hoewel Jaguarman gebaseerd is op verhalen uit De Jongs familie en wat de mensen in Suriname hem vertelden, is het boek geschreven als een avonturenroman.

    Jaguarman
    Auteur: Raoul de Jong
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    De Vriendt keert terug

    Jeruzalem, 1929, er wordt een aanslag gepleegd op Jitschak Jozef de Vriendt, een Thora-geleerde en schrijver. Hij overleeft dit niet. De Joodse internationale media geven de Arabieren vrijwel meteen de schuld, maar de baas van de geheime dienst, Irmin, gelooft dat niet. Hij start een onderzoek dat wordt belemmerd door religie, politiek en tradities van duizenden jaren oud.

    Hoewel deze roman in 1933 voor het eerst werd gepubliceerd, zijn de conflicten nog steeds actueel. Dat is het verhaal van De Vriendt keert terug, geschreven door Duitse auteur Arnold Zweig (1887-1968). Zweig woonde onder meer in Zwitserland, Frankrijk en Palestina. Jantsje Post en Lilian Caris zijn verantwoordelijk voor deze nieuwe vertaling van De Vriendt keert terug.

    De Vriendt keert terug
    Auteur: Arnold Zweig
    Uitgeverij: Cossee
  • Beste boek voor jongeren

    Beste boek voor jongeren

    Beide boeken die dit jaar werden uitgeroepen tot het ‘Beste Boek voor Jongeren’ liggen hier in huis. Wij zeggen hier niet halfbroer werd gelezen door mijn man en zijn oudste zoon. Hardop moesten ze om het boek van Henk van Straten lachen, er werden stukken uit voorgelezen, anekdotes naverteld bij het avondeten alsof het hun eigen verhalen waren. Mijn man is een echte lezer – zoon is dat niet, maar Wij zeggen hier niet halfbroer vond hij te gek.
    Natuurlijk ben ik geneigd om, na een keer raak schieten, meteen door te pakken en het volgende boek aan te reiken. Het is net een gokmachine en minstens zo gevaarlijk: voor je het weet verander je voor zo’n puber in de personificatie van de leeslijst. En deze stiefmoeder heeft soms best aardige ideeën (Schuddebuikjescupcakes, Heavy Rain op de PS4) maar de dingen waarover ze echt lyrisch is, moet je over het algemeen maar wantrouwen, aldus de jongens. 

    Op een enkele uitzondering na, geef ik dan ook geen actieve boekentips meer aan ze. Wel laat ik af en toe nonchalant een Stephen King slingeren in de hoop dat iemand het oppikt. Soms gebeurt dat: ik blij en hoopvol – zou het dan toch lukken van die onwillige wezens, die lange puberlijven, echte lezers te maken?
    Intussen is het promotiefilmpje van de ‘Boekenweek voor Jongeren’, de organisatie die ook verantwoordelijk is voor het ‘Beste Boek voor Jongeren’, op sociale media geweigerd: te grof gevonden. In de verhalen van Tim Hofman, Nhung Dam en Raoul de Jong, uitgegeven in een 3PAK dat speciaal bedoeld is voor scholieren, wordt kennelijk gretig in gezichten gespoten en met kanker gescholden. Is dat hoe we jongeren aan het lezen krijgen? Man, wat vermoeiend. 

    En daar steekt, als een molletje, Ronald Giphart zijn kop op uit de grond van mijn geheugen: toen ik jaren na mijn eigen middelbare schooltijd Ik ook van jou herlas vond ik het flauw en afgezaagd, de taal en de seks. Destijds had ik er plezier van. Ligt deze ommekeer aan het kunnen van de schrijver of ben ik zelf veranderd? En als ik dan ben veranderd, door de jaren en boeken heen, heeft Ik ook van jou dan niet gewoon bijgedragen aan de lezer die ik nu ben?
    Misschien gold dit werk als overgangsliteratuur, een boek dat ik nodig had op weg naar waar ik nu sta. Op die manier kan ik het werk van Ronald Giphart koesteren voor wat het is: treetjes op een lange, veelzijdige ladder. 

     De jongste zoon, lezer van John Flanagan en weinig anders, vertelt tussen neus en lippen door dat hij al twee boeken voorloopt met leesdossier. Ik temper mijn enthousiasme. Op zijn nachtkastje ligt The hate u give, de andere prijswinnaar van het ‘Beste Boek voor Jongeren’. Na De Grijze Jager-reeks is dat weer een treetje hoger op zijn leesladder. Ik zal dat 3PAK eens nonchalant in huis laten rondslingeren. Wie weet wat er nog te ontdekken valt – al was het maar voor mijzelf.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.

     

  • Een ode aan woorden die werken

    Een ode aan woorden die werken

    Debuterend dichter Dean Bowen besteedde eind mei een belangrijk deel van zijn spreektijd tijdens de avond dat de C. Buddingh’ Prijs uitgereikt werd aan het noemen van namen. Ruim twee minuten liet hij de namen klinken van niet-witte Nederlandse schrijvers: ‘Ik  herhaal hun namen, zodat ze niet uit monden gewassen worden.’
    Wat Dean Bowen deed, was geen overbodige luxe. De meeste namen die hij noemde, zeiden het aanwezige publiek – hoe literair onderlegd ook – hoogstwaarschijnlijk niets. Zoals de literatuur uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen voor de meeste toeschouwers grotendeels (nog) onontgonnen gebied is.

    Dean Bowen is een dichter die in zijn werk ‘de dynamiek van de samengestelde identiteit’ onderzoekt. Zijn ‘canon’ was een statement, zoals ook zijn gedicht .canon in de genomineerde bundel Bokman een statement was. Halverwege een verder witte bladzijde staat alleen die ene regel: ‘Ik  herhaal hun namen, zodat ze niet uit monden gewassen worden’.

    Raoul de Jong is een schrijver die op een heel andere wijze dan Dean Bowen bezig is met identiteit.
    Maar hij zoekt ook en ook zijn zoeken mondt uit in verhalen. Weliswaar schrijnen die van hem minder dan die van Dean Bowen, maar hun zeggingskracht is er niet minder door. Zijn meeste recente verhaal werd een vertelvoorstelling over de geschiedenis van Suriname.

    Tweemaal nam hij op het toneel plaats achter een schrijftafeltje om te vertellen hoe hij na een ontmoeting met zijn Surinaamse vader de confrontatie met Suriname en daarmee met zijn eigen identiteit aanging. Zijn ervaringen in het land van zijn voor- en voorvoorouders vormden de rode draad, maar in In Suriname: een ode aan Surinaamse helden hadden velen een aandeel. Raoul de Jong en Sanneke van Hassel vervlochten zijn verhaal met teksten over het (slavernij)verleden van een land dat al voor de koloniale inmenging van Nederland een samengestelde identiteit had.

    Op het toneel zaten bijna alleen maar niet-witte mensen – Pierre Bokma was de uitzondering, en ook in de zaal waren de witte mensen in de minderheid.

    Sanneke van Hassel bepleitte het opnemen van fictie in de voorstelling, en vanzelfsprekend zaten daar namen uit de canon van Dean Bowen tussen. Hun teksten vulden de geschiedschrijving en de berichtgeving in de media aan.
    Schrijvers genieten nu eenmaal een vrijheid die officiële instanties niet hebben. Zij kunnen de klemtoon leggen waar ze willen. Zij hoeven zich niet aan de feiten te houden. Terwijl zij toch de waarheid blijven spreken.

    Zwart en wit werd geraakt door In Suriname: een ode aan Surinaamse helden. De zaal zinderde. Niet iedereen zal hetzelfde gevoeld hebben. Niet iedereen zal hetzelfde verhaal gehoord hebben, maar de woorden deden hun werk. Ze drongen door tot de kern. Ze kwamen aan. Ze legden een vinger op een zeer zere plek.
    En ze luchtten op.

     

    De canon van Dean Bowen (eigen opname):

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.