• In memoriam schrijver R.A. Basart (1946-2019)

    Dinsdag 25 juni jongstleden is R.A. Basart overleden. Basart was schrijver van een intrigerend maar bescheiden oeuvre dat met grote tussenpozen tot stand kwam. Zijn werk werd wel gekwalificeerd als literair hoogstandje.
    Op achtentwintig jarige leeftijd debuteerde Basart  als ironisch dichter met Oranjebal waarvoor hij uit handen van de juryleden Gerrit Komrij, Mensje van Keulen en Guus Luijters, de Fontijn-aanmoedigingsprijs ontving. Op dat moment beschouwd als beloftevol schrijver, koos Basart er niet voor zijn docentschap op te geven voor de literatuur.

    Twee bundels

    In 1977 verscheen een tweede bundel, De gezonde apotheek. Daarna trad er een stilte in die zo lang duurde, dat zijn naam haast uit het literaire geheugen verdwenen was. Pas twintig jaar later, in 1997 verscheen er dan een roman van zijn hand, De laatste lach, over een verliteratuurde leraar die in een identiteitscrisis belandt, ontslagen wordt en worstelt met de dood van zijn op jonge leeftijd overleden Joodse vader. Een roman waarin dagelijkse besognes en de zwaarte van het familieleven stijlvol en met aangrijpende humor beschreven wordt.

    Jaren van stilte

    Waarna er weer bijna twintig jaar voorbij gingen, met onderbreking van een enkele prozapublicatie in het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort in 2010, wat een voorpublicatie bleek te zijn van De verzoening, die in 2016 bij Lebowski verschijnt. Een roman over de drieënzestig jarige gewezen leraar en zelfbenoemde natuurgeneeskundige arts, Inni Pardijs. Over De verzoening schreef recensent Hans Vervoort:

    ‘Het dadaisme heeft in Nederland nooit veel aanhang gehad. Met Paul van Ostaaijen en later het tijdschrift Babarber (van Bernlef en K. Schippers) hebben we het zo ongeveer wel gehad. Maar met R.A. Basart krijg het een nieuwe representant. Zijn roman is één en al chaos maar op elke pagina trakteert hij de lezer op woord vernuftigheden die geregeld de lachspieren kittelen…’

    Gestage schrijver

    In 2016, het jaar van de verschijning van zijn tweede roman, werd Basart getroffen door een hersenbloeding. Toch bleef hij, zoals het hem gewoon was, langzaam en gestaag doorschrijven aan een nieuwe roman die de titel Bork zou krijgen maar niet tot een afronding is gekomen.

    In 2017 gaf zijn uitgever Lebowski een bloemlezing uit van Basarts eerste twee bundels, aangevuld met enkele nieuwe gedichten, Zingend naar huis. Binnenkort zal Lebowski de debuutroman van Basart, De laatste lach in een nieuwe editie uitbrengen. Daarmee is dan al zijn werk weer beschikbaar. Alleen de schrijver, die wordt node gemist.

     

    Lees hier over zijn laatste boek, De verzoening.

    Foto: via uitgever

     

  • Magere oogst van vier decennia poëzie

    Magere oogst van vier decennia poëzie

    Met flinke tussenpozen heeft R.A. Basart poëzie gepubliceerd. Hij debuteerde met een gedichtenbundel in 1975; twee jaar later verscheen zijn tweede, en twwer wintig jaar later publiceerde hij zijn eerste roman. Vorig jaar kwam er een tweede roman bij, De verzoening, die erg goed ontvangen werd. Het lijkt erop dat Lebowski het tijd vond om ook Basarts poëzie weer onder de aandacht te brengen middels Zingend naar huis, een verzameling ‘selected and new poems’ zoals dat in het Engelse taalgebied heet.

    De bundel bevat ongeveer voor de helft gedichten uit die eerste twee bundels, Oranjebal en De gezonde apotheek. Dit deel heet ‘Eerste gedichten’; het deel met het nieuwe werk ‘Laatste gedichten’. Vooral die tweede helft roept vragen op – vooral de vraag over wat voor een tijdsspanne die laatste gedichten zijn geschreven en of er misschien ‘Middelste gedichten’ bestaan die hier weg zijn gelaten. Beide helften sluiten immers zo goed op elkaar aan dat er nauwelijks sprake is van opvallende ontwikkelingen in Basarts dichterschap: de toon en thematiek blijven vrij constant. Basart brengt lichte spot en dito melancholie samen in klein aandoende gedichten die stiekem wel grote thema’s behandelen. Het resultaat is een typisch soort moderne Nederlandse Romantiek: al te wilde emotionele uitspattingen beteugeld met milde ironie en meewarigheid. Het mooie openingsgedicht ‘Bij het aftuigen’ is direct al exemplarisch:

    Wat brak werd vervangen / maar liet steeds een leegte na: / dus hou ze heel, als je ze heel / houdt zie je later waar de / sneeuw van vroeger is gebleven.

    Op de achterflap wordt beweerd dat Basarts poëzie ‘moeilijk te categoriseren [is], maar als we toch een poging moeten doen, denken we aan Nijhoff en Eliot.’ Voor wie hiermee een bewuste poging onderneemt om Basart een plaatsje te bezorgen in de (modernistische) canon, zal deze vlieger niet opgaan; daar zijn deze gedichten bij lange na niet gelaagd genoeg voor. Soit, de humor van de vroege Eliot (denk ‘Prufrock’) zit er in de verte wel in, maar Basart doet vooral denken aan land- en generatiegenoten Lévi Weemoedt en Jean Pierre Rawie – maar dan zonder het al te op de lach gerichte van de eerste, en de gezwollen toon van de tweede. Die karakteristiek geldt voor de gedichten uit de jaren zeventig, maar zo’n veertig jaar later lijkt er weinig veranderd te zijn:

    Daar ga je, nagewuifd / vanaf de kade, tranen / in de zee: / niets bracht je hier, niets / neem je mee

    Binnen dat wat ouderwetse idioom weet Basart een aantal sterke gedichten te schrijven, waarin de ironie minder, en de impact groter is. Aangrijpend is ‘De kamer’, waarin vrienden zich buigen over een stervende: ‘De vrienden buigen zich. / U ziet uw vrienden over u // gebogen. U sluit uw ogen. / U sluit uw ogen voor de / dood hun ogen.’ Indringend is het morele dilemma in ‘Sde nechemja’ (vernoemd naar een door Nederlanders gestichte kibboets): ‘Een vervelende man. […] Wat een lul van een man. // Maar hij heeft een nummer op zijn arm! // Jawel. Een lul met een nummer.
    Wat nieuw is in dit gedicht en in een aantal andere ‘Laatste gedichten’ is de wat aan Zestig verwante, readymadeachtige praterigheid: ‘Je weet toch wat ze te eten kregen? / Kranten gedrenkt in bloed. / Dat kregen ze smorgens, / smiddags en savonds’.

    Maar per saldo zijn die nieuwigheden wat aan de magere kant, als oogst van vier decennia. Het geheel heeft ook een wat hoog hit and miss-gehalte, zeker in de eerste helft van de bundel, al is ‘Najaarsaanbieding’ uit ‘Laatste gedichten’ ook nogal flauw met dichters-hebben-het-zo-moeilijk-grapjes als ‘(En als mijn / tanden op het asfalt slaan:) // Alweer veertien exemplaren…’ Tja. Zingend naar huis pakt door de verzameling geslaagd en niet zo geslaagd werk, onevenwichtig uit, handvol fraaie gedichten of niet.

     

  • Kijken door een caleidoscoop

    Kijken door een caleidoscoop

    De laatste lach was in 1997 het prozadebuut van R.A. Basart en de recensenten wisten er niet goed raad mee. Een boek dat niet te vergelijken was met bestaande boeken en vooral indruk maakte door het inventieve taalgebruik. ‘Literaire hoogstandjes’ was de beschrijving die de dienstdoende recensenten als vanzelf in viel. Na negentien jaar stilte verschijnt nu De verzoening, en die kwalificatie dringt zich opnieuw op.

    De verzoening is een maalstroom van vreemde, vaak hilarische gebeurtenissen, van vreemde, vaak komische personages die heel precies worden beschreven, en tezamen een grabbelton van literaire fragmenten vormen. Het behoort tot de boeken die je het best in kleine hapjes kan lezen omdat dan de taalvaardigheid en het uitdrukkingsvermogen van de schrijver het best tot hun recht komen. Daarbij kan je als lezer ook telkens een willekeurig hoofdstuk nemen, omdat het geen ontwikkeling kent, noch qua verhaal noch qua personages. Alles gaat uiteindelijk om het Heilig Hart College te Kortenhoef, waar veel in de roman figurerende personages iets mee van doen hebben.
    Directeur doctor Gé Koridon wil fundamentele veranderingen aanbrengen in de onderwijstraditie van het Heilig Hart College, maar verdwijnt in zijn eigen redeneringen als hij de onderwijsstaf toespreekt. Gelukkig heeft hij steun aan onderwijsconsultant Marian Hahn, die het lanceren van vernieuwings-platitudes als beroep heeft. De onderwijsstaf is natuurlijk tegen de plannen en ook de leerlingen laten weten liever ouderwets onderwijs te willen hebben. Dat zou een spannend conflict kunnen opleveren, een echt eigentijds verhaal. Maar daar heeft Basart – alhoewel goed thuis in de onderwijswereld – de pen niet voor opgepakt. Het Heilig Hart college is niet meer dan de spil waar toevalligerwijs zijn personages omheen draaien en de vreemdste avonturen beleven.

    Buien van schrijfdrift
    Het boek bevat negen delen, waarvan sommige in twee hoofdstukken verdeeld zijn, in totaal 13 tekstgedeelten. Basart voorziet ze niet alleen van titels maar ook van data die in het algemeen wel iets met de beschreven gebeurtenissen van doen hebben maar mogelijk ook aangeven wanneer hij ze in een bui van schrijfdrift op papier heeft gezet: vanaf zomer 2004 via september, november, winter 2004 en voorjaar 2005 tot de zomer van dat jaar.
    In 2010 verscheen een met enthousiasme ontvangen voorpublicatie van 8 pagina’s in de Dietsche Warande & Belfort. Dat zal hem aangemoedigd hebben. En er volgde nog een duwtje. In 2011 ontving Basart van het Letterenfonds een werkbeurs van € 12.000 ‘voor proza’, dus vermoedelijk om De verzoening af te ronden, want ander proza van zijn hand is niet verschenen. Maar pas nu, in 2016 verschijnt het dan eindelijk.

    Caleidoscopisch
    En het resultaat is een verbale caleidoscoop. Wie kent nog de caleidoscoop? Het is een kijker die daarin gelegde voorwerpjes veelvoudig weerspiegelt en zo telkens wisselende figuren vertoont. Met name als de kijker rondgedraaid wordt. Basarts weerspiegelde voorwerpjes zijn een tengere Thaise postbode, een grote buurman, een overheersende school-directeur, twee echtgenotes, diverse leraren, fotograaf Bob Tak (‘Een naam als twee snelle stompen in de maagstreek’) en nog een dozijn andere komende en gaande personen.
    Als de schrijver zijn caleidoscoop draait, vallen de stukken in een ander, tamelijk lukraak, maar altijd vrolijk patroon. De personages vermaken zich meestal kostelijk, en de lezer ook, als hij maar niet probeert enige logica of verhaal in De verzoening te vinden. Het zijn losse scènetjes, aanstekelijk beschreven.

    Een voorbeeld:
    ‘Heb ik nou altijd willen weten,’ riep hij zo luid als hij kon. ‘Hoe zo’n ding heet! Plofstamper zou ik zeggen!’
    De stratenmaker keek op; hij was bezig met de aanleg van een klinkerpaadje, dwars door het plantsoen.
    ‘Iets als pneumatische plofstamper,’ vervolgde de dokter.
    Hij wees op het apparaat, dat de werkman inmiddels had uitgezet. ‘Of trilstamper,’voegde hij er zachter aan toe.’Al zult u ’t zelf wel anders noemen. U heeft er vast een andere naam voor,’ besloot hij bijna fluisterend. (…)
    ‘Monumentje,’ zei de stratenmaker. Hij verwijderde zijn gehoorbeschermers; de dokter herhaalde zijn vraag.
    ‘Dat noemen we een wakker. Of kikker.’

    Dadaisme
    Het dadaisme heeft in Nederland nooit veel aanhang gehad. Met Paul van Ostaaijen en later het tijdschrift Babarber (van Bernlef en K. Schippers) hebben we het zo ongeveer wel gehad. Maar met R.A. Basart krijg het een nieuwe representant. Zijn roman is één en al chaos maar op elke pagina trakteert hij de lezer op woord vernuftigheden die geregeld de lachspieren kittelen:
    Een paar juweeltjes op willekeurig gekozen pagina’s:

    ‘Terwijl we slalomden langs groepjes rarbarberende wachtenden.’

    Hij maakte het geluid van telegraafdraden in een western, een gestadig zachtzoemend gejammer.’ ‘Toen doken twee mannen op, een dikke en een dunne, die zich recht voor ons aan de oever installeerden (..) Terwijl hij grote gele ballen in het water wierp zei de dunne: “Als ik iéts weet, Freek, dan is ’t wel van toeten en blazen.”’

    ‘Ze liep door een nauwe gang, tussen sproetige rozen en een haag van hoge bleekpaarse asters, de asters werden door bijen omzwermd, een trillende metalen snaar, ze kopte tegen appels aan diep doorbuigende takken.’

    ‘Ze zwegen tweestemmig.’

    ‘De dagen waren snotterig en bitter als andijvie.’

    Laten we hopen dat ondanks het caleidoscopische karakter van zijn proza, De verzoening de goedkeuring van menig lezer zal kunnen wegdragen. Wegsjouwen zou R.A. Basart daar misschien van maken. Of wegslepen. Of – wie weet – wegstuiteren.