• Oogst week 26 – 2024

    Aasgierkapitalisme

    De Britse Grace Blakeley (1993) noemt zichzelf een democratisch socialist. Ze denkt en schrijft aan de linkerkant van het politieke spectrum en is groot criticaster van het kapitalisme, tot uiting komend in boeken als The Corona Crash – How the Pandemic will Change Capitalism en Stolen – How to save the World from Financialisation. Ze studeerde in Oxford PPE, een combinatiestudie van filosofie, politicologie en economie. Oxford begon met deze studie in de jaren twintig van de vorige eeuw, andere universiteiten volgden later. Volgens de BBC domineert de Oxford PPE het publieke leven in het VK. Waar of niet, Grace Blakeley treedt veelvuldig naar buiten met haar boeken, artikelen en commentaren die ze ook in talloze tv-programma’s ten beste geeft.

    Begin juni verscheen Aasgierkapitalisme – Bedrijfsmisdaden tegen de menselijkheid (Vulture Capitalism – Corporate Crimes, Backdoor Bailouts and the Dead of Freedom). ‘De “vrije markt” is in werkelijkheid een planeconomie van de superrijken’ staat achterop het boek, vermoedelijk een citaat van Blakeley. Zij ziet overal om ons heen een falend en corrupt systeem. Ze betoogt dat economische elites een mondiaal systeem hebben opgetuigd, het ‘aasgierkapitalisme’, waarvan voornamelijk de superrijken profiteren. Ze geeft inzicht in honderd jaar bedrijfscriminaliteit en politieke manipulatie die aan dat systeem hebben bijgedragen. Bij economische onstabiliteit redden overheden grote bedrijven en aandeelhouders, maar het volk, de gewone mensen, wordt aan zijn lot overgelaten. De economie moet gedemocratiseerd worden, zegt Blakeley, het is de enige manier om ongelijkheid en polarisatie op te heffen en iedereen vrijheid te garanderen.

     

    Aasgierkapitalisme
    Auteur: Glace Blakeley
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Zeven dieren bijten terug

    ‘Mijn helden zijn niet de ijszeeverkenners uit de zestiende eeuw. Hen laat ik verspreid over de bladzijden uitwaaieren als dwaalgasten. Op het hoofdpodium plaats ik de dieren met wie zij onderweg, direct of indirect, de confrontatie zijn aangegaan. In het kielzog van Willem Barentsz ben ik ze nagereisd en heb ze uit hun smeltende wereld gelicht: de narwal, de lemming, de paling, de rotgans, de ijsbeer, het rendier en de koningskrab. Met z’n zevenen nemen ze het mensendefilé af in mijn bestiarium’ meldt de succesvolle non-fictieschrijver Frank Westerman in Zeven dieren bijten terug.

    Het is zijn reisverslag van een tocht vanaf de Waddeneilanden tot voorbij de Noordkaap. De hoofdrol is niet weggelegd voor de ‘dwaalgasten’ hoewel Willem Barentz als rode draad fungeert en het Behouden Huys op Nova Zembla als decor. Waarnemer Westerman schrijft in zijn literaire, humoristische stijl onder andere met anekdotes over de doodsstrijd en overlevingskunst van de zeven pooldieren en de problematische menselijke omgang met de aarde. Hij laat zien wat de dieren ons vertellen over de gevolgen van de opwarming ervan.

    Frank Westerman studeerde tropische cultuurtechniek in Wageningen. Hij werkte als verslaggever voor Volkskrant en NRC. Hij schreef talloze non-fictie boeken waarvan vele een prijs wonnen, zoals De graanrepubliek uit 1999 (Dr. Lou de Jongprijs) en inmiddels een veelgelezen klassieker, Ararat uit 2008 de Ako literatuurprijs en De slag om Srebrenica (2018) de PrinsjesBoekenPrijs, de prijs voor het beste politieke boek.

     

    Zeven dieren bijten terug
    Auteur: Frank Westerman
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    Onfatsoenlijk en luxueus

    Coen Peppelenbos is schrijver, dichter, recensent en docent. In 1998 richtte hij het literaire tijdschrift Tzum op, dat tot 2012 in papieren vorm verscheen. Nu is het een digitaal tijdschrift, met nog steeds Peppelenbos als hoofdredacteur. Uitgeverij kleine Uil publiceert het. Recent gaf deze uitgeverij Onfatsoenlijk en luxueus van Coen Peppelenbos uit, een van de drie novellen die ter gelegenheid van Roze Zaterdag verschenen.

    Het boek gaat over Chris Vos, die een kostbare uitgave van De stille kracht van Louis Couperus begeert. Vos, een onopvallende, bescheiden man, werkt bij het Groninger Museum als beleidsmedewerker, maar in de praktijk houdt hij zich bezig met het bespelen van oude mensen om hun kunstwerken aan het museum te schenken. Hij weet een weduwe zo ver te krijgen dat zij het museum bijna haar hele collectie schilderijen doneert. In haar boekenkast ziet Vos De stille kracht staan, in een kostbare band van gebatikte katoen en fluweel, ontworpen door kunstenaar Lebeau over wie Vos nog eens een boek wil schrijven. Thuis heeft hij een paar mindere uitgaven van het boek en voortdurend speelt hij met het idee om een daarvan om te ruilen voor de kostbare van de weduwe. Zijn leven is stil sinds de dood van zijn vriend en via een dating-app ontmoet hij Gio, een student kunstgeschiedenis. Deze laat hem betalen voor de seks, maar weet veel over de schilderijen bij Chris aan de muur. De grenzen tussen hen vervagen en Gio blijkt ook nog iemand anders te zijn.

     

    Onfatsoenlijk en luxueus
    Auteur: Coen Peppelenbos
    Uitgeverij: kleine Uil
  • Oogst week 11 – 2024

    Na de zon

    De Nobelprijs heeft de Deense schrijver Jonas Eika (1991) nog niet gewonnen. Maar ‘die andere Scandinavische onderscheiding’ staat al wel op zijn naam: de Nordic Council Literature Prize. Hij dankt die prijs aan de verhalenbundel Efter solen. Sinds februari dit jaar ligt de Nederlandse vertaling door Michal van Zelm – Na de zon –  in onze winkels. Zelfs overzees scoort het boek van Eika; een klein gedeelte van Na de zon verschijnt als feuilleton in de New Yorker. Ook zijn debuutroman Lageret Huset Marie levert hem al literaire prijzen op in Denemarken. Jonas Eika komt eraan.

    De titel – Na de zon – anticipeert op een duistere inhoud. Wat bevindt zich immers achter die allesverwarmende en -verlichtende ster, behalve het eeuwige donker? Bovendien prijzen recensenten Eika’s dierlijke stijl, die zindert van lichamelijkheid. In dit werk beziet Eika het leven van Londenaren, Amerikanen, Mexicanen en Denen, die allen om andere redenen de veranderende wereld proberen te begrijpen, vaak tevergeefs. De meeste personages zijn weliswaar ongelovig, het mystieke blijft hen aantrekken. Net als seks, uiteraard. En of dit alles nu zijn doel bereikt of voorbijschiet: het levert prachtige verhalen op! Na de zon, voor de lezer.

    Na de zon
    Auteur: Jonas Eika
    Uitgeverij: Koppernik

    Landziek

    Wie zeeziek wordt, moet gewoon even stevig over zijn nek gaan. Probleem opgelost. Oh ja, en van boord gaan, natuurlijk. Want landziekte, daar heeft geen sterveling last van. Of toch wel? Sommige ziekten zijn niet op te lossen, zelfs niet met een simpele vaccinatie. Neerlandica Mariëlle Selser ondervindt dit aan den lijve en schrijft erover in haar medische geschiedenis Landziek. Ze lijdt aan ME/CVS, wat staat voor myalgische encefalomyelitis en het chronische vermoeidheidssyndroom. Deze ziekte is niet aangeboren en overvalt Selser in 2011 als een beroerte die haar tot op heden parten speelt. Praten, schrijven, bewegen: alles kost moeite.

    Vanaf het moment van verschijnen kent Selsers boek een grote lezersschare. Mensen met longcovid, bijvoorbeeld, herkennen zich in haar verhaal. Wat te doen, als je niet meer volwaardig mee kunt draaien als voorheen? Landziek is meer dan de tegenhanger van zeeziekte. Hoe laconiek de Nederlandse overheid omgaat met bepaalde ziekten, hekelt Selser. Zelfs de wetenschap tast wat ME/CVS aangaat, in het duister. De ‘hersenmist’ waar meerdere patiënten last van hebben, wordt dichter en dichter en trekt zelden meer op. Ongelooflijk eigenlijk, dat Selser desondanks Landziek wist te schrijven.

    Landziek
    Auteur: Mariëlle Selser – een medische geschiedenis
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    Wat wij verzwijgen

    Stille wateren, diepe gronden. Als deze uitdrukking nog niet bestond, was hij speciaal voor de familie van Aisha Dutrieux in het leven geroepen. In haar autobiografische roman – Wat wij verzwijgen – staat de zwijgzaamheid van een Nederlands-Indische familie centraal. Eerder schreef Dutrieux al Het leven noemen en Wees niet bang. Ook geniet ze bekendheid als Volkskrantcolumniste en heeft ze een carrière als rechter achter de rug. Beroepsdeformatie of niet: in Wat wij verzwijgen stelt Dutrieux zich eveneens neutraal en objectief op richting haar oom. Met het oog op wat hij haar geflikt heeft en hoe de familie hierop reageert, mag dat een wonder heten.

    Wat wij verzwijgen verenigt een oud cliché met een nieuwe maatschappelijke tendens. Enerzijds gaat de roman over grensoverschrijdend gedrag, dat het meest in familiesferen voorkomt. Anderzijds bestrijdt Dutrieux een cliché, hardnekkig als het koloniale verleden: de ‘zwijgzame Indiër’. Haar familie houdt zich weliswaar koest over het misbruik van hoofdpersoon Mia, zelf doorbreekt zij dit doodzwijgen als ze haar ooms oude huis doorzoekt. Ze spreekt hem toe, oordeelloos, moedig. In dat opzicht doet Wat wij verzwijgen denken aan De tolk van Java, geschreven door Alfred Birney. Geen afrekening, maar een verrekening.

    Wat wij verzwijgen
    Auteur: Aisha Dutrieux
    Uitgeverij: Spectrum
  • Oogst week 15 – 2022

    Te waar om mooi te zijn

    Wat een prachtige combinatie van titel en omslag: Te waar om mooi  te zijn tegen de achtergrond van één van de bekendste werken van Teun Hocks die de meest bizarre scènes ontwierp voor zijn kunst.  In het boek heeft Frank Westerman veertien verhalen gebundeld die ontstonden naar aanleiding van reizen van hem naar Venetië, naar Auschwitz, naar Spitsbergen enzovoort. Het zijn verhalen over de kunst, de mens en de natuur. In zijn Proloog schrijft hij: ‘Toen ik zelf elf was wilde ik landmeter worden. Ik voelde me aangetrokken tot de landmeters bij ons in de straat – mannen in oranje hesjes met reflecterende strepen. Turend door hun kijkers liepen ze alle dingen in de omgeving na; gewoon voor de zekerheid, of alles inderdaad zo was als het leek.
    Van dit nalopen van de werkelijkheid heb ik mijn beroep gemaakt. Wat is Wahrheit, wat is Dichtung? Ik laat me niet graag bedonderen, maar wel betoveren – met als gevolg dat ik al mijn leven lang achter feiten aanhol. Die feiten spreken nooit voor zich. Al rooster je ze boven een vuurtje, ze houden hun mond. Jij bent het die de feiten een stem geeft, leven inblaast. We zijn feitenfluisteraars die de dingen woorden en betekenissen toedichten’. Westerman stemt graag in met wat Antoine de Saint-Exupéry in De kleine prins schrijft: ‘Een kind kijkt niet alleen met zijn ogen. Het weet dat de belangrijkste dingen onzichtbaar zijn.’

    Te waar om mooi te zijn
    Auteur: Frank Westerman
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    De schaamte

    Sinds Nederland in 2020 enthousiast kennismaakte met De jaren van Annie Ernaux verschijnen in hoog tempo herdrukken van vertalingen van haar werk zoals Meisjesherinneringen (eerder in 2017) en Het voorval (eerder in 2004). Nu is er ook een herdruk van De schaamte dat in 1998 al eerder verscheen, ook toen in de vertaling van Rokus Hofstede. Al haar boeken zijn autobiografieën van een bijzonder soort. Zeer persoonlijke en schokkende verhalen afgezet tegen de tijdgeest waarin ze leefde. De schaamte begint op 15 juni 1952 toen de twaalfjarige Annie er ’s middags getuige van was dat haar vader haar moeder met een mes wilde vermoorden. Sindsdien was er voor haar een leven daarvóór en een leven daarná: ‘Ik schaamde me voor mijn ouders, voor de gescheiden vrouwen om mij heen, voor de dronken klanten in ons café, voor hun platte taalgebruik, voor al die verstarde gebruiken die hoorden bij mijn sociale klasse; meisjes kregen hun eerste permanentje na de communie, jongens droegen voor het eerst een lange broek op de eerste schooldag, trouwen moest je op die en die leeftijd, alles was vastgesteld. In De schaamte wilde ik onderzoeken wat er in mij nog over was van dat meisje van twaalf. De enige manier waarop ik dat kon doen was door als het ware etnoloog van mijzelf te worden. Ik zocht naar wetten, waarden, rituelen en de taal van mijn milieu, mijn school en mijn familie en ik zette de beelden uit mijn herinnering om in woorden, zodat ze een soort documenten werden. Maar niemand kan zich zichzelf echt herinneren. Het meisje van toen lijkt in niets meer op de vrouw die ik nu ben. Ik zou haar niet herkennen als ik haar tegenkwam’.

    De schaamte
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Station Tokio Ueno

    De Japanse Yu Miri (1968) is kind van Koreaanse ouders maar schrijft in het Japans en woont met haar zoontje in het Fukushima van na de ramp in 2011. Ze heeft er een boekwinkeltje en een theater. En ze schrijft zo nietsontziend dat haar eerste roman in 1994 in Japan verboden werd.
    Hoofdpersoon en verteller in haar eerste in het Nederlands vertaalde boek Station Tokio Ueno is  Kazu, een bouwvakker uit Fukushima die gesloopt wordt door zijn werk, zijn gezin zelden ziet en tenslotte leeft in het daklozenkamp Tokio Ueno, vlakbij het station. Het toppunt van vernedering is dat het tentenkamp met zijn bewoners tijdelijk ontruimd wordt als de keizer langs komt voor een museumbezoek. Die tragiek wordt nog eens benadrukt doordat Kazu op dezelfde dag jarig is als keizer Akihito en zijn zoon op dezelfde dag als diens zoon en huidige Japanse keizer Naruhito.
    Kazu werkt bij de aanleg van de voorzieningen voor de Olympische Spelen die de aandacht van de wereld moeten trekken, maar mensen als hij vinden geen plek in die gelikte wereld. Pas langzaam wordt de lezer duidelijk vanuit welk perspectief Kazu zijn verhaal doet.

    Station Tokio Ueno
    Auteur: Yu Miri
    Uitgeverij: De Geus
  • Een boek uit noodzaak

    Een boek uit noodzaak

    De ampersand wordt niet vaak gebruikt in boektitels. Erik Ader durft het wel bij Oorlogen & oceanen. Een familiegeschiedenis. En hij durft meer. Uit alles blijkt: dit boek is uit noodzaak geschreven. Om zijn vader en moeder te begrijpen. Om zijn broer te eren. Om een menselijke stem te laten horen in het conflict tussen Joden en Palestijnen. Daarom is Oorlog & oceanen meer dan een familiegeschiedenis, het is ook reportage en aanklacht.

    Westerbork

    Erik Ader (1944), tot zijn pensionering diplomaat en ambassadeur, is de zoon van Bastiaan J. Ader (Domie) en de broer van Bas Jan Ader. Twee mensen die ieder op een eigen manier geschiedenis hebben geschreven. Op 20 november 1944, zestien dagen na de geboorte van Erik, wordt Domie door de Duitse bezetter gefusilleerd. De dominee uit het Groningse Nieuw-Beerta hielp joden onderduiken, ook in de eigen pastorie, en smeedde een plan om de gevangenen uit kamp Westerbork te bevrijden. Dat zou een spektakelstuk zijn geworden, als hij niet was verraden. Het betekent dat de broers Bas Jan en Erik alleen door hun moeder worden opgevoed. Zij is een krachtige en zelfstandige vrouw die, in de geest van haar man, een actief kerkelijk leven leidt en veel op pad is. De prijs is wel dat de kinderen geregeld bij andere mensen worden ondergebracht. ‘We werden parttime pleegkinderen.’

    The little heart

    Het leven van broer Bas Jan was nagenoeg even kort als dat van zijn vader. Een avonturier, een kunstenaar. Bekend van zijn ‘valfilms’ (Coen Peppelenbos liet zich er enkele jaren geleden door inspireren voor zijn roman De valkunstenaar), maar ook van zijn dramatisch verlopen solozeiltocht. Zijn boot, de Ocean Wave, werd door Spaanse vissers gevonden, leeg. Was het zelfmoord, een ongeluk? Ader voert argumenten aan om het zelfmoordverhaal de wereld uit te helpen. ‘… Hij is in zwaar weer overboord geslagen (…) De nachtmerrie van iedere solozeiler: je boot zien wegvaren, onbereikbaar zien worden. Denken aan zijn laatste uren is onverdraaglijk.’ Als lezer ben je dan al geraakt door het gedicht dat zijn moeder heeft geschreven, na een visioen over haar zoon Bas Jan: ‘I wonder if the little heart that has beaten with mine, has stopped.’

    Beiroet

    Zijn vader fietste in de jaren dertig naar het beloofde land, Bas Jan voer over de oceanen en Erik Ader doet het allebei, reizen naar Israël en meedoen aan de Whitbread-race rond de wereld. In Rio de Janeiro ontmoet hij Diana, de vrouw die zijn levenspartner wordt. Zijn ambitie ligt bij ontwikkelingswerk, maar hij wordt plaatsvervangend chef de poste op de ambassade in Beiroet. Jaren tachtig, en de Libanese burgeroorlog is in volle gang. Ader houdt een dagboek bij tot de ambassade in 1986 sluit. Vooral deze observaties en belevenissen zijn adembenemend om te lezen. Als Erik met collega’s op de atletiekbaan van de American University is, worden ze door sluipschutters beschoten: ‘Een iemand was blijven liggen. Een bekende: John. Zijn ogen waren open en hij keek, ja, hoe keek hij? Lichtelijk verbaasd, leek het: “Verdomd, we worden beschoten!” Een vrij klein, keurig gat zat bij zijn rechteroor, waaruit een straaltje bloed liep.’

    Getuigenis afleggen

    Na Beiroet zwerft Erik in dienst van de Nederlandse regering over vier continenten om uiteindelijk vanaf 2004 in Israël serieus onderzoek te doen naar zijn familiegeschiedenis. In dit deel wordt Oorlogen & oceanen meer reportage en ook politieker van toon. Het Israëlische herdenkingscentrum Yad Vashem heeft eind jaren zestig, op voorspraak van voormalige onderduikers, een ds. Ader-bos aangelegd, met een gedenksteen. Een voor de familie Ader bijzonder gebaar dat in de loop van de tijd een bijsmaak krijgt. Waar het bos verrees, bevond zich ooit een Palestijns dorp, Bayt Natiff. Tot de bewoners in 1948 moesten vluchten voor Joodse milities. Erik hoort verhalen van Israël als een leeg land van aankomst. ‘Een Palestijnse aanwezigheid in de vorm van dorpen, eeuwenoude boomgaarden, waterputten, irrigatie, spoorwegen, steden: het is niet alleen schaamteloos dat het nu ontkend wordt, maar ook: hoe is het mogelijk?’

    Het slotstuk van het boek is zendingswerk en ontwikkelingswerk ineen. Hoe kan de menselijke maat in conflicten, hoe complex die ook zijn, behouden blijven? Wat te doen tegen het dehumaniseren van de ander? Ader herkent het effect van dehumanisering in het kleine fotootje dat de nazi’s van het dode gezicht van zijn vader hebben gemaakt: ‘Hij ziet eruit als een tuchthuisboef.’ In het kortste hoofdstuk van het boek vertelt Sara Roy, kind van overlevenden van de Holocaust, hem over de kleinering van een oude Palestijnse man die door een groepje Israëlische soldaten gedwongen wordt om de aars van een ezel te kussen. De soldaten ‘hadden hun doel bereikt: hem en de mensen om hem heen vernederen (…) Wij stonden daar zwijgend, te beschaamd om elkaar aan te kijken.’ Oorlogen & oceanen is micro- en macrogeschiedenis ineen, hier en daar iets te wijdlopig, maar geschreven uit urgentie. Met eenzelfde gedrevenheid en moed die je als lezer ook bij zijn broer en ouders hebt ervaren, legt Erik Ader getuigenis af van het onrecht en het geweld dat in Israël en Palestina plaatsvindt en neemt daarin stelling. Opdat te allen tijde de menselijke maat gewaarborgd blijft. Een boodschap die gehoord mag worden.

     

     

  • Gewoon mens blijven in de kou van Spitsbergen

    Gewoon mens blijven in de kou van Spitsbergen

    De Duitse Christiane Ritter gaat overwinteren bij haar man die onderzoeker is op Spitsbergen. Dat vindt ze eerst helemaal niks, maar ze doet het toch. Uiteindelijk wordt ze verliefd op een stuk wereld waarin ze overgeleverd is aan extreme kou, storm, duisternis, sneeuw en het eten van zeehonden. En dat ook nog eens in 1934, zonder moderne communicatiemiddelen. ‘Hier in het Noorden moet je niet pietluttig zijn. (…) Vergeten zijn de uiterlijkheden, hier draait alles om het naakte bestaan. De hut is een hol dat beschutting biedt, zonder hut zouden we buiten doodvriezen, het primitieve voedsel moet ons wel smaken want het houdt ons in leven.’

    In Een vrouw in de poolnacht beschrijft Ritter vol vaart in dagboekstijl de avonturen die ze met haar man en de Noorse jager Karl meemaakt op Spitsbergen. Aan het begin is ze ontzettend verbaasd over het eindeloze optimisme van de twee mannen, die zich om niets zorgen lijken te maken. Ze gaan op avontuur of op onderzoek uit, alleen of met z’n tweeën, en laten haar dagen soms weken moederziel alleen te midden van winterse stormen. Haar dagen bestaan dan eigenlijk alleen nog uit het sneeuwvrij houden van de hut.

    Ook heeft ze medelijden met de zeehonden die de mannen schieten. Zij, als vrouw des huizes, wordt geacht de zeehond klaar te maken, maar hoe doe je dat? ‘Als gehypnotiseerd kijkt de zeehond met ver uit het water gestoken hals naar de hut en naar ons drieën ‘Duiken!’ roep ik hem in stilte toe in de hoop hem zo te kunnen beïnvloeden. Dan valt het schot. De zeehond duikt niet. (…) Gedwee en vol afgrijzen breng ik ons avondeten naar de hut.’ Dat is ook precies het gevoel wat je als lezer ervaart bij het gemak waarmee de jagers de aandoenlijke dieren doden. Maar naarmate de tijd vordert zijn ook Christiane’s scrupules verdwenen en vilt en bereidt ze met smaak ijsberen, robben of trekt ze bouillon van een toevallig overvliegende meeuw.

    De dingen in het Noorden krijgen voor haar een andere betekenis dan ‘onze wereld van intermenselijke betrekkingen (…) Het vermoeden komt bij me op dat het op de Noordpool soms moeilijker kan zijn om gewoon mens te blijven dan in de strijd met de elementen fysiek te overleven.’ Toch overleeft ze uiteindelijk juist doordat haar man en Karl altijd weer terugkeren naar de hut en ze dan ten minste weer met iemand kan praten.
    Door haar droge, soms licht-ironische toon verveelt het boek in elk geval geen moment. Zelfs de grootste koukleum zal bij lezing óók een klein beetje van het Noorden gaan houden.