• Heimwee

    Heimwee

    De allereerste keer dat ik madeleines bakte, jaren geleden, waren ze voor iemand die mij Proust had aangeraden. De cakejes waren een verjaardagscadeau en ik was erg verliefd, ik had ook lindebloesemthee gekocht. Nu bak ik ze voor mijn ouders die ik mis omdat ik maanden niet bij ze langs kon. In een huurauto rijd ik langs geel uitgeslagen weilanden. De bomen hebben magere, doorlaatbare kruinen, mijn rug plakt aan de autostoel. In de tuin drinken we koffie bij de madeleines en grappen over verloren tijd.  

    Het is begin juni en daarom denk ik aan schoolkamp. Ik ruik die mengeling van muf hooi, opgedroogd karton en groentesoep. In mijn herinnering smelten al die verschillende kampgebouwen samen tot één. Ik loop over plakkerig zeil met tegelprint, open een deur van fineer naar een te krappe kamer vol stapelbedden en zie bij het raam de langpootmuggen die naar buiten of juist naar binnen willen, dwarrelend het glas aftasten. Altijd moesten we laarzen meenemen. Sjouwend door het bos, met onze plastic regenjassen halfopen, werden die inderdaad glimmend nat. De brok in mijn keel liet zich even afleiden maar zou zich na de soep en de bonte avond, wanneer mijn klasgenoten zich opmaakten om te keten, als een stormvloed een weg naar boven beuken. In mijn slaapzak, pijnlijk eigen, bekroop mij de paniek van het vreemde, van ver weg zijn en terug willen.

    Intrinsieke heimwee, daar denk ik aan als ik weer nies, om het vele stof of stuifmeel in de lucht. Het geluid van nat gras tegen laarzen, dat hoort al een tijd niet meer bij de lente. Maar van sommige herinneringen wil je niet dat ze opdrogen. Zoals een afgekapte verliefdheid blijft knagen en ik me de niet uitgelezen boeken soms het levendigst herinner. Is het levensangst? Sinds Zij van Helle Helle oordeel ik minder streng. Ik ben dol op het werk van deze Deense schrijver. Ze is nogal zuinig met woorden. In eenvoudige zinnen en taferelen schetst het boek de herinnering aan een moeder en een zestienjarige dochter. De intimiteit tussen de twee blijkt uit het alledaagse. Ze zoeken recepten uit, richten hun huis steeds opnieuw in en hebben onderonsjes in het ziekenhuis. Een duidelijk begin of einde ontbreekt waardoor het boek wel, maar het verhaal feitelijk niet stopt. Klinkt als een stilistisch trucje, maar daar is het te ontroerend voor. Te transparant ook. Zo wordt die dictatuur van de chronologie bijvoorbeeld eenvoudig om zeep geholpen door een bijzin als: ‘(…) de lamp gaat gisteren stuk.’
    Tijdsverloop lijkt mij de belangrijkste overeenkomst tussen een verhaal en een leven. Iedere poging tot verzet daartegen juich ik toe. Want de moeder is ernstig ziek, natuurlijk mag dit verhaal niet eindigen. Onterecht vrees ik toch de laatste bladzijde.

     

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (AtlasContact).

  • Vakantierubriek 2013 – Adri Altink

    Frankrijk

    Brieven, verloren tijd en taalkunst uit Frankrijk

    Mijn meest romantische herinnering aan Frankrijk is al oud. Ik bezocht het kasteel van Grignan in de Drôme. Naar beneden lopend passeerde ik een boekwinkeltje. Ik kocht er een pocket met een selectie van brieven van Mme de Sévigné aan haar dochter, die in de 17de eeuw op het kasteel woonde. Op een terrasje bij de zacht murmelende fontein in het dorpje, bekroond met een schrijvende Sévigné in brons, begon ik er in te lezen en ik was meteen verkocht. De (soms wel wat te sterke) moederliefde zal zelden intenser verwoord zijn, maar ook het Franse hofleven en de pijn van de afstand die moest worden overbrugd tussen Parijs en Grignan om contact te kunnen hebben met elkaar worden intens voelbaar. Lees niet te snel en proef de zinnen.

    Een paar jaar later verscheen de selectie Brieven in een Nederlandse vertaling van Ben Rekers in de serie Privé-domein van de Arbeiderspers.

    Een omweg leidde tot een verslaving die twee zomers lang zou duren. Het begon met Een avond in hotel Majestic van Richard Davenport-Hines over een ontmoeting tussen de groten uit de kunst op 18 mei 1922 in Parijs. Davenport vermeldt onder andere de anekdote dat Proust en Joyce tijdens de ontmoeting nauwelijks een woord met elkaar wisselden. Stel je voor: de twee grootste literatoren zitten aan tafel en hebben elkaar niets te zeggen!

    Het boek gaf me de duw om eindelijk Op zoek naar de verloren tijd van Proust aan te pakken. Sommige delen las ik in de vertaling van C.N. Lijsen, maar de meeste in die van Thérèse Cornips. Die laatste is het meest aan te bevelen, vind ik. Laat je meedrijven op de lange golvende zinnen en geniet van de scherpe observaties van Proust en zijn humor over gedrag en achterbakse bedoelingen van de mensen. En natuurlijk zijn weidse mijmeringen over de tijd.

    Ik raakte zo van de lectuur in de ban, dat ik nóg meer wilde weten. Wat dat betreft vond ik de biografie Proust van Ghislain de Diesbach wat zwaar op de hand en academisch. Míj nam hij eerder tégen Proust in dan andersom. Wie zich echt wil verdiepen in de structuur en achtergronden kan beter de tijd nemen voor het prachtige hoorcollege van Maarten van Buuren, verschenen op 7 cd’s bij Home Academy (2005).

    Nog nooit Proust gelezen? Begin dan eens met het amusante boekje van Alain de Botton Hoe Proust je leven kan veranderen.

    De schrijver die me het langst in mijn leesleven heeft vergezeld is Georges Perec. Door mijn interesse in de mogelijkheden van taal en cryptiek was ik hem zelfs op de middelbare school al tegen gekomen, maar een ‘vriendschap’ werd het toen nog niet. Dat gebeurde wel, en meteen onweerstaanbaar, toen ik zijn Het leven een gebruiksaanwijzing las. Wat een taalplezier en wat een verborgen lagen. Ik wilde meer, véél meer van hem. Intussen heb ik alles wat ooit van hem in vertaling verscheen gelezen en enkele kleinere uitgaven in het origineel. Daaronder het knappe ’t Manco, de vertaling door Guido van de Wiel van La Disparition, de roman waarin de letter E niet voorkomt. Dat boek is niet alleen een taalkunstje, maar ook een verbeelding van een groot thema in Perecs leven: het gemis van zijn vader en vooral zijn moeder. Voor wie meer wil weten over dat leven kan uitstekend terecht in de heerlijke biografie van David Bellos: Georges Perec. A Life in Words. Had Ghislain de Diesbach maar zó over Proust kunnen schrijven!

    Door Adri Altink