• De wereld bezien vanaf een barkruk

    De wereld bezien vanaf een barkruk

    In zijn derde bundel, Profane verlichting, doet Johannes van der Sluis verslag van zijn waarneming van dagelijkse gebeurtenissen in de periode van 24 juni 2020 tot en met 16 september 2020. Plaats van handeling is vrijwel altijd Rotterdam en dan met name Lombardijen, waar de dichter wekelijks een café bezoekt als hij klaar is met zijn therapie bij een psycholoog. Dat kan Café Teddy Bear zijn of de Performance Bar, maar meestal toch Café de S., waar hij zich verheugt in de aanwezigheid van het barmeisje M., voor wie hij tedere gevoelens ontwikkelt. 

    Drie jaar geleden is zijn relatie op de klippen gelopen en zijn geliefde is bij hem weggegaan. Zijn baan als leraar aan een middelbare school heeft hij opgezegd. De therapiesessies bij de psycholoog gaan over de onzekerheid van de dichter, zijn verlangen naar acceptatie en de angst om afgewezen te worden. 

    Zoektocht naar verlichting

    In korte zinnen beschrijft Van der Sluis zijn zoektocht naar verlichting, naar licht in de duisternis waarin hij zich bevindt. Soms gebeurt dat letterlijk, als het barmeisje M. zijn pad verlicht met een grote lamp op weg naar het terras, soms gebeurt het zoeken naar verlichting spiritueel via een poging tot meditatie, zoals in het gedicht Heb je een vaas? waarin de dichter een cursus Transcendente Meditatie volgt. Daartoe moet hij zoete vruchten meenemen, een bos bloemen en een witte zakdoek. Maar als hij op de vraag waarom hij de cursus wil volgen, antwoordt dat hij verlichting zoekt, stuurt de instructeur hem weg en adviseert hem het rustiger aan te doen:

    […]
    als je de oceaan oversteekt
    in een roeibootje
    en er komen walvissen aan
    is het noodzakelijk
    om even om te keren
    De bloemen plant hij uiteindelijk maar in een vaas:

    […]
    zo stokt
    de zoektocht
    naar verlichting
    met bloemen
    in bedenkelijke kleuren
    maar inderdaad
    geen walvis
    te zien
    vooralsnog
    ik snuif even aan de bloemen
    vanaf nu
    kan de roes
    mij vervoeren
    door onbekende wateren

    De zinnen mogen dan kort zijn, de parlando-achtige gedichten zijn – op een enkele uitzondering na – zijn erg lang. Een index ontbreekt, waardoor de gedichten zich laten lezen als een aaneenschakeling, een snoer van gedichten die elkaar opvolgen in de tijd en uiteindelijk één geheel vormen. De interpunctie beperkt zich tot hoofdletters en een vraagteken. Omdat de dichter geen punten gebruikt, lopen de zinnen in elkaar over als door een enjambement, ook als dat niet de bedoeling is. Je weet pas na enig puzzelwerk waar de ene zin ophoudt en de andere begint, wat vaak een komisch effect heeft. 

    Soms wordt een gedicht voorafgegaan door een citaat: meestal een regel uit een popsong of een zin uit het werk van een bekende auteur, die weerklank vindt in het gedicht. 

    Ironische humor

    In de gedichten is een een melancholiek en berustend man aan het woord, die vanaf een barkruk de wereld langs zich ziet gaan. De verplichte anderhalve meter afstand in het coronajaar 2020 maken hem nog eenzamer dan hij al was. Een ontgoocheld man zonder illusies is hij, maar ook zonder zelfmedelijden. Met ironische humor beschouwt hij de wereld die bevolkt is met weirdo’s, zichzelf niet uitgezonderd, die proberen aan de bar alle wereldproblemen op te lossen. Met mededogen schildert hij portretten van gewone mensen, ‘die een individu werden / en daarmee de afkeuring / van de maatschappij / moesten verdragen / ze leden lachende’. Een taxichauffeur, een kassière, een visverkoopster ‘met het gezicht van Dulle Griet’:

    […]
    warme vis
    daarvoor kom je
    naar de markt
    roept ze
    hier liefie
    en ze geeft een bakje
    aan een klant
    aanbiddelijk
    ik zegen haar
    en laat haar verder strijden
    met haar zwaard
    voor de poort
    van de hel
    alle demonen
    zullen wijken

    Het profane en het gewijde

    In het gedicht Profaan, geschreven op 9 september, als het Wonderful Weirdos Day is, beschrijft de dichter de eeuwigdurende strijd om de harmonie van het profane en het gewijde, het licht dat steeds weer de duisternis moet overwinnen. Dit steeds terugkerende thema wordt met wrange humor verduidelijkt in de laatste versregels, als de Slang van de Kosmos die de wereld schraagt, teruggevonden wordt in de wc:

    […]
    ik denk
    aan de duisternis
    die telkens weer
    overwonnen moet worden
    opdat de Kosmos
    het licht wordt gegeven
    aldus Eliade
    op het toilet
    zit geen bloed meer
    aan het papier
    in de pot
    ligt een volmaakte
    opgerolde bruine slang
    ik por even
    geen teken
    van leven
    en spoel door

    Het hogere en het lagere te verenigen lijkt onbegonnen werk en de verlichting is niet te bereiken. De dichter lijkt op de klassieke clown Paljas, die in de piste beroepsmatig lachen moet, terwijl zijn hart huilt. Als in het laatste gedicht de psycholoog ook nog voorstelt te stoppen met de sessies – ‘want over onzekerheid / en het verlangen naar acceptatie / kun je eeuwig doorpraten / meent hij’ – valt de grond onder zijn voeten vandaan. Gelukkig is er een lichtpuntje, al is het dan niet de gewenste ‘Grote Verlichting’: barmeisje M. glimlacht naar hem. ‘[…] en ik dans / and it’s all right baby / it’s all right’; met deze wanhopige poging om zichzelf voor de gek te houden sluit de dichter de bundel af.

    Van der Sluis neemt de lezers in zijn bundel mee door zijn leven van alledag aan de hand van wat nog het meest een dagboek lijkt te zijn. Achter de gedichten, die op het eerste gezicht komisch lijken, schuilt een Weltschmerz en een gelatenheid, die de gedichten indringend maken en van een dubbele bodem voorzien. Een gelaagdheid die eerst doet lachen en dan doet huilen. Van der Sluis maakt van de lezer eenzelfde droeve clown die hij in zijn gedichten uithangt.

     

     

  • Oogst week 3 -2022

    Het woord voor rood

    Het woord voor rood van Jon McGregor is misschien wel het best te typeren als een roman over communicatie op allerlei niveaus. De roman, bestaand uit drie delen, begint met een expeditie op Antartica die mislukt. De groep van drie leden raakt elkaar kwijt tijdens een storm. Ze hebben geen contact meer. De expeditieleider Robert Wright (‘Doc’) weet het verblijf met de zendinstallatie terug te vinden, maar raakt buiten bewustzijn. Hij blijkt daarna door een beroerte  zijn spraakvermogen kwijt te zijn. Daardoor kan hij – in het tweede deel – eenmaal thuis ook met zijn vrouw Anna niet meer communiceren.

    Het derde deel beschrijft Roberts therapie die er toe moet leiden voldoende taal te hervinden om zijn verhaal te kunnen doen. Wat is er aan communicatie mogelijk als iemand afasie heeft?

    De roman kreeg in eigen land zeer lovende kritieken en Nederlandse lezers kunnen de auteur kennen van Zelfs de honden (2021) en Reservoir 13 (2018).

     

     

    Het woord voor rood
    Auteur: Jon McGregor
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Het huis aan het einde

    Naar koude streken, bovendien naar het noorden trok Irwan Droog vorig jaar met zijn vriendin Kim en hond Zorro. Hij verhuisde naar Selvær, een klein eilandje in de poolcirkel, terwijl in Nederland de eerste vaccinaties tegen covid-19 werden uitgedeeld: ‘ik werkte al vanuit huis, en de eerste lockdown hield me alleen maar meer binnen dan ik normaal gesproken al was. Toen de kans zich voordeed om me niet langer op te sluiten in mijn huurappartementje in Amsterdam-Noord maar te vertrekken naar een vrijstaand huis op het puntje van een verafgelegen eiland in de Noorse Zee, hoefde ik daar dan ook niet lang over na te denken. Ik loop al bijna twintig jaar rond met de wens langere tijd in Noorwegen door te brengen, sinds ik er op mijn achttiende voor het eerst een zomervakantie doorbracht. En sinds mijn reis naar Spitsbergen in 2018 werd die wens nog specifieker: een eiland, een Noors eiland, een mooiere plek kon ik me eigenlijk niet voorstellen’.

    Selvær is zo klein dat je het in een halfuurtje helemaal rond kunt lopen: ‘Zal dat echt voelen als een bevrijding, of zitten we daar net zo opgesloten als in mijn woonkamer thuis?’
    Het verblijf levert bijzondere ontmoetingen op waarvan Droog verslag doet in Het huis aan het einde, zijn debuut.

     

    Het huis aan het einde
    Auteur: Irwan Droog
    Uitgeverij: Thomas Rap

    Profane verlichting

    Wat opvalt aan het omslag van Profane verlichting van Johannes van der Sluis is de kleurstelling. Die doet meteen denken aan zijn vorige bundel gedichten Ik ben de Verlosser niet uit 2020. Daarin vroeg de dichter zich via zijn woonbuurt in Rotterdam, een kuuroord in Italië en een psychiatrische kliniek in Poortugaal af wat hij nog te zoeken had in een leven zonder baan en liefde.
    Profane verlichting is in zekere zin een vervolg. De liefde komt weer om de hoek kijken. Ze heet M. is de titel van het tweede gedicht, dat begint met de regels:

    Afgelopen keer
    in café De S.
    maanden geleden
    was het barmeisje
    met een lamp
    op weg naar het terras
    ik ging naar huis
    en zei tegen haar
    dat ik haar zou volgen
    ja volg mij
    ik verlicht het pad
    zei ze lachend
    (…)


    Profane verlichting
    Auteur: Johannes van der Sluis
    Uitgeverij: Lebowski