• Het echte leven van mastodont Moeyaert

    Het echte leven van mastodont Moeyaert

    In de prachtige privédomeinserie van de Arbeiderspers is kortgeleden Een ander leven verschenen van en over de Vlaamse mastodont Bart Moeyaert. Zestig jaar is de gelauwerde schrijver dit jaar geworden en bijna zestig publicaties heeft hij op zijn naam staan: poëzie, proza, theater, literatuur voor jeugd en volwassenen. In 1983 debuteerde hij met de latere ‘longseller’ Duet met valse noten, uitgebracht als 12+ titel. Moeyaert zegt in het egodocument Een ander leven dat het genre van de adolescentenliteratuur ‘schromelijk onderschat’ wordt, dat er vaak vanuit wordt gegaan dat deze literatuur per definitie niet meerlagig is, ‘weinig vlees aan het bot bevat’. Moeyaerts oeuvre is een bewijs van het tegendeel. Zijn werk is veelvuldig vertaald en met vele bekroningen beloond onder andere met de ‘Nobelprijs voor de Jeugdliteratuur’, de Astrid Lindgren Memorial Award in 2019.

    Een ander leven is het verslag van de zoektocht naar de contouren van zijn geschiedenis. Zijn volwassenwording als zevende zoon in een traditioneel gezin wordt beschreven en de achtergrond van en band met zijn ouders. De strijd om schrijver te worden en de persoonlijke zoektocht naar zijn identiteit krijgen veel aandacht en ook poëticale aspecten en duiding van zijn eigen werk komen aan de orde. Het boek is non-fictie, beschrijft feiten, maar wie het werk van Moeyaert kent weet dat er voor de lezer altijd werk aan de winkel is. In dit geval bijvoorbeeld door een originele opbouw waarbij een hersenbloeding van zijn vader de opmaat vormt en poëtische fragmenten uit brieven van zijn moeder als motto’s de hoofdstukken inleiden die starten bij moeders zeventigste verjaardag en niet-chronologisch heen en weer meanderen van Moeyaerts tienertijd tot nu. Een eerste, tweede en derde ‘rust’, korte tussenstukjes, beschrijven hoe de vader, de moeder en tenslotte de spullen het ouderlijk huis verlaten.

    Moeder, vader en geaardheid

    De rode draad van het boek is een driedaags verjaarscadeautje van zoon Bart (dan 35) voor zijn jarige moeder (70) naar Parijs, de stad waaraan Moeyaert veel herinneringen heeft. Moeder geniet met volle teugen. Ze is blij dat ‘ze meer deel uitmaakt van de wereld dan gewoonlijk’. Als ze tijdens het ontbijt in het hotel een geanimeerd gesprek voert met een mondaine vrouwelijke hoogleraar uit New York (‘Kinderen, nee daar heeft ze nooit tijd voor gehad’), een vrouw en een leven over wie ze later die dag nog door fantaseert, realiseert Moeyaert zich tot zijn ontsteltenis dat er voor zijn moeder naast het leven dat ze geleid heeft, thuis met zeven kinderen, ook een ander leven is dat ze niet geleid heeft. Deze ontdekking en ook het feit dat hij niet veel wijzer wordt van zijn moeder als hij doorvraagt, is illustratief. Eigenlijk weet hij heel weinig van zijn moeder, die al heel jong vaderloos opgroeide op een kasteel waar haar moeder huisbewaarster was, die misschien veel minder kinderen had gewild, die zegt ‘nooit’ naar een andere man dan haar vader te hebben omgekeken. Dit laat onverlet dat er een goede en warme band is tussen moeder en benjamin Bart. Hij schrijft met veel liefde over haar, zij geniet tijdens het uitje overduidelijk van hun samenzijn en ze heeft vanaf het moment dat hij het huis verliet fantastische brieven naar hem geschreven waar de lezer van mee mag genieten.

    De relatie met vader is om verschillende redenen moeizamer. In die relatie is de strijd zichtbaar die Moeyaert gestreden heeft om het aan te durven schrijver te worden – pa vindt dat geen beroep met perspectief en eist dat er eerst een degelijke opleiding wordt afgerond – en zijn strijd om homoseksueel te durven zijn. Dat laatste aspect krijgt gaandeweg het boek steeds meer aandacht. De route naar het andere leven dat Moeyaert wil leiden doet denken aan Splinter Chabots Confettiregen. Onontkoombaar en indringend ervaar je als lezer nog maar weer eens hoeveel strijd een niet-heteromens moet leveren voor zelfacceptatie. Bij Moeyaert komt daar de strijd met zijn vader bij, die homoseksualiteit ‘een ziekte’ noemt, die ‘als een gezwel genezen of weggesneden [moet] worden’. De kleine Moeyaert is ‘niet breed, niet groot, mijn stem is hoog. In winkels word ik met meisje aangesproken.’ Mild stelt hij dat zijn vader niet goed weet hoe hij met zijn jongste om moet gaan: ‘Mijn gebruiksaanwijzing is niet helder opgesteld.’ Moeyaert moet voor zichzelf erkennen dat hij niet ‘stoerder’ hoeft te worden en dat de beslissing die hij even neemt als hij 25 is ‘nu ben ik van de jongens af’ een leugen is. Tegenover zijn ouders liegt hij niet maar verzwijgt hij lange tijd dit aspect van zijn identiteit. ‘Wat ongezegd blijft is geen leugen.’ Uiteindelijk beweert vader geen problemen te hebben met de homoseksualiteit van zijn jongste zoon. Hij geeft hem wel het ongevraagde advies mee: ‘Wat jij voelt hoeft niemand te weten.’ Daar denkt Moeyaert het zijne van. Hij is ‘klaar met zijn vaderlijk advies, de meningen, het ingehouden leven.’ In Een ander leven deelt Moeyaert gelukkig veel met de lezer, iets wat ook gewaardeerd wordt door de jury van de BruutTAALprijs voor het beste Regenboogboek van 2024, die Moeyaerts Een ander leven 12 augustus jongstleden deze bekroning heeft toegekend.

    Een gelukkige schrijver

    Het boek is een feest voor de lezer. Moeyaerts schrijfstijl is vlot, beeldend, humoristisch, hier en daar vriendelijk ironisch. Een integer mens klinkt door in de geboekstaafde geschiedenis. Levendig, boeiend en zachtaardig beschrijft Moeyaert zijn jeugd, het gezinsleven, de relatie met zijn broers, het verleden van zijn moeder, zijn zoektocht in de liefde, vrienden en relaties. Dat hij een schrijver is en wil worden, is hemzelf eigenlijk altijd al wel duidelijk geweest, maar ook dat hij niet weet ‘of ik het durf.’ Een aantal mensen blijkt belangrijk te zijn geweest in zijn schrijversontwikkeling: schrijver Aidan Chambers (‘Je bent zo overduidelijk een auteur’), schrijfster Mireille Cottenjé (‘ga eens op de rand van het nest zitten, jij’) en partner Geert (‘Vanaf nu woont in de Van Geertstraat een schrijver’). Hij leert dat de schrijver de eerste lezer is en dat de belangrijkste opdracht is trouw aan jezelf te blijven. Wie een boek ‘te literair’ of ‘te moeilijk’ noemt, spreekt voor zichzelf. Nu durft hij uit te spreken dat een titel tegenwoordig wel een zuivelproduct met een beperkte houdbaarheidsdatum lijkt. ‘Het woord oeuvre krijgt er iets archaïsch door’ waardoor er geen ruimte meer genomen wordt om het werk in een context te plaatsen. Uit zijn eigen indrukwekkende oeuvre bespreekt hij de ontstaansgeschiedenis, receptie en interpretatie van het met (internationale) prijzen overladen jeugdboek Blote handen uit 1995 waarin ‘de schrijver Moeyaert en de man Bart elkaar beginnen te vinden.’ Over het schrijven zegt hij: ‘Schrijven maakt mij gelukkig. Als iemand van mijn werk houdt, […] maakt me [dat] gelukkig.’ Een ander leven is een boek om van te houden.

    ‘Altijd weer die eindes van me’, schrijft Moeyaert in een reactie op een opmerking van een uitgeefster. ‘Ze zeggen wel eens vaker dat mijn verhalen niet met een punt eindigen, […] dat ik te veel aan de lezer overlaat.’ Daar is in dit boek geen sprake van. Het boek eindigt met een ‘laatste rust’ waarin een andere kant van Moeyaerts vader blijkt en met de heerlijke aantekeningen van zijn moeder over hun gezamenlijke dagen in Parijs begin 1996.

     

  • Oogst week 24 – 2022

    Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen

    In de serie Privé-domein is Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen van de Russische romancier, toneelschrijver en dichter Anatoli Mariëngof (1897-1962) uitgegeven. Het zijn de prachtig en soms humoristisch geschreven memoires van zijn kindertijd en zijn volwassenwording aan de beginjaren van de revolutie. ‘Mijn ouders kleden mij op hoogst krenkende wijze: niet in een broek, zoals het een man betaamt, maar in jurkjes, blauwe en roze,’ zo begint Mijn eeuw…

    Mariëngof kwam uit een adellijke familie en stond bekend als een dandy en een nihilist. Hij was bevriend met de populaire dichter Sergej Jesenin met wie hij de ‘imaginistische school’ oprichtte, een Russische poëziestroming en dichtersgroepering waarin de inhoud van de poëzie ondergeschikt was aan het beeld. Door fricties hield de beweging na een paar jaar op te bestaan. Het laatste imaginistische product was Mariëngofs boek Roman zonder leugens (1927), een schandaalroman omdat hij veel details over het vrije liefdesleven van Jesenin bevatte, die inmiddels zelfmoord had gepleegd. Daarna volgden nog twee schandaalromans.

    In de flaptekst van Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen staat onder meer dat het een wonder is dat Anatoli Mariëngof de Stalinterreur overleefde; hij noemde de Rode Revolutie een gehaktmolen en tijdens de proletarische gelijkschakeling wandelde hij in maatpak en hoge hoed door Moskou. De Sovjetautoriteiten zagen hem als subversief en er werd nog nauwelijks iets van hem gepubliceerd. Hij werd vergeten. Eind jaren tachtig werd zijn werk herontdekt.

     

    Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen
    Auteur: Anatoli Mariëngof
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De toekomst van het sterven

    Marli Huijer, arts, filosoof en columnist, schreef een voorlichtingsboek over dood gaan: De toekomst van het sterven. Dat sterven is aan het zicht onttrokken, concludeerde de gepensioneerde hoogleraar publieksfilosofie. Zij ziet dat ouderen graag gezond willen doorleven tot hun honderdste en dan in een klap overlijden, in dat idee gesteund door verouderingsdeskundigen en transhumanisten. In de praktijk gaat het zo niet, de aftakeling begint meestal kort na het pensioen en duurt gemiddeld een jaar of vijftien. Maar mensen hebben niet meer geleerd hoe goed te sterven.

    In Trouw van 31 mei zegt Huijer, zelf 67: ‘Ik houd niet van het woord zin − dingen hebben geen zin. Betekenis is wat je met elkaar ontwikkelt, (…) Het draait om nabije relaties. Vandaar dat heel oude mensen, van wie de vrienden, kinderen soms ook, overleden zijn, er geen zin meer in hebben. De betekenis is weg.’

    In haar boek probeert ze antwoord te geven op hoe we omgaan met de laatste levensfase, met ziektes en aftakeling en de vraag of mensen zich daarmee (willen) voorbereiden op de dood. Ze hecht waarde aan het zoeken naar het juiste moment van sterven. En als de hele samenleving steeds ouder wordt, zijn de kosten van de zorg dan nog op te brengen? Huisartsen en wijkverpleging zijn overbelast en van de 80-plussers voelt twee derde zich eenzaam. Behalve naar wat de laatste levensfase voor individuen en hun omgeving betekent kijkt Huijer ook naar de consequenties op het maatschappelijke en het politieke vlak.

     

    De toekomst van het sterven
    Auteur: Marli Huijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Toen wij vogels waren

    Toen wij vogels waren is de eerste roman van Ayanna Lloyd Banwo, Trinidadiaans schrijfster met een graad in creatief schrijven van de Universiteit van East Anglia. In een interview met Pen Transmissions zegt zij dat ze het boek schreef ‘met een inheems gevoel voor religie en spiritualiteit, waar de tijd niet lineair is, waar de levenden en de doden niet zo ver van elkaar verwijderd zijn als we misschien denken.’ Dus bevat het tijdloze thema’s als liefde, romantiek, magisch realisme, traditie en fantasie.

    In het fictieve Port Angeles, gelijkend op Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad en Tobago, arriveert Darwin die als grafdelver gaat werken, het enige werk wat hij kan vinden en nodig heeft om zijn zieke moeder te ondersteunen. Zij hangt het rastafarigeloof aan waarin de doden de doden moeten begraven. Graf delven gaat daar regelrecht tegenin.
    Op de uitgestrekte oude begraafplaats, vol met geheimen en problemen, ontmoet Darwin Yejide. Hun beider lot zal onuitwisbaar met elkaar verbonden raken.

    Yejides moeder stamt af van de corbeaux, zwarte vogels die bij zonsondergang naar het oosten vliegen met de zielen van de doden. Zij kan met de doden communiceren en hen helpen vrede te vinden. Als haar moeder sterft, erft Yejide dit ‘geschenk’ waarvan ze niet weet of ze het wel wil. Haar grootmoeder vertelde haar verhalen over de tijd voor de tijd, toen de dieren konden praten en vredig met elkaar samenleefden. ‘Maar op een dag loopt een krijger het woud in. Hij ziet dat er volop dieren zijn om op te jagen en vruchten om te eten. Wanneer hij naar de bomen kijkt, ziet hij alleen de huizen die hij kan bouwen en (…) het land (…) ziet hij alleen wat hij kan nemen. De dieren proberen met hem te praten (…) maar hij kent hun taal niet en dus kan hij ze niet verstaan.’ Er komen meer krijgers, en boeren, en priesters. Oorlog volgt. De dieren verdwijnen en vele van hen veranderen in vogels. Volgens The Guardian echoot Dickens in dit liefdesverhaal over een doodgraver en een medium. The Observer noemt het een meesterlijk debuut en de New York Times Book Review roemt het mythische en boeiende.

     

    Toen wij vogels waren
    Auteur: Ayanna Lloyd Banwo
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Privédomein viert 50-jarig jublileum

    Privédomein viert 50-jarig jublileum

    Boekhandel Athenaeum en de reeks Privédomein vieren dit jaar hun 50-jarig jubileum. Vrijdag 27 mei 2016, tijdens de wekelijkse Boekenmarkt op het Spui, vindt op het plein voor Athenaeum Boekhandel een voorleesmarathon plaats. Schrijvers vertellen over hun favoriete Privédomein en dragen hier uit voor. Tevens worden ook de volgende drie nieuwe delen in Privé-domein gepresenteerd:

    Gerbrand Bakker, Jasper en zijn knecht, Clarice Lispector, De ontdekking van de wereld (vertaling Harrie Lemmens) en Elias Canetti, Het boek tegen de dood (vertaling Ria van Hengel).

    Een middag voor iedereen die de roemruchte reeks en de al even legendarische boekhandel een warm hart toedraagt. Zorg dat u erbij bent!

    De presentatie is in handen van Anton de Goede  en bijdragen worden geleverd door Gerbrand Bakker, Harrie Lemmens, Barber van de Pol, Jan-Willem Anker, Shira Keller, Rob Schouten, Hein Aalders, Atte Jongstra, Victor Schiferli en Jannah Loontjens.