• Zoektocht naar het verleden van een excentrieke moeder

    Zoektocht naar het verleden van een excentrieke moeder

     Journalist en schrijver Christophe Boltanski komt uit een in Frankrijk bekende intellectuele familie. Grootvader Etienne was arts, oom Christian is beeldend kunstenaar, vader Luc is socioloog. Het is ook een excentrieke familie, zoals bleek uit Boltanski’s romandebuut De Schuilplaats (bekroond met de Prix Femina). Daarin beschrijft hij hoe zijn Joods-Russische grootvader in hun statige herenhuis aan de rue de Grenelle in Parijs de oorlog overleefde door er niet te zijn. Ook in De Voyeur gaat het over een excentriek familielid, Christophe’s moeder.

    Toen zijn moeder op hoge leeftijd overleed had zij haar leefruimte beperkt tot een matras in de woonkamer. Zij lag er de hele dag en nacht op, nauwelijks slapend, en rookte aan één stuk door sigaartjes. Haar hond uitlaten deed ze niet meer, hij mocht zijn behoeften in de aangrenzende kamer doen. Na haar overlijden maken Christophe en zijn zus het met van alles volgestouwde huis leeg. ‘Zoals je een fles leegklokt, in één keer, in een soort staat van dronkenschap, met de haast en bruutheid van mensen die een misdrijf begaan, ontruimden we haar appartement. Zonder iets uit te zoeken, zonder te kijken zelfs, leegden we haar kasten, haar laden, haar piepkleine washok.’

    Schrijftalent van moeder

    Alles gaat ongezien weg, op een paar mapjes na waarin hij aanzetten aantreft voor detective-verhalen, een genre waar ze dol op was. Eén daarvan gaat over een naamloos persoon die zich bezighoudt met het bespioneren van bewoners van een woontoren aan de overkant. Ook dit verhaal komt niet verder dan een begin, maar toont wel haar schrijftalent, ‘Geen uitweidingen of losse opmerkingen, geen eindeloze beschrijvingen, geen tussenzinnen, herhalingen of nutteloze spitsvondigheden. Geen lange reeksen bijzinnen naar korte, pregnante en goed lopende zinnen.’

    Het vinden van haar schrijfprobeersels zet Christophe aan tot het willen uitzoeken wat voor persoon zijn moeder, van wie hij weinig liefde heeft ontvangen, was. Tijdens zijn jeugd heeft hij haar enkel meegemaakt als succesvol manager in de Franse media-wereld, met veel jonge minnaars. Wie was ze in haar jeugd, waarom had ze zich op latere leeftijd steeds meer teruggetrokken en waardoor was ze zo paranoïde geworden dat ze de ramen van haar woning met dekens afdekte? Speurend naar haar tijd als studente komt hij op het spoor van een verzetsbeweging van jonge intellectuelen die in het begin van de jaren zestig de FLR (Front de Liberation Nationale) steunden, de bevrijdingsbeweging van de Franse kolonie Algerije. Zou zijn moeder daar aan hebben meegedaan? 

    Periode van de Algerijnse opstand

    Boltanski beschrijft als een romancier het spannende leven dat zijn moeder in haar studententijd wellicht heeft beleefd en wisselt dat af met een journalistiek verslag van zijn zoektocht naar degenen die dat zouden kunnen bevestigen. Dat journalistieke onderzoek levert uiteindelijk geen concreet resultaat op, maar Boltanski heeft de lezer intussen wel meegenomen naar een tijd in de Franse politiek die in Nederland weinig bekendheid heeft gekregen: de periode van de Algerijnse opstand die veel mensenlevens eiste, ook in Frankrijk. 

    De afwisseling tussen roman en onderzoeksreportage is zichtbaar in het gebruik van respectievelijk tegenwoordige en verleden tijd, maar vergt wel oplettendheid van de lezer. Enigszins verwarrend is ook de Nederlandse titel De voyeur. Dat heeft in het Nederlands een erotische connotatie. Weliswaar gaat één van de fragmenten in de nimmer afgemaakte verhalen die zijn moeder achterliet over iemand die een woontoren bespiedt. Maar wat haar in de visie van haar zoon vooral bezig hield was de vrees bespied te worden vanwege haar politieke verleden en contacten met de FLR. Ze verdacht hiervan vooral haar buurman Talus Taylor, de tekenaar van Barbapapa, en huurde zelfs een detective in om dat te bewijzen. De oorspronkelijke titel van het boek is Le Quetteur en dat betekent  eerder iemand die op de uitkijk staat, een waker, dan een voyeur. 

    Ondanks de misleidende titel is De voyeur een interessant boek over een in Nederland weinig bekende periode uit de Franse geschiedenis. Een periode waarin links georiënteerde Franse studenten, waartoe de moeder behoorde, hand- en spandiensten verleenden aan de geheime organisatie FLR.
    Boltanski’s moeder blijft ondanks zijn zoektocht grotendeels een raadsel, maar gezien haar behoefte aan afzondering is dat vermoedelijk ook precies wat ze wilde.

     

  • Oogst week 47 – 2019

    Alleen de bergen zijn mijn vrienden

    Deze week in de oogst een boek dat een ongewone geschiedenis verbeeldt, van schrijver Behrouz Boochani, de tweede roman van documentairemaakster Coco Schrijber en een nieuwe roman van de Franse schrijver Cristophe Botanski.

    Behrouz Boochani behaalde een master in de politieke wetenschappen, als journalist zette hij zich in voor de rechten en de cultuur van de Koerden in Iran. Toen er voor hem gevangenschap dreigde, besloot hij enkele maanden onder te duiken en in 2013 vluchtte hij naar Australië waar hij tegen alle verwachtingen in gevangen werd gezet op het eiland Manus, een uithoek van Papoea-Nieuw-Guinea. Op een naar binnen gesmokkelde mobiel beschrijft hij het leven in het kamp waar honderden mannen in veel te krappe ruimtes verblijven. Hoe beveiligers hun geweld te pas en te onpas gebruiken, de mannen vernederen. De uitzichtloosheid, de wanhoop en de zelfverminking. Alleen de bergen zijn mijn vriend is een Koerdisch gezegde en als boek een aanklacht tegen het onmenselijke vluchtelingenbeleid, geschreven op een mobiel. Nadat zijn boek door Australiërs massaal gelezen werd, ontvangt hij begin dit jaar de Australische Victorian Award, de jury heeft het over: ‘een mooi en precies schrijven dat literaire tradities uit de hele wereld door elkaar weeft’. Ondertussen wacht Boochina nog steeds op zijn papieren om als vrij man door het leven te gaan.

    Deze maand kwam het boek uit bij Uitgeverij Jurgen Maas in vertaling van Irwan Droog.

    Alleen de bergen zijn mijn vrienden
    Auteur: Behrouz Boochani
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De voyeur

    De voyeur is de tweede roman van journalist en schrijver Christophe Boltanski (1962). Met zijn debuut De schuilplaats schreef Christophe Boltanski een monument voor een familie en de huizen waar ze woonden, hij won er verschillende prijzen mee. In De voyeur probeert een zoon het leven van zijn overleden moeder te reconstrueren aan de hand van haar troosteloze appartement waar ze van alles bewaarde en nooit schoonmaakte. Dan blijkt ook dat ze schreef, op een Olivetti-typemachine. Hij vindt het manuscript, over een voyeur. Dan blijkt dat zijn moeder haar eigen leven beschreven heeft en het vermoeden dat ze werd gadegeslagen. Over haar studententijd in de jaren vijftig aan de Sorbonne, tijdens het hoogtepunt van de Algerijnse oorlog. Is het werkelijk zijn moeder die in cafeetjes droomde van een heroïsch leven en zich aansloot zich bij de onafhankelijkheidspartij FLN? Ook in deze tweede roman schetst Boltanski, die niet voor niets journalist is, met veel details een levendig beeld van een Frankrijk ten tijde van radicale sociale verandering.

    De voyeur
    Auteur: Christophe Boltanski
    Uitgeverij: Cossee

    Ola en de dingen

    Coco Schrijber (1961) is documentairemaakster en publiceerde in 2015 haar eerste boek, De luchtvegers, een existentiele zoektocht. In haar tweede boek, Ola en de anderen, gaat het ook om een zoektocht, vanuit het perspectief van een kind. Verder is er geen vergelijk tussen haar debuut en deze roman. Ola is een explosief meisje, onverschrokken, meedogenloos. Ze is vol vuur, een vuur alsof dat bepaalde dingen uit haar hoofd moet verdrijven. Ze is steeds onderweg, rennend, zoekend, dwingend. Het ontwikkelingsverhaal van een kind, dat zich ergens van los moet maken, wat, is niet direct duidelijk. Maar gaandeweg het boek bedaart ze, vindt haar gelijke in een vriend. Een met vaart geschreven boek.

    In 2016 plaatsten we een interview met Coco Schrijber, door Carolien Lohmeijer.

    Ola en de dingen
    Auteur: Coco Schrijber
    Uitgeverij: Querido
  • Kroniek van een bizar gezin

    Kroniek van een bizar gezin

    Het gaat in De schuilplaats over een Frans-Joodse familie van 5 personen (twee ouders, twee kinderen, één kleinkind) die zich geregeld in een Fiat 500 wurmen, en er lange reizen mee maken zonder ooit het voertuig verder dan enkele tientallen meters te verlaten voor de broodnodige aankopen. Ze slapen er ook in, de jongste in de achterbak. Bij kerkbezoek parkeert de familie het autootje aan het begin van de mis voor de kerk en rijdt na afloop zonder uitgestapt te zijn weer naar huis. Waarbij het wagentje geparkeerd wordt in de cour bij het huis en vlak voor de ingang zodat iedereen slechts enkele stappen in de open lucht hoeft te doen. ‘s Nachts slapen de kinderen en het kleinkind op de grond aan het voeteneind van het bed van het echtpaar, in slaapzakken. De familie-leden zijn met elkaar vergroeid tot een onafscheidelijke eenheid. Met zijn allen bewonen ze een voorname woning aan de  Rue de Grenelle in Parijs.

    Zo’n  familie lijkt een verzonnen schrijversparadijs vol eigenaardige wezens die een onuitputtelijke bron van verhalen vormen. En dat klopt. Met dit verschil dat de familie Boltanski niet is verzonnen maar echt bestaat en in de Franse Cultuur en wetenschap een niet onaanzienlijke plek inneemt. En het kleinkind, de Franse journalist Christophe Boltanski doet in De schuilplaats een boeiende poging de geschiedenis te beschrijven van zijn oma en opa, zijn vader (de enige die ontsnapte uit de familie-omarming) en zijn twee ooms.

    Zelf koos hij er op dertienjarige leeftijd voor om ook in het huis aan de Rue de Grenelle te gaan wonen. En dat levert nu een prachtige beschrijving op van een merkwaardige familie. Grootvader Etienne is professor in de geneeskunde en een arts die veel voor zijn patiënten over heeft totdat ze echt een ernstige ziekte krijgen. Want het is onverdraaglijk voor hem ze misschien niet te kunnen helpen. Deze patiënten worden dan snel doorverwezen naar collega’s die hij beter in staat acht ze te kunnen genezen. Met zijn patiënten praat hij lang en veel over hun problemen, zonder over zichzelf iets te vertellen. Thuis vergenoegt hij zich met luisteren naar wat zijn familieleden te zeggen hebben, tussen het geluid van de eeuwig aan staande TV door.

    Gevecht met het falende lijf

    Zijn vrouw Myriam, de oma van Christophe is duidelijk de hoofdpersoon van het verhaal. Als studente medicijnen raakte ze verliefd op haar professor en ze trouwden. Enkele jaren later kreeg ze kinderverlamming en die ziekte die haar benen tot onbruikbare lichaamsdelen maakte, bepaalde uiteindelijk het bestaan van het hele gezin. Want Myriam weigerde te erkennen dat ze invalide was en bleef volhouden dat haar niets mankeerde. Met haar kleine magere lichaam klauwend de trap op, haar benen bungelend achter zich aan.  Staand bij de tafel, terwijl ze zich overeind houdt leunend op haar ellebogen. Zittend op een stoel, met een doek over haar lamme benen, zodat het leek alsof die nog wel in orde waren. Tronend in het grote bed in de enige slaapkamer van het huis, van waaruit zij het gezin bestuurde, gasten ontving.en onder het pseudoniem Annie Lauran een reeks romans schreef, met snelle vingers over het toetsenbord van de typemachine. Van de twee zoons die ook als volwassene thuis bleven is de oudste Jean-Elie Boltanski, een bekende Franse taalkundige. De ander is Christian Boltanski, een al even bekende Franse beeldend kunstenaar en filmer. De zoon die de familie verliet toen hij volwassen werd is Luc Boltanski. een wellicht nog bekendere Franse socioloog. Een late toevoeging aan de familie was de aangenomen dochter Anne Boltanski, die als fotografe publiceert onder de naam Anne Franski. Ze werd geboren met één nier die het na enige tijd opgaf en ze fotografeert vooral tijdens haar eigen dialyse andere patiënten.

    Rondgang

    Christophe vertelt het verhaal van deze familie via hoofdstukken die elk gewijd zijn aan een deel van het huis. Omdat hij aan elk stukje van het pand herinneringen heeft. De keuken, de badkamer, de spreekkamer van Etienne, de woonkamer, de zolder, de slaapkamer, ze leveren allemaal beelden en anekdotes op. Nadeel van deze aanpak is wel dat de chronologie van de familiegeschiedenis verbrokkeld raakt doordat elk stukje van de ruimte zijn eigen verhaal heeft. Het familierelaas begint daardoor eigenlijk telkens opnieuw. Een heel bijzondere plek is de trap, die twee tot viermaal per dag beklommen wordt door Myriam, gesteund door haar kinderen.

    ‘Zo begon ze langzaam aan de klim, met de bangelijke statigheid van invaliden. (…) Ze boog haar hoofd om de afstanden te schatten, stak haar tong uit en spande haar spieren – dat wil zeggen de spieren die niet waren aangetast door de polio, spieren waarvan gezonde mensen zich niet bewust zijn, in de verbuigingen en verbindingen van de ledematen. Heel haar geamputeerde wezen was gericht op een onzichtbaar punt in de verte, vóór haar.’

    Een andere bijzonder plek in het huis is de ‘tussenruimte’, de plek waar opa Etienne veel tijd doorbrengt.

    ‘Om zich te kunnen afzonderen had hij een geheime plek, een donkere ruimte waar geen daglicht kwam en alleen een klein schemerlampje voor een beetje licht zorgde (…). Een berghok, een rommelkamer, ingeklemd tussen de badkamer en de slaapkamer.’

    Oorlog

    Opa Etienne is een katholieke jood, maar tijdens de oorlog is het tweede belangrijker dan het eerste. En onder het Pétain-regime verliezen joden hun banen en moeten zich tooien met de jodenster. Etienne gelooft en verwacht dat het allemaal wel goed zal komen, maar zijn vrouw Myriam weet beter. Zij grijpt in en maakt van de tussenruimte een schuilplaats voor haar man. Hoe dat ging en wat de oorlog voor het gezin met zich meebracht behoort tot de meest aangrijpende stukken uit het Boltanski familieverhaal. De stijl van Boltanski levert één verrassing op: de lezer krijgt heel lang de indruk dat de Boltanski’s weliswaar bij elkaar waren, maar weinig teksten uitwisselden. Pas op pagina 231 meldt de schrijver:

    ‘De televisie stond permanent aan, maar dat belette ons nooit te praten. Onze gesprekken vermengden zich voortdurend met de stroom beelden op het scherm en werden zo een mengelmoes zonder kop of staart.’

    Waarna enkele voorbeelden volgen van langs elkaar heen praten. Het zijn de enige conversaties in het bijna 300 pagina’s tellende boek. De vermoedelijke reden? Boltanski is een journalist. En journalisten kennen wel de monoloog maar niet de dialoog. Ondanks dit kleine gebrek is De schuilplaats een aanrader.
    De vertaling uit het Frans door Prescilla van Zoest levert prachtig proza op, dat doet begrijpen waarom het origineel bekroond werd met verschillende literaire prijzen.

     

  • ‘Ik heb het leven van een ander geleid’

    ‘Ik heb het leven van een ander geleid’

    Prijswinnend auteur Gilles Leroy (1958) brak internationaal door met Alabama Song. Deze roman verscheen in 25 landen en werd onderscheiden met de Prix Concourt. Zijn boek Zola Jackson werd bekroond met de Prix Eté du Livre. De Nederlandse vertaling werd genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2012 en De Groende Waterman Prijs 2013. Met Nina Simone completeert Leroy zijn drieluik over Amerika.

    Nina Simone is een roman over het leven van Eunice Kathleen Waymon (1933-2003), de jazzlegende die wereldberoemd werd onder haar artiestennaam Nina Simone. Leroy’s roman is slechts losjes gebaseerd op historische feiten: alle haar omringende personages zijn verzonnen.
    Het verhaal wordt wisselend verteld door Nina Simone zelf en Ricardo, haar huishoudelijk hulp. Een jongen die geen jongen is. Veertig wordt hij, maar desondanks wordt hij voor een jongen aangezien en als zodanig behandeld.

    Aan de hand van de foto’s die aan de muren van haar huis hangen, blikken Nina en Ricardo terug op haar veelbewogen leven. Hiermee past Leroy een wat gemakkelijk literaire techniek toe: fragmentarisch terugblikken aan de hand van foto’s. Af en toe zijn er hoofdstukken met een aparte kop tussengevoegd. De ene keer gaat zo’n hoofdstuk over auteur James Baldwin, andere keer bijvoorbeeld over Nina’s betrokkenheid bij de zwarte beweging. ‘Ik heb zoveel gegeven voor de Beweging, ik heb me aan gevaren blootgesteld en ik heb mijn carrière opgeofferd. Vijftien jaar lang wilde geen enkele platenmaatschappij meer een contract met me afsluiten. (147) Deze opbouw maakt het boek erg fragmentarisch, de rode draad had sterker gemogen.

    Wel weet Leroy goed invoelbaar te maken hoe Nina het gevoel had het leven van een ander te leven. Ze werd beroemd met jazz, terwijl haar ambitie eigenlijk bij de klassieke muziek lag. Het aannemen van een artiestennaam betekende het begin van een nieuw leven. Van een beschermde jeugd en de kerk, naar cafés en clubs. ‘Een leven ‘waarop ik niet voorbereid was, niet tegen gewapend was- een leven dat ik mezelf niet had toebedacht, maar dat de overhand zou krijgen over het leven waarvan ik droomde en dat mij niet vergund was.’ (42)

    Nina kende perioden van armoede en wanhoop. Maar vooral van eenzaamheid. Dat laatste wordt indringend beschreven. Evenals haar intense, maar tevergeefse hunkering naar erkenning door haar moeder. Makkelijk was haar leven nooit. Even lijkt het beter te worden. ‘De wereld lag aan mijn voeten, maar in mijn binnenste fluisterde een stemmetje: geniet er maar van, Eunice, misschien gaat dit ooit wel weer voorbij.’ (62) Haar uitputtende levensritme breekt haar op: de lange reeksen van tournees, vliegtuigen en hotels rijgen zich aaneen tot een onontwarbare kluwen.

    Heden en verleden wisselen elkaar af. Nina verandert in een onmogelijke oude vrouw die haar personeel, maar ook pers en fotografen terroriseert. Ze is onredelijk, wispelturig en vergeetachtig. Haar stemmingswisselingen worden verergerd door haar drankzucht. Triest is hoe zij uit financiële noodzaak gedwongen wordt een comeback te maken, terwijl ze daar geestelijk en lichamelijk niet toe in staat is. Middels een wurgcontract is ze volledig in de macht van drie onbetrouwbare Harry’s. Ook deze mannen, haar agent, haar financieel adviseur en haar zaakwaarnemer zijn fictieve personages. Nina noemt ze allemaal Harry omdat ze allemaal hetzelfde zijn: ze gebruiken haar om er zelf beter van te worden. Geld, háár geld, is het enige dat deze mannen bindt.

    Nooit komt ze voor zichzelf op. Ze offert haar dochter op aan een beroep dat ze niet wilde en aan minnaars die haar als oud vuil behandelen. In haar hele leven neemt ze maar één keer stelling en dat is tegen de term ‘jazz’. Ze wil niet dat haar muziek een stempel krijg, omdat jazz volgens haar een concept van blanken is om zwarten te stigmatiseren. Zelf noemt ze haar muziek ‘zwarte klassieke muziek’. Hoe dan ook, uiteindelijk kan Nina niets anders meer dan terugkijken op haar leven, het leven van een ander.

    Een grote zwakte van dit boek is de manier waarop feit en fictie verweven zijn. Met name de Harry’s en hun wurgcontracten bepalen Nina’s leven. Maar omdat de auteur zelf stelt dat alle haar omringende personages verzonnen zijn, is het voor de lezer niet duidelijk welke gebeurtenissen uit Nina’s leven waar gebeurd en welke fictief zijn. En dat roept de vraag op of Nina Simone in dit boek wel recht gedaan wordt. Dit zwakt het verhaal af en geeft toch een wat vreemde nasmaak. Een legende als Nina Simone heeft geen fictie nodig. De feiten van haar leven zijn dramatisch en meeslepend genoeg.

     

     

  • Recensie: Alabama Song – Gilles Leroy

    Recensie door: Karel Wasch

    F. Scott Fitzgerald (Scott) en zijn echtgenote Zelda Sayre maakten in de jaren ’20 en ‘30 een puinhoop van hun leven. Daar zijn al veel dikke boeken over volgeschreven. De Franse schrijver Gilles Leroy maakte er een min of meer fictieve geschiedenis van. Het boek is inmiddels onderscheiden met de Prix Goncourt en in 25 landen uitgebracht in diverse vertalingen.

    Het moeilijke van dit boek is ? mijns inziens – dat feit en fictie met elkaar zijn gemengd. Achterin het boek zegt de schrijver hierover: ‘Alabama Song is een verzonnen verhaal. Ook al vertonen verscheidene bijfiguren uit dit boek enige gelijkenis met vrienden, familieleden en tijdgenoten van Zelda Sayre, hun beschrijving en hun wederwaardigheden zijn voor het merendeel ontsproten aan mijn verbeelding.’

    Voor kenners van het ware leven van het echtpaar- zoals ondergetekende- is het af en toe vervelend om te moeten ervaren dat cruciale gegevens zijn vervormd door de schrijver. Aan de andere kant moet men dit boek misschien gewoon als een roman lezen, maar het feit dat Scott en Zelda de hoofdpersonen zijn maakt dat moeilijk.

    Zelda is in het boek Miss Alabama en haar schilder- en schrijfaspiraties zijn geheel op de achtergrond geraakt. Ze leeft met echtgenoot Scott en dochter Scottie in een vreemde symbiose. Ze kunnen niet zonder elkaar -, maar nog minder met elkaar leven. Bovendien is Zelda depressief en psychotisch en moet ze regelmatig worden verpleegd in psychiatrische klinieken.

    Aanvankelijk is het echtpaar een society-couple, dat op de voorkant van beroemde modebladen staat en door de boulevardpers achterna wordt gezeten.

    Scott drink veel alcohol, maar dat lijkt erbij te horen. Zijn heupfles immer binnen handbereik publiceert hij succesromans als Side of Paradise en later Tender is the Night. Dat laatste boek gaat over Zelda en deze roman zou het haar belemmerd hebben om zelf nog te schrijven. Fitzgerald raakt steeds meer aan de drank en twijfelt of hij niet homoseksueel is. Zelda kan dat niet goed verdragen hoewel ze zelf een verhouding krijgt met een vliegenier en een abortus laat verrichten. Ze droomt nog vaak van de vliegenier: ‘De verzilverde, metalen vleugels op zijn borst zitten samen met de speld en de insignes op zijn hart. Ik zou willen dat hij me op die vleugels meenam. ’s Nachts slaap ik niet, ’s nachts sta ik op, ik neem zijn uniformjasje van de hanger en druk het tegen me aan, ik wrijf mijn naakte huid in met de geur van zijn afwezigheid, in de wetenschap dat we slechts schimmen zijn ? en ik kus het koude metaal van de gespreide vleugels. Houd me bij je! Vouw je vleugels dicht om me heen. Houd me in je, ook wanneer de wet ons gescheiden zal hebben.’

    Het mag niet baten, de vliegenier blijft buiten beeld en Zelda ziet haar echtgenoot steeds vaker onmachtig van de drank in zijn stoel zitten of met andere vrouwen pierewaaien. Zijn nieuwe boek blijft uit. De schulden stapelen zich op. Zelda verkoopt vertwijfeld haar schilderijen aan een kunsthandelaar en uiteindelijk komt The Great Gatsby uit, maar de opbrengsten zijn nauwelijks genoeg om de schulden van het echtpaar te dekken. Ze bivakkeren niet meer aan de Cote d’Azur, er is geen geld meer voor. En uiteindelijk sterft Fitzgerald eerder dan Zelda. Maar of dit haar leven makkelijker maakt is maar zeer de vraag. Daarvoor is ze nu in die jaren weer teveel afhankelijk geworden van haar alcoholische en licht sadistische echtgenoot.

    Het boek is geschreven vanuit Zelda en de in haar herinnering opgetekende dialogen met psychiaters vormen het wrange hoogtepunt van het verhaal:

    ‘(…) De witte jas met zijn kleurloze stem: “Niet suïcidaal, zegt U? Maar U hebt twee flessen pillen geslikt toen de Franse vliegenier was vertrokken. En U bent van een rots gesprongen na een jaloerse scene met Uw echtgenoot. Dat zegt toch een heleboel.” Ik: “Ik had pillen genomen om te slapen, niet om mezelf om zeep te helpen. En de vliegenier is niet vertrokken, zoals U lijkt te geloven. Ik ben ontvoerd!”’

    Een roman, voor mensen die niet snel depressief worden. Overigens mooi vertaald door Prescilla van Zoest. Het boek wordt inmiddels verfilmd met Di Caprio en Keira Knightly in de hoofdrollen.

    Alabama song

    Auteur:  Gilles Leroy
    Vertaald door: Prescilla van Zoest
    Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
    Prijs: € 19,90