• ‘Weg met de boeven en dieven aan de macht’

    ‘Weg met de boeven en dieven aan de macht’

    Marc Jansen laat in De toekomst die nooit kwam zien wat de kracht is van schrijven vanuit een duidelijke visie op – en probleemstelling bij een beoogd onderwerp, in dit geval de geschiedenis van de Sovjet-Unie en zijn opvolger het huidige Rusland. Hij ontsnapt zo aan een wijdlopig chronologisch overzicht. In een sobere schrijfstijl zet hij beknopt uiteen voor welke problemen het land op dit moment staat als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die het in de twintigste eeuw heeft doorgemaakt. Dit kan alleen als de schrijver gepokt en gemazeld is in de materie die hem voor ogen staat. Welnu, dat is inderdaad het geval.

    Tuinieren

    Zoals de titel aangeeft, sluit Jansen aan bij de belofte van een beter leven, een betere wereld die de Russische Revolutie volgens haar aanhangers zou moeten brengen. Trotski zei in de lente van 1918: ‘Wij gaan hier, in deze wereld, het paradijs bouwen, voor iedereen, voor onze kinderen en kleinkinderen voor altijd’. Dit grenzeloze idealisme is kenmerkend voor die tijd en lijkt wel een laatste stuiptrekking van het 19e-eeuwse positivisme. Sjeng Scheijen gaat hier omstandig op in in zijn nieuwste boek De avantgardisten. Dit optimisme is overigens niet alleen kenmerkend voor Russische revolutionairen. Ook in andere landen vond de Revolutie onder intellectuelen en arbeiders veel weerklank. Stalin echter bleek al snel wat praktischer: ‘Bij het bouwen van dit schitterende paleis van de toekomst moest wel goed worden opgelet. Tussen zijn stenen kon onkruid de kop opsteken, dat diende te worden gewied.’ Hoe dat ‘wieden’ in zijn werk is gegaan, maakt het vervolg van het boek duidelijk. Dat ‘wieden’ blijkt overigens niet alleen het voorrecht te zijn geweest van Stalin, maar is onlosmakelijk verbonden met de Revolutie en al haar protagonisten. Stalin was wel de beste tuinier en Lenin zijn uiterst bekwame leermeester.

    Een schrijnend voorbeeld van die terreur, bij het lezen waarvan je bijkans de tranen in de ogen springen, geeft Jansen aan de hand van zijn beschrijving van de laatste jaren van Varlam Sjalamov, schrijver van zo’n 150 indrukwekkende verhalen over zijn meer dan twintigjarige verblijf in de kampen van Kolyma:

    ‘De drie slotjaren van zijn leven bracht hij door in een armetierig bejaardenhuis in een buitenwijk van Moskou. Op zijn kamer had hij de kampwereld nagebootst en pakte hij ook de bijbehorende gewoonten weer op. Het eten dat zijn bezoekers meebrachten at hij schielijk op, wat overbleef verstopte hij onder zijn hoofdkussen. Hij vroeg hen zelfs inkopen te doen in de kampwinkel.’

    Solzjenitsyn of Memorial

    Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie komt de vraag naar boven of de Revolutie onontkoombaar was en hoe het mogelijk is geweest dat het land daardoor in het ongerede is geraakt. Over de onontkoombaarheid daarvan blijkt verschillend geoordeeld te worden. Dat Rusland aan het begin van de twintigste eeuw aan de vooravond stond van grote veranderingen, daarover is iedereen het eens. Maar of dit noodzakelijkerwijs tot de Revolutie heeft geleid, wordt betwist. Populair blijkt de zienswijze van Solzjenitsyn dat Rusland het slachtoffer is van een ‘progressieve ideologie die aan het eind van de negentiende eeuw vanuit het Westen op Rusland afvloog’: Moedertje Rusland kapotgemaakt door Westerse intellectuele denkbeelden.

    Jansen wijst erop dat dit soort denken een kritische kijk op het eigen verleden in de weg staat, een kritische zelfreflectie die onontbeerlijk is om in het reine te komen met het verleden en vooruit te kunnen kijken. Ten tijde van de glasnost kwam het tot enkele pogingen om werk te maken van die kritische zelfreflectie. Vooral Memorial, een instelling die zich bezighoudt met onderzoek naar het Sovjetverleden, speelt hierin een hoofdrol: ‘Maar het verleden leeft voort in het heden, daarom is Memorial een politieke beweging, want de dag van vandaag heeft niet afgerekend met de dag van gisteren’. Juist deze politieke lading leidt ertoe dat Memorial, en in haar kielzog alle onafhankelijke media, onder Poetin steeds meer aan banden gelegd worden.

    Patriottische canon

    Kenmerkend voor het beleid van Poetin is, wat Jansen noemt, ‘de patriottische canon van het Grote Rusland: een glorieuze geschiedenis, niet onderbroken door een storende revolutie’, waarvan de wortels liggen in het Westen. Vandaar het ogenschijnlijk tegenstrijdige fenomeen dat zowel tsaar Nicolaas II, inmiddels heiligverklaard door de Russisch orthodoxe kerk, als Stalin kunnen rekenen op de nodige populariteit. Ondanks zijn fouten geldt Stalin toch als de man die Rusland het industriële tijdperk heeft binnen geloodst en het fascistische Duitsland heeft verslagen in wat is gaan heten ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’. Zijn pact met Hitler, zijn falen in de voorbereiding op de oorlog en zijn oorlogsmisdaden – bijvoorbeeld de moord op de Poolse officieren in april/mei 1940 – worden daarbij gemakshalve vergeten. Een peiling uit het najaar van 2018 wijst uit dat vierenzeventig procent van de Russische jongeren van achttien tot vierentwintig jaar nog nooit heeft gehoord van de repressies onder Stalin.

    Veel hooggeplaatste Russen zijn het moe altijd maar weer die narigheid over de Sovjettijd te moeten aanhoren. ‘We moeten begrijpen’, aldus zo’n hooggeplaatste, dat we een grote natie zijn, een groot volk. Miljoenen mensen hebben hun leven gegeven voor de Sovjet-Unie, hele generaties hebben deze staat opgebouwd, en we kunnen dat niet doorstrepen, zwartmaken en er tegenaan trappen’. Dit botst met de verlangens naar gerechtigheid van vele slachtoffers van de terreur en hun nazaten, met de nog altijd voortdurende terreur tegen hele volksstammen, waarvoor het bewind van Poetins zetbaas in Tsjetsjenië, Ramzan Kadyrov, als exemplarisch kan gelden.

    Poetin bedankt

    Jansen maakt in zijn boek duidelijk dat de spanningen in het Rusland van Poetin steeds groter worden en dat de huidige machthebbers geen enkel idee hebben over de toekomst. Het land lijkt af te stevenen op een nieuwe omwenteling. De oppositie rond figuren als Alexej Navalny lijkt sterker te worden, maar aan de andere kant kan Poetin rekenen op steun van veel gedesillusioneerde mensen die niet zozeer hopen op een betere toekomst als wel op een niet slechtere: ‘Dat mensen niet worden vermoord of zonder reden gevangengezet, dat salarissen worden uitbetaald, dat de winkelschappen vol liggen: dat is pas geweldig. Poetin, bedankt daarvoor.’ De toekomst die nooit kwam, een mooie titel voor een goed boek. 

     

    De titel boven deze recensie is een citaat van Alexej Navalny

     

  • Reisimpressie Kiev (2018) – deel 1

    Reisimpressie Kiev (2018) – deel 1

     

    Reisdoel Kiev, een miljoenenstad die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde Oekraïne is, als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.


    Een stukje geschiedenis

    Oekraïne heeft nauwelijks een geschiedenis als onafhankelijk land. Delen van het land hebben in het verleden deel uit gemaakt van het vroegere keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, Polen, Litouwen en Rusland. De bevolkingssamenstelling is heel divers met als gevolg dat weinig mensen zich Oekraïener beschouwen. De inwoners van het westelijk gelegen Lviv voelen zich het meest verwant met Polen of Litouwen, terwijl de inwoners van het oostelijke Donjetsk en Loehansk duidelijk Russische georiënteerd zijn. Als na de onafhankelijkheid in 1991 de economie instort, nemen de spanningen in het land toe. De westelijke gebieden willen toenadering tot de Europese Unie, terwijl de mensen in het oosten meer verwachten van de oude banden met Rusland.

    Als in februari 2014 na langdurige demonstraties, stakingen en geweldplegingen op het Maidanplein in Kiev, de Russisch gezinde president de kuierlatten neemt naar Rusland en er een pro-westerse regering aantreedt, wordt deze niet erkend door Rusland. Onlusten op de Krim, waar het merendeel van de bevolking Russisch gezind is, leidt ertoe dat Rusland besluit militair in te grijpen en het schiereiland in te lijven. Dit moedigt de pro-Russische mensen in het oosten van het land aan de wapens op te nemen tegen de regering. Met steun van Russische wapens en, naar het schijnt, zelfs Russische militairen weten deze separatisten stand te houden tegen de regeringstroepen met als gevolg dat het land in een voortdurende staat van (burger)oorlog en anarchie verkeert. De corruptie viert hoogtij en gewetenloze zakenlui maken vaak de dienst uit. De regering is niet in staat de problemen het hoofd te bieden en is zelf onderdeel van de problemen.

    Een goed beeld biedt het prachtige boek Oorlog en kermis van Olaf Koens. Koens besteedt daarin veel aandacht aan het conflict in het oosten van Oekraïne. De titel duidt op de bizarre, krankzinnige realiteit waarin veel mensen in Rusland en Oekraïne leven. Iets van die kermisgedachte kom je overigens ook tegen in de recente debuutroman Kiev op de bodem van een glas van Tobias Wals

     

     


    Boelgakov

    Na vorig jaar een bezoek te hebben gebracht aan Lviv, waar gewoon op straat in alle openbaarheid rollen toiletpapier en deurmatjes werden verkocht met een afbeelding van Poetin erop, is het interessant te zien hoe zich dit verhoudt tot de stemming in het meer centraal gelegen Kiev.
    Daarnaast is Kiev ook de geboorteplaats van Boelgakov, de schrijver van De meester en Margarita, een hoogtepunt in de twintigste eeuwse Russische literatuur. Het boek is een verhulde satire op de Russische samenleving onder Stalin. Margarita sluit een pact met de duivel om haar geliefde uit de gevangenis te bevrijden. Haar geliefde is een schrijver die wordt opgesloten in een gesticht vanwege een nog niet voltooid en nog niet gepubliceerd boek. Dit geldt eigenlijk ook voor Boelgakov zelf, die – als in een gevangenis – in het geheim aan zijn roman moest schrijven, omdat hij wist dat die onder Stalin nooit zou worden gepubliceerd. Russen en Oekraïeners hebben een gemeenschappelijke cultuur en koesteren hun schrijvers, zo ook Boelgakov.


    Dagelijkse zorgen

    Mijn contactpersoon tijdens deze reis is Sergeï. Hij ontvangt me gastvrij in zijn eenvoudige flat, ik krijg een inkijkje in de dagelijkse zorgen van de mensen in Kiev. Niet alleen is de levensstandaard niet te vergelijken met die van ons, ook de organisatiegraad van de samenleving staat op een heel ander niveau. De bestrijding van de corruptie bij de overheid baart de mensen veel zorgen. Sergeï geeft me een rondleiding door de universiteit van Kiev, zijn werkterrein; een prachtig, statig, classicistisch complex, een universiteit waardig. Vooral de mensa is schitterend en bepaald sfeervol. Het moet een genot zijn hier dagelijks te mogen vertoeven. Bij de bezichtiging van de collegezalen blijkt duidelijk het verschil met onze universiteiten. Alles is gericht op klassikaal, frontaal onderwijs, waarbij het gebruik van ICT spaarzaam is. Werkcolleges waarbij de discussie met de hoogleraar of medewerker centraal staat, komen nauwelijks voor. Alles ademt nog de sfeer van de jaren 50 bij ons, ook wat betreft de gezagsverhoudingen.

    Tsja, en Boelgakov, die moet je eigenlijk gewoon lezen!

     

    Deel 2 en deel 3 verschenen op zaterdag 26 mei en 2 juni.


    Huub Bartman is historicus en liefhebber van Oost-Europese en Russische literatuur. Voor een goed begrip van het werk van deze schrijvers bezoekt hij graag de plaatsen waar ze hebben geleefd en gewerkt. Het afgelopen jaar was zijn reisdoel Kiev.

     

  • Over wederzijds onbegrip

    Over wederzijds onbegrip

    Op 23 maart 2016 presenteerde de Wit-Russische schrijfster en Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsch in de oude Lutherse Kerk in Amsterdam haar nieuwste boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht. Michiel Krielaars leidde het gesprek. Svetlana Alexijevitsch is geen romanschrijfster in de klassieke zin van het woord. Zij is vooral onderzoeksjournalist. Op basis van talloze gesprekken met mensen uit alle hoeken en gaten van de voormalige Sovjet-Unie probeert zij te laten zien wat de Sovjet-Unie met hun leven gedaan heeft en hoe de post-Sovjetmens tracht te overleven in het huidige Rusland. In dit bijzondere boek laat zij, middels honderden interviews, vrouwen aan het woord komen die een minder heroïsch beeld schetsen van de Tweede Wereldoorlog dan gebruikelijk is in de verhalen van de veteranen. Zij ondergraaft daarmee de mythische status die het optreden van het Rode Leger nog steeds heeft bij de Russen en die er bij scholieren met de paplepel wordt ingegooid. In haar eerder verschenen boek Het einde van de rode mens slaat zij getuigen aan het woord over hun leven tijdens en na de Sovjet-Unie. Haar grote verdienste is dat zij gewone mensen aan het praten krijgt, iets dat bepaald niet gebruikelijk is in Rusland. Het beeld dat daar uit oprijst, stemt haar allerminst vrolijk. Zij schetst een somber scenario als het gaat om de toekomstige ontwikkelingen in Rusland.

    Teleurgestelde verwachtingen
    In haar gesprek met Krielaars maakte zij duidelijk dat men in het westen vaak weinig begrijpt van de mensen in Rusland. Hoewel de ineenstorting van de Sovjet-Unie onvermijdelijk was en waarschijnlijk een goede zaak, was het daarna niet voor alle inwoners een feest. In het westen dacht men dat de markteconomie economische voorspoed zou brengen en dat de vrijheid van meningsuiting door iedereen omarmd zou worden. Zo genoot Gorbatsjov met zijn perestrojka en glasnost een grote populariteit in het westen. In Rusland wilde men al snel niets meer van hem weten. Hem wordt verweten de Sovjet-Unie te hebben verkwanseld. Hij is verantwoordelijk voor het verlies van de Oekraïne (met daarbij de Krim) en vele andere gebieden. Hij heeft de eigenwaarde van veel Russen te grabbel gegooid. Svetlana Alexijevitsch kwalificeert de aanhangers van de perestrojka, waartoe zijzelf indertijd ook behoorde, als een club romantische intellectuelen die in geen enkel opzicht de wil van het volk representeerde. Daar kwam zij tijdens haar vele gesprekken met mensen in alle uithoeken van het enorme Sovjetrijk achter. Haar werd duidelijk dat de mensen helemaal niet zitten te wachten op begrippen als vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Zij leven in een perspectiefloze wereld en zijn slachtoffer van immorele graaiers, Oblomovs van het ergste soort: nietsnutten en gewelddadige dronkenlappen. En dat allemaal dankzij die vermaledijde markteconomie. Niet dat het onder het communisme veel beter was, maar toen konden de mensen in ieder geval nog trots zijn op Moedertje Rusland. Zij koesteren geen verwachtingen op een beter leven. Zij verlangen eigenlijk alleen maar naar brood en politieke stabiliteit en, ja….., herstel van eigenwaarde. Dit geldt zelfs voor vrijgelatenen uit de Goelag. Orlando Figes geeft hiervan in zijn boek Fluisteraars, leven onder Stalin indrukwekkende voorbeelden. Menig slachtoffer van Stalin blijkt, na zijn vrijlating, te behoren tot zijn grootste aanhangers.

    Russische identiteit
    Tegen intellectuelen heerst een groot wantrouwen. Die laten hun oren te veel hangen naar westerse propaganda, leveren kritiek op Stalin en dus op Rusland. Het zijn geen patriotten. Natuurlijk, er zijn wel dingen fout gegaan ten tijde van Stalin, maar hij was toch ook de leider in de Grote Vaderlandse Oorlog tegen Hitler. De grootheid van het Sovjetrijk, het respect dat dat rijk afdwong in de wereld en de overwinning op Hitler-Duitsland geeft de mensen een gevoel van trots en is een deel gaan vormen van hun identiteit. En Stalin is daar, ondanks al zijn feilen, de representant van. Westerse kritiek op Stalin geldt zonder meer als propaganda. Poetin heeft dat goed begrepen. Hoewel geen stalinist, werpt hij zich toch op als de hoeder van deze onder andere op de erfenis van Stalin gebaseerde identiteit.

    De film
    De film The Death of Stalin van de Schotse regisseur Armando Iannucci is gebaseerd op de Franse grafic novel La Mort de Staline van Fabien Nury en Thierry Robin. Hoewel de film feitelijk juiste informatie verschaft en de taferelen die zich rond het doodsbed van Stalin hebben afgespeeld werkelijk onthutsend zijn, blijft de impact daarvan op de toeschouwer toch beperkt. De mensen in de entourage van Stalin worden neergezet als een lachwekkend stelletje domme, gewetenloze schurken, moorddadig, onbekwame intriganten en hielenlikkers, Stalin zelf als een wrede Iwan de Verschrikkelijke. De film is knap gemaakt en zeker vaak komisch te noemen. Jammer dat er in de film met geen enkel woord gerept wordt over het feit dat de dood van Stalin heeft voorkomen dat er een door Stalin zelf opgezette grote anti-semitische pogrom heeft plaatsgevonden, terwijl er wel duidelijk aandacht is voor het feit dat alle bekwame artsen in Moskou, meestal joden, naar Siberië waren gestuurd, zodat er op het moment surprême geen deskundige medische hulp aan Stalin kon worden verleend. Omdat Iannucci wel begreep dat lachen om de hoofdrolspelers in dit drama niet zonder meer gepast genoemd kan worden, heeft hij overal waar mogelijk ook de wrede consequenties van hun optreden in beeld gebracht, waardoor je kunt spreken van een zwarte komedie.

    Lachen of huilen
    Toch doet het lachwekkende karakter van de film afbreuk aan de tragiek, namelijk dat een zo groot land zo lang geregeerd kan zijn door een zo moorddadig regime gebaseerd op een, misschien niet in beginsel, maar zeker wel in zijn uitwerking, perfide ideologie, waarvan Stalin slechts een abject uitvloeisel was. Na hem bleef het systeem gewoon voortbestaan. Misschien is daarom het lachen om Stalin en zijn kornuiten zo veel moeilijker dan lachen om Hitler en zijn trawanten? Het zijn eigenlijk ook onvergelijkbare verschijnselen. Met de val van Hitler kwam er een einde aan het nazidom, terwijl er vóór Stalin al een communistisch terreurbewind was in de Sovjet-Unie dat na Stalin gewoon voortduurde. Onder Stalin bereikte het wel zijn morbide dieptepunt. Lachen om Stalin en zijn kliek is dan ook een gewaagde onderneming. De gruwelen van het bewind van Stalin zijn nog lang niet verwerkt en zelfs nog niet in al hun perversiteit algemeen bekend, zeker niet bij de meeste Russen. Zijn slagschaduw is nog overal aanwezig. Daarnaast kan Stalin in Rusland nog altijd rekenen op een grote populariteit, zeker op het platteland en bij de oudere generatie. Bovendien is voor de meeste Russen Stalin de grote overwinnaar van Hitler in de Grote Vaderlandse Oorlog en geldt westerse kritiek op Stalin als een aanval op Moedertje Rusland zelf.

    Van Dostojevski tot Poetin
    Dit vijandbeeld kennen wij natuurlijk uit de tijd van de Koude Oorlog, maar heeft veel oudere wortels. Svetlana Alexijevitsch verwijst regelmatig naar Dostojevski, die niets moest hebben van westerse normen en waarden en sterk hechtte aan religie, nationalisme en de Slavische ziel. Dit komt vooral tot uiting in zijn meest politieke boek Boze geesten waarin hij alle westerse nieuwlichterij verkettert. In dit opzicht is het trouwens interessant te weten dat ook Soltzjenytsin diep teleurgesteld terugkeerde uit het Westen. Poetin en de zijnen hebben dit goed begrepen. Het koesteren van dit vijandbeeld is bewust politiek beleid en dekt veel binnenlandse problemen toe. Vandaar dat er in Rusland sprake is van een zekere rehabilitatie van Stalin met als gevolg dat deze film niet door de politieke beugel van het Kremlin kan en verboden is, omdat openbare vertoning van de film in Rusland wel eens zou kunnen leiden tot algemene verontwaardiging en het oplaaien van anti-westerse gevoelens. Misschien wil Poetin dat voorkomen!

     


     

     

     

  • Evenwichtig en fascinerend beeld in een knappe biografie

    Evenwichtig en fascinerend beeld in een knappe biografie

    Ooit zei een vriend van Poetin tegen hem: ‘Ik ben cellist. Ik weet dat jij geheim agent bent, maar ik weet niet wat dat inhoudt. Wie ben je? Wat doe je?’ Nogal koel antwoordde Poetin: ‘Ik ben specialist in menselijke verhoudingen.’

    De biografie van Poetin begint met zijn bezoek aan de Britse koningin Elisabeth, een van de meest directe, nog levende afstammelingen van de laatste Russische tsaar. Hiermee illustreren de schrijvers, Chris Hutchins en Alexander Korobko meteen de opzet van het boek: de opgang van de volksjongen Vladimir Poetin, Vlad voor zijn vrienden, in de grote boze wereld.

    Als kind groeit Poetin op in een éénkamerappartement in een Kommunalka in Leningrad, een grauwe woonkazerne waar privacy een onbekend begrip is. Tamelijk klein van stuk, heeft hij keihard moeten vechten om zich staande te houden tussen de jongens van de buurtgangs. Een echte pitbull met een ijzersterk karakter, aldus een oude vriend. Later heeft hij zich bekwaamd in verschillende vechtsporten, vooral judo, onder het motto: ‘Wie niet sterk is, moet slim zijn’. Hij maakt carrière binnen de communistische Geheime Dienst, is geheim agent in Dresden als ‘De Muur’ valt, maakt, na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, carrière in Leningrad, wordt door Jeltsin naar Moskou gehaald en schopt het vervolgens tot president van de nieuw opgerichte Russische Federatie. Vlad, de volksjongen wordt ontvangen door de hoge adel van het Britse hof. Vladimir Poetin, ex-vertegenwoordiger van een bewind dat verantwoordelijk is voor de moord op de tsarenfamilie kust de hand van koningin Elisabeth. Het lijkt wel een sprookje!

    Het gaat de schrijvers minder om Poetin politiek te duiden als wel om een beeld te geven van zijn persoonlijkheid en de opmerkelijke carrière die hij heeft gemaakt. Ook de titels van de hoofdstukken wijzen in deze richting. Zij hebben sterk het karakter van een avonturenroman, een jongensboek:

    1. Vlad de veroveraar
    2. Geheim agent en minnaar
    3. Tanks en toewijding
    4. Blair in het land van de sovjets
    5. Bloedbad in de achtertuin
    6. De jacht op Chodorkovski

    Hierin schuilt dan ook het aantrekkelijke van het boek. Wie wil nu niet wat meer weten over Poetin, die vrijwel dagelijks in de westerse media wordt afgeschilderd als een gewetenloze machtswellusteling, als een sluwe vos die, als leider van een van de machtigste landen ter wereld, niet alleen politiek volstrekt onberekenbaar is, maar vooral ook onbetrouwbaar? Het gevaar bestaat dat deze benadering enigszins hagiografisch wordt, dat Poetin te kritiekloos wordt neergezet als een echte mannetjesputter. Hoewel hij dat natuurlijk ongetwijfeld is, is het knap van de schrijvers dat zij ook oog blijven houden voor de schaduwkanten van zijn persoon.

    Het boek geeft een fascinerend beeld van een van de meest turbulente perioden uit de jongste geschiedenis: de ineenstorting van de Sovjet-Unie en, in het kielzog daarvan, van het hele Sovjetimperium in Oost-Europa, maar ook van de worsteling van het nieuwe Rusland om aansluiting te vinden bij de moderne wereld. Dit alles wordt geschetst aan de hand van de carrière van Poetin.

    Hij is, zoals zo veel Russen, bijzonder vaderlandslievend en ziet de KGB als voornaamste hoeder van dat vaderland: ‘Ik ga geheim agent worden: ‘dát zijn de mensen die de oorlog winnen, niet het leger. De soldaten zijn slechts dienaars, de spierkracht, maar niet de hersens.’
    Als agent van de KGB leert hij al snel dat de KGB bepaalt wat de wet is. Hij adoreert Andropov, ex-KGB-baas en de jong gestorven opvolger van de half seniele Sovjetbons Tsjernenko en bij de ineenstorting van de Sovjet Unie geldt zijn toewijding zeker niet het systeem, maar wel de KGB, het korps dat het vaderland beschermde. Poetin komt naar voren als een man met een groot gevoel voor kameraadschap, persoonlijke trouw, de laatste en enig overblijvende normatieve kracht om te overleven in een wereld die finaal is ingestort. Dit ervaart zijn beschermheer Sobtsjak, de burgemeester van het meest criminele wespennest van Rusland, Leningrad.

    Als KGB-agenten hem erin proberen te luizen, staat Poetin pal. Oude vrienden laat hij nooit in de steek. Hij creëert als het ware een coterie om zich heen van oude kameraden zoals bijvoorbeeld Medvedev, die door een persoonlijke eed van trouw aan elkaar gebonden zijn, feodaal bijna. Deze eigenschap brengt hem later ook in contact met de Russische president Jeltsin, die hem uiteindelijk naar voren schuift als zijn opvolger: ‘Als Poetins mentor kan ik jullie vertellen dat de democratie veilig is in zijn handen’.  Als wij westerlingen dit lezen, moeten wij daar een beetje wrang om lachen. De democratische opvattingen van Poetin zijn wel erg ‘Russisch’. Hij geldt vooral als een pragmatisch man, die bereid is moord te vergoelijken – en in ieder geval niet te beschouwen als iets dat in alle opzichten verwerpelijk is – zolang dit maar, in zijn ogen, het landsbelang dient. Een voorbeeld hiervan is de moord op de journaliste Anna Politovskaja, die al te vrijmoedig artikelen publiceerde over het Russische optreden in Tsjetsenië.

    Nu had Poetin ook bepaald geen eenvoudige klus te klaren. De economische chaos die Poetin erfde van Jeltsin was gigantisch. Diens ‘leningen voor aandelen programma’, waarbij Jeltsin bijna alle staatsbedrijven in de uitverkoop gooide om uiteindelijk waardeloze leningen te verkrijgen ter dekking van de uit de hand lopende staatsuitgaven, wekte de hebzucht van gewiekste en gewetenloze ‘Robberbarons’, oligarchen, zoals ze tegenwoordig genoemd worden. Poetin zag het als zijn voornaamste doel dit soort types de wacht aan te zeggen. Dit is hem ook gelukt. De meest bekende figuur onder hen is Chodorkovski, die een jarenlange straf moest uitzitten in Siberië. In hoeverre Poetin er werkelijk in geslaagd is deze Russische zwijnenstal echt uit te mesten, is de vraag. Maar goed, nu komen we toch weer te veel op het politieke vlak, terwijl het boek in essentie een beeld tracht te geven van de figuur Vladimir Poetin, van zijn karakter, zijn persoonlijkheid.

    Vanzelfsprekend zijn deze twee zaken niet van elkaar te scheiden, hooguit te onderscheiden. Naast zijn vaderlandsliefde, trouw, pragmatisme, hardheid en misschien zelfs een zekere gewetenloosheid springt zijn gevoel voor public relations in het oog. Bekend is zijn uitspraak: ‘Het enige verschil tussen een rat en een hamster is dat een hamster een betere PR heeft’. Hierin schuilt één van de factoren die westerse Kremlinwatchers vaak in verwarring brengt: Poetin voldoet niet aan het traditionele beeld van de vroegere Sovjetleiders. Hij kent het westerse gevoel voor pr uitstekend en maakt daar dan ook gebruik van op een manier die ons vaak onaangenaam verrast. Poetin is echt het type van wat met een mooi Duits woord genoemd wordt een ‘realpoliker’ die maar één doel nastreeft, nl. het behoud van de eigenwaarde van ‘moedertje Rusland’.

    Misschien schuilt er wel veel waars in de uitspraak van een vriend van Poetin, een zakenman in Londen, die zegt: ‘Vladimir Poetin is niet meer een moordenaar dan bijvoorbeeld Winston Churchill dat was.’ Een uitdagende stelling om  over na te denken, wellicht…… Maar hoe het ook zij, Chris Hutchins en Alexander Korobko zijn erin geslaagd het juiste evenwicht te vinden tussen een goed geschreven, gedegen biografie over een van de belangrijkste politieke figuren van onze tijd, gebaseerd op goed onderzoek zonder te vervallen in hetzij naïeve bewondering, hetzij virulente afwijzing. Een complicerende factor is gelegen in het feit dat er juist in de periode na de verschijning van dit boek zoveel is gebeurd dat de beoordeling van Poetin door de westerse wereld kleurt.

     

  • Een wijs raafje

    Een wijs raafje

    Een 18e-eeuwse Russische edelman schijnt te hebben gezegd: ‘Despotisme getemperd door sluipmoord, dat is onze Magna Charta’. Voor het huidige Rusland dient deze bon mot aangepast te worden, tot ‘autoritarisme gedempt door volkswoede’.

    Kremlin-ideoloog Vladislav Soerkov bedacht hier zelfs een term voor. Hij noemde het ‘soevereine democratie’. In essentie betekent dit ‘dat de baas beslist en dat het volk door verkiezingen aan kan geven dat het instemt met wat de baas beslist.’ Zolang de economie groeide en de verkiezingen niet al te openlijk vervalst werden namen de Russen zowel dit democratische tekort als de mediapropaganda, het hoge sterftecijfer, de zwakke gezondheidszorg, het terrorisme etc. voor lief. Maar de verkiezingsfraude bij de meest recente verkiezingen bleek te openlijk, waardoor de volkswoede de Russische onverschilligheid overtrof.

    Voor een verklaring van waarom de soevereine democratie kon werken, lijkt het vooral nodig om naar de geschiedenis te kijken. Ideologische excessen, eerst het communisme en daarna de kapitalistische ‘shocks’, hebben de Russen murw gebeukt. Het nu tien jaar durende autoritaire president- en premierschap van Vladimir Poetin – sinds 7 mei 2012 is hij weer president – bracht de Russen de orde waarnaar ze zo verlangden. Opmerkelijk is dat zelfs tijdens de protesten de (onvervalste) goedkeuringspercentages voor Poetin rond de 50% bleven schommelen. Er zijn dus genoeg mooie vragen te stellen. In De Poetinshow. En het Rusland voor de Russen probeert NOS-correspondente Kysia Hekster tot een antwoord te komen op één daarvan, namelijk: hoe kijken de Russen naar Poetin?

    De Poetinshow verwijst naar de regelmatig in de Russiche tv-journaals uitgezonden beelden van bijvoorbeeld de vitale, half onblote president te paard op de toendra. Of van Poetin die zogenaamd twee antieke amforen uit de Zwarte Zee opvist. Maar de Poetinshow is ook de naam van een jaarlijks terugkerende tv-show waarin Poetin vragen beantwoordt die zijn ingestuurd door gewone burgers. De show houdt de façade hoog, kanaliseert wat van de maatschappelijke onrust en speelt en passant in op een aloude Russische reflex: ‘De bojaren plegen bedrog, de tsaar is onschuldig.’

    Maar Hekster richt zich vooral op de Russische burger. Ze is journaliste, en als zodanig gaat ze te werk. Ze bespreekt opmerkelijke nieuwsfeiten van de afgelopen jaren, en interviewt betrokkenen: van de agent die in een populair filmpje op RUtube (de Russische variant van) de alomtegenwoordige corruptie beklaagt – Rusland moet de 154e plaats op de index van Transparancy International delen met Guinee-Bissau – tot de Oezbeekse immigrant die probeert te overleven in het xenofobe Russische klimaat.

    Zeer sporadisch gebruikt Hekster andere middelen, en de lezer wenst dat ze dat veel vaker had gedaan. Neem de volgende Poetinverklarende fabel: ‘Een raaf zit in een boom met een groot stuk kaas in zijn bek. Een vos zit beneden aan de stam te wachten en vraagt: “Ga je op Poetin stemmen, raafje?” “Ja!” roept de raaf uit, en het stuk kaas valt naar beneden. De vos gaat ermee aan de haal. De raaf denkt bij zichzelf: wat nou als ik nee gezegd had? Had het iets uitgemaakt?’

    Beter het kwaad dat je kent, dan het onbekende kwaad: het Russische volk wil bovenal de onzekerheid vermijden. Daarbij denken de patriottische Russen nog altijd vol schaamte terug aan Poetins voorganger, de alcoholist en kapitalistenpaaier Boris Jeltsin. In zijn show wordt Poetin dan ook gepresenteerd als de absolute tegenhanger van zowel Jeltsin als van de gemiddelde Russische man – die voornamelijk als gevolg van drankmisbruik op zijn 62e overlijdt. Daarentegen drinkt Poetin niet en presenteert hij zichzelf als de grote patriot, als gedisciplineerd en plichtsgetrouw. Poetin maakt de Rus weer trots op zijn land. Het belangrijkste van alles: hij bracht stabiliteit. Allereerst economisch. Desondanks is de economie van BRIC-land Rusland nog te zeer – Hekster noemt voor 60% van de staatsinkomsten – afhankelijk van de belastingen op energie-export.

    En, zoals het raafje al dacht, wat is het alternatief? Zo voert Hekster als ‘grote held’ van de oppositie Aleksej Navalny op. Navalny maakte naam als corruptiebestrijder, en wordt getipt als mogelijke toekomstige presidentskandidaat. Maar tegelijkertijd pleit hij er ook voor om alle arbeidsmigranten het land uit te zetten. Dit pleidooi is niet alleen wanstaltig en potentieel inhumaan, maar ook vanuit economisch opzicht heel erg dom. Want uit VN-berekeningen blijkt dat de Russische economie, als gevolg van de negatieve verhouding tussen het geboorte- en sterftecijfer, de komende decennia 36 miljoen arbeidsmigranten nodig zal hebben.

    Vreemd genoeg trekt Hekster niet de voor hand liggende conclusies. Om die lacune gedeeltelijk te vullen: de meeste Russen demonstreren voor eerlijker verkiezingen. Wanneer Poetin die op een geloofwaardige manier weet te bieden, en onderwijl aan de macht kan blijven, dan is er geen enkele reden om aan te nemen dat de soevereine democratie niet voortgezet kan worden. Dit betekent ook een continuering van het van overheidswege toegestane (vaak letterlijke) monddood maken van journalisten, of het opsluiten van de lastige oligarchen. Hekster citeert een Russin die zegt: ‘Onze wet is als een deur die in het midden van een open veld staat. Je kúnt door de deur gaan, als je dat wil.’

    Hekster somt karakteristieken op, en daarvan weer voorbeelden. Het onoverkomelijke probleem van haar boek is dan ook dat iedereen die structureel de krant leest al deze tendensen al kent. Hekster beschrijft niets nieuws, en de manier waarop ze het bekende te berde brengt is al evenmin bijzonder. Afzonderlijk zouden de hoofdstukken niet misstaan als achtergrondverhaal in de meeste kranten, maar boekwaardig is De Poetinshow, ondanks de potentie die het onderwerp herbergt, simpelweg niet.

    Haar stijl is in orde, hoewel soms slordig en nergens sprankelend. Enkel een paar scherpe zinnetjes doen de lezer opveren – zoals op het einde, in haar beantwoording van de vraag of de Poetinshow nu afgelopen is: ‘De toeschouwers kijken een andere kant op, naar de werkelijkheid.’ En waarom put ze niet wat meer uit die ontzettende, tot de verbeelding sprekende Russische cultuur en geschiedenis? Dat doet ze domweg niet, enkele obligate verwijzingen naar Lermontov en Dostojevski daargelaten.

    Er verschijnen teveel boeken die na een half jaar alweer vergeten zijn. Maar De Poetinshow is eigenlijk nu al oud nieuws, in dezelfde zin als de krant van vorige week dat is. Hekster heeft niet meer gedaan dan een journalistiek stuk verlengd tot 190 pagina’s. En waarom er niet wat meer raafjes in opgenomen? Want die maakt wel wat goed. Bovendien geeft de fabel van deze kaasetende vogel impliciet het antwoord op de vraag of Rusland zal evolueren tot een volwaardige democratie: nee, voorlopig niet.