• Oogst week 46 – 2021

    Winteren. De kracht van rust en afzondering in moeilijke tijden

    De titel Winteren van de Engelse schrijfster Katherine May (1977) is beeldspraak voor het omgaan met moeilijke, zware periodes in het leven, zoals ziekte, zorgen, te veel werk, verlies. May interviewde mensen daarover en tekende de gesprekken op, niet van plan om ook introspectie een plaats te geven in het boek dat speelt van de herfst tot eind maart. Maar ‘het persoonlijke deel bleef maar op de deur kloppen’, zegt ze in een interview, waarna ze ook haar eigen bespiegelingen en beschouwingen over problemen opnam. Want een plotselinge ziekte in haar familie had haar onzekerheid en afzondering gebracht. Uiteindelijk vond ze kracht in de veranderingen en overlevingsmechanismen van de natuur en in de ervaringen met ‘winteren’ van anderen. Winteractiviteiten hielpen haar erbij: ze ging ijszwemmen, baadde in IJslandse bronnen, nam deel aan een zonnewendeviering in Stonehenge en zocht het noorderlicht.

    Ook kinderboeken spelen een rol in Winteren omdat verdriet als feit in kinderliteratuur veel meer aanwezig is dan in volwassenenliteratuur. Net als in de natuur is de donkere periode van het leven een tijd om zich terug te trekken, stil te staan, te rusten en te herstellen. En daarin het proces herkennen, begrijpen, verzorgen, leren de kou lief te hebben en zien dat dit soort periodes net als de seizoenen komen en gaan, maakt May duidelijk. Winteren is wereldwijd een bestseller.

    Winteren. De kracht van rust en afzondering in moeilijke tijden
    Auteur: Katherine May
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam 2021

    Gij zult niet bloemlezen

    ‘Portret van een homo universalis’, staat er op de website van Louis Th. Lehmann. Hij was een Nederlandse dichter en behalve dat een internationaal bekende scheepsarcheoloog. Daarnaast was hij  onder meer vertaler, essayist, componist en muziekkenner en vooral een scherpzinnige vrijdenker. Dat deze veelzijdige man nog een website heeft lijkt in eerste instantie opmerkelijk want hij is al jaren geleden overleden (1920-2012). De website is dan ook in beheer bij De Bezige Bij en Alida Beekhuis, de weduwe van Lehmann.

    Erik Bindervoet (vertaler, schrijver, dichter en tekenaar) publiceert nu Gij zult niet bloemlezen, een bloemlezing uit de gedichten van Louis Lehmann. Hij illustreerde het boek ook. De frappante titel is ontleend aan een opvatting van Lehmann zelf, die in een interview in de Volkskrant (december 2000) zei: ‘Bloemlezen, had ik indertijd het idee, was een manier om van dichters te profiteren zonder er veel voor te betalen,’. Lehmann hoopte met zijn gebod een massabeweging op gang te brengen. Wat niet gebeurde. Ook Erik Bindervoet, die Lehmann persoonlijk kende en behalve een nawoord in een van diens boeken een autobiografisch gedicht over zijn eerste ontmoeting met hem schreef, trok zich niets van die uitspraak aan. Hij grasduinde met veel plezier in Lehmanns fantasierijke werk en koos voor zijn bundel ongeveer 200 gedichten die hij in thema’s als varen, reizen, muziek, jonge jaren en steden onderverdeelde. ‘Deze dichter,’ zegt Bindervoet, ‘is van zichzelf al een complete bloemlezing van de Nederlandse poëzie van de 20ste en de 21ste eeuw tot dusver.’

    Gij zult niet bloemlezen
    Auteur: Erik Bindervoet
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers 2021

    De goede dood

    De vader van de jonge arts Franz Czekalski was ooit een beroemde operazanger, maar ook een pionier van de vroege fascistische Broederbond. Nu is hij dementerend en verhuist hij met Franz naar het provinciestadje Houweningen, waar de fascisten de scepter zwaaien en waar zijn zoon heel gemakkelijk een baan vond als huisarts, als enige huisarts. Franz zorgt voor zijn vader, wat bij de inwoners van het stadje vragen oproept. Er zijn toch oplossingen voor een geval als zijn vader? Mensen boven de zeventig, andere onrendabelen en andersdenkenden of mensen die een klein vergrijp hebben gepleegd, worden in Houweningen geëuthanaseerd of in Kamp de Sluis gezet. Maar zijn vader een spuitje geven gaat Franz te ver.

    Jongens uit het kamp worden als dwangarbeiders te werk gesteld op de dijk, waaraan Franz en zijn vader in het laatste huis wonen. Franz krijgt al snel bedenkingen tegen het kamp. Ondertussen raakt hij verliefd op zijn buurvrouw Meeke, die een relatie heeft met de machtigste man van het stadje. De burgemeester vraagt Franz als voorzitter van een commissie die feestelijkheden voor een door de dwangarbeiders aangelegde dijk coördineert. Een van de dwangarbeiders is een zoon van de burgemeester en halfbroer van Meeke. Hij ontsnapt uit het kamp en vraagt Franz bij hem te mogen onderduiken. Behalve dat Franz in een machtsstrijd verwikkeld raakt, komt hij ook voor een morele keuze te staan.

    Klaas ten Holt is componist, gitarist, schrijver, columnist en dichter. De goede dood is zijn tweede roman.

    De goede dood
    Auteur: Klaas ten Holt
    Uitgeverij: Podium 2021
  • In de verhalen van Keret is alles mogelijk

    In de verhalen van Keret is alles mogelijk

    De verhalen van Etgar Keret (Tel Aviv, 1967) verschijnen in vierendertig talen. Naast schrijver is Keret ook filmmaker en universitair docent. Zijn nieuwste verhalenbundel, Mijn konijn van vaderskant, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt, valt behalve door de intrigerende titel op door het wat afwijkende formaat en blijkt als bonus ook een lichtblauwe boekenlegger in de vorm van een wortel te bevatten. De bundel bevat tweeëntwintig verhalen die met elkaar gemeen hebben dat ze de lezer direct enorm weten te boeien. Qua beleving doen de personages in een aantal verhalen denken aan de foute personages uit de sketches van de komische serie Little Britain, ooit uitgezonden door de VPRO.

    In het titelverhaal, Mijn konijn van vaderskant, blijkt de vader van een meisjesdrieling ‘van vorm veranderd’ te zijn. De meisjes beschouwen het konijn dat ze in hun vaders leunstoel aantreffen zonder meer als hun vader, ook al houdt hun moeder haar dochters voor dat hun vader ‘weg is gegaan’. De moeder wil dan ook niet dat de meisjes het konijn houden en daarom gaan zij het dier verstoppen bij een jongen wiens vader ook in een konijn veranderd blijkt te zijn. Het verhaal is exemplarisch voor hoe de werkelijkheid door Keret beschreven wordt. Enerzijds is er het gegeven van de echtgenoot die het gezin volgens moeder verlaten heeft en anderzijds is er het geloof van de dochters dat hun vader veranderd is in een konijn. Beide werelden bestaan in een verhaal van Keret op gelijkwaardige en geloofwaardige wijze naast elkaar en dat is ongelofelijk knap.

    Afschuwwekkend

    Keret is een meester in het schrijven van openingszinnen met een grote informatiedichtheid die bijna terloops gepresenteerd wordt. Het verhaal Morgen de kassa begint als volgt: We vieren zijn verjaardag de dag erna. Altijd een dag erna of ervoor, nooit op de dag zelf. Altijd dezelfde shit. Waarom? Omdat meneer de rechter heeft bepaald dat een kind op zijn verjaardag bij zijn moeder moet zijn, ook al is dat een liegend kreng dat plat gaat met elke idioot die op haar werk naar haar lacht. Een vader is minder belangrijk.’ De vader in kwestie gaat met zijn dus net niet meer jarige zoon naar het winkelcentrum voor een verjaardagscadeau. Hij heeft minachting voor iedereen in zijn omgeving. Zijn ex-vrouw noemt hij bij zichzelf ‘kutwijf’, de eigenaresse van de speelgoedwinkel wordt het ‘dwergvrouwtje’ genoemd, de jongen die hem helpt ‘puistenkop’ en de beveiliger waar hij mee te maken krijgt vanwege zijn gedrag wordt beschreven als een ‘blubberige vetzak met een snor’ en een ‘dikzak’, redenen waarom hij erg antipathiek overkomt. Het zoontje mag voor zijn verjaardag van zijn vader in de speelgoedwinkel uitzoeken wat hij wil. Van alle dingen waaruit hij kan kiezen wil de jongen het enige wat niet verkocht kan worden: de kassa. De zoon is met geen mogelijkheid van zijn keuze af te brengen en de vader stelt alles in het werk om de wens van zijn zoon in vervulling te doen gaan, tot onbegrip van zowel het personeel in de winkel als van de lezer. 

    Buitenaardse wezens

    De personages in het werk van Keret zijn soms ronduit afschuwwekkend, maar zonder uitzondering boeiend. Er komen virtuele figuren, ambitieuze engelen en zelfs buitenaardse wezens voor, maar ook klonen, pesterige ventjes die elkaar het bloed onder de nagels vandaan treiteren en engelachtige meisjes die zich ontfermen over wollige konijntjes. In het universum van Keret zijn er geen grenzen aan wat mogelijk is en dat geldt in zekere mate ook voor de vorm van de verhalen. Tussen de tweeëntwintig verhalen door wordt op verschillende plaatsen in het boek een uitgebreide emailwisseling weergegeven tussen de eigenaar van een escaperoom en een klant die daarvan gebruik wil maken op een dag dat de escaperoom vanwege een nationale feestdag gesloten is. De wending die het gesprek neemt is tenenkrommend en even onverwacht als origineel. 

    Te kort

    Keret creëert een eigen, veelzijdige wereld waarin alles mogelijk is. In een lichtvoetige stijl neemt hij de lezer mee naar een omgeving waarin het onmogelijke waarschijnlijk lijkt, waarin soms zwaarte en duisternis heersen, afgewisseld door absurditeit en humor en waarin personages die je niet graag als buren zou willen hebben het voor het zeggen hebben, maar waar je onwillekeurig wel vaak om moet lachen. Het enige minpunt aan de verhalen zou hun geringe lengte zijn; je zou wensen dat Keret op sommige verhaallijnen in romanvorm doorborduurt. Dat zou zeer zeker mogelijk zijn met het langste verhaal uit de bundel, Pineapple crush. Het is vernoemd naar een drug die ‘zo sterk was dat je, als je er genoeg van rookte, verliefd kon worden op een ananas.’ Ook in dit verhaal komt weer een bijzonder personage voor: een ik-figuur die op een BSO werkt, maar er een ziek genoegen in schept om kinderen te treiteren. Hij deelt op een dag zijn dagelijkse joint met een vrouw die nogal geheimzinnig doet, maar waar hij desalniettemin als een blok voor valt. Alhoewel het verhaal een redelijk gesloten einde heeft, bevat het genoeg ingrediënten om een roman op te kunnen baseren. Helaas heeft Keret vooralsnog geen aanstalten gemaakt in die richting.