• Lijstje van fietsongevallen

    Lijstje van fietsongevallen

    Lezend in literair vertaal-tijdschrift Pluk diende zich een lijstje aan. Er stond een mededeling in een begeleidend stuk waardoor ik stopte met lezen. Het hoorde bij het verhaal ‘Pension De Tuimelende Wereldbol’ van Franzeska zu Reventlow. Over een man met een rode baard ‘in de vorm van een waaier geknipt’ die op een Spaans eiland woonde waar hij volgens de verteller ‘al jaren zijn gang ging’. Wat inhield dat hij op schepen die aanmeerden, zocht naar landgenoten ‘of andere vreemdelingen’ die hij zijn visitekaartje gaf met een foto ‘waar hij niet op leek’. Deze Hieronymus Edelman verwelkomde ze hartelijk en raadde ze pension ‘De tuimelende wereldbol’, waar hij ook verbleef, aan. Deze man wekte met zijn verschijning en optreden zulke verwachtingen bij de nieuw aangekomenen dat ze met hem meegingen. Maar het pension is een ‘dubieuze verblijfplaats’, en berusten meer dingen op onjuiste veronderstellingen. ‘Wij, de slachtoffers van Hieronymus, bewoonden de begane grond in de linkervleugel, die we zelfbewust het Europese kwartier noemden.’ Nu wil ik meer weten over de persoon achter dit verhaal. Ik blader terug naar de introductie van de schrijfster door de vertaalster. Franziska zu Reventlow (1871-1918) uit de Weimar was vanaf 1898 een gewaardeerd schrijfster van romans, columns, essays en novellen.

    Als twintiger vertrok Zu Reventow naar München, werd lid van de ‘München Bohème’, in een tijd dat vrouwen amper als kunstenaar gewaardeerd werden. Dan, ‘Op 47-jarige leeftijd stierf ze in Locarno, na een fietsongeluk.’ In mijn hoofd ontstaat een lijstje. Je denkt aan Nico, miskend zangeres van de Velvet Underground, overleed in 1988 op Ibiza na een val van haar fiets. Je denkt aan Kees IJzer, broer,  in 2021 aangereden toen hij met zijn fiets met karretje door rood reed. Je denkt aan het fietsongeval met dodelijke afloop, een kernverhaal in de roman Tenminste voor een onbepaalde tijd, van Hans Heesen. Nu voegt zich daar Franziska zu Reventow bij, overleden na een fietsongeluk. En wat de betekenis daarvan is.

    Het verhaal, ‘Ik sta hier te strijken’ (‘I Stand Here Ironing’) van de Amerikaanse schrijfster Tillie Olsen, vertaling Juliette van Dijk, is verrassend  en intens.
    ‘Ik sta hier gekweld te strijken, en wat u me hebt gevraagd gaat gekweld heen en weer met het strijken.’ De school nodigt haar uit over haar oudste dochter te komen praten. ‘U kunt me vast helpen haar te begrijpen. Ze is een jonge meid die hulp nodig heeft.’ De moeder voedde haar dochter op in een tijd dat er ‘weinig of geen opmerkzame ogen’ waren die zeiden hoe je moest opvoeden. Ze hield zich aan wat de boekjes voorschreven. ‘Hoewel haar gehuil me tot wanhoop dreef en mijn borsten pijnlijk gezwollen waren, wachtte ik op het commando van de klok.’ Een verhaal waarin niet het onderste uit de kan gehaald kan worden voor een kind. ‘Laat haar zo zijn.’ begint de laatste alinea van dit verhaal, ‘Niet alles wat in haar zit zal tot bloei komen, maar bij hoeveel mensen gebeurt dat wel? (…) Maar help haar te beseffen,’ richt de moeder zich in gedachten tot de docent, ‘help mee ervoor te zorgen dat ze reden heeft te beseffen dat ze meer is dan deze jurk op de strijkplank, weerloos tegenover het strijkijzer.’ Wat een prachtig slot is. Pluk stelt mijn blik op het literaire landschap bij. Twee schrijfster die op een ander lijstje terechtkomen, het ‘literaire ontdekkingen’ lijstje.

     

     

    Pluk, de oogst van nieuwe vertalers 


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over boeken en haar ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

     

  • De kunst van vertalen en vergeten schrijfster in vertaaltijdschrift Pluk

    De kunst van vertalen en vergeten schrijfster in vertaaltijdschrift Pluk

    In de inmiddels vijfde editie van vertaaltijdschrift Pluk is werk van tien buitenlandse schrijvers in vertaling opgenomen, waaronder een vergeten Engelse schrijfster. Een vertaler moet naast taalbeheersing, ook een goede neus hebben om literair waardevol werk naar voren te halen.
    De Engelse schrijfster Barbara Pym (1913-1980) ging de geschiedenis in als de meest onderschatte schrijfster van de vorige eeuw. Ze werd gevonden door vertaalster Engels, Anda Schippers.

    Volgens de New York Times, die in 2017 een artikel aan haar wijdde, is Barbara Pym ’forever being forgotten, and forever revived.’ In 1977 was haar eerste revival en zes jaar later opnieuw, maar echt doorbreken deed ze nooit. Haar boek Excellent Women (1952), is volgens de NYT haar meest perfecte en beroemde roman. In 1980 door Djuke Houweling vertaald als Geweldige vrouwen. Nog twee romans werden van haar vertaald maar ook in Nederland brak ze niet door.
    Daar komt wellicht verandering in nu Anda Schippers een fragment uit Pyms eerste roman Some tame Gazelle, heeft vertaald. Het fragment geeft een typisch Engelse setting weer van het dorpsleven rond een parochie en waarin twee zussen die op het platteland wonen, de hoofdrol spelen. Een roman die om een vertaling vraagt.

    Van de Frans/ Portugese schrijver Valério Romão (1974) is een kort verhaal in vertaling van Anne Lopes Michielsen opgenomen. Het verhaal ’Om je maar niet te zien’ ((uit de verhalenbundel Da família) zou je een typisch Portugees verhaal – voor wie de romans van António Lobo Antunes kent – kunnen noemen. Een zin van achttien regels is niet ongewoon. Interpuncties zijn schaars waardoor je het verhaal wordt ingezogen en er niet eerder van loskomt als de laatste punt gelezen is. Precies, net als bij Lobo Antunes. Het verhaal, waarin een man zijn kinderen bij zijn vrouw weghoudt om duistere redenen, zit onwrikbaar in elkaar.

    Dat er meerdere vertalingen mogelijk zijn van een en dezelfde tekst, laten de vertalers Pieter Scherpenberg en Jorrit Bosma zien. Beiden maakten ze een vertaling van een verhaal van de Amerikaanse kortverhaal schrijver Robert Coover. Deze dubbelvertaling ontstond tijdens een vertaal-slam, waarbij meerdere vertalers zich over een brontekst bogen. Daaruit bleek maar eens dat elke vertaler anders te werk gaat. Dit laat tevens zien dat vertalen zo eenvoudig nog niet is. Beide vertalers lichten hun vertaalkeuze toe waardoor de tekst aan betekenis wint, en soms verliest. Om de vertalers te kunnen volgen is het originele verhaal ook opgenomen: ‘Going for a beer’ dat door de een vertaald is als: ‘Een pilsje pakken’ en door de ander: ‘Even een biertje drinken’.

    Vertaalster Heleen Evenhuis vertaalde drie gedichten van de Chinees/Amerikaanse dichteres Wendy Chen vanuit het Engels. Geklonken poëzie, zoals water door een bedding gaat, een gevoel teweeg brengend van een helder stromen en tegelijk een onvermijdelijke donkere diepte laat zien. Hierbij twee strofen uit: 2 (1967): ‘De velden bolden als een bontdikke vacht / onder de middagzon. Mannen en vrouwen / Sloofden in zijn diepe plooien. // Ma was van streek; het verdriet / straalde van haar gezicht als vloeibaar / over de aarde gegoten maanlicht.’
    De vertaalster schrijft in haar inleiding op de poëzie van Chen, dat ze een dichter is ‘van wie we meer gaan horen’. Wat doet vermoeden dat haar bundel (Unearthing) vertaald zal gaan worden.

    Elke bijdrage in Pluk is als een schot in de roos voor de verwachtingsvolle lezer die geraakt, verrast en meegesleept wil worden. En al lezende komt het besef dat er nog veel moois te ontdekken valt in de onzichtbare boekenkasten van de wereldliteratuur. De vertalers staan in ieder geval klaar, nu de uitgevers nog. Denk overigens niet dat dit vertaaltijdschrift enkel voor vertalers is, bovenal is het voor de lezer die in Pluk zijn eigen literaire vondsten kan doen.

    Aan deze editie werkten nog de volgende  vertalers mee: Lies Lavrijsen, Lore Aertsen, Heleen Oomen, Ymke van de Staay, Myrthe van den Bogaert en het samenwerkingsverband In Triplo. Aan elke vertaling gaat een inleidend stukje vooraf met een kleine biografie van de auteur en een toelichting op het werk. Met grappige illustraties van Jelko Arts.

     

    PLUK verschijnt twee keer per jaar.
    Losse nummers 15 euro
    Voor een abonnement klik hier.

  • Oogst week 4

    Pluk

    Bij de oogst van deze week, literair vertalerstijdschrift Pluk, een nieuwe dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld en een novelle van Lammert Voos.

    Pluk – de oogst van nieuwe vertalers is een podium waarop afgestudeerde vertalers debuteren met hun vertaling van zelfgekozen, vaak nog onbekende of ten onrechte in vergetelheid geraakte auteurs. Dit kan een kort verhaal zijn, maar ook een fragment uit een roman of poëzie. In Pluk kunnen beginnende vertalers zich presenteren aan literair agenten, redacteurs, uitgevers, geïnteresseerde collega-vertalers en andere lezers.

    De inhoud van dit tweejaarlijkse tijdschrift is gevarieerd: lange en korte verhalen, lichte en zware onderwerpen, bekende en onbekende auteurs, oude en nieuwe teksten. Ook streeft de redactie naar een variatie van talen en taalgebieden. Het blad is nadrukkelijk bedoeld voor beginnende vertalers die niet meer dan één literair boek hebben vertaald dat is uitgegeven.

    Pluk verschijnt twee keer per jaar. Elk nummer wordt geïllustreerd door steeds een andere beeldend kunstenaar.
    Kijk voor meer informatie: http://www.tijdschrift-pluk.nl

     

    Pluk

    Fantoommerrie

    Kalfsvlies was haar poëziedebuut. Marieke Lucas Rijneveld ontving er meteen de C. Buddingh’-prijs voor.

    Twee jaar later verscheen De avond is ongemak dat ook zeer goed ontvangen is en veel geprezen werd.

    Deze maand is haar tweede dichtbundel verschenen, Fantoommerrie, waar de uitgeverij over zegt: ‘Deze bundel is een nieuwe verkenning in het universum van Rijneveld, dat paradoxaal genoeg aan de ene kant compleet onnavolgbaar is, maar aan de andere kant ook onmiddellijk herkenbaar en altijd eigen.’

     

    Fantoommerrie
    Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Malterfoske

    De novelle Malterfoske gaat over zeven generaties Groningse armoedzaaiers op de klei. ‘Er is incest, armoede, ziekte, uitbuiting, uitzichtloosheid. De bewoners van het buurtschap Malterfoske zitten vastgeklonken aan hun DNA, hun geboortegrond en de tijd. Lammert Voos schildert onbarmhartig het harde leven van een geslacht van boerenarbeiders, schippers, klompenmakers, pooiers en dienstmeiden. Voos’ liefde voor het Groningse land lezen we terug in korte, poëtische natuurpassages.

    De novelle is ingedeeld in zeven hoofdstukken met bijbelse titels. Er is een onnadrukkelijke alwetende verteller aan het woord maar in het laatste surrealistische hoofdstuk, ‘Genesis’, kijken we door de ogen van een grootmoeder. Het blijkt de opoe van de auteur.’

    Dichter/schrijver/essayist Lammert Voos publiceerde vier dichtbundels, drie boeken met kort proza en een roman. In 2016 verscheen bij AFdH Abdou en de anderen – Ooggetuigenverslag van een ex-vluchtelingenwerker, een geëngageerd essay over de hypocriete wijze waarop Europa met het migrantenvraagstuk omgaat.

    Malterfoske
    Auteur: Lammert Voos
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers