• Reisimpressie Kiev (2018) – deel 2

    Reisimpressie Kiev (2018) – deel 2

    Reisdoel Kiev! Deze miljoenenstad is, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde land Oekraïne als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland, waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.


    Geschiedenis en oorlog
    De Oekraïners snakken naar vrede en vrijheid. Contact met mensen uit het westen wordt enorm op prijs gesteld. De oorlog in het oosten van het land houdt iedereen in zijn greep. Op straat zie je herdenkingstekens met foto’s van de gevallenen en de vlaggen van hun gevechtseenheid. Tijdens mijn verblijf in de stad waakt de gids Sergeï voortdurend over mij. Dat Kiev niet zonder meer een veilige stad is, is ook op te maken uit de inpandige beveiligingsdeuren in zijn flat. Zijn vrienden leiden mij rond langs de diverse bezienswaardigheden. in de stad en Sergeï zorgt ervoor dat ik een persoonlijke rondleiding krijg van de directeur van het Oorlogsmuseum van Kiev, voorheen het Museum van de Geschiedenis van de Grote Patriottische Oorlog, 1941-1945. Op het dak van het museum staat een monstrueus, sociaal-realistisch beeld van het Moederland, de voormalige Sovjet-Unie. Het ontsiert het dak van het museum, maar kan niet worden afgebroken zonder het hele museum te vernietigen. De naamsverandering duidt op het veranderde karakter van het museum. Werd er voorheen eigenlijk alleen maar aandacht geschonken aan de heldendaden van het Rode Leger in hun strijd tegen de Nazi’s, nu is het perspectief veel genuanceerder en kritischer; veel meer in overeenstemming met onze kijk op de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ook de rol van de Oekraïners zelf in de oorlog blijft niet onderbelicht, zelfs niet ten aanzien van de holocaust.

    Een duidelijk bewijs van een afrekening met het verleden is de aandacht die het museum besteedt aan de in opdracht van Stalin door de communistische partij gecreëerde hongersnood van de jaren 30 in de Oekraïne, de zogenaamde holodomor, die tussen de 3 en 8 miljoen slachtoffers heeft gekost. Deze misdaad was ten tijde van de Sovjetoverheersing volstrekt onbespreekbaar. In Rode hongersnood, dat begin dit jaar in Nederlandse vertaling is verschenen, zet de Amerikaanse historicus Anne Appelbaum een gruwelijk beeld neer van deze ook nu nog nauwelijks bekende tragedie. In 2013 was er op de indrukwekkende tentoonstelling De Sovjetmythe, socialistisch realisme 1932-1960 in het Drents Museum nog een schilderij te zien van een Kolchozenfeest in de Oekraïne waarin een beeld gegeven wordt van het overdadige leven op het platteland in 1937, ten tijde van de holodomor dus. Een staaltje propaganda van het meest smerige soort.

    Geschiedenis en actualiteit
    Het museum besteedt ook aandacht aan het huidige conflict in het oosten van het land. Ook nu is het gekozen perspectief genuanceerd. Buitgemaakt oorlogsmateriaal laat zien dat de separatisten gesteund worden door Moskou. Beide partijen echter maken, volgens onze gids, gebruik van ongeregelde en oncontroleerbare huurlingenlegers die nog niet zo lang geleden betrokken waren bij gevechten in het voormalige Joegoslavië en Tsjetsenië en die alleen maar gehoorzamen aan hun eigen commandant en zich niets aantrekken van enig strijdplan. Een goed voorbeeld hiervan is de motorbende de Nachtwolven, nog onlangs in het nieuws vanwege de nauwe banden met Poetin. Pieter Waterdrinker schetst in zijn roman Poubelle een huiveringwekkend beeld van dit soort bendes als de hoofdpersoon in handen valt van zo’n groep huurlingen. Dat maakt het conflict extra ingewikkeld.

    Maar Kiev is niet alleen armoede, oorlog en naargeestigheid. Het is een miljoenenstad met een grote geschiedenis, de hoofdstad van Oekraïne, een betrekkelijk jong land, en momenteel twistappel tussen Russen en Oekraïners. In de ogen van de Russen is Kiev de moeder der Russische steden en onlosmakelijk verbonden met Rusland. Hier ligt de oorsprong van het middeleeuwse Kiev-Roes, waaruit Rusland zou zijn voortgekomen, en bevond zich de regeringszetel van grootvorst Volodymir, onder wiens gezag het christendom werd verheven tot staatsgodsdienst.

    In Nestorkroniek, nog onlangs in Nederlandse vertaling van Hans Thuis verschenen bij uitgeverij VanTilt, wordt gesproken over het goudkoepelige Kiev, verwijzend naar de honderden Grieks-orthodoxe kerken in de stad. Daarvan is het huidige Kiev slechts een flauwe afspiegeling, al zijn de vele kerken nog steeds karakteristiek voor de stad. Het gerenoveerde Holenklooster stamt nog uit de tijd van Kiev-Roes. Het is het voornaamste heiligdom van gelovig Oekraïne. Een bezoek daaraan is eigenlijk een ‘must’, al zal de afdaling in het ondergrondse gangenstelsel, waarin de overblijfselen van tal van heiligen liggen opgebaard in nissen, niet voor iedereen een plezier zijn.

    Als je geen kaarsje bij je hebt, loop je in het aardedonker, voortdurend aangestoten door gelovigen die weinig begrip kunnen opbrengen voor wanhopig naar de uitgang zoekende buitenlanders. De devotie van deze mensen is ons vreemd. Je ziet dat godsdienst een heel andere rol in het leven van de mensen speelt dan bij ons. Godsdienst biedt mensen houvast in een onzekere wereld. Bovendien is godsdienst in Oekraïne ook politiek. In de Sovjettijd stond de kerk op gespannen voet met de uitgangspunten van de staat. Nu heeft Kiev zijn eigen patriarch en hoeven de mensen niet meer te dansen naar de pijpen van de patriarch van Moskou, die samenspant met de door velen gehate Poetin. Vanzelfsprekend ligt dit in de Russische gezinde gebieden, waar steden liggen als Loehansk en Donjetsk, anders. Daar luisteren de meeste mensen wel naar Moskou. Toch zijn er in Kiev veel minder openlijke tekenen van afkeer van Poetin en Rusland dan in Lviv. Dit zal waarschijnlijk te maken hebben met het feit dat Kiev de officiële regeringszetel is en de bevolking van Kiev veel meer gemengd is dan die van Lviv.

    Deel 1 verscheen op zaterdag 19 mei, deel 3 op zaterdag 2 juni.

     


    Huub Bartman is historicus en liefhebber van Oost-Europese en Russische literatuur. Voor een goed begrip van het werk van deze schrijvers bezoekt hij graag de plaatsen waar ze hebben geleefd en gewerkt. Het afgelopen jaar was zijn reisdoel Kiev.

     

  • Rusland, mijn Rusland

    Rusland, mijn Rusland

    ‘Ik bevond me op het juiste moment op de juiste plaats,’ schrijft Pieter Waterdrinker ergens in zijn jongste, sterk autobiografische roman Tsjaikovskistraat 40. Hier is een man aan het woord wiens leven wordt geregeerd door de bizarre grilligheden van het lot: ‘Misschien berustte alles ook wel op zuiver toeval, want dat is wat het leven mij heeft geleerd: deze wereld wordt geregeerd door willekeur.’

    Het verhaal begint wanneer de jonge student Waterdrinker in 1988 wordt benaderd door ene Siderius met de vraag om 7.000 bijbels naar de goddeloze Sovjet-Unie te smokkelen. Hij is op dat moment een beetje op de dool en zegt toe, ook al is hij niet bepaald gelovig. Waarschijnlijk kon Waterdrinker toen niet bevroeden dat hij dertig jaar later nog steeds in Rusland zou wonen en al helemaal niet dat hij de val van de Sovjet-Unie zou meemaken.

    Waterdrinker neemt de lezer mee op een wervelende trip die begint tijdens de nadagen van het communistische arbeidersparadijs. De ellende van een bejaardentehuis is een aanslag op alle zintuigen: ‘Er hing een stank van doorgekookte kool, urine, fecaliën en de ijzerachtige geur van bloed.’ De jonge Hollander kan het niet aanzien en neemt de bejaarde mevrouw Pokrovskaja mee voor een uitje naar het bouwvallige centrum van Leningrad, de stad die later weer Sint-Petersburg zal heten en waar hij met zijn toekomstige vrouw Julia zal wonen in de Tsjaikovskistraat 40 (niet genoemd naar de componist, maar naar de een of andere revolutionair). Niet veel later zal de Berlijnse muur vallen, en ook de Sovjet-Unie loopt op zijn laatste benen: ‘De tektonische platen onder het Sovjetrijk bewogen zich met een hoog zingend gepiep, althans voor hen die dat horen wilden; als het kruiende ijs op de Neva wanneer de schotsen in het voorjaar tegen elkaar op kropen en door het stromende water naar de Finse golf werden afgevoerd.’ Wanneer Waterdrinker een kleine dertig jaar later door de Russische hoofdstad loopt, is niets nog hetzelfde: ‘Waar ooit stinkende hompen Sovjetrundvlees werden verkocht, later geïmporteerd textiel, weer later de eerste mobiele telefoons, zat nu de Moskouse jeugd in een loungecafé met cappuccino’s en latte machiato’s te scrollen op hun iPhones en iPads.’

    John Lennon zei het al: ‘Life is what happens while you are busy making other plans.’ Waterdrinker doet zaken met louche Russische sjacheraars, gaat groepsreizen organiseren met een Nederlander die hij toevallig leerde kennen, leert op een van zijn reizen Julia kennen en kan tijdens een korte terugkeer naar Nederland als journalist voor een krant gaan werken. Maar Rusland blijft lonken en de kans om er correspondent te worden, kan Waterdrinker niet laten liggen. Tussendoor schrijft hij zijn romans.

    De aanleiding voor Tsjaikovskistraat 40 was de honderdste verjaardag van de Russische revolutie. Dat het geen droge geschiedenisles is geworden, hebben we te danken aan het feit dat de auteur vooral persoonlijke verhalen en anekdotes gebruikt en de Russen met veel liefde beschrijft zonder hun minder fraaie kantjes te verzwijgen of te vervallen in vermoeiende clichés over de Russische ziel of volksaard. Erg aangrijpend is bijvoorbeeld de passage waarin Waterdrinker met zijn vrouw hun dode kat Ljolja gaat begraven in de tuin van het Taurisch paleis, dezelfde plek waar de eerste Sovjet na de Februarirevolutie van 1917 zijn intrek nam, waarna ‘de ruim zeven decennia egalitaire grauwheid en grijsheid het land van Moermansk tot Vladivostok als een doodslaken zou overspannen’. De dialogen in dit boek zijn ijzersterk en wat de stijl betreft, laat Waterdrinker regelmatig zien dat hij meespeelt op het hoogste niveau. Je zou haast zin krijgen om het eerstvolgende vliegtuig naar Tbilisi te nemen als je dit leest: ‘Ik verheugde me op het buitenterras van Hotel Iveria, op het einde van de centrale Roestaveli-boulevard, voorbij het operagebouw, waar de geslaagde lokale mannen, modieus, en de meesten in het zwart gekleed, avondenlang tussen snaarmuzikanten zaten te dineren, de Sovjetchampagnekurken zo hard mogelijk lieten knallen, zongen, terwijl obers telkens nieuwe gerechten kwamen aandragen, als toneelknechten rekwisieten, alsook stenen kruiken witte en rode wijn, die ze vulden door deze simpelweg plonzend onder te dompelen in de eikenhouten vaten die pittoresk tegen een muur met druivenwingerd stonden opgesteld. In Moskou was zelfs de meest beroerde worst, een piepkuiken of een sinaasappel een zeldzaamheid geworden.’

    Zoals je altijd zult zien, was er wel wat kritiek over het waarheidsgehalte van dit boek. Sommigen stoorden zich aan de sterke verhalen. Uiteraard valt niet uit te sluiten dat bepaalde passages wat zijn aangedikt of wie weet zelfs grotendeels verzonnen – of belandt u soms vaak met een dierentemmer, een kunsthandelaar en twee Siberische schoonheden in een Moskovisch luxehotel? Maar op het omslag van dit boek staat heel duidelijk dat het een roman is, dus fictionaliseren mag, zeker als de auteur daar zelf gewoon heel open over is: ‘Je versierde met enig patina je eigen leven, ontleende volop aan wat anderen hadden geschreven, met ruimhartige bronvermelding, verzon er desnoods wat bij, roerde alles door elkaar, als de ingrediënten van een stevig gebonden soep, et voilà: het boek had als het ware zichzelf geschreven. Het trucje van de non-fictie, tegenwoordig zo veelgeprezen, even gelikt als doortrapt.’

    U merkt het al, Waterdrinker schrijft uitgesproken on-Hollands. Dit is geen navelstaarderig grachtengordelproza van een Schrijver die schrijft over de zware beproevingen van het schrijversleven. Waterdrinker heeft trouwens klaarblijkelijk geen hoge dunk van de hedendaagse Nederlandse literatuur: ‘Maar schrijven in het land waar ik vandaan kom is een voortdurend stikken. Terwijl de wereld een stankbel is, geuren de letteren daar als een met ochtenddauw bedekte rozenknop. Het gros schrijft met een knikker in de reet, uit vrees te verraden dat ook zij een aars hebben die kan stinken. Klein geserreerd, met nooit een woord te veel. Wát een literatuur!’

    Zou het geen geweldig statement tegen de spruitjeslucht van de Nederlandstalige letteren zijn als Waterdrinker een belangrijke literaire prijs kreeg voor deze ongegeneerd barokke roman met zowaar een echt belangwekkend onderwerp?

     

     

     

  • Oogst week 45

    Tsjaikovskistraat 40

    In een interessante bijdrage op deze website over hedendaagse westerse auteurs die over Rusland schrijven, noemt Anky Mulders ook Pieter Waterdrinker: ‘Wie wel eens wil weten hoe het leven vandaag de dag in Rusland eruitziet maar geen zin heeft in droge kost kan bij de fictie van Ruslandcorrespondent en –kenner Pieter Waterdrinker terecht. Waterdrinker heeft al heel wat romans geschreven die de lezer laten delen in het bestaan van de Russische burger. Met kennis van zaken plaatst hij fictieve personages in het huidige Rusland, veelal in Moskou waar de nieuwe rijkdom het walhalla is. Dat levert adembenemende literatuur op.’

    Onlangs is de nieuwe roman van Pieter Waterdrinker verschenen, Tsjaikovskistraat 40. In deze autobiografische roman neemt hij de lezer mee op een duizelingwekkende reis door de Russische geschiedenis en door zijn eigen leven. Vertrekpunt is zijn huis in Sint-Petersburg, waar de auteur woont met zijn vrouw en drie poezen, midden in de buurt die honderd jaar geleden het epicentrum was van de Russische revolutie van 1917.

    Tsjaikovskistraat 40
    Auteur: Pieter Waterdrinker
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    In extremis

    In extremis is de nieuwste roman van Tim Parks. De Zweedse auteur Per Wästberg, een van de juryleden van de Nobelprijs, schrijft over dit boek: het is ‘simply spellbinding and quite unique in my reading experience; very funny and very existential, compact and chatty, complicated and raw.’ 

    In extremis gaat over Thomas. Hij weet dat er iets is dat hij aan zijn moeder moet vertellen voor ze sterft. Maar zal hij haar op tijd bereiken? En heeft hij de moed om te zeggen wat hij eerder niet kon? Zijn telefoon trilt, zijn hersenen maken overuren, en hij kan zijn aandacht niet houden bij de ernst van wat er staat te gebeuren. Moet hij proberen de familiecrisis van een vriend op te lossen? De scheiding van zijn eigen vrouw heroverwegen? Thomas beweegt zich jachtig door de dagen, maar kan in feite geen stap zetten. Waarom is hij zo volslagen verward en verlamd?

     

    In extremis
    Auteur: Tim Parks
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Handboek voor de heerser

    Tot slot aandacht voor een boek dat je in eerste instantie op het verkeerde been zet. Want de uitgever schrijft hierover:

    ‘In dit boek komen de kernaspecten van leiderschap aan de orde: het evalueren van mensen en het beoordelen van talent, de competitie met je rivalen, het omgaan met groeiende macht en invloed, het vergroten van je organisatie en het vormgeven van je nalatenschap.’

    Het alsof je de aanbeveling van een nieuw managementboek leest. Met dat verschil dat het woord ‘heerser’ dan natuurlijk niet past.

    In Handboek voor de heerser staat de nog steeds actuele wijsheid van de Chinese keizer Tang Taizong (598-649) centraal. Taizong wordt wel aangeduid als ‘onbetwist de grootste keizer in de Chinese geschiedenis’. Hoewel hij zijn vader en zijn broer vermoord had, werd hij een gewaardeerde heerser die de nazaten van de Hunnen versloeg, een vereenvoudigde wetgeving doorvoerde, de zijderoute opende voor handel en een gouden eeuw van kosmopolitische cultuur creërde, vrouwen een betere positie verschafte en het Christendom en de Islam voor het eerst in China toestond. Zijn dynastie zou driehonderd jaar standhouden.

    In Handboek voor de heerser biedt de schrijver Chinghua Tang de weerslag van de gesprekken tussen Taizong en zijn belangrijkste adviseurs.

     

     

    Handboek voor de heerser
    Auteur: Chinghua Tang
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Sombermansochtend

    Sombermansochtend

    De atmosferische stilte van nieuwjaarsdag kwam me zo blanco voor als de ongereptheid van een pasgeboren baby. Na het obsessieve lijstjes afwerken (niet gelukt), de goede voornemens (lijstjes voorkomen) en gedreven huis opschonen, lijkt de boel gedaan en af. Maar bij het wakker worden komt het besef dat ‘iets’ nooit ‘af’ is. Wat bij mij het verlammende gevoel, ‘is het dan nooit klaar’ teweeg brengt. De lege drankflessen op de keukenvloer, halfvolle glazen in de vensterbank, een schaal aangevreten oliebollen als aangeschoten wild koud en stijf op het aanrecht. Bij uitstek een Sombermans-ochtend. Een nieuw jaar in beweging brengen is het moeilijkst wat er is. Liefst kruip ik voor een week in de voorraadkast, om zo alle plichtplegingen die een nieuw jaar met zich meebrengt, te ontduiken. Als de telefoon gaat, roep ik: ‘Ik ben er niet!’

    Tot Mijn lief op de vierde dag van dit jaar ingreep. Ik moest er weer eens uit, zei hij, en we togen naar de Kringloopwinkel. Daar gaf hij me een grote rieten tas, stopte me wat geld toe en zei: ‘Ga maar, ik zie je straks in de koffiecorner.’ En ik ging. Beklom de zevenentwintig treden naar de boekenafdeling en wist dat het goed zou komen. Direct bovenaan links wachtten de kasten me op. Alsof ik de boeken scande, ingesteld op ja, op wat eigenlijk, liet ik mijn ogen langs de boekruggen gaan. Vanzelf springt dan een titel of naam naar me toe en die moet ik hebben. Meer kan ik er niet over zeggen. Bij de C was het al raak. CaMu, alle columns uit 2001, mooi exemplaar. Voor wie Campert spaart moet alles waar hij in voorkomt verzamelen, en legde het op de bodem van mijn tas. Bij de D maakte mijn hart een sprongetje. Daar stond E.L. Doctorows Ragtime. Ik voelde me als een visser die een onverwacht soort vis naar boven haalt maar er wel altijd van droomde die te zullen vangen. Gelezen in de jaren zeventig en de zin: ‘Het toeval wilde dat het onverwachte bezoek van Houdini de coïtus van Vader en Moeder had onderbroken.’, zette voor mij de fascinerende toon voor heel het boek.

    Dan zie ik Strikt van Minke Douwesz die ik al heb maar de zendeling in mij wil ook wat. Verder o.a. nog Eelke de Jongs Alle verhalen (niet te missen) en als laatste pik ik Pieter Waterdrinkers Een Hollandse romance (2003) eruit. Op twitter uitte hij zijn (bittere) teleurstelling over het niet vermelden van zijn boek Poubelle, op het beste boekenlijstje van het jaar in het NRC. Hij werd bozer en bozer en tweette daarover. Wilde nooit meer in het NRC besproken worden. Hij stond in de kast van 1 europrijs boeken, het voelde als een vondeling die niemand meer wil omdat ie te oud is of een te grote mond heeft. Ik streek over mijn hart. Het paste nog net in de tas die ik, naar één kant overhellend door het gewicht, met me meezeulde naar de koffiecorner. Gelukkig nieuwjaar!

     

     

  • Grotesk Rusland

    Grotesk Rusland

    Door Anky Mulders

    Rusland spreekt voor velen nog altijd tot de verbeelding. Romantiek en ellende gingen bij Dostojevski en Tolstoj al hand in hand, en door Boris Pasternak, Aleksandr Solzjenitsin en Anatoli Rybakov weet iedereen dat het er na het tsarentijdperk niet beter op is geworden. Hedendaagse westerse auteurs als Pieter Waterdrinker, Peter Pomerantsev en Bill Browder kennen de Russische samenleving van binnenuit en berichten daarover met fascinerende boeken.

    Rusland bij Pieter Waterdrinker
    Lenins balsem
    Wie wel eens wil weten hoe het leven vandaag de dag in Rusland eruitziet maar geen zin heeft in droge kost kan bij de fictie van Ruslandcorrespondent en –kenner Pieter Waterdrinker terecht. Waterdrinker heeft al heel wat romans geschreven die de lezer laten delen in het bestaan van de Russische burger. Met kennis van zaken plaatst hij fictieve personages in het huidige Rusland, veelal in Moskou waar de nieuwe rijkdom het walhalla is. Dat levert adembenemende literatuur op. In Lenins balsem (2013) bijvoorbeeld, gesitueerd in de laatste dagen van de Sovjet-Unie als de illegale handel welig tiert. Daarin komt een prachtige scène voor waarin Russen in een stampvol, rammelend vliegtuig zoveel als ze kunnen vanuit Turkije meeslepen voor een handeltje in eigen land: van sieraden en schoenveters tot magnetrons en televisies, van cosmetica tot computers. Politieke onstabiliteit en een even onstabiel dagelijks leven komen samen in deze spannende roman.

    Poubelle
    Poubelle
    Dezelfde duizelingwekkende ervaring ondergaat de lezer in zijn nieuwste boek Poubelle (2016). Hoofdpersoon Wessel Stols, ruim in de financiële middelen door verkoop van zijn aandeel in een reclamebureau, wil schrijver worden. Die ambitie mislukt, maar voert hem wel via Frankrijk naar Rusland en Oekraïne en naar de clandestiene kunsthandel. Later komt hij in de politiek en via het Europarlement opnieuw in Oekraïne, tijdens gebeurtenissen die de lezer bekend voorkomen uit het nieuws. Vanaf het begin is duidelijk dat Stols zijn ondergang tegemoet gaat. Het hoe en waarom beschrijft Waterdrinker tot in detail binnen een zinderende couleur locale, wat het lezen tot een verslavende ervaring maakt. En passant krijgt de EU in Poubelle een flinke veeg uit de pan over de exorbitante salarissen en vergoedingen die Europarlementariërs opstrijken en het onvermogen om problemen effectief aan te pakken, bevindingen die aansluiten bij de hedendaagse anti-Europasentimenten. Vaste ingrediënten bij Waterdrinker zijn de jacht op geld en luxe, macht, leugens en corruptie.

    Rusland bij Peter Pomerantsev
    Niets is waar en alles is mogelijk
    De verbijstering die je in Waterdrinkers boeken al bevangt neemt bij Peter Pomerantsev nog eens flink toe. In Niets is waar en alles is mogelijk komt een ware optocht aan onthutsende  gebeurtenissen voorbij. Pomerantsev, zoon van gevluchte Sovjetdissidenten, groeide op in Londen en werkte tien jaar als regisseur en programmamaker in de Russische televisie- en filmindustrie. Daardoor had hij toegang tot alle lagen van de maatschappij, van de onderwereld tot de elite, niet zelden met elkaar verweven. Het Russische succesvolle leven is buitenkant, één groot toneelstuk van de rijken en de machtigen om de onwetende televisiekijker een open maatschappij voor te spiegelen die niet voor de westerse onderdoet. Zo beschrijft Pomerantsev een opdracht die hij kreeg om een serie realityshows te maken over de bij jonge vrouwen populaire cursus van een goeroe, bedoeld om een sterkere persoonlijkheid te worden. Maar als manipulatie en zelfmoorden komen bovendrijven, wordt de serie gestopt. Wat op televisie komt moet wel positief blijven, de kijkers hebben zelf al genoeg problemen. Pomerantsev verhaalt over beroepsmoordenaars met goede bedoelingen, een cursus voor meisjes om rijke mannen aan de haak te slaan, televisiepresentatoren als spreekbuis van het Kremlin en oligarchen met revolutionaire sympathieën. Ook Poetins spindoctor krijgt een plaats in zijn relaas.

    Rusland bij Bill Browder
    Vijand van de Russische staat
    Evenmin droge kost is het verslag van het waargebeurde verhaal van Bill Browder in Vijand van de Russische staat. Het boek leest als een detective. Browder ontdekt dat er na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aldaar veel geld te verdienen is en vestigt zich als (Amerikaans) investeerder in Rusland. Met vooruitziende blik koopt hij goedkope aandelen van Russische bedrijven, waardoor zijn vermogen in enkele jaren tot miljarden stijgt. Dat is de machthebbers een doorn in het oog. De politie doet een inval in zijn hoofdkantoor en neemt eigendomscertificaten mee, waarmee zijn bedrijven hem afhandig worden gemaakt. Zelf mag hij (wonend in Londen) Rusland niet meer in. Met behulp van advocaten gaat hij op zoek en vindt zijn bedrijven uiteindelijk terug in het bezit Russische oligarchen. De corruptie begint bij de lagere ambtenaren en iedere hogere verdient vervolgens telkens een beetje meer aan de illegale overheveling van andermans eigendom. Browder krijgt een immense belastingschuld in zijn schoenen geschoven – iets wat de Nederlander Derek Sauer recentelijk ook overkwam. Bij de ontrafeling van de ingewikkeld opgezette constructie wordt een van Browders advocaten, Sergej Magnitsky, opgepakt en in de gevangenis gezet. Daar wordt hij na een klein jaar doodgeslagen, nadat hem noodzakelijke medische zorg is onthouden. Dit is door Browder internationaal aan de kaak gesteld.

    In alle drie de boeken…
    komt de hele schizofrene poppenkast van een maatschappij die democratie en rechtssysteem alleen als woorden kent, uitvergroot voorbij. Alles is dubbel en alles draait om geld in een samenleving die alle kanten uitschiet omdat niemand weet hoe het anders moet. Rusland is vanaf de val van de Sovjet Unie een prooi van zulke snelle ontwikkelingen dat niemand ze kan bijhouden, laat staan beheersen. Het land zit vol bizarre tegenstellingen, zoals een door de overheid georganiseerd protest tegen de eigen regels, gepaard aan straffen voor deelnemers aan datzelfde protest. Is een wet niet voorhanden of niet naar de zin van de machthebbers, dan wordt hij gewoon gemaakt of creatief aangepast.

    De indruk die na het lezen van dit soort tijdsdocumenten achterblijft, is die van een land dat wel een democratische, rechtvaardige (gezien door onze westerse ogen) en open samenleving nastreeft, maar alle ervaring ontbeert hoe dat voor elkaar te krijgen. Bovendien zijn veel Russen nationalistisch en trots genoeg om een overmaat aan westerse en andere buitenlandse  invloeden buiten de deur te willen houden. De toekomst zal uitwijzen waar dat toe leidt.