• Pieter van Os wint journalistieke Brusseprijs en Nina Polak jongerenprijs De Inktaap

     

     

    De afgelopen week werden er twee mooie literaire prijzen uitgereikt, De Brusseprijs 2020 voor schrijver en journalist Pieter van Os en De Inktaap voor schrijver Nina Polak.

    Honderdzevenennegentig boeken werden er ingezonden voor de Brusseprijs, de jury had er een hele kluif aan en koos uiteindelijk uit de vijf overgebleven titels voor Liever dier dan mens als winnaar. De prijsuitreiking vond afgelopen zaterdagavond plaats tijdens een uitzending van het radioprogramma Met het oog op morgen. Juryvoorzitter Saskia Belleman zei over Liever dier dan mens, dat ’te zien is hoeveel onderzoek en grote schrijfkracht erachter schuilgaat.’ En ook, ‘Een journalistiek boek van dit verhalend-literaire niveau zie je zelden.’

    Liever dier dan mens gaat over de nu 94-jarige Mala Rivka Kizel (1926), hoe zij uit het getto van Warschau ontsnapte en de oorlog overleefde door steeds andere identiteiten aan te nemen. In tegenstelling tot haar hele familie van wie ze na de oorlog niemand meer terugvond.

    Pieter van Os was jarenlang redacteur van het NRC, woonde een tijdlang met zijn gezin in Polen en is nu woonachtig in Tirana, Albanië. Vanwaar hij zijn journalistieke stukken schrijft voor het NRC en De Groene Amsterdammer.

    Op Literair Nederland verscheen in april van dit jaar een  recensie van Evert Woutersen van het boek. Waarin hij van mening was dat, ‘Het bijzonder is te zien hoe sommige boeken een bestseller worden, terwijl andere boeken nauwelijks worden opgemerkt. Liever dier dan mens is zo’n boek. (…) Het is een boek dat vele lezers verdient.’

    De Brusseprijsis een jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige journalistieke boek. Aan de prijs is een geldbedrag van € 10.000 verbonden.

    Lees hier meer over De Brusseprijs van dit jaar.

     

    De Inktaap is dé literaire jongerenprijs van de Nederlandse literatuur en wordt uitgereikt door scholieren. Vele jongeren (dit jaar 1187), in de leeftijd van  van 15 t/m 19 jaar, lezen de winnende titels van de Libris Literatuur Prijs, (gewonnen door Rob van Essen), de BNG Bank Literatuurprijs, (gewonnen door Nina Polak) en de BookSpot Literatuurprijs, (gewonnen door Tommy Wieringa) en kiezen daaruit hun favoriet. Naast Gebrek is een groot woord van Nina Polak waren ook De goede zoon van Rob van Essen en De heilige Rita van Tommy Wieringa genomineerd.

    Nina Polak ging uiteindelijk met de eer strijken en krijgt voor haar roman Gebrek is een groot woord De Inktaap 2020. Dit werd maandag 15 juni bekendgemaakt in de speciale podcastserie van De Inktaap. In totaal lazen 1187 juryleden (scholieren) deze editie van De Inktaap de drie genomineerde titels.

    De winnaar werd bekend gemaakt via een podcast, hier te beluisteren.

    Beoordeling

    Hieronder een greep uit de bevindingen van de juryleden over Gebrek is een groot woord:
    ‘Nina Polak geeft je als buitenstaander het gevoel dat je er toch een beetje bij hoort, dat je onderdeel van de familie bent. Daarom is zij volgens ons de terechte winnaar van de drie. Welkom in onze Inktaapfamilie Nina Polak!’
    ‘Polak schetst duidelijke beelden met haar woorden, veel beeldvorming, maar tegelijkertijd ook heel direct. Poëtisch kan Polak ook zijn, moeilijke woorden zijn er niet in overvloed, wat het boek zeer toegankelijk en fijn om te lezen maakt. Polak is literair gezien het complete pakketje.”
    Gebrek is een groot woord verdient het om door vele ogen geliefkoosd te worden.’

    De Inktaap is de opvolger van de Jonge Gouden Uil, een Vlaams-Nederlands leesbevorderingsproject in de vorm van een literaire prijs, dat liep van 1997 tot en met 2000. Bij de Jonge Gouden Uil lazen jongeren de boeken die waren genomineerd voor de literaire prijs De Gouden Uil en kozen daaruit hun winnaar.

     

    Klik hier voor meer informatie over dit literaire jongeren project.

  • Een verhaal even onwaarschijnlijk als waar

    Een verhaal even onwaarschijnlijk als waar

    In Liever dier dan mens. Een overlevingsverhaal vertelt Pieter van Os het levensverhaal van Mala Rivka Kizel (1926). Mala, geboren in een groot chassidisch-joods gezin in Warschau, is dertien als in september 1939 de Duitsers de stad bezetten. Ruim een jaar later, in oktober 1940, verhuizen alle Joden, en ook Mala naar het getto. Driehonderdduizend mensen worden op die manier geïsoleerd, uitgehongerd en vermoord. Ontsnappen is bijna niet mogelijk, om het getto is een muur gebouwd. Op het noorderlijkste puntje echter bestaat de muur uit een rijtje huizen. Daarin zit het gat waardoor Mala uit het getto kan ontsnappen. Net op tijd want in juli 1942 ontruimen de Duitsers het getto. Elke dag worden er Joden afgevoerd naar de kampen.

    Mala vindt onderdak bij een boerenfamilie, maar is daar niet veilig. De kans om te overleven op het Poolse platteland is minimaal voor Joden. Duitsers organiseren met hulp van de lokale bevolking klopjachten op Joden. Mala ontsnapt naar Duitsland en komt uiteindelijk met Duitse identiteitspapieren – als Volksduitse – bij de nazi-familie Möller in Zerbst (niet ver van Maagdenburg) terecht. Daar verblijft ze totdat de Amerikanen het stadje bevrijden.
    Ze reist naar Warschau om haar familie te zoeken, maar vindt niemand meer. Warschau ligt plat, van het getto rest niks meer. De omslag van het boek, waarop een beeld van het verwoeste getto, is‘dat deel waar Mala’s ouderlijk huis heeft gestaan.’ Mala beseft dat alles weg is, de foto’s van haar ouders, broers en zussen, elk aandenken, er is niets. Dan verhuist ze naar Palestina, naar Lydda. De Israëlisch dopen het stadje om tot Lod. Later verhuist ze met haar man, werkzaam bij El-Al, naar Amstelveen.

    Reis door de tijd

    Op basis van gesprekken en haar memoires Zo heb ik de oorlog overleefd maakte journalist Pieter van Os een ‘reis door de tijd’ – ‘speurend naar steden, dorpen, mensen en gebouwen die in haar verhaal voorkomen en naar documenten, boeken en getuigenverslagen die het aanvullen.’ Het bleef niet bij een reis; het werden vele reizen (meestal met tolk of gids), omdat het nog niet zo eenvoudig bleek de ‘oude wereld’ van Mala terug te vinden. Hij reist daarvoor o.a. naar Polen, Oekraïne en Duitsland. Het is geen gemakkelijke zoektocht naar ‘bevestigingen in het heden van dit verhaal uit een ver verleden’ – veel personen, plaatsen en gebouwen zijn gewoonweg ‘verdwenen in de geschiedenis.’

    Historisch perspectief

    Pieter van Os maakt gebruik van veel bronnen. Zijn belangrijkste bron is het Joods Historisch Museum in Warschau. Hij noemt dat het ‘epicentrum’ van zijn onderzoek. Het museum is opgericht na de vondst van een aantal opgegraven melkbussen waarin de historicus Emanuel Ringelblum samen met een team van medewerkers zoveel mogelijk informatie heeft verzameld over de Joodse gemeenschap in Polen, in het bijzonder die in Warschau: ‘Om objectiviteit en een zo accuraat en zo breed mogelijk beeld te bereiken van de oorlogsgebeurtenissen in het Joodse leven hebben we geprobeerd om hetzelfde incident door zoveel mogelijk mensen te laten beschrijven. Door het vergelijken van de verschillende verslagen is de historicus in staat om bij de historische waarheid te komen, de feitelijke gang van zaken.’ De proloog draagt een motto van Ringelblum: ‘Verzamel zo veel mogelijk. Na de oorlog kunnen ze het uitzoeken.’

    Voor het brede perspectief citeert Van Os meerdere malen de Amerikaanse historicus Timothy Snyder, uit zijn boek Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin (2011). Snyder schrijft in het voorwoord: ‘In het midden van de twintigste eeuw zijn in Midden-Europa door de nazi’s en het Sovjetregime zo’n veertien miljoen mensen vermoord. Het gebied waar al die slachtoffers vielen, de bloedlanden, strekt zich uit van het midden van Polen tot het westen van Rusland en loopt door Oekraïne via Wit-Rusland naar de Baltische Staten. In deze ‘bloedlanden’ woonden de meeste Europese Joden.’

    Naast de verhaallijnen over het leven van Mala en de historische gebeurtenissen is er een derde verhaallijn, namelijk het leven van Salomon (‘Sally’) Perel. Van Os noemt hem ‘Mala’s mannelijke evenknie.’ Hij deed zich net als Mala voor als Volksduitser. Net als zij overleefde hij de oorlog. Zijn levensverhaal is verfilmd: Europa, Europa (1990). De film is gebaseerd op Sally Perels boek Ik was Hitlerjongen Salomon.

    Belang van historische achtergrond

    Ieder hoofdstuk – elk met een riviernaam als titel – begint met een citaat, daarna een schets uit het leven van Mala en een deel historische achtergrond van de plaats waar zij op dat moment is. Ten slotte een verantwoording, ‘in plaats van voetnoten.’ Het nadeel van deze opzet is dat je als lezer hoofdpersoon Mala af en toe kwijt bent. Maar kennis van de historische achtergrond over antisemitisme, nationalisme, identiteit, het getto van Warschau en de pogroms is onmisbaar om al die gebeurtenissen uit die tijd te begrijpen.

    Altijd bang voor ontmaskering

    Na de oorlog vertelde Mala dat ze altijd vreesde voor ontmaskering: ‘Ik was altijd bang, altijd.’ Opvallend zijn twee momenten in het boek waarbij Mala in haar slaap praat. In Wolmirstedt was Mala een van de dienstmeisjes. Daar was ook Iwan, een Oekraïner die ook Duits sprak. Bij het ontbijt ’s morgens zegt Iwan opeens: ‘Jij bent een Jood. Jij sprak Jiddisch in je slaap.’ Na een paar dagen blijkt dat Iwan naar de politie is gegaan. Mala wordt opgepakt en overgebracht naar een strafkamp waar ze moet blijven zolang het onderzoek naar haar afkomst niet is afgerond. De politie vindt dat ze er niet Joods uitziet met haar blonde haar en blauwe ogen. Ze vragen haar of ze ‘Volksduitse’ is. Ze antwoordt daar bevestigend op. Haar nieuwe levensverhaal: Ze komt uit een dorp in het oosten. Haar hele leven woonde ze in Warschau met een Poolse vader en een Duitse moeder. Ze ging naar een katholieke school, vandaar dat ze ook uitstekend Pools spreekt. Dat blijkt ook uit de gesprekken van Van Os met haar. Mala kent de tekst van het Poolse versje Liever dier dan mens – titel van het boek is daaraan ontleend  – na 80 jaar nog uit haar hoofd.

    Als ze jaren later bij de Möllers in huis is, gebeurt er iets soortgelijks. Als het luchtalarm afgaat, probeert de familie haar wakker te maken. ‘Aan haar bed hoorden ze dat de Volksduitse een vreemde taal sprak, geen Duits, maar ook geen Pools. ’s Morgens vertelden ze haar: ‘Je spreekt een raar taaltje in je slaap.’ De Möllers hadden nog nooit een jood ontmoet en herkenden het Jiddisch niet. Van Os schrijft hierover dat hoe dichter je bij het vuur zit, hoe kleiner de kans op ontmaskering is.

    Groot lezerspubliek

    In de epiloog wijst Van Os erop hoe belangrijk het is om de ander, of een ander volk te leren kennen, dat dat de belangrijkste les is uit Mala’s overlevingsverhaal. De laatste zin zegt alles: ‘In één zin: pas als de ander zich succesvol kan voordoen als een van de jouwen, kan die rekenen op enige menselijkheid en mededogen.’

    In de aanloop naar de viering van 75 jaar vrijheid zijn er relatief veel boeken met oorlogsherinneringen verschenen, denk aan Het Hooge Nest van Roxane van Iperen, Eindstation Auschwitz van Eddy de Wind en Mijn naam is Selma van Selma van der Perre. Deze boeken kregen veel media-aandacht en kwamen in de Boeken top 10 terecht. Pieter van Os heeft met zijn historische zoektocht op basis van Mala’s levensverhaal een zeer mooi boek afgeleverd. Het blijft bijzonder te zien hoe sommige boeken een bestseller worden, terwijl andere boeken nauwelijks worden opgemerkt. Liever dier dan mens is zo’n boek. Op knappe wijze voorziet Van Os Mala’s levensverhaal van historische achtergronden en voegt er andere verhaallijnen in. Het is een boek dat vele lezers verdient.

     

     

  • Oogst week 45 – 2019

    Allesverpletterende

    Allesverpletterende is de titel van het deze week verschenen derde boek van Nicolien Mizee met faxen aan Ger Beukenkamp. De vorige twee delen waren De kennismaking uit 2017 en De porseleinkast uit 2018. ‘Allesverpletterende’ is één van de aanspreekvormen die Mizee gebruikt in haar correspondentie met Ger. ‘Een oprechte stem die zichzelf niet spaart’, schreef Inge Meijer in een column op deze site over Mizee. Zij vond het tweede deel al diepgravender en onderzoekender dan het eerste. De recensie van De porseleinkast door Thomas de Veen in NRC Handelsblad kreeg zelfs de kop mee: ‘Nog een paar van deze verslavende boeken en Mizee wint de P.C. Hooft-prijs’. Dat belooft wat voor Allesverpletterende.

    Allesverpletterende
    Auteur: Nicolien Mizee
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Liever dier dan mens, Een overlevingsverhaal

    Journalist Pieter van Os, onder andere voor De Groene, wist van het bestaan van de in Polen geboren joodse Mala Rivka Kizel, die tegenwoordig Marilka Shlafer heet en in Amstelveen woont. Ze is nu tweeënnegentig. Van Os had de grote lijnen van haar wonderlijke overlevingsverhaal al eens gehoord van haar kleinzoon en zocht contact met haar. Hij las haar memoires, voerde gesprekken met haar en bereisde de plekken waar ze gewoond heeft. Ze overleefde de oorlog doordat ze inwoonde bij een nazigezin in Zerbst. Ze gedroeg zich alsof ze volksduitse was. Ontroerend is het moment waarop de Amerikanen bij de bevrijding ontdekken dat Mala geen Duitse is als ze meezingt met een jiddisch lied dat enkele joodse soldaten onder de Yankees hebben ingezet. In Liever dier dan mens vertelt van Os meeslepend zijn zoektocht en de odyssee van Mala door Polen, de Oekraïne, Duitsland, Israël en Nederland.

    Liever dier dan mens, Een overlevingsverhaal
    Auteur: Pieter van Os
    Uitgeverij: Prometheus

    M.

    M. De zoon van de eeuw van Antonio Scurati werd in Italië bekroond met de belangrijkste literaire prijs van het land, de Premio Strega. De M uit de titel is Mussolini, maar dan niet in retrospectie. Scurati is in deze vuistdikke roman in het hoofd gekropen van de Duce, of beter: de aanstaande Duce. Hij leefde zich helemaal in in de psyche en het taalgebruik van een man die er van overtuigd was dat hij een grote rol zou gaan spelen in zijn land en de wereld. Maar Scurati wilde het latere oordeel van de geschiedenis daar zoveel mogelijk buiten houden. ‘De toekomst is van ons. Al ga je op je kop staan, er is niets aan te doen, ik ben net als een dier, ik ruik de tijd die komt’, denkt de dan 36-jarige Mussolini. Hij is klaar voor de oprichting van zijn fascistische partij. Het is 1919.

    M.
    Auteur: Antonio Scurati
    Uitgeverij: Podium
  • ‘Ik zie het betere en waardeer het, maar ik ga voor het slechtste’  (Ovidius)

    ‘Ik zie het betere en waardeer het, maar ik ga voor het slechtste’  (Ovidius)

    ‘Ik zie het betere en waardeer het, maar ik ga voor het slechtste’  (Ovidius)


    In Wij begrijpen elkaar uitstekend geeft Pieter van Os een inkijkje in het Haagse politieke wereldje van binnenuit. Met vlotte pen geschreven en gelardeerd met tal van anekdotes schetst hij hoe politici, spindokters, kiezers, journalisten en lezers elkaar in een voortdurende wurggreep houden met als gevolg dat er van het voeren van een consistent beleid nauwelijks meer sprake kan zijn. ‘Mediawijze politici zijn eerzuchtige prijsvechters die zich hebben bekwaamd in de luchtballon en de schijnoverwinning’. Interessant is zijn conclusie dat de journalistiek steeds meer de politiek bepaalt en ‘de journalistiek krijgt de politiek die ze verdient’. ‘De huidige journalistiek levert in ieder geval politici die, met het oog op de actualiteit en ter vergroting van de eigen reputatie, regelingen en wetten in het leven roepen die, eenmaal aangenomen, uitvoeringsorganen soms tot wanhoop drijven …’. Hier slaat Van Os natuurlijk de spijker op zijn kop. We kennen immers allemaal de klachten uit het onderwijs en de zorg, die de laatste jaren voortdurend geplaagd worden door maatregelen waar ze helemaal niet om gevraagd hebben, maar het gevolg zijn van een aan de weg timmerende pressiegroep, die de juiste kanalen via de media heeft weten te vinden. Politici lijken te denken dat ze niet zonder journalisten kunnen, dat alles afhangt van de eigen zichtbaarheid. Zij laten zich zelfs ‘kroelen’ in het zicht van de camera, dit is fysiek betasten door een brutale journalist. Zo overkwam ook de voormalige SP-leider Agnes Kant: ‘Ze had licht verbijsterd gekeken …, maar ze had het laten gebeuren, al was haar glimlach van steen.’

    Dit boek doet onwillekeurig denken aan een artikel in de Volkskrant van Sander van Walsum waarin hij een interview afneemt met David van Reybrouck naar aanleiding van diens laatste boek Loten, dat geeft de burger macht. In dat boek analyseert Van Reybrouck de teloorgang van de parlementaire democratie in zijn huidige, nog uit de 18e eeuw stammende verschijningsvorm. In wezen is het boek van Pieter van Os een onderbouwing van dit standpunt. De criteria die journalisten hanteren voor goede verhalen worden ook steeds meer de maatstaven van burgers bij het beoordelen van politici, of zelfs van beleid. Van Os verwijst in dit verband naar de Amerikaanse politicoloog Timothy Cook die tien jaar geleden al constateerde dat ‘het verschil tussen beleid maken en nieuws maken steeds meer aan het vervagen is’. Dit verklaart ook de spectaculaire groei van de afzeikjournalistiek op het Binnenhof. Het loont!!

    Ook Robert Menasse wijst in zijn laatste boek over Europa hier al op. Politieke elites laten tijdens verkiezingscampagnes hun oren hangen naar wat de goegemeente graag wil horen, terwijl ze na de verkiezingen een heel ander beleid gaan voeren. In al deze geschriften komt naar voren dat er sprake is van een toenemend cynisme ten aanzien van de werking van het democratisch bedrijf onder de spraakmakende elite van het land.

    Van Os heeft zijn boek opgebouwd rond een serie kernachtige begrippen en steekwoorden die evenzovele titels van hoofdstukken vormen zoals ‘De macht, De vriendschap, De boksring, De hype en De schoothond. Hoewel dit de inzichtelijkheid van het boek zeker ten goede komt, versterkt het misschien ook wel het wat anekdotische karakter van het boek. Dit is aan de ene kant een van de aantrekkelijke aspecten ervan, aangezien het echte inside-information betreft, maar aan de andere kant ook een beperking. De lezer wordt soms wat anekdote-moe. De leesbaarheid wordt verder niet bevorderd door de vele verwijzingen naar het werk van Nederlandse en Amerikaanse geleerde lieden. Alsof Van Os voortdurend wil bewijzen dat zijn boek niet zomaar een flut boekje is van een op sensatiebeluste journalist, maar een heus metajournalistiek werk van niveau. Welnu, dat laatste is zeker het geval. Van Os heeft een goed boek geschreven dat inzicht verschaft in de onderlinge afhankelijkheid van pers en politiek en dat een bijdrage kan leveren aan het nadenken over het functioneren van onze democratie.

     

    Wij begrijpen elkaar uitstekend
    de permanente wurggreep van pers en politiek

    Auteur: Pieter van Os
    Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus / Bert Bakker
    Aantal pagina’s: 256
    Prijs:  € 16,95