• Droomachtige scènes en surrealistische zijpaden

    Droomachtige scènes en surrealistische zijpaden

    De manier waarop we waarnemen verschilt per persoon. Maak met zijn tweeën een wandeling door een willekeurige stad en de kans dat je andere dingen ziet dan de ander is bijzonder groot. De debuutroman, Waterland van Pieter Kranenborg gaat voor een groot deel over het verschil tussen kijken en zien. Dat leidt regelmatig tot surrealistische taferelen, waarbij de vraag opkomt wat is waar en wat niet. Waterland begint nochtans als een roman waarin gebeurtenissen plaatsvinden die nogal alledaags aandoen. Aangezien de verteller Ingmar na zijn studie Chinees stuurloos ronddobbert, besluit hij in een  opwelling buschauffeur te worden.

    Hoewel hij elke dag een vast rondje tussen Waterland en Amsterdam rijdt is hij tevreden met zijn nieuwe leven, want het geeft hem grip en structuur in zijn leven waar hij tot op dat moment naar op zoek was. Zijn broer, een succesvol sterrenkundige, heeft een baan in de Verenigde Staten aangeboden gekregen en vreest dat zijn verlaten en in onbruik geraakte observatorium vreemd volk zal aantrekken als niemand er een oogje in het zeil houdt. Hij vraagt Ingmar om zijn intrek te nemen in een klein huisje vlakbij de sterrenwacht dat toevalligerwijs aan zijn busroute ligt. 

    Droomachtige scènes

    De zaken nemen een vreemde en onvoorspelbare wending wanneer Ingmar een telefoontje van zijn vriend Egon krijgt. Hierdoor denkt hij terug aan het verleden. Tijdens één van de concerten die ze samen bezochten, ontmoette Ingmar de mysterieuze leadzangeres K. met wie hij een onenightstand beleefde. Egon vertelt dat K. hem een cassettebandje met haar muziek heeft gegeven en wil per se dat Ingmar en hij er samen naar luisteren. Er blijkt iets vreemds met de muziek aan de hand te zijn, want zodra ze die opzetten, lijkt alles ineens fluïde te worden en zijn ruimte en tijd zeer relatieve begrippen. Het aquarium in Egon’s appartement loopt door een plots ontstane scheur leeg en vult de hele woonruimte met water waardoor Ingmar en Egon door het hele appartement rondzweven. Het is slechts één van de vele droomachtige scènes die vanaf dat moment volgen. Geïntrigeerd als hij is door K., besluit Ingmar naar haar op zoek te gaan. 

    Raar wordt normaal

    Kranenborg neemt voor een debuutroman nogal veel hooi op zijn vork door allerlei filosofieën los te laten op de persoonlijke zoektocht van Ingmar. Hij wordt onder andere beïnvloed door de Chinese wijsgeer Zhuang Zi. ‘Ik dacht aan de vlinder van Zhuang Zhi. Aan hoe de scheidslijn tussen het bekende en het onbekende vloeibaar was en de wereld zoals je die kende zomaar vreemd kon worden en de raarste dingen doodnormaal.’ In Waterland wordt door Kranenborg constant gespeeld met deze scheidslijn. Als Ingmar na zijn bezoek aan Egon naar buiten gaat en de jongen van de fietsstalling hem vraagt of hij hen nu echt zag zweven in dat appartement, dan is dat door de manier waarop de scène wordt beschreven zowel surrealistisch als geloofwaardig. Dat is best knap en zegt iets over het verteltalent van de schrijver. 

    Iets teveel van het goede

    Toch overtuigt de roman niet helemaal door de vele surrealistische zijpaden die worden bewandeld en de diverse personages die nogal doelloos in en uit de plot wandelen. Zo is er de intellectuele Astronoom die verder niet bij naam wordt aangeduid en die Ingmar kritisch naar de sterren leert kijken en Kelvin, een barman, die treurt om het verlies van een geliefde. Het zijn stuk voor stuk karakters die heel interessant zouden kunnen zijn, maar uiteindelijk toch een beetje aan de oppervlakte blijven drijven. Ook Ingmar dobbert met de diverse verhaallijnen mee zonder dat zijn keuzes enige invloed op de gang van zaken in het verhaal lijken te hebben. Waterland gaat meer over stijl dan over inhoud en dat is bij een labyrintische vertelling van ruim driehonderd pagina’s misschien iets te veel van het goede.  

     

     

  • Het belang van een boek

    Het belang van een boek

    Het was vrijdagavond en ik mocht kiezen. De regen had alle opties buiten de boeken geëlimineerd. Verspreid door de kamer lagen de volgende mogelijkheden. Het bed: Bright earth, Art and the invention of colour door Philip Ball, omdat een leraar op de kunstacademie had gezegd dat het goed was om te beseffen dat tubes verf in alle kleuren van de regenboog niet zomaar op een dag uit de lucht waren komen vallen.
    Tafeltje naast het bed: Birk door Jaap Robben, omdat mijn nieuwe liefde had gezegd dat ik het moest lezen; Astronaut door Pieter Kranenborg, omdat ik tegen Pieter Kranenborg gezegd had dat ik het zou lezen voordat ik een biertje met hem zou gaan drinken; De uitvreter / Titaantjes / Dichtertje / Mene Tekel door Nescio, omdat het al zo lang geleden was; Living as a river, Finding fearlessness in the face of change door Bodhipasaka, omdat het fantastisch zou zijn nooit meer bang te hoeven zijn voor het verstrijken van de tijd. Beleef uw huis door Hans Uylenburg, omdat het grappig was om interieuradviezen uit de jaren zeventig te lezen.

    Bovenkant kastje aan voeteneind bed: De 100 beste gedichten van 2018 voor de VSB poëzieprijs als bewijsmateriaal dat poëzie wél nuttig en maatschappelijk relevant is, écht wel, écht wel.
    Het bureau: Verborgen gebreken door Renate Dorrestein, zodat ik bij mijn optreden als talentvolle jonge auteur tijdens een hommage aan Renate Dorrestein enige parate kennis van haar werk tentoon zou kunnen spreiden; Het hemelse gerecht, om dezelfde reden.
    De vloer: Als je een meisje bent door Maartje Smits, ook te leen gekregen van mijn nieuwe liefde, omdat we haar laatst hadden gezien onder een lampenkap; De wereld der planten 1 en De wereld der planten 2, omdat er mooie sexy plaatjes in stonden (vergeet food porn, plantenporno is veel opwindender); Expanded painting door Mark Titmarsh, omdat ik overwoog een schilder in bredere zin te worden; Poëziekalender 2015, omdat je die gedichten gewoon tot in het oneindige kon hergebruiken.

    Ik wist het niet. In alle opgenoemde boeken had ik recent gelezen, geen ervan verwachtte ik op korte termijn uit te lezen. Behalve misschien de twee van Renate Dorrestein, want als ik die niet uit las vóór 10 juni was ik er niet zeker van of mijn jeugdige talent genoeg zou zijn om alles wat ik niet van haar gelezen had te compenseren. Maar het was vrijdagavond en op vrijdagavond streefde ik ernaar om niets te doen wat moet.

    Ik koos Toon Tellegen. Ik vond hem in het kastje aan het voeteneind van mijn bed en zocht het gedicht op dat zojuist mijn hoofd binnen was gevlogen. Ik mocht kiezen. / Ik wist het niet. / Ik koos de vrede. Dat was het begin. En daarna liet Tellegen de waarheid en de schoonheid, de wijsheid en de weemoed, en zelfs de liefde gaan, zodat alleen de vrede overbleef. En in de hemel hing een andere zon. En de regen tikte op het ronde daklicht en een vliegtuig kwam laag overvliegen en hoewel het buiten koud geworden was, bleef het binnen warm.

     


    Gastcolumnist Gerda Blees schrijft tot september tweewekelijks een column voor Literair Nederland. Ze debuteerde in 2017 met de verhalenbundel, Aan doodgaan dachten we niet. In april debuteerde ze nog eens maar nu een dichtbundel, Dwaallichten.

  • Laatste edities literaire tijdschriften 2017 – Parelduiker, Tirade en Terras

    De parelduiker 2017/5: Jan Cremer

    Niets zo goed voor de literatuur als ingesneeuwd te zijn of door andere ‘maatschappijontwrichtende’ weersomstandigheden het huis niet uit te kunnen. De droom wellicht van menig lezer, om dan eindelijk eens de boekenkast te inspecteren op ongelezen exemplaren, of, voor wie wil weten wat er zoal speelt op het literaire podium, de literaire bladen van a tot z te gaan lezen. Oh, heerlijke winterse dagen waarbij de wind om het huis giert en alleen de leeslamp verlichting brengt. En dat met de laatste edities uit 2017 van De Parelduiker, Tirade en Terras.


    Neerlandicus Johannes van Der Sluis (1981) schreef voor De Parelduiker een mooi stuk over de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone (1914-1951). Mooi vooral omdat hij zijn enthousiasme over deze schrijver zo aanstekelijk onder woorden brengt. Van der Sluis is een Crone liefhebber en verschanste zich met zeven dozen nalatenschap van de schrijver die hem, net als Nescio, nooit meer heeft losgelaten. Dat er een C.C.S. Croneprijs bestaat, die in het leven is geroepen om het literair klimaat in de stad en de regio Utrecht tot bloei te brengen, moge bekend zijn.

    Dat het toekennen van literaire prijzen kan verworden tot een precaire aangelegenheid, lezen we in een bijdrage van letterkundige H.U. Jessurun d’Oliveira (1933). Vooral in tijden van een veranderende seksuele moraal zoals in de jaren zestig. Toenmalig jurylid van de Prozaprijs Amsterdam Jesserun d’Oliveira, droeg in 1967 Ik Jan Cremer Tweede deel voor als een van de kanshebbers. Deze nominatie bracht literair Nederland volop in beroering en er ontstond al snel een kamp voor en tegen.

    Vijftig jaar na dato doet d’Oliveira uit de doeken waar de vertegenwoordigers van de tegenpartij zich op beriepen en hoe aan Jan Cremer uiteindelijk toch die prijs werd toegekend. Het artikel is met aantrekkelijke documenten geïllustreerd, waaronder de afdruk van een brief waarmee een burger uit Almelo de burgemeester van Amsterdam oproept de prijs niet uit te reiken:

    U zoudt mij een bizonder genoegen doen indien U weigert een dergelijk sadistisch figuur een prijs uit te reiken, laat staan een hand te geven. 99,9% van de bevolking zal U daar dankbaar voor zijn!!

    Ook de ‘bekende schrijfster Maps Valk’, zo schrijft d’Oliveira, schreef een brief en keerde zich tegen Jan Cremer. Ondanks de protesten kreeg Cremer de prijs. Hoewel het bedrag van 4000 gulden linea recta naar de belasting ging, waar de schrijver nog een schuld had openstaan.

    Voor wie Maps Valk niet kent, kijk eens op dbnl.org waar enkele zeer lezenswaardige verhalen van haar staan, die tegelijk laten zien waarom zij het boek van Jan Cremer de prijs niet waardig vond. Evenwel een leuke bijvangst bij de grote namen die er in deze Parelduiker staan.

    Opvallend is dat Carmiggelt in verschillende bijdragen opduikt. In een van de dozen van C.C. Crone ontdekte Van der Sluis een ansicht van Carmiggelt aan de weduwe van Crone. In een stuk over Peter van Straten, wordt een tekening van Carmiggelts hoofd (2009) afgebeeld. En dan is er een bijdrage van Wim Hazeu over de ongemakkelijke verhouding die Carmiggelt onderhield met Lucebert; ‘Krokodillentranen van Carmiggelt, Of hoe hij Lucebert uitdaagde’. Zo kom je nog eens wat te weten.

    Jack van der Weide schreef een nieuwsgierig makend stuk over een vergeten schrijfster die bevriend was met de schilder Jan Veth en Lodewijk van Deyssel. Christine Boxman (1857-1924) publiceerde twee romans. Mede dankzij Clare Lennart die in 1934 haar eerste roman Stille wegen las, en haar bewondering daarover uitsprak, werd zij niet geheel vergeten.

    Ja mensen, lees, lees, lees De Parelduiker om je nieuwsgierigheid naar ons literair verleden te onderhouden.

    De parelduiker 2017/5: Jan Cremer
    Auteur: Hein Aalders
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    Tirade

    Tirade omhelst de vorm en zet de vent buiten de deur. Waarmee maar gezegd wordt dat er naar het werk gekeken wordt en niet naar de man/vrouw erachter, dit naar aanleiding van alle discussies in de media over hoe een romanfiguur beoordeeld mag worden. Veel vertaalde poëzie, o.a. enkele gedichten uit de bundel Crow van Ted Hughes en vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Het blad opent met vier tienregelige gedichten met een verleidelijk binnenrijm van Emma Crebolder. Eenvoudige poëzie die een wereld aan handelingen, geuren en kleuren verraadt. En dat in steeds tien regels van hooguit zes woorden.

    Femke Baljet maakt haar debuut in de literatuur met het verhaal ‘Moederdag’. Een ijselijk sterk verhaal over een man die zich een leven verzint. Zich een zoon wenst, zo niet van zichzelf dan toch van een ander. Zeer onderkoeld geschreven en in veelzeggende zinnen: “Ik loop nu achter hem. Af en toe kijkt hij om zich heen maar nooit achterom, zijn magere benen houterig als de benen van Pinoccio.  Het begint koud te worden, hij heeft te weinig kleren aan.” Een verhaal waarin een onvermijdbare spanning schuilt.

    Verder verhalen van onder andere Jan van Mersbergen, Pieter Kranenborg en Oscar Spaans.
    Carel Peeters neemt in zijn ‘Kroniek van een roman’, Rob van Essens Winter in Amerika onder handen. Hij vindt het een levenloze roman: ‘(…) met een door niets verantwoord cynisme geschreven. Freewheelend.’ Boude uitspraken die evengoed er toe aanzetten deze roman te gaan lezen. Wat een mooi resultaat is van een interessante kroniek.

    Ted van Lieshout laat zich in de rubriek ‘De tirade van… ‘ uit over het afschaffen van kinderliteratuurprijzen. Gedurfd en eerlijk toont hij aan waar het ontbreken van onderscheidingen in de jeugdliteratuur toe leiden kan. “Wanneer er onder de kinderboekenschrijvers geen competitie meer bestaat zullen we veel van hetzelfde krijgen voorspelt Van Lieshout, en stomen we onze jeugdige lezers nooit klaar voor de ‘echte’ literatuur. Want: “… zo holt de leesvaardigheid van kinderen – en automatisch de volwassenen van de toekomst – achteruit.
    Ja, dan denk je wel verdorie, daar moet iets aan gedaan worden!

    Tirade
    Auteur: Onder redactie van Daan van Doesborgh, Anja Sicking en Marko van der Wal
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    TERRAS #13 China

    Chinese literatuur is een van de oudste literaire tradities ter wereld en gaat duizenden jaren terug. Het is nog maar sinds kort dat Chinees proza en poëzie steeds meer binnen het bereik van de Nederlandse lezers komt. Deels heeft dit mogelijk te maken met het feit dat de gebruiken en omgangsvormen in China volkomen vreemd zijn voor de westerse lezer. En natuurlijk speelde de Chinese censuur een grote rol, daardoor werd er maar weinig vertaald. Gelukkig zijn er op dit moment veel vertalers uit het Chinees, zo laat Sylvia Marijnissen – zelf vertaalster uit het Chinees en recensent van Chinese literatuur – in deze editie zien. Veel proza, poëzie en essays uit China, Hongkong, Taiwan en de VS.
    Marijnissen nodigde enkele vertalers uit om hun favoriete passages uit de Chinese literatuur te vertalen. Dat levert een boeiende verzameling literatuur op die een mooi zicht geeft op het China van nu. Met onder meer een vertaling door Daan Bronkhorst van enkele gedichten van Liu Xia, (weduwe van Liu Xiaobo, de mensenrechtenactivist en winnaar Nobelprijs voor de Vrede, in 2017 in gevangenschap overleden). Liu Xia schrijft toegankelijke poëzie, hier en daar teder en licht, hoewel haar omstandigheden benauwend zijn. Zoals in het gedicht: ‘Ingesloten – voor Xiaobo’.

    Zodra je op de trein stapte / ging ik zitten wachten bij de telefoon, / vol angst. Er zijn dingen / waaraan ik niet ontkom / je verdween plotseling / en liet me je schaduw die / bleef hangen.

    Verder in het nummer: Drie door Laurens Vancrevel vertaalde gedichten van Breyten Breytenbach en een essay van schrijver en vertaler Piet Meeuse, ‘Over het nut van fictie – Twee theorieën over het vertellen van verhalen’. Een boeiend stuk waarin Meeuse stelt dat fictie ons helpt te overleven: ‘Fictie komt tegemoet aan (…) het zoeken naar oplossingen voor ingewikkelde problemen. Daardoor wordt ons gedrag flexibeler en zijn we beter in staat toekomstige problemen op te lossen.’

    Terras lezen is als reizen over de wereld, naar ongekende gebieden waarbij je de verassingen van andere culturen ervaart. En dat alles vanonder de schemerlamp.

    Wie meer wil lezen over vertaalde Chinese literatuur: kijk eens op de website van Sylvia Marijnissen.

    TERRAS #13 China
    Auteur: Onder gastredactie van Silvia Marijnissen
    Uitgeverij: Stichting iwosyg
  • Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

    Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

    Astronaut van Pieter Kranenborg stelt de recensent voor een dilemma: wel of niet beginnen over het geboortejaar van de schrijver? Er wordt soms teveel nadruk gelegd op een opvallende leeftijd van de auteur, vooral vanuit de marketing hoek. Terwijl dit gegeven uiteraard niets zegt over de kwaliteit van het geschrevene. Anderzijds valt een boek met deze informatie soms beter te plaatsen, of kan de schrijver worden geduid binnen een generatie. Dus vooruit maar: Kranenborg komt uit 1994 en was tweeëntwintig jaar oud bij het publiceren van zijn verhalenbundel Astronaut.

    Deze bundel bevat acht verhalen, de meesten zo’n 10-20 pagina’s lang met twee uitschieters: Lifter haalt de 70 en Nachtwolken gaat over de 50 pagina’s heen, de omvang van een kleine novelle. Dit zijn ook direct de beste stukken, waarin de speelse stijl van Kranenborg goed tot zijn recht komt en er tevens boeiende narratieve en thematische ontwikkeling plaatsvindt.

    Surrealistische elementen
    Lifter
    speelt zich af in Japan, waar de ik-persoon probeert rond te reizen, deels daartoe aangezet door zijn  vrienden. Hij lijkt vooral zoekende naar wat anderen zo aanspreekt in het reizen en vraagt zich af of er misschien een geheim is dat hij over het hoofd ziet. Na zelf gestrand te zijn in een hostel ergens onderweg, raakt hij gefascineerd door het blog van een man die te voet door Japan trekt. Hij besluit deze wandelaar op te wachten. De ontmoeting loopt uit op een soort confrontatie, en dat brengt de ik-persoon tot dit inzicht: ‘Je creëert met reizen een klein, extra leven, een leven binnen het leven, waar je altijd uit kunt stappen zonder dat je meteen doodgaat.’

    Het slotverhaal Nachtwolken bevat wat meer surrealistische elementen. Centraal staat een geheimzinnig feest dat af en toe onaangekondigd plaatsvindt; alleen de deelnemers weten waar en vooral wanneer. De trambestuurder die de hoofdpersoon is van het verhaal, ziet zijn vaste levensritme ontregeld wanneer hij eenmaal op zo’n feest verzeild raakt. Hij blijft herhaling van dit moment najagen, als een verloren graal. Ondertussen wordt hij omringd door meerdere buitenissige personages, zoals een blinde golfer en een meisje dat rondloopt in een trouwjurk en verliefd is op Nietzsche.

    Longread
    Een rode draad door de verschillende verhalen is het (on)vermogen om in het hier en nu te zijn. De protagonisten hebben moeite regie te voeren over hun eigen leven zonder te blijven hangen in het verleden of de toekomst te ontwijken. Dat dit niet altijd louter een individuele aangelegenheid is, wordt aardig geïllustreerd met het verhaal In Lieverlingelande komt de dood uit China, dat de vorm heeft van wat in de journalistiek inmiddels een ‘longread’ heet. De vergrijzing van het Nederlandse achterland wordt hierin afgezet tegen de onstuitbare ontwikkeling en urbanisatie van China. Goedkope grafkisten uit Azië splijten een Hollandse plattelandsgemeenschap in tweeën en dwingen de inwoners tot een keuze tussen het vertrouwde en het nieuwe.

    De titel van de bundel is afkomstig van één van de verhalen, maar sluit ook aan bij het hoofdthema: kunnen wortelen in tijd en ruimte. Een astronaut is bij uitstek iemand die zich buiten het dagelijkse plaatst. De ruimtereiziger creëert in extremere mate dan de wereldreiziger een tweede leven met ontsnappingsclausules, op een plek waarvandaan je de hele planeet kan vatten in de cirkel tussen je duim en wijsvinger. “Kijk niet om, ga steeds vooruit”, zo zingt Spinvis de astronaut toe in zijn gelijknamige song, terwijl Kranenborg zijn personages juist van een afstand hun blik laat focussen op het eigen bestaan.

    Vertelexperimenten
    De stijl is in de hele bundel prettig;  goedlopende zinnen, soepele overgangen, en geregeld een fraai beeld: ‘[…] de tijd is als een grote ritssluiting. Het heden is een hand die de glijder omhoog trekt en daarmee het verleden vastlegt, de momenten onherroepelijk in elkaar haakt. Intussen is de toekomst weids, nog ongebonden. […] Maar de hand met de glijder gaat steeds verder omhoog en trekt samen wat ooit volledig gescheiden was.’

    In de opzet en vorm van de verhalen zit vrij veel variatie, hoewel er bijna altijd geschreven wordt vanuit het ik-perspectief en in de verleden tijd. Kranenborg schuwt ook vertelexperimenten niet. Het titelverhaal bijvoorbeeld adresseert expliciet de onbetrouwbare verteller. Dat gebeurt al in de openingsalinea: één van de drie dingen die verteld worden in dit verhaal zal niet waar zijn. Maar al lezende blijkt het nogal wat complexer te liggen dan dat. Een ander stuk, De wolken in, is dan weer veel conventioneler en misschien meteen wel het minste verhaal uit de gehele bundel.

    Pieter Kranenburg schrijft goed en met lef, en dat niet alleen voor zijn leeftijd. Vooral zijn langere verhalen beloven wat voor de toekomst. Voor nu geeft deze auteur met Astronaut alvast een veelbelovend visitekaartje af.

     

     

     

  • Oogst week 21

    Astronaut

    Met geboortejaar 1994 is Pieter Kranenborg niet alleen een van de jongste debutanten bij zijn uitgever, maar in het hele literaire veld. Kranenborg, die in 2015 de Aanmoedingsbeurs bij Hollands Maandblad kreeg toegekend, publiceerde o.m. in Tirade en Hollands Maandblad. In zijn verhalen gaat het om beweging. Een van de verhalen begint met: ‘Mijn vader is een astronaut, ik heb een buurmeisje gehad dat ’s nachts Debussy speelde, en mijn broer woont in Zweden. Een van de drie dingen is niet waar. Waar zal ik mee beginnen?’
    Klinkt goed.

    Astronaut
    Auteur: Pieter Kranenborg
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.

    Zondagavondbuurt

    Het duurt even voor de juiste gegevens gevonden zijn op de site van Uitgeverij Passage – misschien is een update een keer een idee? Schrijver en dichter Paul Gellings komt nu met een verhalenbundel die, volgens de flaptekst/uitgeverssite, doordrenkt van een aan Gellings’ eerdere werk verwante, dromerige, melancholieke sfeer, waarin de humor niet geschuwd wordt. Van leraren die wel erg intiem zijn met hun leerlingen tot gewelddadige buschauffeurs tot een wellustige tante die haar jonge neefje het bed in lokt, het belooft een fijne absurde rit te worden.

    Zondagavondbuurt
    Auteur: Paul Gellings
    Uitgeverij: Passage, Uitgeverij

    De Tanimbar-legende

    De kleurrijkste uitgeverij van Nederland – aldus In de Knipscheer zelf – komt met een heruitgave van deze in 1992 verschenen oorlogsroman van schrijver Aya Zikken. En dat is goed, want als er een onderwerp nooit verjaart, dan is dat WO2 en diens nasleep. In deze belangrijke roman klinkt het geweten van een natie door die in zal moeten zien dat haar koloniale dromen grotendeels op een illusie hebben berust.

    De Tanimbar-legende
    Auteur: Aya Zikken
    Uitgeverij: Uitgeverij In de Knipscheer

    Couperus in de Oriënt

    Ter gelegenheid van de tentoonstelling De Oriënt verkend. Op reis met Louis Couperusen Marius Bauer in het Louis Couperus Museum heeft José Buschman haar Een dandy in de Oriënt. Louis Couperus in Afrika hernieuwd. Met vele onbekende foto’s, recente vondsten en citaten reconstrueert zij Couperus’ tocht door de woestijn.

    De reisboeken van Louis Couperus trokken altijd de aandacht vanwege hun levendigheid, Met Louis Couperus in Afrika uit 1921 vormt hierop de uitzondering. Zes maanden reisde de schrijver door Algerije en Tunesië, de Haagse schilder Marius Bauer bezocht Noord-Afrika een jaar later. Zijn schetsen ademen de oosterse schoonheid die ook Couperus zo kon bekoren. Anders dan bij Bauer lijkt bij Couperus de oriëntaalse vervoering gaandeweg te zijn verdwenen. Was zijn esthetische kijk opgewassen tegen de realiteit van de Franse overheersing, de islam en de armoede?

    Couperus in de Oriënt
    Auteur: José Buschman
    Uitgeverij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen