• Poëzie als zoektocht naar een gemeenschappelijke taal

    Poëzie als zoektocht naar een gemeenschappelijke taal

    De bundel Tijd van de aarde van de Russische dichteres Galina Rymboe (1990) kwam tot stand dankzij een crowdfundingsactie en is het zevende deel in de Sporenreeks voor hedendaagse experimentele poëzie van Uitgeverij Perdu. De gedichten werden vertaald door Pieter Boulogne,  universitair docent Russische Letterkunde in Leuven. Het betreft een behoorlijk ambitieuze bundel. Dat blijkt meteen al uit het motto van een halve pagina van de vermaarde theoreticus van het anarchisme Pjotr Kropotkin (1842-1921). Het beschrijft de constante strijd tussen het individu en zijn omgeving die door de voortschrijdende tijd steeds aan verandering onderhevig is. Het individu past zich omwille van de harmonie voortdurend aan.

    Gemeenschappelijke taal

    Rymboes gedichten gaan over de veranderende tijd en ruimte en hoe de mens zich hiertegenover verhoudt. Over dat laatste heeft zij een sterke mening. Tijd van de aarde is behalve een filosofische ook een politieke bundel. Rymboe afficheert zichzelf als feminist en activist. Ze probeert mensen dichter bij elkaar te brengen, door te streven naar een gemeenschappelijke taal en deze terug te brengen tot de essentie.

    Ondanks deze aspiraties valt het niet mee om Rymboes wereldbeeld uit haar complexe en hermetische poëzie te herleiden. Om er een een beetje vat op te krijgen is het raadzaam om eerst het tien bladzijden tellende nawoord van de Russische critica Anna Glazova te lezen. Door de hoogdravende, academische taal en frequente verwijzingen naar filosofen is dit overigens ook beslist geen sinecure.

    Onstuitbare woordenstroom

    Ook de vorm maakt de gedichten moeilijk vatbaar. Het betreft voor het grootste gedeelte titelloze prozagedichten. Alleen de vijf delen hebben titels. De teksten bevatten geen hoofdletters en spaarzame interpunctie. Er is nauwelijks gebruik gemaakt van typografie, behalve een enkele woordgroep die cursief gedrukt staat. Het voordeel van deze dichtvorm (hoewel je eerder kunt spreken van het ontbreken van vorm) is natuurlijk dat het de dichter grote vrijheid geeft. Aan de andere kant wordt die van de lezer er enorm door beperkt. Door het ontbreken van (wit)regels zijn er geen rustpunten waar je je even kunt wijden aan eigen gedachten en mijmeringen. Er is ook geen houvast, waardoor je de draad nog wel eens kwijtraakt. Je kunt je eigenlijk alleen maar overgeven aan de voortdenderende woordenstroom.

    Huidige tijd, nieuwe taal

    Rymboe trekt de lezer in deze gedichten nadrukkelijk naar zich toe. Zij wil overtuigen. Haar toon is heftig en direct: ‘een voetbalveld, getransfigureerd door een ontploffing; op zijn grenzen en bijeenkomst van vrouwen rondom klinkende kegels die de aarde opblazen, een aantal foto’s van de bijeenkomst, erna vertoond in het hoofdgebouw onder het geraas van een traumahelikopter’.

    Rymboe schrijft over het hier en nu van het huidige Rusland, vol industriële ruïnes en verlaten landschappen. Ze probeert deze werkelijkheid in een objectieve, ‘materialistische’ taal te beschrijven. Dat is een probleem omdat taal beladen is, vol oude betekenissen. De werkelijkheid moet worden ‘bevrijd van het teken’ om haar opnieuw te kunnen beschrijven.

    Traumahelikopter

    In het eerste en meest omvangrijke deel van de bundel, ‘Een leven in de ruimte’, beschrijft ze de huidige ruimte. Alle taalregisters worden hiervoor opengetrokken. Soms is de taal droog, bijna journalistiek (‘in de republiek van het grijze licht zit terrorisme in de ceremonialiteit van het handelscentrum, in een Nike-pak, in geneeskunde en technologieën’), dan weer poëtisch (‘een staking van karren langs de snelweg en hun groene rook. een signaal van een verwoeste fabriek, en van een nachtboerderij een knarsende gil’). Steeds doemt er een somber en desolaat beeld van de werkelijkheid op. Verder staan haar gedichten bol van de filosofische, in academische taal vervatte mededelingen (‘vereist iedere verandering de aanwezigheid van een bepaalde niet-uitgedrukte overvloed ofwel residu, een of ander niet-relationeel deel objecten dat hen toelaat om nieuwe relaties binnen te stappen’). Het is dan alsof je een filosofisch traktaat leest.

    Vervagende grenzen

    Beelden komen vaak terug, zoals het hierboven geciteerde beeld van de traumahelikopter. Maar ook dat van de ‘camera’ – een belangrijk motief – die net als de dichter de werkelijkheid waarneemt, ‘de tanker boven het water’ die als de tijd voorbijglijdt of de ‘gletsjer’ waarin het verleden ligt gestold. Het gaat ook steeds om dezelfde thematiek, zij het net even iets anders verwoord of belicht.

    Volgens Rymboe is er sprake van een voortdurende overgang tussen verleden en heden, tussen personen en ruimte, zelfs tussen man en vrouw, waarbij de grenzen onduidelijk zijn. Steeds ontstaat er weer een nieuwe werkelijkheid:

    ‘Alsof je een naald bent geworden, deze morgen bent geworden en de gewaarwording openprikt; en opnieuw keert alles terug naar de naad: dat jij mijn moeder of boek bent, jullie zijn tezamen in het zand van het gezicht gedompeld. druppels van camera’s, door anderen uit ons verzameld, uit onze ervaring, dunne schaduwen, die vuur en klei organiseren, verschaffen aanraking tot jou via een onmogelijk moment, het doorgelaten teken in het werkelijke boek’.

    Nieuwe ordening

    Een nieuwe werkelijkheid vraagt om een nieuwe ordening in taal. Dat dit problematisch is, blijkt uit het tweede deel (‘manieren om de materie te organiseren’): ‘de redenen van de materie zijn niet betrokken bij haar organisatieprincipes, het teken heeft niet te maken met wat het doet; en de overblijvende betekenis houdt zichzelf zowat vast aan de delen, zich oprollend in de diepte van een gesloten kamer die aangeschroefd is rondom haar bestaan binnen de soort ‘kamer’’.

    De materie ontwikkelt zich autonoom van het teken. Maar toch hebben we taal nodig om uit te maken wie we zijn en om met elkaar te kunnen communiceren. Dat is de taak die de dichter zich heel idealistisch in deze bundel stelt. Ze gebruikt voor die nieuwe taal, waarvoor de oude moet verdwijnen, het religieuze begrip ‘transfiguratie’: ‘dit is het boek van de teloorgang, binnen de grenzen van het geheugen gestouwd en in de vlakte waarop de scherven van de schepping ontdaan van kenmerken gelegen zijn, weggeblazen worden door de transfiguratiewind’ (uit deel drie ‘fragmenten uit de cyclus ontdaan van kenmerken’).

    Bereikbaarheid

    Je moet er dan wel vanuit gaan dat iedereen deze taal zal begrijpen. Het is echter onvoorstelbaar dat een arbeider aan deze gedichten een touw zal kunnen vastknopen. In de laatste twee delen wordt Rymboes toon iets persoonlijker en daardoor minder verkrampt. In een droom voert de ‘ik’ een conversatie met haar moeder: ‘Hoe doe je dat, na wat er gebeurd is, in dit huis? ze antwoordt: ik weet wat er gebeurd is, maar dat verhindert me niet om bakmeel met water te kneden in mijn huis, om dit huis te behoeden’. Na al die abstracte gedichten is dat een verademing.

     

  • Oogst week 11 -2019

    Het lange voorjaar

    Het is een origineel uitgangspunt van de Engelse bioloog Laurence Rose voor zijn boek Het lange voorjaar. Hij gaat aan de hand van de vogeltrek het voorjaar ophalen om mee te nemen naar Europa. Daarvoor reist hij in februari naar Noord-Afrika om vervolgens via Spanje en Frankrijk met de terugkerende vogels mee naar Groot-Brittannië te gaan. Vanuit Engeland reist hij vervolgens met de vogels terug naar hun broedgebieden in Zweden en Finland, om te eindigen in het midzomerlicht aan de meest noordelijke kust van Noorwegen. Vergezeld van ooievaars, zwaluwen, arenden en wilde zwanen brengt Rose de landschappen en de natuur van Europa tot leven en toont het uit zijn winterslaap ontwakende continent.

    […] ‘Het stof en het vocht van Afrika zitten in het vlees van twee miljard vogels, die aan de trek naar het noorden beginnen. Ze zijn weliswaar Europees van geboorte, naar hun aard zijn ze Afrikaans. Elke pees of spier die ze hiernaartoe heeft voortgestuwd, alle brandstof die ze voor hun reis hebben opgevet plus het grootste deel van de verentooi waaraan ze hun luchtwaar- digheid ontlenen, alle dragen ze Afrika in zich. Vogels die in een Engelse akker of Finse aapa aan hun einde komen, voeren een vleugje regenwoud naar noordelijke regionen mee, en hun na- geslacht neemt het later in het najaar weer mee terug.’ […]

    Het lange voorjaar
    Auteur: Laurence Rose
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De zaak Beukenoot

    Schrijfster en politica Marianne Philips (1886 –1951) had een bewogen leven. Ze werd geboren in een welvarend, groot joods gezin. Haar vader stierf toen ze nog heel klein was, haar moeder toen ze veertien was. Het gezin verarmde en moest verhuizen naar een kleine huurwoning. Die ervaring zou ze later gebruiken voor haar roman Henri van den overkant (1936).
    Op jonge leeftijd werd ze lid van de SDAP en werd in 1919 als een van de eerste vrouwen, gemeenteraadslid voor die partij.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog doken zij en haar man, vakbondsman Sam Goudeket, op verschillende adressen onder, eerst gezamenlijk, daarna apart. In die jaren werd ze ziek; ze heeft jaren in het ziekenhuis gelegen en ook daarna bleef ze bedlegerig.

    In 1950, een jaar voor haar dood, was haar novelle De zaak Beukenoot het Boekenweekgeschenk van dat jaar. De zaak Beukenoot gaat over een gerechtelijke dwaling en is een aanklacht tegen klassenjustitie. Uitgeverij Cossee die het nu opnieuw uitbrengt zegt hierover: ‘deze frisse, psychologische novelle blijkt na meer dan vijftig jaar nog altijd actueel.’

    De zaak Beukenoot
    Auteur: Marianne Philips
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De biecht

    Tegelijkertijd met De zaak Beukenoot geeft Cossee ook het autobiografische De biecht opnieuw uit.

    Marianne Philips beschrijft in De biecht een leven van rijkdom, vernedering, haat en liefde. Wat begint als het verhaal van een ambitieuze vrouw, die onverwachts een moederrol voor haar jongste zusje moet vervullen, verandert in een koortsachtige val van haar zelfgebouwde voetstuk.

    Uit het werk van Philips blijkt een grote belangstelling voor ethische, filosofische en sociale vraagstukken.

    Na haar dood werd tot en met 1975 jaarlijks de Marianne Philipsprijs uitgereikt voor werk van auteurs vanaf vijftig jaar die nog steeds creatief waren maar van wie het werk enigszins op de achtergrond was geraakt of dreigde te raken.

    Het is interessant om te zien welke schrijvers deze prijs hebben ontvangen en wie er heden ten dage nog lang niet vergeten zijn.

     

    De biecht
    Auteur: Marianne Philips
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Tijd van de aarde

    Mede dankzij crowdfunding kon de uitgeverij van stichting Perdu deel 7 in de Sporenreeks, Tijd van de aarde van Galina Rymboe ook daadwerkelijk laten drukken. Om hedendaagse experimentele poëzie in het Nederlands te vertalen en uit te geven is in 2013 deze reeks opgericht. In elk nieuw deel is een essay opgenomen waarin de dichter uitgebreid wordt voorgesteld.

    Galina Rymboe is een Russische dichter die opgroeide na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Perdu schrijft over deze schrijfster en haar bundel: ‘Galina Rymboe, een vernieuwende stem binnen de Russische literatuur, roept in haar gedichten postapocalyptische werelden op: oude structuren, herinneringsruïnes, verdrogende rivieren, verlaten opgravingsterreinen. Gewaarwordingen, abstracties en intieme momenten stromen in haar meeslepende taal in elkaar over. Ook het geheugen is in verval geraakt. Maar hoe verwoest, afgedankt of uitgewoond de werelden in deze bundel ook zijn, de dichter blijft zoeken naar manieren om naar huis terug te keren, een plek te vinden die ons kan behoeden. Tijd van de aarde is poëzie van het anthropoceen.’

    Tijd van de aarde
    Auteur: Galina Rymbu
    Uitgeverij: Uitgeverij Perdu

    De grote angst in de bergen

    Tot slot aandacht voor De grote angst in de bergen, een uitgave uit 1926 van Charles-Ferdinand Ramuz (1878-1947), een in Zwitserland bekende, maar daarbuiten onbekende schrijver.

    De grote angst in de bergen gaat over een groep herders die de koeien van het dorp voor de zomermaanden naar een braakliggende alpenweide brengt, vlak onder de gletsjer, waar zich twintig jaar eerder vreemde ongelukken hebben voorgedaan. Volgens de oudere dorpsbewoners is die weide vervloekt. Als de koeien besmet raken met de ‘ziekte’, worden vee en herders in quarantaine geplaatst. De bange, bijgelovige, van de buitenwereld afgezonderde herders verliezen gaandeweg hun menselijkheid. Dan slaat alles om – de grote angst grijpt om zich heen.
    De grote angst in de bergen 
    geldt volgens uitgeverij Van Oorschot als het meesterwerk van Ramuz.

    Vertaler Rokus Hofstede schrijft in zijn nawoord:
    […] ‘Ramuz’ schrijverschap had een paradoxale inzet: hij was een moderne anti-modernist. Ramuz mengde archaïsche thema’s met een experimentele, innovatieve stijl; omdat hij bijna uitsluitend schreef over het boerenleven en argwanend stond tegenover de zegeningen van vooruitgang en moderniteit, werd hij vaak – maar ten onrechte – aangezien voor een auteur van heimatromans en streekverhalen. Tegenwoordig wordt algemeen aanvaard dat Ramuz geen regionalist was maar een bij uitstek modern schrijver, die met zijn vernieuwingen van de romankunst zijn tijd ver vooruit was.’ […]

    En:

    […] ‘Ramuz’ ontdekking was de spreektaal: hij streefde naar een ‘grote boerse stijl’, waarvan de ritmes en klanken waren geënt op de gesproken taal van de wijnboeren en landbouwers uit zijn geboortestreek. De ruwe grootsheid van de natuur die hij beschrijft gold ook voor zijn stijl, die hardhandig brak met de Parijse canon van de goede smaak. Het ‘ramuzisme’ stond in de jaren twintig en dertig bij heel wat puristische Parijse critici voor taalverloedering (‘Als hij een Frans schrijver wil zijn, laat hij dan onze taal leren!… En als hij die niet wil leren, laat hij dan een andere taal gebruiken!’)’ […]

    De grote angst in de bergen
    Auteur: Charles-Ferdinand Ramuz
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot