• Wereld van onvermogen

    Wereld van onvermogen

    Dat je aan niemand, zo in het dagelijkse leven, kunt zien dat er seks in het spel is. Dat er verlangens zijn. Ik bedoel, de mens, netjes gekleed, goed gekapt, zeg maar, presentabel. Hoe vreemd gedachten kunnen zijn, hoe goed verborgen de dingen kunnen blijven. Alleen ik zelf ken mijn slechtste gedachten. In een boek vinden die hun plaats. Een boek als manier om onverbloemd de waarheid te zoeken.

    Wie ik ben, van Levi Jacobs is rauw en dwingend. De ik lijdt aan eenzaamheid. ‘Een eenzaamheid zo diep dat ik erin verdrink.’ Schrijven de manier zichzelf te ontdekken. ‘Ik moet gewoon ergens beginnen. De rest komt later wel.’ Om die eenzaamheid te overwinnen, verlaat hij zijn vriendin. Begint een relatie met een jongere vrouw. Is verslaafd aan porno en drugs. Het wordt er allemaal niet mooier op als hij tijdens een triootje een van de vrouwen tegen haar zin penetreert. Diezelfde nacht een zwerver in elkaar slaat. 

    Dit boek voelt als het betreden van een gebied waar vergeten is het bordje ‘Verboden toegang’ bij te zetten. Het is intiem, en heftig. Al is er met de constructie, de intentie van de schrijver, niets aan de hand. Ik lees over de transitie van een jonge advocaat naar schrijver.

    Over het verlaten van zijn vriendin zegt hij tegen zijn vader, een gepensioneerde huisarts die in zwijgzaamheid excelleert, ‘Ze belemmerde me. Een schrijver hoort niet in een gerenoveerd appartement in een Haagse yuppenwijk.’

    In Why I Write zegt Joan Didion dat ze schrijft ‘om te ontdekken wat ik denk [..] Wat ik wil en waar ik bang voor ben.’

    Levi Jacobs raakt aan zijn diepste zelf, iets om te herschrijven. Juist vanmorgen belde ik met een vriendin die zei dat ze een nieuw mensbeeld van zichzelf moest schrijven. Haar zelfbeeld klopte niet meer met hoe ze de wereld om zich heen verdroeg.

    Hokwerda’s kind was een heftig boek. Zelfdestructie, mentale verwaarlozing, seksuele uitbarstingen die in vechtpartijen eindigen. Wie ik ben blaast je van je sokken. Levi Jacobs overschrijdt de grens van het toelaatbare. Dat is wat schrijven vraagt, de naakte waarheid.

    Hij wil Salinger, zegt hij tegen zijn ex-vriendin als hij met zijn sleutel haar (voorheen hun) huis binnendringt om zijn boeken te halen. Welke boeken zou ik willen als ik huis & haard verlaten had? Ik denk Ginzburg, Zo is het gebeurd, Pruis, die me in het gelid zet, in schrijvende zin. En Braaf meisje van Philip Roth.

    Het noemen van schrijvers als Nanne Tepper zijn als een plaatsbepaling van Jacobs  in het literaire veld. Jeroen Brouwers schreef over Nanne Tepper: De avonturen van Hilliebillie Veen is even autobiografisch als De eeuwige jachtvelden […]  men komt er dezelfde ingekookte ikken in tegen en Hillie Veen, […] is geen ander dan Nanne Tepper zelf.’ Ik zou hier kunnen zeggen dat de Levi in Wie ik ben, de ingedikte ik, geen ander is dan de schrijver Levi Jacobs zelf. Ondanks de roman aanduiding.

    Als twaalfjarige zet Levi een jongen die hem had afgerost met een afgebroken ruitenwisser, een revolver tegen het hoofd. De macht die hem bij deze overspoelt. ‘Ik Levi, onaantastbaar. Gevreesd. Niemand kan mij wat maken.’ Een beeld dat zijn leven toonzet, hem opbreekt.

    Meer over schrijven. Toen hij in Marokko was. ‘Ik struinde wat door Marrakesh, was vrij en gelukkig. Schreef verhalen, at tajine, rookte aan een stuk door’ Het is de enige passage in het boek waar van geluk gesproken wordt. Annie Dillard karakteriseert het maken van een boek als ‘het leven in zijn meest vrije vorm’. Dat we onszelf een beeld maken waarin we geloven, ten goede of ten kwade.

    Dan, de onbetrouwbare moeder. Als kind las ze hem voor uit Marga Minco en Mulisch. De jongen wil niets liever dan dat het leven zo blijft. ‘Mama die op me wacht. Mij rondrijdt, haar jongste kind, haar cadeautje, verrassing, haar kroonprinsje, haar liefje.’ Onbetrouwbaar omdat de volgende dag er geen warm welkom is, moeder rokend in haar stoel, haar theemok als asbak. Houdt ongemakkelijke monologen over de wereld die naar de klote gaat. God, wat laat dit zich goed lezen.

    Levi voelt de ogen van zijn moeder overal, het stempel dat ze op hem gezet heeft. ‘In alles wat ik deed schemerde haar oordeel door. […] Ik raakte angstig terwijl ik vree, bedacht op het beeld van haar dat zomaar weer kon komen opzetten.’ En dan: ‘Iets in mij is misvormd.’

    De moeder: ‘Waarom nemen mijn kinderen me zo serieus?’

    Het is nog niet genoeg. Levi is onaardig, een obsessieve mastrubeerder, een fetisjist van dames ondergoed, sokjes, en dat alles kan zijn onpeilbare eenzaamheid niet dempen. Hij wil een raadselachtig figuur zijn, een schrijver. Net las Robert Bolanõ en B. Traven. ‘Ik sla mijn notitieboek open en schrijf dat ik naar het vliegveld moet gaan en een vlucht moet boeken naar Mexico.’ Wat hij niet doet. Er is een wereld van onvermogen die aan zijn voeten ligt.

    Wat er doorschemert. Zijn ouders hebben hem gevormd, maar zijn niet verantwoordelijk voor zijn eenzaamheid, het ontbreken van geluk. Dat is wat waard.
    ‘Waarom, vraag ik me af, waarom moeten we overal woorden aan toekennen?’, denkt Levi als zijn vader bij de uitvaart van diens zus enkel, ‘Lieve zus… Slaap zacht.’, in de microfoon fluistert. Dit is geen biecht, maar een knap geschreven bildungsroman.

     

     

    Wie ik ben / Levi Jacobs / 205 blz. / Atlas Contact


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over wat ze leest en wat haar beweegt.

     

     

  • Wat lezers ervan maken

    Wat lezers ervan maken

    Sinds het zomer is, word ik elke ochtend om vijf uur wakker. Het eerste daglicht schemert door het slaapkamerraam naar binnen. Aan de muur worden de contouren van een omlijste tekening zichtbaar, het tafeltje daaronder. De boomtoppen waar ik vanuit mijn bed zicht op heb, vangen de eerste zonnestralen. Naast het bed ligt een klein essay in boeken. Ik lees in Claudia Roth Pierponts biografie van Philip Roth, Een schrijver en zijn boeken aan de hand van de boeken die hij publiceerde en de schrijvers die hij bewonderde. Een biografie lees je bij uitstek in bed, als het huis nog stil is. De schrijvers die in deze biografie voorkomen en die ik in huis heb, verzamelde ik naast mijn bed. Sommige daarvan, zoals Hemingway, Henry James en Isaak Bashevis Singer, nog uit de boekenkast van mijn vader.

    Ik lees over Roth’s huwelijk met Maggie Williams, die hem bedroog met een zwangerschap, en met de abortus van die niet bestaande zwangerschap. Williams stond model voor Lucy Nelson in Een braaf meisje, dat Roth schreef om zijn naargeestige huwelijk met haar te verwerken. Hij werkte er vijf jaar aan. Soms kreeg hij maanden niets op papier. Het is het boek dat hem het meest heeft gekost, het minst opleverde. In Roth’s biografie door Blake Bailey wordt weinig aandacht aan dit boek besteed. Critici vonden dat hij zichzelf als schrijver met dit boek had overschat. Later werd het personage Lucy gezien als een goed neergezette, maar mislukte feministe. 

    Wat lezers maken van wat een schrijver schrijft of zegt moet geheel ten  laste worden gelegd van de lezer. Mijn vorige column ging over Astrid H. Roemers laatste roman Dealers dochter. Ik schreef dat Roemer in de jaren zeventig de boeken van Brouwers, Wolkers en Nooteboom verslond. De schrijfster reageerde op mijn interpretatie van haar roman:‘Goed begrepen, houden zo, I Like it’. Maar liet ook weten dat ze geen boeken verslindt, ‘Ik lees traag en geconcentreerd.’ Waarop ik mijn column aanpaste. 

    Philip Roth had er na zijn schrijversleven een dagtaak aan om de dingen die recensenten, interviewers en allerhande duiders over zijn teksten en hemzelf beweerden, recht te zetten. ‘er is zoveel over hem geschreven en zo vaak zijn het verkeerde dingen, maar beweringen beginnen desondanks wortel te schieten in de geschiedenis. Wat hij nu opschrijft is om dat allemaal recht te zetten, voor de toekomst.‘, schrijft Claudia Roth Pierpont. Nadat hij in 2012  had laten weten te stoppen met schrijven, bleef hij losse aantekeningen maken over wat er in hem opkwam, schreef stukken waarvan er een als ‘Open letter’ in The New Yorker werd gepubliceerd. Over de misvatting dat zijn personage Coleman Silk in De menselijk smet, was gebaseerd op The New York Times recensent Anatole Broyard. Roth verklaarde: ‘Neither Broyard nor anyone associated with Broyard had anything to do with my imagining anything in The Human Stain.’

    Zo lees ik me van het een naar het ander, heb ik In de greep van Henry James onder handen, De duizendkunstenaar van Lublin van Bashevis Singer, herinner me dat ik alle boeken die Roth op weg hebben geholpen nog moet lezen. Alsof ik daarmee de schrijver nader kom, de illusie koester een compleet beeld van alles te krijgen.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, leeft lezend.

     

     

  • Oogst week 17 – 2021

    De laatste gasten, Liefde heeft geen hersens, Schoppenvrouw

    Mensje van Keulen (1946) is al vijftig jaar niet meer weg te denken uit de literatuur. Ze stond verschillende keren op de longlist en shortlist van de Libris Literatuurprijs, kreeg in 2014 de Constantijn Huygens-prijs en won ruim twee maanden geleden de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste korteverhalenbundel van het afgelopen jaar. De laatste gasten, Liefde heeft geen hersens, Schoppenvrouw is een bundeling van Van Keulens drie recentste romans. De laatste gasten gaat over een landhuis aan de Amstel vol kunstenaars, waar de komst van hoofdpersoon Florrie de onderlinge verhoudingen op scherp zet. In de laatste gasten vermoedt een weduwe dat haar eigen zoon betrokken is bij de overval op een bejaarde vrouw. Ook Schoppenvrouw gaat over een overval, maar deze keer denkt een moeder haar dochter te herkennen wanneer beelden van het misdrijf bij Opsporing Verzocht worden vertoond.

    Ter ere van vijftig jaar schrijverschap en de vijfenzeventigste verjaardag van Mensje van Keulen organiseert uitgeverij Atlas Contact in samenwerking met Hebban een schrijfwedstrijd. De deadline hiervoor is 1 juni. Meer informatie over deze wedstrijd is hier te vinden.

    De laatste gasten, Liefde heeft geen hersens, Schoppenvrouw
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De tas

    Een man laat zijn tas achter in een stationshal. In de eerste instantie lijkt hij hem te zijn vergeten, maar al snel blijkt dat het een bewuste actie was. Dit kleine voorgeval wordt in De tas door Désanne van Brederode (1970) groots uitgewerkt: in plaats van antwoorden te geven stelt de man juist meer vragen.

    Niet alleen hij doet dat, ook het verhaal zelf verrast met vragen. Is de man met de tas eigenlijk wel de hoofdpersoon? En horen voorwerpen, zoals de tas, eigenlijk ook een stem te krijgen? Dat Van Brederode behalve schrijver ook filosoof is, komt duidelijk terug in De tas. Eerder publiceerde ze al meerdere romans en essays.

    De tas
    Auteur: Désanne van Brederode
    Uitgeverij: Querido

    Philip Roth

    Philip Roth (1933-2018) was een Amerikaanse schrijver en kind van tweede generatie Joods-Amerikaanse ouders, een thema dat vaak terugkomt in zijn werk. Hij schreef tientallen romans en won onder meer de Pulitzer-prijs en de Man Booker International Prize.

    Hij gaf biograaf Blake Bailey (1963) toestemming om zijn levensverhaal in boekvorm te gieten. Bailey kreeg toegang tot Roths archief en sprak met talloze belangrijke mensen in diens leven. Niet alleen Roths literaire carrière komt uitgebreid aan bod, ook duikt Bailey in het turbulente liefdesleven van de auteur en onthult nieuwe inzichten. Het resultaat is een uitgebreide biografie die ook nog eens uiterst leesbaar is, vertaald door Lidwien Biekmann en Frank Leken. In de Verenigde Staten is deze biografie niet meer in productie bij uitgeverij W.W. Norton omdat Bailey wordt beschuldigd van seksuele intimidatie en verkrachting. Of een andere uitgeverij met hem in zee wil gaan, is nog niet bekend.

    Philip Roth
    Auteur: Blake Bailey
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Tragisch mislukte feministe

    Tragisch mislukte feministe

    De biografie van Philip Roth is uit,  een geweldig werk, ruim 1000 pagina’s. Twee weken  terug stond er al een recensie van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer.  De Vries heeft Roth hoog zitten, dat was uit het hele stuk wel op te maken, gelukkig. De focus op het werk van Roth ligt vaak op zijn vermeende vrouwonvriendelijke gedrag, de seksuele maniakken die hij opvoert in zijn romans, maar dat klinkt teveel als oude koek. Ik las gretig door de recensie heen, over zijn eerste vrouw Maggie, die een zwangerschap gefaked had, waarom hij haar trouwde, na drie jaar scheidde. Over dat hij een serieuze schrijver wilde worden, dat opsluiting en bevrijding terugkerende thema’s in zijn werk en leven zijn. Ik las over de ophef over Portnoy’s klacht, zijn boeken over Amerika. Ik las door zonder een zin over te slaan. Ha, daar stond de titel waar ik op scande, When she was good. ‘Letting go en When she was good behoren tot de minst geliefde romans in zijn oeuvre.’ schreef De Vries. Daar moest toch meer over te zeggen zijn, ik heb dit boek stuk gelezen. 

    Vorige week vrijdag kwam Michel Krielaars met een groot stuk in het NRC, ook daaruit spreekt bewondering voor de schrijver, wordt als eerste de relatie met Maggie Martinson eruit gelicht. Hoe Roth met haar in een vechtscheiding terechtkwam, tot ze in 1968 dodelijk verongelukt. Krielaars schrijft, ‘In de roman When she was good zou hij over Maggie schrijven.’ Ha, dit is interessant, een feitje dat als een kruimeltje van een broek geveegd wordt, vang ik dankbaar op. In een ander boek over Roth lees ik dat hij in 1965 met een roman begon waarin hij zich baseerde op de verhalen die Maggie hem over haar jeugd had verteld, op zijn eigen ervaringen met haar familie. Zo vormde hij zich een beeld van Maggie, haar geboorte in de jaren dertig, opgegroeid in de jaren veertig en volwassen wordend in de jaren vijftig. Roth had zich geweldig goed ingeleefd in het gevoelsleven van een weerbaar Amerikaans meisje in de jaren vijftig in Amerika. In 2010 concludeerde Karin Stabiner in The Huffington Post dat Lucy Nelson een ‘onervaren en tragisch mislukte feministe is’, dat lezers zelfs hadden kunnen denken dat de auteursnaam ‘Philip Roth’ het pseudoniem voor een vrouwelijke auteur zou kunnen zijn.

    Een braaf meisje is lang mijn favoriete boek van Roth geweest, nog steeds eigenlijk. Al is het inderdaad van een ander kaliber dan Amerikaanse Pastorale, Portnoy’s klacht of Sabbaths theater, anders dan Patrimonium, Nemesis. Het is zijn meest doorwrochte, meest empathische boek dat ik van hem ken. Hij beschrijft een wereld waarin mensen gevangen zitten in familierelaties, in een huwelijk. Een stikbenauwd verhaal, met grote compassie geschreven. Ik heb het boek weer opgeslagen, vanaf de eerste zinnen ben ik opnieuw verkocht. ‘Niet rijk zijn, niet beroemd zijn, niet machtig of zelfs gelukkig zijn, maar beschaafd zijn – dat was zijn levensideaal.’
    Een zin om nog eens te lezen, herkauwend ervan doordrongen te raken wat een geweldig schrijver hij was.  

     

     

    Dat andere boek is: Roth, Een schrijver en zijn boeken / Claudia Roth Pierpont / 425 blz. / Uitgeverij De Bezige Bij (2041)


    Inge Meijer leest boeken van begin tot eind.

     

     

     

  • Hype hype hoera

    Eigenlijk heb ik een hekel aan over het paard getilde boeken. Aan boeken die – daar kunnen ze zelf niets aan doen – al voor verschijnen de hemel in geprezen worden. Aan boeken dus die van hun uitgever niet de kans krijgen om voor zichzelf te spreken en op eigen kracht lezers te veroveren.
    Ik heb de neiging om dat soort boeken links te laten liggen tot de publieke belangstelling geluwd is en ik vergeten ben wat er allemaal over gezegd en geschreven is, zodat ik zelf kan bepalen wat ik van zo’n boek vind.

    Door ervaring wijs geworden – de laatste keer dat ik toegaf aan mijn nieuwsgierigheid en niet teleurgesteld werd, was in 1992 toen ik The Secret History van Donna Tartt niet kon weerstaan – weet ik dat voor de meeste gehypte boeken geen langdurige literaire roem in het verschiet ligt. De meeste zijn niet eens in staat gewekte verwachtingen waar te maken. Tegen de tijd dat lezers dat ontdekken is zo’n boek echter al een bestseller.

    Ondanks mijn hekel aan gehypte boeken was er iets – en ik zal zo zeggen wat – dat maakte dat ik nieuwsgierig werd naar Asymmetrie van Lisa Halliday. Ergens op internet zag ik de eerste zinnen uit Asymmetrie voorbijkomen. Zinnen onmiskenbaar geënt op de eerste zinnen uit Alice in Wonderland van Lewis Carroll, die maakten dat ik wilde weten wat voor avonturen Lisa Halliday haar Alice laat beleven.
    Dat die Alice iets met boeken doet, zal vast meegespeeld hebben.

    Veertig bladzijden na die aantrekkelijke, intertekstuele eerste zinnen begreep ik niet waarom de debuutroman van Lisa Halliday zo tot de verbeelding spreekt dat er al ver voor de verschijning van de Nederlandse vertaling aandacht aan besteed werd in de media. Dat Halliday kan schrijven en humor heeft, is dan al lang en breed duidelijk, maar er moest meer zijn. En dus ging ik op zoek naar informatie.
    Het kostte niet veel moeite om het haakje te vinden dat verantwoordelijk is voor de meeste ophef. Ezra Blazer, de schrijver die op de eerste bladzijde van Asymmetrie naast Alice plaatsneemt op een bankje, heeft trekken van Philip Roth, en met Philip Roth had Lisa Halliday toen ze twintig jaar jonger was dan ze nu is kortstondig een relatie. Toen die relatie verbroken werd bleven ze tot het einde van zijn leven bevriend.
    Het duurde daarna even voordat ik tijdens het lezen niet meer aan Philip Roth moest denken. Terwijl het heel duidelijk is dat Ezra Blazer Philip Roth niet is.

    Inmiddels heb ik Asymmetrie uit en vind ik het jammer dat er juist vanwege dat autobiografische detail een kleine hype rondom de roman is ontstaan. Er is zoveel meer over Asymmetrie te zeggen. Dat Lisa Halliday het idee om Ezra Blazer nog een keer op te laten komen – na een ijzersterk, schrijnend tweede bedrijf in de eerste persoon enkelvoud waarin Amar Jaafari heel wat uit te leggen heeft – en wel als gast in het BBC-radioprogramma Desert Island Discs, kreeg toen ze stond te strijken bijvoorbeeld.
    Dat is het grote nadeel van hypen. Er wordt van alles uit zijn verband gerukt en eventueel uitvergroot om dat ene – commercieel succes – te bereiken.

     

    Illustratie: Gartner Hype Curve

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

     

     

  • Oogst week 23 – 2018

    Tussen Lenin en Lucebert

    Igor Cornelissen (1935) schreef als journalist voor Het Vrije Volk, Het Parool enVrij Nederland over onderwerpen als de sociale strijd, Oost-Europa, communisme, spionage en de Tweede Wereldoorlog.

    In Tussen Lenin en Lucebert schrijft hij over de opmerkelijke Nederlandse kunstcritica en communiste Mathilde Visser (1900 – 1985). Visser werd geboren in een welgesteld joods-liberaal milieu. Voor de oorlog woonde zij na een mislukt huwelijk een tijd alleen in Berlijn. Toen het haar daar te heet onder de voeten werd verhuisde ze naar Parijs waar ze de kunstenaars Pablo Picasso, Salvador Dali en Max Ernst leerde kennen. Die vriendenkring vormde haar verder en was de basis voor haar carrière als kunstcritica.

    Hoewel ze na de oorlog veel geld gaf aan de Communistische Partij van Nederland kostte het haar veel moeite om het lidmaatschap te verkrijgen. De partijleiding vertrouwde de rijke, in bontjas gehulde bourgeoisdame niet helemaal.
    Cornelissen reconstrueerde het levensverhaal van Mathilde Visser aan de hand van brieven, dagboeken en gesprekken met tijdgenoten.

     

    Tussen Lenin en Lucebert
    Auteur: Igor Cornelissen
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Tokio mon amour

    In het eerste hoofdstuk van Tokio mon amour toont Ian Buruma zich nog onzeker:

    ‘…Mijn vlucht met Pakistan International Airlines was geboekt. Ik stond ingeschreven bij de filmacademie van de Nihon-universiteit in Tokio en had een studiebeurs toegekend gekregen van de Japanse overheid, waarmee ik de kosten voor mijn levensonderhoud kon betalen. Ik vond het spannend om voor een flink aantal jaren naar Tokio te verhuizen, maar ook een beetje eng. Zou ik geen heimwee krijgen en me zo eenzaam voelen dat ik de hele tijd brieven ging zitten schrijven aan mensen die zich op bijna tienduizend kilometer van Tokio bevonden? Zou ik binnen enkele maanden terug zijn, vernederd omdat ik een morele nederlaag had geleden? Ik had een Japanse vriendin, Sumie, die mee naar Japan zou verhuizen, maar toch.’ …

    Buruma kwam in 1975 aan in Tokio, en had geen idee wat hem te wachten stond. Hij was in Amsterdam en Parijs gefascineerd geraakt door Japanse films en theater en dus reisde hij naar de bron. In Tokio mon amour doet hij daar verslag van.

    Tokio mon amour
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    Amsterdam

    Eva Cossee over haar boek:

    ‘Mijn Amsterdam is een stad van immigranten. Dat ik zo denk, is niet zo vreemd. Mijn voorvaderen Cossée waren Hugenoten en kwamen in de zeventiende eeuw vanuit het Loire gebied naar Amsterdam, waar op dat moment bijna 10% van de bevolking van Franse herkomst was. Amsterdam heeft altijd een grote aantrekkingskracht op handelaren en kunstenaars gehad. Nu is Amsterdam de meest multiculturele stad ter wereld met nog meer verschillende nationaliteiten dan New York.

    Amsterdam. Stad van aankomst schetst een beeld van de bevolkingsopbouw na 1945. En Amsterdam is ook altijd een rebelse stad geweest, met rookbommen en protesten, door Harry Mulisch en A.F.Th. van der Heijden prachtig verwoord. De handel op het Waterlooplein wordt beschreven door Saskia Goldschmidt en de spreekwoordelijke vrije liefde in de hoofdstad door Cees Nooteboom, en het multiculturele straatbeeld door Robert Vuijsje. Tot slot krijgen ook de neushoorns en andere bewoners van de diergaarde Artis een stem.’

     

    Amsterdam
    Auteur: Eva Cossée
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2018)

    Waarom schrijven?

    De onlangs overleden Philip Roth heeft naast fictie ook veel non-fictie geschreven over een groot aantal onderwerpen, waaronder de schrijvers die hij bewondert, zijn eigen werk, het creatieve proces en de Amerikaanse cultuur. In Waarom schrijven? wordt voor het eerst al dit werk verzameld in één band. Het bevat de eerder verschenen essaybundels Lectuur van mijzelf en anderen en Over het vak, maar ook veel stukken die ofwel herzien zijn, of nooit eerder gepubliceerd. Waarom schrijven? geeft een prachtig beeld van de gedachtewereld van een van Amerika’s grootste schrijvers.

     

    Waarom schrijven?
    Auteur: Philip Roth
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij (2018)

    Tijdschrift Terras

    Terras is een tijdschrift voor internationale literatuur dat gemaakt wordt door medewerkers verspreid over de hele wereld. Het veertiende nummer, Elders, onderzoekt de tegenstellingen van stad en platteland, centrum en periferie, en brengt plekken in kaart waar iets bijzonders aan de hand is en waar op een mooie manier over geschreven kan worden.
    Het nummer bevat nieuwe ontdekkingen, niet eerder in het Nederlands vertaalde proza-auteurs die worden ingeleid door Annelies Verbeke, dichters zoals de Spaanse Sandra Santana en essayisten. Van Jon Fosse, die in het Nederlands taalgebied al naam heeft als toneelschrijver, worden gedichten en een essay gebracht. Daarnaast is er een hommage aan de dichter Charles Simic die dit jaar 80 wordt, verzorgd door K. Michel en Wiljan van den Akker en zijn er bijdragen van onder meer Arno Camenisch, Miek Zwamborn, Tomas Lieske, H.C. ten Berge en Joseph Zoderer. Menno Wigman figureert postuum in dit nummer als vertaler (naast Hélène Gelèns en Elma van Haren) van het Poettrio-project met Sean O’Brien, W.N. Herbert en Fiona Sampson.

     

     

  • Nooit meer schrijven

    Nooit meer schrijven

    Als lezer kan ik me gek genoeg gekwetst voelen als een schrijver zegt: ‘ik stop ermee, ik schrijf niet meer’. Het is toch een beetje alsof je geliefde zegt ‘ik heb geen zin meer in je’. Auw, dat doet pijn. Waarna teleurstelling en ongeloof toeslaan. Zonder enige waarschuwing (zoals bij elke liefdesrelatie heb je de tekenen aan de wand niet gezien) ben je opeens in de steek gelaten. Dat gebeurde me met Remco Campert toen hij de respectabele leeftijd van achtentachtig had bereikt. Mijn relatie met hem werd gevoed door de wekelijkse Sombermans en columns die hij maar bleef schrijven. Verwend als ik was, slurpte ik kritiekloos zijn stukjes op. Het was aannemelijk dat Campert zou stoppen. Hij bereidde me er ook min of meer op voor. Zijn stukjes bevatten steeds minder tekst, maar zoals dat gaat met een aflopende relatie, wil je er niet aan.

    Toen ik vorige week van huis was, stuurde jongste Zoon me het bericht dat Philip Roth was overleden. Ik voelde een schok. Het onvermijdelijke van ‘nooit meer’, dat nu echt ‘nooit meer schrijven’ zou zijn. Toch moet ik bekennen dat de schok minder groot was dan toen hij in 2012 liet weten te stoppen met schrijven. Ik dacht dat schrijven voor hem een vorm van leven was waar je niet zomaar uitstapt. (Ha, naïeveling!) Drukinkt als zuurstof voor de aderen, verhalen scheppen als balsem voor de ziel. (Ha, romanticus!)  Ik wilde dat hij trouw bleef schrijven zoals je trouw bent aan een geliefde tot de dood erop volgt. Zes jaar lang leidde hij een no-writers live. Ik vroeg me af of hij er tijdens zijn schrijversleven vaak naar verlangd had om niet meer te schrijven.

    Later zocht ik naar zijn titels in mijn kast en begon te tellen: alsof het aantal enig gewicht aan betrokkenheid in de schaal zou leggen. Tweeëntwintig in getal waaronder zijn eerste, Vaarwel, Columbus en zijn laatste, Nemesis. Daartussen stonden de Amerika – en Kepesh trilogie, Patrimonium, Zuckerman gebonden. Ook een uitgave in de serie ‘LiterairMoment’ (1990, Meulenhoff), met voor- en achterzijde een cover. Hoe je het boek ook draait je hebt altijd een voorkant en waarin Portnoy’s klacht en Informatie over Philip Roth.
    Informatie uit interviews over zijn boeken die vooral vanuit de joodse gemeenschap ongemeen negatief ontvangen werden. Ik las over de energie die het hem kostte telkens weer een boek te beginnen. De juiste toon te vinden. Om de stem die zich ergens in de onderbuik meldt, te transfigureren naar een personage. Hoe een helse onderneming dat steeds weer is. Daar gaan maanden mee gemoeid en dan moet het verhaal nog beginnen. Roth ondertitelt dit zelf met: ‘Moet ik er aan toevoegen dat het nauwelijks een belangeloze onderneming is? Schrijven is voor mij niet iets natuurlijks dat ik maar gewoon blijf doen, zoals vissen zwemmen en vogels vliegen.’

    Ik geloof graag dat Roth in die zes jaar van ex-schrijver niet verlangd heeft naar zijn schrijversleven, hij was een man die gedaan heeft wat hij moest doen. Ook geloof ik graag dat het voor hem bevrijdende jaren zijn geweest.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

  • Rugtitels

    Rugtitels

    Waarom herlees ik boeken vroeg ik me af toen ik een van mijn boekenkasten opnieuw indeelde. Een dag eerder had ik die kast leeggehaald en de boeken in dubbele rijen, als een soort van vesting op de eettafel gestapeld. Er moest een plafond gewit en een boekenkast geschilderd. De neiging me achter die boekenstapels te verbergen (zoals de kat onder een kussen op de bank kruipt om zich te hervinden in het kat zijn) was groot. In een zijwaartse gedachte overwoog ik zelfs even ze daar voor altijd te laten staan. Maar dan zou Mijn Lief de boekenkast voor niets hebben geverfd. Dus toen alles klaar was zette ik de boeken er weer in en terwijl ik de ‘F’ tot en met de ‘R’ rangschikte, vroeg ik me af waarom er nooit een boek van Philip Roth of John Fante uitging.

    Bij elke herindeling van de boekenkast sneuvelen er wat exemplaren maar nooit een van Roth of Fante. Alleen al het lezen van hun rugtitels roept een sfeer op waar ik (of juist niet; zoals In Shylock van Philip Roth, wat toch wel een naargeestig boek is) weer in wil duiken. Maar toch, ook naargeestige boeken moeten herlezen worden om bijvoorbeeld de aard van die naargeestigheid te onderzoeken. Lezen over levens die afstoten, moeten herlezen worden; nieuwsgierigheid wordt opnieuw geprikkeld, verwachtingen getart en de uitkomst altijd net anders dan ik me herinnerde.

    Fante beschreef met voelbare woede maar ook met consideratie over zijn afkomst; zijn leven als kind van Italiaanse emigranten tijdens de armoedige jaren twintig in Colorado. In een voorwoord bij een herdruk van Wacht tot het voorjaar, Bandini (1938), schreef hij bijna vijftig jaar nadien, dat hij dit boek niet kan herlezen zonder verdwaald te raken in zijn verleden. Wat me nogal een dreiging lijkt, dat je eigen verleden nog steeds onvoorziene aspecten kent en je te grazen kan nemen. Maar hij schreef ook: “Niets van mijzelf is daar nu nog, alleen de herinnering aan vroegere slaapkamers, en het geluid van moeders pantoffels op weg naar de keuken.” Alleen al hierom herlees ik Fante dan weer.

    Roth hanteerde zijn pen als een fileermes, niets en niemand ontziend, inclusief zichzelf niet. Hij zei hierover: ‘Als schrijver ben ik iemand anders. (…) niet belast door trouw en loyaliteit, decorum en discretie. (…) vrij om een dieper en duisterder perspectief te kiezen dan dat van een zoon, echtgenoot of broer. Een schrijver is dat allemaal niet, een schrijver is een schrijver.’
    Het lef waarmee hij schreef is jaloersmakend. Wat dan weer een fijne brandstof is om mee vooruit te komen. En dat is wat ik zoek, iets om mee vooruit te kunnen, boven de dagelijkse besognes uit te stijgen. Dus blijf ik de boeken koesteren en herlezen van alle schrijvers die me iets nieuws toonden tot ik er ben.

     

     

  • Dikke pillen lezen

    Met meer dan voor mij normale belangstelling heb ik de verkiezingscampagnes van de afgelopen maanden gevolgd. Zeker sinds het najaar – na Brexit en Trump – ben ik benieuwd wat de Nederlander in het stemhokje rood maakt. Het is een prachtige dag om te stemmen. Dat is het altijd op verkiezingsdag, want als je je laat leiden door het weer of je wel of niet gaat stemmen, dan kun je misschien maar beter laten uitschrijven als stemgerechtigde. Dan ben je je niet bewust welke plicht je als burger van dit land hebt om de democratie te vieren. Maar het kan ook zijn dat je je afkeert van de hedendaagse prestatiesamenleving of dat het je weinig kan schelen, omdat je stem er niet toe doet. Ik ken ook al deze varianten, heb er zeker mee geworsteld, maar uiteindelijk ben ik altijd gaan stemmen. Dat ga ik straks weer doen. Dan mag ik in een school iets verderop, gebouwd in de naoorlogse jaren in een mooi lokaal met vele en grote ramen mijn burgerplicht doen.

    Met de verhevigde aandacht voor de politiek, ontstond er de voorbije maanden een andere verhevigde gedragsuiting. Ik ging steeds vroeger naar bed. En al overdag intensiveerde het verlangen ernaar. Mijn vriendin zat alleen in de woonkamer, tv te kijken, te appen, te werken. Maar ik ging naar boven. Want ik ging, in tegenstelling tot voorheen, ineens dikke pillen lezen. De verhalen van Frans Kellendonk, Het complot tegen Amerika van Philip Roth, Pier en Oceaan van Oek de Jong. Ik vond het heerlijk om na een dag met de actualiteit te hebben geworsteld, weg te zakken in een bad van taal en de verbeelding aan de macht te laten komen. Deze week lig ik met Dina Houttuyn in bed. De tobbende hoofdfiguur uit Pier en Oceaan. Wat een schitterende, literaire evocatie van de naoorlogse jaren heeft De Jong uit zijn pen gekregen zeg. De Jong weet je de jaren en de personen die hij beschrijft zeer nabij te brengen. En dat zal de reden zijn dat ik steeds vroeger naar boven sloop. Ik voelde me, zoals Friedrich Nietzsche in een brief schrijft, ‘afgemat als een eendagsvlieg bij avond’, na het dagelijkse info-bombardement. En dan liet ik me meeslepen door Ludwig Unger naar Engeland, in Tommy Wieringa’s Caesarion of naar het Amerikaanse Newark door Philip Roth in Het Complot tegen Amerika.

    Straks op naar het stemlokaal, de zon in, naar buiten, het voorjaar tegemoet. Benieuwd of ik daarna weer de korte baan pak, het verhaal, het gedicht en het essay. U hoort van mij. En … stem wijs!

     

     

  • Leestips voor de decembermaand – Ingrid van der Graaf

    Wacht tot het voorjaar Bandini van John Fante is een van mijn favorieten. Eind jaren tachtig voor het eerst gelezen en werd vorig jaar opnieuw uitgegeven bij Meulenhoff. Fante (1909-1983), zoon van Italiaanse immigranten, beschrijft Dickensiaanse taferelen op zijn Amerikaans. Het leven van Arturo Bandini kent een stuntelend verloop in zijn pogen er iets van te maken.  Met dit boek voor de kachel en een goed glas wijn binnen hand bereik. Dan kom je de grijze winterdagen op gepaste wijze door en prijs je jezelf gelukkig.

     

     

    Kroniek van PerdepoortKroniek van Perdepoort (1975) van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Anna Louw (1913-2003) is een bijzonder rauw boek over het leven van blanke boeren in Zuid Afrika, na de afschaffing van de apartheid in de vorige eeuw. Om de geschiedenis en vooral om zinnen als: ‘Hij was er zo een die nooit genoeg begreep om ergens betrokken bij te raken.’   Wie van het werk van Coetzee houdt, leze Kroniek van Perdepoort.

     

     

    indexMet tussenpozen heb ik vanaf 1989 verschillende jaren Een braaf meisje (1971) van  Philip Roth rond Kerst gelezen. Ook al zo’n verhaal waarin de hoofdpersoon, Lucy ten onder gaat aan haar eigen goede bedoelingen. Daar heb ik schijnbaar iets mee. Maar het is vooral de sfeer die Roth als geen ander weet te scheppen die me er toe doet besluiten het dit jaar weer eens te lezen. Goed voor een herdruk.

     

     

     

     indexDe nacht van Merijn de Boer als het meest vernieuwende Nederlandstalige boek van 2014? Dat durf ik wel te zeggen. Het boek speelt nog steeds door mijn hoofd om zijn absurdistische ontwikkelingen en wie deze schrijver wil volgen doet er goed aan deze roman te lezen of cadeau te doen.

     

     

     

    imagesEen flinke poëzie bloemlezing met niet eerder gepubliceerde gedichten behoort ook tot mijn lijstje van aanbeveling. Het liegend konijn is een tweejaarlijks verschijnend, mooi uitgegeven boekwerk onder de bezielende redactie van Jozef Deleu. Met werk van gearriveerde dichters én van debutanten. Verrassend, steeds weer.

     

     

  • Lydia Davis wint twee jaarlijkse Man Booker International Prize

    Gisteren werd in Londen bekendgemaakt dat de Amerikaanse korte verhalen schrijfster en Frans vertaalster Lydia Davis de prestigieuze Man Booker International Prize 2013 gewonnen heeft. Voor haar hele oeuvre werd zij bekroond en won daarmee een bedrag van 60.000 Engelse pond. Davis publiceerde zeven bundels korte verhalen en een roman.Zij vertaalde werk van Marcel Proust, Michel Foucault en Gustave Flaubert. Sedert augustus 2011 werkt Lydia Davis aan Engelse vertalingen van de zeer korte verhalen (zkv’s) van A.L. Snijders.

    De Amerikaanse Davis (65) is bekend door haar korte verhalen die soms niet meer dan een paragraaf beslaan. Haar verzamelde verhalen werden in Nederland door uitgeverij Atlas Contact in twee delen uitgebracht: Varianten van ongemak en  Bezoek aan haar man.

    “Haar schrijfsels zijn omschreven als verhalen, maar kunnen ook gedefinieerd worden als miniaturen, anekdotes, essays, grappen, parabels, fabels, teksten, gebeden of simpele observaties”, aldus de juryvoorzitter.

    De prijs werd dit jaar voor de vijfde keer uitgereikt. Eerdere winnaars zijn Ismail Kadare (2005), Chinua Achebe (2007). Alice Munro (2009) en Philip Roth (2011).

     

     

  • Uitvaart van de hoofdpersoon

    Uitvaart van de hoofdpersoon

    Alleman van Philip Roth, doet denken aan het eerdere Exit geest dat gaat over de oudere schrijver Nathan Zuckerman. Deze trekt zich na een prostaatoperatie en bedreigingen aan zijn adres terug uit de wereld, maar in komt New York voor een hersteloperatie. Daar leest hij in een advertentie dat een schrijversechtpaar een woningruil voor een jaar voorstelt.

    Philip Roth heeft een indrukwekkende collectie boeken op zijn naam staan, waarin hij als geen ander de lezer op zijn reizen meeneemt. In een van zijn laatste boeken, Verontwaardiging, toont hij zich een meester van de vertelkunst met een prachtig verhaal over Marcus Messner, de zoon van een joodse slager, die de Koreaanse oorlog als een zwaard boven zijn hoofd voelt hangen en die, vooral voor zijn bezorgde vader, met de beste cijfers moet slagen om officier te kunnen worden en niet als kanonnenvlees te dienen.

    Alleman begint met de uitvaart van de hoofdpersoon op de oude joodse begraafplaats langs de tolweg van New Jersey. Hij wordt daar toegesproken door zijn dochter Nancy en zijn oudere broer Howie, maar verder gebeurt er weinig. Het blijft bij beschouwingen, die aardig zijn om te lezen, maar de personages gaan daardoor te weinig leven en de lezer kan zich niet goed met hen identificeren. Inhoudelijk draait het vooral om de scheidingen en de hartproblemen van de hoofdpersoon, die op 34-jarige leeftijd en voor het eerst gescheiden van Cecilia een blindedarmoperatie moet ondergaan en bang is voor de dood.

    De verhouding met de vader, een joodse juwelier die veel op had met zijn zoons en zelfs de juwelierswinkel ‘Alleman’ opende om hen later van een inkomen te voorzien, speelt in dit boek weer een belangrijke rol. Het drama van de eindigheid komt eveneens volop in beeld. De hoofdpersoon is een gewezen artdirector, die zoals vele andere collega’s na zijn pensioen aan het schilderen is geslagen, maar ervaart daarin geen voldoening.

    ‘Opeens was hij verdwaald in het niets, in de klank van het woord ‘niets’ en in de leegte van het niets, verdwaald en verloren, en begon de angst hem te bekruipen. Niets is zonder risico, dacht hij, niets, niets ? alles eist zijn tol, zelfs zoiets stoms als schilderen!’

    ‘Oud worden is een slachting’, zegt de hoofdpersoon ergens. Verder dweept hij nogal met zijn andersheid, namelijk om zich gek te laten maken door jonge vrouwen die hij om zich heen ziet lopen. De nadruk op seksuele avontuurtjes zegt veel over de preutse cultuur in de VS. Op het eind wordt het boek, net als Exit geest, wat pathetisch, maar dat ligt in het verlengde van een cultuur die niet kan omgaan met de dood. Vanwege het gebrek aan een verhaal schoot er, in een reactie op de titel, de term niemendal te binnen, maar zelfs daarmee schrijft Roth nog altijd uitstekende vakantieliteratuur.