• Shortlist Libris Literatuur Prijs 2023

    Shortlist Libris Literatuur Prijs 2023

    Van de tweehondervijfendertig titels die werden ingezonden voor de Libris Literatuur Prijs 2023, belandden na zorgvuldig beraad van de jury de volgende zes Nederlandstalige romans op de shortlist:

    Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje
    Man zonder rijbewijs van Oek de Jong
    Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost van Donald Niedekker
    Overal zit mens van Yves Petry
    De gebeurtenis van Peter Terrin
    Tussentijds van Peter Zantingh

    De jury van de Libris Literatuur Prijs 2023 spreekt over grote veranderingen in de duiding van de roman zoals we die kennen. Er is meer dan ooit sprake van een genre overstijgende romanvorm.’ Het klimaat speelt overtuigend een grotere rol. Ook zijn literaire teksten vaker essayistisch of spreekt men van auto-fictie. ‘In onze tijd van virtuele werelden, AI en nepnieuws, heeft de werkelijkheid van alle dag soms meer weg van fictie – dat betekent dat de romanschrijver voor een nieuwe uitdaging staat.’

    Als groot kanshebber wordt Anjet Daanje met haar ‘caleidoscopische roman van grote klasse’, Lied van ooievaar en dromedaris, gezien. Daarover liet Daanje zelf weten in Nieuwsuur, dat zij toch niet weer de prijs zal ontvangen omdat zij immers vorig jaar al de Boekenbon Literatuurprijs won. Het zou fenomenaal zijn als een schrijver beide prijzen kreeg toegekend, iets dat nog niet eerder in de literaire prijzenwereld is voorgekomen.

    De jury bestaat uit voorzitter Beatrice de Graaf, historicus, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, Yannick Dangre, schrijver en dichter, Margot Dijkgraaf, literatuurcriticus en schrijver, Mira Feticu, schrijver, performer, interviewer en radiomaker, Lies Schut, literair recensent.

    Wie uiteindelijk de prijs krijgt? Dat wordt 8 mei bekend gemaakt in Felix Meritis en live uitgezonden door Nieuwsuur op NPO2. Met een Hommage-show voor de zes genomineerde auteurs die via livestream te volgen zal zijn. De zes genomineerde auteurs ontvangen in ieder geval elk € 2.500.

    Lees hier het juryrapport.

     

     

  • Achtergelaten leegte

    Achtergelaten leegte

    Soms maken goede schrijvers het zichzelf en de lezer nèt wat te moeilijk. Dat geldt voor Na Mattias, de derde roman van de jonge schrijver Peter Zantingh. In de acht hoofdstukken van het boek worden stukjes uit het leven van zes personen en twee echtparen beschreven. Als lezer voel je wel dat die personages enige samenhang zouden moeten vertonen, maar pas na het lezen van de achterflap wordt duidelijk wat de intentie van de schrijver is. Want in Na Mattias gaat het om mensen die veel of weinig of soms niets van doen hadden met Mattias en wat zij na zijn dood beleven.

    Contouren

    Op zich is het een mooi idee om een overleden persoon weer tot leven te brengen door het gat te beschrijven dat zijn dood achterliet. Die leegte bepaalt dan de contouren van het personage. Maar Peter Zantingh lijkt erg zijn best te doen om te tonen dat de dood van Mattias de meeste van de in deze roman opdravende personen niet of nauwelijks geraakt heeft. En al lezend kom je eigenlijk ook maar weinig over hem te weten. Hij was iemand die graag nieuwe plannen maakte, maar ze zelden uitvoerde en als hij ze uitvoerde zelden tot succes bracht. Zoveel wordt duidelijk uit de hoofdstukken over zijn vriendin Amber, zijn vriend Quentin en zijn grootouders Riet en Hendrik. Nathan en Issam die daarna volgen zijn boeiende personen, maar zij hebben Mattias niet gekend en wat hun verhaal met hem van doen heeft begrijpt de lezer pas aan het eind van het boek. Maar die lezer begint wat ongeduldig te worden als hij bij het bereiken van de helft van het aantal pagina’s nog maar weinig weet over Mattias en niets over zijn dood.
    Pas als moeder Kristianne aan de beurt is, op twee derde van het boek, begint het de lezer te dagen dat Mattias een onverwachte en gewelddadige dood is gestorven en dat die iets te maken had met zijn bezoek aan een popconcert. En de daarna volgende hoofdstukken maken duidelijk dat op de een of andere manier iedereen die in Na Mattias voorkomt direct of indirect iets met die dood te maken heeft.

    Constructie

    Het is op zich een knappe constructie die Peter Zantingh hier op zijn lezers los laat. Toch zullen de meesten zich wat bekocht voelen. Deels omdat over Mattias al met al weinig bekend wordt, hij blijft een onbekende. Deels omdat Peter Zantingh in de meeste hoofdstukken romanpersonages schept waar hij na een korte en best interessante kennismaking afscheid van neemt omdat de volgende aan de beurt moet komen.
    En dat is geregeld heel jammer. Zoals het stuk over de grootouders, een prachtige beschrijving van de wijze waarop twee bejaarden voort stumperen in de ouderdom, vastgeroest in gewoonten en in de ergernis over het feit dat alles steeds minder wordt bij henzelf. Om dan bij een ongelukje thuis te ontdekken dat de liefde er nog is, onder een dikke laag voorbije tijd. Een prachtig verhaal, vol weemoed, waarin Mattias eigenlijk niet voorkomt.

    Peter Zantingh kan schrijven, dat is duidelijk. Maar hij heeft zich in Na Mattias laten verleiden een doolhof te maken van een op zich simpel verhaal. Wie Mattias laat voor wie hij was en de hoofdstukken leest alsof het korte verhalen zijn, komt gek genoeg als lezer wel degelijk aan zijn trekken!

     

     

  • Oogst week 12

    Zabor

    Met Moussa of de dood van een Arabier maakte Kamel Daoud in 2015 een daverend debuut in de literatuur. De roman borduurt voort op De vreemdeling van Albert Camus door zijn broer Haroen te laten reflecteren op de in zijn ogen zinloze dood van de naamloos gebleven Arabier.
    Daoud, van origine journalist, voelde zich gedwongen voor de literatuur te kiezen nadat hij vanwege opiniërende stukken over de aard van de islam voor islamofoob werd uitgemaakt en van koloniaal paternalisme beschuldigd.

    In zijn tweede roman Zabor bekent Kamel Daoud zich thematisch opnieuw tot de literatuur. Dit keer laat hij zijn personage Zabor, een jonge Algerijnse halfwees, boeken lezen en via die boeken toegang krijgen tot het leven. Hij laat hem ook schrijven, en al schrijvende is Zabor in staat de dood een loer te draaien. Een gave die van pas komt als hij aan het sterfbed van zijn vader zit. Zijn vader die hem verstoten heeft.

    Volgens de islam is de Zabor een van de heilige boeken die vóór de Koran zijn geopenbaard. Het wordt vaak gelijkgesteld met de Psalmen

    Zabor
    Auteur: Kamel Daoud
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Aardbei en chocola

    Het verhaal El lobo, el bosque y el hombre nuevo (De wolf, het bos en de nieuwe mens) van Senel Paz geniet grote bekendheid dankzij de verfilming als Fresia y chocolate (Aardbei en chocola) door Tomás Gutiérrez Alea en Juan Carlos Tabío. Het is het verhaal van twee mannen die een vorm van vriendschap onderhouden, die bepaald wordt door wat er kan en mag in het Cuba van Fidel Castro. Paz schreef het verhaal over twee mannen die in niets op elkaar lijken – Diego is een van het leven en de van kunst en literatuur genietende homoseksueel, David een jongen die het communistische regime aanhangt – in 1991.
    Diego ziet zich uiteindelijk genoodzaakt het land te verlaten. Aardbei en chocola, vertaald door Pieter Lamberts, is Davids kant van een  verhaal waarin argwaan omslaat in dankbaarheid.

    In 1994 verscheen het verhaal in de vertaling van Peter Venmans onder de titel De wolf, het bos en de nieuwe mens in het tijdschrift Yang.

    Aardbei en chocola
    Auteur: Senel Paz
    Uitgeverij: Zirimiri Press

    Na Mattias

    In Na Mattias van Peter Zantingh komen tien personen aan het woord die direct of indirect iets met Mattias te maken hadden. Dat Mattias dood is, is vanaf de eerste bladzijde duidelijk. Wat hem is overkomen niet. Dat gaat de lezer na verloop van tijd vermoeden. Zoals ook gaandeweg duidelijk wordt hoe de onderlinge verhoudingen liggen. En die zijn vaak veel minder hecht dan de constructie van de roman doet vermoeden.

    Na Mattias
    draait minder om Mattias dan de titel suggereert. Peter Zantingh portretteert tien personages die een eigen leven hebben. Zantingh kiest hun bezigheden zo dat ze bijdragen aan de hedendaagsheid van Na Mattias. Dat strookt niet altijd met het onderwerp rouw, dat overigens niet het overheersende thema van de roman is.

    Na Mattias
    Auteur: Peter Zantingh
    Uitgeverij: Das Mag Uitgeverij B.V.

    Een kamer voor jezelf : essay

    Uitgeverij Chaos debuteert met A Room of One’s Own (1929) van Virginia Woolf dat in 1958 voor het laatst in het Nederlands werd vertaald. In haar essay over vrouwen en fictie onderzoekt Virginia Woolf de oorzaak van het ondervertegenwoordigd zijn van vrouwelijke auteurs.

    Een kamer voor jezelf – vertaald door Monique ter Berg – wordt voorafgegaan door een briefwisseling tussen Simon(e) van Saarloos en Gloria Wekker die de voorwaarden die het volgens Viriginia Woolf voor vrouwen mogelijk maakten om fictie te schrijven – ‘een kamer voor jezelf’ en een jaarinkomen van vijfhonderd pond – in hun (culturele) context plaatsen. Dan blijkt Woolf als het om klasse en kolonialisme gaat met oogkleppen op te hebben gekeken. Ook de noodzaak om in afzondering te kunnen werken, wordt niet (meer) gedeeld.

    A Room of One’s Own / Een kamer voor jezelf herlezen in de huidige tijd mag dan manco’s aan het licht brengen. Het boek blijft een klassieker vanwege de welsprekende wijze waarop Virginia Woolf een kwestie aankaartte.

    Een kamer voor jezelf : essay
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Uitgeverij Chaos
  • Een mooi gestructureerde puzzel

    Een mooi gestructureerde puzzel

    Als zijn vriendin Sara het uitmaakt, trekt Boris bij zijn vader Nico in. Deze probeert hem op te beuren en stelt voor om samen naar Praag te gaan. Tijdens de reis blijkt dat de introverte mannen een geheim delen dat hun leven beheerst.

    Boris Sonette is een man van weinig woorden. Hij klopt aan bij zijn vader Nico, zegt dat hij een tas bij zich heeft en dat is dat. Ook zijn vader blijkt een man van weinig woorden. Hij laat zijn zoon binnen, zonder verder iets te vragen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat de dertigjarige Boris weer thuis komt wonen. Is de band tussen vader en zoon zo sterk dat er verder geen uitleg nodig is?

    In De eerste maandag van de maand gaat het niet om woorden, maar om gedachten en acties. Of beter gezegd, non-acties. In die allereerste scène waarin Boris thuiskomt, lijkt er niets te gebeuren. Twee mannen die in een kamer zitten en niets te zeggen hebben. Maar, juist de beschrijving van de eerste scène zit vol kleine aanwijzingen over het geheim dat zowel vader als zoon hun hele leven meedragen. Die aanwijzingen zijn her en der onopvallend, in deze mooi gestructureerde puzzel van schrijver Peter Zantingh geplaatst.

    In afwisselende hoofdstukken word je meegenomen in de gedachten van zoon en vader. Boris denkt terug aan zijn relatie met Sara en vertelt over zijn werk bij de autoverzekeringsmaatschappij. Op de voorgrond van al zijn gedachten, is de gedachte aan zijn dwangneurose:

    Als je bent zoals ik, is vrijwel elk wakker moment een moment van stress. Er is altijd de gedachte dat je niet aan iets mag denken, waardoor je vanzelfsprekend alleen maar daaraan kunt denken. Er is altijd een olifant in de kamer. En iedereen om je heen doet of ze hem niet zien, omdat ze hem niet zien, en dat is dan weer omdat ze niet gek zijn, zoals jij. 

    Boris schaamt zich voor zijn neuroses en vertelt niemand er over. Sara maakte het uit, juist omdat hij niet sprak over wat hem dwarszat.

    Al denkt Boris dat niemand weet van zijn dwangen, zijn vader weet meer dan hij laat blijken. Nico’s gedachten gaan terug naar de dag dat hij Boris’ moeder leerde kennen. Hij vertelt over haar kraamdood en zijn behoefte om Boris koste wat het kost te beschermen. Maar al snel ziet hij hoe het kind zich concentreert op bepaalde handelingen, dingen lijkt te moeten afwerken in een bepaalde volgorde en hij maakt zich zorgen. Het blijken tekenen van herkenning.

    Nu de relatie met Sara uit is, stelt Nico Boris voor naar Praag te gaan zodat Boris zijn zinnen kan verzetten. De mannen zijn zuinig met woorden, beiden onbereikbaar en altijd in gedachten, zich afvragend waar de ander aan denkt.  Als Nico’s portemonnee wordt gestolen, raakt deze in paniek: hij heeft zijn pillen nodig. Nico blijkt, net als Boris, te lijden aan dwangneuroses en slikt hier medicijnen voor. Vanaf dat moment wil Boris niets anders dan controle krijgen over zijn gedachten, maar gaat tot het uiterste om dit te bereiken.

    Door de structuur van De eerste maandag van de maand van Peter Zantingh krijgen de thema’s orde en controle een mooie nadruk. Het idee dat mannen nooit praten over hun gevoelens en gedachten, wordt gebruikt om de lezer op kunstige manier te misleiden. Vader en zoon tonen hun liefde niet en spreken zich al helemaal niet uit, maar de band tussen hen is sterk en liefdevol door hun gedachten en daden. Toch blijkt, zoals Zantingh in deze roman toont, dat er ook in een warme relatie als deze, soms meer uitleg nodig is.

     

  • Recensie door:  Jaap M. Jansen

    Recensie door:  Jaap M. Jansen

    ‘Een man zei:
    het is onmogelijk om volmaakt gelukkig te zijn,
    hoe kortstondig ook

    en een engel sloeg hem neer’

    Met deze woorden begint een gedichtje in de bijzondere bundel Stof dat als een meisje (2009) van Toon Tellegen. Het is me toch een stel mooie woorden. Daar is Tellegen heel goed in, van gewone woordjes iets moois maken. Waar wij wellicht zouden beginnen met een uiting als ‘In het licht van de zilverende maan verzuchtte een droef man’, schrijft Tellegen ‘Een man zei’ op. Als je dat overtuigend kan, ben je een dichter.

    ‘Hmpf’, zult u nu uitbrengen, ‘hmpf, wat doet dat ertoe?’ ‘Misschien niet zoveel’, zeg ik dan. Maar misschien doet ‘het’ er ook wél een beetje toe. Dat valt te onderzoeken.

    De roman Een uur en achttien minuten, het literaire debuut van de NRC-redacteur Peter Zantingh, leest niet als een debuut. Het werk handelt over een groep West-Friese voetbalvrienden, van wie er één, Joey, geheel onverwacht zelfmoord heeft gepleegd. De ik-verteller is Johan, een in Utrecht studerend lid van deze vriendengroep. Na Joey’s dood keert Johan tijdelijk naar het ouderlijk huis terug om de rest van de vriendengroep bij te staan, en mee te helpen aan de voorbereiding van de begrafenis. Het boek bestaat uit zes delen, gelijk de zes dagen waarin de plot zich afspeelt. De hoofdstukjes – steeds een paar per dag – zijn kort; verleden en heden worden, zonder veel verwarring, afgewisseld.

    Het gedicht van Tellegen gaat verder:

    ‘de man richtte zich op
    en fluisterde: of zou…’

    Ingehouden, klein, maar niet aanstellerig. Bij Tellegen geen sensatie, geen diepe psychologische observaties. Bij Zantingh evenmin: alles wat in dit boek gebeurt, is levensecht. Hij heeft geen ‘romanverhaal’ geconstrueerd, geen filmscènes erin aangebracht. Elk personage is volledig geloofwaardig, elke herinnering, ja zelfs elke mijmering van de ik-figuur. Had in de flaptekst gestaan: ‘Gebaseerd op ware gebeurtenissen’, dan had niemand daaraan getwijfeld. Dit is realisme pur sang. Vanaf de eerste bladzijden leef je mee met de personages: geen romantypes als Henri Osewoudt, Charles Bovary of Onno Quist, maar gewóne jongens, jongens die elke zaterdag een thuis- of uitwedstrijd hebben, jongens met bijbaantjes, vriendinnetjes, uitgaansfeesten en katers. En dat maakt dit werk beangstigend intens: alles is zo verdraaid écht.

    ‘bedacht één mogelijkheid,’

    Het bevreemdende aan de gedichten van Tellegen is, dat je als lezer bij elke versregel denkt: och, dat had ik zelf ook wel kunnen schrijven. En toch komt iedereen hierin bedrogen uit, want niemand kan zo schrijven. Je moet je eigen vocabulaire zó goed kennen, dat je telkens precies dat ene woordje kiest dat mensen kan raken. En dat kan niemand. Ook Zantingh niet – doch hij komt, op zijn eigen manier, wel heel erg in de buurt.

    U moet het u als volgt voorstellen: normaliter gooit een schrijver een immense bak aan woorden op zijn papier, om vervolgens alle overtollige woorden weer te verwijderen; Tellegen en Zantingh echter zetten de ‘woordenbak’ naast zich op de grond, leggen hun papier (of, prozaïscher, laptop) netjes voor zich neer en pakken uit de bak telkens een enkel woordje. Het draait bij hen om de losse, naakte woorden, en om de meest voor de hand liggende betekenis van deze woorden. Dus geen – waar de huidige postmodernisten zich zó in uitleven – associatiechaos, geen ‘zoektocht naar de zin van een zoektocht naar de zin van het bestaan’, nee: gewone woorden, niet moeilijk doen.

    ‘één kleine, ingewikkelde, telkens verspringende en van aard verwisselende, uiterst kortstondige mogelijkheid,
    wiste het bloed van zijn gezicht,’

    In weerwil van al dit realisme en simplisme, haast ik me om te zeggen dat u nu niet moet denken dat Zantinghs debuutmeesterwerkje de diepgang van Jip en Janneke heeft. Integendeel, het heeft een complexe structuur waarbij een realist als Dickens zijn vingers zou aflikken. Hiermee doel ik niet louter op de vele flashbacks (die, om in voetbaltermen te spreken, bijzonder doeltreffend blijken), maar ook op Zantinghs prijzenswaardige vermogen om de kern van zijn verhaal niet onomwonden mede te delen, maar om deze te laten reflecteren in schijnbaar triviale herinneringen. En wat te denken van de ingenieuse uitwerking van het grondmotief van de roman, en de betekenis van de titel – is dit een roman in het genre ‘coming of age’, is het noodkreet om aandacht voor het hoge zelfmoordpercentage onder West-Friese jongeren, of is het iets anders?

    De laatste regel van Tellegens gedicht mag u zelf opzoeken.

    Debuutromans bepalen vaak het literaire aangezicht van een auteur. Is het een dromer, een provocateur, een filosoof, een activist, een verteller? Literatuurcritici grijpen zo’n debuut aan om voorspellingen te doen: dit wordt de thriller-Reve, de Voskuil van de 21ste-eeuw, dé geglobaliseerde opvolger van Vestdijk, etc. Overigens is dit nimmer waar gebleken, maar ach, een recensent wil ook wel eens gewichtig doen, en ik hoop dat u begrijpt dat ik hierin niet kan achterblijven.
    Humhum. (Ondergetekende schraapt zijn keel.)

    Peter Zantingh wordt (of is) de prozaïsche tegenhanger van Toon Tellegen. Dat stel ik, bij dezen. November 2011. Over een halve eeuw, nadat deze getalenteerde NRC-fellow voor zijn grootse poëtisch-prozaïsche oeuvre de Constantijn Huygensprijs in ontvangst heeft mogen nemen, praten we verder.

     

    Een uur en achttien minuten

    Auteur: Peter Zantingh
    Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
    Aantal pagina’s: 195
    Prijs: € 18,50