• Drie vertaalproblemen – Peter Gelauff

    Peter Gelauff is de vertaler van De fietser van Tsjernobyl
    Literair Nederland vroeg hem naar de drie lastigste problemen bij het vertalen van dit boek en naar zijn oplossingen.

    Van een vertaler wordt verwacht dat hij van alle markten thuis is. Of zijn auteur nou een psychologische of historische roman, een ontwikkelings- of oorlogsroman, pure fictie of faction schrijft, de vertaler moet van de hoed en de rand weten. Of toch niet? Pas na mijn pensionering ben ik een vertaalcarrière begonnen omdat ik de taal waaruit ik vertaal, het Spaans, zo ergens tussen goed en zeer goed beheers. Mijn tweede taal, zeg maar. Maar is taalbeheersing ook voldoende om een essay, een roman, misschien wel veel essays en veel romans in uiteenlopende stijlen en over een breed scala aan thema’s te vertalen? Want dat mag de uitgever die je de vertaling van een boek toevertrouwt, verwachten. Als vertaler kom je erachter dat je niet alleen je tweede, maar ook je eerste taal helemaal niet zo goed beheerst als je dacht, slechts over een deelvocabulaire beschikt, alleen die zaken begrijpt – en in woorden weet te vangen – die je al eerder bent tegengekomen. En hoeveel is dat eigenlijk?

    In De fietser van Tsjernobyl geeft de auteur, verweven in de rode lijn van zijn roman – de hopeloze strijd van een eenling tegen de almacht van de staat – de lezer een vloed aan cijfers en historische informatie over de ramp bij Tsjernobyl, de aanpak ervan door de autoriteiten en de internationale instellingen, de gevolgen ervan voor de omwonenden. Hoe pak je dat aan als vertaler die niets weet van atoomfysica, van kerncentrales, van meetinstrumenten, van kalium en cesium. Een voorbeeld.

    De protagonist van het boek, de atoomfysicus Vasili Nesterenko, heeft een draagbare spectrometer ontwikkeld, een apparaat dat de in het menselijke lichaam aanwezige straling kan meten. De auteur legt uit, in het Spaans uiteraard, hoe dat in zijn werk gaat en ik begrijp er niks van omdat ik me geen beeld kan vormen bij een aantal kernbegrippen. Na een uitgebreide zoektocht in woordenboeken, digitale en papieren encyclopedieën en Oxfords Spanish Pictorial, vroeg ik advies aan collega-vertalers, aangesloten bij een gezamenlijke mailinglijst. Onder hen ook geen atoomgeleerden, maar wel de moeder van een dochter die ‘in Manchester een PhD heeft gedaan in scheikunde, en daar met radioactieve stoffen heeft gewerkt’, en tegenwoordig in Engeland werkt. Die dochter op haar beurt blijkt, o toeval, een Spaanse collega te hebben met wie zij niet alleen mijn probleem met de spectrometer kon oplossen, maar me ook bij een aantal andere technische vragen uit de brand kon helpen.

    Een ander probleem waar Sebastián de vertaler mee confronteert is zijn schrijfstijl. Op zich is daar niks mis mee. Hij schrijft soepel, geen ellenlange zinnen, geen ingewikkelde gedachtenconstructies die het de lezer, i.c. de vertaler, zo lastig kunnen maken. Maar hij houdt niet van aanhalingstekens en lijkt nogal willekeurig om te springen met het aanvangen van nieuwe regels. Dat kan zomaar midden in een aanhaling zijn. Het is vaak zoeken waar gedachten of waarnemingen overgaan in dialogen. Het feit dat in het Spaans het persoonlijk voornaamwoord vaak achterwege blijft en de werkwoordsvorm de persoonsvorm verraadt, werkt dan ook niet mee. Als dan ook niet aangegeven wordt wie er aan het woord is, kun je na een paar zinnen tot de ontdekking komen dat je de verkeerde persoon woorden in de mond hebt gelegd. Eigenlijk geen echt probleem, eerder een interessante puzzel. Je komt er wel uit, maar het kost soms hoofdbrekens.

    Een aparte complicatie doet zich voor als de tekst inconsistent lijkt, …en misschien wel is. Bij mijn vertaling van De fietser van Tsjernobyl kwam dat twee keer voor. In het eerste geval komt de verteller thuis van een reis, zijn huishoudster komt hem tegemoet en vertelt hem dat zijn vader naar bed is gegaan. ‘Ik had een handdoek over mijn schouder toen zij dat zei,’ gaat de tekst dan verder. Dat leek me nogal vreemd. Je komt toch niet met een handdoek over je schouder thuis van een reis, klaar om de douche in te gaan? De andere inconsistentie betrof een persoonsverwisseling. Op zeker moment raapt de protagonist van het verhaal een scherf van een spiegel op om zich indien nodig tegen een indringer te kunnen verdedigen. Even later is het echter een andere persoon die dezelfde scherf gebruikt om de indringer met het stuk glas uit te schakelen. Je leest en herleest, je weegt allerlei mogelijkheden af, maar het blijft onlogisch. Het enige wat dan overblijft is de auteur zelf te raadplegen, wat overigens een van de genoegens van het vertalen is. De auteur komt dichterbij en laat iets zien van zijn persoonlijkheid en van zijn ambacht. In beide gevallen bracht Javier Sebastián kleine wijzigingen aan in de tekst, waardoor de Nederlandse lezer twee raadsels bespaard zijn gebleven die de oorspronkelijke Spaanse lezer zelf maar moet zien op te lossen.

    Uiteindelijk hoef je als vertaler niet van alle markten thuis te zijn. Taalkennis en taalgevoel zijn uiterst belangrijke gereedschappen, maar gelukkig bestaan er veel hulpmiddelen, hulptroepen zelfs, die ad hoc kunnen worden ingeroepen. Met dank aan Anne Koster en haar Spaanse collega.

    Peter Gelauff

  • De atoomkolonist van Prypjat

    De atoomkolonist van Prypjat

    De in 1986 ontplofte kernreactor in het Oekraïense Tsjernobyl wordt anno 2015 nog steeds verbouwd – met Europees geld – tot een betonnen sarcofaag die de eeuwigheid moet kunnen trotseren. De straling in de ruïne en omgeving is dermate hoog dat het gebied tot niemandsland is verworden, een zich vele kilometers uitstrekkende nucleaire Todesstreifen. De stad Prypjat ligt daar middenin, een spookstad die als symbool van de ramp bekendheid heeft gekregen door de beelden van een verlaten en overwoekerd kermisterrein. Toch leven er mensen in de afgesloten provinciestad, er is sprake van een geheime samenleving van overlevenden die nergens geaccepteerd worden en ervoor hebben gekozen op hun eigen grondgebied te leven en te sterven.

    Javier Sebastián duikt met De fietser van Tsjernobyl in de bizarre wereld van fictie en non-fictie rond de kernramp. Hij verweeft de feiten – voorzover die bekend zijn – met een indringend verhaal over de kernfysicus Vasili Nesterenko die op de vlucht is voor de Russische autoriteiten. Het geheel wordt bezien vanuit het perspectief van een Spaanse wetenschapper die, in Parijs voor een conferentie, als bij toeval Nesterenko tegen het lijf loopt.

    De verwarde Rus wordt in een Parijs’ zelfbedieningsrestaurant opgemerkt door de verteller die zich druk maakt om de omstandigheden waarin de man verkeert. Als later de politie en de sociale dienst in de veronderstelling zijn dat ze met vader en zoon te maken hebben, worden ze min of meer gedwongen dat maar zo te laten en onthult de schrijver langzaam het verloop van de omzwervingen van Nesterenko.

    Sebastián doorspekt zijn boek met veel informatie over de toedracht en de gevolgen van de ramp in Tsjernobyl. Er passeren verschillende versies van verslagen die vooral aangeven hoe groot de chaos was na de fatale ontploffing. Vasili (Vasja) Nesterenko is als deskundige betrokken bij de paniekerige actie om erger te voorkomen, de brand te blussen en de reactor te koelen. De weigering van de autoriteiten om de bevolking in te lichten over de gevolgen voor de gezondheid heeft geleid tot vele honderden slachtoffers in die eerste dagen na de ramp.

    Op een zondag verschenen er patrouilles soldaten met geigertellers. Toen waren er de evacuatiebussen, allemaal in een rij, met draaiende motoren. Door de luidsprekers werd omgeroepen: kleding en toiletartikelen meenemen, de Ongunstige Radiologische Situatie zal spoedig worden opgelost.

    Nesterenko ontdekt dat de overheid structureel verkeerde informatie verstrekt, het getolereerde stralingsniveau telkens verhoogt en de oorzaak van de ramp in de media probeert te verdoezelen. Hij roept een organisatie in het leven die op zoek gaat naar de ware oorzaak en die de werkelijke gevolgen in de openbaarheid wil brengen. Vanaf dat moment wordt hij gevolgd en moet hij uiteindelijk onderduiken.

    In De fietser van Tsjernobyl brengt Sebastián de omzwervingen van Nesterenko afwisselend in beeld met de bizarre gebeurtenissen rond de kerncentrale. Hij strooit met harde gegevens en dramatische anekdotes en vertelt in tussenliggende delen hoe Vasja onderduikt in de verlaten stad Prypjat, later naar Parijs vlucht en via Spanje weer terugkeert naar Prypjat. De manier waarop Sebastiàn fictie en de realiteit van de geschiedenis met elkaar verweeft is indrukwekkend.

    Nog fraaier maakt de schrijver het door de verteller te laten optreden als Spaanse afgevaardigde bij de Internationale Conferentie voor Gewichten en Maten in Parijs. Zijn ontmoeting en verdere verwikkelingen met Nesterenko worden regelmatig onderbroken door zijn bezigheden op de conferentie waar hij met andere afgevaardigden de exacte vaststelling van het kilogewicht bestudeert. Het is deze – nogal ironische – gedetailleerde ernst die een mooi contrast vormt met de enorme puinhoop die de nasleep van Tsjernobyl vormt. Hij reist terug naar Spanje in het bezit van een exacte kilo (‘een uitdrukkelijke en eerlijke kilo’) als ultieme standaard voor handel en wetenschap. Dat heeft Sebastián goed bedacht, die zuivere wereld der gewichten, terwijl hij verder uitweidt over hoe de Russische overheid de dosis becquerels aan geaccepteerde radioactieve straling met een oekaze weer bijstelt naar boven.

    Het meest aangrijpend zijn de fragmenten die zich afspelen in Prypjat, de besmette stad die voor het oog der wereld geëvacueerd is, maar een groep paria’s een verborgen thuis biedt. Als Vasja Nesterenko vanwege zijn publicaties op de vlucht is geslagen, besluit hij naar Prypjat te rijden in de wetenschap dat men hem niet zal zoeken in radioactief gebied. Hij vestigt zich in een verlaten theatergebouw, legt contact met de kleine groep illegale bewoners en raakt gehecht aan deze biotoop waar het leven gevierd wordt en de dood op ieder moment haar gezicht kan laten zien. Er is een onbevangenheid in de menselijke omgang die door Javier Sebastián op indringende wijze wordt geschetst. De expressionistische wijze waarop hij dialogen met gedachten vermengt is een uitstekende manier om de fictie in deze dramatische omgeving toe te laten.

    Ondanks de overkill aan nucleaire data en verslagen van gemankeerde scenario’s weet Sebastián in De fietser van Tsjernobyl een wonderlijke kern te verbeelden. Het is leven om te overleven, terwijl de radioactieve ‘bescherming’ onvoorwaardelijk de dood zal betekenen. Die tegenstelling brengt een soort heilige intimiteit onder de verschoppelingen van Prypjat en maakt dat Vasja Nesterenko uiteindelijk op geen andere plek wil zijn.

     

    De fietser van Tsjernobyl

    Auteur: Javier Sebastián
    Vertaling: Peter Gelauff
    Uitgever: Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s: 208
    Prijs: € 19,95