• Was de wreedheid tegen de indianen opzet? 

    Was de wreedheid tegen de indianen opzet? 

    De toon lijkt meteen gezet in de proloog: Het is ironisch te noemen dat het beeld van een zo essentieel deel van onze geschiedenis grotendeels wordt bepaald door een boek dat geen enkele poging doet om een evenwichtig beeld te schetsen.
    De auteur van De aarde huilt, Peter Cozzens, verwijst hier naar het befaamde boek van Dee Brown Bury my Heart at Wounded Knee. Volgens Cozzens had Brown eigenlijk alleen maar oog voor het perspectief van de slachtoffers. Daar was Brown overigens eerlijk in (de ondertitel was An Indian History of the American West), maar hij deed het daarbij voorkomen, schrijft Cozzens, alsof de Amerikaanse overheid uit was op uitroeiing van de indianen. Die opzet is er nooit geweest, stelt hij. Toch is De aarde huilt minder polemisch dan het citaat uit de proloog doet vermoeden. Cozzens blijft het houden bij een indiaanse geschiedenis blijkens de ondertitel De strijd van de indianen om West-Amerika.

    Wounded Knee
    Veel televisiekijkers uit de jaren 60 en70 van de vorige eeuw zullen opgegroeid zijn met romantische beelden van het zogeheten Wilde Westen, zoals Bonanza, Buffalo Bill of Billy the Kid. En menige lezer deed zijn kennis over indianen op uit de verhalen over Winnetou en Old Shatterhand, geschreven door Karl May, een man die nooit een indiaan had gezien. Die geromantiseerde versies werden door Dee Brown overhoop gehaald (zijn boek verscheen in 1970 al in Amerika, maar pas in 1999 in een Nederlandse vertaling als Begraaf mijn hart bij de bocht van de rivier). In Amerika zorgde het boek voor een schokgolf omdat de Amerikaanse regering oorlogsmisdaden tegen de indianen zou hebben gepleegd. De enorme aandacht die het boek losmaakte zorgde bijvoorbeeld voor de befaamde hit We are all wounded at Wounded Knee van Redbone. Bij die rivier verloren de indianen de laatste slag in een oorlog die zo’n 25 jaar had geduurd. Het slagveld was steeds verder opgeschoven van de grens tussen oost en west, de frontier, ongeveer gelegen ter hoogte van de Mississippi.
    Besteedde Brown vooral aandacht aan de slachtingen aan het eind van die oorlogsperiode, de gevechten bij Pine Ridge en Wounded Knee, bij Cozzens vullen die twee amper een hoofdstuk in zijn lijvige verslag.

    Verdragen
    Cozzens erkent dat de federale troepen onder de indianen wrede slachtingen aanrichtten. Dat was volgens hem echter geen blinde uitvoering van een genocidebeleid, maar een gevolg van tal van factoren. Die waren inderdaad complex. De federale regering stond voortdurend onder druk van kolonisten die oprukten naar goudvelden of vermeend vruchtbaar land en weinig respect hadden voor de indianen die die gebieden al eeuwenlang bewoonden. De vele indianenstemmen vochten bovendien vaak onderlinge conflicten uit, waardoor ze door de blanken tegen elkaar konden worden uitgespeeld. De regering hobbelde voortdurend van verdrag naar verdrag met de verschillende stammen, gericht op vrede, maar in feite uitmondend in alsmaar meer beperkingen voor de indianen die werden verdreven naar reservaten in gebieden die voor de blanken toch niet interessant waren. Zo schoof de frontier steeds verder naar het westen op.
    Aan dat systeem van verdragen kleefden nogal wat manco’s. In de praktijk schoten de indianen er steevast niets mee op, maar dat systeem was dan ook een drugconstructieVerdragen sluit je tussen soevereine staten en de diverse indianenstammen waren dat niet. Vaak was zelfs niet eens duidelijk wie ze eigenlijk precies vertegenwoordigden.

    Zootje
    Maar wat in het verhaal van Cozzens vooral opvalt is de ontstellende hoeveelheid communicatieproblemen. De regering snapte bijvoorbeeld bar weinig van de cultuur van de indianen als het ging over het begrip eigendom, het belang van de jacht op de bizon, de riten binnen de stammen enzovoort en omgekeerd begrepen de indianen weinig van de drijfveren van de blanken. Voeg daar nog eens bij wat voor ongeregeld zootje de regeringstroepen soms waren. Ze werden vaak aangevoerd door niet voor hun taak berekende of zelfs stomdronken leiders, en op pad gestuurd om bevelen uit te voeren die waren gebaseerd op valse geruchten of moedwillig gezaaide verwarring voortkomend uit persoonlijke geldingsdrang of wraaklustige motieven. En dan had het leger ook nog eens te maken met troepen waaruit de soldaten deserteerden zodra ze het elders financieel beter konden krijgen.

    Spanning
    Cozzens is een veelschrijver over de Amerikaanse Burgeroorlog en de oorlogen van de indianen tegen de kolonisten en blanke immigranten. Hij is van huis uit militair historicus en dat is te merken. Hij schrijft alle verhalen bijzonder sappig op en doet dat ook nog op een manier die een thrillerschrijver niet zou misstaan. Een willekeurig voorbeeld (hij beschrijft de slag bij de Mil Creek in 1879): Op 29 september liet kapitein Payne zich met het grootste zelfvertrouwen in het zadel glijden. Het was een heldere ochtend met een briesje, en de keten heuvels en steile hoogtes aan beide zijden van de smalle Milk Creek lagen ogenschijnlijk rustig te bakken in de zon. Om halftien ’s ochtends betrad de cavalerie te voet de vallei. Behalve de soldaten leek er geen levend wezen te bekennen.
    Althans niet binnen gezichtsafstand.

    Dat leest als een spannend verhaal, maar toch wordt het in het boek een pondje te veel. Cozzens is helemaal in zijn element als hij de diverse treffens tussen indianen en federale troepen – en die waren er nogal wat tussen 1866 en 1891 – beschrijft. Dan verliest hij zich in details over strategieën, tactische fouten en gehanteerde tactieken. Wie minder in dat soort zaken geïnteresseerd is krijgt de neiging de pagina’s wat sneller om te slaan, niet wegens de spanning maar vanwege de wijdlopigheid.

    Excessen
    Cozzens slaagt er ook niet helemaal in om het beeld dat Dee Brown op riep te laten kantelen. Weliswaar voert hij voldoende aspecten aan die het verdedigbaar maken dat de regering geen genocide of zelfs oorlogsmisdaden voor ogen had, maar zijn boek wemelt van de voorvallen waarin vrouwen en kinderen werden aangerand en gedood en strijders van de indianen op wrede manieren werden vermoord (wat de indianen overigens omgekeerd ook deden). Er lag dan wel geen vooropgezet plan aan ten grondslag, het gebeurde wel degelijk. We moeten Cozzens meegeven dat hij zijn ogen ook niet sluit voor die excessen.

    Een vraag die de Nederlandse vertaling tenslotte nog oproept is waarom de indiaanse hoofdmannen een hele enkele keer een Engelse naam en, nog sporadischer, een inlandse naam krijgen maar vrijwel altijd een vernederlandste. Het doet zelfs wat vreemd aan Zittende Stier te lezen, waar Sitting Bull net zo bekend is. Een enkele keer zou je ook wat meer willen weten over de herkomst van de namen, maar die vraag hoort waarschijnlijk niet bij de vertaler maar bij Cozzens thuis: zouden de indianen hun strijders zelf ‘Romeinse neus’ of ‘Hoeren Jim’ hebben genoemd of kwamen hun tegenstanders op dat idee?

     

     

  • Oogst week 40

    Tarantula

    Deze week twee omvangrijke boeken; een historische roman en een moderne klassieker uit 1981. De nieuwe vertaling van Bob Dylans Tarantula en een mensen/dierenboek over varkens.

    De enige roman – hoewel wat is een roman als je deze in het licht van liedteksten beschouwt – die Bob Dylan (1941) schreef, werd deze week opnieuw in het Nederlands uitgebracht. Dylan schreef  Tarantula in 1966 en het werd in 1971 gepubliceerd. Wat te verwachten van een roman van Bob Dylan? In ieder geval geen gestroomlijnd verhaal, daarvoor is de tekst te grillig en ongrijpbaar. Het is meer als een liedtekst opgeschreven, gezien de zinsbouw en het ritme van woorden waarmee het ook wel Dylans vreemdste songtekst genoemd wordt.

    Dylan toont zich, net als hij ooit deed in het radioprogramma Theme Time Radio Hour, waarvoor hij de muziek overal en nergens vandaan haalde. Ook in Tarantula komen we ze tegen: Aretha Franklin, Woody Guthrie, Leadbelly, de Carter Family en vele, vele anderen.

    Het boek is voorzien van een uitgebreid notenapparaat waardoor de dwarsverbanden in deze schat aan muziekstijlen zichtbaar worden gemaakt.

    Hoe Robbert Jan Henkes en Erik Bindervoet zich waagden aan een nieuwe vertaling van het schier onvertaalbare boek is te beluisteren op NPO1. Zij vertellen over het boek en de manier waarop zij zich de tekst van Dylan eigen maakten.

    Tarantula
    Auteur: Bob Dylan
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Varkens

    Ken het varken, dan ken je jezelf, zou wel eens een nieuwe leus kunnen worden na het lezen van Varkens van culturele wetenschapper Thomas Macho. Varkens zijn geliefd om hun bewezen intelligentie en gehaat om hun varkensgedrag (snorken en snuiven en altijd die smerige modder vermengd met eigen uitwerpselen). Macho volgde de carrière van het varken vanaf de vroegste domesticatie tot aan zijn positie als vlees- en metaforenleverancier nummer één. Het is een prachtig geïllustreerd pleidooi voor een fraai dier, een portret van oude en nieuwe rassen en vormt het bewijs dat het varken en de mens in complexiteit en tegenstrijdigheid niet voor elkaar onderdoen.

    Varkens verschijnt in November.

    Varkens
    Auteur: Thomas Macho
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De aarde huilt

    Peter Cozzens (1957) is een Amerikaans historicus en schreef meerdere boeken over de burgeroorlog. De strijd van de indianen is het omvangrijke verhaal van de decennialange strijd tussen het Amerikaanse leger en de stammen van de Great Plains en de Rocky Mountains aan het eind van de negentiende eeuw. Na een ontmoeting met president Abraham Lincoln dacht indianenleider Magere Beer dat hij niets te vrezen had van het leger. Lincoln had hem wel gezegd dat ‘zijn kinderen’ soms niet luisterden, maar Magere Beer had dat niet begrepen. Onbevreesd reed hij de troepen tegemoet. Wat dan volgt is geschiedenis. Cozzens schrijft niet alleen over de veldslagen en campagnes, maar ook over de slechte leefomstandigheden van de soldaten aan het front en de waardeloze verdragen, de onderlinge strijd tussen stammen en facties, de mentaliteit van de indiaanse krijgers en de ethische vragen die de betrokken officieren van het Amerikaanse leger zich stelden.

    De aarde huilt
    Auteur: Peter Cozzens
    Uitgeverij: Athenaeum Polak & van Gennep

    Lanark

    De Schotse schrijver en kunstenaar Alasdair Gray (1934) schreef meer dan 30 jaar aan zijn eerste boek Lanark, dat uiteindelijk in 1981 werd gepubliceerd. Na publicatie van dit moderne visioen van de hel dat als decor de steden Glasgow en Unthank heeft, werd hij direct vergeleken met Dante, Blake, Joyce, Orwell, Kafka, Huxley en Lewis Carroll.

    De roman opent met: “Je kwam Café Elite binnen via een trap vanuit de foyer van een bioscoop. Op twee derde van de weg naar boven was een deur die naar de bioscoop zelf leidde, maar mensen die naar de Elite gingen klommen verder en kwamen in een grote, groezelig ogende ruimte vol stoelen en lage koffietafels.’ Op de Athenaeumboekensite is het verdere fragment te lezen.

    Deze moderne klassieker uit de Schotse literatuur is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    Lanark
    Auteur: Alasdair Gray
    Uitgeverij: Koppernik BV