• Verdriet als stijlvorm

    Verdriet als stijlvorm

    Per Petterson is zonder twijfel een van de beste Noorse auteurs van deze tijd. Wie Mannen in mijn situatie openslaat wordt vanaf de eerste pagina meegezogen in het verdriet van Arvid Jansen, 38 jaar oud, schrijver van enkele romans en vader van drie dochters, de oudste Vigdis is twaalf.  Zijn vrouw Turid besloot een jaar geleden dat ze niet meer van hem hield. Ze vertrok en nam de dochters mee. Arvid vermoedt dat ze liever optrekt met wat hij de kleurrijken noemt, de bourgeois die weten hoe je voortvarend moet leven. Zelf is hij een binnenvetter met een communistische achtergrond en hij heeft – voordat hij schrijver werd – uit solidariteit als arbeider gewerkt. Dat Turid hem niet meer wil accepteert hij als een onontkoombaar gegeven.

    Zwarte gat

    Bij Arvis Jansen zien we niet de woede en het zelfverwijt die bij echtscheidingen zo vaak voor komt. Hij is wel blij dat zijn dochters af en toe bij hem mogen zijn en probeert dan met hen iets te doen wat ze leuk vinden. Maar als hij ze een keer ophaalt en door onhandigheid en aangeschotenheid een auto-ongelukje veroorzaakt willen ze niet meer bij hem zijn.
    Hij aanvaardt ook dát lot, maar belandt wel in een onpeilbaar verdriet en eenzaamheid. In zijn oude Mazda maakt hij lange tochten om zichzelf bezig te houden. ’s Avonds trekt hij Oslo in om dronken te worden en hopelijk een vrouw te ontmoeten die hem Turid laat vergeten. Soms komt hij in de buurt van dat doel, maar als het dan toch weer niets wordt valt hij opnieuw in dat grote zwarte gat.

    Onstuitbaar proza

    Arvid Jansen is Per Petterson’s alter ego, en zijn leven verloopt in grote trekken net zoals dat van de schrijver zelf. Na Kielzog en Ik vervloek de rivier des tijds is Mannen in mijn situatie de derde roman waarin Petterson de lezer meevoert in Arvid’s leven. Ditmaal met zijn echtscheiding. Het proza waarmee dat gebeurt is tomeloos verdrietig, de lezer zij gewaarschuwd.

    ‘Maar het was waar dat de dagen en nachten het laatste jaar dat we samenwoonden zo langzaam in elkaar waren overgegaan dat ze helemaal tot stilstand waren gekomen en alles in de wacht stond, en het gebeurde steeds vaker dat ik het ’s avonds niet op kon brengen om in het bed te gaan liggen waar zij al een uur of langer daarvoor in was gaan liggen. We waren magneten geworden met gelijke polen naar elkaar gericht, plus naar plus, min naar min, het gebeurde dat ik naar haar toe wilde en op het moment dat ik een voet over de drempel zette de slaapkamer uit werd geslingerd en door een krachtige slag tegen mijn borst ruggelings weer de woonkamer in schoot, over de grond gleed en tegen de muur aan de andere kant knalde, en dat keer op keer, en uiteindelijk bleef ik liever op de bank platen zitten draaien, waarvan ze door de muur heel goed kon horen welke het waren. Het was muziek van toen we net bij elkaar waren en ik nog niet wist wie zij was, wie er in haar lichaam school, en zij niet wie er in het mijne school, wie ik was, en het enige wat we wilden was het ontdekken, want ik werd er totaal door opgeslokt, ik sneed mezelf af van degene die ik was geweest, ik was verliefd, vandaar, en die platen draaide ik.’

    Verborgen droefheid

    Dit onstuitbare proza, prachtig vertaald door Marin Mars, laat de lezer tot het einde van de roman niet meer los. Behalve de scheiding van vrouw en kinderen wordt Arvid achtervolgd door de naweeën van een scheepsramp van twee jaar geleden waarbij hij zijn ouders en twee van zijn drie broers verloor. Deze ramp trof ook Petterson zelf. Zijn eigen ouders en broers kwamen in 1990 om het leven tijdens de brand op de ‘Scandinavian Star’. Als Arvid voor het eerst na de begrafenis het graf van zijn ouders en broers bezoekt komt hij op de begraafplaats een jonge vrouw tegen die hem – opkomend schrijver – herkent.

    ‘Ik heb je boeken gelezen, zei ze. Ik vind ze mooi. Maar waarom zijn ze zo droevig. Dat weet ik niet, zei ik, ze worden gewoon zo, dat doe ik dus niet bewust, eigenlijk. Dat is merkwaardig, zei ze. Ja, zei ik, dat is een beetje merkwaardig. En toen knikte ze naar de graven, naar dat van haar en naar dat van mij. Is dat van het afgebrande schip. Ze noemde de naam van het schip. Het was een beetje moeilijk om iemand die naam te horen uitspreken. Ja, zei ik. Zijn je boeken daarom zo droevig. Dat weet ik zo net nog niet, zei ik, waarschijnlijk was het daarvoor al begonnen, dat de boot is afgebrand is immers nog niet zo lang geleden, twee jaar, iets langer. Dat is waar, zei ze, daar had ik niet aan gedacht. En ik draaide me om en keek dezelfde kant op als zij, over de rij grafstenen heen.’

    Als aan het eind van de roman zijn oudste dochter Vignis psychische problemen krijgt en hem nodig heeft, ziet het er naar uit dat Arvid zich ter wille van haar uit zijn depressie kan trekken. Desondanks heeft de roman een open einde en men moet niet vreemd opkijken als in Petterson’s volgende roman toch weer het verdriet zal overheersen. Het zij hem vergeven, want het levert prachtig proza op. En, zoals hij zelf zegt: ik doe het niet bewust, eigenlijk.

     

  • Oogst week 20 – 2019

    Gevallen engelen

    In de oogst van deze week de debuutroman van Almar Otten en een roman van de Noor Per Petterson; een autobiografisch/biografisch boek over Barbara Loder door Nathalie Léger en een verhalende zoektocht naar de verstandhouding van de mens tot het donker onder het aardoppervlak door Robert Macfarlane.

    Gevallen engelen is de eerste literaire roman van misdaadromanschrijver Almar Otten (1964). Een roman in vier delen die begint met een proloog waarin een notaris, Frederik Corbijn het woord voert: ‘Ik ben namelijk notaris en in die hoedanigheid maakte ik in de herfst van 2016 kennis met de vijf hoofdpersonen in dit boek.’ De vijf hoofdpersonen hebben elkaar sinds vijfentwintig jaar niet meer gezien.

    In 1986 wonen vijf studenten samen in een vervallen landhuis. Hun buurman is filosoof en daagt hen uit op zoek te gaan naar de waarheid. Hij verleidt de studenten (twee vrouwen en drie mannen) tot experimenten gebaseerd op de ideeën van Michel Foucault. Gevolg is dat ze geconfronteerd worden met jeugdtrauma’s en seksualiteit waarbij ze gevaarlijk dicht bij elkaar komen. Tot er een laatste, niet te verdragen experiment volgt. De groep valt uit elkaar. Na vijfentwintig jaar ontmoeten ze elkaar opnieuw. Wat in eerste instantie op een traditionele reünie lijkt, loopt uit op een dramatische apotheose. Een rijke roman, met verschillende verhaallijnen.

    Gevallen engelen
    Auteur: Almar Otten
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden

    Barbara Ann Loden (1932 – 1980) was een Amerikaanse actrice en regisseur. Ze regisseerde welgeteld één film, Wanda (1970), een cultklassieker waarin ze zelf de titelrol vervulde.

    De Franse schrijfster Marguerite Duras zei over de film: ‘Ik geloof dat er een wonder gebeurt in Wanda. (…) Normaal gesproken is er een afstand tussen uitbeelding en tekst, onderwerp en handeling. Hier is die afstand compleet uitgewist.’
    Een film waar kunstenaars als Isabelle Huppert, Rachel Kushner en Kate Zambreno door gefascineerd werden. Voor schrijfster Nathalie Léger vormden de mysterieën in de film Wanda het begin van een zoektocht door archieven, over continenten en een bezoek aan de mijnstadjes van Pennsylvania. Alles in een poging dichterbij de film en degene die hem gemaakt heeft te komen.

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden bevindt zich dan ook ergens tussen een biografie en autobiografie, filmkritiek en anekdotiek en is een beschouwing over kennis en zelfkennis, leven en kunst en over waarheid en verbeelding.

    Aanvulling op het leven van Barbara Loden
    Auteur: Nathalie Léger
    Uitgeverij: NBC – Koppernik

    Mannen in mijn situatie

    Per Petterson (1952) werkte als boekhandelaar en later ook als vertaler om vanaf de jaren negentig als fulltime schrijver verder te gaan. Hij is uitgegroeid tot een van de grootste hedendaagse Noorse schrijvers. Bij De Geus verschenen eerder van hem Kielzog, Heimwee naar Siberië, Ik vervloek de rivier des tijds, Ik vind het best en de internationale bestseller Paarden stelen. In 2014 brak hij in Nederland door met de roman Twee wegen, dankzij De Wereld Draait Door. Knut Hamson en de Amerikaanse korte verhalenschrijver Raymond Carver noemt hij zijn grote voorbeelden.

    Mannen in mijn situatie gaat over de achtendertigjarige Arvid. Net gescheiden en ’s nachts eenzaam door de stad zwervend. In de kroegen van Oslo zoekt hij troost bij verschillende vrouwen. Hij leeft roekeloos en zet daarmee de omgang met zijn drie dochters op het spel. Vooral zijn oudste dochter heeft hem nodig. De vraag is of hij in staat is haar te helpen. Arvid verlangt enkel naar het einde van zijn eenzaamheid.

    Mannen in mijn situatie
    Auteur: Per Petterson
    Uitgeverij: De Geus

    Benedenwereld

    De Britse schrijver Robert Macfarlane (1976) schrijft over landschappen en natuur. Met Benedenwereld schreef hij boeiende verkenningen van onderaardse ruimten in de mythologie, de literatuur, het geheugen en het fysieke landschap. Hij duikt onder het aardoppervlak en onderzoekt de verstandhouding van de mens tot het donker, leven en dood in de aarde. Macfarlane beschrijft begraafplaatsen uit de bronstijd en ondergrondse schimmelnetwerken waarlangs bomen onderling communiceren en nog meer.

    Zijn reis voert hem van prehistorische Noorse zeegrotten naar een ondergrondse ‘verstopplaats’ waar de komende honderdduizend jaar kernafval opgeslagen zal liggen, alsook voert het hem van het ontstaan van het heelal naar de toekomst van het antropoceen (het tijdperk waarin het aardse klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteiten) tot het huidige tijdperk waarin de mens domineert. Benedenwereld gaat over de ingewikkelde relatie van de mens tot de wereld onder zijn voeten. Door Macfarlane beeldend beschreven met veel aandacht voor actuele problemen.

    Benedenwereld
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Rake klappen

    Rake klappen

    Ik vind het best is één van de eerste boeken van Per Petterson (Oslo, 1962). Hij schreef het in 1992. Pas onlangs werd het vertaald in het Nederlands. Andere bekende boeken van hem zijn Twee wegen en Paarden stelen.

    Centraal in dit boek staat de verdrietige jeugd van Audun. Door middel van flashbacks komen we het verhaal van zijn jeugd te weten. Audun voelt zich vaak eenzaam te midden van de jongens uit zijn klas die opgroeien in doodnormale gezinnen. Hij komt namelijk  niet uit een normaal gezin. Zijn vader is geregeld dronken en schuwt niet hem en zijn broertje een portie slaag te geven. Ook Auduns moeder is niet bepaald het prototype van een lieve moeder: ze kan de situatie niet aan waardoor ze niet genoeg aandacht aan haar kinderen kan schenken. Bovendien wordt ze zelf ook mishandeld door haar man. Op een gegeven moment vertrekt de vader definitief uit huis (hij is al vaker zomaar opeens een paar dagen of weken weg), maar dit zorgt voor weinig verbetering in de relatie tussen Audun en zijn moeder; het tij is niet meer te keren. Het leed is al geschied, het gezin is verscheurd.

    In Auduns puberteit sterft ook nog eens zijn broer; Audun staat er voor zijn gevoel vanaf dat moment alleen voor. Gelukkig vindt hij troost in de vriendschap met zijn enige vriend Arvin. Samen komen ze de jaren 60 door. Toch bouwt hij naar iedereen (en ook naar Arvin) een muur van onverschilligheid op, daarachter huist een diepgewortelde angst. Audun is bang om zijn vriend te verliezen; hij is immers niet anders gewend dan dat de mensen om wie hij geeft uit zijn leven verdwijnen of hem teleurstellen. Deze gevoelens van angst toegeven of laten blijken zal hij echter nooit; hij heeft nooit geleerd om zijn gevoelens te uiten.

    Iedere ochtend, in de vrieskou, loopt Audun zijn krantenwijk; hij vindt het zo slecht nog niet. Hij loopt zijn vaste ronde en komt zo een beetje onder de mensen; hij maakt een praatje en is heimelijk verliefd op een getrouwde vrouw die altijd op hem staat te wachten.
    Op een dag volgt er een confrontatie met zijn vader, die hij tegenkomt wanneer hij zijn krantenwijk loopt. Hij heeft hem jaren niet gezien en het weerzien is indrukwekkend beschreven.

    Auduns vader weet af en toe rake klappen uit te delen, maar hij is niet de enige. De schrijver van deze ontroerende roman doet dit net zo goed door de manier waarop hij dergelijke situaties beschrijft. Zo’n scène laat geen lezer onberoerd. De geestelijke mishandeling en het hunkeren naar de liefde van hun vader door de beide broers worden door Petterson zeer emotioneel neergezet: zo beschrijft hij een scène waarin de vader dronken thuiskomst en de kinderen geld geeft nadat hij heeft gevraagd ‘of er nog brave kinderen zijn’. De broers pakken het geld aan en Egil, Auduns broertje, is razend blij en bedankt zijn vader uitgelaten en uitbundig: ‘”O, dank je wel, dank je wel,” riep Egil en begon in de rondte te rennen en op en neer te springen, “heel erg bedankt, pappa, jij bent lief!” riep hij.’ Audun echter is al wat terughoudender, en terecht: ‘Ik keek naar mijn vader, die midden in de kamer stond met zijn handen in zijn zij en zijn hoofd scheef, hij leek nu niet zo dronken, zijn ogen lieten ons geen moment los en er was iets in die ogen, een glinstering, die me niet aanstond. Plotseling begon hij hard te lachen, hij lachte en lachte, en opeens werd zijn gezicht strak en liep hij weer naar ons toe, griste de biljetten uit onze hand en zei: “Zo is het wel weer leuk geweest voor vanavond!.”’ Dit soort scènes vergeet je niet snel.

    Achter de onverschilligheid die de titel Ik vind het best uitstraalt – woorden die overigens meermaals in de roman worden geuit –  zit een uiterst beklemmend gevoel dat Audun altijd in zijn greep houdt. Een angst om alleen te zijn, om niemand meer te hebben. Zijn jeugd heeft hem vervreemd van de maatschappij, van het normale leven, iets wat ook blijkt uit het feit dat hij geen baantje weet te behouden. Wanneer hij rond zijn achttiende in een fabriek gaat werken wordt hij even zo snel weer ontslagen omdat hij met andere werknemers op de vuist gaat. Dit biedt weinig hoop op een goede toekomst.

    Het fraaie taalgebruik, in combinatie met het trefzeker neerzetten van de thematiek van een complex gezin, zorgt ervoor dat Petterson een knap en realistisch beeld weet te schetsen van een eenzame jeugd. Ook alle lof aan vertaalster Marin Mars, de zinnen lopen vlot en soepel en nergens valt het taalgebruik in negatieve zin op.

     

    Ik vind het best

    Auteur: Per Petterson
    Vertaald door: Marin Mars
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 256
    Prijs: € 19,95