• Woordnacht en literair gedreven initiatiefnemer Hans Sibarani


    In het weekend van 13 en 14 april gaat de derde editie van het Rotterdamse literaire festival Woordnacht van start. Waar andere grote steden als Den Haag, Amsterdam en Utrecht een lange traditie kennen met groots opgezette literaire evenementen, is Woordnacht een betrekkelijk jong maar ambitieus festival in ontwikkeling. Het concept voor dit festival werd in 2014 door initiatiefnemer en huidig festivaldirecteur Hans Sibarani ontworpen. Literair Nederland ging in gesprek met Sibarani over zijn ideeën en drive achter dit festival, over Rotterdam als literaire stad en over de betekenis van literatuur in deze tijd.

    We spreken af bij café Floor aan het Schouwburgplein in Rotterdam. Het is een zaterdag met zomerse intenties, de dag ook waarop de Marathon van Rotterdam gelopen wordt. Sibarani zit in de achtertuin van café Floor op het terras. Hij oogt een tikje vermoeid, zoals een organisator kan ogen wanneer de organisatorische afronding van een ambitieus festival zijn einde nadert. De grote lijnen zijn uitgezet, de invulling gedaan; nu nog de puntjes op de i.

    Eerst komen we te spreken over de Rotterdamse schrijfster Anna Blaman (1905-1960) die Hans Sibarani weer onder de aandacht bracht door in 2005 de Stichting ‘Ram Horna’ op te richten, vernoemd naar een wel zeer bijzonder verhaal van Blaman. Hij zette de schrijfster weer op de kaart van het Nederlandse literaire landschap. ‘Ze was weggezakt, niemand kende haar meer en dan is het heel fijn als iemand weer terug is. Ze is nu wel een icoon voor de stad.’
    Er was al een driejaarlijkse Anna Blamanprijs. In 2010 kwam daar het Anna Blamanmonument bij en de jaarlijkse Anna Blamanlezing, die nu onderdeel is van het festival. ‘In 2016 hebben we nog het proces tegen haar gereconstrueerd en opgevoerd in het Arminiusgebouw. Ik heb het typoscript bewerkt, Fred van der Hilst regisseerde en Anne Vegter speelde Blaman.’ Het ging over het tot een schandaal uitgelopen Boekentribunaal waarin Anna Blaman de gedaagde was maar waarin het niet over haar schrijverschap ging maar over haar seksuele geaardheid en gender.

    Vanwaaruit is dit literaire festival ontstaan?
    ‘Een paar jaar geleden werd in een Letteren-overleg geopperd: Rotterdamse schrijvers zouden ’s avonds hun werk kunnen presenteren. Maar alleen een keuze uit eigen werk lezen leek me een gemiste kans. Dus: Waarom geen festival? Het hing in de lucht. Ik heb toen een programmaconcept ontwikkeld waarbij er vanaf het Centraal Station tot aan in ieder geval de Witte de Withstraat, een route loopt met verschillende literaire activiteiten in verschillende instituten zoals het Goethe instituut, en Chabot museum. Het was ook belangrijk om naast Rotterdamse auteurs de literatuur naar Rotterdam te brengen. Het kreeg toen al de basisvorm die het nu nog heeft.’ In het tweede jaar werd stichting Woordnacht opgericht, het festival wordt nu met acht andere teamleden georganiseerd.

    Er zijn 13 verschillende locaties waar het festival zich afspeelt. Dat is veel.
    Sibarani knikt instemmend: ‘Dat is inderdaad het concept, meerdere locaties. Het is ook wel ontstaan vanuit het idee dat festivals steeds meer de rode loper gingen uitleggen voor hun bezoekers. Wij willen bezoekers juist kritischer maken, ze moeten zelf een keuze maken en het niet voorgeschoteld krijgen. Het aanschuiven bij een debat of interview kan voor de bezoeker veel opleveren. Maar ik ben me ervan bewust dat het keuzestress kan opleveren. En dan, denk ik, vooral vanwege de gelijktijdige programmering op 13 locaties.’

    Er zijn 70 schrijvers maar niet iedereen zit er in zijn hoedanigheid van auteur.
    ‘We hebben verschillende schrijvers gevraagd in een andere rol dan het publiek van ze gewend is. Er zit wel iets rechtvaardigs in als er een kant belicht wordt die anders nooit aan de orde komt bij een schrijver. Zo staat Raoul de Jong als lichtvoetig auteur bekend maar hij is ook een denker en dat komt minder naar voren. Hij kan vanuit een heel andere hoek vragen stellen aan Karin Amatmoekrim (in het programma De nooit gepeilde diepte).’

    In het vaste programma onderdeel Debutanten leidt dichteres Peggy Verzett het gesprek tussen een gevestigd auteur en een beginnend auteur. Dit jaar is Arthur Japin de gevestigde auteur en werkt Daan Doesborgh aan zijn debuut.
    Schrijver Kluun zit er niet om over zijn boeken te praten maar om zijn meningen over het boekenvak in een debat uiteen te zetten.
    ‘Kluun verwacht dat er niet meer gelezen wordt. Hij gelooft dat over een tijdje boeken een elitaire aangelegenheid zijn.’ Waarop Sibarani mij vraagt wat ik daarvan denk. Hij merkt dat mensen in zijn omgeving boeken wegdoen. In mijn omgeving zie ik juist dat meer jonge mensen aan het lezen slaan. Maar misschien wil ik dat liever geloven dan dat boeken zullen verdwijnen, of erger; lezen een elitaire aangelegenheid wordt. Het maakt in ieder geval nieuwsgierig naar de uitkomst van Het grote geld debat.

    Een deel van het programma draagt het thema postkoloniale literatuur. Waarom dit thema?
    ‘We zijn in de aanloop naar 70 jaar onafhankelijkheid van Indonesië, dan moeten we het nu ook als thema pakken. Er zijn veel maatschappelijke discussies die daarop aanhaken. De tijd is er dan opeens rijp voor om zo’n thema aan te snijden. Daarbij kan het koloniale tijdperk pas echt een plaats krijgen door postkoloniale literatuur. Ik vind dat literatuur handvatten biedt tot verdieping, tot een meer dimensionale manier van kijken, het debat meer relateert aan de realiteit. Ik hoop ook dat iets de discussie gaat overstijgen, dat het meer van twee kanten bekeken kan worden. Niet in de schuld blijven hangen maar op een of andere manier verder komen. Dat zou mooi zijn als postkoloniale literatuur dat kan bewerkstelligen. En ja, het is spijtig dat Alfred Birney er niet bij kan zijn. Hij heeft toegezegd maar kreeg een zware griepaanval en moest afzeggen. Er wordt natuurlijk naar gevraagd waarom hij er niet is.’

    Ligt achter dit festival als organisator ook een grotere missie om bezoekers meer met literatuur in aanraking te brengen?
    ‘Iemand vroeg me: ‘Moet je nu gelezen hebben om naar dit festival te gaan?’ De praktijk is dat mensen die lezen er wel heen gaan. Het kan zijn dat mensen die alleen Kluun hebben gelezen en op Woordnacht afkomen, daardoor de literatuur gaan ontdekken. Maar de verwachtingen moeten wel realistisch blijven. Een interview, een voordracht is mooi maar het mag ook meer zijn. Het zou mooi zijn als de achterkant van de literatuur zichtbaar wordt.’
    Sibarani over het slotdebat op de vrijdagavond, Andermans huid. ‘Mag bijvoorbeeld een man in de huid van een vrouw kruipen. Daar is discussie over. Wat vind jij, mag je als schrijver in de huid van een ander kruipen?’ Ja, stamel ik, verrast over de vraag. Het lijkt me onvermijdelijk. ‘Het heeft natuurlijk met vrijheid te maken. Voor het debat hadden we Adriaan van Dis en Karin Amatmoekrim en daar moest nog een derde bij. Ik kwam uit op Stephan Sanders, die nu een religieuze ontwikkeling doormaakt. Dat maakte het kloppend voor mij. Sanders zegt dat het voor hem te maken heeft met afkomst, identiteit en zijn adoptie: welke verhalen zijn van mij? In het slotdebat brengt Sanders die religieuze elementen er misschien wel in waardoor het een heel andere discussie kan worden.’

    Hoe is je eigen postkoloniale beleving en heeft de literatuur daarin iets betekend?
    ‘Ik heb er wel een ontwikkeling in doorgemaakt want ik kom ook uit twee culturen. Als je uit twee culturen komt is er de vraag waar je bij hoort. Eerst denk je ‘ik ben een mix’ en dat is het. Dan vraag je je af ‘ben ik de ene of de andere cultuur?’. Ik ben hier geboren en ben dus een Nederlandse Indo. Literatuur helpt me wel op  die manier dat ik vanuit een metafoor of als iets heel exact beschreven is een schok van herkenning kan krijgen.’

    Wat zijn je favoriete schrijvers?
    Sibarani lacht en vertelt over een avond met kerst, toen dit een vraag bleek om het ijs (in gezelschap) te breken. ‘Daar ontdekte ik dat mijn favoriete schrijvers bijna allemaal bij de letter B staan: Balzac, Baldwin, Blaman, Beckett, Bordewijk, Jan Cremer, Camus, Paul Bowles en Muriel Spark. Balzac en Bordewijk vind ik prachtig maar mijn meest favoriete schrijver is Paul Bowles. Een programma-onderdeel van Woordnacht is de graphic novel. Viktor Hachmang heeft Blokken van Bordewijk verstript. Dat is heel experimenteel geworden in de illustraties.’

    Poëzie op muziek en verstript
    Sibarani praat enthousiast over verschillende programma onderdelen. ‘Ik denk aan de gedichten van Peter Holvoet-Hanssen die op muziek zijn gezet. Die gedichten van Holvoet zijn heel associatief en ik ben heel benieuwd hoe dit zal uitpakken. Ik heb geen flauw idee.’ De voorstelling wordt uitgevoerd door vijf musici van AKOM, Patty Trossèl (La Pat) en de dichter zelf. Illustrator Gemma Plum heeft gedichten van Myrte Leffring verstript.
    ‘Van Myrte en Gemma heb ik het proces meegemaakt. En het viel me op dat ze er bij deze (3e) editie helemaal in zitten; je merkt gewoon dat er meer focus is tijdens dit festival. Vorig jaar was het ook goed, maar anders. Bij Gemma en Myrte was dit tijdens het proces te zien, dat ging met veel passie.’
    Leffring zal voordragen uit De tere bloemen van het verstand terwijl de verstripte gedichten getoond worden. Een genummerde exclusieve zeefdruk van een gedicht is ook te koop.

    Engagement in de Pauluskerk.
    ‘Je zoekt bij alle locaties toch wel een signatuur die erbij past. Wat ik mooi vind is dat er een appèl wordt gedaan op de spoken word dichters: het gaat om engagement en overstijgt het ego. Nu worden er brieven geschreven in het onderdeel ‘Dit is de nachtpost’. Uitgangspunt vormt het gedicht van W.H. Auden die de dynamiek toonde van de moderne Britse posterijen, This is the Nightmail.’ Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin zal zaterdagavond het programma in de Pauluskerk rondom spoken-word, literaire performance en engagement openen.
    ‘Performer Justin Samgar heeft eerder gedichten over krijgerschap gedaan op een soundtrack van Philip Glass (Mishima). Dat gaat hij opnieuw doen. Maar dan op de soundtrack van de film Jackie (over Jacqueline Kennedy). Dan krijg je een hele aparte performence. Het is heel spannend, heel bijzonder. Dat sluit de avond af.’

    Sibarani kijkt verwachtingsvol uit naar de verschillende programma-onderdelen, zoals de debatten en de onderdelen met het thema postkoloniale literatuur. Ook wordt er al een lijntje getrokken naar de volgende Woordnacht: ‘Voor volgend jaar lijkt het me mooi als er een Vlaams/Nederlandse uitgeversbeurs zou komen.’

     

     

     

     

    Woordnacht, 70 auteurs, 13 locaties, 2 dagen.

     

  • Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

    Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

    Op het eerste gezicht lijkt deze bundel uitsluitend gedichten te bevatten waar geen touw aan vast te knopen is: met versregels die als dronken torren in alle richtingen over de bladzijde kruipen, vreemde woorden die in geen enkel woordenboek op te zoeken zijn en stijlfiguren waarvan je alleen maar kunt raden wat de functie of de betekenis is. Maar bij nadere beschouwing blijkt er toch ‘method in the madness’ te zijn aangebracht: de eerste aanwijzing daarvoor is het motto voorin de bundel dat uit een citaat van Dylan Thomas bestaat. Thomas was een dichter die aan de klank van woorden meer waarde toekende dan aan de betekenis ervan. Voor Verzett lijkt dit ook te gelden: bij het hardop lezen van de gedichten wordt duidelijk dat de klankkleur van de woorden en het ritme van de zinnen in belangrijke mate de gedichten bepalen.

    Verzett is naast dichter ook schilder en naast docent Nederlands ook docent beeldende vorming, wat te merken is aan de manier waarop ze haar woorden rangschikt: als vervreemdende objecten. Daardoor krijgen ze een heel andere betekenis of worden juist van betekenis ontdaan: ‘lichtdruk fluitwerpen regelt’ is een versregel die weliswaar een onderwerp, een gezegde en een lijdend voorwerp kent, maar die verder niet appelleert aan bestaande kennis. Het is ook aan te wijzen in de vorm van de gedichten: sommige zijn typografisch, waarbij het lettertype en de uiterlijke vorm een belangrijke rol spelen, andere zijn meer klassiek, maar er zijn geen twee gedichten met dezelfde uiterlijke vorm.

    Jazzy gedichten
    Verzett is ook nog jazz zangeres: ze schrijft alsof ze zingt, ze speelt met woorden, intuïtief en associatief, waardoor de gedichten tekstfragmenten worden die soms in elkaar overlopen en allemaal deel uit maken van een groter geheel, reden waarom geen van de gedichten een titel heeft en een inhoudsopgave ontbreekt.
    Dat grote geheel van deze bundel blijkt een eerbetoon aan haar moeder te zijn en een voorbereiding op het naderende afscheid, nu zij oud en ziek is:

    ‘Zo ver haar ogen dat ze op een
    hoofdstuk lijkt in twee monddode delen
    Roerloze stof wordt onderling gesleept
    het begint nergens op te lijken’

    Ode aan moeder
    Op de voorkant van de bundel staat een foto van een glimlachende jonge vrouw, vermoedelijk uit de jaren vijftig. Hoewel het gevaar bestaat dat alles als autobiografisch wordt aangeduid, ook waar dat helemaal niet zo hoeft te zijn, zou het heel goed een foto kunnen zijn van de moeder van de dichter zelf, vooral omdat er ‘Omslagbeeld persoonlijke collectie’ bij de gegevens vermeld staat.

    Het leven van haar moeder van vroeger en nu verdeelt de dichter symbolisch in twee lichamen, het ’tweede lijf van scharnieren aan mekaar een opzij / belofte die geen stand Matroesjka’, alsof moeder geopereerd is zonder veel vooruitzichten op herstel, en het eerste lichaam: ‘Alles uit haar eerste lijf, haar golfspreeuwzwierende reiken & afwenken’. Wie ooit een zwerm spreeuwen heeft zien vliegen in vloeiende patronen, kan zich hierbij gemakkelijk de elegantie van een jonge vrouw voorstellen. Hoewel haar woorden verzonnen zijn, is Verzett in staat daarmee een universeel beeld op te roepen, zoals: ‘de zwaktehelften van je gevoelens’ en ‘Haar luistervingers zijn groot, lang als het werelddek.’ Verzett houdt van haar moeder, dat valt te lezen in elk gedicht: ‘Lenigje, lenigje, je zoete, ik ben zo graag je dochter.’ En verderop:

    ‘Ik wil haar zoals Oum Kalthoum werd gedragen
    ik wil een Egyptische koningin
    Op honderdduizend polsgewrichten
    Bij het omhoogblikken, de randen snijden van hun nekken’

    Oum Kalthoum was een Egyptische zangeres, de beroemdste aller tijden uit de Arabische wereld. Vier miljoen mensen waren bij haar begrafenis: haar fans namen de kist over van de dragers en rolden die over de schouders van de vele aanwezigen naar de begraafplaats, waar de imam lang moest smeken voordat men haar lichaam afstond om te begraven te worden. Hier gebruikt Verzett dit verhaal om haar moeder net zo veel luister bij te zetten als de zangeres ten deel viel.

    Veel van haar vreemde gedichten zijn ontroerend, ook al is de betekenis ervan niet altijd duidelijk. Het laatste gedicht is geschreven als een klassiek Grieks treurspel, compleet met koor en publiek. Ook hier staan de moeder en haar op handen zijnde dood centraal. Het koor zingt tweemaal achter elkaar: ‘haar wollen mutsje een zachte huls van omgewoelde aarde is’ en juist die herhaling maakt het zo onontkoombaar. Maar daar stelt de dichter meteen met relativerende humor tegenover:

    ‘(koor zoemend ‘oe oe’ af)
    (hoe het koor met iets weg kan lopen is)’

    En de hoop dat moeders dood nog uitblijft, wordt weergegeven in de laatste regels:

    ‘katoen licht en nog genoeg wolblond
    om de schedel van haar gezicht’

    Verbeelding gevraagd
    In de andere gedichten in deze bundel haalt Verzett herinneringen op aan haar jeugd, school, vakanties en schrijft ze over de natuur. Wat het onderwerp ook is, altijd schrijft ze over de volheid, de overvloed, de uitbundigheid die zich weerspiegelt in haar taalgebruik.
    Gemakkelijk om te lezen zijn de gedichten zeker niet. Verzett doet een zwaar beroep op de verbeelding van de lezer om zich een voorstelling of een interpretatie te maken bij de gedichten. Deze poëzie is niet in te delen bij de een of andere literaire stroming, hoewel een vergelijking met de Vijftigers zich onwillekeurig aandient.

    Op de website van Verzett staat een tweede citaat van een andere grote dichter, T.S. Eliot: ‘poetry can communicate before it is understood’. Dit geldt zeker voor de gedichten van Verzett. Zonder het helemaal te begrijpen, raakt haar poëzie je, zoals je ook ontroerd kunt worden door muziek en gezang in een taal die je niet verstaat. en niet alle gedichten laten zich doorgronden. Wat te denken van:

    ‘Jouw compagnie bleef harmonische geluiden brengen
    een trouwe gave van een karaktervloeiende roos tijdens de regens je bruidjes
    zonder het terug te ranselen, jij schaakt ze in je fort’

    Een wanhopige lezer vroeg aan de Amerikaanse schrijver William Faulkner wat hij toch doen moest om diens roman ‘The sound and the fury’ te begrijpen. Hij had het boek al drie keer gelezen en het was nog steeds even duister voor hem. Waarop Faulkner rustig antwoordde: ‘Read it a fourth time.’
    Dit zou ook het antwoord kunnen zijn als deze vraag aan Peggy Verzett gesteld werd.