• We zijn allemaal vluchtelingen

    We zijn allemaal vluchtelingen

    Bij het lezen van Vlieg weg, vlieg weg, het nieuwste boek van de Oostenrijker Paulus Hochgatterer, vraag je je regelmatig af wat je eigenlijk aan het lezen bent. In een Oostenrijks dorpje gebeuren vreemde zaken en de belangrijkste personages die zich daarmee geconfronteerd zien, zijn een seksueel droogstaande cheffin van een jongerencentrum met kleurrijke bezoekers, een ietwat tobberige ziekenhuispsychiater en een bijna gepensioneerde politie-inspecteur. Waar gaat dat heen?

    ‘Whodunit’

    De roman heeft veel weg van een detective, alleen is er geen moord gepleegd. Wel belandt een aantal dorpsbewoners op mysterieuze wijze in het ziekenhuis, wordt er op agressieve wijze actie gevoerd tegen een lokale, rechtse politicus en komt een meisje van tien ineens niet thuis van muziekles. Regelmatig beklagen Hochgatterers personages zich erover dat ze in een soort B-film terecht zijn gekomen. De inspecteur denkt: ‘Ik gedraag me als de slechte speurder in een Amerikaanse gangsterfilm’. En over het hoofd van de politie zegt een van zijn collega’s: ‘Hij praat als een commissaris van politie in een tv-serie’.

    Verwacht van Hochgatterer geen klaterende volzinnen, eerder spitsvondige observaties en inzicht in de menselijke ziel. Alles wordt op een lichtvoetige manier verteld, ook al is het verhaal niet echt grappig; daarvoor zijn de gebeurtenissen te schrijnend. De extreemrechtse bewakingsdienst van een vluchtelingenopvang noemt zichzelf ‘Actie 18’, waar bij 1 en 8 staan voor de eerste en de achtste letter van het alfabet. En dat zijn niet de initialen van Alfred Hitchcock, wordt ons verzekerd. Door de vluchtelingenproblematiek in zijn boek te verweven, sluit Hochgatterer aan bij de actualiteit. Hoe vangen wij migranten op die vanuit oorlogssituaties in het Midden-Oosten een beter leven komen zoeken in Europa? Toch houdt hij het verhaal luchtig, doordat hij zijn personages zich, tussen alle grimmige gebeurtenissen door, vooral laat bezighouden met de alledaagse problemen van het ouder worden, zoals lichamelijke slijtage en de zorgen om kinderen die andere keuzes maken dan hun ouders.

    Blijf alert

    In het begin zadelt Hochgatterer zijn lezers op met een legpuzzel waarvan onbekend is hoe die er in opgeloste vorm uit zal zien en welke stukjes er precies zijn. Personages en gebeurtenissen zijn dan nog moeilijk te plaatsen. De schrijver bewandelt het bekende pad van verschillende verhaallijnen die steeds meer met elkaar verweven raken. De tijdsaanduidingen zijn schaars, waardoor het raden blijft in hoeveel tijd het verhaal zich afspeelt. Waarschijnlijk in een paar dagen, hooguit een paar weken; de heftige gebeurtenissen volgen elkaar dus in een hoog tempo op. Als extra ontregelend element strooit Hochgatterer met namen. Tientallen personages worden bij naam genoemd, niet alleen de hoofdpersonages maar ook de bijfiguren. Als zo’n bijfiguur een eind verder in het boek ineens weer opduikt, ben je allang vergeten wie het ook alweer was.

    In het begin vraagt het lezen dus veel van je geduld en concentratie. Maar ergens halverwege weet je als lezer wel ongeveer hoe de vork in de steel zit, al probeert de schrijver aan het eind van het boek de hele boel toch weer op losse schroeven te zetten. Misschien wil Hochgatterer ons meegeven dat we tegenwoordig nou eenmaal leven in wereld waarin onzekerheid troef is. We moeten het er maar mee doen.

    Milan Kundera

    Gelukkig geven de laatste bladzijden van het boek meer inzicht in de bedoelingen van de schrijver. In de eerste plaats is daar het dankwoord waarin de auteur niet alleen zijn uitgever en gezin bedankt, maar zich ook schatplichtig toont aan Milan Kundera. In zijn essays, bij ons verschenen in De kunst van de roman, breekt Kundera een lans voor de roman als paradijs van de verbeelding, als tegenhanger van de ‘illusie van waarheid’. Hochgatterer schreef ‘een boek over de overwinning van de verbeeldingskracht van het individu over de dictatuur van de gelijkgerichte eensgezindheid.’ We mogen zijn werk dus lezen als een multi-interpretabele, louter aan de fantasie van de schrijver ontsproten roman, die het moeilijk heeft in deze tijd waarin er soms meer aandacht is voor eenduidige non-fictie. Onderzoeken, twijfelen en vragen stellen zijn tegenwoordig minder in de mode, stellige antwoorden geven juist wel.

    Op de vlucht

    Uit de noot van vertaler Gerrit Bussink maken we op dat de titel van het boek is ontleend aan het ‘Kerkerlied’ uit Goethes Faust I. Daarmee maakt Hochgatterer ons duidelijk dat het wegvliegen, het vluchten, gezien kan worden als hoofdthema van zijn roman. Niet alleen personages zoals de zestienjarige, uit Aleppo in Syrië afkomstige jongen, die zijn familie voor zijn ogen doodgeschoten heeft zien worden, zijn vluchtelingen. Welbeschouwd zijn ook de in Oostenrijk geboren personages op de vlucht, of ze verlangen daarnaar. De politie-inspecteur is in zijn hoofd vooral bezig met een kalmer leven als gepensioneerde, wanneer hij met een eigen bootje het meer op wil varen om te vissen. Die nabije toekomst noemt hij dan ook een ‘vluchtroute’. De cheffin van het jongerencentrum zoekt haar vrijheid op een rustige plek waar ze kan naaktzwemmen. En de met een celliste getrouwde psychiater maakt, als zijn vrouw voor een concert een paar dagen naar het buitenland vertrekt, van de gelegenheid gebruik om in zijn eentje een vroege bergwandeling te maken en te luisteren naar zijn eigen, Amerikaanse popmuziek, die zijn vrouw kwalificeert als een ‘toppunt van mannenkitsch’.

    Hochgatterer heeft een ongebruikelijke vorm gekozen om de actuele thematiek van migratie te bespreken. Deze originele aanpak maakt het lezen zeker de moeite waard. Met zijn onderhoudende (parodie op een) whodunit geeft hij zijn verbeelding alle vrijheid om te onderzoeken hoe wij daarmee kunnen omgaan. Antwoorden zijn er in zijn boek uiteraard niet te vinden.

     

  • Oogst week 40 – 2021

    A.D.

    Gustaaf Peek (1975) schrijft onder meer proza, poëzie en filmscenario’s. Hij debuteerde in 2006 met de roman Amin. In 2015 won hij een Gouden Kalf voor zijn scenario voor de film Gluckauf. Zijn nieuwste roman A.D. speelt zich af aan het einde van de zestiende eeuw, als de Republiek der Nederlanden nog voor de oprichting van de VOC schepen naar het oosten stuurt om specerijen te halen. Het is een meedogenloze concurrentiestrijd: degenen die als eerste de kruiden vinden, verdienen het grote geld. Verschillende personages zijn aanwezig op een schip naar Indië, allemaal met andere verhalen en visies. De een sterft aan scheurbuik, terwijl de reis voor de ander hoop betekent. De aankomst in Indië vormt het begin van de geschiedenis tussen de twee volken.

    A.D.
    Auteur: Gustaaf Peek
    Uitgeverij: Querido

    Na de moord in Amsterdam

    Zeventien jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Journalist en publicist Ian Buruma bezoekt de plaats delict en reflecteert op het Nederland voor en na 2 november 2004. Destijds schreef Buruma over de vrijheid van meningsuiting, maar kreeg felle kritiek. In een nieuw essay bij dit werk kijkt Buruma terug op deze kritiek, die vooral tegen de islam werd geuit, en stipt hij onderwerpen aan als rechts-populisme en de vermeende islamisering. Ian Buruma (1951) is sinoloog, japanoloog, journalist en publicist. Hij won verschillende belangrijke prijzen, zoals de Erasmusprijs in 2008 en de Gouden Ganzenveer in 2019.

    Na de moord in Amsterdam
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Vlieg weg, vlieg weg

    Het werk van de Oostenrijkse auteur Paulus Hochgatterer (1961) kenmerkt zich door vele verhaallijnen die uiteindelijk samenkomen. Ook in zijn roman Vlieg weg, vlieg weg (uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink) is dit het geval. Het verhaal speelt zich af in Furth am See, een stadje in Oostenrijk. Een gewonde man, die eruitziet alsof hij in elkaar is geslagen, beweert dat hij uit een appelboom is gevallen. Op de intensive care wordt een kloosterzuster verzorgd, die geen idee heeft hoe er kattenvoer in haar longen is gekomen. Ook wordt er een kind ontvoerd, maar zonder losgeldeis. Psychiater Raffael Horn en politie-inspecteur Ludwig Kovacs proberen de gebeurtenissen los van elkaar te duiden. Dit levert een kennismaking op met een reeks kleurrijke personages, waaronder een priester die tijdens de mis oortjes in heeft en naar muziek van Leonard Cohen luistert.

    Vlieg weg, vlieg weg
    Auteur: Paulus Hochgatterer
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Surfen in plaats van duiken

    Surfen in plaats van duiken

    De Oostenrijkse kinderpsychiater Paulus Hochgatterer bevindt zich als arts-schrijver in het goede gezelschap van onder meer Anton Tsjechov, Simon Vestdijk en Pío Baroja. In Nederland kreeg hij enige bekendheid met het boek De dag dat mijn grootvader een held werd. Daarnaast schreef hij in een tijdspanne van bijna 15 jaar een drietal romans waarin een vast duo figureert, Kovacs en Horn, respectievelijk rechercheur en psychiater van beroep. De zwarte klok is de tweede uit de reeks en kan overigens ook prima op zichzelf worden gelezen.

    Een seriemishandelaar

    Hochgatterer (1961) lijkt met name door Duitse critici ruimhartig lof te worden toegezwaaid. Mogelijk speelt mee dat de Duitstalige literatuur aan relevantie heeft ingeboet na het wegvallen van de oorlogsgeneratie. Met bijvoorbeeld Judith Schalansky en Juli Zeh weet de jongere lichting schrijvers het gat nog niet te vullen dat Lenz en Grass en eerder al Böll en Frisch hebben nagelaten. Ook Hochgatterer slaagt daar niet in. De zwarte klok (vertaling door Gerrit Bussink van Das Matratzenhaus, 2010) boort nergens een niveau aan dat voorbij de oppervlakte van de tekst ligt. Het is een roman met veel personages, meerdere verhaallijntjes en aan het einde wordt alles aan elkaar geknoopt, een beproefd maar nogal bloedeloos concept.

    Kovacs ziet zich als rechercheur geconfronteerd met een mysterieuze serie mishandelingen van kinderen. Dat wil zeggen, de kinderen vertellen dat ze geslagen werden door ‘een zwarte klok’, veel meer laten ze niet los. Horn ondertussen heeft naast zijn werk in een psychiatrische kliniek diverse gezinsbeslommeringen aan het hoofd. Beide heren zijn archetypes: de mismoedige Kovacs, die zich aan niemand veel gelegen laat liggen, lijkt weggelopen uit een Scandinavische politieroman en Horn kan als cynische psychiater zijn eigen zoon niet uitstaan, dat sprankelt evenmin van originaliteit. Naast dit tweetal zijn er trouwens nog meer personages van belang, want De zwarte klok bevat ook hoofdstukken waarin een lerares en een jong pubermeisje worden gevolgd. Vier verschillende invalshoeken dus en vanuit alle vier komt een zwik namen en figuranten voorbij, vaak met een korte beschrijving van enkele (uiterlijke) kenmerken. Interessant is dat nauwelijks omdat niemand van hen reliëf krijgt. Hochgatterer plakt het allemaal aan elkaar met veel dialogen, zonder dat hij stilistisch iets bijzonders weet te brengen.

    Oppervlakkig vertelprocedé

    Het mysterie van De zwarte klok (of eigenlijk van Het matrassenhuis, de originele titel is niet overgenomen in de Nederlandse uitgave) heeft alles te maken met kinderporno van het ergste soort. Hochgatterer beschrijft dit nergens heel expliciet maar hij blijft er ook niet van weg. Verstoorde of op z’n minst gemankeerde relaties zijn in dit boek alomtegenwoordig. Het lijkt er daarbij soms meer op dat de auteur zijn territorium afbakent dan dat de beschreven problematiek  inzichtelijk wordt gemaakt vanuit het romankader. De zwarte klok schetst geen optimistisch mensbeeld, zoveel mag duidelijk zijn. Wellicht staat de zichzelf geen illusies makende Raffael Horn niet ver af van Paulus Hochgatterer.

    De kurk waarop de leeservaring drijft moet de structuur van de roman zijn, enerzijds doordat de verschillende gezichtspunten op elk hun eigen wijze het mishandelmysterie geleidelijk onthullen, anderzijds omdat het bevredigend is om toe te werken naar het verband tussen de vertellijnen. Dit is hier echter niet meer dan een procedé. De manier waarop Hochgatterer deze schrijftechniek gebruikt, leidt er vooral toe dat het verhaal constant over de oppervlakte blijft scheren en nooit de diepte in gaat. Weinigen zullen zich een dag na het omslaan van de laatste pagina’s nog de namen herinneren van Kovacs’ dochter of de zoon van Horn, die beiden toch geen onbelangrijke rol spelen. Het beeld dat wordt opgeroepen in de suggestieve passages over seksueel kindermisbruik blijft waarschijnlijk langer hangen, maar dan als tekstuele oorwurm. Op z’n best kan ‘Kovacs & Horn 2’ een makkelijk leesbaar tussendoortje worden genoemd. Daarmee hoeft op zichzelf niks mis te zijn, ware het niet dat de zware thematiek van dit boek ieder luchthartig vermaak in de weg staat.

     

  • Oogst week 23 – 2020

    Terug naar Tarvod

    Boris Dittrich werd vooral bekend als Tweede Kamerlid en fractievoorzitter van D66. Hij was advocaat en rechter en is wereldwijd actief op het gebied van mensenrechten voor LHBT’ers bij Human Rights Watch. Daarnaast is hij schrijver. Inmiddels kennen velen zijn thrillers. Nu is daar Terug naar Tarvod, een roman over het leven in een Israëlische kibboets in de jaren zeventig. Hoofdpersoon Sophie werkt voor een Rijksvastgoedbedrijf en spoort eventuele erfgenamen van eenzaam gestorven personen met een nalatenschap op. Oud-rechter Roman Ronnes is zo iemand, bovendien overleden onder raadselachtige omstandigheden. Sophie vindt zijn memoires waaruit blijkt dat Ronnes in de tijd dat hij in de kibboets woonde verwikkeld was in een onstuimige liefdesgeschiedenis. Hiermee maakt Dittrich van de roman een raamvertelling. Omdat Sophie zelf nog treurt om een verloren liefde raken Ronnes belevenissen haar zo dat ze zich vastbijt in de vraag of hij nog nabestaanden heeft en hoe hij is overleden. In hedendaags Israël doet ze daarover een onverwachte ontdekking.

    Terug naar Tarvod
    Auteur: Boris Dittrich
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De zwarte klok

    Een onderwijzeres, een politiecommissaris, een kinderpsychiater en een meisje van dertien. In een vredig Oostenrijks dorp aan het begin van de zomer worden deze vier mensen ongerust over een aantal vreemde gebeurtenissen. Er wordt een kind mishandeld. Iemand probeert zelfmoord te plegen. Een man maakt een dodelijke val van een bouwsteiger. Een speeltuin wordt verwoest en de etalage van een speelgoedwinkel wordt vernield. Er is iets gaande, er schijnen problemen te zijn, maar iedereen heeft het te druk met zijn eigen leven om ze te zien. Onafhankelijk van elkaar proberen de vier die het wel zien te begrijpen wat er gebeurt. Er zijn aanwijzingen, maar een duidelijk beeld van een misdaad ontbreekt. Wel blijkt dat mensen blind kunnen zijn voor het idee dat er iets mis is en dat agressie en redeloosheid kunnen opspelen zonder dat iemand de gevolgen ervan doorziet.
    Paulus Hochgatterer (Oostenrijk, 1961) is schrijver en kinderpsychiater in Wenen. Hij schreef tientallen boeken en won vele literatuurprijzen waaronder de EU Prijs voor Literatuur voor Die Süsse des Lebens.

    De zwarte klok
    Auteur: Paulus Hochgatterer
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Knecht, alleen

    In 2016 verscheen in de serie Privédomein Jasper en zijn knecht van Gerbrand Bakker, dagboekaantekeningen over zijn dagelijks leven in de Duitse Eiffel. Jasper is de ‘enigszins gedragsgestoorde, nauwelijks te disciplineren hond’. Maar in het wederom autobiografische Knecht, alleen, het vervolg op dit boek, is Jasper dood en Bakker weer alleen waardoor hij zijn leven als leeg ervaart. Want er is behalve geen hond ook geen mens als levensgezel te bekennen. Via onaantrekkelijke landen als Albanië en Bosnië-Herzegovina maakt hij een roadtrip naar Griekenland en belandt in een depressie. Somber vraagt hij zich af hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Ondertussen werkt hij in de tuin, praat hij met vrienden en zijn ouders en probeert hij zijn leven weer in beter vaarwater te krijgen.
    Op zijn website dingetjes enzo schrijft Bakker over Knecht, alleen: ‘Ik heb gevraagd om een omslag in een paarstint. De vorige was oranje, maar dit voelde niet als een oranje boek. Dit is een paars boek.’ En: ‘Ik heb mijn moeder min of meer verboden het te lezen.’ Bakker daagt uit tot lezen.

    Knecht, alleen
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers