• Paul Bowles over het verzamelen van verhalen

    In Un Américain à Tanger (1993) van Mohammed Ulad-Mohand vertelt Paul Bowles (onder andere) hoe hij vanwege de ziekte van zijn vrouw Jane zijn eigen schrijfactiviteiten tijdelijk moest staken en die tijd die hij daardoor kreeg gebruikte om de verhalen van Marokkaanse vertellers vast te leggen en te vertalen. Mohammed Mrabet was één van hen. Hij komt in deze documentaire ook aan het woord.

    Over Paul Bowles die de verhalen van Mohammed Mrabet optekende gaat de column Gesproken woorden en orale verhalen.

  • Gesproken woorden en orale verhalen

    Het woord dat er in den beginne was, was een gesproken woord. Geen wonder dus dat de literatuur van het eerste uur orale literatuur was. Verhalen die van mond tot mond gingen, in de vergetelheid raakten en plaatsmaakten voor nieuwe die op den duur ook weer verdwenen.
    Naar die literaire oervorm wordt vaak verwezen als het in het kader van spoken word gaat over de wortels van het genre. Ik geloof niet dat dat helemaal terecht is – spoken word is een manier van vertellen die veel jonger is en meer met de vorm en het ritme van rap en poëzie te maken heeft dan met de inhoud van orale verhalen – maar ik begrijp het verband wel. Bij spoken word staat niets en niemand de interactie tussen spreker en toehoorder in de weg en dat was bij het oorspronkelijke gesproken woord ook zo.

    In een week die een beetje in het teken stond van spoken word (met het oog op een interview schuimde ik het internet af op zoek naar relevante voorbeelden) lees ik toevallig ook The Big Mirror van Mohammed Mrabet, ‘taped and translated by Paul Bowles’.
    Het is niet voor het eerst dat ik een door de analfabete Mrabet aan Paul Bowles verteld verhaal lees. Ik kende Het strandcafé en De stem al, en de roman Liefde met een lok haar. Het is wel de eerste keer dat ik denk de stem van Mrabet daadwerkelijk te horen. Voorgaande keren wist ik niet precies waar Mohammed Mrabet ophield en Paul Bowles begon, maar The big mirror klinkt authentiek. Het ziet er ook uit als een tot de magisch-realistische essentie beperkt verhaal, dat niet aangepast is aan de literaire smaak van de westerse lezer.

    Paul Bowles heeft heel wat verhalen van Mohammed Mrabet opgenomen en (maar misschien niet rechtstreeks uit het Maghrebi) in het Engels vertaald:

    ‘Ik heb meer dan honderd verhalen aan Paul Bowles verteld. Dat komt door Jane [Jane Bowles, de vrouw van Paul, lw]. Ik wilde helemaal niet met iemand samenwerken. Ik ben visser, ik vis, koop vis, ik verkoop vis, ik koop dit en dat. Kopen, verkopen, dat is mijn werk. Maar Jane zei tegen Bowles: Mrabet is the big storyman. Paul luisterde met open mond naar mijn eerste verhaal. Nachtenlang heb ik hem verhalen verteld. Verzonnen verhalen. Ik kan niet lezen en niet schrijven. Ik ben geen schrijver, ik ben geen dichter. Voor mij is vissen hetzelfde als verhalen vertellen. Op het strand is niemand, alleen Mrabet en de grote stenen. Ik vis en ik krijg honderd verhalen’,

    (in: Paul Bowles en zijn vertellers, artikel van Anneriek Goudappel in Vrij Nederland, 22 juni 1996)

    Mohammed Mrabet was niet de enige (analfabete) verteller die met zijn verhalen bij Paul Bowles terechtkon. Ook Abdeslam Boulaich, Ahmed Yaboubi en Driss ben Hamed Charhadi vertrouwden hem hun orale verhalen toe. Vanaf dat moment waren zij geen verhalenverteller pur sang meer, maar stonden ze ook te boek als schrijvers van op papier gestolde woorden. Van verhalen die voorgedragen kunnen worden, en daarmee weer in het domein van het spoken word terechtkomen.

     

    Foto: Paul Bowles (l) en Mohammed Mrabet (r), still uit de documentaire Un Américain à Tanger (1993) van Mohammed Ulad-Mohand.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

     

     

  • Spijt

    Spijt

    De bladzijden zijn van flinterdun vezelrijk papier waar je bijna doorheen kunt kijken. Overal schemeren woorden door. En niet alleen woorden, ook de plaatjes zie je van tevoren aankomen. Die plaatjes hadden van de schrijver overigens niet gehoeven. De schrijver – die dit keer dichter is – gaf de voorkeur aan zo eenvoudig mogelijk. Alleen zijn tekst. Het gedicht dat hij voor zijn vrouw schreef. De plaatjes waren het idee van de uitgever. Hij wilde de zes grafisch vormgegeven werken van evenzovele kunstenaars.
    Dat ze de tekst niet domineren is te danken aan de manier waarop de woorden van de dichter gezet zijn. Aan het lettertype dat de uitgever koos. Aan het drukken zelf. De woorden hebben de ruimte en lijken in het papier gehamerd.

    Ik blader heel voorzichtig, hoewel het wel wat kan hebben. Het oogt kwetsbaarder dan het is. Alles komt me bekend voor. De aarden tinten. De tekst in blokken die over de bladzijden dansen. De beelden die weinig goeds voorspellen.
    Hier en daar lees ik regels, strofen. Wat de dichter bezielde weet ik niet. Op papier nadert het einde, terwijl alles net nog modder was. Als hij het leest, klinken de woorden kalm en berustend. Zelfs de laatste dertien: ‘One day my words may comfort you, as yours can never comfort me.’

    Next to Nothing van Paul Bowles. Ik pikte het er meteen uit, al had ik het nooit eerder in het echt gezien. Dat ik het ooit zelf in handen zou houden, had ik niet durven dromen. Daar leek het me te zeldzaam en te gewild voor. Paul Bowles heeft een cultstatus. Wie hem eenmaal in huis heeft, laat hem nooit meer gaan. Dat soort bewonderaars heeft hij. Ik ben er een van. En toch liet ik Next to Nothing liggen…

    Vond ik dat de boekhandelaar te veel vroeg? Absoluut niet. Er zijn er maar vijfhonderd van. Het is handwerk, in Kathmandu gemaakt. De prijs leek mij alleszins redelijk – een snelle check op internet bevestigde dat – maar het is wel veel geld voor één boek. Paul Bowles zelf maakte zich drie jaar na verschijnen zorgen over de prijs, en stuurde aan op een herdruk: ‘I thought it was time it had another edition, since the present one is now listed at $150, according to a rare-book catalogue I received a fortnight ago.’
    Wat zeker meespeelde, was dat ik niet op Next to Nothing voorbereid was. De mogelijkheid het te hebben, overviel me. Blijkbaar stond het in mijn ‘systeem’ als onbereikbaar geclassificeerd en had ik me al bij het ontbreken neergelegd.

    Maar ik wilde Next to Nothing wel! En toch kocht ik het – zelfs nadat ik het nog een keer uit het beschermende hoesje had gehaald en nog een keer, en daarna nog een keer, doorbladerde en alles dat in het voordeel van Paul Bowles en Next to Nothing sprak op een rijtje had gezet en hardop had uitgesproken – niet.
    Daar heb ik spijt van, heel veel spijt.

     

  • ‘Het was alsof hij een muur kuste’

    ‘Het was alsof hij een muur kuste’

    ‘Het was alsof hij een muur kuste’

    Componist en schrijver Paul Bowles (1910 – 1999) werd wereldberoemd toen Bertolucci zijn roman The sheltering sky verfilmde. Hij speelde zelf een klein rolletje, als zichzelf: een oude westerling in Tanger. Naast zijn eigen werk legde hij in meer dan tien boeken de verhalen vast van de Marokkaanse verteller (en kunstschilder) Mohammed Mrabet (1936). Liefde met een lok haar (1967) was het eerste daarvan: een moderne roman gevoed door de orale traditie.

    Ooit werden verhalen verteld, door mensen van vlees en bloed, die ze uit hun geheugen opdiepten en op smaak brachten met fantasie en actualiteit. Literatuur was een verzameling gedeelde ervaringen. Dat is het soms nog, maar meestal gaat het om vastgelegde teksten, gestold op papier en bijgezet in boeken. En soms denken we dat daarmee iets verloren is gegaan, dat we willen terugvinden in culturen waar de orale traditie nog leeft. Bijvoorbeeld in Marokko. Bowles was een tamelijk ideale figuur om een brug te slaan tussen stem en schrift, oost en west. Hij woonde vanaf 1947 in Tanger, was geschoold componist en had dus oor voor verhalen. Bovendien keek en luisterde hij onbevooroordeeld naar uitingen van andere culturen – hij beschouwde zichzelf als reiziger: ‘Een belangrijk verschil tussen toerist en reiziger is dat de eerste zijn eigen beschaving accepteert zonder vragen; maar zo niet de reiziger, die hem vergelijkt met andere, en die elementen die hem niet bevallen verwerpt.’

    Tovervrouw
    Liefde met een lok haar is een roman, door Mohammed Mrabet verteld aan Paul Bowles en door hem opgetekend. Bowles was, geheel in lijn met zijn eigen werk, meer gefascineerd door het karige leven en de leegte van de woestijn, dan door Duizend-en-een-nacht-achtige sensualiteit en exotisme. Liefde met een lok haar is een sober verteld verhaal. Het speelt in Tanger en gaat over de 17-jarige Mohammed, die als barman werkt en woont in het hotel van de Engelsman Mr. David, met wie hij ook het bed deelt. Mohammed wordt echter verliefd op zijn overbuurmeisje Mina. Omdat hij er van overtuigd is dat de gevoelens niet wederzijds zijn, neemt hij zijn toevlucht tot een tovervrouw, die een haarlok van de aanbedene verwerkt tot een magisch middel dat de liefde ook van de andere kant op gang brengt. De twee betrekken een huisje en sluiten een huwelijkscontract bij de notaris. De wederzijdse families en Mr. David plus vriendenkring vieren het feest mee, maar tot een echt huwelijk komt het niet. Maar Mohammed betwijfelt of de met toverij verworven liefde wel echt kan zijn en Mr. David adviseert hem keer op keer om bij Mina weg te gaan voordat hij er gek van wordt. Drankmisbruik, achterdocht, overspel en valse beschuldigingen zijn het gevolg, en een scheiding is het resultaat. Mina vertrekt met haar kind en ‘Mohammed bleef bij Mr. David in het hotel, waar hij in de bar hielp, en ze waren allebei gelukkig’. Zo begint het laatste hoofdstuk, dat eindigt met de beschrijving van een ontmoeting, jaren later, tussen Mohammed en Mina. Een wrang slot.

    Bioscoop
    Liefde met een lok haar wordt verteld in kort aangebonden taal, verdeeld over 61 scenische hoofdstukken. Geen melodrama of talige arabesken, maar karige zinnen en stugge dialogen. Terwijl ze bij voorbeeld in de bioscoop zitten realiseert Mohammed zich hoeveel hij van Mina houdt, maar ook ‘dat ze nooit echte liefde voor hem kon voelen, omdat de toverspreuk die had vervangen door nepliefde.’ Als Mina later op de avond zegt: ‘Mijn hart houdt van jouw hart, Mohammed, en ik weet niet waarom,’ ziet hij daarin een bevestiging van zijn angst. Hoe hij dat ter sprake brengt? ‘Denk er niet over na, zei hij. Ze kusten elkaar en hielden elkaar stevig vast. Mohammed deed het groenige licht uit, waarna ze gingen slapen.’ Zo dus. Soms is de tekst zo droog dat het komisch wordt. ‘Die avond, toen Mohammed thuis kwam, kuste hij Mina, maar het was alsof hij een muur kuste.’

    Geest of handlanger
    Op één plek wekt de auteur de suggestie dat Mr. David probeert de werking van de toverij teniet te doen. Als Mohammed na de geboorte van zijn zoon dronken bij zijn hotel aankomt en uitgeput in bed valt, vertoont zich aan hem een verschijning – en of dat een geest is of een handlanger van Mr. David wordt in het midden gelaten: ‘Een helemaal in het wit geklede figuur kwam naar hem toe en zei: dat je altijd gezond moge blijven, Mohammed. Allah heeft je behoed voor veel kwaad. Binnenkort zul je een ander leven hebben.’

    Je kunt Liefde met een lok haar lezen als een verhaal over liefdespaniek in een samenleving die met liefde en hartstochten niet goed weg weet en veel bedekt met zwijgen. Je kunt het lezen als het verslag van een loyaliteitsconflict: trouw aan de westerse rijke relaxte Mr. David of de Oosterse arme verwarde Mina. Of je leest het als een tegenhanger voor alle rijk gestoffeerde exotische liefdesverhalen waar westerlingen zo graag bij weg zwijmelen: betaalde toverij brengt de magie van de liefde om zeep. Maar misschien kun je Liefde met een lok haar het beste lezen als een moderne roman, waarin de premoderne magische opvatting van liefde als een fatale macht in het hoofd van de hoofdfiguur botst met de moderne visie op liefde als een economische uitruil van geld, genegenheid en genot tussen weldenkende en calculerende burgers. In dat boek geeft de auteur Paul Bowles het woord aan vertelinstantie Mohamed Mrabet, die toevallig ook in de werkelijkheid rondliep en deels samenviel met zijn eigen hoofdpersoon. Ooit dan toch.

     

    Liefde met een lok haar

    Verteld door: Mohammed Mrabet
    Opgetekend door: Paul Bowles
    Vertaald door: Hester Tollenaar
    Voorwoord door: Asis Aynan
    Verschenen bij: Uitgeverij Jurgen Maas (2014)
    Aantal pagina’s: 176
    Prijs: € 14,95 (deel 5 in de Berberbibliotheek, onderdeel van de Schwob-reeks)