• Romantiek

    Romantiek

    Verhuizen is wel een ding. Achttien keer trok ik van het ene naar het andere adres, bewoonde kamers, appartementen, huizen. Soms voor de duur van een jaar, een half jaar, vaker zeven of drie jaar. Tegenwoordig zegen ik mezelf in stilte, we wonen al acht jaar (acht jaar!) in hetzelfde huis. Hardop zeg ik, ‘Nee hoor, wij zitten hier goed, wij blijven hier tot het einde der dagen’. Als was ik het verhuizen moe. Toen hoorde ik over een koetshuis aan de rand van het dorp, dat te huur staat. Ik ging er wandelen, liep achterlangs, keek over de heg, liep voorlangs, keek de oprit langs. En zag mogelijkheden. Ik ken het huis, alle dagen dat ik naar de stad fiets kom ik er voorbij. Met ruimte voor aanleg van een moestuin, het houden van kippen, stond in de annonce. Het huis met koetshuis deed zich anders voor nu ik mezelf er zag rondlopen, door openslaande tuindeuren het terras betredend. De verhuur is op basis van gunning, hoofdbewoners en huurders moeten elkaar liggen. Daarvoor dient een aanbevelingsbrief geschreven, er zijn anderen die er ook willen wonen. Nu zin ik op een brief waarbij ik eventuele nadelen (niet vermogend, maar genoeg tijd voor onderhoud van erf en tuin; drie katten, goede muizenbestrijders), als voordelen wil inzetten.

    Ondertussen blader ik gretig door een lijvig boek, zwaar als een motoronderdeel, met veel foto’s, tekeningen. Zo’n boek waar ik anderen mee lastig val. Kijk, luister, wist je, zal ik je iets voorlezen? Er staan prachtige verhalen in, reisverhalen, interviews. Jan Cremer, Anna Blaman en Jan Arends worden genoemd. Een motor die het gevoel van vrijheid vertegenwoordigt in een verhaal van Sanneke van Hassel. De rode Honda van haar vriend die al jaren ongebruikt op de stoep staat. ‘Hij staat daar opdat mijn man kan wegrijden.’ Carel Helder over een man die een Moto Guzzi kocht, ermee naar de Guzzi fabriek in Italië rijdt, in zijn garage vloerverwarming laat aanleggen. Daar op lange winteravonden naar zijn motor zit te kijken.

    Ik denk aan de grote schuur belendend aan het koetshuis. Lees verder over motorclubs, reizen en de dood. Een motorrijdende vrouw verliest haar lief in het Himalayagebergte, hij schoot met zijn motor 300 meter de diepte in, dood. God, wat een leven. Ze blijft nog maanden in Tibet, besluit dan, ‘Ik zal rijden tot ik heb gevonden’. Het verhaal gaat dat samensteller Paul Abels op bezoek bij A.L. Snijders, deze zijn motor, een Moto Guzzi aanbood om er een ritje op te maken. Dat leek Snijders niet verstandig. Na de koffie wordt Abels uitgezwaaid door Snijders. Op de snelweg met een vaart van 120 km loopt de motor vast. Hij kwam er goed vanaf, het zette aan tot dit boek, Motorrrraria, waarin levens liefdes en ongelukken gebeuren.
    Klinkt nu op mooie dagen het allesdoordringende geronk van motoren die over de dijk het dorp naderen, hoor ik opeens de romantiek daarachter, heb weet van een Moto Guzzi.

     

    Motorrrraria /samenstelling Paul Abels / AFdH uitgevers (2011)


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met mondkapje en schrijft over bewegingen aan de randen van de literatuur

  • Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Voor het eerst in de meer dan honderdjarige geschiedenis van de Nobelprijs voor de literatuur is deze toegekend aan een muzikant en tevens aan de eerste Amerikaan sinds Toni Morrison in 1993 de Nobelprijs won. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman (1941) is de wereldwijd bekende Amerikaanse singer-songwriter die in de jaren zestig en zeventig gevoelens als  ‘Rolling Stones’  omschreef, ooit ‘Rebel King of Rock’n Roll’ werd genoemd en poëtische teksten schreef als ‘How many roads must a man walk down / Before you call him a man? / How many seas must a white dove sail / Before she sleeps in the sand?’, wie het leest hoort direct de melodie. Dylan heeft hele generaties beïnvloed met zijn lyrische teksten.

    Volgens de Zweedse academie wetenschappen die de Nobelprijs toekent heeft Dylan ‘de status van een icoon’ en is zijn ‘invloed op de hedendaagse muziek diepgaand’. ‘Hij is waarschijnlijk de belangrijkste levende dichter’, aldus academielid Per Wastberg.

    Er waren 220 schrijvers genomineerd. Opmerkelijk is dat Dylan juist dit jaar ontbrak bij de favorieten, terwijl hij al jaren getipt werd voor de prijs. Wel als kanshebbers werden genoemd de Japanse auteur Haruki Murakami, de Amerikaan Philip Roth, de Syrische dichter Adonis en de Keniaan Ngugi Wa Thiong’o.

    De literaire wereld, waaronder velen liefhebber van Bob Dylan, is enigszins verbijsterd over deze opmerkelijke keuze van de Zweedse academie. Paul Abels van AFDH uitgevers liet op Facebook weten: Bob Dylan is hartstikke goed. Maar de Nobelprijs voor Literatuur had hij niet hoeven krijgen. ‘The Times They Are A Changin’, dat blijkt: literatuur moet heden ten dage in brokjes van drie minuten consumeerbaar zijn en gecombineerd worden met muziek.

    Joost Baars, essayist en dichter plaatste op zijn tijdlijn: Oké, maar dan ook een Grammy naar Les Murray wegens de uitzonderlijk muzikale kwaliteit van zijn teksten.
    Literair criticus en schrijver Joost de Vries meent: De upside is dat nu de weg vrij is, en Kanye hem over twintig jaar kan winnen.

    Dichter en columnist Daan Doesborgh, dacht als eerste toen hij het hoorde: dat vind ik nou ook weer niet nodig, maar noemt in zijn artikel op VN deze uitingen van verontwaardigd onbegrip vooral een ‘uiting van ongemak’. En: het toekennen van de Nobelprijs aan Bob Dylan dwingt ons om na te denken over de vraag waar we de grenzen van het domein literatuur moeten trekken. De toekenning maakt het antwoord op die vraag ongemakkelijk: de grens ligt niet waar jij dacht.
    Lees hier het hele artikel.