• Wat kunnen personages ons leren over The meaning of life?

    Wat kunnen personages ons leren over The meaning of life?

    De boektitel Papieren vrienden van literatuurwetenschapper Jan Konst bestaat uit zestien letters. Toeval? Grappig in elk geval wel, want het zijn zestien romanpersonages die de auteur aan een diepgaand onderzoek onderwerpt om te achterhalen wat hun idee over de zin van het leven zou kunnen zijn. In dat onderzoek betrekt Konst ook zichzelf, want in elk hoofdstuk (één per personage) stipt hij herinneringen of ervaringen uit zijn eigen leven aan. De aanleiding voor dit onderzoek is zo’n persoonlijke ervaring.

    De dood van zijn vader confronteerde hem met existentiële vragen rond the meaning of life. Hij vroeg zich af of het antwoord misschien te vinden was met behulp van protagonisten uit romans en toneelstukken die ooit een onuitwisbare indruk op hem hadden gemaakt. Het zijn uiteenlopende figuren van allerlei slag uit zo’n veertig jaar lezen en een tijdsbestek van acht eeuwen. Passend bij de auteur, die hoogleraar Nederlandse literatuur is aan de Freie Universität in Berlijn, komen de vrienden alleen uit Nederlandstalige werken en zijn het bijna allemaal Nederlanders (uitzonderingen zijn rechter Jephta uit Vondels Jephta of offerbelofte (1659), Medea uit Medea. Treurspel van Jan Vos (1667) en Deirdre uit Deirdre en de zonen van Usnachvan Adriaan Roland Holst (1920) – Samir Zafra uit De belofte van Pisa van Mano Benzamour (2013) is Nederlander met Marokkaanse ouders).

    Frames

    Wat zou het leven voor iemand zin kunnen geven? Konst onderzoekt dat voor zijn papieren vrienden aan de hand van vijf frames uit de existentiële psychologie: [1] ‘de verticale transcendentie’ (grof gezegd de religie die belooft dat de eeuwige beloning voor deugdzaam leven in het hiernamaals komt), [2] de ‘horizontale transcendentie’ (die spiritualiteit ervaart in het aardse leven door de mystieke beleving van de natuur of in een idealisme), [3] de zelfontplooiing en het streven naar vervulling van levensdoelen, [4] het gevoel deel te zijn van een gemeenschap van normen en waarden waarop je kunt vertrouwen, en tot slot [5] de verbondenheid met naasten in vriendschap en liefde.

    Konst benadert elk van zijn papieren vrienden met de vraag welk van die frames het beste bij hem of haar past. Het antwoord is zelden eenduidig. Sommigen passen in meerdere frames, maar er zijn ook protagonisten die het leven volkomen zinloos vinden (Bert Alberegt uit Herinneringen van een engelbewaarder van W.F. Hermans, Walter van Raamsdonk uit Gimmick van Joost Zwagerman en Onno Quist uit De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch). De duidelijkste frames vindt Konst bijvoorbeeld bij ridder Ferguut (uit 1250) voor wie de verticale transcendentie opgaat, bij Marie Deniet uit De wetten van Connie Palmen voor wie zelfontplooiing leidend is, bij boer Wortel uit Boerenpsalm van Felix Timmermens, die zich deel weet van een traditionele gemeenschap en bij Sofie Lamaker uit De geschiedenis van mijn seksualiteit die de zin vindt in verbondenheid met haar omgeving.

    Speculatief

    De zestien hoofdstukken zijn met elkaar verbonden als – zo noemt Konst het – ‘een dominospel’. Hij bedoelt ermee dat geen enkele beschouwing in een isolement staat. Voortdurend grijpt hij bij het schrijven over de ene vriend terug op een andere of verwijst hij vooruit naar een komende. Het levert voortdurend vergelijkingen – parallellen en verschillen – op. Bovendien toetst hij de analyses aan zijn eigen persoonlijke leven in enigszins vergelijkbare ervaringen.
    Papieren vrienden is daarmee een interessante benadering van zestien literaire figuren uit de Nederlandse literatuur. Het boek is nadrukkelijk geen literatuurbeschouwing. Konst gaat niet in op genres of structuren en laat de geestelijke vaders en moeders van de vrienden volkomen buiten beschouwing. Daarnaast schrijft hij behoorlijk speculatief en veroorlooft hij zich bewust interpretatieve oordelen die hij in wetenschappelijke zin niet kan onderbouwen.

    Doorgeploeterd

    Hoe interessant de invalshoek ook is, het boek is bepaald geen pageturner. Dat komt vooral door de alwetendheid van de auteur ten opzichte van de lezer. In een nawoord schrijft Konst ergens dat hij sommige van de titels waarin zijn vrienden onderdak vonden ‘een keer of tien doorploeterde’. Dat zullen weinig lezers hem na kunnen zeggen. En dat maakt Papieren vrienden soms erg exclusief. Als lezer raak je geregeld de draad kwijt als Konst in het ene hoofdstuk teruggrijpt op een karaktertrek van een eerder besproken personage dat al weer een beetje uit het geheugen is weggezakt. Dit betreft vooral de personages die je als lezer nog niet kende. Het is voor iedereen anders, maar bovengetekende las de hoofdstukken over Marie Deniet en Sofie Lakmaker vanwege eigen herinneringen aan de romans een stuk geboeider dan bijvoorbeeld dat over Robert van Maeren uit Noodlot van Louis Couperus, simpelweg omdat dat laatste boek nooit op de leestafel heeft gelegen.

     

     

  • Oogst week 13 -2024

    Yellowface

    In het lijstje met ‘Beste boeken van 2023’ van de Volkskrant in december vorig jaar stond tussen alle Nederlandse en vertaalde boeken ineens het Engelse Yellowface van R.F. (Rebecca) Kuang. Het gaat over een schrijfster, June Howard, die maar geen successen oogst. Maar dan is ze de enige getuige van de dood (ze stikt in een pannenkoek) van de wel populaire vroegere klasgenoot, de Chinees-Amerikaanse Athena Liu, op wie ze flink jaloers is. Ze ontdekt het manuscript waaraan Liu bezig was. Het gaat over de ronseling door het Britse leger van Chinese arbeiders in de Eerste Wereldoorlog. June doet alsof ze Athena’s beste vriendin was. Ze gaat het boek herschrijven en meer en meer naar haar hand zetten om de roman uiteindelijk onder pseudoniem als haar eigen werk te publiceren. Het wordt een succes, maar wordt het bedrog ontdekt? Yellowface is nu er nu in het Nederlands. Het is een satire op de omgang met diversiteit in de uitgeverswereld die in de Engelstalige pers nogal wisselende kritieken kreeg. Toen Kuang haar eerste versie in 2021 afhad werd haar zelfs afgeraden het te publiceren omdat uitgevers afhoudend zouden zijn.

    Yellowface
    Auteur: R.F. Kuang
    Uitgeverij: The House of Books

    De contractarbeiders van Deli

    Reggie Baay (1955) is gespecialiseerd in Indische koloniale en postkoloniale literatuur. Tot zijn vele publicaties op dit terrein behoort De njai. Het concubinaat in Nederlands-Indië uit 2018. In dat boek speelt onder andere zijn oma een rol die een ‘njai’ (een inheemse concubine van de Europese witten in Nederlands-Indië)was. Zij werd daar haar Europeaan, Baays opa, weggestuurd toen hij terugging naar Nederland. Baay slaagde er lang niet in te weten te komen hoe het zijn oma verder was vergaan, tot een toevallige ontmoeting met een onderzoeker hem duidelijk maakte dat veel van die njai later om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien contractarbeider werden op Sumatra. Dat spoor trok Baay na en hij ontdekte inderdaad zijn oma. Hoewel de slavernij al lang was afgeschaft bleken de omstandigheden waaronder de njai contractueel diensten moesten verrichten zo streng dat die nauwelijks van slavernij verschilden. De contractarbeiders van Deli is opnieuw een boek waarin Baay persoonlijke verhalen verweeft met de grote geschiedenis.

    De contractarbeiders van Deli
    Auteur: Reggie Baay
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Papieren vrienden

    Jan Konst maakte in 2012 samen met de arts de overlijdensakte van zijn vader op. Ineens flitste het beeld bij hem op van de keren dat hij de geboorteaktes van zijn dochters in ontvangst nam. Zonder erop bedacht te zijn ervoer hij de kringloop van het leven. Met zijn vader had hij vaak gesprekken gevoerd over de zin van dat leven. Hij wilde er een boek over schrijven, maar het lukte niet. Tot hij dacht aan de literaire personages die hem al jaren vergezellen (Konst is literatuurwetenschapper aan de Freie Universität Berlin en richt zich vooral op moderne Nederlandse literatuur en relaties daarvan met de Duitse). Van hem is er nu het boek Papieren vrienden, waarin hij ingaat op vragen over de zin van het leven in een ‘gesprek’ met zestien literaire voorbeelden – ‘papieren vrienden’. Hij put daarvoor uit achthonderd jaar Nederlandse literatuur. Zestien hoofdstukken zijn het geworden, gewijd aan personages / schrijvers als Onno Quist (‘De ontdekking van de hemel’), Margriete van Limborch (geesteskind van Jan van Aken), Bert Alberegt (‘Herinneringen van een engelbewaarder’) , Tibbolt Satink (‘The MOVO-tapes’), Sofie Lakmaker en elf anderen.

    Papieren vrienden
    Auteur: Jan Konst
    Uitgeverij: Balans