• Helden en hoe fictie de wereld redt

    Helden en hoe fictie de wereld redt

    Op het online literair tijdschrift Papieren Helden las ik een verhaal over een Surinaamse vader en zoon die gingen vissen. Ik ben nog nooit in Suriname geweest, maar weet nu dat De Waterkant de oudste straat van Paramaribo is, gelegen aan de Surinamerivier. Het was aan de Saramacca kreek waar de vader en de zoon op kwie kwie visten. Een klein donker visje, (ik zocht het op), met sprieten bij de kop. Ik lees over een boom. Aan het eind van de kreek staat een enorme Kankantrieboom, die onze verrichtingen gadeslaat als een aasgier. Soms ben je zo bezig met de beslommeringen van de dag dat je vergeet rust te nemen en te waarderen. Vissen dwingt je daartoe. Het vraagt dat je rustig wordt en je omgeving in je opneemt, terwijl je wacht op beet. Je neemt alles in je op en beseft hoe onbelangrijk sommige dingen zijn. Langzaam zien we de zon opkomen. Het geluid van de krekels wordt ingeruild voor dat van de vogels. Ik kan de dauw ruiken, fris en scherp.’ 

    Het fascineert me deze boom. Ik zoek het op. Het is de boom der bomen in Suriname. Als een kankantrieboom om redenen gekapt moet worden, komt hier een uitgebreid ritueel bij kijken. Om de geesten die erin huizen te bezweren. terwijl ik nog met die boom bezig ben, staat er, ‘Het is al een maand uit tussen Melissa en mij. We hadden meer dan zeven maanden verkering. Op een gegeven moment vond ze me saai.’  Een overgang die ik niet verwachtte, maar goed werkt. Soms droomde hij ‘heel even over Melissa; dat we langs de Waterkant liepen om saté te halen bij oom Re.’ Waar ik voor het eerst over De Waterkant las. Kwie Kwie, een mooi en uitgebalanceerd verhaal van Kevin Headley. 

    Op de radio hoorde ik Syriërs die vermiste familieleden hoopten terug te vinden in de cellencomplexen van Assad. Wanhoop vloeide door de ether mijn kamer binnen. In de Sednaya gevangenis bij Damascus werden betonnen vloeren opengehakt op zoek naar ondergronds leven.Ik zag vrouwen met een klein kind uit een cel komen. Een kind dat enkel die gesloten ruimte kende. Mannen en vrouwen schreeuwden omdat hun hoop op de terugkeer van geliefden vervlogen leek. De onmenselijkheid van het niet weten is wat me beschaamt.

    Deze editie kreeg de titel ‘My hare is my cape’. Verhalen als afleiding, ter bescherming. In ‘Het stuureffect van de spooras’ van Lander Govaerts, zint een malicieuze man, die precies denkt te weten wat goed voor de ander is, op wraak op de (verbeelde?) minnaar van zijn (verbeelde?) vrouw. Alles speelt zich af in het hoofd van de protagonist. Een onwerkelijk maar geweldig goed verhaal. Het loopt, overtuigt. Je vraagt je niet af of iemand het in zijn hoofd zou halen uit wraak de hoektanden van zijn rivaal af te schieten zoals hier beschreven. Ik richt de loop van het pistool vanonder mijn half dichtgeknoopte tabaksbruine mantel op zijn hoektanden. Klaar om ze eraf te blazen. Geen voedsel zal zijn gebit nog laaghartig verscheuren. Malen zal hij moeten. Met zijn ronddraaiende kiezen, die hem vanaf nu herleiden tot wat hij altijd al was. Mijn prooidier op de roestige vlakte. Hij ziet mij niet. Ik loer vanuit de schaduw van zijn onwetendheid. Een hijgende rover in het borsthoge savannegras. Het is zeven uur negenendertig op de pendeltrein tussen Geraardsbergen en Brussel. De man waarin mijn vrouw een heimelijke haven vond, zit op een veilige afstand van vijf meter van mij verwijderd. Eerst neem ik zijn hoektanden, dan zijn leven. Zij zal weer thuiskomen en blijven.’  Je denkt, wat een goed en weldoordacht plan! Een verhaal met even ongelooflijke, als verrassende wendingen. 

    Een verhaal van Ralf de Jong Dekmantel, over een valse verdachtmaking van een Russisch vertaalster door de marechaussee, er is een dossier over haar aangelegd. ‘Al ruim twee jaar werkte ze aan een vertaling van Een winter zonder tanden, een Russische roman uit 1886. De vertaling was zo goed als af, haar uitgever moest alleen nog een publicatiedatum prikken. Hij zei dat hij een ‘haakje’ zocht om het verhaal op de markt te brengen, terwijl hij tegelijkertijd moest dealen met een papiertekort als gevolg van de paperbackeditie van de Bijbel. Volgens hem draaide de boekenmarkt tegenwoordig om timing, zeker als het ging om een klassieker van een Russische schrijver uit de negentiende eeuw.’ Ook hier fantastische als even geloofwaardige drogredenen om onwerkelijke dingen (er zijn geen onwerkelijke dingen) geloofwaardig te maken. Ik denk aan ondergrondse cellen, aan marteling, hoe dit kan bestaan.

    Meer mooie bijdragen in deze editie van, David Alberti, Julien Staartjes, Sander Ausems, Sharona Maguette Diop, Caroline Ligthart, K.C. Woong en Wim Lankriet. Schrijven omdat je moet, dat proef je. Zoals vaders en moeders in onveilige landen niet anders kunnen dan blijven zoeken naar hun kinderen, een leven lang. Papieren Helden en ‘Hoe gaat fictie de wereld redden?’

     

     

    Papieren Helden



    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.

     

  • Kuiltjes graven

    Kuiltjes graven

    Het was zo’n dag dat zelfs de bananen op de fruitschaal me en masse de rug toekeerden. Deze column schoof ik voor me uit, in de hoop op mooi weer. Dat ik kon openen met: ‘De zon verwarmde mijn schouders terwijl ik op mijn knieën in de tuin de spitskoolplantjes behoedzaam in de vooraf gegraven kuiltjes in de aarde zette.’ Maar een straffe wind vloog langs de zijkant van het huis de tuin in, gierde hysterisch door elke reet of opening van het huis. De katten keken me verwijtend aan. Ik zag dat ze zich afvroegen, ‘Why, for God sake!’ (in hun eigen taal). Ter compensatie mochten ze op de bank, waar ze direct hun nagels in de zacht wollen deken klauwden. Er was een gebrek aan voornemens. 

    Ik dacht erover me op te geven voor het Zeven Zussen ontbijt bij een boekhandel ergens in het land, serieus. Ik ontbijt graag buiten de deur. Ook wilde ik me aanmelden voor de avond bij Alliance Française in Den Haag, waar Mohamed Mbougar Sarr komt praten over De diepst verborgen herinnering van de mens. Maar ik voelde een keelpijn opkomen.
    De kwestie is dat ik overal bij wil zijn, maar er altijd een excuus is om thuis te blijven, wachtend op iets dat zich (natuurlijk) onverwacht zal aandienen. Toen moest ik denken aan een betoverend verhaal op Papieren Helden, ‘Eloisa’ van Ida Blom. Daarin is de oudere zus van de tienjarige vertelster van een Italiaans dorp naar Rome verhuist. Vroeger kroop Eloisa weleens bij haar in bed. ‘Dan kneep ik mijn ogen dicht en deed alsof ik sliep. Ze rook anders, naar de buitenlucht en kampvuren, en ik hoorde haar hart bonzen van alles wat ze die nacht beleefd had.’ Op een dag neemt Eloise vanuit Rome haar vriend Alessio mee naar huis. Ik keek naar zijn wimpers, die lang en donker waren en zijn ogen omlijstten. Als hij naar Eloisa keek werden zijn ogen groot en zacht. Die nacht wenste ik dat iemand zo naar mij zou kijken.’ (dit citeer ik enkel om haar schrijfstij).

    Het weekend van haar elfde verjaardag gaat ze bij Eloisa op bezoek. Er staat een klein taartje met gouden marsepeinen roosjes op de keukentafel. Als Eloisa de taart wil aansnijden wordt ze afgeleid, ze kijkt zo lang uit het raam, ‘dat ik even dacht dat ze me vergeten was. Mist kroop over de rivier, en langs het water liepen mensen krom door de kou. Met een ruk draaide ze zich om. “Sorry, ik zag Alessio lopen dacht ik even, maar het was hem niet.” Ze sneed zorgvuldig een stuk af en gaf het aan me op een roze bordje. “En hoe voelt het om elf te zijn?” (…) Ze zat met rechte rug tegenover me, haar handen in haar schoot, en at zelf niets. Afwezig wendde ze haar blik terug naar het raam. (…) Ik nam me voor om nooit verliefd te worden. Mensen die verliefd zijn wachten alleen maar.’
    Het is een van de mooiste verhalen op Papieren Helden, het online literaire tijdschrift dat elke maand nieuwe verhalen publiceert, een mooi verhalenarchief heeft. Ik nam me voor niet meer te wachten, morgen ga ik kuiltjes graven in de tuin

     

     


    inge meijer

    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft thuis en reist met het OV om te lezen.

     

     

     

  • Achterwaarts verdwijnen

    Achterwaarts verdwijnen

    Er was de uitvaart van een broer, waarbij we hem toespraken, uitzwaaiden, een laatste ‘Vaar Wel!’ riepen. We liepen mee tot aan de ovendeur, een groot uitgevallen model, waarin ik in een flits gigantische soufflés en zuurdesembroden gebakken zag worden. De ovendeur opende zich, de kist schoof naar binnen. Alles op afstand bediend. We dachten hem nogmaals, ‘een goede vaart’ toe, poetsten tranen, snoten neuzen. De verzengende hitte schroeide mijn mondkapje, geruisloos sloot de ovendeur, daar ging hij. Naderhand proostten we op hem in een zonnige tuin, met bitterballen en kaas. Later was er sprake van leegte, iets was verdwenen, voorgoed. Ik kroop in bed met enkele fictieve magazines, Papieren Helden. Te openen met een muisklik.

    Wat ik in handen kreeg, (kan het zijn dat we zover zijn gekomen dat een digitaal blad zich in onze geest verenigt met een papieren editie?) was een prachtig vormgegeven website met proza en poëzie. Met bijdragen van meer dan tachtig beginnende en gerenommeerde schrijvers. Naast nieuw geschreven verhalen zijn er hoofdstukken (als een literaire amuse) van reeds gepubliceerde boeken geplaatst, van onder meer Josse De Pauw, Thomas Verbogt, Tjitske Jansen, Mariken Heitman, Sholeh Rezazadeh, Ine Boermans.

    In een verhaal van Mirthe van Doornik lees ik, ‘Ik bevrijdde me uit de situatie door kleine stappen achteruit te zetten, precies zoals ik later uit relaties, baantjes en vriendschappen zou wegsluipen, ik trok mijn muts stevig over mijn oren, stak mijn hoofd vooruit en pinguïnde het veld uit.’ Het beeld dat blijft, achterwaarts, schommelend als een pinguïn, stap voor stap jezelf uit een moeilijke situatie verwijderend. Soms noodzakelijk.
    Ik las Everybody I ever slept with van Tjitske Jansen. Over de exen die voor een deel van haar nalatenschap in aanmerking komen. Elke frase in het verhaal stuurt de lezer een andere kant op, aan het eind een heerlijke twist. Van Katinka Polderman, Was dit maar een verhaal van twee vrouwen met niets in hun jaszak. Waarin een van de personages een pistool in haar jaszak heeft. Polderman schrijft: ‘Ik heb haar een pistool gegeven, het zit in een van die binnenzakken, want een verhaal over een vrouw die in een café op een vriendin zit te wachten, dat is geen verhaal.’ Het doet goed over het ongewone te lezen, waarin de waarheid een vlucht neemt.

    Met een website als Papieren Helden is volgens mij nog nooit zo dicht de beleving van een papieren versie benaderd. De verschillende edities, het zijn er inmiddels vijftien, liggen links gestapeld op de website. Er is een ‘Bijsluiter’, altijd prettig te weten wat er in het middel zit, wat de werking is, eventuele bijwerkingen. Vooreerst is het heerlijk toeven in het magazine, dat je zo iets maandelijks op je digitale deurmat kunt krijgen is fantastisch. Het is niet uitgesloten dat er regelmatig verhalen op papier verschijnen. In maart verscheen het eerste, ansichtkaartformaat gedrukte boekje, Gemene dames door Christine Bax. Een fijn verhaal, vanuit het Piëmontese heuvelgebied, Italië geschreven. Over de enige groentewinkel in het dorp gedreven door twee oude dames, bekend staand als ‘de gemene dames’. Een fijne uitgave, iets om te verzamelen. Bij gebruik van Papieren Helden ontstond er een zekere leeszucht, ik kon niet meer stoppen met lezen. Tot zover de bijwerking die wellicht in de bijsluiter moet worden opgenomen.
    Nu durf ik ook opschrijven wat ik eerder verzweeg. Na de uitvaart zag ik een wazige wimpel zweven door de lucht. Ik zwaaide ernaar, niemand die het zag, (natuurlijk niet), maar er werd terug gezwaaid.

     

     

    Kijk voor meer op Papieren Helden.

    P.S. Papieren helden wil de schrijver goed betalen zodat deze kan blijven schrijven. Wie zich abonneert (€ 10,00) vindt elke maand een magazine op zijn digitale deurmat.


    Inge Meijer is een pseudoniem, wordt geregeld verliefd op een verhaal, is een gevoelig lezer.