Addertje
Van dichter en kunstenaar Jolanda Kooijmans verscheen eerder werk in onder andere De Revisor, Ooteoote, Deus ex Machina en in de bundels De Branie en De aarde nu. In 2020 debuuteerde ze met Twee ton.
In haar nieuwste bundel, Addertje ontmoeten we het demonische wezen Addertje dat haar moeder zoekt. Het bange meisje Zuuz dat de stem van de duivel heeft gehoord. Haar oudoom Drie die eindeloos op sterven ligt. De kinder misbruikende priester Bubblebeez die de hel onder zijn toog meedraagt. De eeuwig klagende treinreiziger Constant en de zeldzame watersatan, aan de andere kant van het gangpad, die het op hem gemunt heeft.
Addertje is een wonderlijk lichte, fijnzinnige en diepzinnige dichtbundel over de duivel. De vier verhalende gedichten gaan over het kwaad, over vervreemding, verdraaiing, angst, het verloren lopen in de wereld, het passeren van een kritische grens. Het archetype van de duivel wordt opnieuw geboren in een veelheid van vormen en gedaanten en hij is verrassend anders dan je denkt.
oké
genoeg poëzie
Addertje is geboren
op slag en compleet
een schepsel
en wat betekent dan Addertjes naam?
Addertjes naam is: de niet op gerekende
maar ook: de verrassende
maar ook: de zeker wetende
dat alles uiteindelijk zal worden rechtgezet
Addertjes naam is de lach in het vuistje
allemaal waar
maar op dit moment is ze maar één ding:
honger

Achter het glas
Onna Kosters is docent Engels en promoveerde op het werk van James Joyce. Hij vertaalde gedichten van Beckett en Seamus Heaney. Zijn eigen werk staat in de traditie van de dichters die hij vertaalde. Hij schrijft vaak lange gedichten waarin meerdere verhaallijnen elkaar aflossen en betekenis geven. Met het gedicht ‘Doe-het-zelf’ won hij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012.
In Achter het glas gaat het om kijken en bekeken worden, of je het weet of niet, of je het wilt of niet: glazen ogen zijn overal. In lange, meanderende gedichten en heldere, compacte lyriek legt Kosters de huidige tijd bloot.
Gewapend is het glas, gewapend is het veilig. Aan welke kant van het glas bevind je je? Weet je het antwoord pas als je het breekt? Onno Kosters leidt je langs en door de transparante wanden die ons scheiden van de werkelijkheid: beeldschermbril en dwazenspiegel, touchscreen en monitor, televisie en surveillancelens. Kijken en bekeken worden, of je het weet of niet, of je het wilt of niet: de glazen ogen zijn overal. Hoe verhoud je je achter het glas tot de ander, tot de wereld en tot jezelf?
Alsof je er niet bij bent
gaat het leven ’s ochtends aan en ’s avonds uit.
De dagen lichtreuzen
en ondertussen
alsof je er niet bij bent
beweeg je of het uitmaakt,
hou je je staande op het lichaam
dat je staand houdt

De onderkant
Als psychotherapeute en als dichter – van Soldatenliederen (1991) tot en met Berichten van het front (2020) – heeft Anna Enquist steeds achter en onder de dingen gekeken, tegels lichtend van de ziel en vliezen wegtrekkend van de oppervlakkige werkelijkheid, om te verkennen wat er woelt en woedt in de duistere ‘ruimte onder grond en mos’. In deze nieuwe bundel, haar tiende, vervolgt ze die missie met onverminderde passie en vasthoudendheid. Wat daar zoal wordt aangetroffen: een innerlijk toneel van krimp, benauwd geluk, de glimmende hoeven van een sater, een wak in de winter. Ook de dood heeft er een vooraanstaande plaats in gekregen.
Het blauwe touwtje
Leg de duizend dingen van de dode
op de tafel. Een hondenhalsband rood
als bloedkoraal. Injectiespuiten, herderstas.
Elk voorwerp vastpakken, bekijken, ordenen,
beschrijven. Je observeert, je voelt niets.
Duizend herinneringen in een tijdlijn
plaatsen. De herder slurpte rode wijn
met suiker; zijn hond piste op ons terras.
‘Onder de steen leeft hij, de hagedis’.
Hij zei het vriendelijk. Het deed me niets.
Maar nu, bij de al jaren droogstaande
schapentrog, vind ik het blauwe touwtje.
Thuis in elke herdersbroekzak om een hek
te sluiten, een boom te markeren. Fel blauw,
als vroeger. Ik pak het op. En dan, ja, dan.

