• Couperus in levende lijve

    Couperus in levende lijve

    In zijn novelle voert Coen Peppelenbos de schrijver Louis Couperus levend op. Hij doet dat aan de hand van de eerste druk van Couperus’ boek De stille kracht, een bibliofiele uitgave die dankzij de fluwelen omslag duizenden euro’s waard is. Het boek uit 1900 speelt zich af in Nederlands-Indië. Couperus laat zijn westerse personages, ten prooi aan de stille kracht van de oosterse cultuur, zowel politiek als erotisch geheel ontsporen. Couperus zelf typeert de kunstzinnige omslag in een brief aan zijn uitgever als ‘de luxe waarin ge dat onfatsoenlijke boek hebt gekleed’. Aan dit citaat heeft Peppelenbos de titel van zijn boekje ontleend: Onfatsoenlijk en luxueus.

    Hoofdpersonage Chris probeert als adviseur van het Groninger Museum kunstwerken aan een oude weduwe te ontfutselen. Onderwijl ziet hij kans voor eigen gewin uit haar boekenkast zo’n fluwelen Couperus te ontvreemden. Daarbij gaat van alles mis, wat leidt tot een schandaal in de Groningse museale wereld. Het verhaal biedt de auteur de mogelijkheid venijnig te spotten met die wereld. Chris denkt bijvoorbeeld: ‘Je kon een leven lang toe met een handjevol termen die je met veranderende bijvoeglijke naamwoorden in verwisselbare volgorde kon zetten – lijnvoering, kadrering, kleurgebruik, losse toets, focus, beeldtaal, bevreemding, spanningsveld, patronen, urgentie, vlakverdeling, spel met licht, dieptewerking en ga zo maar door – en hop weer een artikeltje klaar waarin nooit iets wezenlijks stond.’

    Broeierig

    Het verhaal kent drie perspectieven, uitgewerkt in de delen ‘Chris’, ‘Louis’ en ‘Jaap’. In elk deel hanteert de schrijver een verschillende stijl, om ook op die manier uit te drukken dat er iemand anders aan het woord is. In het (tweede) deel, dat door Couperus zelf wordt verteld, is dat natuurlijk een tour de force. Peppelenbos heeft er (terecht) voor gekozen modern Nederlands te gebruiken. Alleen in broncitaten handhaaft hij de oude spelling. In dit deel vertelt de grote schrijver hoe hij aan het begin van de twintigste eeuw op uitnodiging van een studentendispuut naar Groningen reist. Een van de studenten is Jaap, de overgrootvader van de Jaap in het derde deel. Er ontstaat een broeierige sfeer tussen de twee mannen, want Couperus is weliswaar getrouwd maar dat huwelijk was vooral een maatschappelijk alibi.

    In het derde deel, ‘Jaap’, is sekswerker Gio aan het woord. Jaap/Gio heeft onder beide namen een relatie met Chris en is betrokken bij het schandaal. Zo biedt Peppelenbos een onthullend perspectief op de gebeurtenissen in het eerste deel. Een uitgever overweegt de ervaringen van Jaap/Gio in boekvorm uit te geven, wat op zich al grappig is. Maar dat voornemen sneuvelt omdat, zoals de uitgever aan Jaap schrijft, ‘onze uitgeverij op dit moment opgaat in een wat groter concern (…)’ En als Couperus begin twintigste eeuw van Den Haag naar Groningen reist, een reis per trein die vier uur in beslag neemt, laat Peppelenbos de schrijver zich afvragen: ‘Hoeveel sneller zal dat zijn over honderd jaar?’ Het wemelt van dit soort geestige kleinigheden in dit boekje, dat qua sfeer, omvang en vermaak een aardig Boekenweekgeschenk had kunnen zijn.

    Semantisch

    Hoewel Onfatsoenlijk en luxueus een novelle wordt genoemd, heeft het meer weg van een uit de kluiten gewassen kort verhaal. De verschillende perspectieven verhullen enigszins dat er nauwelijks ontwikkeling in de personages zit, iets dat in een novelle toch wel verwacht mag worden. Chris is aan het eind nog steeds de man voor wie automatische deuren gesloten blijven. Couperus is en blijft uiteraard Couperus en Jaap/Gio persisteert als een heerlijke opportunist. Deze semantische kwestie doet er echter niets aan af dat dit boekje gegarandeerd een prettig leesuurtje oplevert. Peppelenbos publiceerde eerder de romans Victorie (2008) en De valkunstenaar (2016). Hij is oprichter en hoofdredacteur van het literaire platform Tzum, waar hij vaak de geestig-spottende toon weet te treffen die ook dit boekje kenmerkt.

     

     

  • Oogst week 26 – 2024

    Aasgierkapitalisme

    De Britse Grace Blakeley (1993) noemt zichzelf een democratisch socialist. Ze denkt en schrijft aan de linkerkant van het politieke spectrum en is groot criticaster van het kapitalisme, tot uiting komend in boeken als The Corona Crash – How the Pandemic will Change Capitalism en Stolen – How to save the World from Financialisation. Ze studeerde in Oxford PPE, een combinatiestudie van filosofie, politicologie en economie. Oxford begon met deze studie in de jaren twintig van de vorige eeuw, andere universiteiten volgden later. Volgens de BBC domineert de Oxford PPE het publieke leven in het VK. Waar of niet, Grace Blakeley treedt veelvuldig naar buiten met haar boeken, artikelen en commentaren die ze ook in talloze tv-programma’s ten beste geeft.

    Begin juni verscheen Aasgierkapitalisme – Bedrijfsmisdaden tegen de menselijkheid (Vulture Capitalism – Corporate Crimes, Backdoor Bailouts and the Dead of Freedom). ‘De “vrije markt” is in werkelijkheid een planeconomie van de superrijken’ staat achterop het boek, vermoedelijk een citaat van Blakeley. Zij ziet overal om ons heen een falend en corrupt systeem. Ze betoogt dat economische elites een mondiaal systeem hebben opgetuigd, het ‘aasgierkapitalisme’, waarvan voornamelijk de superrijken profiteren. Ze geeft inzicht in honderd jaar bedrijfscriminaliteit en politieke manipulatie die aan dat systeem hebben bijgedragen. Bij economische onstabiliteit redden overheden grote bedrijven en aandeelhouders, maar het volk, de gewone mensen, wordt aan zijn lot overgelaten. De economie moet gedemocratiseerd worden, zegt Blakeley, het is de enige manier om ongelijkheid en polarisatie op te heffen en iedereen vrijheid te garanderen.

     

    Aasgierkapitalisme
    Auteur: Glace Blakeley
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Zeven dieren bijten terug

    ‘Mijn helden zijn niet de ijszeeverkenners uit de zestiende eeuw. Hen laat ik verspreid over de bladzijden uitwaaieren als dwaalgasten. Op het hoofdpodium plaats ik de dieren met wie zij onderweg, direct of indirect, de confrontatie zijn aangegaan. In het kielzog van Willem Barentsz ben ik ze nagereisd en heb ze uit hun smeltende wereld gelicht: de narwal, de lemming, de paling, de rotgans, de ijsbeer, het rendier en de koningskrab. Met z’n zevenen nemen ze het mensendefilé af in mijn bestiarium’ meldt de succesvolle non-fictieschrijver Frank Westerman in Zeven dieren bijten terug.

    Het is zijn reisverslag van een tocht vanaf de Waddeneilanden tot voorbij de Noordkaap. De hoofdrol is niet weggelegd voor de ‘dwaalgasten’ hoewel Willem Barentz als rode draad fungeert en het Behouden Huys op Nova Zembla als decor. Waarnemer Westerman schrijft in zijn literaire, humoristische stijl onder andere met anekdotes over de doodsstrijd en overlevingskunst van de zeven pooldieren en de problematische menselijke omgang met de aarde. Hij laat zien wat de dieren ons vertellen over de gevolgen van de opwarming ervan.

    Frank Westerman studeerde tropische cultuurtechniek in Wageningen. Hij werkte als verslaggever voor Volkskrant en NRC. Hij schreef talloze non-fictie boeken waarvan vele een prijs wonnen, zoals De graanrepubliek uit 1999 (Dr. Lou de Jongprijs) en inmiddels een veelgelezen klassieker, Ararat uit 2008 de Ako literatuurprijs en De slag om Srebrenica (2018) de PrinsjesBoekenPrijs, de prijs voor het beste politieke boek.

     

    Zeven dieren bijten terug
    Auteur: Frank Westerman
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    Onfatsoenlijk en luxueus

    Coen Peppelenbos is schrijver, dichter, recensent en docent. In 1998 richtte hij het literaire tijdschrift Tzum op, dat tot 2012 in papieren vorm verscheen. Nu is het een digitaal tijdschrift, met nog steeds Peppelenbos als hoofdredacteur. Uitgeverij kleine Uil publiceert het. Recent gaf deze uitgeverij Onfatsoenlijk en luxueus van Coen Peppelenbos uit, een van de drie novellen die ter gelegenheid van Roze Zaterdag verschenen.

    Het boek gaat over Chris Vos, die een kostbare uitgave van De stille kracht van Louis Couperus begeert. Vos, een onopvallende, bescheiden man, werkt bij het Groninger Museum als beleidsmedewerker, maar in de praktijk houdt hij zich bezig met het bespelen van oude mensen om hun kunstwerken aan het museum te schenken. Hij weet een weduwe zo ver te krijgen dat zij het museum bijna haar hele collectie schilderijen doneert. In haar boekenkast ziet Vos De stille kracht staan, in een kostbare band van gebatikte katoen en fluweel, ontworpen door kunstenaar Lebeau over wie Vos nog eens een boek wil schrijven. Thuis heeft hij een paar mindere uitgaven van het boek en voortdurend speelt hij met het idee om een daarvan om te ruilen voor de kostbare van de weduwe. Zijn leven is stil sinds de dood van zijn vriend en via een dating-app ontmoet hij Gio, een student kunstgeschiedenis. Deze laat hem betalen voor de seks, maar weet veel over de schilderijen bij Chris aan de muur. De grenzen tussen hen vervagen en Gio blijkt ook nog iemand anders te zijn.

     

    Onfatsoenlijk en luxueus
    Auteur: Coen Peppelenbos
    Uitgeverij: kleine Uil