• De gorgel van de smeerlap briezelen

    De gorgel van de smeerlap briezelen

    Vertaler Robbert-Jan Henkes vraagt zich in zijn nawoord bij de bundeling van vier romans van Sergej Dovlatov af of je bij een levensschets van deze auteur moet beginnen met zijn leven of zijn werk: ‘Want zijn leven was zijn werk. En zijn werk was zijn leven’. Henkes noemt zijn nawoord dan ook ‘Dovlatovs autobiografictie’. En wij als lezers mogen daarom de woorden van het hoofdpersonage, ook Sergej Dovlatov genaamd, wel toepassen op de auteur: ‘Ik was zoals dat heet “alles bij elkaar opgeteld” op de keien gezet (…) In de journalistiek is het iedereen toegestaan één ding te doen. In één iets de principes van de socialistische moraal met voeten te treden. Dat wil zeggen, de een is het toegestaan te drinken. De ander herrie te schoppen. De derde politieke moppen te vertellen. De vierde jood te zijn, de vijfde geen partijlid. De zesde een amoreel leven te leiden (…) Je kan niet tegelijkertijd jood en dronkenlap zijn. Herrie schoppen en partijloos zijn… En ik was rampzalig universeel’.

    Deze terugblik op hoe hij op straat werd gezet is te vinden in de eerste van de vier romans, Compromis uit 1981. Die roman bestaat uit twaalf hoofdstukken die genummerd zijn als ‘Compromis’ (gevolgd door een nummer) en een voorbeeld beschrijven van een reportage die Dovlatov moest maken, de omstandigheden waaronder dat gebeurde – vooral gelardeerd met flink veel drank en gelal – en de greep van de Partij op het eindresultaat. In ‘Compromis 5’ is dat bijvoorbeeld het hilarische verhaal dat hij in 1975 moest schrijven voor de krant Sovjet Estland over de geboorte van de 400.00ste inwoner van Tallinn. Wie het ook zou worden, de 400.000ste moest in het artikel geboren zijn aan de vooravond van Bevrijdingsdag en gepresenteerd worden als een gelukkig mens. En: ‘Geen gebreken, niks treurigs, Geen keizersneden. Geen alleenstaande moeders. Complete set ouders. Een gezond, sociaal volwaardig jongetje’.
    De reportages die Dovlatov maakt leiden om uiteenlopende redenen tot gefoeter van zijn chef Toeronok: Vader een chocoladebruine Ethiopiër? Kan niet. Jood? Afgekeurd. Kind heet Volodja? Dwing de ouders dat te veranderen in Lembit, want dat is in elk geval folkloristisch.

    Zetfout

    In de tweede roman, Die van ons, de kortste in deze bundeling, beschrijft Dovlatov de wederwaardigheden van zijn familie vanaf zijn overgrootvader tot aan zijn dochter – en zelfs die van zijn hond. Bijna altijd zijn het verhalen van twaalf ambachten, dertien ongelukken, niet vanwege de onbekwaamheid van de betreffende personen, maar omdat het communistische regiem altijd wel een stok vond om te slaan als het daar zin in had. Met als gevolg ontslag maar soms ook gevangenis of werkkamp. Tussen die lotgevallen door loopt Dovlatovs persoonlijke geschiedenis. Hij vindt zichzelf maar een kluns, niet alleen in zijn schrijverij, maar ook in de verhouding tot zijn vrouw of in de opvoeding van zijn dochter. Zijn stijlregister is breed. Hij schetst op een kolderieke manier het leven van zijn grootvader Isaak en laat dat dan ineens weer volgen door een liefdevol portret van zijn tante Mara.
    Verschillende leden van de familie (onder andere Mara en Dovlatovs moeder) waren een tijd corrector bij een uitgeverij. Een gevaarlijk beroep. Elke zetfout (bijvoorbeeld een d in plaats van een w in het tweede woord van Bolsjewistische verworvenheden) kon je een gevangenisstraf opleveren.
    In Die van ons etaleert Dovlatov zijn enorme veelzijdigheid: humor, cynisme, ironie, grof taalgebruik, maar ook vertedering zoals in zijn beschrijving van zijn dochter Katja. Van haar jeugd staat hem weinig meer bij, waarna subtiele zinnen volgen als: ‘Ik herinner me de naar binnen gedrukte achterlip van haar piepkleine schoentje’ en ‘Ik herinner me het gevoel van een bewegende kleine handpalm. Zelfs door de want heen voelde je de gloed’.

    Marionetten

    De derde roman, Ambacht, bestaat uit het twee delen, Het onzichtbare boek en De onzichtbare krant. In het eerste deel is een heel feitelijke illustratie te vinden van wat vertaler Henkes bedoelt met autobiografictie. Dovlatov schrijft daar dat hij op 4 oktober 1941 is geboren. Dat was echter 3 september. In verschillende verhalen krijgt de tweede vrouw van Dovlatov minstens twee verschillende namen (Elena en Tatjana) en de schrijver geeft op drie verschillende plaatsen liefst drie verschillende manieren waarop ze elkaar hebben leren kennen.
    Het eerste deel van Ambacht beschrijft ‘de avonturen van mijn manuscripten’. Dovlatov verhaalt – zoals hij het zelf formuleert – ‘wanordelijk, breedvoerig en mompelend’ over zijn ervaringen met uitgevers en de geheime dienst. Hoe de ingrepen van die organisaties werkten valt het meest uitvoerig te lezen in het gedoe over zijn manuscript van Zone, dat gaat over zijn tijd als (gedwongen) kampbewaker. Hij probeerde te achterhalen hoe het ooit in handen van de KGB was beland en waarom iedereen die hij sprak ervan bleek te weten behalve hij zelf. Op zijn vragen draaide iedereen om de brij heen. Niemand was verantwoordelijk: er opereerden louter ‘marionetten, spoken, schaduwen…’. Collega-schrijver Maramzin vatte de absurditeit sarcastisch samen als volgt: ‘Als je je manuscript aan Brezjnev geeft, leest die het en zal zeggen: “Persoonlijk bevalt het me. Maar wat denken ze hogerop?!”’

    Luilekkerland

    In deel twee woont Dovlatov in Amerika. Daar probeert hij met enkele andere dissidenten een tweede Russische krant van de grond te krijgen die ‘De Spiegel’ wordt genoemd (in werkelijkheid heette die krant overigens ‘De nieuwe Amerikaan’). Het leidt tot een hoog oplopende ruzie met de al bestaande Russische krant, want ze zijn voor hun levensvatbaarheid afhankelijk van dezelfde lezers. Maar naast de financiële kwesties zijn er de ideologische discussies. Henkes karakteriseert dit tweede deel als inzicht gevend in ‘het wezen van hoop, verwachtingen en daarop volgende teleurstellingen’. De Russische emigranten hadden zich van Amerika een Luilekkerland voorgesteld. Dat beeld bleek al snel niet te kloppen. Dovlatov zelf: ‘Jullie moeten weten dat Amerika niet het paradijs is. Hier is, zo blijkt, alles – slecht en goed. Omdat vrijheid geen ideologie heeft. Vrijheid is in gelijke mate bevorderlijk voor het goede en het slechte. Vrijheid is als de maan, die onverschillig het pad verlicht voor roofdier en prooi…’
    De krant gaat na een brand (aangestoken door de concurrent? De KGB? Iemand anders?) ter ziele, maar Dovlatov zelf boekt wel literaire successen als er twee verhalen in de ‘New Yorker’ verschijnen en hij zijn eerste boekcontract krijgt.

    Brandy’s

    Filiaal is de titel van de vierde en laatste roman. Ook die speelt zich, net als Ambacht, af in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Amerika en weeft twee verhaallijnen door elkaar. De eerste gaat over het warrige verloop van een symposium over ‘Nieuw Rusland’ en de tweede over het weerzien van Dovlatov met zijn allereerste Russische vriendin Tasia. Zowel het symposium als dit weerzien staan bol van de absurdistische gesprekken. Maar zoals Dovlatov een keer verzucht (juist op het moment dat hij op zijn hotelkamer overdenkt dat hij al vijfenveertig is en normale mensen zich allang hebben doodgeschoten of zich aan lager wal hebben gezopen, belt  de barman dat hij vier – niet door Dovlatov bestelde – vier brandy’s komt brengen): ‘In elke situatie moet een flinter absurdisme zitten’.
    Zijn eerste romans zijn in Amerika verschenen, maar de herinneringen, en zelfs herbeleving, van zijn mislukte relatie met Tasia overheersen in deze vierde roman.

    Kwistenbiebel

    Het is een genot om Dovlatovs belevenissen te lezen in al hun absurditeiten, associatieve afdwalingen, prachtige anekdotes en talloze literaire verwijzingen. Daar moet meteen aan worden toegevoegd dat vertaler Henkes daar groots aan bijdraagt. Dovlatov dwaalt soms ongeremd af als hem weer eens iets te binnen schiet. Hij legde zichzelf ter verhoging van zijn concentratie daarom de beperking op dat geen twee woorden in één zin met dezelfde letter mochten beginnen. Henkes verklaart dat het een hels karwei is om dat ook in het Nederlands te doen. Neem alleen al de lidwoorden ‘de’ en ‘een’ in onze taal waar het Russisch geen lidwoorden heeft en maar weinig voorzetsels in tegenstelling tot het Nederlands. Toch heeft Henkes dit ‘non-alliteratieverdrag’ zoveel mogelijk proberen na te volgen (Het doet misschien wel daarom des te komischer aan dat één van de eerste zinnetjes in Compromis is: ‘Ha. Hoe is het?’).
    Daarnaast is Henkes een taalvirtuoos zoals hij samen met Erik Bindervoet bijvoorbeeld onnavolgbaar bewees in Finnigans Wake van James Joyce. In zijn vertaling van Dovlatov grijpt hij naar Bargoense woorden als een ‘jatteneur’, ‘kwistenbiebel’ en ‘miesgasser’. Maar de mooiste is toch wel: ‘Ik briezel die smeerlap z’n gorgel!’.

     

     

  • Oogst week 13 – 2023

    Omtrekkende bewegingen

    De Russische schrijver Sergej Dovlatov (1941-1990) schreef korte verhalen en romans met een veelal autobiografisch karakter. Hij groeide op in Leningrad waar hij ook een paar jaar Finse taal- en letterkunde studeerde. Zijn militaire dienstplicht vervulde hij als bewaker in een goelagkamp, daarna ging hij journalistiek studeren. Schrijver Joseph Brodsky zegt dat Dovlatov van dat goelagkamp terugkwam als ‘Tolstoj uit de Krim met een bundel verhalen en een zekere verbijstering in zijn blik’.

    Dovlatov bleef verhalen schrijven, waarvan het hem niet lukte die uitgegeven te krijgen. Pas in 1978 werden twee boeken van hem gepubliceerd, bij een uitgeverij in New York waarheen hij – met toestemming van de Sovjetautoriteiten – met zijn gezin was verhuisd. In 1990 overleed hij aan een hartstilstand. Kort daarop werd hij een van de populairste schrijvers van Rusland.

    Zijn stijl doet eenvoudig aan en heeft een laconieke, soms hilarische toon. Niet zelden komen er pechvogels, verschoppelingen of criminelen in voor, maar vooral maakt Dovlatov zijn eigen leven tot onderwerp. Omtrekkende bewegingen bevat vier romans. Compromis gaat over zijn mislukkingen bij een Estlandse krant; Die van ons vertelt zijn familiegeschiedenis, van zijn grootvader uit Vladivostok tot zijn in New York geboren zoon; Ambacht bevat zijn ervaringen met afwijzingen van zijn werk van Leningradse uitgevers en met de krant die hij in New York begon. Filiaal tenslotte handelt behalve over zijn eerste huwelijk over een conferentie met geëmigreerde Russische schrijvers in Californië.

     

    Omtrekkende bewegingen
    Auteur: Sergej Dovlatov
    Uitgeverij: Van Oorschot 2023

    Huisgenoten – Insecten in en om je eigen huis

    Entomoloog, schrijver en spreker Aglaia Bouma is onderzoeker bij Naturalis en heeft een veelgelezen column over insecten in de NRC. Wie niet wist dat kakkerlakken sociaal zijn en oorwurmen zorgzaam doet er goed aan zich te verdiepen in HuisgenotenInsecten in en om je eigen huis van Bouma. In 2020 schreef zij het boek Insectenrijk. Dertig jaar eerder overleefde zij nauwelijks een steek van een grote wesp met een fobie tot gevolg. Daarop besloot ze zich grondig in insecten te verdiepen.

    Uit Huisgenoten blijkt dat er veel meer diertjes in en rond je huis vliegen, rennen, kruipen en scharrelen dan je ooit had gedacht. ‘We wonen gemiddeld samen met ongeveer honderd verschillende soorten geleedpotigen, al willen de meesten het vermoedelijk niet weten.’ schrijft Bouma. Insecten zijn niet populair, de meeste mensen houden er niet van en schromen niet ze te doden wanneer ze er in huis een tegenkomen. Bouma laat zien hoe fascinerend de kleine kriebelige beestjes zijn en welke er leven in alle hoeken en kieren van je huis, in de potten met kruiden in je keuken en in je tuin. Je leert ze kennen en gaat begrijpen hoe één bedwants of één limonadewesp het voor de hele groep verpest.

    Net als de film Onder het maaiveld – over wormen en microscopisch kleine beestjes op en in de aarde onder onze voeten – leert Huisgenoten over gedrag en belang van de allerkleinste dieren, de wezens zonder aaibaarheidsfactor. Bouma verandert door begrip en kennis de menselijke blik van wegkijken in begroeten.

     

    Huisgenoten - Insecten in en om je eigen huis
    Auteur: Aglaia Bouma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023

    Siciliaanse brieven – Berichten van Ortigia

    Ze doen denken aan dagboekaantekeningen, de 25 brieven van Geerten Meijsing in Siciliaanse brieven (Berichten van Ortigia). De auteur schrijft over Sicilië en zijn woonplaats Ortigia, het schiereiland en historisch centrum van Syracuse. Hij geniet van zijn appartement met dakterras, dwaalt door kleine steegjes, langs oude gebouwen, langs vissersboten, zwemt in zee en geniet van de natuur. Aan wie hij de brieven richt wordt niet duidelijk. De ontvanger zou een ‘verloofde uit het noorden’ zijn. Tien eerder verschenen brieven zijn ook in deze bundel opgenomen.

    Als oudere schrijver laat hij de ouderdom niet onvermeld, andere onderwerpen zijn onder meer de maffia, filosofie, literatuur, zijn werkster. Ook zijn oudere, in 2012 overleden zuster Doeschka Meijsing wordt gememoreerd als hij mijmert over een bezoek van haar: ‘Nu kon ik haar verzorgen en behoeden. Ik sliep op de bank en zij in mijn bed, en buiten bonkte de winterzee tegen het bastion.’ En in het kader van de oudheid vertelt hij over zijn dochter die dit tot onderwerp van haar studie heeft gemaakt. Eén brief is helemaal gewijd aan Siciliaanse schrijvers. Ondanks de wat weemoedige toon is duidelijk dat Meijsing geniet van het leven op Sicilië.

    Siciliaanse brieven - Berichten van Ortigia
    Auteur: Geerten Meijsing
    Uitgeverij: De Arbeiderspers