• Niet te negeren

    Niet te negeren

    Het boek verscheen in het Nederlands in 2020. Toen heb ik het niet gelezen. Soms ben ik allergisch voor een hype. Uit een soort recalcitrantie wil ik dan niet lezen wat iedereen leest. Maar de titel is me bijgebleven. Zo’n titel die iets in het ruggenmerg raakt: Jaag je ploeg over de botten van de doden. En dan ook nog van een Nobelprijswinnaar: de Poolse Olga Tokarczuk. Jarenlang heeft het boek naar me gefluisterd, ik kon het niet langer negeren.

    Op de omslag wordt het een gothic detective genoemd. Het hoofdpersonage zou doen denken aan Miss Marple, de bejaarde hobbyspeurder van Agatha Christie. Onzin wat mij betreft. Het is gewoon een grote, zo niet briljante ‘Roman’. De hoofdletter is geciteerd. Tokarczuk gebruikt namelijk op een ongebruikelijke manier hoofdletters in haar tekst. Hoewel, eigenlijk doet het vertellende personage dat, mevrouw Duszejko. Een stevige vrouw van een jaar of zestig, geregeld gekweld door ‘Kwalen’, nauw verbonden met de ‘Natuur’, de ‘Dieren’ en de ‘Sterren’: ‘Ik geloofde niet dat iemand het überhaupt zou afdrukken, maar misschien dat iemand erover zou Nadenken’.

    Het nadenken betreft hier haar ‘Theorie’ dat er overeenkomsten bestaan tussen de stand van de sterren en de filmprogrammering van televisiezenders. Mevrouw Duszejko heeft vele theorieën, allemaal tamelijk wezensvreemd, vaak gebaseerd op haar fenomenale astrologische kennis. Dat maakt haar een buitenstaander. In de ogen van anderen een gek maar ongevaarlijk oud wijf. Toch zijn sommige van haar overwegingen zo gek nog niet. Bijvoorbeeld als ze aankomt met de theorie dat het cerebellum niet correct is verbonden met de hersenen: ‘Was die verbinding goed aangelegd, dan zouden we volledige kennis hebben van onze anatomie, van wat er in ons lichaam gebeurt. Het kaliumgehalte in mijn bloed is gedaald. De derde halswervel staat wat onder spanning. Lage bloeddruk vandaag, ik moet bewegen, en na die eieren met mayonaise gisteren is het cholesterolniveau te hoog, dus moet ik letten op wat ik eet.’

    Haar belangrijkste theorie is dat de ‘Dieren’ wraak nemen op de mens, op de vaak gedachteloos wrede mens die reeën en zwijnen naar believen dood schiet, die bomen omhakt en vossen in een pelsfokkerij opsluit. Die wraak bestaat uit moord, vandaar de annotatie met een detective of thriller. En inderdaad, de moorden vormen een voortstuwend element in het boek; ze zijn in eerste instantie een aanleiding om mensen en gebeurtenissen in een afgelegen en geïsoleerd gebied van Polen te beschrijven. Zonder nadruk is het boek ook nog eens buitengewoon geestig. ‘Eunjer was waarschijnlijk geschapen voor een leven in eenzaamheid, net als ik, maar onze eenzaamheden waren op geen enkele manier verenigbaar’, schrijft mevrouw Duszejko bijvoorbeeld. Ze heeft trouwens een hekel aan haar naam, aan de meeste namen. Daarom verzint ze voor iedereen een treffende bijnaam. Eunjer is zo’n bijnaam, net als Grootvoet en Goednieuws.

    Nu het boek uit heb, weet ik waarom het door mij gelezen wilde worden. Zelden ben ik zo diep geïnspireerd geraakt door een schrijver. Als ik twee alinea’s had gelezen dan wilde ik al naar mijn eigen schrijftafel rennen. Niet om een pastiche op Tokarczuk te maken (dat zou niet alleen onmogelijk, maar zelfs potsierlijk zijn), maar wel om te proberen eveneens een meeslepend verhaal te vertellen. Om ook origineel te zijn, theorieën tot leven te wekken en personages te laten schitteren in hun eigen universum.

     

    Jaag je ploeg over de botten van de doden / Olga Tokarczuk / vertaling: Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra / De Geus



    Jan Kloeze schrijft maandelijks een column. Begin maart verscheen zijn debuutroman Starfighter bij uitgeverij Palmslag.

  • Me and my shadow

    Me and my shadow

    En opeens is daar een schaduwkant. Eigenlijk sinds kerst. Er bewoog iets in me rond dat zicht wilde krijgen op een deel van mezelf dat ik maar niet te zien kreeg. Kort voor kerst las ik in Trouw de rubriek ‘Leesvoer voor de kerstperiode’ waarin zes schrijvers een boek aanbevolen. Elke Geurts tipte Ontmoeting met je schaduw. Ze had het over ‘de kracht van de onderdrukte kanten van je persoon’. Dat het enige wat je schaduw wil, is gezien worden. Dus kocht ik het boek, volgde het advies van Geurts op en kroop (lekker) onder een dekentje op de bank. Dat viel nog niet mee met een boek dat in gewicht een pond ruim overschreed en zich niet soepel liet openen. Tot blz. 79 kwam ik, daar las ik: ‘Feedback van anderen is een van de beste methoden om inzicht te krijgen in je persoonlijke schaduw. Hoe ziet iemand anders je?’ 

    Kort daarvoor las ik de roman Empusion dat opent met een citaat van Fernando Pessoa. ‘Het zonlicht blijft de regisseur van de waarneembare wereld. Het onbekende loert naar ons vanuit de schaduw.’

    Empusion wordt de feministische tegenhanger van De toverberg genoemd. Gek genoeg komen er geen vrouwen in voor. Ja, aan het begin, de kokkin,maar die ligt op bladzijde 39 al dood op de eettafel in de eetzaal. Een andere vrouw beweegt zich als een soort belofte door het boek, ongrijpbaar. Het boek wordt bevolkt door aan tuberculose lijdende mannen en hun verzorgers die in 1913 in een kuuroord in Görbersdorf verblijven. Deze mannen vinden vrouwen van een ondergeschoven soort. Dat het vrouwenlichaam niet de vrouw toebehoort, maar de mensheid. Wanneer er een literaire kritiek van een vrouw in de krant is geplaatst, zeggen ze: ‘Dus ook hier willen de suffragettes iets te vertellen hebben. Dit is werkelijk grotesk.’ Volgens hen schrijven vrouwen niet, ‘en als ze al schrijven dan lezen wij dat niet.’

    Het was ergerlijk, en ik vroeg me af wat Tokarczuk met al die vrouwmiskennende opmerkingen wilde laten zien. Tot ik achter in het boek onder ‘Aantekeningen van de auteur’ lees dat alle misogyne opvattingen afkomstig zijn van beroemde auteurs als Joseph Conrad, Freud, Fielding, Kerouac, Pound, Sartre, Yeats, Strindberg, Plato enzovoorts. Ja, dan is het opeens klip en klaar dat dit een feministische roman is.

    Tokarczuk schrijft na al die misogyne uitlatingen ergens: ‘Volgens ons is juist dat wat in de schaduw blijft, dat wat aan het oog onttrokken wordt, het interessantst.’ Het is of ik docente (Elke Geurts) van de cursus schaduwschrijven hoor praten. Drie zondagmiddagen ging ik naar de Haarlemmerdijk in Amsterdam. De eerste cursusdag riep ik, in een poging wat beslagen te ijs te komen naar de man of hij mijn schaduwkant kende. ‘O ja’, zei hij. ‘Dat jij alles altijd van de positieve kant ziet, dat alles zomaar kan.’  O jee, hier doelde hij op onze verhuisplannen, de (confronterende) discussie die ik de dag ervoor nog over voerde. Ik riep direct, terwijl ik mijn tas pakte, dat dat niet telde. Dat hij dat niet mocht gebruiken.

    Dat was natuurlijk wel een vet schaduw dingetje dat ik daar van tafel veegde.

     

    Deze week was ik in museum More en werd getroffen door het schilderij ‘Alter ego’ door de Zweedse kunstenares Mamma Andersson. Daarin was de schaduw zichtbaar gemaakt. Zag ik opeens  mezelf.

     

     

    Citaat Pessoa uit: Kroniek van een leven dat voorbij gaat / vertaling Michael Stoker


    Inge Meijer is een pseudoniem, altijd op zoek naar een goed verhaal.

  • Oogst week 11 – 2023

    is daar iemand

    Bij het grote publiek is Micha Hamel bekend vanwege Maestro, een tv-programma waarin BN’ers orkesten dirigeren. Met wisselend succes. Zijn eigen succes is allesbehalve wisselend. Als componist verzorgt hij wereldwijd muziekvoorstellingen en hij is sinds 2015 voorzitter van de werkgroep Kunst en Wetenschap voor de KNAW. Ook als dichter heeft hij zijn sporen verdiend. Zo werden zijn poëziebundels Alle enen opgeteld en Bewegend doel beloond met meerdere prijzen. Hamels zesde bundel, is daar iemand, heeft een GGZ-instelling als decor.

    In 2009 verkeert Hamel in een psychose, waarvoor hij wordt opgenomen in het ziekenhuis. Veertien jaar later vindt hij eindelijk de juiste woorden om die periode te verdichten. Zelf noemt Hamel is daar iemand een psychografie, het verhaal van een geest. Tijdens die wazige dagen bij de GGZ vormt de hoofdmaaltijd het enige hoogtepunt. Het ansichtkaart-zinnetje ‘het eten was er lekker’ keert geregeld terug in zijn 101 gedichten. Net als een paard, een leeuw en een makreel. Poëzie over waanideeën? Een waanzinnig idee!

    is daar iemand
    Auteur: Micha Hamel
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    De tedere verteller (essays)

    Olga Tokarczuk vermorzelt de superioriteitsgevoelens van westerse reizigers: ‘De toerist wil dat het exotisch is, maar niet té. Hij wil dat het authentiek is, maar wil onder geen beding afzien van zijn ochtenddouche. Hij wil een lichte huivering van emotie, maar niet in die mate dat hij er onrustig van wordt. Hij wil contact met de plaatselijke bewoners, maar niet dat het hem ergens toe verplicht en te serieus wordt.’ Zou I.L. Pfeijffer Grand Hotel Europa op Tokarczuks essays hebben gebaseerd? In De tedere verteller bewijst Tokarczuk dat de bevoorrechte mens geen échte empathie meer heeft, en hoe gevaarlijk dat is.

    Nederland schermt al jaren met zijn meest geëngageerde schrijver aller tijden: Eduard Douwes Dekker. Zijn Max Havelaar was zo’n oproep tot empathie, maar inmiddels doet die naam hooguit denken aan goeie koffie en ‘iets met Indonesië’. Dan heeft Polen met de Nobelprijswinnares van de Literatuur een serieuzere krachtpatser in huis. Tokarczuk krijgt het zelfs voor elkaar dat haar fictieve romanpersonages (Janina Duszejko) op echte spandoeken van demonstranten staan. Zij laat ons geloven dat literatuur de wereld inderdaad ten goede kan veranderen. Zolang we maar teder en kritisch durven te zijn.

    De tedere verteller (essays)
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus

    DealersDochter

    Astrid Roemer geldt als een grand dame van de Nederlandse literatuur. In 2016 en 2021 ontvangt zij respectievelijk de P.C.-Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren voor haar gehele oeuvre. De laatste onderscheiding wordt met calvinistische soberheid toegekend vanwege haar openlijke steun aan Desi Bouterse. De Belgische koning woont de uitreiking niet bij. Als nasleep van deze affaire verschijnt nu DealersDochter anderhalf jaar later dan de bedoeling was. Gecanceld te worden, dat verdienen alleen middelmatige makers. Gelukkig maar.

    Roemers nieuwe roman volgt vijf personages wier levensloop wordt bepaald door hun geboortegrond: Suriname. Allen hebben zij zijdelings iets te maken met een personage uit Roemers roman Gebroken wit (2019). Via vervreemding, criminaliteit en racisme laat Roemer zien wat de gevolgen kunnen zijn van een zelf gekozen exodus. Bovendien zet Roemer de lezer aan het denken over hoe geschiedenis generaties lang doorwerkt in individuen. Kan iemand, wiens voorouders van continent naar continent zijn gesleurd, zich ooit ergens écht thuis voelen?

    DealersDochter
    Auteur: Astrid H. Roemer
    Uitgeverij: Prometheus
  • Een gecompliceerde en machtige roman

    Een gecompliceerde en machtige roman

    De Poolse auteur Olga Tokarczuk (1962) won de Nobelprijs Literatuur 2018, die in 2019 bekend werd gemaakt. Eerder werd haar werk bekroond met de Man Booker International Prize en meerdere malen met de Nike-prijs, de belangrijkste literaire prijs van Polen. Jaag je ploeg over de botten van de doden, haar tiende roman, is een feministische en ecokritische roman met thrillerelementen.
    Het verhaal wordt verteld door Janina, een oudere vrouw die in een afgelegen dorp woont. De eerste zin zet meteen de toon, ‘Ik ben al op zo’n leeftijd en er bovendien zo aan toe dat ik voor het slapen altijd goed mijn voeten hoor te wassen voor het geval de ambulance me ’s Nachts moet komen halen.’ De hoofdletter in deze zin is niet verdwaald, Janina is gul met hoofdletters. Zo krijgen ook woorden als Mens, Schemering en Teefje een hoofdletter. 

    Meerdere moorden

    Op een nacht maakt de buurman haar wakker, hij heeft een andere buurman, door Janina Grootvoet genoemd, dood gevonden. Dat is het startschot voor meerdere moorden in het dorp. Alle slachtoffers vormden een bedreiging voor de dieren in de omgeving. Over Grootvoet vertelt Janina, ‘Heel wat keren was ik achter hem aan gelopen en had ik de primitieve stroppen van ijzerdraad voor de Dieren weggehaald, de lussen die zo aan de kromgespannen jonge boompjes waren vastgemaakt dat het gevangen Dier als gekatapulteerd omhoogvloog en in de lucht bleef hangen.’
    De politie doet weinig, dus Janina begint met haar eigen onderzoek en houdt de politie op de hoogte, ‘[…] ik heb besloten om bepaalde, heel karakteristieke informatie die we uit de kosmogrammen (beter bekend als Horoscopen) van de slachtoffers kunnen halen, wat beter te bekijken, en zowel in het ene als in het andere geval lijkt het duidelijk dat een aanval van Dieren hun fataal is geworden.’ Het lijkt alsof de dieren wraak nemen op de mensen, dat is in ieder geval wat Janina gelooft. Maar is dat wel zo? 

    Mens en dier

    Janina is een excentrieke, zorgzame verteller. Ze rouwt om dode dieren, denkt constant aan haar overleden dorpsgenoten en vermenselijkt zelfs de vakantiehuizen waar ze een oogje in het zeil houdt als de bewoners er niet zijn: ‘Nu ik er gerust op was dat de huizen weer waren toevertrouwd aan de zorg van hun eigenaren, schiep ik er plezier in om steeds verder te lopen en die wandelingen nog steeds mijn rondes te noemen.’ Ze heeft moeite met mensen die vlees eten en nog meer moeite met het feit dat niemand haar serieus neemt als ze er iets van zegt. Toch heeft Jaag je ploeg over de botten niet altijd een serieuze toon, bijvoorbeeld wanneer Janina meekijkt met de openluchttandarts en diens patiënt:
    ‘”Wat is er loos?” vroeg de Tandarts. Als antwoord deed hij zijn mond open, en de Tandarts keek erin. Hij sprong direct terug en zei ‘Sodeju’, wat waarschijnlijk de beknoptste beoordeling van de staat van het gebit van de patiënt was.’

    Maatschappijkritiek

    Jaag je ploeg over de botten is sterker als roman dan als thriller. Wie de moorden heeft gepleegd, is voor de geoefende detectivelezer gauw duidelijk. Toch is dat niet erg, het verhaal is zo bijzonder en gelaagd dat de ‘whodunnit’ slechts één element is van het geheel. Er blijft genoeg over, met name in de verhouding tussen mens en dier, oud en jong, man en vrouw. Het boek vormt een sterke maatschappijkritiek.
    Ook tegenover godsdienst staat Janina sceptisch, bijvoorbeeld in de scène die zich afspeelt in de kerk: ‘Pastoor Geruis liep nu in het gezelschap van een misdienaar langs de ballustrade en voedde hen weer met vlees, deze keer in symbolische vorm, maar toch vlees, het lichaam van een levend Wezen.’ Tijdens zijn preek, waarin hij jagers verheerlijkt, loopt Janina naar hem toe en vraagt ze hem op te houden. Zijn reactie: ‘Nou, nou.’

    Oud en onschuldig

    Omdat ze een oude vrouw is, is niemand bang voor haar, maar kan ze ook niets veranderen. Dit wordt geïllustreerd door de manier waarop de gemeente haar behandelt: ‘Elk jaar protesteer ik bij de burgemeester tegen de rally’s met die vreselijke wagens en stuur ik petities. Ik krijg dan een nietszeggend antwoord dat de burgemeester mijn opmerkingen te zijner tijd zal behandelen, en dan is het stil.’ Ondertussen leeft Janina in haar eigen werkelijkheid, waarin ze zelfs haar auto Samurai vermenselijkt, ‘Samurai gedroeg zich alsof hij reukvermogen had – hij bleef staan.’ Toch heeft ze hobby’s, zo vertaalt ze bijvoorbeeld poëzie, en maakt ze tijdens het verhaal vrienden, niet in de minste plaats bij de lezer zelf.

    Dit gecompliceerde verhaal levert een machtige, verrassend vlot lezende roman op. Janina is uitermate sympathiek, haar stem is een kaarslichtje in de koude, Poolse bossen. Juist doordat zij als oude vrouw niet bedreigend is, slaagt zij erin je bij de hand te pakken en je de misstanden van haar wereld te laten zien. Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra hebben Jaag je ploeg over de botten meesterlijk vertaald, waardoor dit een onvergetelijk verhaal is geworden.

     

    Lees hier een interview met Olga Tokarczuk voor Literair Nederland.

     

  • Oogst week 18 – 2020

    In de wacht

    Het nieuwste boek van Alfred Birney, vooral bekend van zijn prijswinnende De tolk van Java, zal stof doen opwaaien. In In de wacht ligt zijn hoofdpersoon Alan Noland in een ziekenhuisbed te wachten op een operatie. Politieke correctheid is Noland niet gegeven en zonder scrupules geeft hij zich over aan het becommentariëren van mensen met een multiculturele achtergrond. Maar dat is niet het centrale thema. Birney liet zijn hoofdpersoon fantaseren over het loslaten van een ziekte om het grote taboe onder de taboes aan te snijden: de overbevolking. De auteur dacht dat hij een toekomstboek had geschreven, getuige de zin: ‘Verspreid anders op de gok een uitgekiende bacterie over de wereld, ergens in Centraal China, dat tikt lekker aan. Die bacterie lift gewoon mee op de jaarlijkse griepgolf totdat de aarde weer wordt bevolkt door zo’n anderhalf miljard mensen.’ Het manuscript was al persklaar toen covid-19 uitbrak. Birney schrok en stond op een voetnoot bij de zin die door de realiteit is ingehaald.

    In de wacht
    Auteur: Alfred Birney
    Uitgeverij: De Geus

    De republiek of de dood

    Van de beroemde redenaar, politicus, filosoof en advocaat Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) is een omvangrijke briefwisseling bewaard gebleven. Staatsman Cicero correspondeerde met veel andere invloedrijke Romeinen, en deze brieven plus fragmenten daaruit dienen in De republiek of de dood als context voor de veertien vlijmscherpe redevoeringen die bekend staan als de Philippicae. Cicero zag de republiek als de beste staatsvorm en beoogde met deze redevoeringen de senaat op te zetten tegen Marcus Antonius die na de moord op Caesar de macht en alleenheerschappij naar zich toe poogde te trekken. Cicero’s bedoelingen faalden en hij moest zijn optreden met de dood bekopen. Uit de brieven blijkt dat Cicero helemaal niet zo zeker van zichzelf was als hij in zijn venijnige redevoeringen deed voorkomen.

    De republiek of de dood
    Auteur: Cicero
    Uitgeverij: Athenaeum

    Jaag je ploeg over de botten van de doden

    De Poolse Olga Tokarczuk (1962), oorspronkelijk psycholoog, staat bekend als feministisch schrijfster. Ze won de Nobelprijs voor Literatuur 2018, wat in 2019 bekend werd gemaakt.

    Vertaler Karol Lesman introduceerde Tokarczuk in de jaren negentig in de Nederlandstalige literatuur. En nu is daar haar eerste thriller boek, Jaag je ploeg over de botten van de doden. Dat de schrijfster bij Poolse nationalisten niet geliefd is ligt misschien aan het feit dat haar personages bepaald niet alledaags zijn. Haar huidige hoofdpersoon Janina is een oudere nogal buitenissige vrouw, vertaalt poëzie van William Blake, is geïnteresseerd in astrologie en houdt van de natuur. In het afgezonderde dorp waar ze woont vinden vreemde gebeurtenissen plaats, zoals de dood van haar buurman waar ze vraagtekens bij zet. Ze raakt betrokken bij het politieonderzoek dat start als enkele leden van de lokale jachtvereniging dood worden gevonden.

    Jaag je ploeg over de botten van de doden
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus
  • Nobelprijs voor de Literatuur voor Olga Tokarczuk en Peter Handke

  • Het sektarisch gezelschap van Jacob Frank

    Het sektarisch gezelschap van Jacob Frank

    ‘Voor de wijzen pro memorie, voor mijn landgenoten ter reflectie, voor de leken tot lering, voor de melancholici evenwel tot vermaak’, zo stelt het titelblad van De Jacobsboeken, dat verhaalt over de merkwaardige geschiedenis van Jacob Frank en zijn volgelingen.
    Olga Tokarczuk kreeg voor eerder werk zowel de Poolse Nike-prijs als de Man Booker International toegekend. Ook vertaler Karol Lesman is gelauwerd; hij ontving de Martinus Nijhoff-prijs in 2017. Met De Jacobsboeken verschijnt nu de vierde titel van Tokarczuk in het Nederlands. Rijk geïllustreerd en ruim 900 pagina’s lang vergt het weinig verbeelding om van een ambitieus boek te spreken. ‘Verteld door de doden’, staat op de achterflap.

    De verlosser

    Het onderwerp van Tokarczuk is een cultus die eind 18e eeuw ontstaat binnen de gemeenschap van Joodse Polen. Beschreven wordt hoe de charismatische Jacob Frank uit verschillende landen aanhangers trekt die hem beschouwen als de Messias, de door Joden verwachtte verlosser. Wat hij hiervan zelf gelooft, blijft onduidelijk: het ene moment spiegelt hij zich aan de Bijbelse Jakob en diens bedriegerij (door zich voor te doen als een ander), later gaat hij steeds meer op in zijn rol en ontwikkelt hij despotische trekken. Twee van zijn trouwste volgelingen projecteren in het prille begin van zijn opkomst hun eigen verwachtingen vrij letterlijk op zijn hoofd tijdens een spiritueel ritueel. Gedurende vele decaden blijven ‘rechtgelovigen’ hem navolgen, geven ze have en goed, lichaam en geest, voor Frank. Een van de markerende gebeurtenissen is de doop die de frankisten ondergaan, waarmee ze ingelijfd worden bij de katholieke kerk, een onherstelbare breuk met de Joodse traditie.

    Sektarische gemeenschappen

    Een opmerkelijk verhaal, hoewel de essentie niet onbekend voorkomt: de mechanismen van godsdienstwaanzin en hiërarchisch geleide gemeenschappen zijn uiteraard al vaker gedocumenteerd. Tokarczuk blinkt vooral uit in gedetailleerde beschrijvingen en de volledigheid van haar verslag. De Jacobsboeken is daarom een geschiedenis in de ware zin, minder een roman. Personages worden nauwelijks ingekleurd, hoewel de levensloop van velen wordt beschreven. De narratieve ontwikkeling beperkt zich tot een aaneenschakeling van gebeurtenissen. Inhoudelijke thema’s, anders dan die inherent zijn aan de stof, met name een geïntegreerde visie van de auteur zelf, vallen moeilijk te ontwaren.

    Telkens nieuwe verhaallijnen

    Sowieso is het niet al te gemakkelijk om deze geschiedenis te volgen. Dit heeft te maken met de gehanteerde mozaïekstructuur, waarin telkens nieuwe (maar wel op elkaar lijkende) namen worden geïntroduceerd. Een deel daarvan verandert halverwege ook nog eens, na de omdoping van Joden tot Poolse katholieken. Zo blijft er maar een handjevol personages over die je als lezer goed kan plaatsen van begin tot eind. Eén van de eigenaardigheden waarmee Tokarczuk komt is de rol van ene Jenta, die als oude vrouw in het begin van het verhaal sterft maar door een bezwering een niet aan tijd en plaats gebonden bewustzijn blijft houden. Gedurende de rest van de geschiedenis duikt ze met onregelmatige tussenpozen op. Dit staat in schril contrast met de onnadrukkelijke manier waarop andere bijfiguren doodgaan, vooral de vrouwen die het kraambed niet overleven zijn talrijk.

    Er zijn in De Jacobsboeken interessante dingen te vinden. Met name voor lezers die houden van een historische inbedding zullen aan hun trekken komen. Ontwikkelingen als de groeiende invloed van de boekdrukkunst en de Verlichting komen op de achtergrond voorbij. De centrale geschiedenis had echter geen negenhonderd bladzijden nodig om zich te laten vertellen. Of kon beter vanuit enkele personages uitgewerkt worden, om meer binding te creëren. Nu is het wel een wat lange zit.

     


    Wie meer wil lezen over de ontstaansgeschiedenis van De Jacobsboeken, lees hier het interview van Literair Nederland met Olga Tokarczuk.

     

  • Een boek dat ik hoe dan ook moest schrijven


    Eind jaren negentig werd de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk (1962) in de Nederlandstalige literatuur geïntroduceerd door vertaler Karol Lesman. Inmiddels zijn er drie romans en een verhalenbundel van haar bij De Geus verschenen. Haar laatste boek, De Jacobsboeken in vertaling van Lesman, behelst een geschiedenis van maatschappelijke en religieuze omwentelingen eind achttiende eeuw in Midden-Europa, een tijd waarin de verlichting zich aandiende maar oude waarden en geloven nog sterk leefden. De Jacobsboeken volgt het waargebeurde verhaal van sekteleider en zelfverklaard messias Jacob Frank (1726-1791), gesitueerd in de achttiende-eeuwse Poolse samenleving. Voor het boek reisde Tokarczuk in de voetsporen van Jacob Frank door Midden-Europa en doorzocht vele papieren archieven. Aan de hand daarvan reconstrueerde ze Jacob Franks leven en een deel van de assimilatie geschiedenis van Midden-Europa.

    Jacob Frank is de oprichter van een egalitaire commune en bekeerde vijftienduizend joden tot het frankisme, een door hemzelf bedachte mix van joodse en christelijke elementen. Hij was een omstreden figuur, naast zijn charismatische uitstraling was hij arrogant, een ruziezoeker en een manipulator. De Jacobsboeken kent vele verhaallijnen en vertelt een complexe Poolse geschiedenis. Gelukkig is het in een dusdanig heldere en open stijl geschreven dat je met gemak met de schrijfster mee de geschiedenis in gaat.
    Het is een boek dat Tokarczuk moest schrijven, zo vertelt ze, omdat de mengkroes aan culturen en religies gelijkenissen laat zien met de tijd waarin we nu leven. Voor wie het boek leest, zal op verschillende punten de overeenkomsten gewaar worden.

    In Polen was De Jacobsboeken een groot succes (ruim 150.000 verkocht), al volgde er ook een haatcampagne naar aanleiding van Tokarczuks optreden voor de Poolse tv waar ze openlijk kritiek uitte op de Poolse samenleving. Hoe de Polen hebben bijgedragen aan de jodenvervolging. Daarbij verwees ze naar de ­pogroms tijdens en na de Tweede ­Wereldoorlog. De bedreigingen vanuit Pools nationalistische hoek namen dusdanige vormen aan dat haar uitgever het nodig achtte haar enige tijd te beveiligen.

    Maar dit is niet waar de schrijfster om bekend wil staan. De bedreigingen, die hoofdzakelijk online geuit werden, vindt ze het noemen niet waard. Ze spreekt liever over hoe zich steeds weer een nieuw boek aandient en hoe ze met haar schrijven mensen in beweging wil brengen. Eind maart was Olga Tokarczuk in verband met de publicatie van De Jacobsboeken in Nederland. Literair Nederland sprak met haar op een zonnige vrijdagmiddag in het Ambassade hotel in Amsterdam.

     

    Er is weinig over Jacob Frank bekend, hoe kwam u hem op het spoor?

    ‘Dat was heel toevallig, in een kleine boekhandel in het noorden van Polen vond ik een oud boek en ik realiseerde me direct, toen ik het begon te lezen, dat ik  iets heel belangrijks in handen had. De eerste vraag die ik mezelf stelde, toen ik over hem gelezen had, was: Waarom ken ik dit verhaal niet, heb ik nooit over deze man gehoord? Waarom werd deze man niet in de geschiedenisboeken genoemd? Tijdens mijn zoektocht naar zijn leven, ontdekte ik drie redenen waarom er niet over Jacob Frank gesproken en geschreven is. De orthodoxe joden, waar hij vanaf stamde, waren er niet in geïnteresseerd, voor hen was Jacob Frank een verrader. Voor de katholieke Poolse geschiedenis was het ook geen prettig geschiedenis want de katholieke kerk speelde een nogal belangrijke rol in het drama van de sekte van Jacob Frank. De derde reden is dat de nazaten, de achter- achterkleinkinderen van deze gemeenschap met succes assimileerden in de Poolse samenleving. Ze waren er niet happig op om te weten of ze van joodse afkomst waren in het licht van het heersende antisemitisme in Polen. Een geschiedenis dus die met succes onder het kleed geveegd werd.’


    U bent geen historicus, waarom dan toch een  historische roman?

    ‘In eerste instantie wilde ik er een essay over schrijven. Maar er zaten zoveel verhaallijnen in, zoveel avonturen dat ik besloot een historische roman te schrijven. Ik heb heel veel onderzoek moeten doen voor dit boek en moest mezelf ook voorbereiden op het schrijven van een historisch boek. Het was niet alleen nodig me in het leven van Jacob Frank te verdiepen, maar ook in de achttiende eeuw van Europa en Polen, het begin van de verlichting. Het boek gaat dus ook over de verlichting, het verhaal van sociale emancipatie, een idee dat me erg aantrok.’


    Wat trok u aan in Jacob Franks levensverhaal ?

    ‘Jacob Frank en zijn volgelingen waren textielhandelaren tussen Europa en Turkije. Het waren arme mensen maar ze klommen op tot aan de top van de samenleving. Toen hij stierf was Jacob Frank een Baron van Offenbach. Hij had zich de titel gekocht, het was dus niet legaal, maar hij werd wel behandeld als een aristocraat. Dat idee, te komen vanaf de bodem van de samenleving en te eindigen aan de top, is zeer ongebruikelijk voor die tijd. Dat vond ik een interessant uitgangspunt. Net als de religieuze context van het verhaal. Je moet je voorstellen dat deze mensen eind achttiende eeuw leefden tussen twee beschavingen, drie religies en vele talen. Het doel van Jacob Frank was uiteindelijk te assimileren tot de katholieke gemeenschap van Polen.’


    Over Jacob Frank bestaan verschillende beelden, de een omschrijft hem als een verschrikkelijke man en anderen vinden hem zeer sympathiek. Er zijn zelfs fysieke verschillen, hij wordt omschreven als een klein lelijk mannetje en als een imposante knappe verschijning.

    ‘Ik vond in de archieven vele verschillende beschrijvingen van Jacob Frank. Veel beschrijvingen zijn vanuit verschillende zienswijzen gemaakt. En dat is ook het wonder van de literatuur, over hetzelfde onderwerp wordt heel anders geschreven. Een goed boek laat zien dat de realiteit vanuit verschillende oogpunten gezien kan worden, wat aantoont dat de werkelijkheid gecompliceerd is. Er is niet één werkelijkheid en ook niet zoiets als een zwart/wit situatie. Het is heel zelden dat je kunt kiezen tussen zwart en wit. Het is altijd gecompliceerder, het verhaal van Jacob Frank is zeer veelzijdig.’


    Wat was uw relatie tijdens het schrijven tot Jacob Frank.

    ‘Ik had een zeer ambivalente relatie tot hem. Aan de ene kant voelde ik me tot hem aangetrokken, maar hij was ook een psychopaat, manipuleerde zijn mensen, noemde zichzelf de messias en vertoonde zelfs crimineel gedrag. Psychologisch gezien een uiterst gecompliceerd figuur. In het boek heb ik hem nooit direct beschreven, altijd indirect door de ogen van de ander.’


    Als sekteleider onderhield Jacob Frank openlijk seksuele relaties met zijn volgelingen en propageerde de vrije liefde, voor die tijd een nogal opmerkelijk gegeven.

    ‘Tijdens het schrijven van dit boek heb ik ook een studie gemaakt van de psychologie van de sekte. Om te begrijpen hoe dit in zijn werk ging, wat de mechanismen van een sekte zijn. Gedeelde seksualiteit in een sekte is bedoeld om iedereen met elkaar te verbinden en te vermengen om zo een eigen groep van mensen, een soort van consistentie te creëren. Veel van de volgelingen van Frank waren slim, intelligent maar ze verafgoodden hem ook. Ze gaven hun leven voor hem, en dat is een van de mechanismen van een sekte. Ze konden niet meer zonder hem. Dat was vooral te merken toen Jacob Frank in Offenbach verbleef en een van de aristocraten hem daar een kasteel schonk om ook daar een gemeenschap te vormen.’


    Was er aan het begin van dit omvangrijke project direct een uitgever geïnteresseerd?

    ‘Het was een boek dat ik hoe dan ook moest schrijven. Als ik nu terugkijk, weet ik niet meer hoe ik het deed, het was een zware taak. Ik schreef er zes, zeven jaar aan. Met een onderbreking, want toen ik er middenin zat, diende zich een persoonlijke crisis aan. Voor het schrijven van zo’n omvangrijk boek heb je tijd en geld nodig. Vooral aan geld ontbrak het me. Ik heb toen ik halverwege de roman was een detective geschreven om aan geld te komen. Ik had nog nooit een detective geschreven, het was een prettige afwisseling. Daarna kon ik weer verder met De Jacobsboeken.’


    U was in 2007 in Amsterdam als Writer in Residence waar u het laatste stuk van De rustelozen schreef, ook een boek over verscheurde levens. Is er een overeenkomst tussen dat boek en De Jacobsboeken?

    Ze kijkt verheugd. ‘Inderdaad, ik heb hier het einde van De rustelozen geschreven. Voor dat boek heb ik ook veel onderzoek gedaan. Ik heb goede herinneringen aan die tijd, op de vloer van het appartement spreidde ik alle bladzijden uit om een overzicht te krijgen. De rustelozen en De Jacobsboeken zijn wel twee heel verschillende boeken, maar een kiem voor het boek is daar ontstaan. De rustelozen is een constellatieroman en door de verschillende verhaallijnen is het ook wel een complexe roman.’


    In De Jacobsboeken worden karakters als ooggetuigen opgevoerd. Zijn alle karakters aan de geschiedenis ontleend of zijn er ook die door u bedacht zijn?

    ‘Het boek kent drie vertellers die door mij bedacht zijn. Sommige karakters, die al bestonden, heb ik uit de geschiedenis gehaald, zoals Jacob Frank uiteraard. Als schrijver paste ik een methode toe om tussen de historische figuren en feiten mijn eigen karakters te kunnen creëren. Om de afstand en de ruimte ertussen te vullen. Maar het hele boek is gebaseerd op historische feiten. Alleen om het verhaal verteld te krijgen, heb ik nieuwe karakters gecreëerd.’


    Zoals Jenta, die in de proloog wordt opgevoerd en die zich door tijd en ruimte kan verplaatsen. Het lezen over haar voelt als een ingenieuze zet om het boek te kunnen beginnen.

    ‘Zonder Jenta had ik het verhaal niet kunnen vertellen, ik ben haar veel verschuldigd ook al is ze een door mijzelf bedacht karakter. Ze is mijn favoriete verteller en in de proloog overkomt haar iets waardoor ze bijna doodgaat maar weer terugkeert met als gevolg dat ze dan de gave bezit uit zichzelf te kunnen treden. Zo kan ze door de tijd reizen en krijgt ze het overzicht over heden en verleden. Jenta weet alles van iedereen, kan de gedachten van de andere karakters lezen. Ze was een grote hulp bij het schrijven.’


    Leven er in Europa nog nazaten van Jacob Frank?

    ‘De sekte viel uit elkaar na de dood van Jacob Frank in 1791 en veel van zijn volgelingen emigreerden naar Polen. Ze assimileerden daar en leefden als Polen. Veel van ons, de Polen, zijn geworteld in die gemeenschap van Frank. Voor zover ik weet ontmoeten ze elkaar nog wel eens maar alleen in het geheim. Er wordt gezegd dat er tot aan de twintigste eeuw een grote bibliotheek van frankisten zou zijn die tijdens de oorlog vernietigd is. Er is wel bewijs dat de nazaten van Frank vrij actief waren tot aan het begin van de twintigste eeuw.’


    Wat heeft u het meest geïntrigeerd in deze geschiedenis?

    ‘Dat in Europa volkeren, religies en landsgrenzen constant in beweging zijn geweest, iets waar we nu niet zo bij stilstaan. Mijn eigen familie komt uit Podolië, een streek in Oost-Europa dat in 1945 in handen kwam van Rusland, en waar ook Jacob Frank geleefd heeft. Alle Polen werden gedwongen hun huizen te verlaten en kwamen in Neder-Silezië terecht waar tot dan toe alleen Duitsers woonden die daar verwijderd werden en de Polen die uit uit Podolië verdreven waren, trokken weer in die verlaten huizen. Dat laat De Jacobsboeken ook zien, dat het niet alleen van deze tijd is dat culturen en volkeren zich vermengen. Het boek gaat ook over assimilatie. ’


    Hoe is het om over dit boek te praten nu het al zo lang uit is?

    ‘In zekere zin is dit boek oud voor mij. Na dit boek heb ik een bundeling met korte verhalen gepubliceerd, ik schrijf nu compleet andere dingen. Ik herinner me dat toen ik dit boek af had, ik compleet leeg was. Het voelde als was het mijn laatste boek en dat ik nooit meer zou schrijven. Ik voelde me werkelijk uitgeput. Nu na vijf jaar is die verbondenheid niet meer zo groot en dat vind ik prima.’


    Achterin het boek schrijft u dat het spoor van de nazaten van Jacob Frank die naar Polen trokken, stof is voor een volgend boek. Is dat te verwachten?

    ‘Dat was mijn idee, om over de negentiende eeuw te schrijven en het spoor te volgen van de nazaten van Jacob Frank. Maar ik was ook wel helemaal klaar met het onderwerp en ik denk niet dat ik er nog op terugkom. Ik had tijd nodig om van dit boek los te komen. Ik heb vorig jaar een boek met korte verhalen gepubliceerd in Polen en dan is er nog de detective die ik tijdens De Jacobsboeken heb geschreven.’


    Waardoor bent u gaan schrijven?

    ‘Door te lezen! Ik heb altijd veel gelezen. Na mijn werk als psycholoog besloot ik rond mijn dertigste het schrijven uit te proberen. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik in mijn levensonderhoud kan voorzien met wat ik het liefste doe. Ik ben altijd op zoek naar verhalen om te vertellen, zo ben ik ook het verhaal van Jacob Frank tegengekomen. Het opnieuw creëren van karakters, ontwikkelingen, het houdt mijn geest open, all the time.’

     

     

     

     

     

     

     

     

    De Jacobsboeken Olga Tokarczuk / 920 pagina’s / vertaling Karol Lesman / De Geus


    Noot: De detective en haar laatste verhalenbundel waren op het moment van dit interview nog niet vertaald. De rustelozen, vertaling Greet Pauwelijn en De laatste verhalen, vertaling Karol Lesman verschenen bij De Geus.

    Foto auteur: Jacek Kolodziejski

     

  • Oogst week 12 – 2019

    Ware aard gedichten

    In de oogst van deze week twee dichtbundels en twee vertaalde romans.

    Jan-Willem Anker (1978) debuteerde in 2005 met de bundel Inzinkingen. In de daaropvolgende vier jaar verschenen er nog twee dichtbundels. En daarna was het stil. Tot in 2012 Anker kwam met zijn romandebuut Een beschaafde man. Die zeer goed ontvangen werd. In 2017 verscheen de roman Vichy en nu zijn nieuwste dichtbundel Ware aard.

    In Ware aard maakt de dichter de balans op. Er lijkt een bepaalde leeftijdsgrens te zijn bereikt waardoor mogelijkheden beperkt blijken. In deze bundel vraagt Anker zich af wat hij nog kan worden en vooral hoe hij (voorwaarts) zou moeten leven. In zijn poëzie probeert hij antwoorden te formuleren. Hij doet dat langs de weg van kleine autoriteiten als de Vader, de Europeaan, de Weesper, de Dichter. Maar ook door zijn verontrusting uit te spreken over het klimaat en de verrechtsing in de politiek. Een bundel die na deze laatste verkiezingen wel eens de vinger op de zere plek zou kunnen leggen.

     

    Ware aard gedichten
    Auteur: Jan-Willem Anker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Jacobsboeken

    De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk (1962), won vorig jaar de Man Booker International voor de Engelstalige uitgave van haar roman Flights. De Man Booker International is een prijs voor Engelstalige literatuur waar Tommie Wieringa met zijn vertaalde De heilige Rita dit jaar ook voor genomineerd staat.
    Tokarczuk schreef twaalf romans, en wordt sinds 2011 bij De Geus uitgeven. Niet alles van haar werd nog vertaald maar De rustelozen (2007) wel. Een boek over vluchten, thuisloos zijn en de op zoek zijnde mens en voor de goede lezer lijkt het een voorbode te zijn van  het omvangrijke De Jacobsboeken dat deze maand verschenen is. Het gaat over een historische sekteleider, Jakob Frank (1726-1791) die  duizenden joden bekeerde tot het ‘frankisme’. Het is een allesomvattend boek geworden over het leven, religie en de mens.

    In Polen werd het enerzijds ontvangen als het literaire meesterwerk dat het is (Tokarczuk won er de belangrijkste Poolse literaire prijs mee en werd een bestseller). Maar het ontketende ook een ware hetze jegens Tokarczuk, vooral nadat zij op tv sprak over de zwarte bladzijden in de Poolse geschiedenis en dat het land deze onder ogen moest zien. Het werk haar niet in dank afgenomen, ze werd met haat overladen en moest een tijdlang beveiligd worden.

    De Jacobsboeken
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus

    Vallende tijd

    Het tiende deel van de Berberbibliotheek is een poëziebundel. De Berberbibliotheek werd in 2007 geïnitieerd door schrijver Asis Aynan en vertaalster Hester Tollenaar. Hoewel het een proza reeks was, werd het nodig geacht – om een volledig beeld van de Marokkaanse literatuur maar ook een politiek beeld van Marokko te vangen – poëzie toe te voegen. Vallende tijd is een bloemlezing van gedichten die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw geschreven zijn. Voor wie de gedichten leest en weet heeft van de situatie in Marokko moet wel vaststellen dat er in het land weinig veranderd is in de afgelopen decennia.

    Vallende tijd bevat een selectie uit het werk van de vier grootste dichters uit de Rif, in het noorden van Marokko. De dichters Mohammed Chacha (1955-2016), Ahmed Ziani (1954-2016) , Fadma el Ouariachi (1957) en Mimoun el Walid (1959) hebben hun leven gewijd aan de poëzie, op het gevaar af gevangen genomen te worden of verbannen. In de gedichten wordt de liefde bezongen, de migratie verfoeid en om emancipatie geschreeuwd. Stemmen uit de vorige eeuw die nu nog steeds weerklinken; luid en duidelijk.
    In een verklarend nawoord beschrijft Asis Aynan het ontstaan en het afsluiten van het Berberbibliotheek project.

    Vallende tijd
    Auteur: Mohammed Chacha ; Ahmed Ziani ; Fadma el Ouariachi ; Mimoun el Walid
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    De Poolse bokser

    Van de Spaanstalige schrijver uit Guatemala Eduardo Halfon (1971) de roman De Poolse bokser.
    Halfon schreef zo’n twaalf romans waarvan De Poolse bokser een eerst kennismaking is met zijn werk voor de Nederlandstalige lezers.

    Op het eerste gezicht lijkt De Poolse bokser net een verhalenbundel maar het is in werkelijkheid een web van vertellingen die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn. De vertellingen vloeien uit elkaar voort en beïnvloeden elkaar – voor wie na het laatste verhaal opnieuw begint, leest de eerste bladzijden alsof het een ander boek betreft.
    Al vertellend brengt Eduardo Halfon de lezers steeds dicht bij een antwoord, om ze er vervolgens weer van weg te voeren. Een boek om niet meer weg te leggen.

    In de buitenlandse pers werd Halfon geprezen als ‘Een ongelooflijk goede schrijver, (…) zijn woorden zijn droog als kiezelstenen.’

    De Poolse bokser
    Auteur: Eduardo Halfon
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek