• Zomerboeken 2018 – Naar Noorwegen

    Zomerboeken 2018 – Naar Noorwegen

    De Antitheek

    Sinds kort woont een deel van mijn familie in Noorwegen. Fjell heet het gehucht waar ze voor vier jaar zijn neergestreken. Het ligt niet ver van Bergen, maar het duurt even voor je daar bent als je aangewezen bent op het openbaar vervoer. Anders dan in Bergen regent het in Fjell niet elke dag. Toen ik er was, was het zelfs abnormaal warm voor de tijd van het jaar. Het was mijn eerste kennismaking met een land dat ik ook literair nog nauwelijks ontgonnen heb. Ik heb heel wat in te halen.

     


     

    De vier jaargetijden van Karl Ove Knausgård , dé Noorse schrijver van dit moment, liggen verleidelijk te lonken, maar ik laat ze voor wat ze zijn en kies De Antitheek (1999) van Feico Houweling. Feico mag mij naar het land begeleiden waar hij heel erg van hield. Dat ook een deel van zijn familie er woont, is vast geen toeval.
    De eerste keer dat Feico Houweling in Noorwegen kwam, was hij ongeveer zo oud als John Wilton, die in De Antitheek Nederland ontvlucht en naar Noorwegen lift in de hoop daar onderdak te vinden bij correspondentievrienden.

    Heel erg ingenomen met zijn bezoek lijken zij niet, hoewel ze hem wegwijs maken en onderdak bieden. Als blijkt dat John zich blijvend in Geitvågen wil vestigen, krijgt hij te maken met de bureaucratische molen en moet hij terug naar huis om via daar werk in Noorwegen te vinden om zo een verblijfsvergunning af te dwingen.
    De Antitheek speelt zich af tegen de achtergrond van het referendum in 1972. De Noren zeiden toen ‘nee’ tegen de Europese Gemeenschappen (en later nog een keer tegen de Europese Unie). Die setting bood Feico Houweling de gelegenheid om de protectionistische politiek van de Noren te thematiseren, maar uiteindelijk gaat het in De Antitheek toch om John, die huis en haard om een heel duidelijke reden blijkt te hebben verlaten en zichzelf om dezelfde reden ook in Geitvågen onmogelijk maakt.

    Feico Houweling schreef De Antitheek ver voordat ik hem leerde kennen. Ik weet zeker dat hij niet John Wilton is, maar ik vroeg me tijdens het lezen wel af in hoeverre zijn Noorse avonturen in zijn roman beland zijn. Ik kan het hem niet meer vragen. Feico overleed op 19 mei jl.

    De Antitheek
    Auteur: Feico Houweling
    Uitgeverij: Aristos (1999)

    Haaienkoorts

    Een van de naar Noorwegen vertrokken familieleden is, zo jong als hij is, geobsedeerd door haaien. Toen ik hem vertelde dat ik een boek aan het lezen was over twee mannen die hun uiterste best doen om een haai aan de haak te slaan, wilde hij van alles over dat boek maar vooral over die haai weten.
    Die haai is een Groenlandse en de mannen die er veel voor over hebben om er één te vangen zijn kunstenaar Hugo Aasjord en schrijver Morten Strøksnes. De laatste doet in Haaienkoorts: de kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee (2016) niet alleen verslag van hun pogingen, maar loodst de lezer ook langs wat er in diverse opzichten geweten moet worden over de haai, zijn leefomgeving en die van de mens die, overgeleverd aan de elementen, ook in leven moet zien te blijven.

    Dat het in een fjord flink kan spoken, is me inmiddels duidelijk. Ook wie op een zonnige dag argeloos het doen en laten van krabbetjes gadeslaat, dient dus op haar hoede te blijven.

    Haaienkoorts
    Auteur: Morten A. Strøksnes
    Uitgeverij: Atlas Contact (2016)

    Scheepsjournaal (2010)

    Als Cees Nooteboom in het gezelschap van schrijvende collega’s naar het hoge Noorse noorden – het Ultima Thule waar ook Morten Strøksnes de nodige woorden aan wijdt – vliegt, weet hij ongeveer wat hem te wachten staat. Hij heeft zich ingelezen, en deelt in Ultima Thule: een Pompei op Spitsbergen (in Scheepsjournaal: een boek van verre reizen, 2010) wat hij zo over Spitsbergen te weten kwam. Tegenover het Spitsbergen dat uit die verhalen opduikt – koud, onherbergzaam en ontoegankelijk – zet hij zijn eigen waarnemingen. Hij is gevoelig voor de sfeer die bepaald wordt door de architectonische doelmatigheid en de nabijheid van een voormalige – en inmiddels ook weer – vijandige natie.
    Grijs, eenzaam en verlaten, zo ervaart hij de tweede bestemming: de Pyramiden, een op het oog van het ene op het andere moment verlaten Russische mijn. Een plek die hem aan Oostblok en Koude Oorlog doet denken.

    Terwijl Cees Nooteboom na de verplichte ‘excursies’ langzaam maar zeker in zijn vertrouwde reismodus komt, blijft hij gefocust op ‘grensverhalen’.

    https://www.youtube.com/watch?gl=SN&v=1u7O_Mb0aYw&hl=fr

    Scheepsjournaal (2010)
    Auteur: Cees Nooteboom
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    19 Vergiftigingen

    Werd ik vrolijk van 19 Vergiftigingen (2017) van Nils Chr. Moe-Repstad? Dat niet. In de negentien gedichten die zijn bundel telt, komt een breed scala aan het leven – in de breedste zin van het woord – ontwrichtende bedreigingen voor. Ongrijpbaar grote gevaren, maar ook de dagelijkse dingen waarmee de mens de planeet en zichzelf in gevaar brengt.

    Wie 19 Vergiftigingen alleen maar zo – als een aanklacht tegen de menselijke natuur – leest, doet de dichter tekort. Die geeft namelijk blijk van een enorm springerige geest en een prettige belezenheid, waardoor de lezer zich voortdurend af moet vragen waar de dichter het allemaal vandaan haalt, want Nils Chr. Moe-Repstad schuwt intertekstualiteit niet. Maar weet tegelijk ook de schijn van verwijzen op te houden.

    Eén van de dingen die zijn bundel zo aangenaam ontregelend maakt, is een ik – ‘jeg’ is dat in het Noors, en niet ‘ikke’ dat betekent ‘niet’, weet ik dankzij de tweetaligheid van de bundel – waar ik geen grip op krijg. Waardoor ik steeds opnieuw op het verkeerde been gezet word.

    Tijdens het lezen van 19 Vergiftigingen hoor ik Nils Chr. Moe-Repstad zijn werk getergd en langzaam voordragen. Want ik zag hem een paar jaar geleden tijdens Poetry International in Rotterdam. Daarna dacht is dat zijn werk deprimerend was, maar dat is het allerminst.

     

     

     

     

    19 Vergiftigingen
    Auteur: Nils Chr. Moe-Repstad
    Uitgeverij: Azul Press (2017)

    Staren naar water

    Nagekomen:

    Recent verscheen Staren naar water van Lodewijk Ouwens. Water is het overkoepelende thema in deze bundel. Dat water kan de gedaante aannemen van neerslag in diverse gradaties, maar niet al het water is even onschuldig. Lodewijk Ouwens wijdt bijvoorbeeld twee gedichten aan Virginia Woolf en de rivier die haar hielp een einde aan haar leven te maken.
    Ook Lord Byron komt ook in de vocabulaire van de dichter Lodewijk Ouwens voor. Byron zwemt overigens niet, hij houdt zich tijdens zijn Grand Tour op in Venetië.

    In Staren naar water kwam ik het gedicht Fjell tegen.

    Hier dwingt de poolwind de berken
    tot nederigheid, kruipen
    tot ook dat stokt
    in rolrond graniet, trollenbrood.

    Hier jaagt de sneeuwuil op sneeuwhoenders
    sneeuwgorzen, sneeuwhazen

    Leven uitgebeend
    tot aftreksom

    jagen vreet kracht
    wie mist verzwakt
    wie drie maal mist verliest
    de macht zich te verwarmen

    dan wachten
    tot de kou op het bot
    tot de poolvos je weet te vinden
    verlost.

    Ik weet niet of het over het Fjell gaat, waar ik in het voorjaar was. Fjell is niet alleen maar een gemeente en gehucht, het is ook een Noors woord. Het betekent berg.

    Staren naar water
    Auteur: Lodewijk Ouwens
    Uitgeverij: Coolhaven (2018)
  • Zomerboeken 2018 – Aan de bewoonde wereld ontrukt

    Zomerboeken 2018 – Aan de bewoonde wereld ontrukt

    Zomer

    De vakantie breng ik dit jaar in Noorwegen door. Al dan niet concreet of in herinnering vergezeld door drie boeken: Zomer uit De vier seizoenen van Karl Ove Knausgård, Tussen april en september van Tomas Espedal en Nooit meer slapen van W.F. Hermans.

     

    Herfst van Knausgård las ik al eerder – ja, gedurende de herfst. Lente en Winter heb ik nog niet gelezen. Alle delen, dat heb ik al wel gezien, zijn stuk voor stuk prachtig geïllustreerd. Ze bevatten allemaal korte stukken, mini-essays haast; een genre dat we van de Knausgård van vóór, maar ook wel degelijk uít de serie Mijn strijd kennen.
    De notities in Herfst zijn geschreven voor zijn dochter Anne. Prachtige teksten zijn het, die je mondjesmaat tot je moet nemen en laten smelten als een bonbon op je tong. Zoals:

    ‘Van Gogh probeerde zich te verplichten tot de wereld, maar dat lukte niet, hij probeerde zich te verplichten tot het schilderij, maar dat lukte niet, daarom ontsteeg hij beide en verplichte zich tot de dood, pas toen kwam de wereld en het schilderij binnen zijn bereik. Want alle kracht in deze schilderijen, al hun manische licht en heel hun unieke vermogen om tot je door te dringen, waardoor ze eruitzien alsof het hemelse in het aardse is doorgedrongen en dat verheft, bestaat op voorwaarde dat zijn blik werkelijk een laatste is.’

    Ik verheug me op Zomer!

    Zomer
    Auteur: Karl Ove Knausgård
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus

    Tussen april en september

    En ik geniet na van Tussen april en september van de eveneens Noorse schrijver Tomas Espedal, een boek dat deels speelt in Bergen, een hernieuwde kennismaking tijdens mijn reis. Er zitten omschrijvingen van de fjorden in dit boek, zoals:

    ’s Ochtends kwam het licht, een fel, wit licht dat tussen de bergen door de glanzende fjord [Sognefjord, EvS] doorsneed, alsof ze op ijs voeren, alsof de passagiersboot door een tunnel van licht gleed.’

    Wit staat bij Espedal overigens voor ‘iets boosaardigs dat zich verbergt in het zichtbare’: een huis waar de dood aanklopte, het bed van de overledene, de kastdeuren, het plafond en ga zo maar door. Maar ook sneeuw is wit, en die legt een beschermende laag. Want wit kan ook een gevoel geven ‘van geluk, van vrijheid, van niets’. Die dubbelheid – dat is mooi. Alleen daarom is het boek van Espedal een aanrader.

    Tussen april en september
    Auteur: Tomas Espedal
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Nooit meer slapen

    Mijn vakantie is tenslotte ook een uitgelezen gelegenheid om weer eens een boek van W.F. Hermans ter hand te nemen, Nooit meer slapen in dit geval. Dit speelt immers in Noorwegen. Weliswaar op een hogere breedtegraad (Finnmark) dan ik dit keer kom, maar toch.
    Hermans schrijft ook nog eens weergaloos mooi. Bijvoorbeeld over de natuur:

    ‘Rendieren. Fabelwezens van kerstkalenders en ansichtkaarten. Herten met geweien van vilt. Exotisch en door overmaat van beroemdheid banaal geworden. Maar dat rendieren voortdurend grommen, heb ik nooit geweten, nooit ergens gelezen en ik zou het nooit hebben kunnen vermoeden.
    Ik strompel voort, de anderen achterna, om zo dicht mogelijk bij de rendieren te kunnen komen. De lage zon werpt mijn schaduw voor mij uit, die tien maal langer is dan ikzelf ben. Iedere voetstap komt op andersoortig terrein terecht: mos, een struik, een steen en maakt een ander geluid. Daardoorheen alleen het ruisen van de rivier. Enkel als ik stilsta, bereikt het grommen van de rendieren mij, zoals je hartslag alleen tot je doordringt als je stil in bed ligt. De voorsten staan al in het water en nog verontrust onze aanwezigheid hen niet. Wij horen nu ook het klingelen van de bellen die sommige bokken dragen. Maar zelfs dit geluid geeft ons niet aan de bewoonde wereld terug.’

    Ik ben benieuwd hoe lang het na mijn reis duurt voor ik weer aan de bewoonde wereld teruggegeven ben …

     

     

    Nooit meer slapen
    Auteur: Willem Frederik Hermans
    Uitgeverij: De Bezige Bij