• Hommeles in de Zweedse Academie

    Hommeles in de Zweedse Academie

    Even recapituleren. U herinnert zich misschien nog dat de Nobelprijs voor Literatuur in 2018 niet werd toegekend als gevolg van een intern schandaal bij de Zweedse Academie, die elk jaar een winnende schrijver moet selecteren. Achteraf ging hij alsnog naar Olga Tokarczuk, maar het leed was geschied en de reputatie van het Nobelprijscomité kreeg een lelijke knauw. In feite ging het om de nasleep van een MeToo-schandaal dat aan het licht werd gebracht door de jonge Zweedse journaliste Matilda Gustavsson (1987). Zij schreef een boek over de hele affaire: Het bolwerk.

    Terug naar het begin. We schrijven 2017, de affaire Weinstein is aan het licht gekomen en ook komiek Bill Cosby wordt beschuldigd van ernstig misbruik. Journaliste Matilda Gustavsson werkt bij de Zweedse krant Dagens Nyheter en beseft dat er iets aan het veranderen is: ‘Zolang ik me kan heugen werden de ervaringen die nu onder de noemer “seksuele intimidatie en seksueel misbruik” worden samengevat, behandeld als een vrouwenaangelegenheid. Of als een weerbarstige en taaie arbeidsomstandighedenkwestie. Of als iets wat eigenlijk in de privésfeer thuishoort.’ Met andere woorden: MeToo betekent voor haar dat klachten over seksueel wangedrag verschuiven van de privésfeer naar het openbare terrein.

    Spin in het web

    Dat besef brengt Gustavsson op het spoor van een zaak waarover ze al langer hardnekkige geruchten opvangt. De spin in het web is ene Jean-Claude Arnault, een Fransman die al sinds de jaren zestig in Zweden woont, met de vooraanstaande dichteres Katarina Frostenson is getrouwd en uitbater is van Forum, een bekend kunstencentrum in Stockholm waar tentoonstellingen, voordrachten, concerten enzovoort plaatsvinden. In het culturele milieu van de Zweedse hoofdstad was het een publiek geheim dat Arnault zijn handen niet kon thuishouden. Wanneer Gustavsson de geruchten natrekt, komt ze via via in contact met een aantal vrouwen die haar weifelend beginnen te vertellen over schokkend misbruik. Nu is MeToo een zeer ruime parapluterm geworden voor allerlei vormen van grensoverschrijdend gedrag die kunnen variëren van ongewenste aanrakingen of stalking tot nog veel erger, maar in het geval van Arnault was er maar een geschikt woord om de feiten te beschrijven: verkrachting.

    Hoe komt het dat hij in een progressief land als Zweden, met een aangepaste wetgeving voor seksuele misdrijven, zo lang ongestraft zijn zin kon doen? Gustavsson haalt daarvoor meerdere redenen aan in haar heldere analyse. Ten eerste was Arnault een spilfiguur in het Zweedse culturele milieu. Hij had contacten tot op het hoogste niveau en de macht om iemands carrière te maken of te kraken. Daar maakte hij gretig gebruik van om zijn slachtoffers te intimideren: een jonge schrijfster of kunstenares kon haar carrière wel op haar buik schrijven als ze durfde te klagen. Het is helaas een terugkerend fenomeen: MeToo gaat eigenlijk veeleer over machtsmisbruik dan over seks.

    Slachtoffers en wraak

    Een tweede oorzaak van het probleem is veeleer psychologisch van aard en verklaart ook waarom seksueel misbruik zo vaak onder de radar blijft. Veel slachtoffers voelen immers schaamte en vinden het te pijnlijk om aangifte te doen van de feiten, laat staan om ze voor een volle rechtbank te herhalen: ‘Die ideeën maken van een verkrachting een aanval op de essentie van de vrouw. Ze raakt tot in het diepst van haar wezen bezoedeld en de dominante emotie achteraf is in de meeste culturen dan ook schaamte. In fictie zint het slachtoffer soms op bloedige wraak. Maar meestal staat ze onder de douche en probeert ze zich vergeefs schoon te schrobben.’ Gustavsson komt zo ook in contact met vrouwen die met hun traumatische ervaring leerden leven door de feiten voor zichzelf te minimaliseren (‘Ik had gewoon een slechte onenightstand meegemaakt’).

    Daar komt nog bij dat slachtoffers vaak met onbegrip worden geconfronteerd en vernederende, irrelevante vragen krijgen over de kleren die ze op het moment van de feiten droegen, de drugs of alcohol die ze hadden gebruikt en hun eigen seksuele voorgeschiedenis of vermeende promiscuïteit. Sommige slachtoffers van Arnault zochten bijvoorbeeld aanvankelijk zelf toenadering, of stemden zelfs in met seks – tot hij gewelddadig werd. Nog steeds worden MeToo-zaken geminimaliseerd, terwijl er echt geen enkel geval is dat alleen maar over vervelende knipoogjes of enigszins misplaatst geflirt gaat.

    In het verlengde hiervan ligt ook een juridisch probleem waar de slachtoffers in dit boek zich maar al te goed bewust van waren. In westerse rechtssystemen ben je onschuldig tot het tegendeel is bewezen, en de moeilijkheid met verkrachtingszaken is dat die schuld vaak erg moeilijk hard te maken is. Meestal zijn er namelijk geen onafhankelijke getuigen en ontbreken er materiële, forensische bewijzen. Zelfs een lichamelijk onderzoek biedt lang niet altijd uitsluitsel, omdat slachtoffers zich in een paniekreactie vaak passief, zelfs afwezig opstellen tijdens een verkrachting en niet actief weerstand bieden. Kortom, het is jouw woord tegen het zijne, zoals blijkt uit de vele anonieme getuigenissen in dit boek.

    Meerdere keren buiten zijn boekje gegaan

    Maar Gustavsson zette door en verzamelde genoeg getuigenissen om Arnaults positie aan het wankelen te brengen. Na een zeer spraakmakend artikel kwam de hele zaak in een stroomversnelling, waardoor zelfs de nobele Zweedse Academie op haar grondvesten ging daveren. Omdat zijn echtgenote, die hem tot de laatste snik bleef verdedigen, lid was en bovendien bleek dat Arnault ook in andere opzichten zijn boekje te buiten was gegaan – bijvoorbeeld door de naam van de Nobelprijswinnaar meermaals op voorhand te lekken – verzeilde het onaantastbare instituut in een diepe crisis en namen meerdere leden ontslag. Het probleem werd zo groot de Nobelprijs voor de Literatuur in 2018 niet kon worden uitgereikt.

    Of dat laatste nou zo erg was, valt misschien nog te betwisten. De prijs gaat doorgaans toch naar oudere successchrijvers die hun schaapjes allang op het droge hebben en vaak zelfs al wat op hun retour zijn. Daar komt nog bij dat de selectie op zich toch eigenlijk een farce is. Hoe kan zo’n comité een objectieve winnaar kiezen uit de hele wereldliteratuur, zelfs als het zich laat adviseren? Eigenlijk is het jammer dat dit schandaal niet meteen de gelegenheid was voor een verstrekkende hervorming. Zou het bijvoorbeeld niet beter zijn om het prijzengeld elk jaar te verdelen onder een aantal veelbelovende auteurs die het geld hard nodig hebben, en de selectie daarvan toe te vertrouwen aan regionale subcomités die tenminste de kandidaten gelezen hebben?

    Arnault zit ondertussen een gevangenisstraf van twee jaar uit omdat een aantal slachtoffers dankzij het moedige doorzettingsvermogen van Gustavsson, die nooit is gezwicht voor de pogingen tot intimidatie van Arnault en diens omgeving, alsnog aangifte deden. Wel rijst er na het lezen van dit boek nog een prangende vraag: hoe kan je in de toekomst verhinderen dat machtige mannen hun positie misbruiken om hun seksueel misbruik toe te dekken? Op dat gebied is er duidelijk nog veel werk aan de winkel.

  • Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Voor het eerst in de meer dan honderdjarige geschiedenis van de Nobelprijs voor de literatuur is deze toegekend aan een muzikant en tevens aan de eerste Amerikaan sinds Toni Morrison in 1993 de Nobelprijs won. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman (1941) is de wereldwijd bekende Amerikaanse singer-songwriter die in de jaren zestig en zeventig gevoelens als  ‘Rolling Stones’  omschreef, ooit ‘Rebel King of Rock’n Roll’ werd genoemd en poëtische teksten schreef als ‘How many roads must a man walk down / Before you call him a man? / How many seas must a white dove sail / Before she sleeps in the sand?’, wie het leest hoort direct de melodie. Dylan heeft hele generaties beïnvloed met zijn lyrische teksten.

    Volgens de Zweedse academie wetenschappen die de Nobelprijs toekent heeft Dylan ‘de status van een icoon’ en is zijn ‘invloed op de hedendaagse muziek diepgaand’. ‘Hij is waarschijnlijk de belangrijkste levende dichter’, aldus academielid Per Wastberg.

    Er waren 220 schrijvers genomineerd. Opmerkelijk is dat Dylan juist dit jaar ontbrak bij de favorieten, terwijl hij al jaren getipt werd voor de prijs. Wel als kanshebbers werden genoemd de Japanse auteur Haruki Murakami, de Amerikaan Philip Roth, de Syrische dichter Adonis en de Keniaan Ngugi Wa Thiong’o.

    De literaire wereld, waaronder velen liefhebber van Bob Dylan, is enigszins verbijsterd over deze opmerkelijke keuze van de Zweedse academie. Paul Abels van AFDH uitgevers liet op Facebook weten: Bob Dylan is hartstikke goed. Maar de Nobelprijs voor Literatuur had hij niet hoeven krijgen. ‘The Times They Are A Changin’, dat blijkt: literatuur moet heden ten dage in brokjes van drie minuten consumeerbaar zijn en gecombineerd worden met muziek.

    Joost Baars, essayist en dichter plaatste op zijn tijdlijn: Oké, maar dan ook een Grammy naar Les Murray wegens de uitzonderlijk muzikale kwaliteit van zijn teksten.
    Literair criticus en schrijver Joost de Vries meent: De upside is dat nu de weg vrij is, en Kanye hem over twintig jaar kan winnen.

    Dichter en columnist Daan Doesborgh, dacht als eerste toen hij het hoorde: dat vind ik nou ook weer niet nodig, maar noemt in zijn artikel op VN deze uitingen van verontwaardigd onbegrip vooral een ‘uiting van ongemak’. En: het toekennen van de Nobelprijs aan Bob Dylan dwingt ons om na te denken over de vraag waar we de grenzen van het domein literatuur moeten trekken. De toekenning maakt het antwoord op die vraag ongemakkelijk: de grens ligt niet waar jij dacht.
    Lees hier het hele artikel.

     

     

  • 10 jaar Literair Nederland: 2007 – Doris Lessing wint Nobelprijs voor de Literatuur

    door Ingrid van der Graaf

    Dat Literair Nederland aandacht besteedt aan literaire, historisch belangrijke gebeurtenissen, maakt het archief tot een waardevolle bron waar zo nu en dan uit geput kan worden. In 2007 won Doris Lessing (1919-2013) de Nobelprijs voor Literatuur. Dat hier twee verschillende recensenten, de één anoniem, de ander was Pauline van der Lans, over schreven, maakt het alleen maar interessanter.

    Het gouden boek (The golden notebook, 1962) van Doris Lessing kwam in 1978 in Nederlandse vertaling uit en werd ongewild een must voor elke vrouw die zich enigszins in de feministische hoek ophield. Het  is een omvangrijke roman over de sociale en psychologische onrust in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Het leven van schrijfster Anna Wulf staat centraal in het boek. Anna probeert door middel van vier notitieboekjes haar leven de baas te blijven. Daarbij heeft elk schrijfboek zijn eigen functie: zwart voor haar ervaringen in Afrika, rood voor de toenmalige politieke situatie, geel voor de gefictionaliseerde versie van zichzelf en blauw voor haar dagboek. Het maakte indruk, je leven te ordenen door het in vier verschillende kleurschakeringen op te delen. De rustgevende ordentelijkheid die daarvan af straalde deed menigeen ernaar verlangen dit ook te beheersen. Ook mij stond het idee wel aan om verschillende schrijfboekjes te gebruiken. Maar het bracht me niet de rust en overzichtelijkheid die ik tijdens het lezen van Het gouden boek in Anna dacht terug te zien. Ik raakte in een soort vacuüm door het ontleden van gevoelens en gedachten, en dan ook nog te moeten kiezen in welk boekje, welke kleur het bijgeschreven moest worden, verlamde me compleet. Maar des te meer gold mijn bewondering voor Lessing, hoe zij tot het construeren van deze complexe roman was gekomen.

    In mijn vriendenkring van die tijd werden overigens te pas en te onpas, notitieboekjes cadeau gedaan. Nu ik erover nadenk zou het zomaar kunnen zijn dat door Het gouden boek, vanaf eind jaren zeventig, het gebruik van opschrijfboekjes, drastisch gestegen is.

    Lees hier het wat zakelijker bericht van 11 oktober 2007, en hier de uitvoerige en heldere bespreking over het werk van Lessing (15 oktober 2007) door Pauline van der Lans. Beide berichten hebben als uitgangspunt het winnen van de Nobelprijs voor de Literatuur door Doris Lessing.

     

    Lees ook:
    2011, Knip dan, toe dan 

    2003, De zwemmer van Zsuzsa Bánk
    Een herinnering aan 10 jaar Literair Nederland