• Een groot niet-weten

    Een groot niet-weten

    Omineus veranderen de letters van de titel Cassandra van een hecht weefsel uiteindelijk in een losse draad. Niña Weijers’ nieuwe boek is een gewaagde poging licht te brengen in de zaak Cassandra van Schaijk, een zeventienjarig meisje uit Almere dat in 2007 zoekraakte en drie weken later dood werd gevonden in de naburige Noorderplassen. Dat Weijers niet slaagt in haar opzet, is geen verrassing – zelfs Peter R. de Vries beet zijn tanden stuk op de kwestie. Het boek gaat dan ook meer over het schrijven over de zaak, dan over de zaak zelf.
    Na Stephan Sanders, Renate Dorrestein en Redmond O’Hanlon was Niña Weijers in 2020/2021 de vierde writer in residence in Almere. De opdracht was zich ‘door de stad te laten inspireren’ en een boek te schrijven over iets wat zich er afspeelde. De huisbaas van Weijers’ tijdelijke appartement wijst haar op de zaak Cassandra van Schaijk, die vijftien jaar na dato de Almeerse gemoederen nog altijd bezighoudt. 

    Na een avond stappen in een plaatselijke hardcorediscotheek komt Cassandra niet thuis. Een getuige heeft haar rond vier uur ’s ochtends op het busstation mee zien gaan met twee ‘Hindoestaanse’ mannen. Drie weken later wordt haar lichaam uit het water gehaald. De zaak is nooit opgelost. De twee mannen hebben zich niet gemeld. Zelfs de doodsoorzaak staat niet vast. Ook niet of het gaat om een ongeluk, moord of zelfmoord. Het is dat ‘gebrek aan bijna alles’ dat Weijers intrigeert. ‘Misschien is de vage belofte van een avontuur genoeg; iets specifieks om me in vast te bijten tijdens dat oeverloze najaar (in coronatijd – R.L.) waarin de wereld knarsend tot stilstand is gekomen.’

    ‘Het plan was concreet,’ schrijft Weijers. Zoveel mogelijk mensen spreken en documenten, archieven en het internet doorspitten. ‘Op die manier zou het verhaal zich min of meer als vanzelf openbaren: ik hoefde alleen maar goed op te letten en me te laten leiden door de werkelijkheid.’ Wie weet, fantaseerde ze met vrienden, vond ze wel iets dat de zaak in een klap oploste! 

    Ontspoorde terror-Helga

    Weinig pagina’s gaan verhoudingsgewijs over de zaak zelf. Logisch, omdat de feiten op een half A4tje passen. Uiteraard probeert Weijers als nieuwsgierig schrijfster meer te weten te komen over het slachtoffer. Cassandra van Schaijk blijkt dan iemand geweest te zijn met twee gezichten: de aardige, onschuldige tiener van de verspreide foto’s, met een bijbaantje achter de kassa van de Plus in Almere-Buiten, en een drugsgebruikend feestbeest dat zich in dubieuze, deels racistische kringen bewoog en zich op het internet presenteerde als ‘ontspoorde terror-Helga’ – de naam is te herleiden tot een stripverhaal uit de jaren zeventig met de naam Terror, waarin de nazikampbewaakster Helga een sadistische rol speelt. Het is de politie noch Weijers gelukt een aanwijsbaar verband te leggen tussen Cassandra’s dubbelleven en haar dood. 

    Weijers zoekt contact met allerlei betrokkenen. De vader en broer van Cassandra. De teamleider van het politie-wijkteam Almere Buiten. Een zekere ‘Ariana’, die zich bij de schrijfster meldt als ‘beste vriendin’ van Cassandra: ‘als je vragen hebt kunt u ze ook mij stellen’. Weijers spreekt af met een vooraanstaand persoon uit de Hindoestaanse gemeenschap, in de hoop meer te weten te komen over de twee mannen die Cassandra het laatst hebben gezien. Dan is er Desiree, een vriendin van Cassandra, die nog iets kan vertellen over de nacht van de verdwijning. Uit al die ontmoetingen komt ontmoedigend weinig bruikbare informatie. Weijers verwijst naar een essay uit 1925 van Virginia Woolf over het toneel van de oude Grieken, waarin Woolf spreekt over ‘het niet-weten, de onoplosbare dubbelzinnigheid’ als kenmerk van ‘de hoogste vorm van poëzie’. Je zou dit als een manmoedige poging kunnen zien van Weijers om haar verhaal over Cassandra op een hoger plan te tillen, los van de true crime boeken, films, tv-series en podcasts. 

    Worsteling van de schrijfster

    Daartoe doet Weijers uitgebreid onderzoek naar wetenschappelijke literatuur over ’true crime’, onopgeloste moordzaken en naar de traditie waar haar boek toe zou gaan behoren. Susan Sontag leert haar dat het verlangen naar misdaad en geweld zo universeel is dat je het nauwelijks morbide kunt noemen. Filosoof Slavoj Žižek legt uit dat er verschillende soorten geweld zijn: ‘Subjectief geweld, zoals dat van een misdaad, plaatst hij tegenover twee vormen van wat hij objectief geweld noemt: symbolisch geweld, belichaamd door de taal, en systemisch geweld, dat een gevolg is van de manier waarop onze politieke en economische systemen zijn ingericht.’ Weijers zoekt houvast in ‘intelligente journalistiek-literaire metareflecties als die van Janet Malcolm in The Journalist and the Murderer (1990), Emmanuel Carrères L’Adversaire (De tegenstander, 2000) en Helen Garners Joe Cinque’s Consolation (2004)’. Veel lezers zullen niet zitten te wachten op deze reflectieve uitweidingen, die onbedoeld een licht werpen op de worsteling van de schrijfster die hardnekkig op zoek is naar een verhaal dat groter is dan de onopgeloste verdwijning van Cassandra. 

    Op weer een ander niveau is Cassandra ook het verslag van het ‘schrijven’ van Cassandra en de impact die dat heeft op het leven van de schrijfster. ‘Omdat ik het zo langzaam doe, raakt mijn schrijven verweven met de tijd die het kost om te schrijven; het leven zelf krijgt alle gelegenheid erdoorheen te vloeien.’ En andersom ook (Weijers is zwanger ten tijde van het schrijven van het boek). ‘Al bleek één ding, telkens weer, verrassend eenvoudig: mijn buik, en later het noemen van mijn pasgeboren baby, wekte meer vertrouwen dan welke geloofwaardigheid die ik verder ook bezat als vrouw en schrijver.’ Zo zie je de schrijfster aan het werk, zonder omhaal, in alle eerlijkheid. Cassandra’s vriendin Desiree zegt dat het goed is dat ze over Cassandra wil schrijven. ‘Ik kan haar met geen mogelijkheid vertellen wat ik denk, namelijk dat het me hoe langer hoe ondoenlijker lijkt om zoiets voor elkaar te krijgen.’ Ergens anders: ‘(…) wat ik weet is omgeven door een nog veel groter niet-weten’. 

    Het kan haast niet anders of Niña Weijers heeft af en toe flink in de maag gezeten met dit aangenomen werk. Het optimisme waarmee ze begon en de veronderstelling dat veel bronnen lezen, diepgaande gesprekken voeren en goed opletten ‘vanzelf’ tot resultaat zou leiden, tot ontrafeling van een zaak die al vijftien jaar in de knoop zat, bleken al gauw een illusie. Maar ze zette door, zocht verder, liet zich niet uit het veld slaan, en schreef een mooi boek over de frustratie van het niet-weten, over leven en dood in Almere en vooral ook over de weerbarstigheid van het schrijven van een boek.



  • Oogst week 19 – 2024

    Alle omhelzingen

    Duitsers komen weliswaar uit het land van de dichters en denkers, maar hun zuiderburen kunnen er ook wat van. Dit jaar zou de Oostenrijkse dichteres Friederike Mayröcker 100 jaar zijn geworden. Dat redde ze helaas net niet, omdat ze in 2021 stierf. Nauwelijks een eeuw oud, maar haar nalatenschap geldt voor de eeuwigheid.

    Dit jaar verscheen de Nederlandse versie van Von den Umarmungen op de markt, vertaald door Martinus Nijhoff-Vertaalprijswinnaar Ton Naaijkens. Hij schreef ook het nawoord van Mayröckers dichtbundel: Alle omhelzingen.

    Geheel in lijn met de lijfelijke titel ervaart Mayröcker schrijven als een fysiek proces. Ze verkeert tijdens deze activiteit in een roes waar ze nooit uit raakt. Abnormaal vindt ze deze bijna hallucinante trance. En de Duitstalige literatuur mag haar dankbaar zijn voor deze abnormale neiging tot extase: ze geldt als grootheid van de Oostenrijkse letterkunde.

    Alle omhelzingen
    Auteur: Friederike Mayröcker
    Uitgeverij: m10boeken

    Duivels en heiligen

    Jean-Baptiste Andréa schrijft behalve fictie ook filmscenario’s. Zijn literaire debuut Mijn koningin leverde hem direct 12 prijzen op, maar de grootste won hij dit jaar: de Prix Goncourt, de heilige graal in Frankrijk. Met Des diables en des saints, door Martine Woudt vertaald in Duivels en heiligen, vestigt Andréa zich definitief tussen de grote namen van de francofone literatuur.

    Duivels en heiligen gaat over de geïsoleerde eenling. Het boek vertelt over een nare jeugd, waarin onbedorvenheid van een jong mens keihard wordt afgestraft door de harde buitenwereld. Vanuit een keur aan registers sleept Andréa de lezer door het verhaal heen en laat hem geen moment los: zwaar op de hand, dichterlijk, laconiek, raadselachtig… maar altijd subtiel en verleidelijk.

    Hoe cliché een moeilijke jeugd ook klinkt: niet wát een schrijver vertelt, doet ertoe, maar de vertelwijze. Filmschrijver Andréa begrijpt dit. Alles is al eens verteld, niet elke manier is toegepast…

    Duivels en heiligen
    Auteur: Jean-Baptiste Andréa
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Cassandra

    Op 24 maart 2007 verdween Cassandra van Schaijk spoorloos, om op 14 april diezelfde lente dood te worden gevonden in de Noorderplassen. Ze was nog geen achttien jaar oud. Behalve misdaadjournalist Peter R. de Vries proberen andere schrijvers koortsachtig dit mysterie te ontrafelen. Onder hen Niña Weijers.

    Als echte misdaadjournaliste, niet met botte bijl maar met prettige pen, dook Weijers in deze nooit opgeloste zaak. Inmiddels is haar boek Cassandra bekroond met de E. du Perronprijs, die de Universiteit Tilburg elke twee jaar uitreikt.

    Niña Weijers kon deze zaak die nooit officieel werd gesloten, maar niet loslaten. Ze zag hoe een onafgemaakt verhaal de levens van alle betrokkenen ontwricht. Bijna twintig jaar later blijft Cassandra’s noodlot onopgehelderd. Femicide? Wie zal het zeggen. Ieder slachtoffer verdient hoe dan ook een eerbetoon als dit.

    Cassandra
    Auteur: Niña Weijers
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 14 – 2024

    Baba Jaga legde een ei

    ‘In het begin vallen ze u niet op…’ Zo begint Baba Jaga legde een ei van Dubravka Ugrešić (1949-2023). Daarna heeft ze het over afgezakte kousen, muizenpasjes, opgedroogde appeltjes, een gerimpelde huid, een nek als van een kalkoen en meer van die genadeloze typeringen van ‘kleine lieve oude vrouwtjes’.
    Baba Jaga is in de Slavische mythologie een heks, een wilde vrouw met magische krachten, een bosgeest. Haar hut staat op kippenpoten en ze kidnapt kinderen.

    Baba Jaga legde een ei bestaat uit drie delen. In het eerste bezoekt de ‘ik’ haar moeder in Bulgarije die last heeft van toenemende ouderdomsgebreken. In het tweede veroorzaken drie oude vrouwen in een Tsjechisch kuuroord magische gebeurtenissen en in het derde deel laat Ugrešić een deskundige op het gebied van Slavische folklore de twee eerste delen analyseren vanuit wetenschappelijk-folkloristisch perspectief, doorspekt met talloze weetjes over Baba Jaga. Zo verbindt Ugrešić de verschillende verhaallijnen, eigenzinnig, humorvol en soms ontroerend.

    Dubravka Ugrešić werd ooit zelf voor Baba Jaga uitgemaakt. Geboren in Joegoslavië vluchtte ze voor de oorlog in Kroatië die uitbrak nadat Joegoslavië uiteen was gevallen. Ze had een kritisch essay over het nationalisme in Kroatië geschreven, aanleiding voor collega’s om haar te beschimpen als landverraadster en Baba Jaga.

    Ugrešić woonde sinds 1996 in Amsterdam. Ze was literatuurwetenschapper en schrijfster van romans, verhalen, essays, columns en artikelen in Nederlandse en internationale kranten en tijdschriften. Ze doceerde aan Amerikaanse en Europese universiteiten. Haar werk is in meer dan dertig talen vertaald.

     

    Baba Jaga legde een ei
    Auteur: Dubravka Ugrešić
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2024)

    Van Allegaartje tot Zeebenen – Een niet zo gebruikelijk woordenboek

    Veel mensen hechten aan oude, mooie woorden, blijkt uit het zaterdagochtendprogamma De Taalstaat op Radio 1. Daarin kunnen luisteraars een ‘vergeetwoord’ indienen. Nelleke Noordervliet, beschermvrouwe van het Gezelschap van Geadopteerde Vergeetwoorden, opgericht door Frits Spits, keurt het woord al of niet goed. Duizenden in onbruik geraakte of ‘ouderwetse’ woorden zijn inmiddels geadopteerd.

    Dat de taal verandert weet ook journalist en scenarioschrijver Rogier Proper (1943). Zeker vandaag de dag gaat het snel. De verengelsing heeft al lang toegeslagen en op internetfora en -platforms doet het er vaak niet meer toe of iemand zich duidelijk uitdrukt. Punten, komma’s en hoofdletters spelen nauwelijks een rol, een lidwoord is niet belangrijk. Op mobiele telefoons vieren simpelheid en snelheid hoogtij. Jongeren en ouderen verstaan elkaar niet altijd, merkte Proper. Al heel lang bestaande woorden worden niet begrepen door jonge mensen en al helemaal niet gebruikt. Vice versa overigens. Weten jongeren wat bombarie betekent, of allegaartje? Of wat een telefooncel is? Of dat ze hunkeren naar aandacht?

    Proper heeft veel van deze woorden opgetekend in zijn Van Allegaartje tot ZeebenenEen niet zo gebruikelijk woordenboek. Hij verzamelde bijzondere, mooi klinkende en inspirerende woorden en geeft er een toelichting bij. Het boekje is een verhelderend naslagwerk.

    Proper publiceerde eerder het Jaap Knasterhuis Groot Filmwoordenboek (voor jeugdigen) en een handboek voor scenarioschrijvers: Kill Your Darlings. Hij was ook radiomaker, schreef kinderboeken en ontwikkelde honderden scenario’s. Nog steeds houdt hij zich met tv-series bezig.

    Van Allegaartje tot Zeebenen - Een niet zo gebruikelijk woordenboek
    Auteur: Rogier Proper
    Uitgeverij: Balans (2023)

    Schuilhuisje

    De in Nederland wonende en werkende Lena Kurzen (1982) komt oorspronkelijk uit Duitsland. Die kwam naar Nederland om logica te studeren en ook promoveerde die er als logicus. Op de website Papieren helden schrijft die korte verhalen en op Shortreads kleine verhaaltjes naar aanleiding van een nieuwsbericht. Schuilhuisje is diens debuutroman.

    Een man van in de vijftig en zijn jongere vrouw lijken gelukkig samen. De coronapandemie heerst, waardoor ze allebei thuis werken en hele dagen bij elkaar zijn. Echt contact hebben ze echter niet, hun gedachten en gevoelens houden ze voor zichzelf. Dat kan niet anders dan tot misverstanden en onbegrip leiden. De vrouw wil graag een kind, de man is vaag over wat hij wil, de liefde voor zijn bonsaiboompje lijkt groter. Hij mist zijn zoon die hij niet meer ziet. Samen heeft het stel cavia’s, welke beestjes de dupe worden van hun onuitgesproken strijd.

    In het ik-perspectief vertelt de vrouw het verhaal, met soms zulke overdrijvingen dat het hilarisch wordt. Ze komt erachter dat haar man een dubbelleven leidt. Ontkenning en nieuwsgierigheid volgen, ontmaskering kan niet uitblijven.

    Schuilhuisje
    Auteur: Lena Kurzen
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2024)
  • Vader-zoon gedoe

    Vader-zoon gedoe

    Het valt niet mee om man in de literatuur te zijn, althans volgens de bundel Jongens waren we, de problematische sekse in de literatuur, samengesteld door essayist en redacteur van de Groene Amsterdammer Jan Postma, uitgegeven door Das Mag. Het betreft een bundel essays. Een bespreking van Nescio’s Titaantjes door Rob van Essen waar deze uitgave zijn titel aan ontleent, ontbreekt uiteraard niet. Andere boeken die ter sprake komen zijn onder meer Brief aan mijn vader van Kafka door Xandra Schutte, Karakter van Bordewijk door Niña Weijers, Twee vrouwen van Harry Mulisch door Femke Essink, Rabbit Redux van Updike door Joost de Vries en Mijn Strijd van Knausgård door Mirjam Rasch.

    Veel vader-zoon gedoe. Vaak herkenbaar voor mij. Ik ben expert op dit gebied na een hard gekookte opvoeding door een tirannieke vader die beroepsmilitair was. Wie man wil worden, moet zich tot de vader verhouden. Dat zegt Xandra Schutte in haar essay over Brief aan mijn vader. Het is volgens haar het oerboek van de zoon die niet tegen de kracht van zijn vader op kan. En het is tevens een boek over een universeel conflict, namelijk dat de mens zich heeft te verhouden tot de maat der dingen, doorgaans opgelegd door ‘het gezag’.

    Niña Weijers beschrijft onder meer een scène uit Karakter waarin de zoon weigert de hand aan te nemen van een vader die hem al die jaren alleen maar heeft tegengewerkt. ‘Of meegewerkt,’ zegt de vader zachtjes. De suggestie dat de vader zijn zoon klein hield met de bedoeling hem groot te maken, is ook zo’n universeel gegeven. Wie kent niet het liedje ‘A boy named sue’ (Johnny Cash)? Dat liedje deelt volgens Weijers zijn thematiek met de Brief aan de Hebreeën uit de Bijbel; universeler kan het bijna niet.

    Behalve in de titel kent de bundel nog een parafrase op een beroemde eerste zin: ‘Alle gelukkige huwelijken lijken op elkaar, elk ongelukkig huwelijk daarentegen is een onuitputtelijke bron voor gelaagde bespiegelingen over de beproeving van de liefde’. Dit schrijft Margreet Fogteloo in haar essay over Huwelijksleven van de Russische schrijver David Vogel. In dit boek is het mannelijke hoofdpersonage geheel overgeleverd aan grillen van zijn Kenau-achtige vrouw die hem niet alleen afbreekt tot op het bot, maar hem zelfs verkracht. Het verhaal werkt als een spiegel van het noodlot dat doorgaans is weggelegd voor vrouwen en waartegen het feminisme al meer dan anderhalve eeuw strijd voert, schrijft Fogteloo. De slaafse houding van het slachtoffer maakt de dader nog wreder.

    Ik kreeg deze bundel, vormgegeven met twee eikeltjes op een roze (?!) kaft, begin maart van een vriendin. Het was ter ere van de presentatie van mijn eigen roman getiteld Starfighter, tevens de bijnaam van het gevechtsvliegtuig F 104 waar mijn illustere vader namens de Koninklijke Luchtmacht mee vloog. De geefster is psychotherapeut in ruste. Toeval kan het niet zijn dat ze me juist dit boek gaf – thuis uit te pakken.

     

     


    Jan Kloeze schrijft maandelijks een column. Begin maart verscheen zijn debuutroman Starfighter bij uitgeverij Palmslag.

  • Niet de oorlog

    Niet de oorlog

    Ik stond in de keuken de spruitje voor in een kikkererwtentaart te halveren. Negen knoflookteentjes lagen op de bakplaat in de oven in hun schilletjes gaar te stoven. Uit het geluidsboxje op de plank boven het aanrecht hoorde ik iemand zeggen dat Marga Minco honderdtwee jaar is. Wow, de honderd al gepasseerd, deze schrijver die altijd in stilte opereerde, is stilletjes ouder geworden. Het was de stem van Annelies Verbeke die het in de aankondiging van de nieuwe podcast van Fixdit noemde. Ook dat Marga Minco de eerste levende schrijver in de podcast over klassiekers geschreven door vrouwen is. Vier schrijvers deelden hun enthousiasme over het werk van Minco en de verhalen in Achter de muur, Verzamelde verhalen. Ik denk Het bittere kruid, het zit erin gebeiteld. En haar terugkeer uit de onderduik toen er niets meer was om naar terug te keren, die sfeer herinner ik me uit haar verhalen. 

    Arnon Grunberg leest het verhaal ‘Iets anders’, waarvan hier alleen de dialoog.
    ‘Waarom deed u het?’
    ‘Ik weet het niet.’
    ‘Hebt u dit al eens meer gedaan?’
    ‘Nog nooit’, zei ze
    ‘Denkt u eens goed na’, zei hij
    Het is werkelijk waar’, zei ze
    Minco lezen is een sprong het diepe in, dan ontstaat langzaamaan een kader, een weten waarover het gaat. Haar dialogen worden geroemd.

    Niña Weijers vertelt dat ze in het Witsenhuis aan het Amsterdamse Oosterpark op de verdieping heeft gewoond waar Minco met haar man Bert Voeten en hun twee dochters van 1949 tot 1960 woonde. Dat Minco de echtelijke slaapkamer, waar net een bed in past, (dat wist Weijers omdat het ook haar slaapkamer was toen ze er woonde) moest ombouwen tot haar werkkamertje. En dat ze, armlastig als ze waren, geregeld in de brede dakgoot klommen, waar ze bleven zitten tot de deurwaarders vertrokken waren. 

    Ik denk aan Marga Minco, die ik enkel uit haar teksten ken,  als een teruggetrokken, bescheiden schrijver. Hoewel je in haar verhalen onderhuidse woede en ongeduld met de dingen proeft. In een interview met Ischa Meijer (deze podcast zet aan tot meer willen weten, Minco uit de kast halen), heeft Minco, die dan al zeventig is, het over Het bittere kruid, dat het met dat tuinpoortje in werkelijkheid anders was. Dat ze het tuinpoortje niet doorging, maar terug naar het huis ging, ‘en bonsde en iemand deed het tuinpoortje open en ik had mijn ster afgerukt – ik ging terug.’ Ze vertelt het verderop in het interview nog een keer, omdat het toch nog anders was. ‘ik had de ster van mijn jas gerukt en liet die trillend aan die mannen zien. Later breng ik dus die jassen naar binnen en vader hield ze aan de praat, (…) toen ben ik weggerend’. Ze ‘huilt een heel klein beetje’, noteert Ischa Meijer.  

    Uit het boxje op de plank boven het aanrecht klinkt de opgenomen stem van Minco, ‘Ik ben niet zomaar gaan schrijven omdat ik iets beleefd heb. Zoals mensen wel zeggen ‘wat ik nou heb beleefd, daar kan ik een boek over schrijven’. Maar je kan net zo goed schrijven vanuit je fantasie. Voor de oorlog schreef ik vanuit mijn fantasie.’ Dat niet de oorlog van haar een schrijver heeft gemaakt, maar dat ze dat al was. Dat wil ze weten.
    Deze podcast laat een Marga Minco zien voorbij Het bittere kruid. Lees haar verhalen, en daarna de kleine roman Nagelaten dagen, waarin alles nog eenmaal bij elkaar komt. Intens proza.

     

     

    Luister hier de Fixdit podcast met: Sanneke van Hassel, Annelies Verbeke, Arnon Grunberg en Niña Weijers.
    Citaten uit: De interviewer, 50 interviews uit 25 jaar interviewen / Ischa Meijer


    inge meijerInge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest, (en hoort).

  • Experimenteel verhaal met elegantie geschreven

    Experimenteel verhaal met elegantie geschreven

    Twee jaar geleden verscheen in De Volkskrant  een stuk met de titel De jonge schrijver is een vrouw’. Op de bijhorende foto pronkten Maartje Wortel, Hanne Bervoets, Nina Polak, Alma Mathijsen en Niña Weijers. Weijers’ bekendheid kabbelde nog altijd voort op het enorme succes van haar in 2014 verschenen ijzersterke debuut De consequenties, een ideeënroman die ondertussen haast tot de status van cultboek wordt verheven. Het boek won zowat alle belangrijke literaire prijzen en zorgde voor vernieuwing in het Nederlandse literatuurlandschap. Het was vijf jaar wachten op een nieuwe roman van de jonge schrijfster. Kamers Antikamers is een roman die niet zomaar in een hokje te plaatsen valt. Soms bevreemdend, soms verwarrend, soms afstandelijk en soms herkenbaar.

    Wat is de werkelijkheid

    Kamers Antikamers is een verhaal zonder plot. Wie probeert enige lijn te vinden in het geheel, kan zich de moeite besparen. Het is onmogelijk te reconstrueren wat zich in de roman afspeelt of hoe alles samenhangt. Er is natuurlijk een startgegeven: een jonge schrijfster van ongeveer dertig jaar, zonder enige twijfel het alter-ego van Weijers, betrekt een kamer in een laatnegentiende-eeuws pand aan een stadspark.  Een terugkerend motief zijn haar wandelingen en gesprekken met schrijfster M. (alter-ego voor Maartje Wortel).

    Met dit uitgangspunt begint Weijers te experimenteren. Ze haalt in het begin van het boek uitdrukkelijk de term parataxis aan, het naast elkaar plaatsen van zaken. Ze verwijst naar het fragmenteren en vervormen van vertrouwde verhalen, naar meervoudige perspectieven. Ook haar personage bouwt ze op die manier op: ‘Je begrijpt dat je als mens voortdurend bezig bent te splijten, je zou het uiteenvallen kunnen noemen’.

    En zo begint ze met de vervorming van de werkelijkheid. Weijers vraagt zich voortdurend af hoe het echte leven eruitziet. Haar personage ziet het perfecte gezin als ze door haar raam neerkijkt op de buren in het belendende pand.  Weijers en haar personage worstelen met de klassieke verwachtingen van het burgerlijke bestaan. Daarom tekent de auteur verschillende levens die in elkaar overvloeien. Zo leeft de schrijfster alleen op haar kamer, maar het volgende moment is ze samen met een man.  Ze lijkt plots een kind te hebben, daarnaast is ze een stoere vrijgezel die leeft van affaires. Ze is weer alleen en nodigt vriendinnen uit of ze heeft een relatie met een vrouw.

    Het causale verband tussen die verschillende fases is er niet, bestaat ook misschien helemaal niet. Weijers exploreert het leven via een naadloze overgang tussen de werkelijkheid en het onbestaande, tussen verleden, heden en toekomst, tussen droom en daad. Soms zijn er wel aanwijzingen dat we ons in een nieuw stuk bevinden. Heel subtiel verspringt ze van een ik-verteller naar een hij-verteller. De auteur gebruikt ook bijna geen namen in het boek. Het hoofdpersonage krijgt , afhankelijk van in welke werkelijkheid ze zich op dat moment bevindt, telkens een andere aanduiding: ‘de vrouw’ of ‘de ander’ of ‘de kleine’. Lettend op de kleine details kan toch enige structuur in het plotloze verhaal gevonden worden.

    Heldere vertelstijl

    Het experimenteren met de grenzen van de werkelijkheid leidt vaak tot onleesbare draken van schrijfsels. Dit is zeker niet het geval bij Kamers Antikamers. De zeer heldere vertelstijl, die Weijers ook al hanteerde in De Consequenties, zorgt voor de samenhang en maakt het werk bijzonder leesbaar. Ze lapt alle conventies en regels aan haar laars en componeert verschillende levens van hetzelfde personage die wonderwel goed samengaan. Er is een overheersend gevoel van voyeurisme: de lezer neemt een kijkje in haar kamer, haar leven, maar van zodra hij te dicht komt, bevindt hij zich in een andere kamer. Dat gebeurt ongemerkt, zonder overgang of aankondiging, maar is helemaal niet storend.

    Precies daar ligt de sterkte van Weijers: een experimenteel verhaal schrijven, zonder plot, zonder veel poeha, maar met de elegantie en het gemak alsof alles zo makkelijk loopt.

    Ondanks het ontbreken van een echt verhaal, gaat het boek wel degelijk ergens over. Het exploreert niet alleen de grenzen van de werkelijkheid, maar toont hoe mensen in het leven kunnen staan. Vrijheid is een belangrijk gegeven, maar de keuzes die mensen maken zijn misschien nog belangrijker. De roman toont hoe liefde kan groeien en verdwijnen, hoe mensen vrienden vinden en verliezen. Weijers beschrijft op een heel heldere en verbluffende manier dat het leven niet rechtlijnig is, dat er verschillende naast elkaar bestaande levens zijn en dat er niet zoiets bestaat als de enige juiste weg.

     

  • Jonge honden

    Jonge honden

    ‘Dat dit het begin was van iets,’ zo heet het kort verhaal waarmee Niña Weijers in 2010 de schrijfwedstrijd Write Now! won, een wedstrijd die ik een jaar later zou winnen en waarvan de hoofdprijs recent is toebedeeld aan de zeer getalenteerde Roos Vlogman. De organisatie van Write Now! heeft al jaren de traditie om een zinsnede uit het werk van de voorgaande winnaar te gebruiken voor de campagne van het daaropvolgende jaar. Van Weijers gebruikten ze die prachtige titel, uit mijn eigen verhaal de slotwoorden: ‘Ook olifanten moeten door.’ Alleen al voor die zinnen is het leuk om de wedstrijd te volgen, want wat gebruiken ze volgend jaar van Vlogman?

    Ik volg veel jonge schrijvers – niet alleen voor De Optimist, waar ik in de redactie zit en met vrolijke nieuwsgierigheid de kopij doorneem voor de volgende vergadering, elke eerste dag van de nieuwe maand – maar ook voor mezelf. Er zijn heel veel mensen die schrijven of willen schrijven, je zou er vermoeid van kunnen raken. Meestal ervaar ik het als iets positiefs, er zijn immers ook een heleboel verhalen te vertellen.
    Als de vogel door het glas vliegt is het afstudeerwerk van, Artez-student en Kunstbende-winnares Jante Wortel, een novelle waarin veel te genieten valt maar waar ook het een en ander op aan te merken is. In het beste geval zie je in zo’n afstudeerwerk potentie, kiemen voor meer. Het hoeft allemaal nog niet perfect te zijn want het is het begin. En al die kiemen zijn bij Wortel aanwezig. Hoort haar novelle al in de winkels te liggen? Dat weet ik niet.

    Toen ik Write Now! won had ik nog geen roman klaar, de uitgeversaanbiedingen die ik kreeg, verwarden me. Groei was wat ik zocht en ik eiste mijn tijd op met als risico dat de op dat moment geïnteresseerde partijen zouden afhaken (sommige deden dat inderdaad). Het manuscript waarmee ik uiteindelijk afstudeerde aan de Schrijversvakschool was nog slechts het begin van een roman die, zes jaar later, zou eindigen in wat er nu in de winkels ligt: naar mijn het idee het beste wat ik op dat moment kon.
    Inmiddels wordt er continu gevraagd naar mijn volgende stap. Wanneer komt die verhalenbundel (zodra die af is), ben ik bezig aan een nieuwe roman (misschien), schrijf ik eigenlijk ook poëzie (nee) – dit allemaal terwijl voor mijn gevoel Probeer om te keren gisteren pas uitkwam.

    Ondertussen drink ik koffie met Max Urai. Net als Elske Kemps en Jante Wortel is Urai pas afgestudeerd aan Artez, ook zijn inkt is net droog. Toch val ik direct in de bekende kuil en vraag hem naar zijn plannen.
    We krijgen weinig tijd om op adem te komen, misschien omdat we met zoveel zijn. Vlogman, Wortel, Kemps, Urai en nog zoveel anderen zijn de schrijvers van morgen, getalenteerde jongeren die schrijven en lezen serieus nemen, nieuwsgierig zijn. Haast hoeven ze wat mij betreft niet te hebben. Ze zijn net afgestudeerd en dat is waar het om gaat: dat dit het begin is van iets.

  • Een weelde aan schrijvers

    Reinder Storm is op eigen risico naar Frankfurt vertrokken om daar de Buchmesse te bezoeken. Dagelijks zal hij een blog schrijven over zijn wederwaardigheden aldaar. Vandaag is de grote reis begonnen en hij bevindt zich in goed gezelschap.

    Door Reinder Storm

    Toeval bestaat niet. Mijn reis naar Frankfurt is een Nederlands literair feest vanaf het begin. Had ik het zo willen plannen, het zou me niet zijn gelukt. Volkomen onverwacht deel ik m’n coupé met talrijke medewerkers van de CPNB alsmede een weelde aan schrijvers, van Anneke Brassinga tot Tommy Wieringa, van Adriaan van Dis tot Niña Weijers, van Ernest van der Kwast tot Ted van Lieshout, van Jessica Durlacher tot Thomas Möhlmann. Koningin van het bal is hare excellentie minister Bussemaker in hoogsteigen persoon. Cameramensen, radioreporters, voorlees- en signeersessies maken het geheel compleet. Uitgevers, redacteurs, journalisten, schrijvers, lezers en beleidsmakers – tot en met de medewerker van catering die chocolaatjes uitdeelt aan toe: iedereen is vol verwachting. De reis is een opwindend en veelbelovend voorspel.

    fullsizerender2En dan is daar ook de bitterzoete realiteit die ontnuchtert en relativeert. De conducteur namelijk worstelt zich tussen mensen door die om de voorlezende en signerende schrijvers samendrommen. Met een hoofdknik naar Connie Palmen vraagt hij vertrouwelijk: “Die ken ik … dat is toch Annie M.G. Schmidt?”

    ‘U hebt er kijk op’, zeg ik.
    ‘Ik dacht het al meneer, herneemt de conducteur. Maar ik houd ’t dan ook goed bij in de krant!’

    Leve de Frankfurter Buchmesse. Leve Vlaanderen en Nederland. Leve de literatuur.

     

    Wordt vervolgd…

     

     

  • Wintertuinfestival Nijmegen over fictie en non-fictie

    Wintertuinfestival Nijmegen over fictie en non-fictie

    Waarom dit thema? De laatste decennia heeft er in de literatuur een verschuiving plaatsgevonden van fictie naar non-fictie. Het aandeel literaire non-fictie in het totale boekenaanbod is fors toegenomen. Ook krijgen steeds meer literaire werken het stempel ‘autobiografisch’. De populariteit van verhalen die waargebeurd zijn groeit. De positie van fictie ten opzichte van de feiten lijkt veranderd. Waar komt het nieuwe verlangen naar echtheid vandaan? Waarom is de werkelijkheid zo populair? En whatever happened to de verbeelding? Deze, en talloze andere vragen, komen eind november aan bod tijdens het Wintertuinfestival.

    Tientallen schrijvers, wetenschappers, muzikanten en kunstenaars gaan tijdens het festival in op dit thema. Deze festivalgasten zijn al bekend: Arjen Lubach, Rob Wijnberg,  K. Schippers, Jeroen Olyslaegers, Niña Weijers, Maud Vanhauwaert, Joost de Vries en Eerie Wanda.

    Arjan Lubach zal een college verzorgen op de Campus, twee nieuwe talenten Lisa Weeda en Joost Oomen presenteren hun chapbook  en het poppodium Doornroosje zal tijdens de grote festivalavond op zaterdag, omgetoverd worden tot een literair walhalla waar onder meer Rob Wijnberg, K. Schippers, Jeroen Olyslaegers, Niña Weijers, Maud Vanhauwaert en Eerie Wanda te gast zullen zijn.

    Aankomende weken maakt Wintertuin via de website en social media meer bekend over de programma’s en de optredende artiesten. De kaartverkoop start op maandag 3 oktober viawww.wintertuinfestival.nl

     

     

  • Uitgelezen Verhalen tijdens de Week van het Korte Verhaal

    Agenda: 17 februari / Tolhuistuin / Amsterdam

    In New York bestaat het concept al sinds 1985 en trekt het volle zalen onder de naam Selected Shorts, met Broadway- en Hollywood-acteurs.

    In Nederland is het een vrij nieuw fenomeen maar wordt toch al weer de vierde editie van Uitgelezen verhalen gepresenteerd. Uitgelezen verhalen is een ontmoeting tussen literatuur en theater. Acteurs zullen deze vierde editite verhalen vertellen van Anton Tsjechov, Philip Huff, Joseph Roth, Niña Weijers en Thomas Heerma van Voss. Aan de vorige edities werkten onder anderen mee Pierre Bokma en Johanna ter Steege.

    De eerstvolgende Uitgelezen Verhalen is tijdens de Week van het Korte Verhaal ( 14 t/m 21 februari). Deze week gaat van start op 14 februari met de bekendmaking van de eerste J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste Nederlandstalige verhalenbundel uit 2014.

    De acteurs Elle van Rijn, Aus Greidanus jr. en Marcel Faber zullen van bovengenoemde auteurs korte verhalen lezen. De avond is onderdeel van de Week van het Korte Verhaal.  Philip Huff, Niña Weijers en Thomas Heerma van Voss zullen ook aanwezig wanneer de verhalen gelezen worden.

    De verhalen zijn geselecteerd op het thema de Liefde in haar vele vormen: de hopeloze liefde voor een ex-vriendin (Huff), de voorbije liefde tussen een plattelandsarts en zijn overspelige vrouw (Tsjechov), de liefde voor een kamermeisje (Roth), de mogelijk ontluikende liefde tussen een taxichauffeur en passagier (Weijers) en betaalde liefde (Heerma van Voss).


    Uitgelezen verhalen

    Dinsdag 17 februari
    Aanvang 20.00 uur
    Tolhuistuin IJzaal
    IJpromenade 2, Amsterdam Noord (bij Eye film)
    Kaarten: 12.50 euro via www.ticketkantoor.nl/shop/uitgelezen

    Kijk ook op www.uitgelezenverhalen.nl