• Nieuwe Oogst week 4 -2024

    Nieuwe Oogst week 4 -2024

    Meneer Norris neemt de trein

    De abonnees op de serie Kritische Klassieken mogen zich weer verheugen op twee mooie, nieuwe titels in die reeks. U kent de reeks mogelijk al: hierin verschijnen jaarlijks twee tot drie klassiekers uit de kritische literatuur. Uitgeverij Schokland noemt de reeks zo omdat het boeken zijn die ‘versmaad, verboden, verguisd, verbrand of inmiddels vergeten zijn, niet meer worden uitgegeven, niet of moeilijk meer verkrijgbaar zijn of zelfs nog nooit in het Nederlands vertaald.’ Lezers kunnen zich abonneren op de reeks.

    Nummer 21 en 22 uit de reeks zijn in december ’23 verschenen, het zijn Meneer Norris neemt de trein en Afscheid van Berlijn van de van oorsprong Britse schrijver Christopher Isherwood (1904-1986).

    Isherwood woonde vanaf 1929 in Berlijn. Hij viel op mannen en was aangetrokken door Berlijn vanwege het vrije seksuele klimaat aldaar. Hij schreef er, gaf er les en hield een dagboek bij om ooit een grote roman over Berlijn te kunnen schrijven. Maar die ambitie bleek niet haalbaar, het lukte hem niet om alles in één roman te verwerken. Hij splitste het manuscript op en zo ontstonden in 1935 Mister Norris changes trains en in 1939 Goodbye to Berlin.

    In het uitgebreide nawoord schrijft redacteur Nils Buis: ‘Meneer Norris neemt de trein leest als een schelmenroman tegen de achtergrond van de roerige nadagen van de Duitse Weimarrepubliek. De verteller, William Bradshaw, ontmoet in de trein van Amsterdam naar Berlijn de mysterieuze Arthur Norris. Het is het begin van een vriendschap die zich zowel voor de lezer als voor de verteller laat lezen als een zoektocht naar de ware aard van meneer Norris. Vanaf dat moment raakt Bradshaw verwikkeld in een reeks ongewone gebeurtenissen, waarin meneer Norris steeds de hand lijkt te hebben.
    […]
    Het Berlijn van 1933, de opmaat naar de Machtübernahme, de weke schurk meneer Norris, zijn smoezelige zaakjes en zijn merkwaardige kennissenkring, het voortdurend wisselen van bondgenoten en politieke partijen krijgen in levendige details gestalte. Pas tegen het einde, als meneer Norris voor het laatst de trein neemt, vallen de puzzelstukjes in elkaar.’

    Meneer Norris neemt de trein
    Auteur: Christopher Isherwood
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2023)

    Afscheid van Berlijn

    Toen Hitler de macht overnam in Duitsland is Isherwood vertrokken en via China uiteindelijk in de Verenigde Staten terecht gekomen waar hij is blijven wonen tot aan zijn dood.

    Afscheid van Berlijn wordt op het omslag een ‘Roman in verhalen’ genoemd. Het is opgebouwd als een raamvertelling van drie verhalen en drie dagboekfragmenten. De hoofdpersoon is in alle delen dezelfde, de in de ik-vorm vertellende ‘Christopher’ die zijn indrukken beschrijft van de sfeer van de stad Berlijn en de uiteenlopende mensen die hij er ontmoette tijdens de nadagen van de Weimarrepubliek, de jaren 1929 tot 1932. Dat waren ook de jaren dat Isherwood in Berlijn woonde.

    In 1951 werd het boek bewerkt voor het theater getiteld I Am a Camera. Deze titel is gebaseerd op een zin uit het begin van het boek ‘Ik ben een fototoestel, waarvan de sluiter openstaat, volkomen passief, ik leg vast, ik denk niet.’
    Ook de film Cabaret (met Liza Minnelli in de hoofdrol) is gebaseerd op het boek.

    Dichter en schrijver Willem van Toorn heeft Afscheid van Berlijn vertaald. In zijn nawoord bij het boek schrijft hij: ‘Hoewel de belangstelling voor het werk van Isherwood in de Nederlandse pers nooit overdreven groot is geweest – de uitgaves en heruitgaves van Meneer Norris en Afscheid van Berlijn werden vooral gesignaleerd en slechts hier en daar besproken – gaat het om boeken waarvan het lot precies hun thema weerspiegelt: hoe de genotzoekende gemiddelde burger wegkijkt terwijl de politieke situatie aanstuurt op onderdrukking, oorlog en geweld. Dat maakt ze nu, nog weer een halve eeuw later, weer even actueel als toen. ‘

     

    Afscheid van Berlijn
    Auteur: Christopher Isherwood
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2023)

    Vluchtoord Marseille

    Ook uitgeverij Cossee heeft een mooie reeks, Cossee Century, met klassieke titels van bijvoorbeeld Arnold Zweig, Jiri Weil, Hans Fallada, Erich Maria Remaque en vele anderen.

    De nieuwste titel uit deze serie is Vluchtoord Marseille van Varian Fry (1907-1967). Vluchtoord Marseille is het persoonlijke verslag van een spannende en gevaarlijke tijd waarin de journalist Fry in 1940 met gevaar voor eigen leven naar Frankrijk reisde om daar naar Frankrijk gevluchte Duitsers te helpen ontsnappen aan de nazi’s.

    Fry kende Duitsland uit de tijd dat hij er buitenlandcorrespondent in Berlijn was geweest. Hij had in o.a. The New York Times geschreven over het veranderende politieke klimaat en het geweld tegen de joden.

    Het was de ERC, de Emergency Rescue Committee die Fry met een dikke portemonnee op zak naar Marseille stuurde om de vluchtelingen te helpen. Hij heeft duizenden vluchtelingen helpen ontsnappen. Dit waren Duitse kunstenaars en intellectuelen – joods en niet-joods – die op de lijsten stonden van de Gestapo. Deze groep raakte in het nauw toen de Vichy-regering het op een akkoordje gooide met de nazi’s en toezegde om alle gevluchte Duitsers in Frankrijk over te dragen aan Duitsland.

    In 1941 verliep zijn paspoort en moest hij terug naar Amerika. Hij ging er aan de slag bij een tijdschrift en bleef schrijven over het lot van de joden in Europa. Het moet zuur voor hem geweest zijn dat hij nooit de erkenning heeft gekregen die hij verdiende. Daarvoor was hij in zijn stukken blijkbaar te kritisch op de in zijn ogen te grote terughoudendheid van de Amerikaanse overheid in de opvang van Europese vluchtelingen.
    Israel was hem wel dankbaar en kende hem in 1996 de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe, maar toen was Fry al dood.

    In Vluchtoord Marseille beschrijft Fry reddingsacties die (vaak voor de ogen van Duitse spionnen en Vichy-politieagenten) uitgevoerd moesten worden. Walter Benjamin was een van de geredde vluchtelingen. Net als Marc Chagall, André Breton, Max Ernst, Hannah Ahrendt, Alfred Döblin, Heinrich Mann, Alma Mahler en Hans Sahl, om maar een paar bekende namen te noemen.

    De laatste schreef over Fry:

    ‘Je moet je voorstellen: de grenzen waren dicht, je zat in de val, elk moment kon je weer gearresteerd worden, het leven was voorbij – en dan is er ineens een jonge Amerikaan in hemdsmouwen, die je zakken vol geld propt, zijn arm om je heen slaat en met een samenzweerderige stem fluistert: “Er zijn wel mogelijkheden om je eruit te krijgen,” terwijl, verdomme, de tranen over je wangen lopen, en de man waarachtig zijn zijden zakdoek uit zijn jas tevoorschijn haalt en zegt: “Hier, neem deze. Hij is niet helemaal schoon meer. Excuses daarvoor.”’

     

     

    Vluchtoord Marseille
    Auteur: Varian Fry
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • Stinkende lijven en slapeloze nachten

    Stinkende lijven en slapeloze nachten

    Dit jaar is het een eeuw geleden dat de Russische Revolutie plaatsvond. Die speelde zich af in etappes, met als hoogtepunten de maanden februari en oktober. De Amerikaan John Reed was er in oktober 1917 bij in de toenmalige hoofdstad van het tsarenrijk, Petrograd (Sint Petersburg), dat na 1924 zou worden omgedoopt tot Leningrad. Hij bundelde in 1919 al zijn aantekeningen in Tien dagen die de wereld deden wankelen. Nu, 100 jaar later, herdenkt uitgeverij Schokland de revolutie met een heruitgave van Reeds verslag.

    De oktoberrevolutie dus. ‘Als er één boek is dat je hierover moet lezen, dan is het dát wel’, zei uitgever Nils Buis in een interview met Literair Nederland. En het moet gezegd: de lezer wordt door Reeds boek compleet meegezogen in de chaos en hectiek die voor de inwoners van Petrograd gekmakend moet zijn geweest. De bolsjewisten, die als betrekkelijk klein clubje begonnen, zetten Rusland in een maand tijd (de ‘tien dagen’ van Reed duurden in feite wel wat langer) compleet op zijn kop. Door de februarirevolutie was er natuurlijk al voorwerk verricht. Tsaar Nicolaas II had in die maand al afstand moeten doen van zijn troon en was daarna naar Jekaterinenburg verbannen, waar hij in 1918 met zijn gezin zou worden vermoord. Hij was vervangen door een Voorlopige Regering (daarvan zouden er tussen februari en oktober drie verschillende op het toneel verschijnen).

    Reed blikt in de eerste hoofdstukken van zijn boek terug op die tijd en wat er op volgde, om de lezer een kader te schetsen van de verhoudingen en de veelheid van partijen en stromingen die elkaar in oktober naar het leven zouden staan. Dat is niet altijd gemakkelijke kost, maar Reed komt de lezer te hulp met negen pagina’s uitleg over partijen en organisaties die allemaal een rol speelden. Bovendien hebben de bezorgers van het boek achterin een uitstekend register opgenomen met verklaringen van personen, facties enzovoort.

    In zijn voorwoord schrijft Reed dat hij objectief wilde zijn, maar hij verhult niet waar zijn sympathie lag: ‘In plaats van een vernietingsmacht, schijnt mij dat de bolsjewieken de enige partij in Rusland waren met een constructief programma en met de macht om dat aan het hele land op te leggen.’

    Het eigenlijke ooggetuigenverslag van Reed begint in hoofdstuk IV, waarin hij de val van de Voorlopige Regering beschrijft. Het is dan 7 november, omdat Reed de Gregoriaanse tijdrekening gebruikt in plaats van de oude Russische kalender. Tussen die twee zat dertien dagen verschil.

    Hollen
    Waar ging het om? Dat wordt kernachtig geformuleerd door Nils Buis en Koen Wijnkoop in hun nawoord bij deze heruitgave: Rusland kende ‘een schatrijke bovenlaag van adellijken, industriëlen, religieuze machthebbers, grootgrondbezitters en gegoede burgerij’. ‘Het grootste deel van de bevolking bestond uit boeren, die praktisch nog onder middeleeuwse omstandigheden moesten leven. Extreme armoede en analfabetisme waren de regel.’ Dat is een beschrijving van de situatie in de 19de eeuw, maar die bestond in 1917 ook nog goeddeels. Hij was al de lont voor het kruitvat van februari geweest, maar toen waren de grote mannen, Trotski en Lenin, niet in het land. Dat was wel het geval in oktober. En zij wisten de onvrede geraffineerd te kanaliseren tot de nieuwe uitbarsting die het einde van bourgeoisie zou betekenen. John Silas Reed, die de lezers zouden kunnen kennen uit de indrukwekkende film Reds van Warren Beaty uit 1981, had al een behoorlijke ervaring als oorlogsverslaggever, toen hij in Petrograd neerstreek. Hij besefte toen al, zo blijkt uit zijn verslag, dat hij hier op een keerpunt van de wereldgeschiedenis stond.

    Hij holde in de stad van congres naar congres, van het Winterpaleis (zetel van de Voorlopige Regering) naar het Mariinski-paleis (van de Raad van de Russische Republiek) en het Smolny-instituut (hoofdkwartier van de bolsjewieken) en aan het eind nog even naar Moskou. Ondertussen begaf hij zich in samenscholingen op straat en vroeg hij functionarissen van allerlei pluimage, maar ook burgers, boeren en soldaten het hemd van het lijf. Daarbij vergat hij niet om exemplaren van decreten en verklaringen, waarmee de stad bijna elk uur opnieuw werd volgeplakt, en natuurlijk edities van kranten en pamfletten van alle partijen te verzamelen.

    Reed bestookt de lezer met een overvloed van die authentieke teksten die, al naargelang de bron, de macht claimen en de ander zwart maken. ‘Ik ben vijfenveertig jaar en in heel mijn leven heb ik nog nooit zoveel woorden gehoord als hier’, schrijft Reed. Zoals hiervoor al gezegd: de inwoners van Petrograd moeten er gek van geworden zijn. Dat word je als lezer ook een beetje, maar het is tegelijk een bewuste keuze van Reed om zo de volstrekte anarchie in de stad te laten zien.

    Ongewassen lichamen
    Reed is daarnaast ook een observeerder, niet alleen van meningen, maar ook van gedragingen en sferen. Het leidt tot mooie impressies, zoals deze van een vergadering van Sovjets van Arbeiders- en Soldatenafgevaardigden: ‘Op de rijen stoelen, onder de witte kandelaars, opeengepakt in de gangen en langs de wanden, op alle vensterbanken en zelfs op de rand van het podium wachtten de vertegenwoordigers van de arbeiders en soldaten uit heel Rusland in angstvallige stilte en opgewonden op het luiden van de voorzittersbel. De zaal was niet verwarmd, maar er hing een benauwde warmte van ongewassen mensenlichamen. Een stinkende blauwe wolk sigarettenrook steeg op uit de massa en maakte de lucht zwaar (…). Petrovski maakte naast zich een plaats voor me vrij. Hij was ongeschoren en vuil en duizelig van drie slapeloze nachten werken in het Revolutionaire Comité’.

    Elders geeft hij de ondergang van het grote keizerrijk beeldend weer als hij loopt ‘langs de kerk waar de graftomben van de tsaren lagen, onder de slanke gouden torenspits en het klokkenspel dat nog maandenlang iedere dag om twaalf uur ’s middags het “God behoede de Tsaar” bleef spelen’. Wie moet hierbij niet denken aan Radetzkymars van Joseph Roth, waarin de ondergang van het Habsburgse Rijk op een gelijksoortige manier wordt beschreven?

    Een dergelijke krachtig beeld voor het establishment dat nog steeds angstvallig vasthoudt aan de oude orde zien we in de scène waarin twee soldaten hun legerfietsen vastmaken aan de treeplanken van een gevorderde auto: ‘De chauffeur protesteerde hevig, er zouden krassen op de lak kunnen komen, zei hij.’

    Het zijn dit soort passages die de reportage, zoals de auteur zijn verslag zelf noemt, een levendigheid en een kleur geven die je in historische analyses niet zult aantreffen. Reed schetst een ommekeer in de wereldgeschiedenis die zich voltrok tussen stinkende lijven en in slapeloze nachten. Uit de eerste hand.

     

  • Oogst week 15

    Verzamelde gedichten

    Vorige week herdachten literaire vrienden en bewonderaars Wim Brands, de dichter, journalist en televisiemaker die een jaar geleden overleed. Tijdens die bijeenkomst werd ook zijn Verzamelde gedichten gepresenteerd. Veel van Brands’ anekdotes waren aanleiding tot poëzie. Verzamelde gedichten geeft daarom een goed beeld van wat en wie Wim Brands was. In de geest van Brands hebben de samenstellers soepel geselecteerd.

    ‘Er staat een stripverhaal in deze bundel, en er zijn blogs en brieven in te vinden. Voor Brands zijn gedichten verhalen, en hij maakt van verhalen poëzie, steeds door heel goed over de vorm na te denken, door in te dikken en te schrappen – want het kon altijd preciezer.
    Deze verzameling toont wat een geweldig dichter Wim Brands was. De bundel bestaat uit zijn verschenen bundels plus veel ongepubliceerd materiaal.’
    Thomas Verbogt schreef een nawoord.

    Verzamelde gedichten
    Auteur: Wim Brands
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.

    Vintage

    De stap van haar zoon Jord verrast Cecile. Zij heeft de meubelzaak van haar vader omgetoverd tot een toonaangevende designwinkel en dan, na vier afgebroken studies en een half jaar bankhangen besluit Jord in de zaak te komen werken.

    Haar winkel staat in vrijwel elke toeristische gids. Ze is een begrip. Dat Jord alleen al op het idee komt! Vanwaar zoveel zelfvertrouwen? Vier studies was hij al begonnen, steeds binnen een jaar gestopt, niet leuk genoeg. En toen kreeg hij de onzalige gedachte om de winkel over te nemen. Hij had het plechtig gebracht als een geschenk: ‘Mam, ik ga de familietraditie voortzetten.

    Cecile is niet onverdeeld enthousiast. Daarbij heeft ze nog een dochter, Juul, die alleen via sms communiceert. Als Ceciles vader ten val komt en bij haar intrekt, verschuiven alle verhoudingen en komt een pijnlijk familiegeheim aan het licht dat veel verklaart.

    Vintage
    Auteur: Patty Stenger
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen, Uitgeverij De Geus

    Tien dagen die de wereld deden wankelen

    Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de Russische Revolutie plaatsvond. Eindeloos veel boeken zijn daarover geschreven. Sommige analyserend, andere verhalend, sommige negatief, andere positief. Maar al deze boeken zijn achteraf geschreven. Uitzondering daarop is Tien dagen die de wereld deden wankelen. Dit meeslepende ooggetuigenverslag van John Reed, zal in mei bij Uitgeverij Schokland in een nieuwe editie en een herziene vertaling verschijnen.

    John Reed (1887-1920) was een jonge Amerikaanse journalist die als een van de weinige westerlingen de revolutie vanaf de eerste rij meemaakte. ‘In zijn reportage holt Reed als een razende reporter van hot naar her, brengt verslag uit van de toespraken van Lenin over ‘Brood, vrede en land’, staat op de eerste rij bij de bestorming van het Winterpaleis en woont de bezetting van fabrieken bij. Een boek dat de geestdrift van die periode geniaal in woorden weet te vatten.’

    Tien dagen die de wereld deden wankelen
    Auteur: John Reed
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland
  • Kinderen van de revolutie

    Kinderen van de revolutie

    De glasblazers is een waar gebeurde historische roman van Daphne du Maurier over de lotgevallen van haar bloedeigen Franse voorouders tijdens de Franse Revolutie. Een weldoortimmerde roman over glasblazers die zich omhoog werken van ambachtslieden tot industriëlen, maar door de Franse revolutie omver worden geblazen. Naar de vorm een verdediging van het literaire ambacht tegen de avant-garde, naar de inhoud een waarschuwing tegen de woelige geest van de jaren zestig van de twintigste eeuw.

    Ambacht en avant-garde
    Het is haast ironisch dat De glasblazers werd herdrukt in de reeks Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland. Het perspectief op de Franse revolutie is eerder conservatief dan ‘kritisch’. Je zou ook kunnen zeggen dat het kritische vooral zit in het gekozen perspectief: de hoofdstedelijke revolutionaire giganten Marat, Robespierre en de Duc d’Orleans zijn achtergrondfiguren in het leven van de plattelandse glasblazersfamilie Busson. En de grote gebeurtenissen, van de eed op de Kaatsbaan en de bestorming van de Bastille tot en met de onthoofding van Marie-Antoinette dringen met grote vertraging en sterk vertekend door tot de levens van de hoofdpersonen. De roman is eerder revolutiekritisch dan maatschappijkritisch, zou je kunnen zeggen. De revolutie vindt zijn gerechtvaardigde oorsprong in reële sociale problemen en begint met nobele motieven en ideologische bevlogenheid, maar ontspoort dan in een chaotische reeks bloeddorstige plundertochten. Menselijke waardigheid en maatschappelijke orde legen het af tegen wraak- en hebzucht. De glasblazers is dan ook te lezen als een anti-revolutionaire waarschuwing tegen de geest-des-tijds van een schrijfster die de politieke en sociale woelingen van de 20e eeuw afkeurend bezag. Iets dergelijks kun je zeggen over constructie en vorm: het is een staaltje vertellersvakmanschap in een tijd die het ambacht verruilde voor avant gardisme.

    Muiterij en maîtresses
    Het echtpaar Busson runt een glasblazerij die ze pachten van een adelijke familie. Ze zijn streng maar rechtvaardig, met hart voor de gemeenschap van geschoolde en loslopende arbeiders (van meester-glasblazers tot houtskoolbranders), die rond de glasblazerij wonen. Een minimaatschappij waarin het leven geordend is volgens de ongeschreven regels van het feodale en het gildenstelsel. Twee zoons, Robert en Michel ontwikkelen zich tot meester-glasblazer, en nummer drie, Pierre, wordt na wat koloniale avonturen sociaal bevlogen advocaat. Robert vestigt zich in Parijs en bouwt een klandizie op onder de elite, terwijl Michel hardnekkig voortwerkt in de voetsporen van zijn vader, als pachter van een glasblazerij. Pierre wordt in zijn advocatenpraktijk geconfronteerd met de noden van het volk en de oneerlijkheid van de bestaande praktijken voor de opkomende kleinburgerij. De nieuwe gewone mensen, zeg maar. Dan spoelt de revolutie over hen heen. In de geschiedenisboekjes klinkt dat allemaal nog best heroïsch, hoewel je daaruit toch ook leerde dat de guillotine overuren maakte en dat woord ’terreur’ in die tijd zijn hedendaagse betekenis kreeg. Maar de zegeningen op langere termijn zijn hier ver te zoeken en wat overblijft is de chaos en collateral damage in het toendertijdse hier en nu. En die is niet gering. Eerst de paniekzaaierij en muiterij op het platteland, waarbij de adel wordt verdreven en de geestelijkheid zijn landerijen in moet leveren. Onvermijdelijk gevolgd door gehamster en geplunder door verarmde arbeidersgezinnen. Die zijn koud met hun gejatte zilverwerk en damast teruggekeerd naar hun huisjes, of een contrarevolutie van uitgeweken adel, maîtresses en royalistische boeren uit de Vendée neemt, gewapend met degens, zilverbeslagen pistolen en dorsvlegels bezit van steden en dorpen en laat die na een dag of wat kaalgeroofd achter. Pas na een halve generatie wonden likken, puin ruimen en rouwverwerking kan het leven weer min of meer zijn gewone gangetje hernemen.

    Reconstructie en inventie
    Dat uiteindelijk miljoenen kansarme lieden een stuk betere uitgangspositie kregen in het leven dan voorheen krijgt Du Maurier niet uit haar pen. Ze weet wel een overtuigend beeld te geven van de onvermijdelijkheid waarmee iedere revolutie de eigen kinderen verslindt. Minpuntje: het boek is dermate geschiedkundig verantwoord en zorgvuldig in elkaar gestoken, dat historisch spektakel en psychologisch drama er onder leiden. Teveel (re)constructie en wat weinig inventie. Het maakt van De glasblazers vooral een interessant boek. Eigenlijk is het wachten tot de producenten van Downtown Abbey, Madmen en The Hunger Games De glasblazers als basis nemen voor een revolutionaire HBO-serie die een seizoen of 4 omspant. Grootheden als Alfred Hitchcock (Birds en Rebecca) en Nicholas Roeg (Don’t look now) verfilmden al andere romans van Du Maurier, dus het zou moeten kunnen.

  • Een meesterwerk van een begenadigd verteller

    Een meesterwerk van een begenadigd verteller

    ‘De celdeur sloeg achter Roebasjov dicht.’ Met deze eerste zin treedt de lezer niet alleen binnen in de cel van Roebasjov, maar ook in diens voorbije leven en in zijn gedachten daarover.

    Wie is Nicolaj Salmanovitsj Roebasjov die op zijn doodvonnis wacht in isoleercel No. 404 in een nieuwe modelgevangenis in een niet nader genoemd land en plaats?
    Roebasjov is een fictief personage, de vijftig ruim gepasseerd, een bolsjewiek van de oude garde met traditioneel baardje en lorgnet. Hij is ex-volkscommissaris en stond dichtbij de grote Leider, No. 1. Hoewel de naam Stalin niet voorkomt in deze roman, moge het duidelijk zijn dat hij bedoeld wordt met No. 1. Roebasjov is volgens de schrijver een synthese van Karl Radek, Nicolaj Boecharin en Leon Trotski, vooraanstaande bolsjewieken die allen in de 2e helft van de jaren 30 geliquideerd en vermoord werden.

    Het boek begint op het moment dat Roebasjov last krijgt van vreselijke nachtmerries die hem ‘aankondigen’ dat het binnenkort zijn beurt is om gearresteerd en ‘fysiek geliquideerd’ te worden. Daarbij ziet hij steeds weer de foto in de houten lijst met de afgevaardigden naar het eerste congres van de Partij. ‘Boven elk hoofd stond een kleine cirkel met een cijfer erin dat correspondeerde met één van de namen onderaan de foto. (…) Ze waren bezig de grootste revolutie in de geschiedenis van de mensheid voor te bereiden. (…) Waar waren zij gebleven? Hun breinen hadden allemaal een lading lood gekregen. (…). Slechts twee of drie van hen waren overgebleven. Hijzelf en No. 1.’

    Als hij eenmaal opgehaald is voor verder verhoor over zijn ‘zogenaamde’ hoogverraad, heeft deze arrestatie, merkwaardig genoeg, een kalmerende werking en de eerste nacht in de cel slaapt hij weer normaal. Het is niet de eerste keer dat Roebasjov eenzaam opgesloten is en zijn ondeugd om te dagdromen in gevangenschap overvalt hem al vanaf de eerste dag. Tijdens het heen en weer lopen in zijn cel, verplaatst hij zich in zijn slachtoffers en ‘droomt zoals het geweest had moeten zijn, nooit zoals het in werkelijkheid geweest was.’

    Roebasjov krijgt twee onderzoeksrechters die hem ieder op hun eigen manier proberen te dwingen deze misdaden publiekelijk te erkennen. Ivanov en Gletkin vertegenwoordigen twee generaties bolsjewieken. Ivanov, een oude bekende van hem, van zijn eigen generatie, zelfde afkomst, opleiding en ontwikkeling, weet dat de misdaden waarvan Roebasjov beticht wordt, puur fictief zijn. Toch probeert Ivanov Roebasjov te laten inzien dat ‘de martelaar uithangen’ onverstandig is daar deze houding gebaseerd is op zelfmedelijden, geweten, wroeging en twijfel. De ‘ik’ bestaat niet volgens de Partij en is een ‘grammaticale fictie’. De motieven van het individu doen er niet toe. Evenmin het geweten. ‘De Partij kende slechts één misdaad: afdwalen van de koers die zij had bepaald; en slechts één straf: de dood. (…) Het was de logische oplossing voor politieke meningsverschillen.’ 

    Op de muur, achter Ivanov, ziet Roebasjov tijdens het verhoor een vierkante plek, lichter dan de rest van het behang. Daar had de foto met de bebaarde hoofden en de genummerde namen gehangen. ‘Alles waarin hij had geloofd, waarvoor hij de laatste veertig jaar gevochten en gebeden had, sloeg als een onweerstaanbare golf door zijn herinnering. Het individu was niets, de Partij was alles; de tak die van de boom brak moest verdorren…’ 

    Roebasjov, inderdaad gekweld door wroeging, ziet steeds de slachtoffers voor zich die hij op grond van zijn ‘rationeel handelen’ de dood in heeft gejaagd en hij zegt uiteindelijk toe te gaan bekennen. Had het briefje: ‘Sterf in stilte’ dat bij de kapper in zijn boord werd gestopt er iets mee te maken? Van wie kwam dat?

    Dan krijgt het verhaal een dramatische wending. De gematigde Ivanov wordt gearresteerd, beschuldigd van een te nonchalante onderzoeksmethode in de zaak Roebasjov en korte tijd daarna geliquideerd. ‘Burger Ivanov is gisteravond na een administratief vonnis doodgeschoten.’ 

    De meedogenloze Gletkin neemt het verhoor over en probeert Roebasjov geheel te breken door hem fysiek uit te putten. Hij gunt hem geen nachtrust, kwelt hem door felle schijnwerpers op zijn gezicht te zetten. Door de urenlange verhoren, zes dagen en zes nachten, raakt Roebasjov zelfs bewusteloos.
    Gletkin is pas 36 jaar en heeft geen enkele persoonlijke band met het verleden van de Partij. Hij was nog maar een kind tijdens de Oktoberrevolutie en zijn proletarische afkomst draagt er niet toe bij begrip te tonen voor Roebasjov.
    Gletkin is met zijn ‘correcte wreedheid een weerzinwekkend creatuur’ schrijft Roebasjov en noemt hem een ‘onbeweeglijke Neanderthaler’, zonder enige zichtbare emotie’. Gletkins aanklacht bestaat uit zeven misdaden tegen de Partij en de Staat waarvan de poging tot vergiftiging van No. 1 wel de meest absurde is. Hiervoor schuwt Gletkin het niet een getuige (Hazenlip) een geheel verzonnen afspraak te laten vertellen. Hazenlip is voorafgaand aan deze ingestudeerde getuigenis meerdere malen gefolterd en zal nog vóór Roebasjov geëxecuteerd worden.

    In wezen is er nog een derde onderzoeksrechter. Dat is Roebasjov zelf, vertwijfeld door een pijnlijk zelfonderzoek. In zijn dagboekfragmenten en dagdromen, lezen we gedetailleerde herinneringen aan situaties en slachtoffers. De lichte, zusterlijke geur van het lichaam van Arlova, zijn secretaresse/maîtresse die hij niet gered heeft; de geur van zeewier in de havenstad en kleine Louis die zich verhangen heeft. Ondanks de tragiek, zijn dit fraai beschreven passages waardoor de lezer meer inzicht krijgt in de persoon en cultuur van Roebasjov. Vindt hij uiteindelijk zijn ‘ik’ weer terug voordat hij zelf geveld zal worden door de Partij?

    Op meesterlijke wijze beschrijft Koestler bijvoorbeeld de ontmoeting in het schilderijenmuseum met de 19-jarige Richard die hij de boodschap moet geven dat hij uit de Partij wordt gezet, m.a.w. dat hij vermoord zal worden vanwege zijn ongehoorzaamheid aan de Partij. Tussen de letterlijke tekst van de simpele conversatie, beschrijft Koestler met een kennersoog de museumzaal met de wel erg ‘toepasselijke’ schilderijen: (blz. 31) ‘Recht tegenover hem hing een Laatste Oordeel; cherubijnen met krullend haar en bolronde billetjes vlogen op trompetten blazend een onweersstorm tegemoet. Aan Richards linkerzijde hing een pentekening van een Duitse meester. Roebasjov kon er slechts een deel van zien – de rest ging schuil achter de pluchen rugleuning van de bank en achter Richards gebogen hoofd: de magere handen van de Madonna, opwaarts gebogen met de palmen in de vorm van een schaal, en een stuk lege hemel bedekt met horizontale pennestreken. Meer kon hij er niet van zien, want Richards hoofd bleef als hij sprak onbeweeglijk in dezelfde houding op zijn licht gebogen, rode hals. “Zo”, zei Roebasjov. “Hoe oud is je vrouw?”’

    Een onmisbaar onderdeel in deze roman is de communicatie via het kwadraatalfabet waarmee de gevangenen d.m.v. klopsignalen met elkaar communiceren. Roebasjov ‘praat’ met de buurman van No. 402 die Roebasjov aanvankelijk ‘zwijn’ noemt, maar hem toch op de hoogte houdt over de andere bewoners van de cellen. Uiteindelijk klopt hij op de muur: ‘Ik benijd, ik benijd je. Vaarwel’, als Roebasjov afgevoerd wordt.

    Nacht in de middag is een meesterwerk. Koestler is een begenadigd verteller. Zijn schrijfstijl is helder ondanks de complexe situaties en filosofische overpeinzingen. Zijn analyses van de Partij zijn haarscherp. Het boek, in romanvorm, verveelt op geen enkel moment. Begrijpelijk dat dit werk in de beginjaren 1940 (nazisme) geruchtmakend was. Nu ruim zestig jaar later heeft dit boek helaas zijn actuele waarde nog steeds niet verloren. Uitgeverij Schokland verdient een compliment met de heruitgave van dit werk in de serie Kritische Klassieken!

    Arthur Koestler  (Boedapest, 1905 – Londen, 1983), Hongaar van joodse afkomst, werd in 1931 lid van de Duitse Communistische Partij en was als verslaggever actief in de Sovjet-Unie. Daar raakte hij ernstig teleurgesteld in het communistische systeem. Uiteindelijk vestigde hij zich in Engeland, waar hij in 1940 zijn geruchtmakende roman Darkness at noon publiceerde.