• Hero Hokwerda over Griekse literatuur en Nikos Kazantzakis

    Hero Hokwerda over Griekse literatuur en Nikos Kazantzakis

    Gesprek met een toegewijd vertaler

    Terwijl bijna iedereen Homeros kent of tenminste van zijn Ilias en Odyssee gehoord heeft, is de moderne Griekse literatuur voor de meeste lezers onontgonnen gebied. De dichter Konstantínos Kaváfis geniet enige bekendheid en vanwege Zorba de Griek doet de naam Nikos Kazantzakis ook nog wel een belletje rinkelen, maar dan houdt het voor velen op.
    Hero Hokwerda probeert daar als vertaler al bijna veertig jaar verandering in te brengen. Sinds 1979 heeft hij meer dan vijftig Griekse schrijvers in Nederland geïntroduceerd. Recent verscheen Kapitein Michalis, zijn derde (her)vertaling van een roman van Nikos Kazantzakis.


    Net als hun collega’s in de meeste West-Europese landen zijn Nederlandse uitgevers nooit uitzonderlijk geïnteresseerd geweest in de moderne Griekse literatuur. Terwijl die literatuur volgens vertaler Hero Hokwerda (1949) het ontdekken meer dan waard is. ‘Zij is mooi en zij heeft iets te zeggen.’

     

     

    Leuren met literatuur

    Hokwerda droeg veel van de titels die hij vertaalde zelf aan bij potentiële uitgevers. ‘Het is niet zo dat uitgevers bij mij op de stoep staan met boeken die ze vertaald willen hebben. Ik moet er zelf achteraan zitten en ermee leuren.’ Niet al zijn keuzes en aanbevelingen bleken bij uitgevers in de smaak te vallen: ‘Dode schrijvers verdwenen van de stapel, verhalenbundels waren niet in trek: er bleef al snel niets meer over.’

    ‘Of een uitgever zelf iets met Griekenland heeft, is vaak doorslaggevend. In de tijd dat Maarten Asscher directeur was bij uitgeverij Meulenhoff kostte het relatief weinig moeite om daar belangstelling te wekken voor een roman of voor verhalen.’ Toen Maarten Asscher vertrok, bleek Meulenhoff zelfs geen belangstelling meer te hebben voor de al voltooide vertaling van de novelle Gioconda van Nikos Kokantzis, waarvoor het contract al getekend was.
    Gioconda werd vervolgens de kern van een bloemlezing – Gioconda. De joden van Thessaloniki in de Griekse literatuur. Een bloemlezing – die in 2004 verscheen bij Ta Grammata, een uitgever die nadrukkelijk ‘het bevorderen van de kennis van en liefde voor de Griekse literatuur in het Nederlands taalgebied’ tot doel heeft. Hokwerda is als redactiesecretaris en vertaler nauw betrokken bij het fonds.


    Grote Griekse thema’s

    Hoewel Hero Hokwerda klassieke talen studeerde, heeft hij zich altijd gericht op het moderne Griekenland. Hij ziet het hedendaagse Griekenland niet als een uitloper van de klassieke oudheid en moderne schrijvers niet alleen maar als erfgenamen van Homeros, maar hij realiseert zich dat velen dat onderscheid tussen historische tijdperken niet maken en dat de Grieken zelf hoe dan ook een speciale band met de oudheid hebben, alleen al door de taal en doordat zij in hetzelfde gebied wonen.
    Hokwerda is kieskeurig als het gaat om de boeken die hij vertaalt: ‘Ik wil boeken vertalen die iets over Griekenland zeggen. Die inzicht geven in hoe Grieken hun land en hun verleden beleven, én hoe ze omgaan met de uitdagingen van de tegenwoordige tijd.’

    Dat betekent dat hij bijna automatisch uitkomt bij romans en verhalen over onderwerpen die een belangrijke rol spelen in de recente Griekse geschiedenis: de beide wereldoorlogen, de ‘Grote Catastrofe’ in 1922, toen de Turken Izmir veroverden en de Griekse bevolking de stad en Turkije moest verlaten, en de Griekse Burgeroorlog (1946-1949).
    Hoewel er in zijn ogen geen Grote Griekse Roman verschenen is over één van deze onderwerpen – ‘misschien zitten ze daarvoor te vast in hun verleden’ – zou Hokwerda graag Η ζωή εν τάφω (‘Leven in het graf’) van Stratis Myrivilis (1890-1969) vertalen. ‘Je kunt die roman zien als de Griekse equivalent van Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque. Het gaat over de loopgravenoorlog op de Balkan.’
    Ook Το Κιβώτιο (‘De kist’) van Aris Alexandrou (1922-1978) verdient het om vertaald te worden. ‘In deze roman krijgt tijdens de Burgeroorlog een groep partizanen de opdracht een kist met iets belangrijks van a naar b te verslepen. Aan het eind van hun “overlevingstocht” blijkt de kist leeg. Het is een existentialistische roman. De vrijdenker Alexandrou beperkt zich niet tot een eenzijdig beeld van de burgeroorlog.’
    Of die vertalingen er komen, hangt ook weer af van de bereidheid van een uitgever om een financieel risico te nemen, want ‘eigenlijk kan het publiceren van vertaalde Griekse literatuur niet uit’.
    Dat de Griekse overheid het vertalen van Griekse literatuur niet langer financieel ondersteunt, speelt daarbij een rol. ‘Het wachten is nog steeds op de herstart van wat je het “Grieks letterenfonds” zou kunnen noemen.


    Eerste integrale vertalingen Kazantzakis’ drieluik

    Voor het idee om drie romans van Nikos Kazantzakis (1883-1957) opnieuw te vertalen, vond Hero Hokwerda in Koen van Gulik van Wereldbibliotheek – daar verscheen in het verleden al werk van Kazantzakis – een geïnteresseerd uitgever. Van Gulik kende Kazantzakis uit de boekenkast van zijn ouders.
    Het recent verschenen Kapitein Michalis (Vrijheid of dood) (1955, vertaling 2018) vormt samen met Leven en wandel van Zorbás de Griek (1946, vertaling 2015) en Christus wordt weer gekruisigd (1952, vertaling 2016) een drieluik. In tegenstelling tot vroeger werk van Kazantzakis gaan deze romans over ‘echte, levende mensen en niet langer in de eerste plaats over abstracte ideeën’.
    De drie romans werden eerder – door verschillende vertalers voor verschillende uitgeverijen – vertaald in het Nederlands, maar Hero Hokwerda is de eerste die Βίος και Πολιτεία του Αλέξη Ζορμπά, Ο Χριστός Ξανασταυρώνεται en Ο Καπετάν Μιχάλης rechtstreeks op basis van de definitieve, integrale tekst uit het Grieks vertaalde.

    Dat het werk van Kazantzakis aanvankelijk via een omweg de Nederlandse lezer bereikte, lag niet alleen aan het feit dat er – ook toen, in de jaren vijftig en zestig – maar weinig Nederlandse vertalers het Nieuwgrieks machtig waren. ‘Zeventig jaar geleden werd er toegewerkt naar de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Nikos Kazantzakis. Kazantzakis werkte daar graag aan mee. Hij vond het eigenlijk niet meer dan terecht dat hij die Nobelprijs zou krijgen.
    Met name Max Tau, een Duits-Noorse literair agent, spande zich in om het werk van Kazantzakis in allerlei West-Europese talen vertaald te krijgen. Daartoe stelde Kazantzakis vaak nog voorlopige versies van zijn romans beschikbaar. Die nog niet definitieve teksten werden in het Duits vertaald, en daaruit weer in het Engels en Zweeds, en via die vertalingen in het Nederlands.’

    Wie die eerste vertalingen van H. Edinga, André Noorbeek, H.C.M. Edelman vergelijkt met die van Hokwerda zal de nodige verschillen opmerken. Die zijn niet alleen maar terug te voeren op het via-via vertalen en de inzichten en gekozen oplossingen van de diverse vertalers – Hokwerda: ‘met name de Zweedse vertaler heeft het nodige toegevoegd en weggelaten’, maar dus ook met de nog onvoltooide staat waarin de romans die vertalers bereikte.

     

    De tale Kazantzakis’

    Nikos Kazantzakis behoort tot de toonaangevende schrijvers van Griekenland, maar de houding van het Griekse (lezers)publiek is ambivalent. ‘Hij wordt veel vereerd, voor sommigen is hij zelfs een goeroe, maar moderne Grieken kunnen ook moeite hebben met de toeristische en folkloristische sporen die het gevolg zijn van het succes van Zorba de Griek, de film van Michael Cacoyannis met Anthony Quinn als Alexis Zorbas. Al Kazantzakis kan er natuurlijk niets aan doen dat al die taverna’s voor toeristen “Zorbas” heten. En in de roman zit zoveel meer dan in de film.’

    Een vanuit literair oogpunt belangrijker bezwaar dat tegen Nikos Kazantzakis ingebracht wordt, is zijn taal. Kazantzakis gebruikte de Kretenzische variant van de dimotikí, de op de spreektaal geënte versie van het Grieks. ‘In de vertaling is dat makkelijk. Dan hoef je je niet aan zijn Kretenzisch gebonden te voelen. Ik vertaal zijn Kretenzisch in gewoon Nederlands, maar Grieken zitten wel vast aan de taal van Kazantzakis.
    Die taal was in zijn tijd modern, en was ook zeker als modern bedoeld, maar intussen is het voor veel Grieken een heel ouderwets, gedateerd taalgebruik, dat ook niet altijd even goed meer begrepen wordt.’
    Hero Hokwerda heeft geen moment overwogen om te zoeken naar een Nederlandse equivalent van Kazantzakis’ Kretenzisch. Zijn stijl bleef hij vanzelfsprekend wel trouw: ‘Kazantzakis schrijft heel levendig, heel direct, en rauw ook soms. Dat moet natuurlijk wel overgebracht worden.’

     

    Dichter en denker

    Hoewel Nikos Kazantzakis zeker in Nederland vooral bekend is als schrijver van romans, zag hij zichzelf in de eerst plaats als dichter en als denker. ‘De romans heeft hij maar een beetje als bijzaak beschouwd. Door het schrijven van romans bevrijdde hij zich als het ware van zichzelf. Dan was hij op vakantie uit  zijn “hogere bevlogenheid”. Dan hoefde hij niets van zichzelf.’

    ‘Gelukkig maar, want hij heeft een paar heel mooie romans geschreven, denk ik dan’, laat Hero Hokwerda erop volgen. Want het werk dat Kazantzakis zelf als de kern van zijn oeuvre beschouwde – zijn toneelstukken en zijn poëzie, waaronder zijn opus magnum: Οδύσεια (1938), een episch gedicht in 33.333 verzen bedoeld als vervolg op dé Oydysee van Homeros – is aan Hokwerda niet besteed.
    ‘Het ging hem bij de Οδύσεια ook om het werk als poëzie, maar het was vooral een kapstok om zijn ideeën aan op te hangen. Het is me in meerdere opzichten te groot. Het gaat niet alleen om het aantal bladzijden en het aantal regels. Het is mij te hoog bevlogen. Het is te veel. Daar ben ik te nuchter voor, ben ik bang.’

     

    De Kretenzer Kazantzakis

    ‘Nikos Kazantzakis zag zichzelf als Kretenzer én als wereldburger. Hij reisde veel, vestigde zich her en der, maar het Kretenzische heeft hij nooit losgelaten, ook in zijn werk niet. Het historische verhaal van “Zorbas” speelt op de Peloponnesos, maar dat heeft hij getransponeerd naar Kreta. Christus wordt weer gekruisigd speelt in Klein-Azië, maar is toch ook heel Kretenzisch, en in Kapitein Michalis keert hij terug naar het Kreta van zijn jeugd.
    Zelf zei hij dat alles wat hij schreef doortrokken is van de “Kretenzische blik”. Hij gaat daarbij terug naar de Minoërs, naar de stier-springende jongelingen op een muurschildering in Knossos. Zoals die jongens met de stier spelen, wat toch tamelijk gevaarlijk is, zo gaat de Kretenzer met de dood om: die ziet hij met open ogen tegemoet.’
    Het is de houding die Kapitein Michalis kenmerkt, die moet kiezen tussen vrijheid en dood, een houding die ook Alexis Zorbas en sommige personages uit Christus wordt weer gekruisigd niet vreemd is.

    Op de motieven van kapitein Michalis is het een en ander af te dingen. ‘Kapitein Michalis wordt meestal gezien als vrijheidsstrijder, maar het is wel een rare vrijheidsstrijder. Kreta lijkt hem niet zoveel te kunnen schelen, het gaat hem eigenlijk meer om zichzelf. Eigenlijk heeft kapitein Michalis de Kretenzische zaak verraden. Er zijn anderen, waaronder Polyxingis, op wie kapitein Michalis neerkeek, die kraniger aan de zaak van Kreta vasthielden.’

    ‘Kazantzakis was zelf ook een vat vol tegenstrijdigheden. Hij wilde eigenlijk dolgraag een man van actie zijn, maar zijn actie was het schrijven. Hij heeft moeite gehad zich daarmee te verzoenen. Eigenlijk is Leven en wandel van Zorbás de Griek zijn verzoening met die tweeslachtigheid. De personages Alexis Zorbas en “de schrijver” vertegenwoordigen de twee kanten van zijn persoonlijkheid.’

     

    Vrijzinnige denkbeelden

    Dat het graf van Nikos Kazantzakis zich in Iraklion op een bastion bevindt dat stamt uit de Venetiaanse tijd en niet op een kerkhof is het gevolg van een controverse met de Grieks-Orthodoxe kerk, die de denkbeelden van de schrijver hekelde. Inmiddels is hij min of meer gerehabiliteerd, en werd hij ter gelegenheid van zijn zestigste sterfdag op verschillende manieren geëerd, ook van kerkelijke kant.
    Kazantzakis had zijn eigen kijk op religie en wereld. ‘Er zijn mensen die geneigd zijn om hem als atheïst te bestempelen, maar dat is mijn ogen onzin. Hij was op een vrijzinnige wijze orthodox. Kazantzakis verwierp het idee van een persoonlijke God en het idee van opstanding uit de dood en een leven in een hiernamaals.
    Op basis van zijn eigen inzichten probeerde hij een godsdienst te ontwerpen, en hij heeft het ideaal gehad om, toen hij in 1914 naar de berg Athos ging, ook daadwerkelijk een nieuwe godsdienst te stichten. Dat zou ongetwijfeld een moderne godsdienst zijn geweest, zonder persoonlijke God en hiernamaals. Het hele leven speelde zich volgens Kazantzakis op aarde af.’

    ‘De vrijzinnige manier waarop Nikos Kazantzakis omgaat met het godsbegrip en het lijden en de dood – onderwerpen waar iedereen mee kan zitten of in elk geval mee te maken kan krijgen – is nog steeds actueel. Zijn worsteling met deze algemeen menselijke onderwerpen zou ook tegenwoordig veel mensen moeten kunnen aanspreken. Bovendien richtte Kazantzakis zich niet alleen op de verlossing van het individu. Hij had ook uitgesproken ideeën over het “verlossen” van de samenleving. Zoals de mens als individu door alle mislukking, nederlaag en dood heen zich telkens weer moet oprichten op de weg naar het hogere doel, dat is de strijd voor de weg omhoog, zo moet ook de samenleving dat; ook daar is elke mislukking tegelijk een nieuw begin op de eindeloze weg omhoog.’

     

    Voor Hero Hokwerda zit het vertalen van het werk van Kazantzakis er na Kapitein Michalis (Vrijheid of dood) voorlopig op. Zijn volgende vertaling is overigens al zo goed als klaar: Hitlers geheime dagboek van Charis Vlavianós. ‘De roman speelt in 1923, 1924 als de putsch mislukt is, Hitler in de gevangenis zit en zijn proces uitbuit om er weer helemaal bovenop te komen.’
    De roman zal in 2019 verschijnen, hoogstwaarschijnlijk bij Ta Grammata.

     

    Foto Hero Hokwerda: © Eva Overbeeke.

    Recensies van van Nikos Kazantzakis op Literair Nederland:
    Leven en wandel van Zorbás de Griek.
    Christus wordt weer gekruisigd.
    Kapitein Michalis  (Vrijheid of dood).

     

     

  • Heraklion, een in de tijd gestolde stad

    Heraklion, een in de tijd gestolde stad

    Megálo Kástro
    in naam: een onneembare vesting

    Met deze zin begint een van de scènes in mijn monoloog Er zijn. Toen ik er geboren werd, had Megálo Kástro – Grote Vesting – de muren die in die naam besloten liggen niet meer nodig. Arabieren, Byzantijnen, Venetianen en Turken hielden er in de loop van de geschiedenis huis. Daarna volgde een korte periode van autonomie, maar in het jaar dat ik in de Odis Monis Kardiotissis ter wereld kwam, hoorden stad (Heraklion) en eiland (Kreta) al weer vijftig jaar bij Griekenland.

    Heraklion. Ik ben er geboren, maar kreeg niet de kans er op te groeien. Ik verliet Kreta toen ik een paar maanden oud was en keerde er pas 38 jaar later terug. Zogenaamd als toerist. Met mijn korte broek en bergschoenen hield ik iedereen op afstand.
    De stad duldde mijn omtrekkende bewegingen en voelde hoe ik mij tot haar probeerde te verhouden.
    Ik liep rond, stelde me voor hoe het geweest zou zijn ‘als’, en hoorde er zo toch een beetje bij.
    Na acht dagen verliet ik mijn geboortegrond. In het holst van de nacht kwam ik thuis en eenmaal in slaap droomde ik dat ik een gier was. Een lammergier. Ik had er daar één zien zweven toen ik op de binnenplaats van een klein klooster het eiland in me zat op te nemen.

    Acht dagen is niet genoeg om het stratenplan, de geschiedenis en Heraklion te doorgronden. Acht dagen is net genoeg voor een eerste indruk. Ondanks dat waande ik me onmiddellijk weer daar toen Nikos Kazantzakis – net als ik in Heraklion geboren – me alle hoeken van Grote Vesting liet zien in zijn roman Kapitein Michalis. Terwijl zijn roman in een ver verleden speelt, verbeeldde ik me dat ik precies wist achter welke deuren plannen gesmeed werden en waar de een of de ander zich zat te verbijten. Ik had genoeg gammele panden gezien die in aanmerking kwamen.
    Dat Vita Sackville-West mij in Challenge een imaginair Heraklion voorschotelt, had ik tijdens het lezen ook meteen in de gaten. Haar Heraklion is veel te mondain. Maar wat wil je, ze nam niet de moeite om ter plekke poolshoogte te nemen. Zij verkoos de Mediterranee boven de Levant.

    Dat zij ter hoogte van Heraklion eilanden voor de kust situeert die zich willen losmaken van Kreta, is geografisch gezien onzin, maar het streven naar onafhankelijkheid is een terugkerend thema in de Kretenzische geschiedenis.
    Daar weet Nikos Kazantzakis alles van. In Kapitein Michalis veegt hij een aantal Kretenzische opstanden op één hoop. Het gaat hem niet om de historische loop der dingen. In zijn roman laat hij zien dat Kreta en Grote Vesting in de loop der eeuwen hebben geleden onder de diverse overheersers en dat behoorlijk zat zijn.

    Iedereen heeft recht op haar of zijn beeld van een stad. Het Heraklion dat ik koester, is in de tijd gestold. Dat zij een verleden, heden en toekomst heeft, zegt mij niet zo veel. Die drie dimensies van tijd vloeien voor mij naadloos in elkaar over, en ik loop er hoe dan ook altijd achter de feiten aan.

     

    Voor de gelegenheid (her)las ik:

    Kapitein Michalis (Vrijheid of dood)
    – Nikos Kazantzakis (vertaling: Hero Hokwerda)
    Challenge – Vita Sackville-West

     

    CityTripS bracht mij ook naar Londen, Lissabon, Venetië, Oostende, Parijs , Rotterdam en Brussel.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

     

  • Oogst week 17

     

     

     

    Kapitein Michalis

    Kapitein Michalis (1953) is een epische roman over de opstand van de christelijke Kretenzers tegen de islamitische Turken. Vrijheid of doodis de leuze van de Griekse opstandelingen op Kreta die aan het einde van de 19de eeuw vochten tegen de Turkse overheersers. Kapitein Michalis en zijn rivaal Noury-bei worden gedwongen een kant te kiezen. Michalis is een verzetsleider die gevreesd wordt door de Turken, maar ook door de Grieken om zijn eigenzinnigheid. Het nationalisme en de vrijheid, alsook de liefde houden hem in zijn greep. Een verhaal over vriendschap, liefde, verraad en dood.

    Nikos Kazantzákis (1883-1957) schreef een omvangrijk oeuvre waaronder filosofische werken, gedichten, romans, reisbeschrijvingen en toneel. Hoewel hij overduidelijk linkse sympathieën had, gaat zijn interesse duidelijk uit naar mensen, nooit hun principes. Met zijn romans verwierf hij internationale bekendheid, enkele werden verfilmd zoals Alexis Zorbas (Zorba de Griek).

    Kapitein Michalis
    Auteur: Nikos Kazantzakis
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Dembrandt

    Marc van der Holst (1973) is  schrijver, muzikant en striptekenaar. Hij publiceerde verschillende stripboeken met als hoofdfiguur Spekkie Big. In 2012 richt hij met twee anderen de band The Avonden op, waarmee hij nummers geïnspireerd op Gerard Reve ten gehore brengt. In 2016 bracht hij een album uit met The Avonden.

    Nu in 2018 verschijnt Dembrandt een bundeling kort proza in verhaal- en dichtvorm. Zijn zeer korte verhalen, gedichten, recepten, readymades, enz. verschijnen iedere dinsdag op de ‘Dag in dag uit’-pagina van De Volkskrant.

     

    Dembrandt
    Auteur: Marc van der Holst
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Literair tijdschrift Gpunt

    Het driemaandelijks Vlaamse literaire tijdschrift Gierik bestaat al sinds 1983 en zal vanaf dit voorjaar als G. (of Gpunt) door het leven gaan. Het werd in 1983 opgericht door Guy Commerman en Erik Van Malder en in 1989 werd het voormalige Nieuw Vlaams Tijdschrift van Herman Teirlinck aan de naam toegevoegd (Gierik & NVT). Het blad manifesteerde zich als een kritische vrijplaats voor proza, poëzie en polemiek. Doorgebroken schrijvers als Peter Terrin, Annelies Verbeke, Luuk Gruwez, Hubert Lampo, Yves Petry, Delphine Lecompte en Valeria Luiselli hebben allen in het tijdschrift gepubliceerd.

    Hoewel de nieuwe naam niet veelzeggend is, laat staan blijft hangen wordt de naamsverandering zogezegd gevierd met het thema ‘Toekomstbeelden’. Alles rond nieuwe visies op de toekomst. Met bijdragen van o.a. Jana De Kockere, Joyce Conings, Thomas Pierrart, Ann Meskens, Gilles Michiels, Bob Van den Broeck, Marc Legendre, Roderik Six, Marie Meeusen, Maartje Smits, Johan Pas en Lies van Gasse.

    www.gpunt.be

    Literair tijdschrift Gpunt

    Sus

    De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson (1976) debuteerde in 2005 met de roman Aminas breve, welke werd bekroond met de BG Banks Debutantpris.
    Sus is inmiddels zijn vierde roman en gaat over een meisje van negentien jaar, dat is opgegroeid onder erbarmelijke en wrede omstandigheden. Haar broer ligt op de intensive care met een granaatsplinter in zijn hoofd en haar vader zit in de gevangenis.
    Sus wil haar vader doden zodra hij vrijkomt, maar dat zal niet gemakkelijk zijn want hij is geen gewoon mens. Ze traint en test zichzelf, probeert harder te worden.
    Volgens de uitgever is Sus een duister en meeslepend verhaal over wraak, dat met warmte en empathie het leven beschrijft van een meisje dat gedwongen is te vroeg volwassen te worden.

    Het boek staat op de shortlist van de Danish Radio Literature Prize voor beste roman van het jaar.

    Sus
    Auteur: Jonas T. Bengtsson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV
  • Een bijbelse parabel 

    Een bijbelse parabel 

    Uitgeverij Wereldbibliotheek geeft opnieuw het werk van de Griekse schrijver Nikos Kazantzakis (1882-1957) uit. Vorig jaar verscheen Leven en wandel van Zorbás de Griek, dit jaar verscheen zijn roman uit 1948, Christus wordt weer gekruisigd  in een nieuwe vertaling van Hero Hokwerda. Voor volgend jaar staat een nieuwe vertaling van Kapitein Michalis op de rol. Al deze drie boeken zijn verfilmd. Kazantkis schreef een omvangrijk literair oeuvre; in 1957 verloor hij met één stem verschil de Nobelprijs aan Albert Camus.

    Kort na de oorlog was Kazantkis politiek actief geweest als leider van een kleine sociaaldemocratische partij. Zijn doel was om de niet-communistische progressieve Grieken te verenigen, maar dat mislukte: zij kregen geen voet aan de grond en werden vermalen tussen de communisten en conservatieven. Teleurgesteld verliet Kazantzakis zijn land en vestigde zich in Zuid-Frankrijk waar hij tot zijn dood zou blijven wonen. Hij overleed uiteindelijk in Duitsland en is begraven op Kreta.

    Een bijbels verhaal
    In het rijke Griekse dorp Lykóvrysi hebben de notabelen kort na Pasen de dorpelingen aangewezen die het volgende jaar het passiespel moeten gaan spelen. Dat wordt eens in de zeven jaar opgevoerd en de rolverdeling is belangrijk. Onder leiding van pope Grigoris kiezen de notabelen wie Jezus, Petrus, Johannes, Jacobus, Judas en Maria zullen spelen.
    De dorpelingen zijn welvarend, hun landerijen leveren veel op; zij leiden een leven van eten, raki drinken, en luieren.

    Diezelfde avond komt er grote groep Griekse uitgemergelde vluchtelingen in het dorp aan, die door de Turken uit hun dorp zijn verjaagd. Zij zijn al drie jaar op de vlucht en hopen in het welvarende Lykóvrysi ‘wortel te kunnen schieten’. De notabelen willen daar echter onder aanvoering van pope Grigoris niets van weten. De dorpelingen die zijn aangewezen om het passiespel te spelen zijn het daar niet mee eens en helpen de vluchtelingen aan een slaapplaats en eten. Zij identificeren zich al snel met hun rol en vanaf dat moment is het oorlog tussen de dorpelingen, de passiespelers en de vluchtelingen. Wanneer Michelis – Johannes – de erfenis van zijn vader, (wijn- en olijfgaarden, zijn huis) aan de vluchtelingen vermaakt, bereikt het conflict zijn hoogtepunt. Het dorp accepteert het niet, en stelt de herder Manolis –  Jezus  – hiervoor verantwoordelijk. Pope Grigoris hitst de dorpelingen op en zij lynchen Manolis: Christus wordt weer gekruisigd.

    De Turkse Aga (bestuurder) van het dorp roept de hulp in van Turkse troepen en voor die dreiging zwichten de vluchtelingen: zij vertrekken. Hoewel deze Christelijke roman een voorspelbare afloop kent met de dood van Jezus, is het einde wel positief: de vluchtelingen trekken verder, ‘in de richting van de opkomende zon’, een nieuwe toekomst tegemoet. Zij blijven optimistisch.

    Actualiteit
    De strijd tussen de welvarende dorpelingen en hongerige vluchtelingen vertoont opvallende gelijkenis met het huidige conflict in Europa over de opvang van vluchtelingen. In die zin is dit boek zeer actueel. De negatieve reactie van de dorpelingen op de komst van de vluchtelingen vertoont veel overeenkomst met de reactie in vele Europese landen op de komst van asielzoekers.

    Dat Christus weer wordt gekruisigd is evenwel geen hoopvol teken: de mensheid heeft in die 2000 jaar weinig geleerd en valt in herhaling. En ook hedentendage is de opvang van vluchtelingen in Europa geen vanzelfsprekende menslievendheid. De huidige Duitse christendemocratische premier Merkel is bijvoorbeeld zwaar bekritiseerd om haar uitspraken, verketterd bijna, en haar politieke lot hangt aan een zijden draadje.

    Kazantzakis had weinig op met het geloof zoals dat in zijn tijd werd beleden. Wel was hij geïnteresseerd in de betekenis van religie  voor de mensheid. Het bleef hem zijn leven lang bezighouden; hoewel voormalig communist vond hij religie uiteindelijk wel belangrijker dan politiek: het gaf meer hoop en vooral zicht op een leven na de dood.

    Ook het antagonisme tussen Griekenland en Turkije is verweven in het verhaal. Lykovrysi staat onder leiding van de Aga, die het Turkse gezag personificeert en verantwoordelijk is voor de openbare orde. Hij doet niet veel, laat bijna alles over aan de dorpelingen zelf en grijpt alleen maar in wanneer pope Grigoris daarom vraagt. Wanneer de vluchtelingen vanuit hun holen in de rotsen naar het dorp willen komen, houdt hij ze op verzoek van pope Grigoris tegen. Hij begrijpt van die Grieken niet veel, maar doet het wel omdat hij inziet dat zijn rust anders wordt verstoord. Het boek opent ook met hem:

    Op zijn balkon boven het dorpsplein zit de Aga van Lykovrysi zijn lange pijp te roken en raki te drinken. De Aga laat zijn doezelige ogen half dichtzakken en schept behagen in de bovenwereld. Alles is wel gedaan door God, denkt hij, deze wereld is een geslaagd geheel waar niets aan ontbreekt: krijg je honger, dan is er brood en stoofvlees in tomatensaus en pilav met kaneel; krijg je dorst, dan is er het onsterfelijke water, de raki; word je doezelig, dan heeft God de slaap gemaakt, precies wat je nodig hebt bij doezeligheid; word je boos, dan is er de bullepees en het achterwerk van de raya (niet-mohammedaans onderdaan van het Ottomaanse Rijk); wordt het leven te even te veel, dan heeft hij het amanlied (klaaglied) gemaakt. En wil je de zorgen en smarten van de wereld vergeten, dan heeft hij Joesoefje gemaakt. 

    Een groot vakman, die Allah, mompelt hij geroerd. Een groot vakman, een levensgenieter en niet op zijn achterhoofd gevallen. Hoe is Hij me daar op het idee gekomen raki te maken, en Joesoefje.’

    Hiermee is de levensfilosofie en het karakter van de Aga mooi beschreven en deze roman er staat vol met dergelijke mooie beschrijvingen. Alle personages worden zo beschreven en gekarakteriseerd, ze gaan niet alleen voor je leven maar ook de leefgemeenschap van het dorp krijgt daarmee zijn betekenis. Het verhaal vervolgens is een rijk epos, lyrisch en beeldend beschreven. Allerlei verwikkelingen in het dorp, de onderlinge relaties en ruzies tussen de dorpelingen, het conflict tussen Michelis en zijn vader, de tegensteling tussen de rijke dorpelingen en arme vluchtelingen, het innerlijke conflict van Manolis als gevolg van zijn rol als Jezus, de mooi geschreven dialogen tussen de personages maken het boek zeer lezenswaardig.

     

     

  • Levensecht doch filosofisch icoon

    Levensecht doch filosofisch icoon

    De ‘baas’ is op weg naar Kreta, hij heeft er een concessie voor de winning van bruinkool. Er gaat ook een manuscript mee, daar kan hij op het paradijselijke eiland wellicht tussen de bedrijven door aan werken – een verhandeling over de Boeddha. In de haven van Piraeus, wachtend op de veerboot, heeft hij een bijzondere ontmoeting, een oude man van rond de vijfenzestig, boomlang, knokig… wat nog de meest indruk op me maakte, waren zijn spottende, droevige, onrustige ogen, een en al vuur. De man heet Alexis Zorbás en hij dringt zich op als reisgenoot, hij is bereid alles aan te pakken en heeft, naar eigen zeggen, vooral veel ervaring als mijnwerker: ik weet alles van erts, kan aders vinden, mijngangen openen, in gaten afdalen; ik ben niet bang. Een reddende engel, dus, de baas neemt hem prompt in dienst. De ontmoeting vindt plaats in het eerste hoofdstuk van Nikos Kazantzakis’ beroemde Leven en wandel van Zorbás de Griek, uit 1959. Er is zojuist een nieuwe Nederlandse vertaling verschenen van Hero Hokwerda bij Wereldbibliotheek.

    De ‘baas’ is de verteller van het verhaal, je komt veel van hem te weten, maar niet zijn naam en bitter weinig over zijn achtergrond. Alom wordt aangenomen dat hij veel overeenkomsten heeft met Kazantzakis zélf. Dat klopt in ieder geval voor de preoccupatie met de Boeddha en het Boeddhisme – de schrijver studeerde in Parijs bij Henri Bergson en hield daar een levenslange fascinatie met Nietzsche – en dus het Boeddhisme – aan over. Zorbás de Griek staat vol met mijmeringen over de Boeddha, over begrippen als vrijheid, onthechting, gebondenheid, verantwoordelijkheid. Je moet je van hartstochten bevrijden! Dat is blijkbaar het streven. De baas weet het, maar zoekt wanhopig naar wegen om die moeilijke les in praktijk te brengen. Op het strand van Kreta heeft hij soms de illusie dat het einddoel dichterbij komt. De heilige eenzaamheid strekte zich vilein en verleidelijk als de woestijn voor me uit. Het sirenenlied van Boeddha steeg op van de grond en omwikkelde mijn innerlijk. De vraag is steeds wanneer hij zich uit de wereld kan terugtrekken, vrij, zonder angst, een en al plezier, zonder begeerten. Wanneer? Wanneer? Wanneer? Af en toe zit hij hele dagen aan het manuscript te werken, dan weer legt hij het teleurgesteld terzijde. Tenslotte is het klaar, maar de baas (en de schrijver) doet er dan niets meer mee. Hij maakt er een pakketje van en zet zijn naam erop. Symbolisch?

    De baas heeft ruim tijd om zich te bekommeren over zijn filosofische kwesties, want Zorbás doet al het echte werk. Hij huurt mijnwerkers in, is opzichter en ingenieur tegelijk, kookt, zingt, danst en zorgt voor gezelschap. Beide heren verblijven in een primitief optrekje aan het strand, waar ze slapen, drinken, eten en keuvelen. Ze zijn de beste maatjes ondanks hun uiteenlopende posities: de kapitalist tegenover de proletariër. Bovendien is de baas geschoold, in feite een kamergeleerde. Dat wordt hem ook onophoudelijk ingepeperd: Zorbás ziet niets in boekenwijsheid, het échte leven is de beste, de enige onderwijzer. De baas is verpest door die ‘vervloekte boeken’. Het anti-intellectualisme zal vast typerend zijn voor zo’n Griekse oerkracht, maar Kazantzakis neemt er opmerkelijk weinig afstand van. Zorbás stuurt zichzelf, zijn (feilloze) morele kompas zit in z’n hoofd. Zijn levenslust en nuchterheid wekken bewondering en misschien zelfs jaloezie. Zeker bij de baas: Deze man, dacht ik, is niet naar school geweest en zijn geest is niet bedorven geraakt. Hij heeft veel gezien, veel uitgehaald, veel doorgemaakt; zijn geest heeft zich geopend en zijn hart heeft zich verwijd, zonder dat hij zijn primitieve manhaftigheid verloor. Alle ingewikkelde problemen die voor ons onoplosbaar zijn, hakt hij in één klap door. Zorbás, kortom, is de Nobele Wilde, net als de Vrijdag van Robinson Crusoe, de Sancho Panza van Don Quichot of de Huckleberry Finn van Tom Sawyer. Ruwe bolster, blanke pit.

    Maar Kazantzakis gaat de schelmenroman voorbij, Zorbás is ongetwijfeld met enige levensechtheid geportretteerd, maar is vóór alles een filosofisch icoon, een Nietzscheaanse Übermensch. Alle elementen uit Also sprach Zarathustra komen in het personage van Zorbás samen. Ook hij heeft eerst moeten lijden om te komen tot zijn huidige staat van ‘verlichting’. In zijn jeugd heeft hij tegen de Turken en Bulgaren gevochten in Macedonië en een lugubere reeks gewelddadigheden gepleegd – naar hedendaagse maatstaven zou Zorbás zonder meer als oorlogsmisdadiger veroordeeld kunnen worden. Maar nu heeft hij zich opgewerkt tot een niveau van kinderlijke onschuld en creativiteit. Als de stemming goed is, pakt hij zijn sandouri en danst hij een zeïbékikos of een chasápikos. Maar uiteindelijk is hij z’n eigen baas en laat hij zich door niets of niemand dwingen. Het is geen toeval dat Zorbás zich God voorstelt zoals hij zelf is, alleen langer, sterker, geschifter en onsterfelijk.

    Zorbás de Griek is teveel traktaat, te weinig roman, de charmes zijn er in de loop van de tijd teveel afgesleten – of misschien is iedereen op het verkeerde been gezet door de verfilming van Michael Cacoyannis met Anthony Quinn in de rol van Zorbás, dat was één en al onbezorgde vrolijkheid. Beter dan het boek. Wat vooral opvalt is de grenzeloze vrouwenhaat die uit het boek walmt – ligt dat ook besloten in het Nietzscheaanse wereldbeeld of is dat authentiek Kazantzakis? Een probleem waarmee de baas en Zorbás voortdurend worstelen is of vrouwen eigenlijk wel mensen zijn. Zorbás maakt er niet al teveel problemen van: een vrouw is een bron, je drinkt ervan tot je botten ervan kraken en daarna komt er iemand anders die dorst heeft, en later weer iemand anders, zo zijn bronnen en zo is de vrouw. Vrouwen moeten gepakt worden en je pleegt een doodzonde als je dat nalaat. Verder zijn vrouwen zwakke en klaaglijke schepsels, beslist geen echte mensen. De kwalificaties die de voormalige hoerenmadam Hortense krijgt aangemeten liegen er dan ook niet om: zeug, lellebel, platgenaaide scheepsvaandel, vette, rotte sirene, heupwiegende zeekoe. Als de ‘weduwe’, het liefje van de baas, door de dorpelingen gestenigd wordt en onthoofd, kijkt hij zelf passief toe. Een dag later besluit hij dat het zo had moeten zijn, geen spoor van wroeging of ongemak.

    Kazantzakis is geen literaire hoogvlieger, maar dat kan ook aan de vertaling liggen. Vertaler Hokwerda wisselt nogal eens van register en heeft een vreemde voorliefde voor sommige archaïsche woorden, de een na de ander verkeert in agonie. In het dorp zijn geen tuinen maar gaarden. In zijn interessante nawoord gaat hij uitvoerig in op het leven en werk van Kazantzakis, minder op de vertaling. Hij wijdt hij een halve voetnoot aan de vrouwonvriendelijkheid en hij vindt het jammer als de lezer zich daaraan zou ergeren. Wie zich er al te zeer aan stoort, merkt Hokwerda op, moet misschien het geval in gedachten houden van Céline: een groot schrijver, maar dan moet je wel zijn antisemitische uitlatingen op de koop toe nemen. Dat roept vragen op. Bij voorbeeld: staan de antisemitische uitlatingen van Céline in de tekst van zijn boeken? En: is Kazantzakis wel zo’n groot schrijver?


    Leven en wandel van Zorbás de Griek

    Nikos Kazantzakis,
    Vertaald door: Hero Hokwerda
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek (2015)
    Aantal pagina’s: 368
    Prijs: € 24,95

  • Oogst week 11

    door Menno Hartman

    Een nieuwe Umberto Eco is altijd een avontuur. Niet allemaal goed, zijn ze wel steeds verrassend, zijn romans. De vertaling is in handen van Yond Boek en Patty Krone. Eco verplaatst zijn historische fascinatie naar een recenter tijdstip dan we van hem gewend zijn: 1992, Milaan. De opkomst van een van de meest megalomane politieke figuren van zijn tijd: Silvio Berlusconi. Meer lezen.

    Kazantzakis ZorbasHero Hokwerda vertaalde voor de Wereldbibliotheek die grote Griekse klassieker Leven en wandel van Zorbás de Griek van Nikos Kazantzakis. ‘Ik heb hem leren kennen in Piraeus. Ik was naar de haven afgedaald om de boot naar Kreta te nemen. Het liep tegen het aanbreken van de dag en het regende. Er stond een krachtige zuidwester en het zeewater spatte helemaal tegen het cafeetje op.’ Zo begint dit fantastische verhaal. Onverkort en opnieuw vertaald. Meer lezen, alhier.

    omslag-God-gelijk-def-200x300Wessel te Gussinklo mag zich verheugen in een tweede literair leven nu uitgeverij Koppernik zich over zijn werk ontfermd heeft. In een kloek boek met essays Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan zet hij zijn rentree voort.  Het boek gaat over ‘De wereldziel, die de levenskracht van de mensheid is’. ‘Hij schrijft over het grote onvervulbare verlangen naar grenzeloosheid, naar verlossing van de aardse beperkingen en de bevrijding van de hindernissen en onmogelijkheden van het bestaan.’ Nogal een claim.  Op de flap. U leest binnenkort op Literair Nederland hoe dat uitpakt.