• Oogst week 25 – 2024

    Deze vreemde bewogen geschiedenis

    In de Aantekeningen achter in Deze vreemde bewogen geschiedenis schrijft Claire Messud (1966) dat haar boek fictie is: ‘Maar de wederwaardigheden van de familie Cassar sluiten nauw aan op die van mijn eigen familie. De ouders van mijn vader waren geboren en getogen in Algerije’.
    Deze vreemde bewogen geschiedenis begint op 14 juni 1940 in Salonika (Thessoloniki) waar Fransman Gaston Cassar marineattaché is op de ambassade van zijn land. De Duitsers hebben op die dag Parijs bezet en daarmee veranderen leven en werk van Cassar. Hij gaat niet in op de oproep van De Gaulle vanuit Londen aan alle nog vrije Fransen om zich bij hem aan te sluiten, maar besluit zijn eigen weg te gaan. Zijn vrouw Lucienne en de kinderen naar haar geboorteland Algerije. Daar worden ze bepaald niet meer welkom geheten omdat ze getrouwd is met een vertegenwoordiger van de koloniale heerser. Zo is zij, die al vreemdeling was in Salonika, nu ook in hun land van oorsprong niet thuis.
    Vanaf dat moment volgen we de familie Cassar gedurende drie generaties, om in 2010 te eindigen in Connecticut. Het verhaal van deze familie ontrolt zich in wisselende perspectieven en verspringend door de jaren.
    Van Claire Messud (1966) verschenen in Nederland eerder Het vorige leven, Meisje in brand en De kinderen van de keizer.

    Deze vreemde bewogen geschiedenis
    Auteur: Claire Messud
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Nooit moet je me vragen

    Eind vorig jaar verscheen in de privé-domeinreeks een heruitgave van de beroemde verzameling herinneringen, Familielexicon, van Natalia Ginzburg in de vertaling van Jan van der Haar. Nu, amper een half jaar later, is er de bundel essays en verhalen van de schrijfster, die in 1916 werd geboren als Natalia Levi en stierf in 1991 (Ginzburg was de naam van haar in de oorlog vermoorde man). De bundel die oorspronkelijk verscheen in 1970 is eveneens door Jan van der Haar vertaald. Eén van de verhalen is ‘De ouderdom’, geschreven in december 1968, toen ze dus 57 jaar oud was. Het begint als volgt: ‘Nu worden wij wat we nooit wilden worden: oud. Ouderdom hebben we nooit gewild of verwacht; en toen we ons die trachtten voor te stellen was dat altijd oppervlakkig, grofweg en vaag. Ze heeft ons nooit zo nieuwsgierig of belangstellend gemaakt. (In het verhaal van Roodkapje was degene die me het minst nieuwsgierig maakte haar grootmoeder, en het kon ons geen bal schelen dat ze veilig en wel uit de buik van de wolf kwam.) Het merkwaardige is dat we, nu ook wijzelf oud worden, geen belangstelling voelen voor de ouderdom (…) Onze blik zal altijd nog op de jeugd en kindertijd gericht zijn’.
    In het boek zijn tal van commentaren op het werk van Ginzburg opgenomen.

    Nooit moet je me vragen
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    Jericho

    Jericho is de vierde roman van schrijver en dichter Lammert Voos. Een roman over het behouden van waardigheid en menselijkheid in oorlogstijd. De journalist Adam bevindt zich als correspondent in de denkbeeldige stad Jericho. Het boek begint met een proloog waarin Adam worstelt met zijn herinneringen aan zijn oorlogcorrespondentschap in Jericho. ‘Niets had hem voorbereid op de stank en de chaos, de beelden die ’s nachts terugkwamen.’ Voos werkte als vluchtelingenwerker tijdens de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Deze roman is gebaseerd op zijn ervaringen. In het boek raken enkele mensen ingesloten in een belegerde stad waar vervolgend de anarchie uitbreekt.

    ‘De pantserwagen ploegde voort en bereikte het oude stadscentrum, reed langs de neoklassieke gebouwen, de eens zo mooie parken die nu allemaal kerkhoven waren, langs het station, in de richting van Hotel International. Achter het hotel lag de vn-compound en in het hotel huisden de fixers, de journalisten, hulpverleners, hoeren, pooiers en de gangsters die de stad in werkelijkheid controleerden. Mogadishu, Kabul, Goma, Bagdad; al die steden hadden zo’n hotel. Binnen heerste wapenstilstand, één stap buiten en je was vogelvrij.’

    De gebeurtenissen zijn schrijnend en beklemmend, ieder moet zichzelf redden (je maakt je een levendige voorstelling van Gaza als je dit boek leest). Ook denk je aan dat bijbelverhaal, ‘Val van Jericho’. En ja, zie dan je menselijkheid en waardigheid maar eens te behouden. Het boek is opgebouwd in kleine hoofdstukken, onderscheiden door steeds een witte bladzijde. Zo kan dit belangrijke verhaal in afgepaste stukje gelezen worden.

     

     

    Jericho
    Auteur: Lammert Voos
    Uitgeverij: Thomas Rap
  • Oogst week 5 – 2024

    Lichtspel

    De Duitse schrijver Daniel Kehlmann  (1975) heeft zijn grootste bekendheid te danken aan zijn virtuoze verweving van de levens van de veelzijdige avonturier en natuuronderzoeker Alexander von Humboldt en de wiskundige Carl Gauss in Het meten van de wereld uit 2005 (in Nederland in 2007 verschenen). Voor zijn nieuwe boek Lichtspel dook hij opnieuw in de (Duitse) geschiedenis. Ditmaal het leven van Georg Wilhelm Pabst (1885-1967), één van de grootste filmregisseurs van zijn tijd, bekend van films als Die Büchse der Pandora en Westfront 1918. Hij gaat begin jaren ’30 van de vorige eeuw in de VS werken omdat hij het niet eens was met de nazi’s. Als blijkt dat ze in Amerika niet op zijn films zaten te wachten keert hij teleurgesteld terug, onder andere vanwege zijn ernstig zieke moeder. Dan krijgt hij te maken met Goebbels die hem als filmer wil inzetten voor de nazi-propaganda.
    Als motto gebruikt Kehlmann een citaat uit Unter Schwarzen Sternen uit 1966 van Heimito von Doderer die in de Tweede Wereldoorlog lid was van de NSDAP: ‘Hoe deden we dat trouwens toen, ’s ochtends opstaan, telkens en telkens weer? Omhooggetild en voortdrijvend op een brede golf onzin, hoewel we het toch wisten en zagen, en dat maakt het des te erger! Maar op het laatst was het alleen dit weten waardoor we het overleefden, terwijl anderen, die veel beter waren dan wij, werden verzwolgen’.

    Lichtspel
    Auteur: Daniel Kehlmann
    Uitgeverij: Querido

    Alles wat ze dragen kon

    Het begon allemaal met een tas die Tiya Miles, hoogleraar geschiedenis op Harvard, zag nadat die op een vlooienmarkt was gevonden. Vanwege haar speciale interesse in Afro-Amerikaanse vrouwengeschiedenis bezocht ze veel musea over de slavernij, maar iets aangrijpends als deze tas had ze niet eerder gezien. Haar boek erover verscheen in 2021 en is nu vertaald in het Nederlands onder de titel: Alles wat ze dragen kon. De reis van Ashleys tas, het aandenken van een Zwarte familie (niet alleen in deze ondertitel maar in de hele wordt Zwart met een hoofdletter geschreven; wit begint steeds met een kleine letter). De tas was ooit van een zekere Ruth Middleton geweest. Ze had er de volgende tekst op geborduurd (zonder interpunctie): ‘Mijn overgrootmoeder Rose moeder van Ashley gaf haar deze zak toen ze op 9-jarige leeftijd in South Carolina werd verkocht er zat een afgedragen jurk in 3 handenvol pecannoten een vlecht van Roses haar  Vertelde haar dat hij gevuld zou zijn met mijn Liefde altijd ze heeft haar nooit meer teruggezien Ashley is mijn grootmoeder Ruth Middleton 1921’. De tekst zette Miles op het spoor van drie vrouwenlevens die verbonden zijn met de tas.

    Alles wat ze dragen kon
    Auteur: Tiya Miles
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    Dezelfde maan

    Het is een populaire opvatting in zelfhulpboeken dat je altijd een keuze hebt. Maar is dat zo? Hoe ruim zijn die keuzes? Wat sluiten we aan mogelijkheden uit als we één weg kiezen? En op grond van welke keuzes zijn we aanbeland waar we nu zijn? Dorien Dijkhuis stelt deze vragen in haar boek Dezelfde maan, een mengsel van beschouwingen, gedichten  en essays. Het hoofdpersonage trekt zich terug op een eiland om omringd door de zee te overdenken wat haar tot dit punt in haar leven heeft gebracht: ‘Ik ben hier om te schrijven. En om ruwe dingen te onderzoeken. Oesterbanken. Zeepokken op rompen van schepen. Om de scherpte van een vers verdriet te laten slijten. Het te polijsten aan hun grillige kartels en randen.

    Het eiland is altijd mijn toevluchtsoord geweest. Als kind ging ik er op vakantie met mijn ouders. Als volwassene vond ik er sterrenhemels, stilte, inspiratie en troost. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat het eiland me heeft leren schrijven. Mijn eerste verhaal – ik zal tien geweest zijn, hooguit elf – ging erover. Over een strandjutter die een schat vond die hij opnieuw begroef en nooit meer terugvond. Ook mijn eerste gedicht schreef ik hier.

    Hoe vaak zijn we samen op het eiland geweest? Tien keer? Vijftien keer? Nu ben ik hier alleen, in een huisje in de duinen, in het uiterst bewoonbare oosten. Oostelijker gaat niet. Daar val je van de wereld af’

    Dorien Dijkhuis (1978) debuteerde in 2019 met Waren we dieren. Ze publiceerde verhalen en gedichten in verschillende literaire tijdschriften.

    Dezelfde maan
    Auteur: Dorien Dijkhuis
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Oogst week 45

    De Minnaar

    Verhalen als Romeo & Julia scoren altijd. Al in de Middeleeuwen bezingt Diederic van Assenede in Floris ende Blanchefloer de liefde tussen een moslima en een christen. Zie ook modernere werken als De Verstotene van Naima el Bezaz, waarin een Marokkaanse vrouw vreemdgaat met een Joodse man, of Hajar en Daan van Robert Anker. Maar alleen een Française steekt Shakespeare werkelijk naar de kroon: Marguerite Duras. In 1984 schrijft zij L’amant, De Minnaar. Duras – pseudoniem van Marguerite Donnadieu – wint met dit boek de Prix Goncourt.

    De Minnaar gaat over de verhouding tussen een Frans pubermeisje en een Chinese man. In het huidige Ho Chi Minh-stad, dat vroeger Saigon heette, blaast het Frans kolonialisme zijn laatste adem uit. Dit continentale controleverlies loopt parallel aan een destructieve, doch verleidelijke relatie, die bol staat van begeerte, angst, nabijheid en afstand. ‘Naar geen enkel boek keer ik zo vaak terug, als De Minnaar‘, zegt Connie Palmen in haar voorwoord. Geen gekke aanbeveling… in elk geval een stuk verstandiger dan steeds weer terug te keren bij een foute ex-minnaar.

    De Minnaar
    Auteur: Marguerite Duras
    Uitgeverij: De Geus

    Ik zeg geen vaarwel

    Han Kang is allang niet meer de dochter van. In dit geval van Han Seung-won, een van Korea’s grootste auteurs. Met daarnaast broers die allen schrijven voor de kost, komt Han Kang uit een echt schrijversnest. Ze heeft zo’n beetje de helft van alle Koreaanse literatuurprijzen gewonnen en sleept de International Booker Prize in de wacht voor De Vegetariër. Dit werd in 2007 zelfs verfilmd, wat natuurlijk wel vaker een boost voor beroemdheid betekent. Ze is zelfs de favoriete auteur van de Brit Max Porter.

    In Ik zeg geen vaarwel trekt hoofdpersoon en schrijfster Gyong-ha naar het Jeju-eiland. Kangs oeuvre resoneert in meerdere werelddelen, wat waarschijnlijk te maken heeft met een gothic setting en magisch-realistische verteltrant. Dit geldt althans voor Ik zeg geen vaarwel: op het Jeju-eiland gebeuren onheilspellende, occulte zaken, piept en kraakt het huis onder een sneeuwstorm en wordt het dodenrijk nadrukkelijk opgezocht. Han Kang zegt bepaald geen vaarwel; des te beter voor miljoenen lezers!

    Ik zeg geen vaarwel
    Auteur: Han Kang
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    De vriend van Matisse

    De lijst beroemde Haagse schrijvers loopt lekkâh lang door. Van Birney, Brakman en Bomans tot Campert, Carmiggelt en Couperus. En zo kun je het alfabet nog driemaal moeiteloos door allitereren met literators. Een minder bekende, maar wel degelijk zeer begaafde ‘Windhapper’ luistert naar de naam Theo Monkhorst (1938). Van zijn hand verscheen reeds menig roman, poëziebundel en toneelstuk. Met De vriend van Matisse rondt Monkhorst een project af dat hij in Noord-Frankrijk begon, begin 2023. Een roman over de impressionist, fauvist en beeldhouwer die in de leer gaat bij een boer.

    De schilders vervlochtenheid met zowel het fauvisme als impressionisme kenmerkt De vriend van Matisse. Enerzijds vertelt Monkhorst zijn verhaal met lichte toets, anderzijds smijt hij met ferme verfstreken over Matisses, die een vrouw tot muze kiest. En niet zomaar een… de dochter van de landpachter bij wie hij inwoont. Die keuze leidt in het kleine Noord-Franse gehucht tot de nodige onrust. Toevalligheidje: de boer heet Theodore, zoals Monkhorst. De boer vreest weliswaar voor het welzijn van zijn kind, maar Monkhorst kan er gerust vanuit gaan dat zijn geestelijke kind (De vriend van Matisse) een gunstig lot tegemoet gaat.

    De vriend van Matisse
    Auteur: Theo Monkhorst
    Uitgeverij: In de Knipscheer
  • Oogst week 25 -2020

    Hölderlin

    Dit jaar is niet alleen het Beethovenjaar en in Nederland het Multatulijaar, het is ook nog eens 250 jaar geleden dat dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) werd geboren. Ter gelegenheid daarvan verschenen er twee boeken over zijn leven. Karl-Heinz Ott schreef Hölderlins Geister en Rüdiger Safranski voegde aan zijn studies over Nietzsche, Goethe, Schiller, Heidegger en Hoffmann nu Hölderlin toe.

    Het verscheen nu ook in het Nederlands onder de titel Hölderlin. Biografie van een mysterieuze dichter. Van Hölderlin verschenen in Nederlandse vertaling gedichten, het meest recent in 2011, en toneel, zoals Hyperion in 1991, maar toch is hij min of meer een vergeten dichter. Safranski vindt dat hij meer aandacht verdient.

    Hölderlin
    Auteur: Rüdiger Safranski
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Mathilde

    In een interview zegt Leïla Slimani (1981): ‘Tot voor kort was het in het Westen (…) onmogelijk schrijfster te zijn zonder rebels te zijn (…) Ze mag zich niet uitspreken, niet choqueren, ze is gevoelig, niet in staat de grote geschiedenis te begrijpen, metafysische vragen te stellen. Vrouwen die ervoor kiezen te schrijven, weten dat ze zullen worden verafschuwd of zelfs verstoten (…). Je accepteert het idee dat je mishaagt. Voor een vrouw is niet in de smaak vallen veel ingewikkelder dan voor een man’.

    Slimani is een Frans-Marokkaanse journalist en schrijver die door de befaamde Kamel Daoud (van Moussa of de dood van een Arabier) ‘de Française van de toekomst’ werd genoemd. Nu is er van haar Mathilde, het eerste deel van wat een trilogie (Het land van de anderen) zal worden, gebaseerd op Slimani’s eigen familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de Maraokkaanse onafhankelijkheidsstrijd.

    Mathilde
    Auteur: Leïla Slimani
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Kwaad bloed

    Schrijver, journalist en columnist Henk van Straten publiceert boeken met een frequentie van gemiddeld één per jaar: Het waren er tussen 2007 en 2019 precies twaalf. Dit jaar komt daar Kwaad bloed bij. Hoewel, een nieuw boek is het strikt genomen niet. De thriller is een ‘remake’ van Van Gogh sneed hier nooit een oor af uit 2019 naar aanleiding van de plannen voor een verfilming daarvan.

    Kwaad bloed is een thrillerachtige novelle, zoals al snel duidelijk wordt: ‘We woonden in Nuenen, een weinig noemenswaardig dorp, los van het feit dat Vincent van Gogh er ooit woonde (…) Gelukkig heeft hij niet hier maar in Arles een oor afgesneden. Ik zeg gelukkig, want sinds alle nieuwsberichten over mijn ouders wekt ons dorpje al genoeg sinistere associaties op’.

    Kwaad bloed
    Auteur: Henk van Straten
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
  • Oogst week 51 – 2019

    23 seconden

    In de laatste oogst van dit jaar het nieuwste boek van proza- en scenarioschrijver Kees van Beijnum, een memoir van De Amerikaanse schrijfster Vivian Gornick en het enige prozawerk van de dichter Hans Tentije herdrukt.

    Kees van Beijnum debuteerde in 1991 met Over het IJ, vier jaar later brak hij door naar het grote publiek met het semi-autobiografische boek Dichter op de Zeedijk, wat hem een nominatie voor de AKO Literatuurprijs opleverde. De oesters van Nam Kee werd in 2000 een bestseller. De meeste van zijn boeken spelen zich af in Amsterdam, zo ook zijn nieuwste roman 23 seconden. Over de geruchtmakende ‘hamermoord’ op een Amsterdamse raamprostituee, de moeder van een jonge schrijfster, Anne. Tijdens een zoektocht naar de wortels van haar bestaan, ontstaan er steeds meer vragen over de moord op haar moeder. Om het mysterie te ontrafelen, daalt ze steeds dieper af in de duistere wereld van haar verleden. Als ze contact zoekt met de moordenaar, zijn de gevolgen niet meer te overzien. Een mysterieus verhaal, dat verweven is met het aangrijpende verhaal over de fotograaf Hayo, Annes te jong gestorven jeugdliefde.

    In de nieuwe literaire talkshow van Het Parool, SPUI25 en het Nederlands Letterenfonds, Letteren Live, werd Kees van Beijnum geinterviewd.

    23 seconden
    Auteur: Kees van Beijnum
    Uitgeverij: Bezige Bij

    Een vrouw apart en de stad

    Vivian Gornick (1935) is een van de beste denkers die Amerika heeft voortgebracht. Zij is scherp in het oproepen van beelden van het leven in de grote stad. Een vrouw apart en de stad zijn notities van een bewust alleenstaande vrouw met een strijdbaar feministisch verleden. Haar metgezellen zijn de stad en de literatuur. Gornick beschrijft toevallige ontmoetingen, de steeds veranderende vriendschappen. De rode draad in het boek zijn de gesprekken met Leonard, een homoseksuele vriend die op zijn eigen ongelukkige leven reflecteert. Deze vriendschap heeft ‘meer licht geworpen op de raadselachtige aard van intermenselijke relaties’ dan welke intieme band in haar leven ook. Volgens de uitgever zijn de gesprekken tussen Leonard en Vivian ‘als een Grieks koor bij de stroom van ontmoetingen met portiers, groentemannen, travestieten, kennissen en buren’.

    Een vrouw apart en de stad
    Auteur: Vivian Gornick
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De innerlijke bioscoop

    Hans Tentije (1944) is een dichter waarvan weinigen weten dat hij ook proza schreef. Zijn in 1990 uitgebrachte bundel met lyrisch proza, De innerlijke bioscoop werd toen ter tijd lovend besproken maar weinig opgemerkt.

    Het is dan ook goed dat dit beslist tot zijn oeuvre behorende werk van Tentije door uitgeverij De Harmaonie herdrukt is. En werd uitgebreid met dertien nieuwe teksten met etsen van Peter Bes. De innerlijke bioscoop bevat verhalen van ervaringen en gebeurtenissen van de schrijver.  ‘filmpjes’ van wat de schrijver zoal heeft meegemaakt, in woorden geprojecteerd. Het boek zet na dertig jaar nog  tot nadenken aan.
    Sinds zijn debuut, Alles is er (1975), heeft Hans Tentije aan een uniek oeuvre gewerkt van inmiddels zeventien dichtbundels. Eerder werd Tentijes werk bekroond met onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Herman Gorterprijs en de Karel van de Woestijneprijs en in 2017 met de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

    De innerlijke bioscoop
    Auteur: Hans Tentije
    Uitgeverij: De Harmonie
  • Zomerlezen – Novelle als vakantievoer

     

     

     

    Wereldverzamelaar

    De Brit Richard Burton (1821 – 1890) leefde in een eeuw waarin reizen nog avontuurlijk was. Hij was officier, diplomaat, schrijver, vertaler, spion en ontdekkingsreiziger. Hij bereisde India, het Midden-Oosten en Oost-Afrika. Anders dan veel van zijn koloniale landgenoten stelde hij zich open voor andere culturen en godsdiensten. Hij mengde zich anoniem met de lokale bevolking en was permanent op zoek naar nieuwe inzichten. Burton vertaalde onder meer Duizend-en-een-nacht en de Kamasutra. De Duits-Bulgaarse schrijver Ilja Trojanow (1965) schreef over zijn grote held De wereldverzamelaar, waarvoor hij in zijn voetspoor reisde.
    Het is een van de redenen waarom het zo’n geloofwaardig boek is, ondanks de ongelooflijke avonturen die erin worden beschreven. Daarbij beschikt Trojanow over een groot inlevingsvermogen en een enorme verbeeldingskracht. Burtons reizen naar onder meer Mekka en de bronnen van de Nijl lezen als een jongensboek. Het bevat levende personages tegen zinderende decors. Door de verschillende vertelperspectieven en de prachtige, kleurrijke stijl is het boek ook een grote literaire prestatie. Het zijn reizen die je zelf nooit had durven maken. Vooral de tocht door het Afrikaanse oerwoud is huiveringwekkend vanwege de verschrikkelijke ontberingen. Dankzij Trojanow kun je deze net zo intens vanuit je veilige stoel meemaken. Naast oog voor sfeer heeft Trojanow ook aandacht voor persoonlijke tragiek. De wereldverzamelaar is niet alleen een roman die de geest verruimt en je dagen achtereen geboeid houdt, het is er een die ook ontroert.

    Wereldverzamelaar
    Auteur: Ilija Trojanow
    Uitgeverij: De Geus (2008)

    Het meten van de wereld

    Deze roman van Daniel Kehlmann (1975) speelt ook eind negentiende eeuw en gaat over twee wetenschappers die volhardend en fanatiek hetzelfde doel nastreven. Twee grote genieën: Alexander von Humboldt en Carl Friedrich Gauss. Beiden willen de wereld opmeten. De eerste door met zijn meetapparatuur naar onbekende streken te trekken, de laatste zonder zijn geboorteplaats te verlaten, aan de hand van wiskundige formules. Von Humboldt is de avonturier, Gauss heeft een hekel aan reizen. Beiden laten zich leiden door de sterren. Kehlmann schrijft de pogingen van zijn beroemde landgenoten luchtig en met humor op. Met oog voor sprekende details weet hij het verleden tot leven te wekken. Door zijn hoofdpersonages om en om te beschrijven houdt Kehlmann het verhaal boeiend en accentueert hij het onderlinge contrast. De personages zijn geen kille wetenschappers, maar mensen van vlees en bloed.
    De gedreven Von Humboldt weet letterlijk van geen ophouden en neemt de meest krankzinnige risico’s. Tot afgrijzen van zijn verstandige reisgezel, de Fransman Bonpland, een onvergetelijk personage. Met zijn grenzeloos gedrag zet Von Humboldt hun gezondheid meer dan eens op het spel. Gauss worstelt zijn hele leven met de liefde. De roman laat niet alleen hun bevlogenheid, maar ook hun eenzaamheid zien en roept vragen op over mislukking en succes. Tenslotte komt de vraag of al dat reizen wel ergens goed voor is.

    Het meten van de wereld
    Auteur: Daniel Kehlmann
    Uitgeverij: Rainbow (2006)

    Lipari

    Dat een ideaal reisboek niet dik hoeft te zijn, bewijst deze novelle waarmee Robbert Welagen (1981) debuteerde. Je moet gewoon wat trager lezen. Er hoeft ook niet per se vreselijk veel in te gebeuren. Welagen geeft je alle ruimte om te fantaseren. Zijn boeken zijn dromerig en raadselachtig. Het verleden speelt er een belangrijke rol in. In Lipari ontmoet hoofdpersoon Robbert op dit Italiaanse eiland een opzienbarend echtpaar: ‘Ik was gefascineerd door Gerard en Chaphine’. Het leven leek hen niet aan te raken.’ Hij observeert hen en probeert achter hun geheim te komen. De novelle speelt zich af op een verlaten plek:

    ‘Hotel Cavazzoni was een voormalig landhuis met slechts zeven kamers, opgetrokken in Palladiaanse stijl. Aan de zeezijde van het hotel lag een groot verhoogd terras met een balustrade eromheen. Aan de achterkant bevond zich het zwembad in de weelderige hoteltuin. Daar kwam vrijwel niemand.’

    Met eenvoudige zinnen roept Welagen een sterke sfeer op. Uiteraard die van Italië, waardoor je vanzelf in vakantiestemming komt. Lipari is verkrijgbaar in een uitgave met een andere mooie novelle, Philippes middagen, waarin de hoofdpersoon in de zomer gewoon thuis blijft. Welagen heeft net weer een nieuw boek uit, ‘Antoinette’, 112 pagina’s ‘dik’. Ik denk dat ik dit deze vakantie maar eens ga lezen.

    Lipari
    Auteur: Robbert Welagen
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
  • Oogst week 3 – 2019

    Vrijheid

    Komend weekend, op 19 januari, opent in Museum de Fundatie in Zwolle de tentoonstelling Vrijheid – de vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968. Tegelijkertijd verschijnt van Hans den Hartog Jager een boek met dezelfde titel. Den Hartog Jager heeft vijftig ‘kernkunstwerken’ geselecteerd, de – in zijn ogen – meest toonaangevende kunstwerken die de afgelopen vijftig jaar in Nederland zijn gemaakt.

    Op de website van De Fundatie is te lezen waarom zij gekozen hebben voor ‘Vrijheid’ als thema: ‘Juist in deze fragmentarische tijden, waarin de betekenis van veel zaken die in Nederland decennialang vanzelfsprekend leken opnieuw worden bevraagd, willen we tonen wat de essentiële kracht van kunst is: nieuwe vergezichten openen, vastgeroeste normen, waarden en vormen ter discussie stellen, de tijdgeest weerspiegelen, en daarop vooruitlopen. Daarom hebben we gekozen voor ‘vrijheid’ als dragend thema. Dat woord heeft in Nederland de laatste jaren een curieuze, bijna populistische politieke lading gekregen. Vijftig jaar geleden stond ‘vrijheid’ nog voor de nieuwe, revolutionaire ontwikkelingen waarmee bestaande patronen werden doorbroken, nu is het woord vooral een symbool geworden voor het vasthouden aan ‘authentieke Nederlandse waarden’. Tegelijk is het óók eenvoudig vol te houden dat het streven naar vrijheid, onafhankelijkheid, uniciteit, al die jaren een kernwaarde van hedendaagse kunst is gebleven.’

    Waarom ze dit initiatief hebben opgezet staat ook beschreven: ‘Door één keer zoveel ‘kernkunstwerken’ uit de afgelopen decennia bij elkaar te brengen willen we de actuele discussies over de rol van kunst in de maatschappij van nieuwe energie voorzien. Maar uiteindelijk hopen we vooral dat Vrijheid één grote viering wordt van de kracht van kunst: een tentoonstelling en een boek, om mensen te laten genieten, verdieping te bieden en aan te zetten tot denken, juist in deze wereld, in deze tijd.’

    De tentoonstelling loopt van 19 januari t/m 12 mei. Het boek is vanaf heden verkrijgbaar.

    Vrijheid
    Auteur: Hans den Hartog Jager
    Uitgeverij: Athenaeum

    Vacuüm

    Op zijn eigen website vertelt Oscar Spaans waar de verhalen in zijn debuut Vacuüm over gaan: ‘over mensen die het allemaal niet zo goed meer weten.’

    En hij vervolgt: ‘Volgens het cliché schrijf je geen boek zonder dat er bloed, zweet en tranen bij vloeien. In het geval van Vacuüm was het eigenlijk vooral zweet, maar dan wel letterlijk: de inspiratie voor de verhalen deed ik niet zelden op bij het verhuisbedrijf waar ik drie dagen per week werk.’

    De uitgeverij heeft het over personages die onthecht zijn, langs elkaar heen leven en op zoek zijn naar houvast. Ze zitten vast, gaan een nieuwe fase van hun leven in, of sluiten er juist één af: ze bevinden zich allemaal in een vacuüm en moeten omgaan met de leegte die dat met zich meebrengt. Soms zijn het herinneringen aan een bepaalde plek die hen ervan weerhoudt om verder te gaan met hun leven, soms is het de belofte van een nieuw begin dat ze doet besluiten het oude achter zich te laten. In andere gevallen is er van een keuze helemaal geen sprake.

    Een bundel over vallen en weer opstaan, of blijven liggen.

    Verhalen van Oscar Spaans verschenen eerder in o.a. RevisorTirade en Kluger Hans. In 2017 won hij De Grote Lowlands Schrijfwedstrijd met zijn verhaal ‘Beestjes’.

     

    Vacuüm
    Auteur: Oscar Spaans
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Roadblock

    Lovende recensies kreeg Pauline Genee op haar romandebuut Duel met paard dat in 2014 bij Uitgeverij Querido verscheen. Roadblock is haar tweede roman.

    Die vertelt over Ava die verkiezingen gaat waarnemen in een niet al te gevaarlijk land. Het had een onschuldige onderbreking van haar drukke leven moeten worden: een soort vakantie. Maar het loopt anders: bij een roadblock valt Ava’s team in handen van een gewapende groep. Er klinken schoten, Ava wordt van haar teamgenoten gescheiden en belandt, ver van de bewoonde wereld, op een kale berg. In de angstige tijd die volgt probeert ze haar kansen in te schatten.

    Heen en weer slingerend tussen hoop en vrees maakt ze de balans op van haar leven. Heeft ze de juiste keuzes gemaakt? Krijgt ze de kans haar grootste fout recht te zetten?

     

    Roadblock
    Auteur: Pauline Genee
    Uitgeverij: Querido

    Sido

    In 2017 verscheen in de serie Privé-domein De eerste keer dat ik mijn hoed verloor van de Franse schrijfster Colette. Eind 2018 ging een film over haar in première met in de hoofdrol Keira Kneightley,

    Beiden gebeurtenissen waren aanleiding voor uitgeverij Vleugels om Colette’s roman Sido in een herziene vertaling uit te geven.

    In Sido schetst Colette in beeldende beschrijvingen haar jeugd in het Bourgondische dorpje Saint-Sauveur, met haar broers, ‘de wilden’, met wie ze oneindig veel in de bossen speelde, haar mysterieuze, eenzelvige zus, haar eenbenige vader met literaire en politieke ambities en haar eigenzinnige, vooruitstrevende moeder Sido.

    Sido
    Auteur: Colette
  • De proefkonijnen van de mensendokter

    De proefkonijnen van de mensendokter

    Je kunt Arnon Grunberg geen gebrek aan interesse in zijn onderzoeksobject verwijten. Als een primatoloog die nauwgezet apen observeert of een researcher die een nieuw farmaceutisch product uittest op zijn laboratoriumratten, laat hij de personages van zijn romans graag los in nieuwe proefopstellingen om te zien wat er gebeurt. Zijn praktijkervaring als ‘mensendokter’ – zoals bekend had Grunberg een rubriek in Vrij Nederland waarin hij zich over relationele, levensbeschouwelijke en andere problemen ontfermde – komt blijkbaar handig van pas voor zijn romans. De patiënten van dokter Grunberg mogen dan ongeneeslijke sukkels zijn, ze kunnen altijd op zijn mededogen rekenen. Leedvermaak is niet aan de orde.

    Ook in Goede mannen is het hoofdpersonage zo’n aandoenlijke sukkel. Geniek Janowski, alias de Pool, is brandweerman in een kleine Nederlandse provinciestad. Hij is geen klager, doet zijn uiterste best om een ‘goede man’ te zijn: ‘Protesteren had geen zin. Je mond houden en doen wat er van je verwacht werd, dát had zin.’ Helaas is die ingesteldheid in de praktijk nogal moeilijk vol te houden, al was het maar omdat zijn geestelijke vader hem zwaar op de proef stelt. De Pool verliest onder meer zijn oudste zoon Borys en wordt vervolgens opgezadeld met de zorg voor diens gebrekkige pony, kampt met ernstige relatieproblemen en moet ook vaststellen dat ongeacht de façade van kameraadschappelijk collegialiteit niet alles koek en ei is met de andere brandweermannen van de C-ploeg.

    De ene na de andere jobstijding moet Geniek slikken, en de overeenkomst met de onfortuinlijke bijbelfiguur is niet zo vergezocht. De Pool wil immers hardnekkig een ‘goede man’ blijven, ook al krijgt hij er genadeloos van langs van zijn geestelijke vader, die zich overigens tegenwoordig nog verder in religie verdiept door zijn eigen geloof te stichten en op de ironische toon die we van hem gewend zijn ‘videopreken’ produceert (‘De nieuwe religie is Tinder voor de ziel’). Genieks existentiële vertwijfeling lijdt hem uiteindelijk naar een klooster, waar hij een tijdje zijn intrek neemt in een leegstaand kippenhok – weliswaar niet Jobs mestvaalt, maar toch niet veel gerieflijker.

    Het hoge woord is al gevallen: je kunt onmogelijk voorbijgaan aan Grunbergs herkenbare, ironische stijl en humor, die vooral in de dialogen schittert:

    ‘Zeg iets, man,’ had ze geroepen toen ze een paar weken geleden zonder kind uit eten waren vanwege hun huwelijksdag. ‘Zeg iets. Ik hou het niet uit.’
    Toen had hij wel iets gezegd. Als dat erbij hoorde, bij de liefde, dat gepraat, dan was hij best bereid iets te zeggen. ‘Ik ben aan het nadenken,’ had hij gezegd.

    Naar goede gewoonte worden ook nogal wat tragikomsche, genante situaties sterk uitvergroot. Zo verdwijnen er bij Genieks zoektocht naar troost bij de vrouw van een collega nogal wat gebruiksvoorwerpen in lichaamsopeningen, waardoor bijvoorbeeld een vrij banale groente als de winterpeen na het lezen van dit boek definitief zijn onschuld kwijt is, of vraagt de Pool in een scène die vintage Grunberg is aan een verkoper in een seksshop of hij zijn pas aangeschafte dvd als cadeautje kan inpakken.

    Het slotstuk van dit boek wordt ingezet met een reis naar Kiev, waar de Pool met de organisatie Liefde over de Grens een Oekraïense bruid gaat halen. Moet het nog gezegd worden dat Geniek met zijn ontsnappingspoging even veel kans op slagen heeft als de laboratoriumrat die in de ijzeren spijlen van zijn kooi bijt?

    ‘Goede mensen zijn cynisch noch ironisch,’ merkt een van de personages op, en je kunt hem geen ongelijk geven. Aandoenlijk, dat wel. En gedoemd om te mislukken, maar wel beginselvast, als we Grunberg mogen geloven:

    Hij was een goede man, een zorgzame man, ze konden hem op de proef stellen, de mensen, God, hij zou blijven wie hij was, een goede en zorgzame man. Al moest hij daarvoor zich van alles en iedereen losmaken, al moest hij zichzelf levend begraven, hij zou een goede man blijven.

     

  • Oogst week 43 – 2018

    Om aan te raken

    Harm Hendrik ten Napel is schrijver, filosoof en boekverkoper. Zijn verhalen en essays zijn onder andere in Tirade en De Revisor verschenen, en op Klecks, dat hij in 2016 samen met zijn broer oprichtte. ‘Met Klecks willen we ruimte maken voor literaire kritiek, en dan met name die van poëzie.’

    Onlangs is van hem bij uitgeverij Querido Om aan te raken verschenen, een bescheiden verhalenbundel. Korte zinnen, zonder opsmuk. Heel doelgericht. Zo schrijft Ten Napel. Het lukt de mensen in Om aan te raken niet altijd om uit hun hoofd te komen en de intimiteit te vinden waarnaar ze verlangen. Sommigen weten niet eens dat ze hunkeren, anderen kunnen het moeilijk uitdrukken.

    Uit het verhaal ‘Ze kwam en hij toen ook’:
    Hoelang wist hij het al? Al best wel lang. Al voordat ze iets kregen? Ja, in principe wel. Ze was opgestaan. Wilde ze er nog over praten? Nu niet. Het is oké, hoor, had ze gezegd. Het is oké. Ik ga denk ik maar gewoon vroeg slapen. Bel me morgenavond. Dan praten we verder.’

     

     

    Om aan te raken
    Auteur: Harm Hendrik ten Napel
    Uitgeverij: Querido

    Pessimisme kun je leren!

    Om zijn bloemlezing aan te prijzen met werk van Lévi Weemoedt schreef Özcan Akyol het volgende:

    ‘Aan het begin van deze eeuw, toen ik nog een puisterige puber was, voelde ik een grote behoefte om in de literatuur de antwoorden op mijn levensvragen te vinden. Dat lukte niet. Hoewel ik het kunstenaarsleven leidde, inclusief een getormenteerde ziel en een geveinsde zucht naar drank, net als mijn literaire helden, duwden de meeste boeken me verder in de put. Tot ik het werk van Lévi Weemoedt ontdekte.

    De persoonlijke ellende spat van zijn poëzie, maar hij verpakt het in de liefde voor taal en ongebreidelde zelfspot, een combinatie die ik niet voor mogelijk hield. Als hij een mislukking beschreef, bood me dat troost, en moest ik ongemakkelijk lachen om mijn eigen pathetische overdrijvingen. Nog vaker deed hij me huiveren om zijn tekstuele spitsvondigheid en het superieure spel met woorden dat hij telkens speelt. De gedichten kwamen soms wat kort en eenvoudig op me over, maar er zijn maar weinig dichters die het autonoom na kunnen doen.

    Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decennium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoond. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid houdt de taal hem overeind. Iedereen moet Weemoedt lezen! Vandaar deze bloemlezing, die ik met veel plezier heb samengesteld.’

    Pessimisme kun je leren!
    Auteur: Levi Weemoedt
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Drift

    Haar debuut De hemel boven Parijs dat in 2014 bij Cossee verscheen, werd goed ontvangen (‘een wonderlijk eigen toon’, De Groene Amsterdammer, ‘Een droomdebuut’, Tubantia).
    Het werd bovendien genomineerd voor verschillende literatuurprijzen.

    Haar nieuwste boek Drift is bij DasMag verschenen:
    ‘Feit: een jonge vrouw trouwt met haar jeugdliefde.
    Feit: niet veel later, in het holst van de nacht, verlaat ze hem.
    Ze neemt alleen haar dagboeken mee.
    Die vrouw ben ik. Die nacht is nu. Alles ervoor en erna is een verhaal.’

    Bregje Hofstede (1988) studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn. Ze schrijft verhalen en essays. Na De hemel boven Parijs schreef ze de essaybundel De herontdekking van het lichaam: over de burn-out.

     

    Drift
    Auteur: Bregje Hofstede
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag
  • Recensie door Dominique Rothengatter

    Recensie door Dominique Rothengatter

    Onderhoudende en dikwijls humoristische schets over Suriname

    ‘Suriname in het hart’, is een onderhoudend boek, dat in reportageachtige stijl een persoonlijke schets geeft van de ervaringen van een journalist en zijn gezin in het hedendaagse Suriname. Als lezer maak ik gaandeweg kennis met de taal, cultuur, journalistieke en de politieke situatie door de ogen van een ‘bakra’ (‘…een bleke Hollander…’). De rode draad door dit verhaal is de liefde voor Suriname van de freelance journalist Diederik Samwel en zijn vrouw Mirjam en hun kinderen Rover, Momo, Sigi en Donna voor dit relaxte maar ook eigenzinnige land.

    Het verhaal begint wanneer de familie Samwel in Nederland de vijfenveertigste verjaardag van Diederik viert. Een Surinaamse brassband luistert het feest op en er zijn typisch Surinaamse gerechten als bami, kip, rijst met pom, baka bana’s, botervis en pastei, verzorgd door de familie Blankers. De volgende dag krijgt Samwel telefoon uit Suriname van zijn oude buurvrouw en goede vriendin Henna. Deze passage geeft mij een indruk van het levendige Suriname. Maar ook wordt het gemis voelbaar van het land en de achtergelaten vrienden en bekenden.

    ‘Het is altijd of er wat geur en kleur de kamer binnenwaait bij zo’n telefoontje vanuit Suriname. Of zijn het de honden en hanen die zich steevast in het gesprek mengen? Maar daar laat ik me nu even niet door meeslepen. Over tot de orde van de dag: ik moet nog stofzuigen en lege kratten wegbrengen. Of ik daarmee ook die licht sentimentele stemming te boven kom? Kan gebeuren natuurlijk: dat een dag na mijn verjaardag het hoofd simpelweg te zwaar is om al die verschillende indrukken een plaats te geven. Of heeft het ermee te maken dat ik weer een jaar moet wachten voor ik opnieuw mijn vrienden en dierbaren om me heen kan verzamelen.’ De oplossing om deze ‘licht sentimentele stemming’ te verdrijven is een beetje te ver weg, een potje voetbal bij voetbalclub ‘Nacionello’ in Suriname.

    En wat betreft dat gemis, Samwel beschrijft op beeldende en zeer herkenbare wijze het gemis aan Suriname wanneer ze teruggekeerd zijn naar Nederland. De tranen van zijn zoon Rover om te kleffe Nederlandse bami bij de Chinees, gevoelens van opgeslotenheid in hun huis in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt van zijn vrouw Mirjam, het Hindoestaanse dansen van dochter Momo, de neiging van andere dochter Sigi om midden in de winter zomerkleren aan te willen trekken en dochter Donna die alle vakanties naar Suriname wil omdat je daar het hele jaar door kunt tennissen.

    Anderzijds beschrijft Samwel op gevatte wijze het wennen aan het Surinaamse leven. Paramaribo, waar de internetlijn overdag snel overbezet is en de telefoonlijnen al redelijk oud zijn. ‘Dan maar even douchen. Het water is lauw, opfrissen is een groot woord. Vervolgens heb ik De WareTijd uit vóór de koffie is afgekoeld. Of moet ik me warempel in de showbizzpagina verdiepen? De klamme hitte grijpt me opnieuw bij de keel. Het vooruitzicht om de hele dag met een ventilator in mijn rug achter de computer te moeten zitten maakt de stemming er niet beter op. Als het zo moet allemaal…….’ Maar de verschillen in taal en cultuur leiden ook tot grappige situaties, zoals wanneer Rover met zijn astmatische aanleg, ’s avonds voor het slapengaan pufjes nodig heeft.

    ‘In Suriname denkt de oppas steevast dat we haar in de maling nemen wanneer we haar de gebruiksaanwijzing uitleggen: wat nou puffen? Die jongen hoeft toch geen pufjes te laten voor hij naar bed gaat? Hij mankeert toch niets aan zijn darmen?’

    De mate van gewenning aan het klimaat en de levenswijze van Samwel aan Suriname, blijkt wanneer hij voor een korte periode terug is in Suriname om voor Vrij Nederland en De VPRO-gids over de verkiezingen te verslaan. Zijn vrouw Mirjam geeft tv-worshops in deze periode. In Paramaribo staat op dat moment alles in het teken van de verkiezingsstrijd tussen Desi Bouterse, Venetiaan en Wijdenbosch.

    Samwel is eerder naar Suriname vertrokken en gaat voor hem en zijn familie een huis aan de Engelsloot bekijken. ‘Eigenlijk staat mijn besluit dan ook al vast vóór de verhuurster arriveert. En dat is maar goed ook. Ze heeft het vooral over de hitte, tijdsdruk, geld, voorschotten en rekeningnummers. Want dit is bepaald niet het enige huis in haar aanbod. Godnogaantoe, ze zal blij zijn wanneer ze weer terug is in Holland. Suriname is een heel bijzonder land maar je moet er niet naartoe om er heel hard te werken. En dan zul je op zo’n snoeihete dag als vandaag net zien dat de airco in haar auto het begeeft. Ze is voortdurend in de weer met een zakdoekje om voorhoofd en hals te deppen. Zo ken ik ze weer, mijn landgenoten.’

    Op een gegeven moment wordt Samwel per mail benaderd door Bobby van voetbalclub Nacionello. Bobby biedt hem een baan aan als hoofdtrainer omdat Samwel een boek over Surinaams voetbal heeft geschreven en uit Holland komt. Maar voordat het zover is, mag hij met zijn kapotte knieën een veteranenwedstrijd meespelen. Aansluitend volgt nog een zakelijk gesprek tussen Bobby en Samwel.

    ‘Soft en djogo’s (literflessen Parbobier), met roti’s, bara’s en doksen (gestoofde eend) na afloop. Op het terras doen we ook nog even zaken. In een kort gesprek weet ik Bobby ervan te overtuigen dat ik eigenlijk meer verstand heb van lezen en schrijven en zet mijn handtekening onder een eenjarig contract. Als parttime pr-adviseur welteverstaan.’

    Tijdens een ander bezoek aan Suriname doet Samwel wederom research voor John Albert Jansen. Het jaar ervoor hadden ze onderzoek gedaan naar de krant De Ware Tijd . Alleen kunnen ze hier uiteindelijk geen documentaire over maken omdat ze niet genoeg medewerking van de redactie kregen. Nu willen ze een film maken over de rol van Surinaamse pers vanaf ‘de koloniale tijd in de jaren vijftig en zestig, via de onafhankelijkheid, de militaire coup in de jaren tachtig, tot de huidige situatie.’

    Samwel praat ook met Albert Ramnewasch over het decemberproces. Maar het blijft vrij algemeen omdat Ramnewash eigenlijk niet met de pers over het proces mag praten. De gemeenschap is namelijk vrij klein en kan het zijn dat rechters dossiers van familie moeten behandelen. Het is risicovol om je als rechter of journalist bezig te houden met dit proces. Dit vanwege fanatiekelingen uit subculturen die hier gevaarlijk op kunnen reageren. Daarnaast komt de inlichtingendienst er snel genoeg achter dat een Nederlandse journalist met Ramnewash heeft zitten praten.

    Samwel heeft moeite met het publiceren van een artikel over het decemberproces vanwege de vooroordelen die er in Nederland toch al over Suriname bestaan. Zijn journalistieke nieuwsgierigheid wint het van zijn geagiteerdheid, want Ramnewash wil hem te woord staan. ‘Bang voor represailles of intimidatie ben ik niet, zolang ik maar objectief en genuanceerd probeer te blijven. Wel vraag ik me nu en dan af wat ik met mijn artikelen over de rechtszaak en wat eraan vooraf is gegaan eigenlijk zou kunnen toevoegen aan de berichtgeving. Tegelijkertijd kan ik me nog altijd druk maken over het hardnekkige Hollandse beeld dat alles in Suriname zou draaien om corruptie, cocaïne en Bouterse. Een beeld waar de media behoorlijk de hand in hebben. Laat ik me dan nu verleiden daar ook aan mee te doen door over de decembermoorden te publiceren? Aan de andere kant, de man aan de overkant van de tafel heeft mij uitgenodigd. Waarom zou ik niet naar zijn verhaal luisteren?’

    De verschillende passages in het boek geven een goed beeld van Suriname. Toch bekruipt mij op sommige momenten de gedachte dat ik graag nog méér over dit land en haar mensen zou willen weten. Zit ik net lekker in een verhaal over het verblijf van de héle familie in Suriname, over een uitstapje naar het binnenland in het weekend, of over het decemberproces en dan is het alweer voorbij. Aan de andere kant geeft dit het verhaal ook vaart en zorgt het ervoor dat ik verder wil lezen omdat ik wil weten hoe het afloopt.

    Voor het lezen van dit verhaal was ik op een paar documentaires op t.v. na, praktisch onbekend met Suriname. En het gezegde wil: ‘Onbekend maakt onbemind’. Tijdens het lezen van dit boek heb ik Suriname een beetje in mijn hart gesloten.

    Dit onderhoudende verhaal heeft mij héél nieuwsgierig gemaakt naar eventueel toekomstig werk van deze schrijver. Het boek is voor mij gaan leven door de duidelijke ’voorliefde’ van Samwel en zijn gezin voor het leven in Suriname en de mensen aldaar. Zijn prettige en toegankelijke manier van schrijven dragen hier zeer zeker aan bij.

    Suriname in het hart
    Diederik Samwel
    Blz: 272
    Prijs: 17,50
    Uitgegeven bij: Nijgh & Van Ditmar