• Oogst week 2 – 2021

    Shuggie Bain

    De Schotse auteur Douglas Stuart (1976) wilde als jongvolwassene graag Engelse literatuur studeren, maar een van zijn leraren raadde dat af omdat Stuart uit een ‘slecht milieu’ kwam. Daarom koos hij voor The Scottish College of Textiles en werd modeontwerper, waarna hij voor verschillende grote merken werkte. De liefde voor literatuur bleef sluimeren. In 2020 verscheen zijn debuutroman Shuggie Bain. Het boek werd een enorm succes en leverde zelfs hem de Booker Prize op.

    De hoofdpersoon in Shuggie Bain is Hugh, een jongen die opgroeit bij zijn alcoholistische moeder. Ze hebben een sterke band, maar haar verslaving wordt steeds erger. Wat is er belangrijker voor haar: haar zoon of de drank? Douglas Stuart baseerde dit boek op zijn eigen jeugd, zijn moeder overleed toen hij zestien was aan de gevolgen van jarenlang alcoholmisbruik.

    Shuggie Bain
    Auteur: Douglas Stuart
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    De vooravond

    Een ander boek dat gebaseerd is op ware gebeurtenissen, is De vooravond van Rashid Novaire (1979). Geïnspireerd door zijn familiegeschiedenis neemt Novaire de lezer mee naar 1939, wanneer Adolf Hitler alle Duitse dienstbodes oproept om terug te keren naar het vaderland. De jonge dienstbode Trude wil graag in Nederland blijven, maar dat kan alleen als ze binnen een maand trouwt. Gelukkig kan ze zich verloven met Johannes. Alles lijkt goed te komen, tot hij de bruiloft steeds langer uitstelt en jonge vrouwen ontmoet boven een café. Wanneer Trudes broer Rudi op bezoek komt, dreigt de bom te barsten. Novaire schreef meerdere romans, waaronder Zeg dat we niet thuis zijn, en werd tweemaal genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

    De vooravond
    Auteur: Rashid Novaire
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De vrouw in het maanlicht

    Uitgeverij Podium heeft besloten om het werk van Herman Pieter de Boer (1928-2014) opnieuw uit te geven. Daarom verschijnt zijn succesvolle verhalenbundel De vrouw in het maanlicht en andere zonderlinge verhalen uit 1973 weer. De Boer verhuisde in dat jaar van Amsterdam naar Giethoorn, een cultuurshock. Dat uitte zich in zijn werk: zijn verhalen zijn soms ongewoon, soms bedriegend simpel, met vaak een vleugje occultisme. De vervreemdende vertellingen, geschreven in glasheldere taal, worden al decennialang door een grote groep lezers gewaardeerd.

    De vrouw in het maanlicht
    Auteur: Herman Pieter de Boer
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij
  • Oogst week 45 – 2020

    De jaren

    De Franse schrijfster Annie Ernaux is afkomstig uit een eenvoudig milieu van kleine middenstanders waar arbeiders met hun verhalen de voornaamste klanten waren. Ernaux leerde en studeerde, werd docente en schrijfster waardoor ze een stuk hoger op de sociale ladder terechtkwam. Haar boeken hebben alle een autobiografisch karakter, al streeft Ernaux naar een objectieve wijze van vertellen. In De jaren (2008) beschrijft ze ruim een halve eeuw – de periode 1941-2006 – aan maatschappelijke gebeurtenissen en ervaringen. Ze doet dat chronologisch en becommentarieerd aan de hand van voorwerpen, foto’s, haar dagboeken, kranten en tijdschriften, nieuwsfeiten en haar geheugen.

    Ernaux probeert het verleden te vangen, bespreekt politieke aangelegenheden, culturele gewoonten, gedrag van mensen, taalgebruik, liedjes, radio en tv, reclames, modeverschijnselen, de vooruitgang, en vermengt het persoonlijke met het algemene. Het is een mix van autobiografie, sociologie en geschiedenis geworden, een vorm die door haar is uitgevonden. In het leven van één vrouw wordt een stukje Franse historie weerspiegeld. Het boek, dat haar magnum opus wordt genoemd, won tientallen literaire prijzen.

     

    De jaren
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het licht is hier veel feller

    Een eens gevierde bestsellerschrijver is over alles de controle kwijt. Zijn vrouw is opgestapt, zijn kinderen ziet hij nauwelijks en zijn inspiratie is verdwenen, er komt geen boek meer uit zijn handen. Het enige wat Maximilian Wenger nog kan opbrengen is op de bank hangen in een appartement waar hij de verhuisdozen nog moet uitpakken, en bedenken hoe hij zichzelf te gronde richt. Maar dan ontdekt hij bij zijn post een brief die is geadresseerd aan de vorige bewoner: ‘Wenger heeft de leeftijd waarop een brief nog betekenis heeft, omdat het een echt geschrift is, met het weefsel van iemands woorden, dat dagen in plaats van seconden nodig heeft om aan te komen.’

    Hij opent en leest de brief, net als de volgende brieven die van dezelfde afzender komen, en raakt in de ban van de hartstochtelijk schrijvende vrouw. Wat hij niet weet is dat zijn dochter Zoey de brieven ook inziet. ‘Tot aan mijn tanden is mijn mond met woede gevuld.’ leest de zeventienjarige. De woorden van de onbekende helpen haar bij het nemen van een vergaand besluit wanneer ze geen hulp krijgt als ze in een MeToo-achtige situatie terechtkomt. Ook voor Wenger heeft het lezen van de brieven ingrijpende gevolgen.

    Het licht is hier veel feller
    Auteur: Mareike Fallwickl
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Waar woont de haat?

    Hongarije kent een lange literaire geschiedenis. Al eeuwenlang zien veelgeprezen gedichten en prozastukken van Hongaarse schrijvers het licht. Vandaag de dag denken we bij Hongarije al gauw aan kleingeestig nationalisme, verval van de democratie en de rechtstaat, vreemdelingenhaat en een neergaande lijn in de persvrijheid. In de beste literaire traditie laten 21 van hedendaagse Hongaarse schrijvers in de bundel Waar woont de haat? een ander geluid horen. Via verhalen en essays nemen ze hun land onder de loep, bekritiseren de intolerantie, het cultiveren van haat en de sociale ongelijkheid en pleiten ze voor mededogen en ruimdenkendheid.

    Ze onderzoeken de Hongaarse identiteit, nemen historische gebeurtenissen als de slachting onder Hongaars joden en Roma in 1944 door en behandelen de hedendaagse omgang met minderheden. Het boek houdt de Hongaren een spiegel voor waarin ook Nederlanders zich zouden kunnen herkennen.

    Waar woont de haat?
    Auteur: Samenstelling: Mari Alföldy & Viacheslav Sereda
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas
  • Vreemdeling in het land van anderen

    Vreemdeling in het land van anderen

    De Frans-Marokkaanse schrijfster Leïla Slimani brak door met het ijzingwekkende verhaal van de moordende oppas in Een zachte hand / De perfecte oppas, dat in 2016 met de Prix Goncourt werd bekroond en een bestseller werd. Begin dit jaar verscheen het eerste deel van een groots en ambitieus werk, de trilogie Het land van de anderen. Deze trilogie is én een  familiesaga, losjes gebaseerd op Slimani’s eigen familiegeschiedenis, én een overzichtsschets van Marokko vanaf het einde van de tweede wereldoorlog tot vandaag. Dit eerste deel, dat eindigt in 1956 met de onafhankelijkheidsverklaring van Marokko en daarmee het einde van het Franse protectoraat beslaat een periode van grote verwarring en ingrijpende veranderingen, waarin, zoals Slimani in een interview zegt, alles op losse schroeven kwam te staan en de kaarten opnieuw geschud werden. 

    In het Frans draagt dit eerste deel, waarvan de Nederlandse vertaling door Gertrud Maes trouwens in  recordtempo tot stand kwam, de titel La guerre, la guerre, la guerre. Deze titel ontleent Slimani aan de woorden ‘War, war, war’, waarmee de verwende Scarlett O’Hara in de film Gone with the wind het dreigende gevaar van de Burgeroorlog wegwuift. Slimani vindt deze titel toepasselijk voor de eindeloze worsteling van de mens om te overleven, deze alomtegenwoordige oorlog op wereld-, koloniaal of individueel niveau. 

    Een exotisch sprookje

    Het boek begint in 1946, het jaar dat de jonge Marokkaanse officier Amine Belhaj, gedecoreerd voor zijn verdiensten in het Franse leger, de 20 jarige Mathilde ontmoet. Hij is een held, die met zijn regiment de Elzas bevrijd heeft. Zij is een jonge vrouw die droomt van groots en gepassioneerd leven. Ze doet denken aan een jongere zus van Madame Bovary, ze houdt van lezen en mooie dingen, is wars van conventies, zelfs tegendraads en begrijpt niet ‘wat het leven voor zin heeft… als je niet wordt gezien’. Haar leven, dat ze tot dan toe als plat en triviaal ervaren heeft, moet door het huwelijk met de mooie stoere Amine  een exotisch sprookje worden, waarin haar dromen uitkomen.  Ze ziet zichzelf al als een soort Karen Blixen in haar statige ‘Farm in Africa’. 

    Slimani laat dit stel, geïnspireerd op haar eigen grootouders – de strijd met de vorige en toekomstige generaties aangaan. Mathilde vertrekt uit haar geboortestreek, het bekrompen maar vertrouwde Elzas, naar een land vol beloftes en wordt daar een ’nassrania’, een vreemdelinge. Er blijkt weinig exotisch aan keihard werken op onvruchtbaar land in de zinderende hitte, omgeven door viezigheid en armoede, volkomen losgescheurd van het vertrouwde thuisland en sociale posities. 

    Deze ontworteling, het nergens meer thuishoren, en niet mengen met het vreemde, eigen aan de banneling, wordt al in het motto van het boek, ontleend aan woorden van William Faulkner, aangekondigd. Het is ook op de hardwerkende doorzetter Amine van toepassing. Hij keert terug naar Marokko als held en bevrijder van Frankrijk, maar dit én zijn huwelijk met een Française marginaliseert hem en maakt hem tot verrader en dissident in zijn geboorteland.

    Status van vreemdeling

    Na eindeloze tegenslagen in de gedaante van sprinkhanen, armoede, droogte, onvruchtbare dorre grond lukt het hun om hun onvruchtbare land tot een zekere welvaart te brengen. Maar de status van vreemdeling in ‘het land van de anderen’ leidt tot wederzijdse verwijten en schaamte en brengt spanningen in hun relatie. Ook hun dochter Aïsha lijdt onder deze ‘onzuiverheid, zij is ‘niet helemaal inheems, maar ook niet een van de Europese meisjes – dochters van boeren, avonturiers of ambtenaren van het koloniale bestuur… Zij wist niet wie ze was, dus bleef ze alleen, tegen de warme muur van het klaslokaal’.

    Het woord ‘indigène’, vertaald als inheems, heeft in het Frans een paradoxale betekenis, afhankelijk van het perspectief dat je inneemt. Je wordt het pas, als een ander je zo bestempelt. Die ander, die in feite zelf de buitenlander is, ziet jou als anders, als vreemd. Maar het werkt natuurlijk ook de andere kant op, vandaar de ambiguïteit. Waar je ook heen gaat, je blijft een vreemdeling in ‘Het land van de anderen’. 

    Ondanks dat Mathilde en Amine van elkaar houden, is er in de eerste plaats onbegrip tussen hen. Ze vinden ‘elkaar in hun streven naar vooruitgang voor de mens: minder honger, minder pijn’. Mathilde wijdt zich op een steeds professionelere manier aan de arme zieken die haar komen opzoeken. Amine pioniert in de ontwikkeling van nieuwe zaden en gewassen en in de verbetering van de vruchtbaarheid van de grond.  

    Onafhankelijkheid 

    In veel opzichten blijven ze verscheurd, gevangen in de wereld waar hun wortels liggen, met een groot verlangen om daar weer bij te horen en angst voor het anders zijn. Onafhankelijkheid is dan ook een belangrijk thema in dit boek. Het gaat om de onafhankelijkheid van een Marokko, dat zich losmaakt van Frankrijk. En de onafhankelijkheid van de vrouw die zich van de onderwerping aan de man wil bevrijden. Een ‘vrije’ vrouw is in de ene cultuur een ‘verloren’ vrouw, terwijl het in de andere de zelfstandige, geletterde vrouw, met gelijke rechten aan die van de man zal worden. Onafhankelijkheid impliceert grenzen overschrijden, rollen omdraaien, verschillende entiteiten met elkaar mengen. En dat op zijn beurt brengt ambiguïteit met zich mee met vragen als ‘wie ben je?’ en ‘waar hoor je bij?’

    Wanneer Amine in zijn uitvindersdrift probeert  om een citroentak op een sinaasappelboom te enten, ontstaat een mooie metafoor voor het mengen, het confronteren van culturen. De ‘citrange’ (citron en orange) , waarin trouwens, leuk detail, het woord ‘étrange’(vreemd, van buiten) in doorklinkt, blijkt te bitter en dus oneetbaar. Het bastaarderen loopt, in ieder geval hier, uit op een mislukking. Maar zo wil Slimani dit niet interpreteren. Zij ervaart het als een compliment als dit boek als een ‘roman métisse’, een mengvorm, gekarakteriseerd wordt: half Frans, half Marokkaans, een mix van fictie en geschiedenis, een mengelmoes van culturen, een citrange kortom.

    Aan elkaar geregen scènes 

    Dit boek ontving in Frankrijk direct veel lof en de welbespraakte Slimani verscheen in talloze interviews en literaire programma’s. Maar er waren ook reserves. Haar boek kan ook geïnterpreteerd worden als een roman over een transplantatie die niet werkt. Anderen verdenken haar ervan om een format voor een televisieserie geschreven te hebben. Dat is niet zo vreemd, want er wordt nogal wat ingezoomd op details en de onophoudelijke stroom van aan elkaar geregen scènes doet inderdaad filmisch aan.

    Van de plastische beschrijvingen als ‘er groeien stugge witte haren uit een moedervlek onder een rechter neusgat’, ‘een mollige hals geurt naar boter’, ‘moeder-overste, die onder het luisteren met haar rasperige tong langs haar lippen ging en er met haar tanden kleine velletjes af trok’, ‘een vettige mannelijke vriendschap’ of ‘er schemeren dikke benen met paarse spataderen door een tuniek’ moet je houden. Beeldend en suggestief zijn ze wel.

    Soms worden de vlezige beschrijvingen de lezer te veel, het klinkt overbodig en stoot eerder af dan dat het een sterk beeld oproept. Deze emotionele achtbaan maakt dat irritatie, maar zeker ook de verveling kan toeslaan. Soms komt het verhaal in een onverwachte stroomversnelling en wordt het zonder verdere uitleg afgekapt, als afgehandeld weggezet. De heftigheid valt weg. Waarschijnlijk daarom dat het wel lukt om de lelijkheid en onrechtvaardigheid van de situaties in te zien, maar niet om de pijn van de personages te voelen.
    De kleine Aïsha moet in het tweede deel het stokje van haar moeder Mathilde overnemen. Of wij lezers dan uit de achtbaan van heftige scènes mogen stappen en er meer rust, afstand en tijd voor reflectie komt is, gezien de laatste scène van dit deel, maar de vraag.

     

  • Oogst week 25 -2020

    Hölderlin

    Dit jaar is niet alleen het Beethovenjaar en in Nederland het Multatulijaar, het is ook nog eens 250 jaar geleden dat dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) werd geboren. Ter gelegenheid daarvan verschenen er twee boeken over zijn leven. Karl-Heinz Ott schreef Hölderlins Geister en Rüdiger Safranski voegde aan zijn studies over Nietzsche, Goethe, Schiller, Heidegger en Hoffmann nu Hölderlin toe.

    Het verscheen nu ook in het Nederlands onder de titel Hölderlin. Biografie van een mysterieuze dichter. Van Hölderlin verschenen in Nederlandse vertaling gedichten, het meest recent in 2011, en toneel, zoals Hyperion in 1991, maar toch is hij min of meer een vergeten dichter. Safranski vindt dat hij meer aandacht verdient.

    Hölderlin
    Auteur: Rüdiger Safranski
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Mathilde

    In een interview zegt Leïla Slimani (1981): ‘Tot voor kort was het in het Westen (…) onmogelijk schrijfster te zijn zonder rebels te zijn (…) Ze mag zich niet uitspreken, niet choqueren, ze is gevoelig, niet in staat de grote geschiedenis te begrijpen, metafysische vragen te stellen. Vrouwen die ervoor kiezen te schrijven, weten dat ze zullen worden verafschuwd of zelfs verstoten (…). Je accepteert het idee dat je mishaagt. Voor een vrouw is niet in de smaak vallen veel ingewikkelder dan voor een man’.

    Slimani is een Frans-Marokkaanse journalist en schrijver die door de befaamde Kamel Daoud (van Moussa of de dood van een Arabier) ‘de Française van de toekomst’ werd genoemd. Nu is er van haar Mathilde, het eerste deel van wat een trilogie (Het land van de anderen) zal worden, gebaseerd op Slimani’s eigen familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de Maraokkaanse onafhankelijkheidsstrijd.

    Mathilde
    Auteur: Leïla Slimani
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Kwaad bloed

    Schrijver, journalist en columnist Henk van Straten publiceert boeken met een frequentie van gemiddeld één per jaar: Het waren er tussen 2007 en 2019 precies twaalf. Dit jaar komt daar Kwaad bloed bij. Hoewel, een nieuw boek is het strikt genomen niet. De thriller is een ‘remake’ van Van Gogh sneed hier nooit een oor af uit 2019 naar aanleiding van de plannen voor een verfilming daarvan.

    Kwaad bloed is een thrillerachtige novelle, zoals al snel duidelijk wordt: ‘We woonden in Nuenen, een weinig noemenswaardig dorp, los van het feit dat Vincent van Gogh er ooit woonde (…) Gelukkig heeft hij niet hier maar in Arles een oor afgesneden. Ik zeg gelukkig, want sinds alle nieuwsberichten over mijn ouders wekt ons dorpje al genoeg sinistere associaties op’.

    Kwaad bloed
    Auteur: Henk van Straten
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
  • Oogst week 21 – 2020

    De naam van de wereld

    In De naam van de wereld van Denis Johnson heeft de hoofdpersoon, Michael Reed, zich gaandeweg opgewerkt van leraar Maatschappijleer op een middelbare school tot universitair docent aan een Faculteit der Geesteswetenschappen.

    Johnson neemt het academisch reilen en zeilen op de hak en zijn schijnbaar lethargische personage ook, ‘Ik gaf kleine werkgroepen, vroeg slimme, ongerichte studenten boeken te lezen die ik zelf al gelezen had en luisterde daarna hoe ze werkstukken blootstelden aan de kritiek van de rest van de groep. Met andere woorden, ik voerde niets uit.’

    Reed draagt een groot verdriet met zich mee: zijn vrouw en dochter zijn overleden als gevolg van een auto-ongeluk. Als zijn dienstverband beëindigd dreigt te worden, spreekt Reed nieuwe contacten aan en begint hij opnieuw richting te geven aan zijn vastgelopen leven.

     

    De naam van de wereld
    Auteur: Denis Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    De smaak van wilde peren

    Er is meer buitenlandse literatuur geoogst: De smaak van wilde peren, van Ewald Arenz. In deze roman draait het om de bijzondere vriendschap die tussen de personages Sally en Liss ontluikt.

    De jonge Sally schopt overal tegenaan, Liss is juist rustig en beheerst – iets wat duidelijk ook in hun vertelstijl wordt weerspiegeld, vlak voor ze elkaar ontmoeten in een wijngaard en Liss om Sally’s hulp vraagt.

    De smaak van wilde peren is het eerste boek van Arenz dat naar het Nederlands is vertaald.

    De smaak van wilde peren
    Auteur: Ewald Arenz
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Maanscherf

    Laurens van den Broek (1989) schreef met Maanscherf zijn debuutroman: een roman waarin hij vader-zoonverhoudingen, reizen en de voorspellende kracht van natuurverschijnselen met elkaar verbindt.

    Het hoofdpersonage, ex-ornitholoog Alphonse (of kortweg Fons) van Felius, reist af naar Les Sept Îles om de populatie jan-van-genten die daar leeft nader te onderzoeken. Langzaamaan lijkt zijn rationele inborst te worden aangetast.

    Het idee voor Maanscherf kreeg gestalte tijdens zijn deelname aan het schrijfkamp van Das Mag, in 2014. Naast schrijver is Van den Broek ontwerper.

    Maanscherf
    Auteur: Laurens van den Broek
    Uitgeverij: Palmslag
  • Lessen in onzichtbaarheid

    Lessen in onzichtbaarheid

    Stel je een jonge Sri Lankaan voor: klein van stuk, dromerige blik, coupe soleil, die zich door de straten van Sydney begeeft met een draagbare stofzuiger op de rug. Dit is de hoofdpersoon uit Gratie, het nieuwe boek van de Indo-Australische schrijver Aravind Adiga, winnaar van de Booker Prize 2008 met De witte tijger. Dhananjaya Rajaratnam of Danny, zoals de jonge man zich in Australië noemt, is illegaal. Hij werkt als schoonmaker en leeft zoveel mogelijk onder de radar. Om dit vol te houden werkt hij zorgvuldig aan een nieuwe, Australische versie van zichzelf. ‘Al voordat Danny naar Australië kwam, oefende hij zich in het Australiëschap. Helemaal in Batticaloa al. Voor de spiegel. Hij vertraagde zijn V’s. Hij beet op zijn onderlip als hij volleybal zei.’ Want klinken als een Aussie, zo redeneert Danny, dat ‘maakt een Aussie tot een Aussie.’ 

    Moreel dilemma

    Een tijdlang lukt het Danny om onzichtbaar te blijven, totdat een voormalige klant van hem wordt vermoord en hij denkt te weten wie de dader is. Vertelt hij de politie van zijn vermoedens – met alle gevolgen van dien – of houdt hij zijn mond? 

    In een verteltijd die slechts één dag beslaat, worstelt Danny met dit morele dilemma. De vermoorde klant is Radja en de vermoedelijke dader haar geheime minnaar Prakash. Door flashbacks wordt de benauwende verstandhouding die Danny met dit koppel had uit de doeken gedaan. Wanneer Danny op de dag van de moord, in een opwelling Prakash belt en gelijk ophangt, begint de ellende. Onmiddellijk belt Prakash terug. ‘Fabelachtige Schoonmaker,’ begint hij, ‘wat leuk dat ik uitgerekend vandaag wat van je hoor.’ Hierna volgt een reeks dreigtelefoontjes die het hele boek voortduren. In een poging om ervoor te zorgen dat Danny zijn mond houdt, zet Prakash Danny’s illegale status in als chantagemiddel en het is dit gegeven waar het boek om draait.

    Felbegeerde status

    De gemiddelde autochtone Australiër staat bepaald niet open voor nieuwkomers, legaal dan wel illegaal. Danny doet zijn best de meest chauvinistische types te vermijden. ‘De drie mannen waren wit. Niet het soort mannen dat je op zaterdag soms in Sydney zag – een en al Arische eiwitten, klef, onder de tattoos en vol opgeblazen praatjes over het Australische leger en Gallipoli en over hoe rijk hun ras was en hoe armoedig alle andere rassen, bottige lijven die in hun botheid uit waren op botsingen met lijven die niet wit waren.’ Danny moet oppassen niet verraden te worden. In het speciaal voor illegalen opgerichte Villawood wil je niet belanden, getuige een krantenbericht: ‘Weer heeft een illegale immigrant die in het detentiecentrum Villawood in Sydney op uitzetting wachtte de hand aan zichzelf geslagen (…) Onofficiële rapporten melden dat dit de 698ste zelfmoordpoging dit jaar is onder de naar schatting 3500 bewoners van het centrum.’ 

    Er is echter één groep die er bij Danny nog slechter vanaf komt dan de autochtone Australiër en dat is de legale immigrant, de immigrant met de felbegeerde status van permanente staatsburger. Deze groep is het moeilijkst te ontlopen: ‘Niks eenvoudiger dan onzichtbaar worden voor witte mensen, die je toch al niet zien; maar het moeilijkste is onzichtbaar worden voor bruine mensen die je altijd zien.’ Dit zijn mensen als Prakash. Of Tommo, Danny’s Griekse huisbaas die hem uitbuit door een royaal deel van zijn schoonmaakinkomsten in beslag te nemen in ruil voor zijn stilzwijgen. ‘Immigratie!’ buldert hij lachend als Danny een poging doet zich uit zijn grip te bevrijden; het is bewonderenswaardig dat Danny zijn zelfbeheersing bewaart en zelf geen moord pleegt. Thuis in Sri Lanka zijn ze, blijkt later, niet veel beter: Danny kwam oorspronkelijk legaal op een studievisum Australië binnen om te ontdekken dat hij in zijn thuisland is opgelicht door een malafide ‘university scheme.’ Ironisch genoeg was zijn kans op een verblijfsstatus veel groter geweest als hij Australië illegaal was binnengekomen, en dat ligt aan  ‘dat wonderbaarlijke ding, dat onvergankelijke fenomeen, het blondste dier van Australië: hun Wetgeving.’ 

    Geëngageerde pageturner

    Gratie is de moeite waard voor de lezer die meer te weten wil komen over de strenge en soms harde Australische samenleving bezien door de ogen van een ongewenste vreemdeling. Wie echter mooie beelden of stilistisch vernuft verwacht, komt bedrogen uit. De vertelling is vaak wankel en aanvankelijk is de toon onduidelijk: licht of ernstig, absurdistisch of realistisch. En dan de dreigtelefoontjes van Prakash: te veel en te vaak, duidelijk bedoeld om spanning te creëren. Ook kleine ongeloofwaardigheden storen, zoals de snelheid waarmee Danny schoonmaakt: om 08:57 komt hij zijn eerste adres binnen en nog geen twintig minuten later hijst hij zijn stofzuiger alweer op zijn rug om de ‘schoongemaakte flat’ te verlaten. Iets te fabelachtig, om maar te zwijgen over de stofzuiger op zijn rug, die van iemand die ondergronds wil blijven toch een opvallende verschijning maakt. 

    Toch weet het verhaal te raken, vooral Danny’s vurige wens een bestaan op te bouwen onder de constante dreiging van verraad. Hij probeert zijn trauma’s achter zich te laten. Regelmatig wrijft hij over het litteken op zijn onderarm, een pijnlijke herinnering aan de wreedheden in zijn thuisland, waar hij door de autoriteiten werd aangezien voor Tamiltijger. Mooi beschreven is de poging van Danny om zich de taal eigen te maken, te spreken met ‘lange, lome Australische klinkers’; hoe hard hij er ook op oefent, het lukt hem niet zijn eigenheid weg te poetsen. ‘Twee jaar lang had Danny hard gewerkt aan zijn accent, maar die aparte spreekwijze had hij nooit afgeleerd. ‘Suikervrij betekent: geen suiker, ja? Melodische tautologieën waren hem aangeboren. Binnen zijn accent (niet Australisch maar neutraal) school een beestje uit een andere taal, en nu, na twee jaar in dit land, liet hij dat maar eens spinnen.’ Adiga schreef met Gratie een actuele, geëngageerde roman die leest als een spannende pageturner. 

     

  • Oogst week 6 – 2020

    Buiten beeld

    De Nederlandse fotograaf Alex Laagland ziet tijdens een demonstratie in Caracas een jongen struikelen die kort daarop, net als hij zijn camera op hem heeft gericht, wordt neergeschoten: ‘Achter elkaar drukt Alex af, de demonstrant die zijn vuist in de lucht steekt en recht in de lens kijkt, het schot dat uit de loop vlamt. En dan de foto: het moment net nadat de kogel hem in zijn linkerschouder heeft geraakt en zijn mond openstaat in een schreeuw’ – de foto wint de Zilveren Camera. Met die scene begint Buiten beeld, de debuutroman van journalist Jurriaan van Eerten. Op de cover staat een afbeelding die geïnspireerd is op de beroemde foto De gier (Starving child and Vulture) waarmee de Zuid-Afrikaan Kevin Carter in 1994 de Pullitzerprijs won. Daarop zagen we hoe een gier wacht op de dood van een hongerend kind in Soedan. Het leverde Carter kritiek op. Was hij niet zelf een soort gier? Dat brengt Van Eerten in deze roman tot vragen over ethische dilemma’s van een journalist

    Buiten beeld
    Auteur: Jurriaan van Eerten
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Broze aarde

    Broze aarde is een nieuwe bundel gedichten van Antjie Krog. Thema is de kwetsbaarheid van onze planeet. Krog heeft in deze tweetalige verzameling (Zuid-Afrikaans en Nederlands) de opbouw gekozen van een hoogmis, een mis voor het Universum. In de gebruikelijke gezangen is niet God maar de ‘Brose Aarde’ de aangesprokene. Dat leidt tot bijvoorbeeld de volgende regels in haar versie van het Onze Vader:
    U gee ons elke dag
    ons daaglikse lig, getemperde water, fotosintese en brood
    maar ons besoedeling kan u nie vergeef nie,
    ook nie ons mishandeling en vernietiging van mekaar nie;
    lei ons in die versoeking om u bo alles lief te hê
    u te verlos van alle etterende ontering.
    Een indrukwekkende uitvoering van de mis door Krog met koor en orkest tijdens Poetry International 2019 is hier te zien.

    Broze aarde
    Auteur: Antjie Krog
    Uitgeverij: Podium

    Een ongeneeslijk heimwee

    Willem Brakman (1922 – 2008) heeft vijfenvijftig boeken op zijn naam staan en won in 1980 de PC Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn werk wordt nog steeds heruitgegeven en toch stond hij nooit hoog in beststellerlijsten. Zijn schrijftrant was niet geschikt voor lezers die een lineair verhaal willen. Nico Keuning schreef nu een biografie over hem, getiteld Een ongeneeslijk heimwee. Leven en werk van Willem Brakman. ‘Wim was een introverte, gevoelige jongen’, zegt Keuning in een recent interview: ‘Wellicht zou hij nu aangemerkt worden als hoogbegaafd. Hij keek op een indringende manier naar voorwerpen, kende elke winkel, iedere etalage en elk object. Een argeloos kind met veel fantasie, levend in zijn eigen wereld (…) Brakman schreef voor de ideale lezer. Dat hij daarmee geen groot publiek bereikte, heeft wel enigszins bitter gestemd, maar het weerhield hem er niet van om door te gaan op de ingeslagen weg. Hij kon niet anders. In een halve eeuw heeft hij een volstrekt uniek oeuvre bij elkaar geschreven. Een wereld op zichzelf. Daar heb ik enorme bewondering voor’.

    Een ongeneeslijk heimwee
    Auteur: Nico Keuning
    Uitgeverij: Querido
  • Over de loop van het leven

    Over de loop van het leven

    Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt is een weemoedig boek over herinneringen en schuldgevoel. Het hoofdpersonage, een schrijver op leeftijd, zegt: ‘Als ik het over mijn vader heb, gaat het altijd over wat er van hem in mij is gebleven. Zelf noemde hij dat altijd zijn hiernamaals, wat er van hem nog bij anderen is.’ Pas wanneer er geen herinnering aan overledenen meer is zijn zij echt gestorven. Literatuur eert in zekere zin in zijn fictieve personages al de gestorvenen en de levens die zij hadden kunnen leiden, zo schreef de literatuurwetenschapper John S. Su ooit.

    Verbogts boek is dus weemoedig, misschien eerder dan nostalgisch; het verdriet overheerst. Waar nostalgie meestal deels weemoedig is, is weemoed niet nostalgisch. Nostalgie verenigt vreugde en verdriet om de voorbijheid van het verleden, terwijl in weemoed normaal geen vreugde zit, eerder een mijmerende mistroostigheid. Het hoofdpersonage moet  niets hebben van nostalgie:  ‘Ik houd niet van nostalgie- dat vind ik iets dat je in winkels aantreft waar allerlei leuke hebbedingetjes voor de woning te koop zijn, veel van oud gemaakt hout, en waar het weerzinwekkend naar geurkaarsen ruikt.’

    Een belangrijke rol in de tekst speelt de herinnering aan de adoptiefzus van de ik-figuur, Becky. Over een foto van haar schrijft hij: ‘Ze kijkt betrapt, terwijl ze alleen maar haar gitaar pakt. Ze lacht verlegen. Daar keek ik graag naar, naar die verlegenheid in haar lach. Soms dacht ik dan: zo lééf je, zo wil ik ook leven. Bij mijn ouders stond ook altijd een andere foto van haar, ook met gitaar, maar daarop lacht ze omdat ze die lach wil laten zien. Ik zie liever die andere lach.’ Bewaarde foto’s spelen een belangrijke rol in het herinneringsproces in de moderne tijd. Dit moderne herinneren wijkt sterk af van eerder herinneringsculturen: foto-verzamelingen zijn vaak vormen van selectieve zelf presentatie. Juist wanneer er op een foto iets anders staat dan misschien de bedoeling was, geeft dat een contact met het verleden. Het is wat de semioticus Roland Barthes ‘punctum’ noemt, waarmee hij een detail uit het verleden, bijvoorbeeld op een foto, bedoelt dat de diegene die het ziet persoonlijk raakt.

    De hoofdpersoon probeert het leven aan te raken, maar lijkt steeds mis te tasten. Het boek geeft een inkijkje in de psyche van een sympathieke man, die zich echter niet geheel laat kennen, ook niet nu hij al wat ouder aan het worden is. Er is in hem nog iets van een kind dat gekweld wordt door irrationele schuldgevoelens. Toevallige gebeurtenissen of omstandigheden en het je daar schuldig over voelen kunnen een grote invloed hebben op hoe een leven verloopt; het hoofdpersonage heeft nog niet geleerd dergelijke toevalligheden een plaats te geven, niet als het accepteren van iets als een noodlot, maar juist als het je overgeven aan een zekere zinloosheid waaraan je zelf toch een zin moet verlenen.

    Als de winter voorbij is is een subtiel boek, ingetogen geschreven, dat echter (misschien daardoor) geen blijvende impressie achterlaat. Daarvoor zijn de mijmeringen niet pregnant genoeg hoewel de thematiek interessant is en de sfeer je doet verlangen naar meer van dergelijke geschriften. Omdat het boek dit verlangen oproept, gecombineerd met verdrietige mijmeringen is er misschien toch sprake van nostalgie, in weerwil van de visie van het hoofdpersonage.

     

  • Moord op een cliniclown

    Sinds enige weken ligt het boek in de winkel en ik heb het boek al aan veel mensen aangeraden: Visser van Rob van Essen. De roman is jaloersmakend goed geschreven; het verhaal is humoristisch en ontroerend tegelijk.
    De hoofdpersoon Jacob Visser is een geschiedenisleraar in een op Zwolle lijkende plaats. Hij maakt op school een ongelukkige opmerking over het leven in de kampen tijdens de oorlog die erop neerkomt dat je, als je dan toch in een kamp zit, beter kampbewaarder kunt zijn dan slachtoffer. Dat gegeven zet een maalstroom aan gebeurtenissen in gang. Hij wordt vrijwel direct geschorst. Enkele jongeren zien Visser opeens als het ideale rechtse boegbeeld. Er komt zelfs een Visserjeugd.
    Daarnaast speelt het normale gezinsleven van Visser die in een wat deprimerend huwelijk zit. Een dochter van hem staat op het punt te trouwen. Een andere dochter is jaren geleden op jonge leeftijd overleden. Visser staat er alleen voor in dit boek. De vrienden die hij had, is hij in de loop der jaren kwijtgeraakt. De nieuwe ‘vrienden’ die hij krijgt dankzij zijn domme opmerkingen die in de regionale krant zijn gekomen, zijn niet helemaal de juiste types.
    Het knappe van dit boek is dat de hoofdpersoon in feite erg weinig doet en erg weinig zegt. De dingen overkomen hem. Eigenschappen, drijfveren en opvattingen worden hem door anderen opgedrongen: zelf neemt hij nauwelijks initiatief. Hij raakt het hele boek door verzeild in situaties waardoor het van kwaad tot erger wordt, maar de sympathie van de lezer (althans deze lezer) blijft bij de hoofdpersoon omdat de ander continu botter en dommer is.
    Het knappe van dit boek is dat het Van Essen lukt om je binnen een hoofdstuk te ontroeren door de beschrijving van een doodziek jongetje dat Visser tegenkomt in het ziekenhuis en bij wie hij aan bed gaat zitten én je daarna te laten lachen in een slapstickachtige scène waarin cliniclown in elkaar wordt geslagen en je daarna weer weet te ontroeren. Het gebeurt in nog geen tien bladzijden en het zijn tot nu toe de mooiste bladzijden die ik dit jaar heb gelezen. En zo zijn er veel scènes te noemen die door de rare mengeling van ironie en treurigheid een volstrekt unieke leeservaring creëren. Visser is een prachtige roman.

    Coen Peppelenbos

    Rob van Essen ? Visser. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 189 blz. €15,50