• Alle vogels kunnen maar niet de kraai of de specht

    Alle vogels kunnen maar niet de kraai of de specht

    A.H.J. Dautzenberg is sinds augustus van dit jaar de negende stadsdichter van Tilburg. Hij heeft zich tot taak gesteld om in die functie binnen twee jaar 24 gedichten te schrijven, een per maand. Kunstenaars die ook betrokken zijn bij Tilburg zullen deze gedichten omzetten naar andere disciplines in de kunst, bijvoorbeeld een lied, een film, een dansvoorstelling of een animatie. Hiermee geeft Dautzenberg al aan dat een gedicht niet op zichzelf staat, maar raakvlakken heeft met andere kunstuitingen. Op de website ‘De Tao van de T’ waarop al deze kunstvormen die zijn gedichten tot uitdrukking brengen, geplaatst zullen worden, heeft hij het motto van de experimentele dichter Antony Kok (1882-1969), medeoprichter van De Stijl, als leidraad genomen: ‘Het woord is machteloos. Wij willen met alle middelen die ons ten dienste staan: syntaxis, prosodie, typografie, arithmetica, orthografie, het woord een nieuwe betekenis en een nieuwe uitdrukkingskracht geven.’

    Omgevingsgeluiden

    De bundel Niet het krassen van de kraai volgt dit motto: het zijn experimentele gedichten, bestaande uit een verzameling letters die klanken moeten verbeelden. Termen als typografische gedichten, concrete poëzie, beeldpoëzie en visuele poëzie dienen zich daarbij  aan. In een nawoord geeft de dichter uitleg: hij lijdt al enige jaren aan tinnitus, het waarnemen van een piep, brom, fluit, suis of ander geluid in het hoofd of in de oren zonder dat er een externe geluidsbron aanwezig is. Dit kan zulke vreselijke vormen aannemen, dat Dautzenberg spreekt van ‘auditieve kanker’. Met omgevingsgeluiden probeert hij de tinnitus te dempen, maar als dat niet meer lukt, probeert hij het lawaai in zijn hoofd te sturen door zich in te beelden dat een roodborstje zingt, in de hoop dat de tinnitus het ritme en de melodie oppakt. Een andere vogel is ook goed, maar niet de kraai of de specht, omdat de geluiden die zij maken te veel lijken op die van de tinnitus.

    Inspiratiebron Hanlo

    Als sleutelgedicht voor deze ‘tinnitusgedichten’ heeft Dautzenberg gekozen voor het bekende Turdus viscivorus van Jan Hanlo, waarin de dichter een lied fluit dat hij probeert te laten lijken op de zang van de grote lijster. Maar niet alleen dit gedicht van Hanlo is toepasselijk: ook Oote oote boe en vooral De mus lijken een inspiratiebron te hebben gevormd.

    De eerste afdeling van de bundel bestaat op de eerste bladzijde uit 15 regels alleen de letter u: op de daaropvolgende pagina’s schuift in de middelste regel de u steeds een aantal plaatsen naar rechts op, totdat zes verzen later de regel geheel verdwenen is, om dan tenslotte de opgeschoven u te laten uitwaaieren in een wolk van combinaties van letters.

    Uitlopende klanken

    De tweede afdeling toont in het eerste gedicht de letters e, j en i in een grillig patroon van stijgen en dalen, als een grafiek die aangeeft hoe de klanken verlopen. De sterkte zwelt aan en neemt af in een onregelmatig ritme. Het ziet er grappig uit en irritant tegelijk, maar geeft wel een idee van wat er zich afspeelt in het hoofd van de dichter. Als dit in klank wordt omgezet, zou het een mens tot waanzin drijven.

    De klanken en losse letters kronkelen over de rechterpagina ( de linker pagina is consequent leeg gelaten) en trekken een spoor zonder een aanwijsbaar voorgenomen plan.

    De tweede en derde afdeling van de bundel zien er speels uit: de dichter wisselt vormen en klanken af en rangschikt de geluiden op verschillende manieren, die een beschrijving ervan moeilijk maken.

    In de vierde afdeling is het alleen de lettercombinatie ng die hardnekkig aanwezig is in negen gedichten, maar die uiteindelijk toch vervaagt, net als de terugkerende u in de vijfde en laatste afdeling.

    Wie bepaalt wat poëzie is

    Het is gemakkelijk om deze bundel af te serveren als een grap. Maar er is veel aandacht besteed aan de uiterlijke vormgeving; de bundel is bovendien verschenen in een beperkte oplage van vijfhonderd exemplaren, genummerd en gesigneerd door de auteur. Als het alleen om een lachertje te doen was, zou dat al te veel eer zijn. Weliswaar is de dichter provocerend te werk gegaan, met bravoure en ironie, maar tegelijkertijd werpt hij opnieuw de aloude vraag op wat poëzie precies inhoudt en hoe een definitie vastgesteld zou moeten worden. En vooral: wie dat bepaalt.

    Invoelbaar en geloofwaardig

    Dautzenberg houdt zich in deze bundel strikt aan zijn eigen poëtica: hij toont in de gedichten de machteloosheid van het woord als het er om gaat om weer te geven hoe een lijder aan tinnitus zich voelt. Of hij daarin geslaagd is, valt moeilijk te beoordelen. Maar wie zich probeert voor te stellen hoe de gedichten zouden klinken en daarbij toonhoogte en volume stelselmatig afwisselt tijdens het hardop lezen, komt waarschijnlijk dichter bij de ervaring van lijders aan tinnitus dan op welke andere manier dan ook. De website Medisch Contact besteedde in ieder geval aandacht aan de bundel.

    Nog mooier zou het zijn als de dichter zelf een voordracht zou geven en zijn gedichten zou verklanken zoals hij ze hoort in zijn hoofd. Dan zou hij niet alleen beantwoorden aan de vermenging van kunsten, zoals hij die zelf voorstaat, maar bovendien krijgt de lezer dan een expressieve interpretatie van de gedichten uit de eerste hand, zoals hij die zelf nooit had kunnen bedenken.

     

  • Oogst week 37

    Flessenpost uit Reykjavik

    Drie Nederlandse auteurs in de oogst van deze week, een schelmenroman, een reflectie op een leven als immigrant in IJsland en een poëziebundel, ontstaan in de strijd tegen tinnitus.

    Laura Broekhuysen (1983) studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam, maar met schrijven was ze er al vroeg bij. In de laatste jaren van haar VWO opleiding schreef ze een jeugdboek Zand erover (Lemniscaat 2002). In 2014 verhuisde ze met man en kind naar IJsland waar ze het schrijven weer oppakte. Flessenpost uit Reykjavik is haar vierde boek, een reflectie op haar immigrant zijn, haar drietalige huishouden, op het pendelen tussen fjord en stad – en op het achtergelaten Nederland, dat naarmate de tijd verstrijkt steeds meer op een verhaal gaat lijken en IJsland de enige realiteit is want, ‘Het lastigste van IJsland is dat je er niet meer weg wilt als je er eenmaal woont,’schrijft ze in haar boek. Binnenkort de recensie!

    Flessenpost uit Reykjavik
    Auteur: Laura Broekhuysen
    Uitgeverij: Querido

    De heilige

    Twaalf jaar geleden was Martin Michael Driessen (1954) nog regisseur, dertig jaar werkte hij voor Duitse theaters en regisseerde vele toneel- en operavoorstellingen. Toen koos hij ervoor zich te settelen in Nederland, voor het isolement van Puttershoek om zich meer (in 1999 verscheen zijn eerste roman Gars al) op het schrijven te gaan richten. De heilige is zijn achtste roman en draagt als ondertitel Een schelmenroman.

    Over Donatien, geboren in het jaar van de Franse Revolutie en de verteller van deze roman. Hij leeft in de tijd van Victor Hugo, die hij ook ontmoet. Hij helpt bij het opstellen van de Schaal van Beaufort en rondt Kaap Hoorn tijdens een krankzinnige expeditie. Als struikrover maakt hij de Vogezen onveilig en wordt aanbeden door mannen en vrouwen
    Zijn persoonlijkheid is net zo veranderlijk als zijn moralistische instelling. Dan weer heet hij Donatien, dan weer Donatienne, en ten slotte Dieudonné. Uiteindelijk zal hij de geschiedenis ingaan als de heilige Dieudonné van Metz.

     

    De heilige
    Auteur: Martin Michael Driessen
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Niet het krassen van de kraai

    A.H.J. Dautzenberg lijdt aan tinnitus en noemt dit zelf: auditieve kanker. Meestal kan hij het kabaal in zijn kop redelijk verdragen, maar soms wordt hij nagenoeg gek van de nucleaire ruisgeluiden. Het is een steeds weer zoeken naar een manier om hiermee om te kunnen gaan. Tijdens een snorkelvakantie op het stille eiland Gozo kreeg hij echter een lumineus idee. ‘Wanneer ik weer eens opgesloten zit in een knipperende tl-lamp, een slijpende tandartsboor of een piepende remschijf probeer ik het atonale lawaai enige lyriek en schwung mee te geven, een cantabile melodie.’
    Dautzenberg keerde van het eiland terug met een bundel tinnitusgedichten. Waarmee hij zijn binnenwereld een beetje bewoonbaar houdt. Een bespreking van deze bundel is binnenkort te verwachten.

     

    Niet het krassen van de kraai
    Auteur: A.H.J. Dautzenberg
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim