• ‘Rot op met je canon’

    ‘Rot op met je canon’

    In 1947 werd de Nieuw-Zeelandse schrijfster Janet Frame als schizofreen gediagnosticeerd. Ze zat acht jaar in een psychiatrische inrichting en kreeg daar meer dan 200 electroshockbehandelingen. In 1952 werd ze ternauwernood gered van een lobotomie en ontslagen uit de inrichting nadat een leidinggevende had gelezen dat haar een literaire prijs was toegekend. Frame was niet schizofreen.
    Dit voorval wordt door de Amerikaanse schrijfster Kate Zambreno aangehaald in haar al in 2013 verschenen maar nu pas in het Nederlands vertaalde Heldinnen. Daarin wordt deze episode over Frame verteld naar aanleiding van het tragische leven van Vivien (Viv) Eliot, de vrouw van T.S. (Tom) Eliot, die wellicht een schrijver had kunnen worden als zij niet zo (onder andere door Tom) vernederd was.

    Wat Janet Frame overkwam doet verder sterk denken aan de Amerikaanse actrice Frances Farmer over wie Zambreno eveneens schrijft. Farmer werd in 1943 gearresteerd vanwege de weigering een verkeersboete te betalen. De eigenzinnige vrouw werd daarop gediagnosticeerd als psychotisch en schizofreen. Ook zij kreeg shocktherapie. Na een jaar werd ze genezen verklaard.

    Gekke echtgenotes

    Kate Zambreno is geobsedeerd door het verschijnsel dat zelfbewuste vrouwen in de kunst- en literaire wereld zoals Frame en Farmer werden gemarginaliseerd en zelfs weggezet als hysterisch of anderszins gepathologiseerd, vooral als ze de vrouw-van zijn.  Dat overkwam niet alleen de al genoemde Viv Eliot, maar ook bijvoorbeeld Jane, vrouw van Paul Bowles, Zelda, vrouw van Scott Fitzgerald, Jean Rhys (pseudoniem van Ella Rees Williams), Djuna Barnes en anderen: ‘Ik raakte in de ban van de gekke echtgenotes, mijn eeuwige referentiepunt’ schrijft Zambreno. Haar [ze beschouwt zich als non-binair, maar in navolging van Basje Boer in het Voorwoord bij de vertaling van Heldinnen worden hierna de vrouwelijke voornaamwoorden gebruikt] onderzoek dat uiteindelijk zal resulteren in Heldinnen noemt ze een ‘boek van schaduwgeschiedenissen’.

    Voor Zambreno lagen de vragen die die levens opriepen dicht bij haar eigen werkelijkheid. Ze is getrouwd met kunstenaar John Vincler en voelde zich vaak de vrouw-van die steeds haar man volgde (hij verhuisde in verband met zijn carrière vaak en was het meest bepalend voor de agenda van het gezin) en ondertussen met veel strijd haar eigen onafhankelijke leven wilde leven. Haar eigen biografie verweeft ze met wat haar onderdompeling in al die vrouwenverhalen te zeggen heeft.

    Sudderen

    Zambreno’s onderzoek kreeg een extra stimulans toen ze in 2009 een blog startte onder een titel die verwees naar de genoemde actrice: Frances Farmer is My Sister. Het werd een platform waarop veel vrouwen hun kennis en ervaring deelden. Van alles wat daar beschreven werd en wat ze zelf analyseerde uit lezen en herlezen van literatuur maakte ze een synthese, ‘een soort langdurig laten sudderen van een groot aantal elementen’. Dat sudderen is duidelijk niet zonder emotie gegaan; je voelt vaak de kwaadheid die regelmatig bij haar op kwam. Heldinnen ademt verontwaardiging over al het onrecht dat ambitieuze vrouwen is aangedaan. Ze wil dat dat verandert en spoort vrouwen aan zich niet te laten wegzetten: ‘Het is cruciaal dat wij onszelf (…) weten te overtuigen van onze uiteindelijke genialiteit’ en: ‘Rot op met je canon. Rot op met al die grote jongens met hun belangrijke boeken’.

    Witregels

    Zambreno beheerst haar materiaal tot in haar vezels. Haar kennis strekt zich uit tot de kleinste details. Dat maakt lezing van Heldinnen niet altijd gemakkelijk. Het is een stortvloed van informatie, die iets weg heeft van een omgevallen archiefkast. De pagina’s lijken achtereen volgeplakt met snippers van aantekeningen, gevonden citaten, fragmenten en associatieve zijsporen. Ondanks een indeling in hoofdstukken lijkt er niet veel ordening in te zitten. Ze herhaalt zich vaak en strooit met losse gedachten tussen teksten door. Ze gebruikt werkwoordloze zinnen, als een soort verzuchtingen, met veel witregels en springt van de hak op de tak. Een voorbeeld ter verduidelijking is het volgende over Vivien Eliot (die ook bevriend was met Bertrand Russell):

    ‘(witregel)
    Ik voel me geroepen op te treden als de literaire executeur van de doden en de uitgewisten. Het is mijn verantwoordelijkheid te waken over hun nalatenschap.
    (witregel)
    In 1947 overleed Viv op achtenvijftigjarige leeftijd. De doodsoorzaak op haar overlijdensakte luidt ‘hartaanval’. Mogelijk door medische nalatigheid of een overdosis. In haar grafsteen is de verkeerde datum gebeiteld. Het jaar erop won haar man de Nobelprijs. (En vervolgens Bertrand Russell twee jaar later – is er voor of na haar ooit iemand geweest die het bed heeft gedeeld met twee winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur?)
    (witregel)
    Een doorhaling.  De regel ‘Voor mijn vrouw’ verdween uit zijn gedicht ‘Aswoensdag’. Bertrand Russell schreef haar uit zijn memoires.
    (witregel)’

    Toch zou het jammer zijn om Heldinnen om die reden terzijde te leggen. Zambreno doet iets belangrijks. Ze leert vrouwen-van autonoom te zijn en hun echtgenoten eventuele superioriteitsgevoelens ter discussie te stellen.

  • Oogst week 44 – 2025

    De Burgess-broers

    De Amerikaanse Elizabeth Strout, onder andere bekend van Olive Kitteridge waarmee ze de Pulitzerprijs won en waarvan HBO een miniserie maakte, schrijft beeldend en met veel sfeer en oog voor detail. Van de Nederlandstalige Lucy Barton-­serie zijn er inmiddels meer dan 25.000 exemplaren verkocht. Deel zes, De Burgess-broers, het ontbrekende puzzelstuk in de serie, is nu ook verschenen.

    Jim en Bob Burgess zijn na het bizarre ongeluk waarbij hun vader omkwam uit hun geboorteplaats Shirley Falls in Maine naar New York City verhuisd. Jim, de elegante, succesvolle bedrijfsadvocaat, kleineerde als sinds hun jeugd zijn goedhartige broer, Bob. Hij is een advocaat bij de rechtsbijstand. Bob idealiseert Jim en heeft zich bij zijn underdog rol neergelegd er is een zekere dynamiek in hun relatie ontstaan. Totdat deze wordt verstoord door hun zus, Susan. Susan’s tienerzoon, Zach, is in de problemen gekomen, hij heeft een aanslag in een moskee gepleegd. Susan roept haar broers naar huis, ze heeft hun hulp hard nodig. De gebroeders Burgess keren eensgezind terug naar hun geboorteplaats waar ze geconfronteerd worden met de onderhuidse spanningen, die in hun jeugd ontstonden.  De schaduwen hangen er nog, de oude controverses komen aan de oppervlakte en zal hen voorgoed veranderen.

     

    De Burgess-broers
    Auteur: Elizabeth Strout
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Een verdwaalde zomerdag

    Een verdwaalde zomerdag is een verhaal over trauma’s die generaties lang doorwerken. Camille bezoekt jaarlijks het graf van haar moeder, de beroemde Zuid-Afrikaanse dichteres Astrid Viljoen. In 1965 liep zij, 31 jaar oud, op een winterochtend de zee in. Camille is ook 31 en voelt de aanwezigheid van haar moeder sterker dan ooit. Ze wil weten wie ze was en wie ze zelf is geworden.

    Tegen de achtergrond van een veranderend land met apartheid en verzet, groeide Astrid op in een wereld van regels en rituelen. Terwijl haar leven en het land veranderden en de spanningen toenamen, zocht Astrid houvast in de taal. Ze werd schrijver, trouwde en werd moeder. Toch raakte ze steeds verder verstrikt in verlies, ze hunkerde naar vrijheid en dat in een door onrust verdeeld land. Een verdwaalde zomerdag is losjes gebaseerd op het leven van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker (1933 – 1965).

    Janneke Lidewij Siebelink (1974) groeide op in een schrijversgezin als dochter van Jan Siebelink. Ze schreef familiegeschiedenissen, werkte bij verschillende uitgevers. Ze organiseerde en presenteerde lezingen en events zoals het Kinderenboekenweekfeest. In 2022 debuteerde ze met Soms sneeuwt het in april. Een jaar later verscheen December slaan we even over, verhalen van mensen in hun laatste levensfase in een hospice.

    Een verdwaalde zomerdag
    Auteur: Janneke Siebelink
    Uitgeverij: Ambo Anthos

    Heldinnen

    In december 2009 begon Kate Zambreno, Amerikaanse novelist, essayist en literatuurcriticus,  een blog met de naam Frances Farmer is My Sister.  De blog groeide uit tot een onlinegemeenschap met o.a. feministen die de verstikkende patriarchale kijk op het kunstenaarschap bespraken. In 2013 verscheen het boek Heroines, dat nu pas in het Nederlands is vertaald. In Heldinnen wordt aangetoond hoe vrouwen hebben bijgedragen aan het werk van hun man maar daar nooit voor werden erkend.

    Vivienne Eliot, Jane Bowles, Jean Rhys en Zelda Fitzgerald, om er een paar te noemen, waren vrouwen van beroemde schrijvers, ze waren hun muzen. Dat ze zelf ook schreven deed er nauwelijks toe; hun bijdragen aan het werk van hun echtgenoten werd niet genoemd. Erger nog, niet zelden werden ze ondergebracht in psychiatrische instellingen.

    In Heldinnen schrijft Zambreno essay-achtig de ‘schaduwgeschiedenissen’ van deze vergeten vouwen en signaleert ze hoe de geschiedenis de vrouwelijke ervaring consequent als minderwaardig wegzet. Zambreno gebruikt haar eigen leven met John, een academicus die dikwijls van universiteit wisselt, zodat ze vaak verhuizen. Net zoals de ‘vrouwen-van’ voelt Zambreno zich ook een aanhangsel, al heeft ze wel tijd om te schrijven

    Heldinnen
    Auteur: Kate Zambreno
    Uitgeverij: Koppernik
  • Oogst week 42 – 2025

    Tussen heden en morgen

    In Tussen heden en morgen van Jenny Erpenbeck lijkt dezelfde joodse vrouw steeds opnieuw te sterven. Stierf ze als baby, aan het begin van de twintigste eeuw, in het stadje Brody? Of in Wenen, vlak na de Eerste Wereldoorlog? Erpenbeck vertelt het verhaal van deze vrouw steeds opnieuw en steeds met een ander dodelijk einde om de lezer zo mee te nemen in de geschiedenis van de hele twintigste eeuw.

    Jenny Erpenbeck (1967) is een Duitse schrijver en opera regisseur. Ze is geboren in Oost-Berlijn en studeerde theater van 1988 tot 1990 theater aan de Humboldt Universiteit van Berlijn. Vanaf 1990 studeerde ze voor Muziektheater regisseur aan het Hanns Eisler Muziek Conservatorium, een studie die ze in 1994 afrondde. Erpenbeck schreef romans, novelles, korte verhalen, essays en toneelstukken en won meerdere prijzen, waaronder in 2024 de Internationale Booker Prijs voor haar roman Kairos.

    Tussen heden en morgen
    Auteur: Jenny Erpenbeck
    Uitgeverij: De Geus

    Heldingen

    Heldinnen van Kate Zambreno komt voort uit hun blog genaamd Frances Farmer is My Sister en de anti-patriarchale onlinegemeenschap die zich daaromheen vormde. Zambreno onderzocht modernistische schrijfsters als Vivienne Eliot, Jane Bowles, Jean Rhys en Zelda Fitzgerald op een radicaal nieuwe manier. Deze vrouwen waren meer dan alleen muzen voor mannelijke schrijvers, maar hun eigen werk en de bijdragen aan het werk van hun echtgenoten werden verdoezeld en vergeten. Een deel van hen werd opgesloten in psychiatrische instellingen. Heldinnen is een literair manifest dat aan de kaak stelt hoe de vrouwelijke ervaring als minderwaardig wordt weggezet en de woede daarover in banen leidt om ons zo alsnog te bevrijden van het patriarchale keurslijf.

    Kate Zambreno (1977) is een Amerikaanse schrijver van romans, essays en kritieken en professor aan de Colombia Universiteit en het Sarah Lawrence College, waar hen schrijven onderwijst. Zambreno studeerde journalistiek aan de Northwestern Universiteit en performance theory aan de Universiteit van Chigaco. Hen publiceerde meerdere boeken, waarvan Heldinnen de meest recente is.

    Heldingen
    Auteur: Kate Zambreno
    Uitgeverij: Koppernik

    Het gezoem van bijna alles

    Een bankje begroeid met mimosa. In Het gezoem van bijna alles van Coco Schrijber is het bijna alsof Cato er al negen jaar zit, bevroren sinds haar jongetjes door een koelkast werden verpletterd. De zuidwestenwind blaast tranen in haar glazen oog. Waarom komt ze nu toch in beweging? Heeft het te maken met de plotselinge dood van haar buurvrouw of met de wijn die ze heel de dag drinkt? Misschien komt het door het gezoem van alles bij elkaar. Ze schrijft een paar zinnen waardoor alles weer in beweging komt.

    Coco Schrijber (1961) is een Nederlandse schrijver en filmregisseur van documentaires. Ze studeerde aan de Rietveldacademie. Met haar documentaire over verveling, Bloody Mondays & Strawberry Pies, won ze meerdere prijzen waaronder in 2008 het Gouden Kalf. Ook was deze film de Nederlandse inzending voor de Oscars. Schrijber werd drie keer genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs klein en schreef drie boeken. In 2016 interviewde Literair Nederland haar over haar boek De luchtvegers.

    Het gezoem van bijna alles
    Auteur: Coco Schrijber
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 9 – 2025

    Oogst week 9 – 2025

    Vier de teugels

    Vier de teugels van de Amerikaanse schrijfster Kathryn Scanlan (1980) toont indringend hoe het er achter de schermen van paardenraces aan toe gaat. De zestigjarige paardentrainster Sonia die het verhaal vertelt, houdt onvoorwaardelijk van paarden, en die liefde gaat ver. De elitaire races zijn vooral evenementen met een schone schijn. Daarachter heerst de wereld van het geld. Paardeneigenaren in dure kleding met dure drankjes en hapjes zien in paarden alleen economische waarde. Liefde of zorg voor het dier zijn afwezig. Paarden bezwijken op de baan, ze bloeden uit hun longen tijdens de races en stikken soms in hun bloed. Ze worden gebruikt om geld mee te verdienen.

    Sonia’s leven staat in het teken van alledaagse situaties naast de buitengewone belevenissen op het werk. Twaalf uur werken is geen uitzondering, eerder zijn het er zestien. De paardentrainster weet alles van voeding, verzorging, de fokkerij en het paardenlijf. Aan de uitwerpselen kan ze zien hoe het met het paard gaat. Haar liefde voor deze dieren gaat ver. Ze heeft bewust gekozen voor dit leven en offert het op voor de paarden.
    In korte zinnen en hoofdstukken laat Scanlan Sonia haar verhaal vertellen. Zij hield daarvoor interviews met haar en bewerkte deze tot dit boek.

    Vier de teugels
    Auteur: Kathryn Scanlan
    Uitgeverij: Van Oorschot 2024

    Het persoonlijke is politiek

    Het persoonlijke is politiek van Hedy d’Ancona (1937) is een heruitgave van 2003, met een nieuw voorwoord. D’Ancona staat vooral bekend als oud-PvdA-politicus en feministe. Ze is ook socioloog en sociaal geografe. Ze deed universitair- en beleidsonderzoek, werkte bij de Vara, richtte de feministische organisatie Man-Vrouw-Maatschappij op en was medeoprichter en hoofdredactrice van Opzij. Ze zat in de Eerste Kamer, was staatssecretaris emancipatie en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur, en bracht enkele jaren door in het Europees Parlement. De onderwerpen van deze scherpzinnige vrouw zijn vrouwenrechten, seksisme, strijd tegen seksueel geweld, het recht op zelfbeschikking en op een waardig levenseinde.

    In het boek vertelt ze over haar eigen ontwikkeling en die van de vrouwenbeweging, richting politiek. Iemands geschiedenis kan doorslaggevend zijn voor diens politieke ideeën, zegt D’Ancona. Haar ouders maakten een dramatische geschiedenis mee in de Tweede Wereldoorlog waardoor ook hun dochter getekend werd. Het tastte D’Ancona’s gevoel voor humor niet aan en ook haar haast stoïcijnse levenshouding is terug te vinden in Het persoonlijke is politiek. In 2022 is een documentaire over D’Ancona gemaakt met dezelfde titel.

     

    Het persoonlijke is politiek
    Auteur: Hedy d'Ancona
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar 2025

    Damian

    De hoofdpersoon Damian in Damian van Edzard Mik is jongerenwerker bij het jeugdhonk Viooltjesplein. Als hulpverlener gewend te helpen laat hij zijn moeder binnen die door zijn zus Tess na een app van haar wordt afgeleverd. Zelf moet ze voor haar werk weer eens naar het buitenland en moeder zou dementerend zijn en een gevaar voor zichzelf. Damian had nog teruggebeld om nee te zeggen, maar Tess nam niet meer op, stond korte tijd later al met moeder voor de deur.

    Zijn moeder bekritiseert hem aan een stuk door, vindt Damians werk ver beneden zijn niveau. ‘Ze zag aan hem hoe hij erdoor was veranderd, er was iets onbehouwens in zijn manier van bewegen geslopen, iets vulgairs, alsof het hem niet meer uitmaakte wat hij deed en hoe hij zich aan anderen presenteerde,’. Ze ziet zijn werk en gedrag ook nog als verzet tegen haar, het slachtoffer van haar kinderen die ‘blij zullen zijn’ als ze in haar kist ligt. Van zijn broer Tom, ploeterend kunstenaar, hoeft Damian ook niets te verwachten.

    Hij zit klem tussen zijn dominante en manipulatieve moeder, zijn broer en zus en zijn half criminele cliënten. Zijn relatie met vriendin Bianca, die ook tegen moeders komst was, wordt er niet beter op. Damian vraagt zich af waarom hij zo meegaand is, hoe altruïstisch iemand kan zijn. Wat betekent dat goeddoen eigenlijk?

    Damian
    Auteur: Edzard Mik
    Uitgeverij: Querido 2025
  • Oogst week 39 – 2023

    Het lange antwoord

    Het lange antwoord is de debuutroman over de vele vormen van moederschap van Anna Hogeland. Alle aspecten komen voorbij: zwangerschappen, miskramen, bevalling, complicaties bij de bevalling, doodgeboren kinderen, abortus, eiceldonatie, ivf-behandelingen, onvruchtbaarheid enzovoort. Centraal in de roman staan de twee zussen Margot en Anna. De roman begint met een telefoongesprek tussen de twee dat al meteen duidelijk maakt dat er een zekere afstandelijkheid is tussen hen. Anna, die in verwachting is van haar eerste kind hoort via de telefoon van Margot (die al een zoontje heeft en voor de tweede keer in verwachting was) dat ze een miskraam heeft gehad. ‘We hoefden er verder geen woorden aan vuil te maken, zei ze, ze wilde gewoon liever dat ik het van haar hoorde dan van onze moeder. En ze wilde dat ik me vrij bleef voelen om tegenover haar over mijn zwangerschap te praten – toen ze belde zat ik op negen weken (…) Daarna wist ik niet zo goed of ik haar nog eens moest bellen, of ze het nog verder over haar miskraam wilde hebben, ook al beweerde ze van niet. Eigenlijk was ik verbaasd dat ze het me überhaupt had verteld. We waren nooit het type zussen geweest dat hun diepste geheimen met elkaar deelt en aangezien ik altijd het gevoel had dat die dynamiek bewuster van haar kwam dan van mij deed ik mijn best om dat te respecteren’.
    Die afstandelijkheid verandert als zij in een later gesprek komen op Elizabeth, wier verhaal het onderwerp van het eerste hoofdstuk vormt.

    Het lange antwoord
    Auteur: Anna Hogeland
    Uitgeverij: De Geus

    Moedermelk

    Nora Ikstena (1969) is een Letse schrijver, die studeerde in Engeland en Amerika, maar werkzaam is in haar geboorteland. Ze heeft al een twintigtal boeken op haar naam staan, maar Moedermelk is het eerste van haar dat we nu ook in het Nederlands kunnen lezen. Het verhaal gaat over drie generaties vrouwen die op verschillende manieren te maken hebben met de Sovjetonderdrukking. Globaal bestrijkt de roman de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van de Muur, de tijd dus dat Letland deel was van de Sovjet-Unie. Vertellers zijn afwisselend een moeder en haar dochter. De moeder is arts. Haar carrière wordt gesmoord als ze het opneemt voor een vrouw die door haar echtgenoot wordt mishandeld. Ze weigert haar dochter haar moedermelk te geven omdat die (door haar verbitterdheid over de Russische onderdrukking) doordrenkt is van onderdrukking. Daartegen wil ze haar dochter beschermen, die later een afkeer ontwikkelt van de melk die de kinderen op school gedwongen moeten drinken. Toch is er hoop via de derde vrouw in de roman, de grootmoeder van de dochter, wier optimisme het niet-onderdrukte Letland vertegenwoordigt.

    Moedermelk
    Auteur: Nora Ikstena
    Uitgeverij: Koppernik

    Teer

    Hoofdpersonages in Teer van Toni Morrison zijn het verliefde zwarte stel Jadine en Son. Ze komen beiden uit totaal verschillende werelden. Jadine is een beeldschoon fotomodel, ze heeft gestudeerd aan de Sorbonne en wordt financieel gesteund door een rijke familie. Son is een voortvluchtige man  man, die zijn vrouw heeft vermoord. ‘Teer’ uit de titel verwijst naar een benaming (‘Tar baby’) die blanken volgens Morrison vroeger gaven aan zwarte meisjes. Son vertelt Jadine het mythische verhaal van de teerpop. Omdat teer in de geschiedenis werd gebruikt om materialen aan elkaar te hechten, zoals het biezen mandje van Mozes, staat het beeld van de teerpop voor de zwarte vrouw die dingen bij elkaar weet te houden. In het Nawoord bij de roman van Neske Beks lezen we meer over: ‘Handig is te weten dat dit een Afro-Amerikaanse mythe [over Broer Konijn, Broer Vos en de teerpop] is die oorspronkelijk door totslaafgemaakten werd verteld’. Morrsison zei erover: ‘In het boek (…) gebruik ik dat oude verhaal omdat het, ondanks het grappige, vrolijke einde, mij vroeger bang maakte. In het verhaal komt een teerpop voor voor die door een witte man wordt gebruikt om een konijn te vangen’.
    Het uit 1981 stammende Teer van Toni Morrison is nu verschenen in de statige Perpetuareeks van Athenaeum.

    Teer
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 37 – 2022

    Waar de wolf loert

    Hoe is het om je niet thuis te voelen op de plek waar je woont? Dit is het thema in Waar de wolf loert van Ayelet Gundar-Goshen. Een serieus thema en Gundar-Goshen heeft er een geraffineerd verhaal over geschreven.

    Op een dag zakt een islamitische klasgenoot Adam op een feestje dood in elkaar. Zijn moeder ruikt gevaar, maar weet niet van welke kant het komt. En dan is het er weer, het gevoel een buitenstaander te zijn. Hoe meer ze over de dood van de klasgenoot te weten komt, des te groter wordt haar ongemak. Adam blijft opvallend zwijgzaam en blijkt meer te weten dan hij toegeeft.

    Over haar boek Leugenaar schreef Marjolijn van de Gender op Literair Nederland: ‘Door de perfecte balans in de verteltoon en de goed uitgewerkte, meeslepende personages is het onmogelijk dit boek weg te leggen.’

    Ayelet Gundar-Goshen (Tel Aviv, 1982) is psychologe en scriptschrijver. Zij ontving voor haar boek Eén nacht, Markovitsj de Sapirprijs voor het beste Israëlische romandebuut. Ook haar tweede boek Leeuwen wekken (2018) was een (internationaal) succes.

    Op 1 oktober gaat Inge Schilperoord bij ILFU Exploring Stories met Gundar-Goshen in gesprek in TivoliVredenburg, Utrecht.

    Waar de wolf loert
    Auteur: Ayelet Gundar-Goshen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2022)

    De laatste witte man

    ‘Toen Anders, een witte man, op een ochtend ontwaakte, ontdekte hij dat zijn kleur was veranderd in een donker en onmisbaar bruin.’

    Dit is de eerste, intrigerende zin van De laatste witte man van Mohsin Hamid.
    Het blijkt dat er elders in het land meer mensen zijn die verkleuren. Schaamte, ongeloof, angst en woede. Emoties die Anders zelf ervaart of waar hij mee geconfronteerd wordt nu hij in zijn nieuwe vel zit.
    Hij voelt zich nog dezelfde man als eerst, maar anderen zien hem niet meer zo. Wat ervaar je dan?

    Op de flaptekst staat: ‘In De laatste witte man zet Mohsin Hamid al onze obsessies en halve waarheden op hun kop om een beeld te schetsen van een toekomst waarin we meer met elkaar gemeen hebben dan we nu denken.’

    Mohsin Hamid is een van oorsprong Pakistaanse schrijver die in de Verenigde Staten studeerde. Hij kreeg o.a. les van Toni Morrison. In 2001 debuteerde hij succesvol met Moth Smoke (finalist voor de PEN / Hemingway Award), dat (nog) niet in het Nederlands werd vertaald. Andere boeken van hem zijn wel in het Nederlands verschenen, bijvoorbeeld De val van een fundamentalist (shortlist Man Booker Prize) en Hoe word je stinkend rijk in het nieuwe Azië. Hamid zou het idee voor De laatste witte man hebben opgedaan na 9/11 toen hij merkte dat zijn medemensen hem anders bekeken en behandelden.

    Mohsin Hamid schrijft, woont en werkt in Londen.

    De laatste witte man
    Auteur: Mohsin Hamid
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2022)

    Recitatief

    Kleur is ook het thema in Recitatief, want veranderen mensen in De laatste witte man van kleur, in dit korte verhaal van Toni Morrison gaat het om twee meisjes die bevriend raken als ze acht jaar zijn en tijdelijk in een opvang voor daklozen wonen. De een is zwart, de ander wit. Ze wonen er maar kort en verliezen elkaar weer uit het oog, maar komen elkaar in het verhaal nog wel een paar keer tegen. Tot zo ver vrij gewoon. Het bijzondere zit hem in de vraag wèlk meisje zwart en wèlk meisje wit is, want dat blijft voor de lezer onduidelijk!

    In haar voorwoord schrijft Zadie Smith dat Morrison Recitatief zelf bedoeld had als ‘een experiment met het weglaten van alle raciale codes in een verhaal over twee personages van verschillend ras, voor wie raciale identiteit van cruciaal belang is.’
    Zadie Smith zegt daarover: ‘Dit verhaal is eerst een puzzel en dan een spel. Morrison noemde Recitatief een “experiment”, en dat is het. Maar het onderwerp van het experiment is de lezer zelf.’

    Het lijkt een fascinerend en zinvol ‘experiment’. Oordeel zelf!

     

     

    Recitatief
    Auteur: Toni Morrisson
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2022)
  • Oogst week 42 – 2020

    De kern van de zaak

    Wat doe je als je – figuurlijk, dan – na een ommetje een heel andere man aantreft dan degene die je thuis achterliet? In De kern van de zaak van de Australische auteur Madeleine St John overkomt het Nicola, die onaangenaam wordt verrast als ze weer thuiskomt nadat ze een pakje sigaretten heeft gekocht. Want: waarom wil haar vriend Jonathan haar opeens niet meer zien en werkt hij haar na zes jaar samen hun woning uit? Waarom werkt wat ze hadden ‘gewoon niet’ meer? Vanaf dat moment is het aan Nicola om het ‘leven na Jonathan’ aan te gaan, en aan Jonathan om in te zien wat hij heeft veroorzaakt.

    Madeleine St John schreef De kern van de zaak (The Essence of the Thing) in 1997. De roman werd genomineerd voor de Man Booker Prize en behaalde de shortlist. Deze vertaling is een postume uitgave: St John overleed in 2007.

    De kern van de zaak
    Auteur: Madeleine St John
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De onafscheidelijken

    Simone de Beauvoirs autobiografische roman De onafscheidelijken (Les inséperables) verscheen niet eerder. Autobiografisch, omdat de vriendschap die in dit boek centraal staat overeenkomsten vertoont met de hechte band van De Beauvoir en haar boezemvriendin, Elisabeth ‘Zaza’ Lacoin; dit jaar pas verschenen (zowel het origineel als in vertaling), omdat het boek bij leven van de auteur als ’te intiem’ bestempeld werd. De Beauvoirs dochter, Sylvie Le Bon-de Beauvoir, vond het manuscript in haar moeders archief en schreef het voorwoord.

    De hoofdpersonen, Andrée (Zaza) en Sylvie (Simone), ontmoeten elkaar op een katholieke meisjesschool in de vroege twintigste eeuw en hun levens raken vrijwel meteen verstrengeld. Hun vriendschap lijkt verder te gaan dan vriendschap alleen, en samen verzetten ze zich tegen het benauwende conservatieve milieu waarin ze zijn opgegroeid. Maar hun vriendschap komt tot een plotseling einde.

    De echte Andrée, Zaza, overleed al op 21-jarige leeftijd aan hersenontsteking. Na haar dood werd De Beauvoir een van de invloedrijkste filosofen van de 20e eeuw, mede dankzij haar baanbrekende magnum opus De tweede sekse (1949) – de feministische thema’s die zij daarin aansnijdt, schemeren in zeker opzicht ook door in De onafscheidelijken, dat De Beauvoir verrassend genoeg pas zes jaar na De tweede sekse schreef.

    De onafscheidelijken
    Auteur: Simone de Beauvoir
    Uitgeverij: Cossee

    Zussen

    Juli en September zijn de zussen uit de gelijknamige titel. Er is ze iets vreselijks overkomen, en hun moeder Sheela neemt ze mee naar een verlaten huis in the middle of nowhere in de hoop dat de zussen ervan opknappen. Met het huis is van alles mis – de unheimische indeling ervan doet denken aan Shirley Jacksons geesteskind Hill House (The Haunting of Hill House), en ook dit huis beweegt en kraakt zonder aanwijsbare (lees: menselijke) oorzaak. En dat is pas het begin. Sheela sluit zichzelf op in een van de kamers, en de narratieven van haar en haar dochters splitsen op, toewerkend naar een ontknoping.

    De Britse Daisy Johnson (1990) behaalde met haar eerste roman, Everything Under, een plek op de shortlist van de Man Booker Prize 2018.

    Zussen
    Auteur: Daisy Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV
  • Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    De Mexicaanse schrijver Valeria Luiselli heeft vanaf haar debuut veel indruk gemaakt als maatschappelijk geëngageerde schrijver. Al haar boeken werden lovend besproken en ze wist in korte tijd een grote schare fans op te bouwen. Ze kwam dan ook in 2017 op de lijst van ‘Bogota 39’ te staan, een lijst waarop de negenendertig meest veelbelovende Latijns Amerikaanse schrijvers van onder de veertig jaar staan vermeld. Een groot deel van haar bevlogenheid kon ze kwijt in haar essay Vertel me het einde (2017), waarin ze het vluchtelingenbeleid van de Amerikaanse regering aan de kaak stelde. Ze schreef over het lot van Centraal-Amerikaanse kinderen die aan de grens met Mexico waren opgepakt en in detentiecentra zaten in afwachting op hun uitzetting. Ze schreef dit boek op basis van haar ervaringen als medewerker van een rechtbank, waarbij ze kinderen van vluchtelingen moest interviewen.

    Elkaar kwijtgeraakt

    In Archief van verloren kinderen heeft ze dezelfde thematiek in romanvorm uitgewerkt. Een jong echtpaar besluit met hun kinderen New York te verlaten om een reis van een paar weken naar het zuidwesten van de Verenigde Staten te maken. Ze hebben elkaar vier jaar eerder leren kennen toen ze beiden betrokken raakten bij een soundscape project, waarbij alle geluiden van New York in kaart werden gebracht. Het echtpaar is daar echter zo intens mee bezig geweest dat ze van elkaar vervreemd zijn geraakt. Valeria Luiselli brengt deze vervreemding op een prachtige manier onder woorden: ‘We waren zo toegewijd aan het verzamelen van intieme momenten met vreemdelingen, we waren zo druk met het aandachtig luisteren naar hun stem dat we er niet bij stilstonden dat er tussen ons tweeën geleidelijk stilte zou ontstaan. We hadden nooit kunnen denken dat we elkaar ooit ergens in de menigte zouden kwijtraken.’

    De hele roman is van deze vervreemding en ontworteling doortrokken. Iedereen is op drift, niemand voelt zich thuis. Het jonge stel heeft tijdens de reis geen gezamenlijk doel voor ogen. De vrouw wil een reportage maken over de kindvluchtelingen die in kampen vlak aan de grens met Mexico zijn ondergebracht. Haar man is op zoek naar het verhaal van de Apachen die in de negentiende eeuw van hun oorspronkelijke gronden zijn weggejaagd en op transport zijn gezet naar een uithoek in Amerika om daar te sterven. Ondertussen drijven ze, ondanks dat ze in dezelfde auto reizen, steeds verder uit elkaar. 

    Fascinerende literaire mix

    Archief van verloren kinderen is een fascinerende literaire mix van roadnovel, ideeënroman en essayistiek. Een boek dat tegelijkertijd tot somberheid en nadenken stemt. De boosheid en verontwaardiging over het lot van de kindvluchtelingen zijn zeer duidelijk in dit boek aanwezig, daarmee toont Luiselli hier ook van haar kwetsbare kant. Op enig moment verzucht de vrouwelijke hoofdpersoon, die overigens veel op Luiselli lijkt: ‘Hoewel een bruikbaar archief van de verloren kinderen in essentie zou moeten bestaan uit een reeks getuigenissen of overleveringen, zodat het hun eigen stem is die hun verhaal vastlegt, heb ik moeite met het idee om die kinderen, hun leven, te gebruiken als materiaal. Waarom? Met welk doel? Zodat anderen hen horen en daar iets bij voelen – medelijden? Woede? En dan? Niemand zal besluiten om niet naar zijn werk te gaan en een hongerstaking in gang te zetten. Iedereen gaat door met het leven van alledag.’

    Toch ziet ze wel degelijk een steeds groter bewustzijn voor de vluchtelingenproblematiek. In een interview met de The Guardian verklaarde ze blij te zijn dat er eindelijk mensen vanuit hun comfortabele stoel aan het ontwaken zijn. Dat er een jonge generatie opstaat die het niet meer accepteert en hun onvrede duidelijk op social media bekend maakt. 

    Perspectiefwisseling

    Halverwege het boek verschuift het vertelperspectief van de moeder naar de zoon, waarmee ook de toon en het karakter van het verhaal verandert. Zolang de moeder aan het woord is, is er veel aandacht voor de manier waarop er verslag wordt gedaan over maatschappelijke misstanden. Er is veel ruimte voor verwijzingen naar literatuur, filosofie en de manier waarop ervaringen en herinneringen gearchiveerd worden. Als de zoon het verhaal overneemt en met zijn zusje wegloopt van de ouders wordt de toon lichtvoetiger en avontuurlijker, maar ook schrijnender. Pas dan blijkt hoeveel de kinderen, doordat alle aandacht van de ouders naar anderen ging, tekort zijn gekomen. 

    Alles komt samen

    Naast het verhaal van de moeder en de zoon zit er nog een boek in het boek, Treurzangen voor verloren kinderen, een verhaal dat eerst door de moeder en daarna door de zoon wordt gelezen. Het is een zowel gruwelijk als meeslepend verslag over kinderen die vanuit Mexico op vlucht zijn naar de Amerikaanse grens. Dit drama vervlecht zich op ingenieuze wijze steeds meer in het verhaal dat door de moeder en de zoon wordt verteld. Aan het eind komen alle lijntjes die Valeria Luiselli heeft uitgezet op een prachtige manier bij elkaar. 

    Archief van verloren kinderen is een belangrijke en actuele roman waarin niet alleen de vluchtelingenthematiek centraal staat, maar die ook een kritische blik werpt op de geschiedenis van de Verenigde Staten. Met prachtige beschrijving van de vele vervallen stadjes en verborgen armoede in grote delen van het land. Het is daarmee een mooie aanvulling op het reeds imposante oeuvre van Valeria Luiselli en een aanwinst voor elke boekenkast. 

     

     

  • Oogst week 38 (2018)

    Het oog van de school

    Zeebiologe Helen Scales duikt, onderzoekt en schrijft. Ze is daarbij zowel gefascineerd door als bezorgd om het leven in het water. En hoewel het misschien een ongewoon boek is tussen alle romans, besteden we toch kort aandacht aan dit bijzondere boek over vissen. Want blijkbaar kunnen we nog wat van ze leren als we de ondertitel van het boek mogen geloven.

    In Het oog van de school geeft Helen Scales tal van geheimen prijs. Vissen blijken slim, emotioneel en bedachtzaam en kunnen ons veel vertellen over het leven, de oceanen en meer. Het is een boek over ‘vissen met prachtige namen en kleuren, over vliegende, kruipende, zingende en dansende vissen, over vissen met handjes, vissen die aan graffiti doen en vissen die met elkaar communiceren door middel van flatulentie. Maar bovenal over het onuitwisbare stempel dat vissen drukken op onze eigen bovenwaterwereld.’

     

    Het oog van de school
    Auteur: Helen Scales
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2018)

    De vulkaan

    Op de Nederlandse Wikipedia pagina over Klaus Mann, wordt zijn roman De vulkaan niet genoemd. Maar volgens de uitgeverij beschouwde hij De vulkaan zelf als zijn beste boek, en de uitgeverij noemt het ‘een van de belangrijkste exilromans ooit geschreven’. Ria van Hengel heeft het nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    ‘Een groep uit Duitsland gevluchte kunstenaars, geleerden en bohemiens spreekt begin jaren dertig regelmatig af in een Parijs café. Onder hen de actrice Marion en de aan heroïne verslaafde dichter Martin (in wie iets van Klaus Mann zelf te herkennen is), die er zijn geliefde, de Braziliaan Kikjou, leert kennen. In Amsterdam probeert een ontslagen Joodse hoogleraar uit Bonn een nieuw bestaan op te bouwen, terwijl twee jonge Duitse proletariërs zonder papieren door heel Europa worden gejaagd – Klaus Mann biedt ons een breed palet van verschillend gemotiveerde emigranten.

    We volgen hen in hun strijd om het bestaan, in hun twijfels en heimwee, hun vriendschap, eerzucht en liefde, eenzaamheid en angst voor de dood, of juist het verlangen daarnaar. Want de dreiging neemt almaar toe: in 1939 staat Europa als een vulkaan op uitbarsten.’

    De vulkaan
    Auteur: Klaus Mann
    Uitgeverij: Querido (2018)

    De herkomst van Anderen

    Nobelprijswinnares Toni Morrison, een van Amerika’s belangrijkste hedendaagse auteurs schrijft in De herkomst van Anderen over de thema’s die haar werk kenmerken: ras, grenzen, migratie, angst, het verlangen om ergens thuis te zijn. ‘Wat is ras en waarom is het zo belangrijk? Waarom heeft de mens behoefte aan de Ander? En waarom beangstigt de aanwezigheid van de Ander ons?
    In De herkomst van Anderen gaat Toni Morrison op zoek naar antwoorden. Ze grijpt terug naar haar eigen jeugd, maar onderzoekt ook de geschiedenis, de politiek en de literatuur. Ze schrijft over de negentiende-eeuwse literatuur waarin slavernij werd geromantiseerd en vergelijkt deze boeken met de dagboekaantekeningen van slavenhouders. Morrison onderzoekt wat het betekent om zwart te zijn en verkent verschillende opvattingen over raciale zuiverheid, globalisering en massamigratie in deze eeuw. De herkomst van Anderen is Morrisons persoonlijkste non-fictiewerk tot nu toe.’

    De herkomst van Anderen
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2018)

    Autobiografie van mijn moeder

    Tot slot aandacht voor een debuut van de Franse Violaine Huisman (1979). Autobiografie van mijn moeder gaat over drie vrouwen, de zusjes Elsa en Violaine en hun ongewone moeder. Hun moeder is danseres, mooi, bipolair, gek en onvoorspelbaar, deelt met vele mannen het bed, en is dol op haar dochters en dat is wederzijds.

    Violaine Huisman woont en werkt in New York, waar ze literaire evenementen organiseert en Engelstalige literatuur naar het Frans vertaalt.

     

    Autobiografie van mijn moeder
    Auteur: Violaine Huisman
    Uitgeverij: De Geus (2018)
  • Het barre landschap van de menselijke geest

    Het barre landschap van de menselijke geest

    Paul Kingsnorth situeert zijn jongste roman Beest op het Engelse platteland, meer bepaald in de moors, de woeste heide. Verwacht echter geen tutterig theekransje met scones, want er staat rauw natuurgeweld op het menu. De hoofdpersoon, van wie we pas na ruim veertig bladzijden te weten komen dat hij Edward Buckmaster heet (‘Ik heet Edward ik heet Edward Buckmaster er zijn cirkels om me heen ik ben een steen die in een vijver valt’), is een mysterieuze kluizenaar die zich heeft teruggetrokken in een vervallen boerderij.

    Het boek is een weerslag van zijn innerlijke monoloog. De man drukt zich mysterieus en fragmentarisch uit, bij momenten is zijn gedachtestroom haast onbegrijpelijk, zoals in dit fragment: ‘alles verandert in iets anders schubben worden staarten veren worden haren benen worden vinnen bladeren worden stenen waarom weglopen voor de verandering die de dood met zich meebrengt.’ De lezer krijgt dan ook geen rechtlijnig verhaal voorgeschoteld en moet zich op sleeptouw laten nemen door Buckmasters associatieve, en bij momenten zelfs dissociatieve, van de hak op de tak springende hersenspinsels.

    Op het eerste gezicht is dat normaal, want gedachten zijn niet lineair en logisch: ze gaan nooit in een rechte lijn van A naar B. Toch is er duidelijk iets niet in de haak. In het begin drukt Buckmaster zich nog redelijk grammaticaal uit en zit er nog een beetje orde in zijn gedachten, maar naar het einde van het boek toe wordt de chaos compleet. Zinnen worden abrupt afgebroken en hoofdletters en interpunctie verdwijnen, als om duidelijk te maken dat hij steeds meer het noorden kwijt is. De indruk dat deze man niet alleen ernstig in de war is, maar werkelijk geestesziek zou kunnen zijn, wordt nog versterkt door zijn obsessieve zoektocht naar een mysterieus wezen dat over de moors dwaalt. Zijn paranoïde gedachten worden altijd maar heviger, misschien maakt hij wel een psychose door (‘De bomen de heggen de kevers de dingen die in de grond leefden ze keerden zich tegen me sisten me toe wilden me verdrijven wilden me weg hebben’).

    Beest is het tweede deel van een trilogie waarin Paul Kingsnorth de landschappen van Engeland wil ‘laten spreken’. Uit een aantal details valt op te maken dat het zich afspeelt in het hedendaagse Engeland, maar dat blijkt overigens amper uit Buckmasters leefwereld of taal, die in The Guardian een voor moderne ogen en oren herschapen interpretatie van Oud-Engels werd genoemd. Het gevecht van de mens met de vijandige, gevaarlijke natuur levert plastische beschrijvingen van natuurgeweld op (‘De regen lijkt horizontaal, hij komt aanstormen vanuit het westen alsof hij ergens op de Atlantische Oceaan is geland’). Maar de hevigste strijd wordt duidelijk in Buckmasters hoofd geleverd: ‘Op die ochtend was de moor een vijand. Hij hield me in de gaten ongeacht of ik buiten op het erf stond of dat ik me schuilhield in mijn kamer met de deur dicht.’ De lezer daalt af in de krochten van Buckmasters aftakelende brein en volgt het pad dat begint met een zeker afkeer van de samenleving – zo wordt duidelijk dat hij vrouw en kind heeft achtergelaten – naar de waanzin. De tocht door de wildernis heeft bij momenten iets van een Apocalypse Now op de Engelse heide.

    De leesbaarheid van dit boek wordt trouwens sterk bevorderd door de soepele vertaling van Nicolette Hoekmeijer, die een natuurlijk ritme en timbre heeft kunnen handhaven, wat tegenwoordig helaas niet altijd vanzelfsprekend het geval is met vertalingen uit het Engels. De hypnotiserende sfeer en cadans komen goed over in de Nederlandse versie: ‘het gelige water doordrenkt me de zurige stand van het veen is als een wolk om mijn gedachten ik ben te zwak om mezelf eruit te trekken zak weg in de drek wordt gemummificeerd en over vijfduizend jaar word ik opgegraven door wetenschappers die naam maken met het mysterie dat ik vertegenwoordig.’ Wie nogal angstig is aangelegd en deze zomer wil gaan wandelen in de moors, kan misschien maar beter wachten met dit boek tot na de vakantie.

     

     

  • Er wordt gezwendeld, coke gesnoven, veel gedronken en gepraat

    Er wordt gezwendeld, coke gesnoven, veel gedronken en gepraat

     

    Nick Laird kreeg de Rooney Prize voor Irish Literature 2005 en Utterly Monkey werd bekroond met de Betty Trask Prize en stond op de shortlist van de Kerry Group Irish Fiction Award. Op de achterkant van de door Nicolette Hoekmeijer vertaalde roman, krijgen we de jubelende kritieken voorgeschoteld uit Engelse en Amerikaanse kranten. Maar is het werkelijk zo’n denderend boek?

    Allereerst moet ik uitdrukkelijk waarschuwen voor de abominabele vertaling. Wie het Engels ernaast houdt – uw recensent deed dit – valt van de ene verbazing in de andere. Geen zin is in  behoorlijk Nederlands vertaald. Daardoor gaat in de vertaling iedere vaart uit het boek en ontbreekt de spaarzame humor uit het origineel volledig. Jammer!

    Het verhaal gaat over David Pinner, die na 10 jaar zijn docente kunstgeschiedenis Ruth Marks weer eens ontmoet. Hij hoopt dat het tussen hen wat zal worden, maar Ruth wordt dodelijk verliefd op James Glover, de tien jaar jongere flatgenoot van Pinner. Er ontspint zich een intrige, die best spannend had kunnen zijn, ware het niet, dat Laird – vertaling of niet – zich te veel verliest in détails. Hij put zich veelvuldig uit in een campe beschrijving van de Londense kunstscene waar de hoofdpersonen zich in bewegen. Er wordt gezwendeld, coke gesnoven, veel gedronken en gepraat, maar wat lijkt dat allemaal saai in de beschrijving van Laird…! De plannen van de overjaloerse Pinner om de uiteindelijke huwelijksplannen van Glover en Ruth te torpederen zouden stof kunnen zijn voor een uiterst ingenieuze driehoeksverhouding. Het wil bij Laird echter niet lukken om die triangel tot stand te brengen. De vrouw, Ruth Marks, waar beide mannen zo overspannen verliefd op zijn, kunstenares, eerder getrouwd geweest; komt over als een saaie cerebrale dame, waar je als lezer al snel bij zou gaan zitten geeuwen van verveling. Pinner, die de kwade duivelse genius moet verbeelden, de man die nergens voor terugdeinst, hinkt als aangeschoten wild door het boek. Dat maakt het doorworstelen van de 224 bladzijden geen pretje. Ieder ogenblik vraag je je af of er nog iets spannends gaat gebeuren of de hoofdpersonen eindelijk tot leven zullen komen. Maar dan volgt de zoveelste beschrijving van de eet- en drinkgewoonten van de hoofdpersonen voorzien van de merknamen van drank en voedsel. Interesseert mij het iets wat een saaie figuur allemaal eet en drinkt? Voegt het iets toe aan de verhaallijn?

    James Glover, een mooie jongen met een atletisch lichaam, schijnt een probleem te hebben waardoor hij na veel drank zijn handen niet thuis kan houden. Hoe is dat allemaal zo gekomen? We komen er niets over te weten.

    Aan het eind van het boek bekroop me de gedachte dat Laird een parodie heeft willen schrijven op een roman. Dan is hij daar ook totaal niet in geslaagd.

    Het is mij een raadsel waarom Meulenhoff, uitgerekend dit boek in deze zwakke vertaling heeft uitgegeven. Bovendien wekt het verbazing dat het kreupele verhaal in Engeland mocht rekenen op zo’n jubelend onthaal. Is dat het land met de rijke literaire traditie? Onbegrijpelijk!