• Dampen in series

    Dampen in series

     

    (Klik op de foto om de hele achtergrond te zien)


    Jaren geleden begon ik op Pinterest afbeeldingen van foto’s en kunstwerken te verzamelen. Mijn aandacht verslapte echter vrij snel. Ik ben niet zo’n verzamelaar. Om het monotone vergaren te ontvluchten, ging ik afbeeldingen met elkaar vergelijken. Das Balkonzimmer van Adolph von Menzel bijvoorbeeld, leek vrij veel op een schilderij van Jakub Schikaneder dat ik kende. En ook tussen een foto van Saul Leiter en een prent met een Chinees handschrift zag ik een gelijkenis, of tussen een druksel van Hendrik Werkman en een foto van László Moholy-Nagy. Zo kreeg ik er alsnog lol in. Buiten Pinterest om ging ik verder. Nooit ben ik bewust naar parallelle beelden op zoek gegaan, ik voegde alleen iets toe wanneer een bepaalde voorstelling direct een ander beeld opriep en wel een die zich in mijn hoofd, dus in mijn eigen ‘databank’, bevond. Het werd een sport met eigen regels.

    Dit leverde me op den duur een aardige collectie evenbeelden op. Soms is de overeenkomst tussen de voorstellingen letterlijk: een paar personen met eenzelfde blik, enkele interieurs met eenzelfde lichtval en compositie. Vaker echter hebben de beelden niks met elkaar te maken en lijken ze tóch op elkaar. Dat zijn de meest intrigerende. Voor nu wil ik eenvoudig aftrappen en wel met twee rookwolken die op elkaar lijken. 

    In het essay ‘IJle substantie’ uit de bundel Verborgen verwantschappen van Rudy Kousbroek is een foto opgenomen van een jonge vrouw met een sigaret. De vrouw, ze heeft een licht peinzende en neerwaarts gerichte blik, blaast een dunne rookwolk uit. In deze flard is zonder al te veel moeite het hoofd van een paard te herkennen. Kousbroek beweert dat de vrouw zichtbaar kan maken waar ze aan denkt: aan haar lievelingspaard dat onlangs door haar vader is verkocht. De vrouw, nog altijd volgens de auteur, doet een poging het dier weer op te roepen. Kousbroek weidt uit over ‘materialisatie’ en ‘ektoplasma’, dan wel een ‘tijdelijke verstoffelijking van de geest’, en memoreert een medium uit zijn jeugd, ene Eusapia Palladino, die van alles kon waaronder hele menselijke gestaltes en gezichten voortbrengen, of handen vanachter een gordijn. Kousbroek meent zich zelfs te herinneren dat bij Eusapia het ektoplasma uit haar oor tevoorschijn kwam; net als de mond of de neus tenslotte ook een gat in het hoofd. 

    Dat waren nog eens tijden. Ik herinner me een verhaal van mijn moeder. Hoe zij als zestienjarige haar oudere zus eens vergezelde naar een zogenaamde duiveluitdrijver. De zus dacht in die tijd dat de duivel op haar nek zat, zo ongeveer tussen haar schouderbladen. De duiveluitdrijver, ook wel ‘strijker’ genoemd, gleed met zijn handen tijdens de met rituelen behangen sessie behoedzaam langs de rug van mijn tante. Daarna schudde hij zijn handen vol afschuw en rillend van zich af.  Dit herhaalde hij enkele malen. Ook de strijker was een soort medium, een tussen-lichaam als het ware, via welke de duivel weer verdwijnen kon. 

    Tja. De vrouw. De foto. Het paard. Het moet allemaal in mijn achterhoofd zijn blijven hangen want toen ik op een dag een willekeurige krant doorbladerde, zag ik een foto die zeer veel leek op het beeld dat Kousbroek had beschreven. Kijk nu toch eens, dacht ik meteen, Helmut Schmidt kan het ook! Wat? Nu, paardenhoofden blazen. En ook bij hem lijkt het een fluitje van een cent.

     

     

     

     

     

     

     

     

    Een cruciaal verschil tussen de rokende Schmidt en de jonge vrouw is echter niet zozeer het verschil tussen pijp (hij) en sigaret (zij) maar vooral dat zíj haar ogen heeft gesloten waar híj ze heeft geopend. De vrouw is veel geconcentreerder aan het roken dan dat hij het is. De foto van Schmidt is afgesneden, ik kan niet zien wat hij doet. Maar het komt me voor dat hij zich gelijktijdig met iets anders bezighoudt. Misschien is hij aan het lezen, zijn blik is vrij gericht. En juist deze bij-bezigheid zou zijn ongeconcentreerde roken weleens kunnen verklaren. Ongeconcentreerd ja, want als ik goed kijk, ontwaar ik niet een, maar twee hoofden in de rookflarden van de gewezen bondskanselier en mede-uitgever van Die Zeit. Het eerste paard dat hij wilde formeren, is mislukt (dat lijkt bij nader inzien veel meer op een hondenkop) en daarom walmt hij er nog een achteraan. Het tweede hoofd heeft al iets meer van een paard weg. Ik weet niet wat Schmidt hierna gaat blazen, en of hij altijd in series dampt. Het maakt ook weinig uit. Knap is het sowieso, twee paarden tegelijk materialiseren, of een hond én een paard. En dat terwijl hij simultaan een paar beleidsstukken doorneemt, of een artikel voor zijn krant bewerkt.  Het is zonder meer roken op niveau. Maar ik ga uiteindelijk toch voor de perfectie van de jonge vrouw. Zij heeft een bijna volmaakt, zuiver paardenhoofd geblazen. En, veel belangrijker nog, het lijkt haar niks te kunnen schelen. Zij is elders.

     

     


    Nicole Montagne (1961) is schrijfster, illustratrice en grafica. Zij publiceerde verschillende verhalen en essay bundels, waaronder De verzuimcoördinator

  • Het zoeken naar de juiste context

    Het zoeken naar de juiste context

    De verzuimcoördinator van Nicole Montagne is een bundeling korte verhalen en essays waarin bedrog een grote rol speelt maar de hoofdrol is weggelegd voor de leegte; het ontbreken van iets of iemand. Het boek is onderverdeeld in drie delen: ‘De blinde kaart’, ‘Wijkende plaatsen, verdwenen tijden’ en ‘Een ander perspectief’. Drie afdelingen die respectievelijk gezien kunnen worden als: Bekomen van het bedrog; Herschikken van herinneringen; Nieuwe inzichten verwerven.

    De insteek voor deze bundeling is het bedrog van haar levensgezel die door schulden gedreven met onbekende bestemming haard, huis en kinderen verlaat. Na de ontsteltenis en woede laat Montagne haar leven opnieuw de revue passeren, op zoek naar sporen van bedrog en verdoezeling van feiten. Wanneer begon het en hoe zag het eruit? Dat zijn de vragen die haar bezighouden, alsook het fenomeen liegen, ze wil erachter komen wat iemand drijft om niet de waarheid te vertellen. ‘Liegen is in wezen doodeenvoudig. Maar stop! Hier stuit ik op een grens. Liegen is eenvoudig voor degene die dit kan.’

    Onderzoekende beschrijvingen

    Een boek over een verbroken relatie kan, als je niet oppast, al gauw een afrekening worden. Denk aan het boek Privédomein (2014) van Ingrid Hoogervorst, dat zij schreef nadat haar man Atte Jongstra haar nogal cru de liefde had opgezegd. Nicole Montagne echter is helder en onderzoekend in haar beschrijvingen en verzinkt niet in zelfmedelijden. Elk verhaal of essay begint met een persoonlijke beleving of waarneming.

    ‘Het koffiehuis’ begint met herinneringen aan de dagelijkse bezoeken aan verschillende koffiehuizen in Praag toen ze daar in de jaren tachtig voor een stage verbleef. Ze beschrijft hoe ze in het ene koffiehuis zat te schrijven of Tsjechische woorden leerde. In een ander koffiehuis, Slavia, hadden de schrijvers Jaroslav Seifert, Kafka en Havel nog gezeten. In dat koffiehuis ziet ze ook het schilderij De absintdrinker van de kunstenaar Viktor Oliva. Ze beschrijft het schilderij:

    ‘Een man steunt met beide ellebogen op het ronde tafelblad. De man lijkt op Rilke. Hij houdt zijn gezicht tussen zijn handen geklemd. Naast hem liggen zijn hoed en een opengeslagen krant. De overheersende kleuren in dit schilderij zijn bruin, grijs, wit en groen. Groen is ook de naakte vrouw met het opgestoken haar die haar billen, we zien haar ruggelings, op de tafel van de cafébezoeker heeft gevlijd.’ Het schilderij hangt er overigens nog steeds en een deel van het schilderij siert de cover van het boek.

    Vertrek als aanwezigheid

    Via haar dwalende gedachtegangen acht ze het zeer plausibel dat de man op het schilderij wel eens echt Rilke zou kunnen zijn: ‘hij heeft Slavia met enige regelmaat bezocht en was een tijdgenoot van Viktor Oliva.’ Om dan een ogenblik  te wijden aan de hoogleraar Slavistiek Angelo Maria Ripellino (1923-1978), die in zijn boek Magisch Praag het over Rilke en zijn relatie met de stad Praag heeft. Waarna ze weer terugkeert naar zichzelf en de leegte van de koffiehuizen in de avonduren.

    Vier van de eenendertig in De verzuimcoördinator opgenomen stukken zijn eerder verschenen in literaire tijdschriften. ‘De verborgen plek in huis’, verscheen eind 2017 in de Revisor en is hier in het eerste deel opgenomen. Daarin vertelt ze hoe het bedrog, na het vertrek van haar man, als een aanwezigheid in haar huis is achtergebleven. ‘Waar in huis bevond zich deze plek? (…) je kunt achteraf niet zoeken naar wat nu is verdwenen.’

    Ergens aankomen

    Montagne beschrijft met een zekere nuchterheid – soms is een onderdrukte woede voelbaar – hoe het bedrog haar leven veranderde. In retrospectief werd haar leven totaal anders dan ze gedacht had. Ze maakt de vergelijking met de ontdekkingsreiziger Columbus, die dacht dat hij Indië had bereikt maar Amerika ontdekte. ‘Hij was wel degelijk ergens aangekomen. Alleen niet op de plek waar hij dacht.’

    Ook Montagne is ergens anders uitgekomen dan waar ze aanvankelijk dacht te zullen uitkomen. Het pad dat ze heeft afgelegd kan ze niet teruggaan. Wel is het haar gelukt, zo schrijft ze in een van haar essays, om haar leven in een andere context te plaatsen. Met haar onderzoekende geest, en door feiten en herinneringen te hergroeperen, schreef zij zichzelf weer ‘“binnen” (…) in mijn eigen levensgeschiedenis’. Mooier kon ze het niet zeggen.
    De verzuimcoördinator is een sterke bundeling essayistische miniatuurtjes die bij herlezing – net als bij het meerdere keren aanschouwen van een geschilderd tafereel – steeds een ander aspect onthult en daarmee de werkelijkheid van een andere context voorziet.

     

     

  • Oogst week 28 – 2018

    De verzuimcoördinator

    De verzuimcoördinator: over beeld, afwezigheid, bedrog is het vierde boek van beeldend kunstenaar Nicole Montagne. Ook in deze essaybundel geeft Nicole Montagne blijk van een nauwkeurig registrerende blik en het vermogen wat zij ziet in woorden te vangen.
    Rode draad in De verzuimcoördinator is het verlangen om een door bedrog aangetaste werkelijkheid te restaureren. Zelf bedrogen door haar echtgenoot – daar wijdt zij de nodige woorden aan – zoekt ze in beeldende kunst en literatuur naar tekenen van (aanstaand) liegen en bedriegen.
    Niet alle onderwerpen liggen vanuit de thematiek even voor de hand. Een aantal essays waarin Nicole Montagne terugkijkt op haar verblijf in het Praag voor de val van de lijkt meer op zijn plek haar vorige bundel Een makelaar in Pruisen: essays en verhalen (2104).

    De verzuimcoördinator
    Auteur: Nicole Montagne
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek (2018)

    De Nijhoffs en ik of de gevolgen van een genre

    Toen De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk in 1999 uitkwam, zorgde het boek voor ophef vanwege de onconventionele wijze waarop Marja Pruis het leven van A.H. Nijhoff beschreef. De omtrekkende bewegingen die zij noodgedwongen moest maken, leidden tot een indirect portret van een schrijfster en haar huwelijk dat volgens velen de benaming biografie niet verdiende.
    Bijna twintig jaar na dato kijkt Marja Pruis in een inleidend artikel terug op haar drijfveren en de totstandkoming en ontvangst van het boek dat integraal is opgenomen in De Nijhoffs en ik – of de gevolgen van een genre.
    Dat het boek vanwege de vorm omstreden was, is nauwelijks nog voorstelbaar. Wat nu veel meer in het oog springt is de manier waarop de debuterende Marja Pruis haar onwelgevallige eigenschappen van de mensen die haar aan een verhaal moeten helpen beschrijft.

    De Nijhoffs en ik of de gevolgen van een genre
    Auteur: Marja Pruis
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2018)

    The New Jerusalem

    Als Rob Riemen naar New York reist om Patti Smith te verleiden deel te nemen aan een Nexus-conferentie over tegencultuur, treft hij haar schrijvend aan. The New Jerusalem, het prozagedicht in wording, is haar reactie op de beslissing van Donald Trump om de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem te verplaatsen.
    In een inleidend essay dat ongeveer even lang is als het gedicht probeert Rob Riemen vat te krijgen op de visie van Patti Smith op de samenhang tussen kunst, tegencultuur en religieus bewustzijn.
    The New Jerusalem leest vervolgens als een eigentijdse openbaring, waarin in elk geval sporen van Arthur Rimbaud te traceren zijn.

     

    The New Jerusalem
    Auteur: Patti Smith
    Uitgeverij: Nexus Institute (2018)
  • Kijk! Kijk! En blijf kijken!

    Kijk! Kijk! En blijf kijken!

    ‘Ook kijken moet je leren’. De bewering lijkt zo’n gemeenplaats, maar kijken is bij Nicole Montagne een activiteit met diepgang. En als ze dat zinnetje op pagina 70 van Een makelaar in Pruisen neerschrijft ben je als lezer al helemaal gewonnen voor wat goed kijken je oplevert. Het boek is een bundeling van verhalen en essays – vooral essays, hoewel de scheiding vaak moeilijk aan te brengen is. Montagne schrijft in heldere, beeldende taal en scherp analyserend over wat we (denken te) zien en hoe we kijken, maar door al die beschouwingen heen loopt een persoonlijk, vaak autobiografisch verhaal. Een groot aantal van de stukken is dan ook verbonden met momenten in haar leven: als aankomend graficus in 1984 stage lopend in Praag, in daarop volgende jaren op reis met vrienden in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, met haar gezin op zoek naar een woning bij Berlijn (in het titelstuk van de bundel) en in Nederland kritisch lezend en TV-kijkend.

    En wat is het een genot om door haar bril mee te kijken!
    Montagne is scherp, formuleert heel precies, en registreert alles met een kunstenaarsoog. Geen gebouw, geen dorp dat ze inloopt ontkomt aan haar observerende blik die onmiddellijk de kleuren, de stilering, ja zelfs de geuren en met dat alles direct de sfeer vangt. Ze gaat op in wat ze doet en schrijft. Zoals ze dat ook in haar vak doet:

    Van huis uit ben ik grafica, ik studeerde onder meer af in de techniek van de houtsnede. Een fijne en ook wel stoere techniek want je hebt er kracht voor nodig. Bovendien, als je snijdt, komt de geur van hout naar boven. Hout ruikt lekker. Het is geen reden om er op af te studeren, maar het is wel een prettige bijkomstigheid.

    De bundel zuigt je direct al mee in haar eerste stuk Psychogeografisch flaneren over hoe vormgeving van ruimtes en gebieden ons humeur en gedrag beïnvloeden en manipuleren. In die psychogeografie wordt het onopvallendste bijzonder door een wind die er waait of een patroon dat herkenbaar wordt. In de stukken die volgen opent Montagne steeds nieuwe vergezichten: letterlijk nieuwe dimensies door een andere manier van kijken of door messcherp de lagen van onze waarneming te fileren. Dat doet ze bijvoorbeeld schitterend in Een veehouder in Mongolië, waarin ze tijdens een wandeling de sensatie ervaart in een landschap van Kokoschka te staan en op een ander moment de overeenkomsten ziet, nee: belééft, tussen een schilderij van Munch en een foto waarop Tolstoj aan het water zit.

    Zo associatief schrijft Montagne ook in Flarden als haar gedachten naadloos van het gerinkel van de trambel in Praag overvloeien naar de knopenla in een fourniturenwinkel uit haar jeugd. Niets is wat het lijkt, wil ze maar zeggen. Er zijn altijd oude beelden en ervaringen die onze manieren van kijken meebepalen. In je hele leven speelt zich een, wat zij noemt ‘proces van betekenisgeving’ af. Al in je kleuterjaren maak je associaties die je kijken later zullen beïnvloeden. Ze illustreert dat – alweer autobiografisch – met haar kinderfantasieën over verre werelden bij het zien van de afbeelding op de hoes van een grammofoonplaat van haar vader.

    Veel van de stukken gaan over kunst, maar Montagne is ook een observator van ons taalgebruik en ons, tja, je zou bijna zeggen: ons zelfbedrog. Het is een woord dat de schrijfster zelf niet gebruikt, maar dat moeiteloos bij de lezer opkomt. Over vernieuwing bijvoorbeeld. Het ‘is inmiddels een toverwoord geworden’. Wil hedendaagse kunst meetellen voor musea en fondsen, dan moet ze vernieuwend zijn. De term is een kreet geworden: ‘Hij is uitgehold, evenals de begrippen ‘passie’ en ‘creativiteit’’. Aan de hand van een expositie door Jef Rademakers van werken uit de Romantiek in 2011 schetst ze uiterst helder hoe die stroming, die in veler ogen traditionele plaatjesmakerij was, een noodzakelijk tegenwicht bood tegen de doorgeschoten rationalisering van de Verlichting: ‘De mystiek en het magische werden in ere hersteld (…) In dat opzicht was deze stroming grensverleggend. De schilders presenteerden, als kinderen van hun tijd, een volstrekt andere manier van kijken naar de werkelijkheid.’ Hoezo niet vernieuwend?

    Boeiend is Montagne evenzeer in haar kijk op moderne technische mogelijkheden. In De verloren tijd in beeld neemt ze het op voor de herinneringen zoals die hangen om oude foto’s. Die waren meestal geposeerd (ze geeft een amusant voorbeeld van haar vader die in zijn ‘luie’ stoel Readers Digest leest met haar moeder achter hem voorovergebogen meelezend: ‘maar mijn moeder las nooit welwillend over schouders mee; de machtsverhoudingen bij ons thuis lagen voor eens en voor altijd andersom’). Toch zijn ze waardevol. Omdat ze een verdwenen wereld tonen, maar ook omdat er relatief zo weinig van dit soort foto’s zijn. Tegenwoordig fotograferen we digitaal alles wat los en vast zit. En we slaan het ook allemaal op. En onze band ermee, onze herinnering, wordt bedolven onder een overschot aan materiaal. In plaats van alles bewaren, moeten we selecteren, vindt Montagne. Of, zoals ze het in een ander stuk schrijft: ‘Alles vastleggen is dodelijk voor het geheugen’.

    Het langste essay in de bundel is een vurig pleidooi voor zuiver kijken. Het stuk is een ongemeen felle uithaal naar kunstbeschouwer Joost Zwagerman en dan vooral zijn bespreking van A photographer’s life: 1990-2005 van Annie Leibovitz. Veel foto’s in dat boek zijn uit haar privéleven met de schrijfster Susan Sontag. En je hóórt Montagne vloeken als ze beschrijft hoe Zwagerman, bewonderaar van de geschriften van Sontag, het werk van haar partner Leibovitz voortdurend bekijkt vanuit zijn kennis van wat Sontag heeft geschreven. Hij legt steeds Sontag over Leibovitz heen en weigert naar de foto’s zelf te kijken, constateert ze woedend. Alleen al dit essay maakt de bundel tot een rijke bron van leesgenot en leerzaamheid.

    Nicole Montagne heeft een prachtboek geschreven (ook qua vormgeving trouwens). Ze is niet alleen een kunstenares in hout of op papier, maar kan ook haarscherp kijken, denken en formuleren. Een makelaar in Pruisen zijn beschouwingen om te herkauwen.